Tag: energietransitie

  • Impressie boekpresentatie Verslaafd aan energie, Noud Köper

    Vanmiddag was ik te gast bij de presentatie van Verslaafd aan energie, het nieuwe boek van Noud Köper. Het boek is geschreven met ondersteuning van Aedes, Bouwend Nederland en Energie Nederland en biedt een kijkje achter de schermen van 30 jaar duurzaam energie en klimaatbeleid in Nederland. Tijdens het officiële gedeelte heb ik weinig nieuws of opzienbarends gehoord.

    Paneldiscussie Kamerleden

    Bij de korte paneldiscussie met Kamerleden viel het standaard steekspelletje tussen oppositie en beoogde coalitiegenoten weer op. Dat was naar mijn mening een weinig constructief en tamelijk irritant onderdeel. Vooral het gemak waarmee het afschaffen van de stortbelasting voor afval door Rene Leegte van de VVD werd weggezet als wegnemen van subsidie voor duurzaam was tamelijk ontluisterend. Net als het gemak waarmee hij in een moeite door het verlagen van de belastinginkomsten voor de overheid en het laten vervallen van de enveloppe duurzaamheid uit het Lenteakkoord onder prudent begrotingsbeleid schaarde. De teleurstelling in de VVD is nog groter nu ik vanavond het eerste deel van Verslaaf aan energie heb gelezen waar toch met name VVD ministers figureren als voorvechters van milieubeleid. De PvdA kon nog even vrij uithalen naar het Lenteakkoord, waar beoogd coalitiepartner VVD toch ook een krabbel onder heeft gezet…

    In positieve zin viel Stientje van Velthoven van D66 op met een helder betoog voor 3 zaken voor de komende regeerperiode:

    1. Stappen in duurzame energie.
    2. Energiebesparing: Werk maken van betaalbaarheid van de energierekening, met name ook voor zwakkere groepen in de samenleving.
    3. Hergebruik van grondstoffen.

    Onno Dwars, Volker Wessels

    Daarna volgde een kort gesprek tussen de dagvoorzitter en Onno Dwars, projectontwikkelaar bij Volker Wessels. Dat was een fris geluid over het gevoel dat hem bekroop na lezing van het boek: volstrekt gemis aan verantwoordelijkheid bij de mensen die in Nederland aan het stuur zitten als het gaat om de uitdagingen van deze tijd op gebied van duurzame energie en klimaatbeleid. Hij gaf ook aan zelf voornamelijk bezig te zijn met revitalisering van bestaand vastgoed binnen VWS en niet met nieuwbouw.

    Paneldiscussie brancheorganisaties

    Het officiële deel eindigde met een paneldiscussie met Jaap de Gruijter (namens Aedes), Eelco Brinkman (Bouwend Nederland), Hans Alders (Energie Nederland) en Jan Paul van Soest. Jaap de Gruijter werd het concreetst en gaf aan dat de woningbouwcorporaties wel doorgaan met verduurzaming van hun woningbestand. Hun bewoners geven regelmatig prikkels af dat ze meer woongenot en een lagere energierekening willen. Dat betekent dat ze ook minder wachten op de politiek. Jan Paul van Soest herhaalde zijn pleidooi voor focus op de ongewenste outputs van energiegebruik (bv. CO2 emissies) in plaats van op het inperken van energiegebruik vanuit klimaatbeleid en vermeende schaarste aan energie. Wat niet wegneemt dat het verlagen van de energierekening een legitiem doel kan zijn om in te zetten op enerigebesparing.

    Verder kwam ook in deze discussie weinig nieuws naar voren. Al blijft het verbazingwekkend dat de lange termijn ambities die het Nederlands bedrijfsleven aanbiedt zoveel hoger liggen dan wat de Tweede Kamer wil. Dat is wel eens anders geweest. Een 10 met een griffel voor degene die een manier verzint om die ambities van het bedrijfsleven tot stand te brengen zonder directief van de overheid…

    De slotborrel

    Zoals wel vaker waren de gesprekken tijdens de slotborrel interessanter dan het officiële gedeelte. Zo ving ik mooie ontwikkelingen op rond de power to gas projecten in Duitsland, groen gas projecten in ontwikkeling, de draai die de bouwsector internationaal maakt richting duurzaam bouwen en de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen voor de energiesector. Ook werd ik door een aantal lezers uitgedaagd om de cijferbrij die bij tijd en wijle op mijn weblog verschijnt over energieverbruik en kostprijzen van coöperatieve zon- en windprojecten te koppelen aan maatschappelijk relevante thema’s. Een hele zin vol, waar ik nog eens rustig over ga slapen en waar ik zeker nog een keer over van gedachte ga wisselen.

  • 7 voorstellen voor versnelling duurzame energie in Nederland

    Eerder deze week vroeg Henri Bontenbal waar ik zou beginnen om duurzame energie in Nederland te bevorderen (en hoe ik dat zou betalen). Hieronder mijn 7 mogelijke startpunten met een eerste indicatie van mogelijk financiering:

    1. Aanpassen syteem van gunning voor duurzame energie projecten: overheid brengt locatie inclusief MER en bouwvergunning in, zoals Belgie dat doet. Dit verlaagt de kosten van voorfinanciering voor bedrijven en het verlaagt de risico opslag die financiers nu vragen i.v.m. mogelijk niet doorgaan van projecten. Deze maatregel kost geen geld. Desgewenst kunnen procedurekosten doorgerekend worden aan de uiteindelijk bouwer van het duurzame energie project.
    2. Energiebelasting aanpassen aan milieu-impact van energiebron, zoals dat ook gedaan is bij schonere auto’s. Te beginnen bij kleinverbruikers. Dat kan budgetneutraal door ofwel de energiebelasting voor fossiele energie bij kleinverbruikers verder te verhogen. Ofwel door de energiebelasting voor andere schijven van de energiebelasting te verhogen, waardoor ook grotere energieverbruikers geprikkeld worden om duurzame energie af te gaan nemen. Aanpassing hoeft ook niet vandaag geregeld te zijn, kies eerder voor een traject waarbij de tarieven in 5 a 10 jaar aangepast worden. Dergelijke overgangstermijnen geven burgers en bedrijven de kans om zich aan een nieuwe werkelijkheid aan te passen, terwijl ze al wel invloed gaan hebben op investeringsbeslissingen van burgers en bedrijven. Hogere energietarieven hoeven voor energieintensieve industrie geen probleeem te zijn, mits overgangstermijn afgestemd zijn op afschrijvingstermijnen en compenserende maatregelen genomen worden. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld te vinden in Denemarken, waar het verschil in tarief tussen grootverbruikers en kleinverbruikers veel minder groot is.
    3. Afbouw subsidies, fiscale voordelen en investeringsregelingen voor gebruik (en winning) van fossiele energie in 5 a 10 jaar. Ook hier geldt dat een overgangstermijn bedrijven en burgers in staat stelt zich aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid. Deze maatregel levert per saldo geld op.
    4. Maak het aantrekkelik voor burgers en bedrijven om te investeren in duurzame energieopwekking, bijvoorbeeld door een korting op de energiebelasting bij opwekking voor eigen verbruik of door op soortgelijke wijze mee te financieren als bij fossiele energie.
    5. Maak het netwerktarief afhankelijk van de hoeveelheid energie die je cumulatief door het net laat stromen, oftewel: bevorder dat burgers en bedrijven energievraag en energieaanbod zo goed mogelijk op elkaar afstemmen en dat energieopwekker en energiegebruiker dicht bij elkaar zitten.
    6. Biedt energiebedrijven de mogelijkheid om de huidige fossiele energietarief structuur (met enkel piek en dal tarief) aan te passen aan de structuur die past bij duurzame energie. Dus lager tarief voor zonne-stroom als de zon schijnt en hoger als het donker is.
    7. Maak duurzame energie technieken die minder dan 20 Eurocent per kWh of 0,60 Eurocent per m3 gas interessant door “ingroeitarieven” in de energiebelasting voor particulieren en mkb. Financier dit door afbouw van de SDE+ voor deze technieken. Technieken waarvoor deze aanpak (nog) niet geschikt is kunnen bevordert worden volgens de standaard innovatiemethodiek van de topsectoren.
  • Power to the People heeft effect: winddeel bijgekocht

    Tijdens het pre event van het Future Leader Event was de tip bij de casus energie om VPRO’s Tegenlicht aflevering Power to the People te bekijken. Dat was er deze week alleen nog niet van gekomen. Vandaag wel tijdens het strijken, wat natuurlijk weer een elektriciteit kost. De aflevering is zeker de moeite waard en niet alleen voor deelnemers aan het Future Leader Event. De aflevering biedt mooie inspirerende voorbeelden van wat je in klein verband kunt bereiken, zowel op energiegebied als op gebied van voedsel en vervanging van de snelle jongens op de zuid-as.

    Onze eigen energievoorziening

    Zelf zijn we samen met een aantal buren ook aan het kijken naar zonnepanelen voor op het dak, dat gaat alleen wat langzamer dan aanvankelijk gedacht. Een zonneboiler hebben we al en dat bevalt goed. Eerder dit jaar hadden we ook al 2 winddelen van Windcentrale Grote Geert gekocht. Na het zien van Power to the People heb ik meteen een winddeel in Windcentrale De Grote Held bij gekocht. In totaal hebben we straks dus 3 winddelen, goed voor zo’n 1.500 kWh per jaar. Dat is bijna 50% van ons elektriciteitsverbruik. Wanneer er volgend jaar ook zonnepanelen op ons dak liggen naderen we de 90% eigen elektriciteitsvoorziening. Helaas komt niet alle elektriciteit uit de regio. Wie weet leiden het Convenant realisatie windenergie Stadsregio Rotterdam tot Windcentrales in de buurt van Schiedam?

    Wat dan nog rest is tussen de 700 en 900 m3 aardgas om te verlagen, te vervangen door biogas of te vervangen door lokaal geproduceerde warmte. Zodra dat lukt zijn we volledig van fossiel af voor onze gebouwgebonden energievraag, dan resteren enkel de auto’s.

    De vervuiler betaalt? Tijd voor differentiatie van energiebelasting

    Wat natuurlijk bizar is en blijft is dat we straks even veel energiebelasting betalen als nu, wat bizar genoeg weer evenveel is als bij afname van kolenstroom. Echt lekker stimuleren wil dus nog niet lukken vanuit Den Haag, want beetje slim spelen met de energiebelastingtarieven voor particulier en hij stapt massaal over op duurzaam. En nou niet zeggen dat je die belasting gebruikt voor investeringen in duurzame energie, want binnen de EU lopen we hopeloos achter. Geef me m’n energiebelasting terug, maak  het uitwisselen van energie met de buren (zonder een bezoek van de fiscus) mogelijk en ik investeer het bedrag zonder subsidies en fiscale voordeeltjes in duurzame energieopwekking. Heeft Nederland nog een kansje op het halen van de 14% doelstelling van 2020, wat de belastingbetaler weer een Brusselse boete scheelt.

  • Impressie pre-event Future Leaders Event 2012

    Gisteravond was het pre-event van het Future Leaders Event 2012. Het onderwerp dit jaar is schaarste. De opzet als vanouds: verschillende deel thema’s met cases die ingebracht zijn door partners van MVO Nederland. Nieuw dit jaar is dat er ook een prijs te winnen is. Wat die prijs is ben ik alweer vergeten.

    Tijdens de presentatie van de casus energie (waar ik bij ben ingedeeld) viel me wel meteen de ouderwetse competitiedrang op die het gevolg is van het beschikbaar stellen van prijzen voor ‘de beste groep’:

    Niet te veel informatie geven en vragen stellen want dan verliezen we onze voorsprong op de andere groepjes.

    Mijn persoonlijke conclusie: de ouderwetse regels van het Future Leaders Event blokkeren moderne vormen van samenwerking tussen de verschillende groepjes om werkelijk tot een evolutie van de revolutie (om met Tom Bosschaert te spreken) te komen.

    Tijd voor vernieuwing

    Wat mij bij is gebleven van de presentatie van de casus is dat de spreker vond dat er geen tijd is voor dat soort spelletjes. Regels zijn afspraken die we gemaakt hebben om een doel te bereiken. Als de regels het doel in de weg zitten, dan veranderen we ze gewoon. Het is tenslotte de hoogste tijd dat Nederland rond energie meters gaat maken. Tenzij we werkelijk streven naar de 1ste plaats in aandeel fossiele energie.

    Daarom hieronder een korte beschrijving van de case en de oplossingsrichtingen die ik daarbij zie. Ik hoop dat alle 4 de groepjes er hun voordeel mee doen en dat ze hun ervaringen en ideeën ook delen.

    De energie casus

    De casus is ingebracht door een netwerkbeheerder van middenspanning elektriciteitsnetten en regionale gasnetten. Zij vragen zich af hoe ze de CO2 footprint fors kunnen verlagen, zowel van zichzelf als van Nederland. Uit de cijfers die ze lieten zien kwam duidelijk naar voren dat netwerkbeheerders inclusief transportverliezen van elektriciteit en gas in de top van de Nederlandse CO2 emitters zitten.

    Daarbij constateerde de inbrenger van de case dat het de politiek steeds minder goed lukt om een lange termijn focus te hebben en houden. Tegelijkertijd werkt het geïntroduceerde marktmechanisme, CO2 emissiehandel, om verschillende redenen ook niet naar behoren. Het resultaat een bedroevend slechte score van Nederland op de Environmental Performance Indicators voor bodem en luchtkwaliteit, en een zo mogelijk nog bedroevendere plek voor het aandeel duurzame energie in Nederland.

    De vraag die daarom gesteld werd aan de groepjes was tweeledig:

    1. Wat is er nodig om het systeem wel te laten werken?
    2. Wat kan daarbij de rol van een netwerkbeheerder zijn?

    Mijn oplossingsrichtingen

    Ten aanzien van het systeem onderscheid ik twee losse problemen:

    1. CO2 emissies/klimaatemissies
    2. Aandeel duurzame energie

    Om de CO2 emissies te laten dalen zijn volgens mij de volgende hoofdmoten nodig:

    • differentiatie van de energiebelasting naar CO2 inhoud van de energiedrager. Dus meer CO2 voor kolen en gas, dan voor wind en zon.
    • stapsgewijze verlaging (en idealiter afbouw) van de grootverbruikerskorting op de energiebelasting (de allergrootste verbruikers betalen momenteel slechts 0,1 Eurocent per kWh). Daarmee wordt de businesscase van besparingmaatregelen beter, doordat er een hogere besparing tegenover staat. Het gaat tenslotte bij investeringskeuzes niet alleen om de huidige kosten, maar ook over de verwachting m.b.t. toekomstige prijsontwikkelingen.
    • (een deel van) de opbrengst van de hogere energiebelasting voor grootverbruikers gebruiken om energiebesparende maatregelen bij deze bedrijven maximaal te ondersteunen (tot op of over het randje van het Europees milieusteunkader).
    • een verdienmodel voor de rijksoverheid ontwikkelen, bv. door te kijken naar de wijze waarop dat voor gas- en oliewinning geregeld is d.m.v. Energie Beheer Nederland.
    Voor het aandeel duurzame energie:
    • werk maken van virtuele duurzame energiecentrales, zoals voorgesteld in DAAN (Duurzaam Arrangement Akzo NOBEL-Nyrstar)
    • ruimte maken voor lokale decentrale energieprojecten, bv. door in de transporttarieven rekening te houden met de afstand tussen energielevering en energieverbruiker. Daar wordt ik niet blij van met mijn 2 winddelen, maar dat lost zich t.z.t. ongetwijfeld op.
    • verplicht aandeel duurzame energie bij nieuwbouw of renovatie. Wanneer dat niet kan op eigen huis, dan verplichte investering in een lokaal duurzaam energieproject.

    De rol van het netwerkbedrijf:

    • onderzoek alternatieven voor het huidige wisselspanningsnet. Een deel van de energie gaat verloren door de omzetting van gelijkstroom bij opwekking (wind, zon) naar wisselstroom (waar het net op draait), om vervolgens weer te worden getransformeerd naar gelijkstroom voor gebruik in pc’s, elektrische auto’s, led-verlichting en mechanische ventilatie. Stichting Gelijkspanning heeft een interessante pilot in voorbereiding in de Haarlemmermeer.
    • Faciliteren van lokale energie initiatieven.
    • Voorrang voor groene stroom en groen gas.

    Aanvullingen?

    Die zijn van harte welkom in de reacties.

  • Windcentrale heeft de wind in de zeilen

    Het gaat de Windcentrale voor de wind! Al ruim 3000 mensen hebben Winddelen gekocht – genoeg voor een hele windmolen. De verkoop van de tweede molen is inmiddels gestart en ruim 10% is verkocht.

    In een paar maanden tijd kochten 3.000 Nederlanders een eigen stukje windmolen, een ‘winddeel’. Zo worden ze gezamenlijk eigenaar van een windmolen en wekken zij hun eigen stroom op. In totaal haalde de Windcentrale tot nu toe EUR 3,5 miljoen op. Dit is meteen ook een recordbedrag voor crowdfunding in Nederland.

    Eind juni van dit jaar startte Windcentrale met de koopoptie op twee windmolens in Delfzijl. Als in december ook de tweede molen verkocht is en daarmee het project definitief wordt, zet dat de Windcentrale ook meteen in de top-drie van grootste crowdfundprojecten ter wereld.

    Eigenaren van één of meerdere winddelen krijgen straks de opbrengst aan stroom uit hun winddelen in mindering op hun energierekening. Een ogenschijnlijk heel eenvoudige constructie die mogelijk werd op basis van een slimme eigendomsstructuur. Daarvoor is een speciale overeenkomst met de Belastingdienst gesloten.

    Sinds de aankondiging is er een run op Winddelen. ‘Wij zien de laatste weken de teller op de website steeds harder oplopen. Dat komt doordat heel veel mensen inzien dat energie in eigen hand nemen heel lucratief is. Tot nu toe was je voor je energienota afhankelijk van wat de energieprijzen doen, en die zijn de laatste 10 jaar verdubbeld. Door wind te delen wek je zelf energie op, zonder zonnepanelen of een windmolen in je tuin,’ aldus Reitsma.

    Vorig jaar gaf Nudge de Windcentrale een flinke nudge bij hun zoektocht naar 3000 supporters. Doe je ook mee?

    Twijfel je nog of wil je meer lezen? Vincent Dekker schreef een uitgebreid artikel in Trouw en zelf zette ik voor Nudge de voor- en nadelen van zonne- en windenergie op een rij. Inmiddels heeft hij de knoop doorgehakt en 2 Winddelen gekocht.

    Bericht in licht bewerkte vorm overgenomen van Nudge.

  • TEDxBinnenhof: Innovation in Construction – part 2: Energy Producing Buildings

    In my first postI linked to a TEDx talk by an architect who showed a lot of innovative ideas to construct more sustainable buildings and cities. In this post I will focus on ways the construction industry is enabling him and his colleagues to actually build them. Reducing the energy use and increasing the energy generation capacity of buildings is a central theme, but the focus is shifting towards more integrated approaches. In this post I will focus on energy, because I think it still remains the question whether the Dutch regulatory framework is facilitating the transition towards energy neutral and energy producing buildings.

    Increasing the energy generation capacity of buildings
    It is becoming increasingly clear that solar power is reaching grid parity for consumers in The Nethterlands, according to some the price of solar power has fallen below grid parity for consumers already. The Dutch are becoming totally enthousiastic about collective purchasing of solar power. In 2009 Urgenda started the collective purchasing action called we want solare (Wij Willen Zon). Currently there are over 60 active collective purchasing actions in the Netherlands. Even now, more local community energy companies are starting everywhere in the Netherlands.

    For those who won’t or can’t afford the upfront investment in solar panels a growing number of solar as a service companies are starting. Zonline, for example, offers consumers solar panels paid by a fixed price per kilowatt hour electricity produced. They’ve only just started, but looking at Dutch consumer prices for electricity (around 21 to 23 Eurocent per kilowatt hour, about 70% of which are taxes) and the growth rate of it’s US partner Sungevity it promises to be a booming business. Other companies, like Rooftop Energy are applying the same business model to the business market. Which is a bit more difficult as companies pay a lower rate for electricity. Still the first examples of local governments using solar lease to get solar on their rooftops are popping up. For business placing solar on your own rooftop can be part of their CSR strategy too.

    Different forms of sustainable heating are catching up too. Sometimes (old fashioned ) based on using the waste heat of waste incinerators, but also based on heat pumps (air-to-air or air-to-water) or geo-thermal power.

    Reducing energy use
    Although solar energy is the sexiest kid on the block, it surely isn’t the only one.
    Stimulated by the energy label for buildings and rising energy prices a growing number of companies are offering help to property owners to reduce their energy use in existing buildings. Most of them demand upfront investments by the property owner. A few are exploring new business models and let property owners repay their investment through a reduction in their energy bill. In the commercial property market (offices, swimming pools) energy service companies (ESCo’s) are emerging. ESCo’s are offering a way to reduce the energy use budget neutral or even with a direct reduction in costs for the property owner or tenant. The upfront investments are done by the ESCo. The reduction in energy use can be achieved by changes to the installations, but also by adjustments to the façade of the building.

    Some companies are even exploring business models that combine ESCo’s with green lease agreements. Which is a logical combination, as even the most energy efficient building will use a lot of energy if the tenant doesn’t change it’s habits.

    Examples for the residential market include WAIFER and Qurrent. WAIFER says it can renovate a home within weeks and is currently renovating around 2500 homes from housing corporations in the Rotterdam area. Qurrent advertises as a new kind of energy company: one that wants to sell as little energy as possible.

    Dutch regulatory framework
    The Dutch regulatory framework for the construction industry used to consists mainly on construction. As energy generation is increasing because of the rise in popularity of solar panels, amongst others, the regulatory framework for the energy industry is becoming increasingly pressing. Energy regulation is mainly focused on centralized energy production making little use of lessons learned in other environmental policy fields or in other countries. Despite the subsidy for sustainable energy and many policy changes The Netherlands are lacking behind in sustainable energy.

    For example users of sustainable energy have to pay the same amount of energy tax as users of fossil energy. This means sustainable energy has to be subsidized to be able to compete with fossil energy at wholesale prices. For cars the Dutch government has chosen a different strategy making fuel efficient cars more attractive using tax incentives. Looking at the sales figures of hybrids like the Toyota Prius this has proven a very successful strategy.

    The high energy tax on (sustainable) energy does make investments in energy efficiency and solar power more attractive, especially for consumers. This will put a growing pressure on the 2 billion Euro in energy taxes the Dutch government collects from users of residential buildings each year.

    To make things worse for government budget some community owned energy companies have stopped paying energy taxes on energy used by their members/investors. They claim that there is no difference between people growing their own food and transporting it to their home via public infrastructure and producing your own energy and using public infrastructure to get the energy to your home. It is not yet known if judges will agree, but it does show that current legislation is hindering people who try to provide their own energy together with their neighbors. Pretty strange if you consider the fact that some Dutch politicians are complaining about the nimby-behaviour of Dutch citizens.

    Changes for Dutch government
    Things can be arranged differently as the Dutch government has a well established system of reaping the benefits of our natural gas supplies. Through EBN, a subsidiary of the Ministry of Economic Affairs, the Dutch government offers the possibility to provide up to 40% of the necessary capital for the exploration and production of natural gas and oil. Dutch government earned around 6 billion Euro from this investments in 2011 alone. So why not use the same model to finance sustainable energy now that it has become a profitable alternative?

    This alternate business model, based on the exploration and exploitation of sustainable energy, would earn a growing income for the Dutch government as opposed to the decreasing income if more inhabitants will change to solar power as a primary source of energy. It can also decrease the funds and manpower necessary for subsidizing alternate sources of energy, thus reducing the costs of reaching the sustainable energy goals set by the Dutch government.

    For solar power it can help in decreasing the costs and improving the efficiency of the installations. Take for example my own neighborhood. An average house can uphold about 6 till 9 solar panels, while larger installations are relatively cheaper to install. I would love to be able to combine my installation with the neighbors and exchange the energy generated. Current legislation makes that financially unattractive if not impossible, whereas there would be a valid business case for combining our solar energy systems under a different regulatory framework.

    Similar cases are abundant all through the Netherlands, not only for rooftop solar PV installations, but also for the production of biogas or heat recovery from waste water treatment. Adjusting the regulatory framework would also open up opportunities for other technologies like using the heat generated by roads or datacenters to cool and warm our buildings.

    Due to the current regulatory framework for energy those types of innovation need subsidy way to long and large scale application is pushed to the future setting Dutch companies on a disadvantage in the international market.

    Conclusion
    What can we learn from the above? I think the best lesson to be learned is that it’s time to shift pardigm. With sustainable energy becoming competitive with fossil energy (despite existing subsidies and tax breaks for fossil fuel) there are chances for both Dutch government, society and entrepreneurs if we can apply lessons learned from other policy fields to sustainable energy.

    For example the government could increase the amount of sustainable energy produced by variating the amount of energy tax paid for sustainable energy and fossil energy. The downside of this policy is that part of the benefit will go to foreign producers of sustainable energy and not towards more sustainable energy production in The Netherlands.

    Changing the energy tax system in such a way that no energy tax has to be paid on energy produced by your own solar panels, windturbine or part of the solar road, does have a lot of potential to increase sustainable energy production in The Netherlands. It will bring possibilities to rationalize the decision to invest for consumers. Combining solar installations with your neighbors, using noise barriers next to highways for large scale solar pv installations (like Solar Green Point is promoting) or using heat collected from highways to keep buildings warm in the winter and cool in the summer.

    To speed up the development even further and to yield some of the financial benefits the government could use part of the profits from oil and gas production for co-investing in sustainable energy production. Like some local government are already doing.

    This way the government gets more than a double dividend. The first benefit will be that the amount of necessary subsidies for sustainable energy can be reduced. The subsidy can be focused on innovative technologies, like tidal power or offshore wind. Dutch government will get a growing revenue base from investments in sustainable energy production to compensate for the expected downward trends in energy taxes. The governmentbudget can be safeguarded even more if existing tax breaks and subsidies for fossil fuels are removed or decreased, like Maria van der Hoeven executive director of the International Energy Agency calls upon.

    For investors and entrepreneurs in sustainable energy the co-investment from the Dutch government acts as an assurance that Dutch policy won’t change overnight, just like the current investments by EBN in oil and gas do for fossil fuel companies.

    This post was originally written for and published at TEDxBinnenhof with the support of Ivo Stroeken and Max Herold.

  • Meerkosten van overschakeling op duurzame energie 400 pond per persoon per jaar

    De kosten voor overschakeling naar een duurzaam energiesysteem kost het Verenigd Koninkrijk 5.000 pond per inwoner per jaar. Dat blijkt uit berekeningen van Professor David MacKay, auteur van Sustainable energy, without the hot air. Dat is een kleine 400 pond meer dan doorgaan op de huidige weg met fossiele energie, maar goedkoper dan het scenario met meer CO2 afvang en opslag (CCS) en hogere inzet van biomassa. Het laatste scenario met meer kernenergie komt als duurste uit de bus in het Verenigd Koninkrijk.

    Dat laatste mag geen verrassing zijn voor wie het rapport van City Bank of de rapporten over de negatieve leercurve van kernenergie gelezen heeft (dat betekent dat nieuwe centrales duurder zijn dan oudere, alsof je nieuwe pc dezelfde prestatie levert tegen een hogere prijs dan de huidige). Ook de ontwikkelingen bij Delta zeggen voldoende over de commerciële haalbaarheid van kernenergie. Zoals Jonathan Porritt al zei in zijn afscheidsinterview kernenergie komt niet van de grond zonder staatssteun.

    Het scenario dat inzet op biomassa en CCS kent twee uitdagingen. Ten eerste de beschikbaarheid van voldoende duurzaam geproduceerde biomassa voor energieopwekking (die daarmee dus niet voor andere doeleinden beschikbaar is). Ten tweede is het nodig om CCS succesvol op commerciële schaal toe te gaan passen. Wat bij de huidige CO2 prijzen op z’n zachtst gezegd een uitdaging is.

    In bovenstaande berekeningen zijn de externe kosten van fossiele energie buiten beschouwing gelaten. Volgens verschillende rapporten zijn die aanzienlijk, al hangt het natuurlijk af van de invulling van duurzame energie of dat voordelen oplevert. Zo zal de luchtkwaliteit niet noemenswaardig verbeteren als je kolen en gas vervangt door biomassa. Volgens de Stern Review zijn de kosten van klimaatverandering per Brit 6.500 pond per jaar. Met een meerprijs van 400 pond per Brit voor duurzame energie lijkt dat me een uitermate rendabele investering… Met als bijkomend voordeel dat het opwekken van decentrale energie en het realiseren van energiebesparing vrij lastig te importeren is, waardoor het lokale werkgelegenheid oplevert.

    Nederland

    Ervan uitgaande dat het Verenigd Koninkrijk en Nederland redelijk vergelijkbaar zijn (met dien verstande dat het VK nog meer laaghangend fruit heeft dan Nederland) biedt bovenstaande berekening een mooi startpunt voor Nederland. In Nederland is daarvoor het Energietransitiemodel ontwikkeld. Daarmee kun je ook verschillende scenario’s doorrekenen, zoals bijvoorbeeld het scenario dat ontwikkeld is door Nederland krijgt nieuwe energie van het Duurzaamheidsoverleg Politieke Partijen. Toch zou ik er de voorkeur aan geven om het model van MacKay om te planten naar Nederland. Al was het maar omdat MacKay ook werkt aan de toevoeging van zaken als kostenvergelijkingen tussen scenario’s en het effect op luchtkwaliteit. Daarnaast vind ik de toelichting bij de scenario’s van de 2050 Pathway Calculator begrijpelijker en gedetailleerder.

  • Revolutie met recht

    In Revolutie met Recht neemt Roger Cox een behoorlijke uitgebreide aanloop om te betogen dat de rechterlijke macht ons laatst overgebleven redmiddel is om te zorgen dat maatregelen tegen klimaatverandering genomen gaan worden. De vraag die mij bekruipt na het lezen van het boek is waarom je zoveel tijd (5 jaar) steekt in het schrijven van een boek, als je in die tijd ook de gewenste rechterlijke uitspraak had kunnen krijgen? Buiten dat zitten er nog wat zaken in het boek waar ik me niet in kan vinden, maar eerst kort de inhoud.

    Deel 1: Energie en oliekrimp

    In het eerste deel van het boek gaat Cox uitgebreid in op de manieren waarop onze maatschappij van olie afhankelijk is en de wijze waarop oliemaatschappijen de afgelopen anderhalve eeuw gesteund zijn door de overheid. En passant komt ook de macht van de financiële sector voorbij, de voedselcrisis (eigenlijk vooral ook een oliecrisis in de ogen van Cox) en de ontaarding van grote multinationals.

    Op basis van de theorieën van peak oil betoogt Roger Cox dat het einde van goedkope energie voorbij is en dat dat ingrijpende gevolgen gaat hebben voor de Westerse samenlevingen. Voor een groot deel van onze welvaart zijn we tenslotte afhankelijk van goedkope olie. Of het nu gaat om goedkoop transport van voedsel dat van over de hele wereld hier naar toe wordt gesleept of om de verwarming van ons huis. Cox voorspelt dan ook dat energiearmoede een groeiend probleem gaat worden, een standpunt dat onder andere Hans Verbeek ook regelmatig uitdraagt op zijn weblog. Energie armoede is een probleem dat in Nederland nog maar weinig aandacht krijgt in de media, al zijn er wel woningbouwcorporaties en gemeenten die inzien dat veel van het armoedebeleid en welzijnswerk zinloos is als de stijgende energierekening niet wordt ingedamd.

    Cox rekent ook voor dat investeringen in duurzame energie slechts beperkt soelaas zullen bieden. Deze investeringen vergen tenslotte geld, wat de teruggang in eerste instantie enkel verergert. Alle Europese landen zijn al fors aan het bezuinigingen geslagen om de gevolgen van de bankencrisis uit 2008 te bestrijden. Extra uitgaven voor duurzame energie zullen een nog grotere bezuiniging op andere gebieden vergen.

    Deel 2: Klimaatverandering als stresstest

    In klimaatverandering als stresstest gaat Cox in op de stijgende kosten van energie. Vooral beredeneert vanuit peak oil betoogt hij dat het tijd wordt om werk te gaan maken van emissieloze energieopwekking, kortere distributielijnen en andere brandstoffen dan olie voor transport.

    Cox beschrijft ook hoe de zekerheden die het IPCC koppelt aan door de mens veroorzaakte klimaatverandering zich verhouden tot jurisprudentie in eerdere zaken over milieu- en gezondheidsproblemen. Hij gaat met name in op asbest, waarvan het effect op de menselijke gezondheid nog niet onomstotelijk vast stond op het moment dat de rechter van mening was dat bedrijven aansprakelijk waren voor ontstane gezondheidsschade.

    Terecht betoogt Cox in dit deel van het boek ook dat veel markten zich in het verleden enkel hebben kunnen ontwikkelen door sturing van de overheid. Het huidige paradigma binnen de overheid met haar focus op privatiseren, dereguleren en liberaliseren lijkt daar blind voor. Zoals ook de bestaande ondersteuningsmaatregelen voor fossiele energiewinning niet meer als subsidie herkend worden.

    Deel 3: Het falen van de democratie

    In het derde deel beschrijft Cox hoe de invloed van lobbyisten, media en geld ervoor zorgt dat het democratisch proces niet tot het door hem gewenste eindresultaat komt. In dit deel toont zich naar mijn mening het duidelijkst de beperking van simplificerende theorieën. Want aan de ene kant ben ik een consument die niet in staat zou zijn om te kiezen voor duurzaam. Want geld kan niet van de een op de andere dag weg van je huidige bank naar een duurzame bank en Nederland kan niet in een keer massaal overstappen op duurzame energie. De reden daarvoor ligt volgens Cox in een beperkt aanbod aan duurzame banken en duurzame energie.

    Deel 4: Revolutie met recht

    In het laatste deel betoogt Roger Cox dat er kansen zijn om nationale overheden via het Europees Hof van Justitie te dwingen tot een stringenter klimaatbeleid. Een van de bouwstenen van zijn betoog is de uitspraak uit de VS waarin het oordeel luidde dat CO2 een vervuilende stof is, waar de EPA (het Amerikaans milieuagentschap) maatregelen tegen moet nemen.

    Mijn commentaar op Revoluite met recht

    Op een aantal fronten wordt ik een beetje moe van betogen als die van Roger Cox. In de eerste plaats wordt ik moedeloos van mensen die menen dat het hele complex aan uitdagingen dat er voor ons ligt terug te voeren valt op een of twee problemen. Of dat nu gaat om energie en klimaat (zoals Roger Cox doet) of om de islam (zoals de PVV doet). Naar mijn mening los je complexe problemen niet op door simplistische reducties. Zoals ik al eerder heb betoogd gaat de milieuproblematiek om veel meer dan enkel klimaatverandering en gaat de sociale problematiek waar we voor staan om veel meer dan enkel toenemende energieschaarste of stijgende energieprijzen. Uiteraard zijn er slimme beleidsmaatregelen mogelijk die ervoor zorgen dat je meerdere problemen tegelijk aanpakt. We leven tenslotte in een second best world en die vraagt om second best solutions.

    Voor wat betreft de stelling van Roger Cox dat consumenten niet massaal over kunnen stappen op duurzame banken en/of duurzame energie denk ik dat dat er al heel wat banken zijn die sinds 2007 hebben ontdekt dat een bankrun nog nooit zo makkelijk is geweest als nu. Een paar klikken met je muis en je geld staat bij een andere bank. Voor andere banken is dat gemak een groot probleem. Konden ze vroeger nog zien dat er een bankrun plaatsvond (rijen bij de concurrent) nu gebeurt het grotendeels onzichtbaar. Zodra een bankrun of bankencrisis in de lucht hangt droogt de interbancaire markt dus pijlsnel op en kunnen banken enkel nog bij de Europese Centrale Bank terecht.

    Wat duurzame energie betreft heb ik nog niet gehoord dat er energiebedrijven zijn die wachtlijsten hanteren voor nieuwe klanten. Mocht dat wel zo zijn dan hebben Nederlanders met een eigen huis nog de mogelijkheid om zelf duurzame energie op te gaan wekken. Voor zover ik weet hanteren installateurs nog geen quota of wachtlijsten als je zonnepanelen of urban windmolens besteld. Mocht je bang zijn dat zonnepanelen duurder zijn dan je huidige elektriciteitsrekening, dan zijn er inmiddels zelfs installateurs die daar een oplossing voor aanbieden.

    Klimaatbeleid via de rechtbank

    Het is naar mijn mening de vraag of het betoog van Roger Cox in de praktijk stand houdt voor een rechter. De Europese Unie en de Europese lidstaten nemen maatregelen om CO2 emissies te reduceren en de effecten van klimaatverandering tegen te gaan. Een rechtszaak binnen de EU zal dus anders dan in de VS gaan over de vraag of het gevoerde beleid effectief is. Het antwoord daarop zal denk ik minder zwart wit zijn dan we vanuit Nederlands perspectief denken.

    Wanneer we kijken naar het streven naar een emissieloze energievoorziening dan zijn er landen die een uitermate effectief beleid hebben. Landen als Denemarken, Duitsland, Spanje en Zweden halen hun elektriciteit voor een groot deel uit hernieuwbare en emissieloze bronnen. Nederland bungelt samen met Groot Brittannië en Malta al jaren in de staart van de lijst, alle inspanningen rond energietransitie MEP, SDE en SDE+ ten spijt. Ik vraag me af waarom je de Europese rechter nodig hebt om daar een eind aan te maken.

    Cox lijkt ook te geloven dat de Europese rechter als een held en verlosser zal worden binnengehaald. Dat een uitspraak te faveure van een stringenter klimaatbeleid zal leiden tot een hernieuwd geloof in de Europese instituties, lokale democratie en een kleinere afstand tussen politiek en burger. Ik waag dat te betwijfelen. Zoals Cox zelf ook betoogd leiden forsere inspanningen voor het omschakelen naar hernieuwbare en emissieloze energievormen tot forse investeringen nu, waardoor bezuinigingen op andere terreinen en vervroegde afschrijvingen op bestaande installaties nodig worden. Zowel de bezuinigingen als de vervroegde afschrijvingen zullen de nodige pijn geven bij burgers, maar ook bij banken en pensioenfondsen die de waarde van hun investeringen zien teruglopen. Juist op een moment dat hun reserves toch al fors onder druk staan.

    Het is naar mijn mening ook zeer de vraag of de kloof tussen burger en overheid kleiner wordt als de democratie onder curatele van de rechtbank wordt geplaatst, zoals Roger Cox terloops voorstelt. Naar zijn mening is klimaatverandering urgent genoeg om dat te doen. Daarmee voegt Cox klimaatverandering in het rijtje bankencrisis en eurocrisis, waarvoor hetzelfde wordt beweert door banken en beleggers. In mijn ogen geen aanbeveling. Bovendien is de PVV een van de partijen die het hardnekkigst tegen het voeren van milieubeleid is. Dat is nu ook net de partij die tijdens het proces tegen Wilders zeer effectief is gebleken in het in twijfel trekken van de onpartijdigheid van de rechterlijke macht. Een uitspraak pro klimaatbeleid gaat PVV stemmers echt niet overtuigen van het nut van Europa of de onpartijdigheid van de rechterlijke macht.

  • Leesvoer in aanloop naar de Nacht & Dag van de Duurzaamheid

    Donderdag en vrijdag organiseert Urgenda voor de derde keer de Nacht & de Dag van de duurzaamheid. Voor degene die nog wat tijd over hebben ter voorbereiding een aantal online leestips.

    Om te beginnen De Duurzame 100 van Trouw met daarin veel inspirerende voorbeelden van mensen die het verschil maken, maar ook aandacht voor de hindernissen en de notie dat je voor milieu in Europa moet zijn.

    Voor degene die geen moeite hebben met Engels is de column Here comes the sun van Paul Krugman in The New York Times interessant. Kern van zijn verhaal Climate Progress het verwoord Only Politics Can Delay “an Energy Transformation, Driven by the Rapidly Falling Cost of Solar Power”’. Een van de onderwerpen in de column van Paul Krugman is de hindermacht vanuit de sunset sectoren. Een onderwerp dat je ook kunt terugvinden in het essay Klompen in de machinerie van Jan Paul van Soest. Hamlett in duurzame innovaties van Hans Wiltink en Jan Paul van Soest gaat in op de oorzaken van het achterblijven van duurzame innovaties in Nederland. Een ander interessant stuk is Staat van de Energietransitie van Jan Rotmans.

    Voor wie na al dit leesvoer weer wat positieve doe energie ten toon wil spreiden: Spring over en ga naar de Nacht van de Duurzaamheid! Of organiseer een activiteit tijdens de Dag van de Duurzaamheid.

    Ik ga zelf de Nacht van de Duurzaamheid missen, omdat ik thuis op mijn dochter pas. Er zullen wel collega’s aanwezig zijn bij de Nacht van de Duurzaamheid. Tijdens de Dag van de Duurzaamheid kun je me vinden bij de duurzame activiteiten bij het hoofdkantoor van Strukton in Utrecht. Een aantal collega’s neemt deel aan het congres Nieuwe Energie in bestaande bouw in Zwolle.

  • Waarom ik niet naar het 1ste FD energiedebat ga

    Op 28 september organiseert het FD samen E.On het eerste FD Energiedebat. Daarin staat de rol van de energie-intensieve industrie centraal. Met als centrale stelling: Hoe kun je grootverbruikers verduurzamen met behoud van hun concurrentiepositie? Op zich een interessant thema, waar ik me in mijn vorige baan veelvuldig mee heb beziggehouden.

    Op BNR wordt al weken, zo niet maanden, reclame gemaakt voor het debat met een schreeuwerig reclamespotje. De cliffhanger van het spotje luidt ongeveer:

    Kunnen we wachten tot de industrie haar productieproces heeft verduurzaamt? Of kiezen we een radicalere optie? Een industrie op kernenergie?

    In zoveel ongeïnformeerdheid heb ik geen behoefte. Verduurzaming van de industrie lijkt in het spotje puur te draaien om het overschakelen van de industrie op duurzame energie, terwijl bij verduurzamen nog wel wat meer zaken komen kijken. Zelfs als je enkel naar de planet kant kijkt… Daarnaast heeft de Nederlandse industrie de afgelopen decennia grote stappen gemaakt als het gaat om het terugdringen van milieu-onvriendelijke emissies naar bodem, water en atmosfeer. De kreet wachten tot de industrie haar productieprocessen verduurzaamd doet geen recht aan die resultaten. In de Kamerbrief ‘Milieubeleid industrie na afronding milieuconvenanten‘ schreef VROM hier in 2010 over:

    In de jaren »90 heeft het Rijk met elf bedrijfstakken en het IPO en de VNG milieuconvenanten afgesloten met ambitieuze doelen om de industriële milieubelasting per 2010 te decimeren ten opzichte van 1985. Deze doelen zijn grotendeels gehaald en de milieuconvenanten zijn dan ook succesvol geweest. Zo zijn voor 18 van 31 prioritaire stoffen de convenantsdoelen voor de luchtemissies voor 2010 gehaald, met reducties van 80–90% ten opzichte van 1985. Ook de emissies naar het oppervlaktewater zijn sterk verminderd, wat heeft bijgedragen aan een veel betere waterkwaliteit. Alleen bij specifieke bronnen is op grond van de Kaderrichtlijn Water nog een verdere reductie van PAK’s3 en zware metalen nodig. De externe veiligheid van de industrie is goed geregeld, het industrielawaai is  beperkt, het aanbod van industrieel afval is teruggedrongen, het industrieel grondwatergebruik is verminderd en er is aandacht voor bodemsanering en bodembescherming en milieuzorg.

    De energiesector heeft ook aan bijgedragen aan het verminderen van de vervuilende emissies. Wat veel moeilijker blijkt is het halen van de doelstellingen voor het omschakelen naar hernieuwbare en duurzame energie door de energiesector. Dat was een uitdaging toen de energiebedrijven nog in handen van gemeenten en provincies waren, en dat is het nog steeds. De laatste schatting van het PBL die ik een paar weken geleden langs zag komen sprak van 12% in 2020 (iets onder de Europese doelstelling voor Nederland van 14%). Een energie-intensieve industrie op kernenergie is niet radicaal, dat is een oude koe uit de sloot trekken. Een die onze voorouders voor ogen stond nog voordat ze aardgas vonden.

    Een radicale en eigentijdse optie is in mijn ogen een energie-intensieve industrie op duurzame energie. Zoals bijvoorbeeld het Duurzaam Arrangement AkzoNobel en Nyrstar (DAAN) beoogt. Of de voorstellen voor vergroening van de basislast en grootverbruik. Voor de lezer die wel gaat: breng het gerust in en hou scherp wat er bedoeld wordt met duurzaam. Gaat dat enkel om de energievoorziening voor de energie-intensieve industrie, of gaat het om het duurzaam maken van de productieprocessen van de energie-intensieve industrie? In het eerste geval is de vraag namelijk of we wel kunnen wachten tot de energiebedrijven dat voor elkaar hebben.