Toezichthouder: Duitsland kan helft kolencentrales sluiten voor 2030

Duitsland kan de helft van haar kolencentrales voor 2030 sluiten, zonder problemen voor de leveringszekerheid. Dat is de conclusie die de Duitse toezichthouder op het elektriciteitsnetwerk trekt. Voorwaarde is wel dat de geplande gascentrales volgens planning in gebruik genomen worden en dat de uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk (met name het hoogspanningsnet) afgerond worden. De topman van de Duitse energietoezichthouder (Bundesnetzagentur) geeft ook aan dat de oplopende kosten voor netstabiliteit waarschijnlijk worden veroorzaakt door het achterblijven van de netwerkcapaciteit.

Duitsland streeft naar 65% groene stroom in 2030 en wil eind 2018 plannen bekend maken voor het stoppen met kolen in de elektriciteitsvoorziening.

Link via Kees van der Leun.

Open waanlink

Dit bericht is eerder gepubliceerd als waanlink op Sargasso.

Gastbijdrage: Duitslands elektriciteitsconsumptie in 2017

ANALYSE – Gebaseerd op voorlopige cijfers voor 2017 is de productie van groene stroom in Duitsland met een recordhoeveelheid gegroeid. De productie van kolenstroom daalde ook merkbaar, terwijl de hoeveelheid kernenergie afnam en de stroomexport recordhoogte bereikte. Maar één groot nieuwswaardig feit wordt mogelijk over het hoofd gezien tussen alle nieuwe records. Craig Morris duikt in de cijfers.

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
Sage-Exon-10
Duitsland haalt zijn duurzame energie doelstelling voor 2020 drie jaar eerder (Foto door Usein, edited, CC BY-SA 1.0)

De productie van groene stroom is harder gegroeid dan de productie van kernenergie is gedaald sinds in 2003 de eerste kernreactor werd stilgelegd als onderdeel van Duitslands nucleaire uitfasering. De productie van kolenstroom – zowel van bruin- als van steenkool – is ook gedaald. Toch zijn de lichten in Duitsland aangebleven.

duurzame_energie_en_export_2003-2017

De Duitse export van elektriciteit bedroeg 53 TWh, voor het vijfde jaar op rij een record. De netto export van elektriciteit biedt ruimte aan conventionele elektriciteitscentrales (kolen, gas en kern). Groene stroom heeft voorrang op het Duitse netwerk, wat betekent dat groene stroom geconsumeerd wordt voor conventionele stroom. Meer specifiek reageren windenergie en zonne-energie op het weer, niet op vraag naar elektriciteit. Dat betekent dat buitenlandse vraag de elektriciteitsproductie van deze bronnen niet kan vergroten.

Duitse_stroom_balans_1990-2016
Foto via CleanEnergyWire

De stroomproductie van gascentrales is in 2017 weer een beetje gegroeid, daarmee is de totale elektriciteitsproductie van gascentrales met een kwart gegroeid sinds 2013. De elektriciteitsproductie van steenkolen is in dezelfde periode met een kwart gedaald. De stroomproductie van bruinkoolcentrales daalde slechts 8%, omdat groene stroom deze centrales nog niet dwingt om hun productie veel te verlagen.

Kernenergie

De productie van kernenergie daalde met bijna 11% in 2017. Eind december werd er een reactor gesloten, maar dat veroorzaakte slechts een kleine daling. Een grotere factor was de verlengde stop van Brokdorf, een kernreactor die vorig jaar geschiedenis schreef doordat het de eerste kernreactor was die specifiek sloot vanwege schade veroorzaakt door de elektriciteitsproductie actief te variëren op basis van de vraag naar stroom. Andere kernreactors, zoals de Franse Civaux, hebben ook moeilijkheden gekend door de productie te variëren op basis van de vraag naar stroom, maar het op- en afregelen van de elektriciteitsproductie was nooit eerder zo helder benoemd als oorzaak van problemen bij een andere kernreactor.

Stroom_productie_duitse_kerncentrales
Elektriciteitsproductie van alle 8 overgebleven kerncentrales in 2017. Het wegvallen van Brokdorf van begin februari tot eind juli verminderde de productie aanzienlijk. (via Fraunhofer ISE)

Groei groene stroom

De toename van groene stroom met 29 TWh in 2017 betekent een nieuw jaarrecord. De groei staat gelijk aan zo’n 5% van de Duitse stroomvraag. Als de Duitse groene stroomproductie in dit tempo blijft doorgroeien zou het theoretisch mogelijk zijn om in 20 jaar van 0% op 100% groene stroom uit te komen.

Alleen begon Duitsland in 2017 niet vanaf 0% groene stroom, maar vanaf ongeveer 30% (inclusief export). Dat steeg afgelopen jaar naar 33%. Belangrijker is dat de doelstelling voor 2020 35% van de elektriciteitsvraag is (exclusief export). Vorig jaar bereikte Duitsland 36,5% hernieuwbare elektriciteit, op basis van de elektriciteitsvraag (exclusief export). Duitsland heeft zijn doelstelling voor 2020 dus 3 jaar eerder gehaald.

duitse_stroom_productie_naar_bron_2017

Als Duitsland door zou gaan met het toevoegen van 5% hernieuwbare stroom per jaar dan zou het in slechts 13 jaar op 100% (in 2030) uitkomen op 100%. Maar deze groei zal de komende jaren stagneren. De overheid is recent overgeschakeld op veilingen om de toekomstige groei te beheersen: het volume dat geveild wordt is beperkt, en de tijd voor realisatie van de projecten is royaal. Dit jaar is misschien nog niet zo slecht, maar de windsector valt naar verwachting stil in 2019 en 2020, omdat veel van de recent geveilde projecten tot 2021 en 2022 hebben om het project te realiseren. Het aandeel groene stroom in 2020 zou daarom wel eens weinig af kunnen wijken van het aandeel groene stroom in 2017.

Technische beperkingen zijn een belangrijke reden voor deze vertraging: een aandeel groene stroom van 100% (of zelfs van 50%) is niet triviaal. Basislast centrales zullen volledig moeten verdwijnen terwijl er tegelijkertijd voldoende flexibele capaciteit beschikbaar moet blijven. Brancheorganisatie BDEW roept daarom op om meer nieuwe gas turbines te bouwen (in het Duits), en bedrijven zoals Uniper (voormalig Eon) onderzoekt momenteel haar mogelijkheden (in het Duits). Dat doen ook gemeentelijke energiebedrijven, zoals dat van Cottbus die recentelijk plannen aankondigde om over te schakelen van lokaal geproduceerd bruinkool naar gas (in het Duits). Tussen al het nieuws over records in duurzame elektriciteitsproductie en elektriciteitsexport verdient dit kleine nieuws item meer aandacht: een gemeentelijk energiebedrijf in een van Duitslands drie grootste bruinkoolmijngebieden (Lausitz) schakelt over op gas.

100% groene stroom?

Misschien wel het hipste nieuwsbericht kwam juist na de jaarwisseling, toen het nieuwe Duitse handelsplatform (SMARD) voor elektriciteit liet zien dat een korte tijd ruwweg 100% van de elektriciteitsvraag door groene stroom werd geleverd. In de grafiek van de website hieronder valt de rode lijn (de elektriciteitsvraag) over de top van het blauwe gebied dat het aanbod aan windenergie weergeeft, met de andere hernieuwbare energiebronnen eronder. De vraag naar elektriciteit was laag en de productie van windenergie hoog vanaf ongeveer 4 uur ’s nachts tot 6 uur ’s ochtends op 1 januari. De andere twee belangrijke elektriciteitsmarkt visualisaties – de Agorameter en Energy-Charts.de – tonen een aandeel groene stroom dat dichter bij 90% ligt. Het verschil wordt veroorzaakt door verschillen in de schattingen. Eerdere keren dat geclaimd werd dat Duitsland 100% hernieuwbare stroom produceerde bleken overschattingen te zijn (lees ook dit), maar misschien is dit nieuwe platform betrouwbaarder en had Duitsland werkelijk 2 uur lang 100% duurzame stroom.

SMARD_Grafik__-20180101_20180101

In ieder geval was 2017 een goed jaar voor hernieuwbare energie in Duitsland, en 2018 is goed van start gegaan.

Craig Morris (@PPchef) is redacteur van Global Energy Transition. Hij is medeauteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van Duitsland’s Energiewende, en is momenteel Senior Fellow bij IASS.

Dit artikel is eerder verschenen op Global Energy Transition en met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso door Krispijn Beek.

Gastbijdrage: Duitsland mijlenver verwijderd van CO2 reductiedoelstelling voor 2020

Een recente studie in opdracht van de Duitse Groenen komt tot de conclusie dat Duitsland weinig kans heeft om de 40% CO2 reductiedoelstelling voor 2020 te halen. Maar als je denkt dat elektriciteitsproductie door kolencentrales het grote probleem zijn, zal je verbaasd zijn over de analyse van Craig Morris.

Niederaussem
Emissies blijven hoog, maar kolen zijn mogelijk niet de boosdoener (foto door Leon Liesener, edited, CC BY-SA 3.0).

Noem het onzinnig – of misschien simpelweg onrealistisch: maar in 2007 stelden Bondskanselier Merkel en toenmalig milieuminister Gabriel een ambitieuze doelstelling vast om de CO2 emissies met 40% te verminderen in 2020 ten opzichte van 1990. Hoe onrealistisch was het?

img1-1_germany_miss_2020_carbon_target

Overweeg in de eerste plaats dat de oorspronkelijk uitfasering van kernenergie in 2002 (teruggedraaid in 2020 en toen weer vastgesteld in 2011) er toe zou leiden dat de meeste kerncentrales in Duitsland in 2020 gesloten zouden zijn. De sluiting van deze CO2 arme energiecentrales zou het enkel moeilijker maken om de CO2 emissies in die jaren te verlagen.

Bovendien wisten we in 2007 nog niet dat hernieuwbare energie zo snel zou groeien. Van 2000 tot 2006 steeg het aandeel groene stroom van 6,6 procent naar 11,2 procent, een groei van minder dan één procentpunt per jaar. Sinds 2006 is dat aandeel twee keer zo hard gegroeid, maar in 2007 was het was nog niet zeker of dit succes zou doorzetten.

End dan was er nog de daling van CO2 emissies. Volgens het Kyoto protocol diende Duitsland in 2012 21 procent minder CO2 uit te stoten, wat nog acht jaar overlaat voor de resterende 19 procent – ruwweg 2,4 procentpunt per jaar. Om dit cijfer in context te plaatsen, de doelstelling voor 2050 is 80% reductie; gemeten vanaf 2012 is dat 1,55 procent per jaar. Dus de korte termijndoelstelling is 50% ambitieuzer dan de lange termijn doelstelling – ondanks de gelijktijdige uitfasering van kernenergie!

Er is een verzachtende factor: de werkelijke emissiereductie in Duitsland naderde in 2012 met 25% veel hoger dan Duitslands Kyoto doelstelling. Dat betekent dat Duitsland in 2020 zijn emissies nog slechts met 15 procentpunt hoefde te verlagen. Maar toch, 15 procent in acht jaar is snel – een derde sneller dan het lange termijn gemiddelde.

Gebaseerd op de uitfasering van kernenergie en de staat van hernieuwbare energie in 2007 ligt het meer voor de hand dat de vermindering van de CO2 uitstoot in de periode 2012-2020 lager zou liggen dan het lange termijn gemiddelde. Misschien dat Merkel en Gabriel dachten dat er voldoende laag hangend fruit was om succes te verzekeren. Hoe dan ook schat Arepo Consult in een rapport voor de Groenen (PDF in Duits) dat Duitse CO2 emissies in 2016 met 0,5 procent waren gestegen in 2016.

De harde cijfers voor 2016 zijn nog niet beschikbaar, maar in januari publiceerde het Duitse milieuagentschap UBA de cijfers voor 2015. Een kleine daling van 0,3 procent bracht de totale CO2 reductie t.o.v. 1990 op 27,9%. Duitsland heeft nu nog vijf jaar om de emissies met 12,1% te laten dalen – dat is 2,4 procent per jaar. Sinds 2012 zijn de emissies met slechts 0,5% per jaar gedaald. In dat tempo komt Duitsland dichter bij 32% dan bij 40% in 2020.

Kolen zijn misschien niet eens het grootste probleem

Hou in gedachten dat de emissies van kolencentrales omlaag zijn gegaan. Zowel UBA (PDF persbericht van 20 maart) als Arepo wijzen er op dat de emissies van transport en warmte het probleem zijn. De emissies van de gebouwde omgeving is praktisch gelijk aan de emissie in 1995; voor transport zijn ze gelijk aan het niveau van 1990. Er is duidelijk te weinig voortgang gemaakt in warmte en transport; Duitslands energietransitie blijft een elektriciteitstransitie.

Vluchtelingen zorgden in 2016 voor een stijging van de bevolking van Duitsland met ongeveer 1%. Veel van hen werden tijdelijk gehuisvest in grote, ongeïsoleerde tenten waar hete lucht in werd geblazen – een zeer inefficiënt proces. Dit effect kan echter tijdelijk blijken.

Maar dit tijdelijke effect telt op bij een structureel probleem: Duitsland heft nog niet bedacht hoe ze het tempo van energie-efficiënte gebouw renovaties kan opvoeren. En Berlijn heeft het afgelopen decennium besteed aan het verdedigen van diesel in plaats van elektrische mobiliteit, inclusief openbaar vervoer – om het maar niet te hebben over fietspaden en beloopbare steden.

De auteurs van Arepo hebben duidelijk aanbevelingen: sluit kolencentrales en maak de omslag naar hybride en elektrische mobiliteit, inclusief spoorwegen. Voor de warmtesector bevelen ze “grotere efficiency” aan. Maar hoe? Oproepen om huiseigenaren te dwingen tot geode isolatie en het vervangen van oud olie gestokte verwarmingssystemen door efficiëntere nieuwere (idealiter draaiend op gas of hernieuwbare warmte) worden beantwoord met beschuldigingen van aantasting van eigendomsrecht. Merkel is tegen een snelle uitfasering van kolen vanwege de impact op de betreffende gemeenschappen (bericht in het Duits). En gemeentelijke overheden die gaan over het aanleggen van fietspaden en verbeteren van openbaar vervoer missen de financiële middelen.

We weten allemaal wat de problemen zijn. We hebben zelfs een heleboel oplossingen. De oplossingen geïmplementeerd krijgen – dat is de crux. Om dat voor elkaar te krijgen hebben we sociale, en niet alleen technische, oplossingen nodig. Het Duitse publiek, dat naar verluidt de Energiewende sterk steunt, moet overtuig worden om de juiste stappen te nemen buiten de elektriciteitssector.

Craig Morris (@PPchef) is de hoofdauteur van Global Energy Transition. He is co-auteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van de Duitse Energiewende en hij is momenteel Senior Fellow bij IASS.

Dit artikel is eerder verschenen op Energytransition en is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

Gastbijdrage: Productie hernieuwbare energie stagneert in Duitsland in 2016

ANALYSE – Na de sterke groei in 2015 vertoont het aandeel hernieuwbare energie in Duitsland nauwelijks veranderingen in het afgelopen jaar. Eigenlijk is het meest verrassende de verandering in aardgas. Craig Morris duikt in de cijfers.

2016 liet een stijging van het gasverbruik zien, en weinig voortgang in het aandeel hernieuwbare energie (Foto door Michal Osmenda, edited, CC BY-SA 2.0)

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

De cijfers zijn niet alleen gebaseerd op voorlopige cijfers, maar deels ook op voorspellingen. De AGEB, een groep economen en energie experts die de cijfers opstelde, publiceerde ze namelijk net voor de kerst – voor het jaar ook maar over was. De totale primaire energie consumptie steeg met 1,6%, dat kwam vooral, legt AGEB uit,  door het koudere weer en het schrikkeljaar, wat 0,3% extra tijd toevoegde aan 2016. We hebben de officiële CO2 emissiecijfers nog niet, maar Agora Energiewende schat dat de CO2 emissie van elektriciteitsproductie daalde met 1,6%, doordat het kolenverbruik verder daalde. Tegelijkertijd stijgen de CO2 emissies met 0,9% doordat er te weinig voortgang wordt geboekt in de warmte en transportsectoren (Duits persbericht).

Mix van primaire energie consumptie Duitsland 2016

Een punt om te laten zien hoe groot de aanpassing aan deze voorlopige cijfers kan zijn. Het bericht van vorig jaar over AGEB’s voorlopige cijfers voor 2015 nam aan dat het aandeel hernieuwbare energie tot 32,5% van de binnenlandse energievraag was gestegen. Maar dat cijfer werd in de zomer verlaagd tot 31,5%. En na gematigde groei in 2016 staat de nieuwe voorlopige voorspelling op 32,3% – minder dan vorig werd verwacht. De grafiek hieronder laat het aandeel hernieuwbare energie in de totale productie zien, dat is inclusief het record niveau van export. Het aandeel hernieuwbare energie in de totale productie is lager dan in de binnenlandse vraag enkel omdat Duitsland zoveel elektriciteit exporteert.

Mix van energieproductie in Duitsland voor 2016

Ondanks de stilstand op de biogas markt, nam de elektriciteitsproductie van bioenergie toe. Biogas units kunnen elektriciteit leveren op afroep en zijn dus minder afhankelijk van het weer. Zonne-energie is zeer afhankelijk van het weer en produceerde minder elektriciteit dan in 2015, ook al was er een lichte stijging in geïnstalleerd vermogen. Blijkbaar was 2016 simpelweg minder zonnig dan 2015. Zulke fluctuaties zullen niet weg gaan; we zullen er mee moeten leren leven in een toekomst die grotendeels op de zon gebaseerd is. En dan was er nog de terugval in windenergie. Na 70,9 TWh in 2015 viel de productie van wind op land vorig jaar terug naar 66,8 TWh, ook al was er een sterke stijging van het aantal nieuw geïnstalleerde windmolens.

Dubbele aanpassingen

Maar deze uitkomst is zelfs slechter vanuit het gezichtspunt van vorig jaar januari, toen de AGEP voor wind (op land en op zee) 85,4 TWh noteerde, een getal dat de Duitse wind energie associatie BWE nog steeds gebruikt in zijn meest recente persbericht (Duitstalig). In feite heeft AGEB dit getal in de zomer van 2016 verlaagd naar 79,1 TWh.

Waarom zijn de cijfers voor 2015 naar beneden bijgesteld? In de basis komt dit doordat de ‘live’ data (die in feite gebaseerd zijn op een combinatie van berekenen en schatten) die Entso-e (het Europese samenwerkingsverband van netwerkbeheerders) rapporteert slechts zo’n 90% van de elektriciteitsproductie dekt (zie ook dit rapport). Websites zoals de Agorameter en Fraunhofer’s Energy Charts maken gebruik van de data van Entso-e en stellen hun berekeningen naar boven bij om het gat te vullen (net als AGEB). Maar toen begon ook Entso-e deze aanpassing te maken – blijkbaar zonder dit aan iemand te vertellen. Agora, Fraunhofer en AGEB voegde hun eigen correctie toe aan die van Entso-e, waardoor hun schattingen kort gezegd te hoog werden.

De elektriciteitsproductie voor wind op land en op zee staat voor 2016 voorlopig op 79,8 TWh, slechts 1% hoger dan de gecorrigeerde elektriciteitsproductie voor 2015. De sterke groei van de elektriciteitsproductie door wind op zee compenseerde de lagere productie van wind op land, vooral doordat Bard 1, een windpark van 400 MW, van januari tot oktober 2015 stil laag (Duitstalig verslag) maar goed draaide in 2016.

Focus moet verschuiven van kolen naar olie & gas

De grootste veranderingen in het energieaanbod hebben betrekking op aardgas en kernenergie. Het aandeel van gas in de elektriciteitsproductie steeg deels doordat de gasprijs in 2015 inzakte en laag bleef in 2016 (zie figuur 4.2 in deze pdf). AGEB schrijft ook dat de vraag naar warmte steeg doordat het weer kouder was, en gas is goed voor ongeveer de helft van de ruimteverwarming in Duitsland.

Elektriciteitsproductie van steenkool en bruinkool daalde met 0,7%. Sins het niveau in 2007 (voor de economische crisis) is de elektriciteitsproductie van kolen met zo’n 12,5% gedaald – bovenop de halvering van kernenergie. Tegelijkertijd is de export van elektriciteit met 55,5 TWh tot  record hoogte gestegen, dit staat gelijk aan 9% van de totale productie. Agora wijst er op dat Duitse kolencentrales gered worden door de export (Duitstalig), want kolencentrales zijn in toenemende mate niet meer nodig om in de binnenlandse vraag naar elektriciteit te voorzien, zie mijn artikel uit 2013 voor een verklaring.

Kernenergie lag lager door twee oorzaken. Ten eerste sloot in 2015 Grafenrheinfeld nog tot mei in gebruik, en ten tweede lagen verschillende kerncentrales in april en mei om diverse redenen, waaronder veiligheidsproblemen en lekkages, stil. Duitsland heeft momenteel 8 kerncentrales in gebruik.

Nuclear power generation by month in 2016, showing the downturn in April and May. (Source: Fraunhofer ISE)

Het oliegebruik blijft onveranderd op 34% van de totale vraag, dat is meer dan bruinkool en steenkool gecombineerd. Had ik al gezegd dat er meer aandacht besteed moet worden aan de warmte- en transportsectoren?

Craig Morris (@PPchef) is de hoofdauteur van Global Energy Transition. He is co-auteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van de Duitse Energiewende, en hij is momenteel Senior Fellow bij IASS.

Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

Bijeenkomsten met Craig Morris over Energy Democracy

Energy Democracy“, is het nieuwe boek van Craig Morris, en Arne Jungjohann. Op Twitter zijn zij bekend als @PPchef en @Arne_JJ, en via de blog @EnergiewendeGER.

Dit boek vertelt het verhaal van de Duitse “Energiewende”, en een drijvende kracht erachter is het concept “Energie Democratie”.   Er is bij burgers een behoefte om mee te praten over het energie systeem. De transitie voor het klimaat is een kans daar vorm aan te geven.

In de week van 14 tot 18 november 2016 komt Craig Morris in Nederland en België, voor zeven bijeenkomsten. Zouden wij in Nederland kunnen leren van de ervaringen van de duitse Energiewende?  Hebben ook wij een behoefte aan “Energie Democratie”? Willen Nederlandse burgers ook meer controle over de energie? Zie hier de lijst van bijeenkomsten.

Op woensdag 16 november is hij te gast bij Impact Hub Rotterdam.

Craig Morris kan goed vertellen over de Duitse Energiewende.  Dit is de aanzet voor een discussie met een panel van mensen die middenin de Nederlandse Energietransitie staan.  En met zo’n thema komt ook het publiek natuurlijk aan het woord. De voertaal zal Engels zijn.

Je bent van harte welkom! Meer informatie op de site van Impact Hub Rotterdam. Informatie over andere bijeenkomsten vind je hier.

Een Nederlands voorproefje van de analyses van Craig Morris vind je op Sargasso of hier. Ook de MOOC van Craig Morris in samenwerking met IASS Potsdam is de moeite waard om te bekijken:

Energy democracy

n. [ɛnərdʒi dɪmɑkrəsi]

1) when citizens and communities can make their own energy, even when it hurts energycorporations financially;

2) something currently mainly pursued in Denmark and Germany but that can spread around the world during the current window of opportunity;

3) the most often overlooked benefit of distributed renewables in the fight against climate change;

4) something to fight for as the path to better quality of life with stronger communities and better personal relationships.

Gastbijdrage: Staat Franse kernenergie onder druk… van Duitse hernieuwbare energie?

Eind mei zorgden stakingen voor een verlaging van de productie van kernenergie in Frankrijk. Toch legden een paar weken eerder, zonder stakingen, meer kerncentrales die de productie stil. Duitse en Europese hernieuwbare elektriciteit kunnen een van de redenen zijn geweest voor Frankrijk om zoveel kerncentrales in dat weekend stil te leggen. Gelet op de discussie die de vorige vertaling over kernenergie en energietransitie opleverde, leek het me goed om deze nieuwe analyse van Craig Morris ook te vertalen.

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
AKW_Paluel_01
Op 31 maart ontsnapte de kerncentrale Paluel 2 ‘ maar net aan een catastrofe,’ aldus Le Parisien. (Foto door Bodoklecksel, modified, CC BY-SA 3.0)

De kerncentrale Paluel 2 “ontsnapte maar net aan een catastrofe,” zoals Le Parisien het stelde, op 31 maart. (Photo by Bodoklecksel, modfied, CC BY-SA 3.0)

Het nieuws was wat lastig te begrijpen. Reuters meldde bijvoorbeeld dat de stakingen van de vakbond op 26 mei slechts ‘19 kerncentrales’ zouden treffen. Om preciezer te zijn, Frankrijk heeft 58 kernreactoren op 19 locaties. Het verschil tussen deze cijfers is belangrijk als we willen begrijpen wat het betekent dat negen reactoren die dag stilgelegd zijn vanwege de stakingen. Dat betekent dat minder dan een zesde van de reactoren geraakt werden door de stakingen en niet bijna de helft. Stakingen zijn relevant voor nucleaire veiligheid. Mark Hertsgaard schreef al in 1983 dat kerncentrales

Must be designed to sidestep labor-management antagonisms,

Aan de ander kant schroefde 33 van Frankrijks kernreactoren de productie op 26 mei terug of lagen zelfs helemaal stil. Toch was de situatie op donderdag 26 mei niet zo zwaar voor Franse kerncentrales als op zondag 15 mei, al kreeg die laatste dag veel minder aandacht. Op 26 mei zorgden de stakingen voor een daling van de elektriciteitsproductie van de Franse kerncentrales terug tot beneden de 40 GW (en kortstondig onder de 37 GW, zoals te zien is in de grafiek hieronder).

Franse_elektriciteitsproductie_.png
Bron: RTE

Op zondag 15 mei daarentegen daalde de productie van kernenergie tot onder de 28 GW, wat mogelijk een historisch dieptepunt is (het is in ieder geval het laagste productieniveau van dit jaar). Let ook op het verschil in tijdstip; het dieptepunt op 26 mei (een werkdag) ontstond in het midden van de nacht, als de vraag naar stroom laag is. Maar op zondag 15 mei lag het dieptepunt ‘s middags.

Franse_stroomproductie_26 mei
Bron: RTE

Er is een interessante correlatie tussen de waarschijnlijke recordproductie van duurzame elektriciteit in Duitsland om 3 uur ‘s middags op 15 mei. Zoals de grafiek hieronder laat zien produceerde wind- en zonne-energie op dat moment samen 35 GW – terwijl de vraag naar stroom slechts zo’n 10 GW hoger lag. Alle andere elektriciteitscentrales (waterkracht, biomassa, kolen, gas en kernenergie) verlaagden hun gezamenlijke elektriciteitsproductie tot 17 GW, waarvan meer dan de helft voor de export bestemd was.

duitse_stroomproductie.png
Bron: energy-charts.de

Op 15 mei hebben 34 van de 58 kernreactoren in Frankrijk hun productie verlaagd of zelfs helemaal stilgelegd, een aantal dat mogelijk een historisch record is (als iemand ons kan helpen dat uit te vinden, laat dan a.u.b. een reactie achter). Acht van de 24 productieverlagingen waren ongepland.

Al deze 8 ongeplande gebeurtenissen in Frankrijk begonnen pas op 14 mei, de dag voor het nieuwe record aandeel duurzame energie in de Duitse stroomproductie. Maar duurzame energie zette zaterdag al behoorlijk wat druk op de overige Duitse energiecentrales, zoals de grafiek boven toont.

Frankrijk wordt omgeven door landen met een groot aandeel zon en wind, met uitzondering van Zwitserland. Het lijkt er dus op dat de piek in duurzame energieproductie in west Europa de Franse kerncentrales uit de elektriciteitsmix duwt. Als dat zo is, zullen we zien hoe flexibel de kerncentrales zijn. Mijn gok is dat Frankrijk het zich niet kan veroorloven om meer zon en windenergie te bouwen tenzij het kerncentrales gaat sluiten. Als omliggende landen doorgaan met het ontwikkelen van zon- en windenergie kan het resultaat zijn dat er meer storingen optreden in Frankrijks verouderende kerncentrales.

Sommige van de andere sluitingen vergen nadere bestudering. De kerncentrale Paluel 2 ontsnapte volgens Le Parisien (in Frans) op 31 maart maar net aan een catastrofe. Die dag viel een 465 ton zware stoomgenerator, die boven het betonnen bassin van de kerncentrale hing (de centrale was niet in bedrijf op dat moment), zo’n 22 meter omlaag. De val veroorzaakte een impact ‘vergelijkbaar met een aardbeving’ volgens de Franse krant. Het is onduidelijk of de reactor ooit nog opnieuw stroom gaat produceren.

Als Paluel 2 niet meer in gebruik genomen wordt is het in principe mogelijk dat Frankrijks oudste reactor, Fessenheim, niet gesloten hoeft te worden. De huidige afspraak is dat Fessenheim gesloten wordt zodat de nieuwe centrale in Flamanville opgestart kan worden. Alleen wordt Flamanville mogelijk nooit voltooid en Fessenheim draait ook niet zo goed. Block 1 werd in mei stilgelegd toen er een mogelijk lek werd ontdekt. In totaal had de reactor alleen al in mei 4 storingen en werd de reactor ook 2 dagen volledig stilgelegd voor gepland onderhoud.

Frankrijk heeft zoveel eieren in het nucleaire mandje gelegd dat het zich niet gemakkelijk van de techniek kan afkeren. En omdat teveel mensen die zich zorgen maken om CO2 emissies niet begrijpen dat kernenergie niet verenigbaar is met wind en zon, is het zomaar mogelijk dat Frankrijk gaat proberen die twee te integreren. Het resultaat zou een ongeluk kunnen zijn dat de publieke opinie in het land voor altijd verandert. Dat zou een hoge prijs zijn voor het inzicht dat de toekomst aan wind- en zonne-energie is – en dat deze niet verenigbaar zijn met kernenergie.

(Craig Morris / @PPchef)


Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

Gastbijdrage: Duitse kolen zijn waardeloos

ANALYSE – Het is Vattenfall niet gelukt om een koper te vinden voor z’n bruinkoolmijnen en -elektriciteitscentrales in Duitsland. De focus ligt volgens Craig Morris nu op alternatieve modellen, zoals een fonds om de werknemers te beschermen.

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
Jänschwalde.jpg
De bruinkoolcentrale Jänschwalde werd op 11 maart 2016 bezocht door de Duitse minister Peter Altmaier. (Photo by J.-H. Janßen, modified, CC BY-SA 3.0

In november schreef ik voor Energy Transition hoe het Zweedse staatsbedrijf Vattenfall (ook moederbedrijf van NUON) z’n kolen bezittingen in Duitsland wilde verkopen als gevolg van de Zweedse verkiezingen van oktober 2014, die gewonnen werden door een klimaatvriendelijke regering. Een van de bieders was Greenpeace, die aanbood om een bruinkool stichting op te zetten om de sluiting van de bruinkoolmijnen en bruinkoolcentrales te begeleiden. Het aanbod van Greenpeace werd niet serieus genomen, maar half maart bleek dat de Zweden geen enkel redelijk bod hadden ontvangen voor hun bruinkoolcentrales en bruinkoolmijnen. Een bieder vroeg zelfs geld om de bruinkoolcentrales en bruinkoolmijnen over te nemen.

Graphik_barclays
Barclays zegt dat RWE, Duitsland’s energiebedrijf met het grootste vermogen aan kolencentrales, z’n inkomsten uit conventionele elektriciteitsproductie aanzienlijk zal zien dalen drop de rest van dit decennium. (Bron: Barclays Research)

Op 16 maart gaf een potentiële bieder, het Tsjechische energiebedrijf ČEZ, twee redenen voor z’n gebrek aan interesse: de lage groothandelsprijs voor elektriciteit en de mogelijke vervroegde sluiting van kolencentrales in Duitsland. Het bedrijf bracht niet eens een bod uit. Een ander probleem is het klimaatakkoord van Parijs, die Duitse kolencentrales volgens Barclays vanaf 2030 waardeloos maakt.

Duitse media melde vorige week (in Duits), dat een stichting of fonds de enige overgebleven optie zou zijn (zie onder). De zaak is serieus genoeg voor minister Peter Altmaier om vorige week vrijdag de Jänschwalde bruinkoolcentrale te bezoeken. De Duitse milieuminister Barbara Hendricks bezocht een paar weken geleden als de Schwarze Pumpe kolencentrale bij Berlijn. Zulke hooggeplaatste bezoeken binnen zo’n korte periode tekenen de ernst van de situatie: kolen zit in de problemen in Duitsland.

De Tsjechische Republiek toont de grootste interesse in Duitse kolen. De Czech Coal Group heeft volgens berichten een bod uitgebracht. Mibrag, een Duitse bieder (eigendom van Tsjechische bedrijven) die ook bruinkool opgraaft in Oost-Duitsland, kondigde vorige week onverwachts aan dat in 2020 ongeveer 10% van z’n werknemers ontslagen zal zijn (in Duits). Een paar maanden geleden scheen het bedrijf nog gespitst op het versterken van z’n aanwezigheid in Oost-Duitsland door Vattenfall’s bezittingen over te nemen, maar de top van het bedrijf schijnt nu te begrijpen dat ze hun handen de komende tijd vol zullen hebben aan het in bedrijf houden van het bestaande bedrijf. Vorig jaar verkocht het bedrijf ongeveer 10% minder bruinkool (en dat zelfs tegen een lagere prijs), deels omdat de Lippendorf centrale in oost Duitsland minder stroom produceerde, net als de Buschhaus centrale in west Duitsland. De Buschhaus centrale zal de komende vier jaar deel zijn van de “veiligheids reserve”.

Wat zou de rol van een fonds zijn?

Duitse vakonden, die vorig jaar succesvol een strenge aanpak van Duitse kolencentrales blokkeerde, hebben recent aangegeven het meest geïnteresserd te zijn in het vormen van een stichting (berichtgeving in Duits). Het idee is om de huidige winsten in een fonds te stoppen voor latere, verliesgevende jaren. De winsten dalen momenteel in de Duitse kolensector, maar ze zouden kort op kunnen veren als de laatste 6 kerncentrales in 2021 en 2022 gesloten worden. (De sluiting van twee andere kerncentrales staat gepland voor 2017 en 2019, dat zal mogelijk wat ademruimte geven aan kolencentrales, al is dat mogelijk niet veel – zie ons rapport German coal conundrum uit 2014.) Vanaf 2023 zal Duitsland een uitfasering van kolen beginnen, met of zonder een officieel beleid met die naam; er is geen andere realistische manier om het officiële doel van 80 procent duurzame energie in 2050 te begrijpen.

Het hoof van energie vakbond IG BCE zegt dat bruinkool nodig zal zijn tot 2047, een tijdspanne die ongeveer overeen komt. Hij gelooft echter ook dat kolen de komende 15 jaar nog winstgevend zal zijn, wat de boel wat kan rekken.

Aanvankelijk kunnen de winsten in het fonds opgespaard worden om op een later tijdstip beschikbaar gesteld te worden aan gemeenschappen en werknemers die geraakt worden door de komende uitfasering van kolen. Als de kolensector eerder verlieslijdend wordt heeft de vakbond een idee: de belastingbetaler zou het gat moeten vullen.

Als een complete uitfasering in 2047 niet ambitieus klinkt, hou dan in gedachte dat dit tijdspad is voorgesteld door de kolensector zelf. Over tien jaar zou de kolensector al verlieslijdend kunnen blijken, wat de noodzaak van ingrijpen op kosten van de belastingbetaler zou verhogen. Op dat moment zou een keuze keuze kunnen worden gemaakt – als dat goedkoper blijkt – om de Duitse kolensector op te doeken. Er liggen al voorstellen voor 2040 en eerder op tafel.

Gemeenschappen en werknemers zouden nog steeds bescherming genieten, en dat is het goede nieuws deze week. Inmiddels tonen vakbonden bereidheid om te praten over het uitfaseren van kolen (voeg Duitslands op een na grootste vakbond Verdi maar toe aan de lijst,bericht in Duits). De belangen van werknemers en Duitse gemeenschappen aan de ene kant en kolenbedrijven aan de andere kant beginnen uiteen te drijven. RWE en E.On zullen zich op korte termijn op splitsen in gescheiden divisies voor hernieuwbare energie en voor het oude spul. Deze kleine stappen zouden het makkelijker kunnen maken om de kolenbedrijven kopje onder te laten gaan terwijl de hernieuwbare energiebedrijven het hoofd boven water houden – en zinvolle financiële ondersteuning richt zich op Duitse werknemers en gemeenschappen die momenteel afhankelijk zijn van de kolensector.

Voor meer informatie over transformatie van kolen gemeentschappenverwijs ik naar eerdere rapporten van Energy Transiton over structurele veranderingen. CLEW geeft ook een overzicht van het kolendebat in Duitsland.


Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur vanPetite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en met toestemming van de auteur vertaald door mij vertaald voor Sargasso.