Tag: Energiewende

  • Gastbijdrage: Duitse elektriciteitsexport was in 2015 wederom meer waard dan import

    ANALYSE – Volgens een schatting van het Fraunhofer ISE, is de waarde van een gemiddelde kilowattuur die Duitsland vorig jaar exporteerde hoger dan de waarde van een gemiddelde geïmporteerde kilowattuur. Als Duitsland een overschot aan duurzame elektriciteit in buurlanden zou dumpen, zoals sceptici van de Energiewende beweren, zou dit niet gebeuren.

    In 2013 merkte ik iets op in de data over de handel in elektriciteit van 2012 waar iedereen overheen had gekeken. Iedereen focuste op hoe Duitsland’s netto export steeg, ondanks de sluiting van 8 van de 17 kerncentrales van Duitsland. Niet alleen was Duitsland niet afhankelijk geworden van import, maar de waarde van Duitse elektriciteit was hoger dan de waarde van elektriciteit in omliggende landen.

    Die situatie herhaalde zichzelf in 2013 en in 2014, al was het prijsverschil tussen import en export kleiner geworden, met een klein verschil in het voordeel van Duitse elektriciteit. Tegelijkertijd stijgt de Duitse export van elektriciteit nog steeds, met sinds 2012 jaarlijks een nieuw recordniveau.

    De Duitsers hebben geen feestje gevierd over deze cijfers. Mijn artikel uit 2013 was het enige dat de focus legde op iets anders: de hogere waarde van de Duitse export van elektriciteit. Maar inmiddels is Duitsland’s Fraunhofer ISE begonnen om de situatie nauwkeuriger te monitoren.

    Ik sprak deze week met ISE’s Bruno Burger. Hij is de persoon achter Energy-Charts.de. Het was me opgevallen dat het gigantische 200 pagina tellende pdf-overzicht van de Duitse elektriciteitssector voor 2015 nog niet was gepubliceerd. Hij informeerde me dat de website inmiddels zo gegroeid is dat hij zich af vroeg of de pdf nog steeds nodig is (ik weet niet zeker of ik het daar mee eens ben – maar hij gaf aan te overwegen om de pdf alsnog te publiceren). Hoe dan ook, hij wees me op een 15 pagina’s tellend overzicht (PDF), dat onderstaande grafiek bevat. De grafiek laat zien welke elektriciteitsbronnen gedaald zijn (elektriciteit van kernenergie, bruinkool, steenkool en gas) en wat gestegen is (elektriciteitsproductie van wind, zon, biomassa en waterkracht). In een jaar met een kleine stijging van elektriciteit van kolen zou er grote internationale ophef zijn, voor nu wachten we geduldig (en waarschijnlijk tevergeefs) op internationale erkenning van de herhaling van de verbetering in 2014, die ook grotendeels ongeprezen voorbijging.

    ISE2015

    Hou in gedachten dat het record niveau van de export van elektriciteit – grofweg 10% van de totale elektriciteitsproductie – een stijging van conventionele elektriciteitsproductie betekent; wind en zon regaeren op het weer, niet op de vraag naar elektriciteit. Wanneer Duitsland de komende 6 jaar de rest van z’n kerncentrales sluit zal de lage groothandelsprijs in Duitsland meer in balans komen. De huidige overcapaciteit in opwekkingsvermogen maakt Duitse elektriciteit onnatuurlijk competitief. Omdat er geen nieuwe kolencentrales in de pijplijn zitten (met Datteln als mogelijke uitzondering), zal het resultaat dramatisch lagere elektriciteitsproductie van conventionele centrales in 2023 zijn.

    Dat brengt me op de prijs situatie: omdat Duitsland zo veel overcapaciteit heeft is het in staat om relatief goedkoop elektriciteit te produceren als de vraag hoog is. En omdat de mix van elektriciteitscentrales een zekere flexibiliteit heeft is het in staat om naar import van stroom over te schakelen wanneer de vraag (en dus de prijzen) laag is. Vooral de vergelijking met Frankrijk is saillant.

    Het nieuwe overzicht van Fraunhofer voor 2015 zegt het volgende over de handel in elektriciteit:

    Imported electricity cost an average of 42.58 Euro/MWh compared to 42.69 Euro/MWh for exports.

    Duitse elektriciteit die verkocht wordt aan omliggende landen is daarom nog steeds 0,11 Euro per MWh meer waard dan de Duitse import van elektriciteit. Het verschil is met 0,3% verwaarloosbaar. Toch schat het Fraunhofer de netto inkomsten van de handel in elektriciteit op 1,6 miljard Euro.

    Er kunnen veel lessen uit deze analyse worden getrokken, maar de belangrijkste voor vandaag is dat de de situatie niet is veranderd sinds 2012:

    • Duitsland blijft in staat om elektriciteit te produceren tegen relatief lage prijzen wanneer de vraag hoog is;
    • Duitsland heeft geen overschot aan hernieuwbare energie (groene stroom heeft nog nooit meer dan zo’n 80% van de vraag naar elektriciteit geleverd, veel minder dan 100%);
    • elektriciteit wordt verhandeld op basis van prijzen, niet op basis van tekorten. Specifiek: elektriciteit wordt bijna nooit verhandeld om blackouts te voorkomen (al spreekt de blogosphere regelmatig over handel in elektriciteit in termen van blackouts); en
    • Duitse export van elektriciteit is waardevoller dan de import, ondanks de relatief lage groothandelsprijzen in Duitsland, omdat Duitsland elektriciteit verkoopt op momenten van grote vraag en koopt op momenten van lage vraag.

    Wat laat zien dat Duitsland niet afhankelijk is van het buitenland voor leveringszekerheid of betaalbaarheid, en dat Duitsland geen groene stroom dumpt in omliggende landen.

    (Craig Morris / @PPchef)

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur vanPetite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Tweede Duitse veiling voor zonne-energieprojecten ‘succesvol’ afgesloten

    De winnaars moeten nog bekendgemaakt worden, maar volgens Craig Morris weten we nu al dat er wederom veel meer verliezers dan winnaars van de tweede veiling van grondgebonden zonne-energieprojecten zullen zijn. De Duitse overheid spreekt desondanks van een ‘succes’.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    Op 3 augustus eindigde de tweede veilingronde voor grondgebonden zonne-energiesystemen. Dit keer werd een volume van 150 MW geveild. Het aantal biedingen was drie maal zo hoog, dus er zullen deze ronde twee keer zo veel verliezers als winnaars zijn. De biedingen worden momenteel beoordeeld. Rainer Baake, staatssecretaris voor de Energiewende, zegt dat het grote aantal biedingen een teken is van ‘succes’ (Duitstalig rapport).

    De eerste ronde leverde hogere prijzen op de feedin tarieven die anders van toepassing zouden zijn geweest, dat maakt een verandering in het betalingssysteem voor deze tweede ronde des te interessanter. Dit keer wordt de hoogst toegewezen prijs betaald aan alle winnende biedingen; met andere woorden: zelfs als je voor een lagere vergoeding hebt ingeschreven ontvang je de hogere prijs. Deze verandering lijkt ontworpen om de kosten te verhogen – een ironische uitkomt gegeven de oorspronkelijke justificatie voor de omschakeling van feed-in tarieven naar veilingen als een poging om de kosten te verlagen.

    De hele kostendiscussie was dan ook kunstmatig gecreëerd, zoals ik recent berichtte, en is compleet verdwenen. De opslag voor duurzame energie in 2015 (aangekondigd op 15 oktober 2015) zal waarschijnlijk nooit in zijn kostencomponenten uitgesplitst worden. Niemand is daar nog in geïnteresseerd.

    De werkelijke reden voor de veilingen kan daarom niet het verlagen van de kosten zijn, want die is er niet – en de overheid spreekt nog steeds van een beleidsmatig succes. Wat veilingen vooral doen is de groei van de markt beperken. De overheid is nu in staat om de hoeveelheid nieuw vermogen die ondersteuning krijgt te controleren. Twee andere aspecten van veilingen kunnen voor verdere vertraging zorgen: tijdsvertragingen bij het realiseren van projecten en het volledig mislukken van projecten.

    Na verschillende jaren met 7,5 GW aan nieuw geïnstalleerd vermogen aan zonne-energie lijkt de overheid een beleidsinstrument gevonden te hebben waarmee het de marktgroei kan beheersen op een veel lager niveau. Nu dat we zien hoe irrelevant het kostendebat was (en hoe veilingen zonne-energie duurder maken), zou het goed zijn dat we openlijk konden praten over de werkelijke reden om over te stappen van feed-in tarieven op veilingen: beleidsmakers controle geven over de marktgroei.

    (Craig Morris / @PPchef)


    Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso door Krispijn Beek.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

  • De zwarte kant van onze stroomimport

    OPINIE – Het artikel De zon en wind zijn Europees dat de Onderzoeksredactie een aantal weken geleden in De Groene Amsterdammer publiceerde, beschrijft de ontwikkelingen op de elektriciteitsmarkten in Noordwest-Europa.

    In het artikel noemen de auteurs de Duitse bruinkoolcentrales de zwarte keerzijde van de Duitse Energiewende. Een analyse waar Nederlanders graag op terugvallen om te verbloemen hoe slecht de eigen prestaties zijn op gebied van duurzame energie. Het is echter de vraag of de analyse klopt.

    Wat gemist wordt in het artikel is het belang van de bestaande interconnectiecapaciteit van de Franse en Nederlandse elektriciteitsmarkt met Duitsland bij het openhouden van Duitse bruinkoolcentrales. Zowel Nederland als Frankrijk behoren tot de grootste importeurs van Duitse elektriciteit. Beide landen betalen per kilowattuur ook meer dan ze ontvangen voor hun eigen export naar Duitsland.

    Frankrijk importeert met name veel in de wintermaanden, als de elektrische verwarmingen in Frankrijk veel stroom vreten. Het Franse elektriciteitssysteem, dat grotendeels op kerncentrales draait, kan slecht met grotere vraag naar elektriciteit omgaan. Kerncentrales draaien namelijk bij voorkeur zo dicht mogelijk tegen vol vermogen aan. Frankrijk importeert bij piekvraag elektriciteit uit Duitsland.

    Deze extra vraag kan niet geleverd worden door wind- of zonne-energie, omdat deze vooralsnog niet op verandering in vraag kunnen reageren. De extra elektriciteit komt daarom grotendeels van Duitse conventionele centrales, waarbij centrales met de laagste marginale kosten als eerste stroom gaan produceren. Veelal zijn dit bruinkoolcentrales.

    Eenzelfde verhaal geldt voor Nederland dat bij grote elektriciteitsvraag liever kiest voor import uit Duitsland, dan voor duurdere stroom uit Nederlandse gascentrales. Voor wie deze analyse niet gelooft, een klein gedachte-experiment: stel dat Duitsland, net als België geen of te weinig interconnectiecapaciteit zou hebben met Nederland en Frankrijk. Op momenten met veel elektriciteitsvraag in Nederland of Frankrijk, zouden de Nederlandse en Franse piekcentrales dan bijspringen, deze draaien veelal op gas. Tegelijkertijd zou – zonder export – op dagen met veel zon en wind in Duitsland veel minder behoefte zijn aan de elektriciteit van conventionele centrales. Wat betekent dat die dan hun elektriciteitsproductie zouden moeten terugschroeven.

    Om een beeld te geven Duitsland exporteerde in 2013 33 TWh, dat is ruim 5% van de Duitse elektriciteitsproductie. De Nederlandse en Franse stroomimport is zodoende indirect verantwoordelijk voor het aantal MWh dat Duitse kolencentrales kunnen produceren.

    De Duitse regering heeft kort geleden ook een discussiestuk over uitfasering van kolencentrales gepubliceerd. Inmiddels is duidelijk dat de Duitse regering niet aan het uitfaseren van kolen wil beginnen zolang de uitfasering van kernenergie nog niet afgerond is. Denemarken lijkt de uitfasering van haar kolencentrales wel te willen vervroegen.

    Dit artikel is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Gastbijdrage van Craig Morris: Angst… dat de Duitse Energiewende zal slagen

    Het Instituut voor Energie Onderzoek (IER) stelt dat angst een belangrijke drijfveer is van de Duitse Energiewende. Een energietransitie die zonder de inzet van schaliegas zal falen in het reduceren van emissies, zeker zonder inzet van kernenergie. Craig Morriss stelt echter dat het erop lijkt dat sommige critici zelf bang zijn, bang dat de Duitsers hun energietransitie voor elkaar krijgen zonder inzet van schaliegas of kernenergie.

    Angst_energiewende_werkt_afb_1
    De grootste angst van critici van de Duitse Energiewende is niet dat deze zal falen, maar dat deze zal slagen (foto credits: Günter Hentschel, CC BY-ND 2.0

    De IER schrijft in zijn commentaar met de titel ‘Duitsland’s angst voor hydraulisch fracken en emissie reductie doelstellingen:

    “[…] als Duitsland vasthoud aan het halen van haar CO2 doelstellingen, sluit een verbod op hydraulisch fracken het land af van een energiebron met relatief lage emissies en maakt het het halen van de gestelde doelstellingen moeilijker.

    Er valt niks weinig af te dingen op die zin, maar veel meer op stellingen elders – te beginnen met de titel.

    Beschuldigingen van Duitse angst ploppen op zoals in het spel Whack-A-Mole. Ze zijn gemakkelijk te weerleggen, zeker als we rekening houden met de reactie van andere landen op nucleaire incidenten.

    Zorgen over de risico’s van kernenergie speelden een hoofdrol in het Duitse debat na het ongeluk in Tsjernobyl in 1986, toen Duitse ambtenaren het publiek waarschuwde voor de risico’s. In reactie daarop implementeerde Duitsland z’n eerste uitfasering van kernenergie – 16 jaar later, in 2002. De regering die de uitfasering implementeerde trad aan in 1998 en besteedde vier jaar aan het plannen en uitonderhandelen van de details van de uitfasering met experts en eigenaren van kerncentrales. Zo’n tijdsplanning klinkt eerder als professioneel, dan als paniek voetbal.

    Italië reageerde na het ongeluk in Tsjernobyl snel met z’n eigen referendum door in 1987 een eigen uitfasering van kernenergie te starten. De Italianen sloten de laatste van hun vier kernreactoren in 1990. Ze hadden geen plan voor het vervangen van kernenergie, dus is Italië nu een van de grootste elektriciteitsimporteurs van Europa, voornamelijk uit Frankrijk. Maar wellicht is Italië’s beslissing slimmer dan je op het eerste gezicht denkt, want de Italianen lijken tegen de Fransen te hebben gezegd: “We willen jullie kernenergie best kopen, maar jullie moeten de risico’s voor ons dragen.”

    Vergelijk dat met de Zweedse rectie – niet op Tsjernobyl (1986), maar oop het veel minder zware ongeluk bij Three Mile Island (1979). In 1980 – op een moment dat zonnecellen een buitenaardse techniek waren en de ontwikkeling van de eerste moderne, maar nog steeds kleine windturbine nog niet eens begonnen was – besloten de Zweden in een referendum tot het uitfaseren van kernenergie in 2010. De Zweedse uitfasering faalde, omdat de Zweden (net als de Italianen) geen tijd hadden genomen om na te denken over hoe kernenergie vervangen kon worden.

    Oostenrijk had al een referendum gehouden in 1978, het jaar voor Three Mile Island, om de ingebruikname van de eerste afgebouwde kerncentrale van het land te blokkeren. Sindsdien staat de afgebouwde centrale weg te roesten, zonder ooit een kilowattuur elektriciteit te hebben geproduceerd, en Oostenrijk begon z’n eigen uitfasering van kernenergie in 1997. Bezien vanuit de Europese context lijkt de Duitse reactie op kernenergie van de afgelopen decennia simpelweg verstandig.

    Veiligheidstheater

    Toegegeven, het besluit om kernenergie uit te faseren van bondskanselier Merkel in 2011 was een verrassing. Toendertijd noemde ik het incompetent en onverantwoordelijk. Zo minitieus, gedetailleerd en flexibel als de uitfasering van 2002 was, zo plotseling en drastisch was de uitfasering van 2011. En het vormde de ergste vorm van overheidsingrijpen in een markt en private bezittingen. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met het terugdraaien van de uitfasering van kernenergie door bondskanselier Merkel, een paar maanden voor het ongeluk in Fukushima; in de zomer van 2010 was de levensduur van Duitse kerncentrales met 8 tot 14 jaar verlengd. De uitfasering van 2011 vormde de tweede draai in het kernenergiebeleid in 8 maanden.

    Ik denk dat de IER en ik het met elkaar eens zijn dat de wijze waarop de uitfasering van 2011 is aangepakt ruimte biedt voor verbetering. Maar onze wegen scheiden als het aankomt op de onderbouwing van de uitfasering van kernenergie. Zij schrijven dat “het zeer onwaarschijnlijk is dat Duitsland getroffen wordt door een tsunami.” Dat is waar, maar dat betekent niet dat kernenergie risicoloos is.

    Dit soort denken is wat veiligheidsexpert Bruce Schneier veiligheidstheater noemt – geen echte veiligheid, maar alleen maar acteren om mensen zich veilig te laten voelen: “als we ons bij de beveiliging van vliegvelden concentreren op het controleren van schoenen en het in beslag nemen van vloeistoffen, en de terroristen verstoppen hun explosieven in bh’s of vaste stoffen, hebben we ons geld verspild.” Een kernongeluk in Duitsland zou niet het gevolg zijn van Soviet onbekwaamheid of een tsunami, maar eerder van een combinatie van technisch en menselijk falen, eventueel met een natuurramp als aanstichter. Verschillende Duitse kerncentrales zijn gebouwd op tectonische breuklijnen en ontberen de meest basale bescherming tegen aardbevingen. Het hele land is gevoelig voor overstromingen, maar bij verschillende Duitse kerncentrales ontbreekt fatsoenlijke bescherming tegen overstromingen. Onvoorziene gebeurtenissen zijn dus mogelijk.

    Duitsers begrijpen dat het volgende kernongeluk gemakkelijk anders kan zijn dan Tsjernobyl en Fukushima. Maar zoals Merkel zich in 2011 realiseerde, het volgende ongeluk zou in Duitsland plaats kunnen vinden – om verschillende redenen.

    Duitsland wist hoe kernenergie te vervangen

    In tegenstelling tot de Zweden en Italianen, wisten de Duitsers in 2002 hoe kernenergie te vervangen – en ze hebben zelfs alle kernenergie die vanaf 2011 verloren is gegaan vervangen. De IER beweert het tegendeel:

    Duitsers zijn teruggevallen op kolen als back-up voor de onregelmatige hernieuwbare technologiën en om zich te verzekeren van voldoende vermogen om te voldoen aan de elektriciteitsvraag.

    Angst_dat_energiewende_werkt_afb_2_Figure-2003to20132Deze claim is gebaseerd op een eerdere publicatie van de IER zelf (PDF). Maar zoals we al gedemonstreed hebben in onze studie German Coal Conundrum (zie ook het artikel Welke rol voor kolen in de Duitse energietransitie?), overstijgt de groei van hernieuwbare elektriciteit vanaf 2011 de reductie in kernenergie. En zoals regelmatige lezers van mijn stukken weten vergroot de vraag van het buurlanden naar Duitse stroom het aandeel van de resterende vraag dat bediend wordt door conventionele centrales (in 2013 waren Nederland en Frankrijk in 2013 de grootste importeurs van Duitse stroom). Preciezer gesteld als we de Duitse recordexport van elektriciteit in 2013 buiten beschouwing laten zouden kolenstroom en CO2-emissies met ongeveer 2.5 procent gedaald zijn. Vooral het buitenland maakt massaal gebruik van Duitse kolenstroom; Duitsland heeft veel minder elektriciteit van kolen nodig om in z’n eigen elektriciteitsvraag te voldoen.

    We zouden ook niet moeten stoppen met tellen bij 2013. De verandering in TWh (terawattuur, 1 miljard kilowattuur) staat in de grafiek hierboven. Maak je maar vast op voor rapporten over dalende emissies in Duitsland dit jaar.

    Angst_dat_energietransitie_werkt_afb_3_63changeelectricityproduction2014

    Koolstof in de grond laten

    Tot slot: neemt iemand bij de IER de term ‘unburnable carbon’ serieus? Meerdere organisaties, die je niet kunt beschuldigen van te groen zij, zoals het Internationaal Energie Agentschap (IEA), stellen inmiddels dat we ten minste tweederde van de huidige bewezen reserves fossiele brandstoffen in de grond moeten laten. Als Duitsland schaliegas gaat produceren verhoogt dat enkel de hoeveelheid koolstof die in de grond moet blijven.

    De IER stelt dat Duitsland schaliegas afwijst ‘ondanks stijgende elektriciteitsprijzen,’ alsof binnenlands geproduceerd Duits schaliegas op een of andere magische wijze de elektriciteitsprijzen zou verlagen. Duitsland heeft een van de grootste en minst dure bruinkool voorraden in de wereld. Elektriciteit van schaliegas gaat niet automatisch elektriciteit van bruinkool vervangen, en gas zou relatief goedkoop moeten zijn om elektriciteit van steenkool te vervangen, die ook steeds vaker de markt uit gedrukt wordt (zie grafieken hierboven). Het meest waarschijnlijk is dat Duits schaliegas de Duitse import van gas zou verlagen, zonder de CO2 emissies substantieel te veranderen.

    Globaal genomen lijkt het er op dat het doel van de IER studie is om de Duitse Energiewende in een kwaad daglicht te stellen. Zinnen zoals deze zijn veelzeggend:

    In de nasleep van het besluit tot sluiting van kerncentrales uit 2011 zijn de Duitse CO2 emissie daadwerkelijk gestegen en Duitsland is nu het EU land met de hoogste CO2 emissie (met 760 miljoen ton in 2013) volgens het statistisch bureau van de EU, Eurostat.

    Duitsland heeft niet ‘nu’ de hoogste CO2 emissies, het is verreweg de grootste economie van de EU en is de grootste CO2 uitstoter voor zo ver terug als je wenst te gaan.

    Agst_dat_energiewende_werkt_afb_4_63co2emissionsbycountry

    We moeten bedenken dat het voorzien in goedkope fossiele brandstof geen doel is van de Energiewende. Voor het klimaat moet het doel zijn om om zoveel mogelijk koolstof in de grond te laten, niet om meer grondstoffen (schaliegas) om te zetten in bewezen reserves. Maar het IER lijkt sowieso bezorgder om goedkope energie voor de industrie dan het klimaat. Zoals ik recent uitlegde is Duitsland nieuwe wetgeving geïnterpreteerd als het open zetten van de sluizen (door degene die fracking willen verbieden) of als een verbod (door het bedrijfsleven). De interpretatie van de IER valt duidelijk in het tweede kamp.

    Niemand maakt zich zo druk om de Duitse economie als de voorstanders van fracking en kernenergie lijken te doen. De Duitse economie heeft er sinds de hereniging nog nooit zo goed voorgestaan, en marktanalisten zeggen dat Duitsers zich op kunnen maken voor de Golden 20s in het volgende decenium. Hoe dan ook maakt de IER zich geen werkelijke zorgen om klimaatverandering, CO2 emissies of het succes van de Energiewende. De IER is bezorgd dat Duitsland de omslag voor elkaar gaat krijgen zonder schaliegas of kernenergie.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is een vertaling van het artikel ‘Angst… that the Energiewende will workHet artikel is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Duitse energiebedrijven willen 7,9 GW aan conventionele elektriciteitscentrales sluiten

    ANALYSE – Ben je op zoek naar een woord voor galgje in het Duits? Probeer “Kraftwerksstillegungsanzeigenliste”, dat is de lijst met (conventionele) elektriciteitscentrales waarvoor een sluitingsverzoek is ingediend. In juli stonden er 49 centrales op deze lijst met een totale productiecapaciteit van 7.900 megawatt.

    Als je de critici van windenergie mag geloven zijn windturbines niet alleen vogelgehaktmolens, maar zijn ze ook niet volledig in staat om conventionele elektriciteitscentrales te vervangen. Deze blijven nodig als backup, voor als de wind niet waait.

    Maar als je, zoals Duitsland doet, veel windturbines plaatst in combinatie met zonne-energie en biomassa dan vervang je op een gegeven moment blijkbaar toch volledige conventionele elektriciteitscentrales. Volgens de officiële lijstvanconventioneleelektriciteitscentraleswaareensluitingsverzoekvoorisingediend (fraai resultaat van verlengingen in het Duits!), zouden Duitse energiebedrijven 49 centrales willen sluiten met een totale capaciteit van 7,9 GW. De Bundesnetzagentur, die de verzoeken moet beoordelen om de betrouwbaarheid van het net te garanderen alvorens zijn goedkeuring te verlenen, heeft tot nu toe slechts 246 MW laten sluiten. Dat lijkt niet veel, maar Duitsland heeft al 10 kerncentrales volledig vervangen met hernieuwbare energie, met nog 9 te gaan tot 2020.

    De nieuwe Kraftwerksstilllegungsanzeigenliste (afgekort tot KWSAL om op kleine schermpjes te passen) toont dat het aantal kolencentrales, gasturbines, oliegestookte elektriciteitscentrales en pompcentrales dat te weinig draait om winstgevend te blijven inmiddels ruwweg 7% van de conventionele capaciteit bedraagt. De conventionele capaciteit wordt op basis van de Kraftwerksliste (geen afkorting) geschat op 107 GW.

    Natuurlijk worden niet al de centrales waar een sluitingsverzoek voor is ingediend gesloten. Ongeveer 4,5 GW van de centrales liggen in Zuid-Duitsland, waar de komende jaren knelpunten worden verwachten door het sluiten van kerncentrales. En natuurlijk heeft Duitsland, zoals ik herhaaldelijk stel, ongeveer de omvang van z’n piek elektriciteitsvraag (plus 10% veiligheidsmarge) nodig als afroepbaar vermogen.

    Vorig jaar lag de piekvraag naar elektriciteit rond de 75 GW, een verlaging ten opzichte van de gebruikelijke piek van 80 GW, en de elektriciteitsvraag ligt dit jaar wederom lager. Misschien dat 75 GW het nieuwe startpunt zou moeten zijn voor berekening van het benodigd afroepbaar vermogen in plaats van 80 GW.

    Met een veiligheidsmarge van 10% betekent dit dat Duitsland grofweg 82,5 GW afroepbaar vermogen nodig heeft voor de nabije toekomst. Maar afroepbaar betekent nog niet dat dit vermogen niet hernieuwbaar kan zijn en Duitsland heeft al grofweg 7,5 GW (de veiligheidsmarge) aan basislast vermogen in de vorm van waterkracht en biomassacentrales.

    Het lijkt dus denkbaar dat Duitsland haar vloot conventionele centrales kan verkleinen van 107 GW naar ongeveer 75 GW. Duitsland zou dan geen 8 GW, maar 32 GW aan conventionele centrales sluiten. En

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is een vertaling van het artikel ‘German utillities want to shut down 7.9 GW. Het artikel is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Welke rol is er voor kolen in de Duitse energiewende?

    ANALYSE – Bouwt Duitsland kolencentrales om haar kerncentrales te vervangen? En als Duitsland zijn CO2-doelstellingen wil halen, hebben deze kolencentrales dan toekomst? Begin juni is een studie gepubliceerd die deze onderwerpen onderzoekt en de uitkomsten zijn in lijn met een beoordeling van Deutsche Bank later die maand.

    In een nieuwe studie van de Böll Foundation getiteld German Coal Conundrum (het Duitse kolen raadsel) heb ik samen met mijn collegas Arne Jungjohann en Thomas Gerke (die regelmatige lezers van Renewables International al kennen) onderzocht wat de rol is van kolencentrales in de Duitse energietransitie. We hebben een historisch perspectief gekozen, waarbij we hebben onderzocht waarom intelligente topmannen uit het bedrijfsleven het afgelopen decennium zoveel kolencentrales hebben gepland; onze aanname was dat het om slimme mensen gaat die hiervoor goede redenen gehad moeten hebben.

    Vandaag de dag kennen we allemaal de uitkomsten, een dramatisch grote overcapaciteit ondanks de onverwachte sluiting van zo’n 8 GW aan kerncentrales in 2011. De energiebedrijven zelf geven inmiddels ook toe dat ze de situatie verkeerd hebben ingeschat. Het historisch perspectief is bedoeld om te begrijpen welke markt- en beleidsprikkels er voor zorgen dat zulke slimme mensen het verkeerde pad kiezen, zodat in de toekomst dergelijke misleidende signalen voorkomen kunnen worden. Het is niet de bedoeling om deze mensen af te kraken.

    Wellicht belangrijker is dat onze studie concludeert dat Duitse bruinkool zich in een relatief veilige marktpositie bevind tijdens de uitfasering van kernenergie. Hier is de belangrijkste grafiek die dat uitbeeld:

    NoMoreCoal
    Bron: Böll foundation

    2003 was het jaar waarin de eerste kerncentrale werd gesloten als gevolg van de oorspronkelijke uitfasering van kernenergie uit 2002. 2013 is het laatste jaar waarvoor we volledige gegevens hebben en 2023 is het eerste jaar zonder kernenergie in Duitsland, omdat de laatste kerncentrale in 2022 gesloten wordt.

    Wat we in de grafiek zien is dat het vooral hernieuwbare energiebronnen zullen zijn die kernenergie vervangen in termen van TWh (de hoeveelheid elektriciteit die geproduceerd wordt). Hernieuwbare energie zal een klein deel van de kolencentrales vervangen en gascentrales blijven uit de elektriciteitsmix geperst worden. Het is ook duidelijk dat de uitfasering van kolen pas begint na 2023.

    We hebben in onze studie niet verder gekeken dan 2023, maar onze inschatting is in lijn met cijfers die Deutsche Bank (PDF) in juni heeft gepubliceerd. Volgens hun analisten wekt Duitsland 33% van zijn elektriciteit op met kolen (steen- en bruinkool) in 2035, vergeleken met grofweg 42% in onze analyse voor 2023 en verder. Alleen in een gas-vriendelijke beleidsscenario daalt het aandeel kolen naar 28%, waarbij aardgas het gat opvult.

    De cijfers voor 2023 zijn onze beste inschatting en we hebben ervoor gekozen om de internationale elektriciteitshandel buiten beschouwing te laten, omdat internationale handel en aantal onzekerheden oplevert die Duitse beleidsmakers niet in de hand hebben. Het is voldoende om te zeggen dat een verdere stijging van de Duitse netto export van elektriciteit direct zal leiden tot een grotere vraag naar conventionele elektriciteit, en dat de EU het bevorderen van internationale elektriciteits handel tussen lidstaten als doel heeft.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is een vertaling van het artikel ‘What role for coal in the Energiewende?. Het artikel is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Hoe staat het met de Duitse de-industrialisatie?

    ACHTERGROND – De voorspelde negatieve gevolgen van de Duitse energietransitie op de industrie blijven uit.

    Deze gastbijdrage betreft een vertaling van twee artikelen van Craig Morris door mij voor Sargasso.

    Naar verwachting worden de nieuwe amendementen op de Duitse duurzame energiewet in augustus van kracht. Een van de doelen van deze wijzigingen is om een belangrijk – maar niet-bestaand – bijeffect van de Duitse energietransitie aan te pakken: industrie die het land uit wordt gejaagd. Nieuwe cijfers van Deutsche Bank tonen hoe erg de Duitse industrie ‘lijdt’.

    Zoals iedereen weet is een van de belangrijkste doelstellingen van de Duitse energietransitie om de economie te ruïneren. Dat is althans het beeld dat ik krijg bij het lezen van internationale rapporten. Afgaande op de laatste data van Deutsche Bank (pdf) behaalt de energietransitie deze doelstelling echter niet.

    ‘Capaciteitsbenutting is momenteel hoog,’ schrijven de analisten van Deutsche Bank in hun rapport en ze voegen er aan toe dat ze verwachten dat de reële industriële productie in Duitsland in 2014 met 4% zal groeien. De export naar West-Europa stijgt, maar de wereldwijde groei blijft achter. Dat zorgt ervoor dat de inflatie laag blijft op 1,1% in de eerste helft van 2014, ondanks de ‘goede arbeidsmarktsituatie’.

    Deutsche-Bank-500x221
    Bron: Deutsche Bank

    Vergeleken met andere landen in de Eurozone heeft Duitsland (op Ierland na) de hoogste verwachte economische groei, een lage inflatie en als enige begrotingsevenwicht (Luxemburg heeft dat ook, maar is niet weergegeven).

    Energie wordt enkel genoemd in de context van inflatie: door de sterke euro en stabiele olieprijzen stijgen de energieprijzen niet. En hoewel de analisten het niet noemen, heb ik al eens beschreven hoe groothandelstarieven zijn gedaald en retailtarieven stabiel (het tarief dat de consument betaalt) zijn gebleven. Mogelijkerwijs gaan dit jaar ook deze tarieven dalen.

    De analisten van Deutsche Bank richten zich meer op arbeid, omdat de invoer van een minimumloon logischerwijs een belangrijke factor vormt voor het bedrijfsleven. In ieder geval groter dan energie. Momenteel heeft Duitsland namelijk enkel loonafspraken per sector.

    Bron: Deutsche Bank
    Bron: Deutsche Bank.

    De rechter van deze twee grafieken toont hoe de industrie in het voorjaar van 2011 in eerste instantie behoorlijk negatief reageerde op het besluit tot uitfasering van kernenergie door Bondskanselier Merkel. De verwachtingen van de industrie vielen toen scherp terug. Aan het eind van 2012 werd duidelijk dat de Duitse energietransitie vooral lagere energieprijzen betekende voor de industrie en geen uitval van het elektriciteitsnetwerk. In de linker grafiek is te zien dat de werkelijke prestaties van de industrie stabiel bleven, ondanks de schommelende verwachtingen.

    Het rapport is nog het somberst over de energietransitie in de volgende passage:

    Moreover, in light of various government decisions (such as higher pensions) or high energy prices, some companies will probably show restraint when it comes to investment in Germany. As a result, employment growth in industry also looks hardly likely…. However, one needs to bear in mind that the number of employees in German industry currently is more than 7% higher than at its low point of spring 2010, and in a longer-term comparison is high overall.

    Door de tegenvallende start van 2014 voor de machinebouw en chemie is de Duitse industrie afhankelijker geworden van de automotive-sector. De enige reden die wordt gegeven voor de tegenvallende start van de machinebouw is een lager handelsvolume met Rusland.

    Aldel ontvluchtte Nederland vanwege de Duitse Energiewende

    Speciaal voor de Nederlandse lezer vul ik onze non-serie over bedrijven die Duitsland ontvluchten vanwege de hoge elektriciteitsprijzen aan met het verhaal van Aldel. Een Nederlands bedrijf, net over de grens met Duitsland, dat meer elektriciteit wilde inkopen in Duitsland. Want als je gehoord hebt over de Duitse energietransitie die energie-intensieve industrie, zoals aluminium smelters, wegjaagt, raad ik je aan even goed te gaan zitten voor het originele citaat uit het persbericht:

    De Provincie Groningen zelf zal zorgen voor de lening van € 7 miljoen, die nodig is om er voor te zorgen dat Aldel, haar aandeelhouders en de Nederlandse overheid een oplossing vinden op lange termijn, in de vorm van een directe verbinding van Aldel naar het Duitse elektriciteitsnet. Deze verbinding zal dienen als een belangrijke levensader voor Aldel; het zal concurrerende internationale energieprijzen in de toekomst veilig stellen.

    Oftewel: de provincie Groningen, met een van Europa’s grootste gasvelden, leent Aldel 7 miljoen Euro zodat het bedrijf aangesloten kan worden op het Duitse elektriciteitsnetwerk. Deze verbinding noemen ze een ‘belangrijke levensader’, omdat het zorgt voor ‘internationaal concurrerende elektriciteitsprijzen’.

    De Volkskrant meldde dat Aldel’s Duitse concurrenten 25% minder voor elektriciteit betalen. De roep om aansluiting op het Duitse elektriciteitsnetwerk toont dat het verschil niet komt door uitzonderingen voor de Duitse industrie, maar door verschil in werkelijke stroomprijzen.

    De Volkskrant had het echter fout toen ze stelde dat de Duitse reactie op Fukushima aantoont waarom de elektriciteitsmarkt op Europees in plaats van op nationaal niveau moet worden gecoördineerd. Het elektriciteitsaanbod was namelijk nog veel groter – en de elektriciteitsprijs dus veel lager – geweest als Duitsland in 2011 niet acht kerncentrales had gesloten.
    De oorzaak van de dalende elektriciteitsprijzen in Duitsland is vooral de enorme groei van zonne-energie. En dat was al jaren voor Fukushima aan de gang. Sommigen onder ons probeerden uit te leggen wat de resultaten daarvan zouden zijn, maar luisterde daar eigenlijk wel iemand naar?

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is een samenvoeging van twee eerder op Renewables International gepubliceerde artikelen over het effect van de energietransitie op de industrie. Te weten German deindustrialization: how is that going? en Dutch aluminum firm hungry for German electricity. De artikelen zijn met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Duitse export van elektriciteit waardevoller dan import

    ANALYSE – De elektriciteit die Duitsland in 2013 exporteerde was 6,3% duurder per MWh dan de elektriciteit die het land importeerde. De realiteit is dus precies tegenovergesteld aan het veelgehoorde verhaal dat Duitsland haar overschot aan duurzame elektriciteit tegen dumpprijzen verkoopt in omliggende landen.

    Deze gastbijdrage is een vertaling van een artikel van Craig Morris door mij voor Sargasso.

    Vooral voor Frankrijk is de situatie ongunstig; de Duitse elektriciteit die wordt geïmporteerd is 24,4% duurder dan de elektriciteit die Frankrijk naar Duitsland exporteert.

    Trek dus maar 2,8 miljard Euro af van de kosten van de Energiewende in 2013. Dit bedrag verdiende Duitsland dat jaar met de export van energie.

    De algemene aanname is dat Duitsland haar overtollig geproduceerde duurzame elektriciteit (een gevolg van ‘onberekenbare’ wind- en zonne-energie) dumpt in omliggende landen. Dit zou dan betekenen dat de elektriciteit die Duitsland exporteert minder waard moet zijn dan de waarde van de elektriciteit die Duitsland – naar wordt aangenomen op zon- of windloze dagen – importeert.

    Dat lijkt een logische conclusie, maar als we naar de data kijken, ontstaat een heel ander verhaal.

    Zo zijn in Frankrijk de stroomprijzen vaak flink negatiever dan in Duitsland. (Negatieve stroomprijzen worden berekend wanneer, met name in daluren, veel overtollige energie op het elektriciteitsnet wordt gedumpt – bijvoorbeeld door een teveel aan wind of zon, maar ook door de relatief hoge kosten van het naar beneden schakelen van conventionele kern- of kolencentrales.)

    Het veelgehoorde bezwaar tegen zonne- of windenergie, dat deze moeilijker dan conventionele elektriciteit, in overeenstemming met de energievraag zijn te brengen, gaat dus niet op.

    Vorig jaar schreef ik hoe de gemiddelde Duitse exportprijs per kWh 5,6 Eurocent was, vergeleken met 5,25 Eurocent voor iedere geïmporteerde kWh. Met andere woorden: Duitse elektriciteit was 0,35 Eurocent meer waard dan buitenlandse elektriciteit.

    Dit prijsverschil is vorig jaar echter nooit expliciet gemaakt; het persbericht van het Duitse centraal bureau voor statistiek presenteerde enkel de ruwe data. Dit jaar was er niet eens een persbericht. Daarom heb ik de ruwe data zelf opgehaald (klik hier).

    Country Power exports MWh Value in 1,000 euros Power imports in MWh Value in 1,000 euros
    2013
    Belgium
    Luxembourg 4,137,024 209,295
    Sweden 1,049,091 44,492 1,078,890 46,899
    Denmark 6,128,898 301,543 3,678,792 209,096
    France 1,605,290 85,743 11,606,053 498,465
    Netherlands 24,491,975 1,337,447 273,985 14,313
    Austria 15,424,664 812,725 7,070,229 382,777
    Poland 5,672,752 270,502 562,580 25,932
    Czech Republic 2,525,571 135,571 9,203,951 471,618
    Switzerland 10,792,061 559,501 3,398,437 164,927
    TOTAL 71,827,326 4,581,922 35,794,027 1,767,128
    Price of kWh (all) 5.2303 4.9197
    Price of kWh (France) 5.3413 4.2949

    Op de eerste plaats zien we dat er geen elektriciteit wordt verhandeld met België (informatie die ik heb toegevoegd om duidelijk te maken dat ik België niet ben vergeten). Ook Luxemburg exporteert geen stroom terug naar Duitsland. Het verschil tussen de gemiddelde prijs per kWh geëxporteerde stroom en geïmporteerde stroom is 0,31 Eurocent in het voordeel van Duitsland. Opvallend is het grote verschil bij de handel met Frankrijk, dat is bijna 25%.

    Let op dat het hier gaat over fysieke elektriciteitsstromen, niet om commerciële aankopen. In de tabel hierboven lijkt het alsof Frankrijk acht keer zoveel stroom verkoopt aan Duitsland dan het koopt van Duitsland, maar Frankrijk gebruikt het Duitse elektriciteitsnet ook om stroom te verkopen aan Zwitserland en Italië. In werkelijkheid is Frankrijk een grote commerciële koper van Duitse stroom.

    De oorzaken hiervan zijn wederom empirisch eenvoudig te begrijpen (al lijken ze niet logisch). Op de eerste plaats moeten we voorbij de nonsens dat Duitsland onverkoopbare hernieuwbare elektriciteit dumpt op de elektriciteitsmarkt van buurlanden. (Wat Frankrijk overduidelijk wel doet met onverkooopbare kernenergie). Duitsland heeft recent een nieuw record gevestigd, waarbij 73% van de elektriciteit duurzaam werd opgewekt. Dat is duidelijk geen overproductie aan hernieuwbare elektriciteit, daarvoor moet meer dan 100% worden opgewekt (een grens die Denemarken al haalt met enkel windenergie).

    En zoals ik al heb uitgelegd, zorgt de buitenlandse vraag naar Duitse elektriciteit voor een hogere productie van grijze stroom; de productie van hernieuwbare elektriciteit wordt niet beïnvloed door de vraag uit het buitenland.

    Duitsland exporteert goedkope energie omdat conventionele centrales in de knel komen door de groeiende productie van hernieuwbare elektriciteit en deze conventionele centrales niet rendabel kunnen draaien bij een passende (lage) energieproductie. Kortom: Duitsland dumpt juist grijze stroom in buurlanden.

    Onderstaande grafiek illustreert ook wanneer Duitsland stroom importeert en exporteert.

    Energie-export-Dld-458x300

    Agora Energiewende

    De rode lijn geeft de Duitse elektriciteitsvraag weer. Duitsland exporteert elektriciteit wanneer de rode lijn onder het grijze gebied komt. ‘s nachts en aan het begin van de dag gaan de elektriciteitsproductie en de vraag naar elektriciteit redelijk gelijk op. Op deze momenten, wanneer de elektriciteitsvraag en -prijs laag zijn, exporteert Duitsland, relatief gesproken, maar een klein beetje energie. Echter wanneer de vraag (en dus ook de prijs) hoog zijn, is de Duitse energie-export veel groter.

    Kerncentrales in Frankrijk draaien over het algemeen zo veel mogelijk op vol vermogen, dus die kunnen de productie niet verder opschroeven. Frankrijk was mede daarom de tweede importeur van Duitse elektriciteit na Nederland. Alleen zijn Nederlanders gewiekste ondernemers, geen ideologische aanhangers van bepaalde technologieën, zodat de waarde van de elektriciteit die Duitsland aan Nederland verkocht slechts 4,6% meer waard was dan de elektriciteit die Duitsland van Nederland kocht.

    Dat is dan het einde van het verhaal dat Duitsland duurzame elektriciteit tegen verlies dumpt in omliggende landen. Het is een logisch verhaal, maar dat was Aristoteles’ metafysica ook. Sinds de Middeleeuwen is wetenschappelijk denken gebaseerd op experimenten en data. En dat is waar de Duitse energietransitie op is gebaseerd.

    Helaas lijkt veel van de kritiek op de Duitse energietransitie op het wensdenken van metafysici die hun uitleg van de vier elementen en lichaamsvloeistoffen als een feit neerzetten, terwijl hun verhaal enkel klopt volgens de regels van de logica.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Een ‘bad bank’ voor Duitse kolencentrales?

    Al een paar jaar roepen tegenstanders van de energietransitie dat Duitsland ondanks hun Energiewende een renaissance van kolencentrales doormaakt. In dat kader is het op z’n minst opmerkelijk te noemen dat Duitse vakbonden hebben voorgesteld om de bestaande steenkoolcentrales onder te brengen in een ‘nationaal bedrijf’, naar het voorbeeld van de steenkoolmijnen, en dat een woordvoerder van E.On het een ‘interessant idee’ vindt. Volgens sommige commentaren is zo’n nationaal bedrijf te beschouwen als een bad bank voor steenkoolcentrales.

    Het voorstel is wat minder gek als je kijkt naar het capaciteitsgebruik van de verschillende energiebronnen, die bij elkaar de omgekeerde merit order vormen. Hoe hoger in de afbeelding hoe eerder er stroom van dit type centrales betrokken wordt en hoe lager dus de marginale kosten per kWh geproduceerde elektriciteit zijn:

    18plantsystemutilization

    Boven aan in de grafiek staan kerncentrales, die bijna altijd op volle capaciteit draaien. Soms vallen ze terug tot 80%, dat gebeurt op dagen dat de day ahead prices op de groothandelsmarkt voor elektriciteit negatief zijn. Wat betekent dat de exploitanten van kerncentrales hun klanten liever betalen dan de productie verder terug te schroeven. Dat maakt meteen duidelijk dat kerncentrales slecht regelbaar zijn.

    Onder de kerncentrales komen kolencentrales, maar er is een groot verschil tussen bruinkool en steenkool. Bruinkool draait meestal op (bijna) volle capaciteit en daalt soms tot ongeveer 60 procent. De capaciteitsfactor van steenkoolcentrales daarentegen daalt met regelmaat, soms zelfs tot slechts 10%. Gascentrales bevinden zich duidelijk in de hoek waar de hardste klappen vallen, zoals ook blijkt uit het aantal aanvragen om gascentrales te sluiten. Het aantal vollasturen van gascentrales is volgens BDEW gedaald van 3400 in 2010 naar 2640 in 2012 (cijfers 2013 nog niet bekend).

    Hoewel zichtbaar is dat steenkoolcentrales nog steeds op behoorlijke capaciteitsfactoren draaien is in de grafiek ook duidelijk te zien dat ze het volgende type centrale zijn dat door de lage marginale kosten van duurzame energie de markt uitgedrukt gaat worden. In 2022 ontstaat door de sluiting van kerncentrales weer ruimte aan de bovenkant van de grafiek. Het is echter zeer de vraag of deze ruimte door steenkolen gevuld gaat worden. Met het verlagen van het aantal gascentrales in de elektriciteitsmix blijven kolencentrales ook na 2022 onder druk staan van hernieuwbare energie. In dat licht is het voorstel voor een bad bank voor steenkoolcentrales zo vreemd nog niet.

    Nu maar hopen voor de energiereuzen dat hun gloednieuwe steenkoolcentrales in Nederland niet tot de toekomstige bezittingen van de bad bank gaan behoren…

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.