Tag: ontgassen

  • Uit de inbox: Persbericht en vragen over ontgasssen van GroenLinks Gelderland

    Op vrijdag 12 december zat onderstaand persbericht van GroenLinks Gelderland in mijn mailbox en een set schriftelijke vragen over over ontgassen door binnenvaartschepen die zij gesteld hebben aan Gedeputeerde Staten van Gelderland. Ik heb de vragen inmiddels ook toegevoegd aan mijn overzicht met gestelde vragen over ontgassen.

    Persbericht

    GroenLinks Gelderland pleit voor verbod op het dumpen van giftige benzeendamp door binnenvaart en stelt op 12 december schriftelijke vragen aan de Gedeputeerde Staten.

    Waarom verbod op ontgassen?

    GroenLinks Gelderland wil dat er een einde komt aan het dumpen van zeer giftige benzeendampen door binnenvaartschepen in Gelderland. Na het lossen van de lading ‘ontgassen’ veel binnenvaartschepen hun tanks. GroenLinks pleit voor een verbod omdat benzeen en benzeenhoudende koolwaterstoffen door blootstelling, grote risico’s met zich meebrengen. Het is slecht voor de volksgezondheid en het kan smog (door ozon) veroorzaken.

    Wat is ontgassen?

    Veel gassen worden vervoerd in vloeibare vorm. Dit geldt bijvoorbeeld voor vluchtige organische stoffen, zoals benzeen. Na het lossen wordt een tankschip zoveel mogelijk ontdaan van de restlading: ‘nalensen’. Na het nalensen is in de tank vaak nog een grote hoeveelheid van de lading aanwezig in de vorm van damp: ‘restladingdamp’. Om verontreiniging van nieuwe lading te voorkomen wordt deze damp vaak geloosd in de atmosfeer: ‘ontgassen’. Dit gebeurt meestal na afvaart buiten de haven. Het kan ook zijn dat de ladingtanks na het nalensen worden schoongewassen, het waswater moet daarna verplicht worden afgegeven aan de wal. Na het wassen blijft minder restladingdamp in de ladingtanks achter. Echter de tanks moeten droog en schoon zijn voor er nieuwe lading in kan. De ladingtanks worden daarom vaak geventileerd, waarbij ook restladingdampvrijkomt in de atmosfeer.

    Nationaal beleid

    Onze buurlanden Duitsland en België hebben maatregelen genomen om het ontgassen tegen te gaan. Nederland kan net als Duitsland ook een landelijke maatregel treffen, maar doet dat voorlopig niet. De minister van I&M kiest op dit moment voor een internationale oplossing. Deze oplossing kan echter nog jaren op zich laten wachten. De provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland hebben beide besloten het heft in eigen handen te nemen en hun Provinciale Milieuverordening aan te passen. Het doel van de aanpassing van de Milieuverordening is het verbieden van het ontgassen van benzeen aan de buitenlucht per 1 januari 2015 en benzeenhoudende stoffen vanaf 1 januari 2016.

    Statenvragen

    GroenLinks Gelderland wil van de Gedeputeerde Staten weten of de provincie het voorbeeld van Zuid Holland en Noord Brabant volgt. Dit ook om te voorkomen dat binnenvaartschepen op de Waal straks vooral in de provincie Gelderland hun schepen ontgassen.

  • Uit de inbox: Burgerkennisnetwerk Schiedam meteen van start met eerste opgave

    Maandagavond was ik uitgenodigd voor de startbijeenkomst van het Burgerkennisnetwerk. Geen vaste organisatie, maar een kennisnetwerk van professionals die hun kennis en expertise vrijwillig inzetten voor de gemeenschap. Aanmelden voor het netwerk was voor mijzelf een logische stap, gezien mijn betrokkenheid bij het Schiedams Energie Collectief, het dossier ontgassen door de binnenvaart en de daar uit voortgekomen plannen om een luchtkwaliteitsnetwerk op te zetten naar Eindhovens model. Over dat laatste binnenkort meer, voor nu het persbericht van de startbijeenkomst:

    kennisnetwerk-0714Huib Sneep kreeg op 28 januari de meeste stemmen voor zijn SchiedamsDOEN-voorstel voor het instellen van een ‘Burgerkennisnetwerk’. De collegeleden beloofden dat ze de vijf voorstellen met de meeste stemmen nog in 2014 zouden helpen realiseren. Maandagavond 15 december 2014 heette wethouder Marcel Houtkamp de eerste 14 leden van het ‘kennisteam’ welkom en overhandigde hij aan Huib Sneep een beeldje dat symbool staat voor onderlinge verbondenheid en samenwerking. Houtkamp beloofde: “Ik ga het beste uit u halen voor de stad!”

    “Het burgerkennisnetwerk is geen vaste organisatie”, legde wethouder Houtkamp uit. “Het start als een transparante database, en de deelnemers van het netwerk bepalen zelf hoe ze het beheer regelen.” In 2014 is met tal van Schiedammers gesproken die in dit kennisnetwerk vrijwillig hun deskundigheid willen inzetten voor de gemeenschap. De gemeente en Huib Sneep vormden samen goede afspraken over de inzetbaar bij de ontwikkeling van beleid. Marcel Houtkamp opperde bij de start meteen een eerste gespreksonderwerp: “Kunnen we een toolkit ontwikkelen voor optimale participatie tussen bewoners en ambtenaren bij bouw- of inrichtingsprojecten in de stad?” En: “De kunst is nu om alle beschikbare kennis in de stad te ontsluiten en samen te brengen.”

    Gevraagd en ongevraagd meedenken

    “In dit platform combineren we kennis over Schiedam, lokale ervaring én vakmanschap”, legt Huib Sneep uit. “We gaan niet alleen over beleidsontwikkelingen gevraagd en ongevraagd meedenken. Ook over de opzet en uitvoering van de meest uiteenlopende projecten, zowel abstract-beleidsmatig als praktisch-uitvoerend, denken we mee. De gemeente informeert ons over komende activiteiten, onderhoudsplannen of beleidstrajecten. En samen met ambtenaren gaan wij kijken of wij daarbij vanuit onze deskundigheid aandachtspunten hebben.” Daarnaast blijven vanzelfsprekend de reguliere participatie- en inspraaktrajecten bestaan. Een begeleidingscommissie evalueert regelmatig de uitgevoerde projecten en bekijkt op basis van die evaluatie of de aanpak moet worden bijgesteld.

    Professional? Meld je ook aan!

    Het kennisnetwerk bestaat inmiddels uit deskundigen op het gebied van de inrichting van de openbare ruimte, (duurzame) energie, zorg en welzijn, wet- en regelgeving, etc. In de eerste drie

    maanden van 2015 wil Huib Sneep gericht werken aan het uitbouwen van het netwerk. Wie beschikt over waardevolle professionele kennis, wie kan samenwerken met een ambtelijke organisatie en geen belangen verstrengelt, kan een cv sturen naar burgerkennisnetwerk@schiedamsdoen.nl.

    Wederzijdse en gelijkwaardige inbreng

    Wethouder Houtkamp: “SchiedamsDOEN is gericht op een betere samenwerking en communicatie tussen Schiedammers en de gemeentelijke organisatie. Dus zal ik de samenwerking binnen de organisatie zeker blijven aanmoedigen. Dat maakt het werk voor iedereen leuker.” Houtkamp is er blij mee dat met het kennisnetwerk de deskundigheid in de stad beter wordt benut. Die bijdrage gaat verder dan een vrijblijvend advies. We gaan echt uit van een wederzijdse en gelijkwaardige inbreng van kennis en visie.”

  • Vragen over ontgassen aan I&M n.a.v. milieucommissie 28 oktober 2014

    Naar aanleiding van vragen van Liesbeth van Tongeren, GroenLinks, tijdens de Milieuraad van 28 oktober 2014 heb ik op 14 november als redacteur van Sargasso (waar ik het ontgasdossier al ruim een jaar voor volg) onderstaande vragen gesteld aan de persvoorlichters van I&M. Tot op heden is antwoord uitgebleven, bij nabellen gaf de persvoorlichter aan dat het Ministerie van I&M onderscheid maakt tussen ‘echte journalisten’ en bloggers. Dus beantwoording was aan de beleidsdirectie, maar ook die hebben nog niet geantwoord. De vragen zijn in de ogen van de persvoorlichter van I&M ook te gedetailleerd en specifiek voor een journalist. Wat ik dan maar als een compliment beschouw.

    Ondanks het onderscheid tussen journalisten en bloggers ben ik zo vriendelijk geweest de persvoorlichter te wijzen op de mogelijke politieke gevoeligheid van vraag 4 als de Staatssecretaris in de Milieuraad doelde op provinciale ontgasverboden.

    Gestelde vragen:

    Naar aanleiding van antwoorden van Staatssecretaris Mansveld tijdens de milieucommisise van 28 oktober jongstleden heb ik een aantal vragen over ontgassen door de binnenvaart.

    De vragen zijn op basis van het conceptverslag_van de Milieuraad_d.d._28_oktober (word bestand). De vraag van mevrouw van Tongeren staat op blz 43 van het voorlopig verslag. In antwoord op vragen van mevrouw Van Tongeren stelt de staatssecretaris dat voor Nederland het:

    “(…) geen bepalingen [zijn] die landelijk worden gemaakt, maar daarbij hebben we provincies en gemeenten nodig die welwillend zijn om wat dit betreft actie te ondernemen.”

    Vragen:

    1. Ik neem aan dat de staatssecretaris in haar antwoord doelt op provinciale milieuverordeningen die ontgassen aan de buitenlucht verbieden, zoals Zuid-Holland vanaf 1 januari 2015 met benzeen wil doen. Zo nee, wat bedoelt de staatssecretaris dan?Zo ja, dan heb ik de volgende aanvullende vragen:
    2. In eerdere vragen van mij aan RWS antwoord RWS dat ze (net als IL&T) als bijzonder opsporingsambtenaar niet bevoegd zijn om regionale afspraken te handhaven.
      Zie ook mijn eerdere bericht op Sargasso hierover:
      http://sargasso.nl/bestaan-er-lokale-ontgasverboden-de-provincie-utrecht/
      Klopt deze interpretatie van RWS?
    3. Zo ja, is I&M van plan of bereid om de bevoegdheid van de BOA’s van RWS en IL&T uit te breiden tot regionale ontgasverboden, of om daar aan mee te werken?
    4. Inspecteurs van IL&T stellen bij bijeenkomsten over aanpassingen aan het ADN (verdrag voor vervoer gevaarlijke stoffen) openlijk dat de provinciale milieuverordeningen juridisch geen stand gaan houden. Hoe verhoud deze starre houding van uw toezichthouders zich tot de welwillendheid waar de staatssecretaris op rekent bij het nemen van maatregelen? En vind u niet dat landelijke toezichthouders hiermee de effectiviteit van de maatregelen die ‘welwillende’ lokale en regionale bestuurders nemen ondergraven?
    5. Waarom is een ontgasverbod niet op landelijk niveau te regelen? Bv. via de wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS), het ADN staat toch toe dat nationale overheden aanvullende maatregelen nemen ivm andere redenen dan (externe) veiligheid. Een landelijke regeling heeft als voordeel dat meteen de relatie tussen regels en handhaving goed geregeld is. In hoeverre speelt angst voor discussie over Nationale Koppen een rol bij het niet op landelijk niveau willen regelen van een ontgasverbod?
  • Provinciale Staten Zuid-Holland stemt in met ontgasverbod benzeen voor binnenvaart

    Vanmorgen stemde Provinciale Staten van Zuid-Holland in met het instellen van een provinciaal verbod op het ontgassen van benzeen aan de buitenlucht. In het voorstel ontbrak een invoerdatum, maar volgensOmroep West gaat het ontgasverbod op 1 januari 2015 in. De provincie verwacht dat dit op jaarbasis zo’n 50.000 kilogram benzeen emissie per jaar scheelt.

    Zuid-Holland loopt met het verbod voor op internationale verdragen m.b.t. het vervoer van gevaarlijke stoffen (het zogenaamde ADN). Het provinciebestuur wil niet wachten op aanpassing van deze verdragen, omdat benzeen een zeer schadelijke stof is.

    Het verbod op ontgassen zal over een jaar worden uitgebreid met benzeenhoudende stoffen. Volgens Omroep West zouden andere provincies de strengere regelgeving willen overnemen.

    Sargasso heeft afgelopen jaar veel aandacht aan het dossier ontgasssenbesteed. Momenteel staan er ook nog vragen uit bij het Ministerie van Infrastructuur & Milieu, onder andere over handhaving van het provinciaal ontgasverbod.

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Provinciale ontgasverboden

    Nu Zuid-Holland en Noord-Brabant werken aan een beperkt ontgassingsverbod, is het de vraag wat andere provincies gaan doen.

    In mei berichtte Sargasso dat het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam overeenstemming hadden bereikt over het terugdringen van ontgassingen door varende binnenvaartschepen. Onderdeel van het akkoord zijn provinciale ontgasverboden in Zuid-Holland en Noord-Brabant die in 2015 in zouden moeten gaan.

    Deze regionale aanpak betekent dat schippers kunnen gaan uitwijken naar provincies waar ontgassen nog niet is verboden. Reden voor Sargasso om deze zomer een rondje langs de provincies gelegen aan de belangrijkste vaarroutes naar Duitsland en België te maken. De vraag daarbij was simpel: overweegt uw provincie een provinciaal ontgasverbod voor de binnenvaart in te stellen?

    Ontgassen: wat was het ook al weer?

    Bij transport van natte bulklading is het soms nodig om de ruimen (of beter gezegd de tanks) te ontdoen van restanten van die lading, omdat anders geen nieuwe vracht geladen kan worden. Wanneer het vluchtige stoffen betreft, wordt dit vaak gedaan door middel van het ontgassen van het varende schip aan de buitenlucht. Dit is wettelijk toegestaan.

    De dampen die daarbij vrijkomen, bijvoorbeeld van benzeen of benzeenhoudende stoffen, kunnen stankklachten, maar ook milieu- en gezondheidsschade veroorzaken. Met behulp van ontgasinstallaties op de wal of op het schip kunnen schepen echter gecontroleerd worden ontgast, zonder de ladingdampen naar de buitenlucht te laten ontsnappen.

    Status Noord-Brabant en Zuid-Holland

    Inmiddels hebben de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland beide een conceptwijziging van hun Provinciale Milieuverordening opgesteld. In Zuid-Holland is de inspraakperiode inmiddels achter de rug (mijn zienswijze vind je hier). Het doel van de aanpassingen van de provinciale milieuverordening is het verbieden van het ontgassen van benzeen aan de buitenlucht per 1 januari 2015 en benzeenhoudende stoffen vanaf 1 januari 2016.

    Toch wijken beide provinciale milieuverordeningen op punten van elkaar af. Een ontwikkeling die Steven Lak, voorzitter van Deltalinqs (vereniging van Rotterdamse havenondernemers), bij een recente bijeenkomst over het verwerken van ladingdampen in de petrochemische keten deed opmerken dat een lappendeken van provinciale verordeningen dreigt.

    Overige provincies

    Sommige provincies hebben meer kans dan andere om last te krijgen van binnenvaarttankschepen die uitwijken om een ontgasverbod in Zuid-Holland en Noord-Brabant te ontlopen. De provincie Zeeland ligt op een belangrijke verbindingsroute tussen Rotterdam en Antwerpen. De provincies Utrecht en Gelderland liggen op de verbindingsroute tussen Rotterdam en het Duitse achterland, en in de provincie Noord-Holland ligt de grootste benzinehaven ter wereld. De vraag aan deze provincies was simpel:

    Overweegt uw provincie het instellen van een provinciaal ontgasverbod?

    Zo ja, neemt de provincie dan de al in ontwikkeling zijnde aanpassingen van de provinciale milieuverordening uit Noord-Brabant of Zuid-Holland over, of wordt aan een eigen verordening gewerkt?

    Zo nee, kunt u aangeven waarom niet?

    De persvoorlichter van de provincie Utrecht gaf in een reactie aan niet te werken aan een provinciaal verbod op ontgassen, omdat de provincie van mening is dat het Rijk het probleem internationaal moet oplossen (via het Scheepsafvalstoffenverdrag, CDNI). De provincie wil daarom geen verordening instellen waarmee het probleem verplaatst wordt en waarvan het juridisch gezien onduidelijk is of ze deze kunnen handhaven (zie ook mijn eerdere berichtgeving op Sargasso of op mijn blog).

    De provincie Zeeland gaf aan in gesprek te zijn met betrokken partijen over de mogelijke gevolgen van een ontgasverbod in Noord-Brabant en Zuid-Holland. De provincie wil verder geen inhoudelijke openheid van zaken geven over de inhoud van deze gesprekken.

    De persvoorlichter van de provincie Noord-Holland gaf aan dat er binnen de provincie niet wordt gewerkt aan een provinciaal ontgasverbod, waarbij op persoonlijke titel werd toegevoegd dat het probleem in Noord-Holland mogelijk minder speelt.

    De aanwezigheid van het Havenbedrijf Amsterdam en de vereniging van Amsterdamse ondernemers (ORAM) bij de bijeenkomst waar ook Steven Lak vorige week maandag sprak doet echter vermoeden dat er in Noord-Holland wel degelijk nagedacht wordt over een provinciaal ontgasverbod.

    De provincie Gelderland heeft niet gereageerd op het verzoek om informatie. In mei gaf de provincie evenwel aan niet mee te zullen doen aan de afspraken tussen Rijksoverheid en de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland.

    Conclusie

    Vooralsnog lijkt de kans op een provinciale lappendeken beperkt. Al is het natuurlijk mogelijk dat de ondervraagde provincies liever in stilte een ontgassingsverbod voorbereiden of wachten met aanpassing van hun provinciale milieuverordening totdat de wijzigingen in Zuid-Holland en/of Noord-Brabant van kracht zijn.

  • Lezersvragen: Mag je ontgassen in de gemeente Stichtse Vegt of Utrecht?

    Afgelopen anderhalf jaar heb ik me tegen wil en dank steeds dieper ingegraven in het dossier ontgassen door de binnenvaart. Een dossier waar je soms lang moet wachten op antwoord van de overheid (record voor gemeente Rotterdam die precies 365 dagen nodig had om vragen van GroenLinks te beantwoorden) en waar je ontzettend goed moet opletten of je dan ook daadwerkelijk antwoord op je vraag krijgt. Vandaag een lezersvraag van 3 maanden geleden en een inkijkje in de wijze waarop ambtenaren van de gemeente Utrecht hun wethouders informeren.

    De vraag van de lezer was: mag je ontgassen in de gemeente Stichtse Vegt? De lezer in kwestie was van plan om een huis te kopen in Nigtevegt (gelegen langs het Amsterdam-Rijnkanaal, een rijksvaarweg). De lezer had van buurtbewoners te horen gekregen dat er in de gemeente Nigtevegt niet ontgast mag worden. Alleen klopt dat ook? Duurzaam Nigtevegt wist van niks.

    Ongeveer tegelijkertijd vroeg ik wethouder Van Hooijdonk (GroenLinks) van de gemeente Utrecht via Twitter of de gemeente Utrecht ook last had van emissies door ontgassen. Ze antwoordde vrij snel (en met trots op het ambtelijk apparaat) dat Utrecht geen plaatsen voor stilliggend ontgassen heeft aangewezen en dat Rijkswaterstaat handhaaft op het Amsterdam-Rijnkanaal.

    De regelgeving

    Tijd dus om terug te gaan naar de bronnen, te weten de regelgeving en een van de handhavers op de rijksvaarwegen: Rijkswaterstaat. Het transport van gevaarlijke stoffen door de binnenvaart is gereguleerd in het ADN verdrag, daarnaast zijn het scheepsafvalstoffenverdrag (CDNI) en de benzinerichtlijn van belang.

    In het ADN is ontgassen geregeld in artikel 7.2.3.7. In randnummer 7.2.3.7.0 en 7.2.3.7.1 wordt uitgelegd welke stoffen niet ontgast mogen worden. Hier staat bijvoorbeeld dat ontgassen alleen mag naar de buitenlucht als het op grond van andere internationale of nationale wettelijke voorschriften niet verboden is. Ook staat daar dat de zogenaamde t stoffen (toxische stoffen) niet ontgast mogen worden aan de buitenlucht. Verder is ontgassen aan de buitenlucht door binnenvaartschepen, onder voorwaarden, toegestaan. Behalve in drukbevolkte gebieden, een begrip waarvan de definitie in het verdrag en in de Nederlandse wet ontbreekt. In de benzinerichtlijn is vastgelegd dat het ontgassen van benzine (UN 1203 om precies te zijn) verboden is.

    In randnummer 7.2.3.7.3 van het ADN staat een uitzondering voor het ontgassen van verboden stoffen. Bij dit randnummer staat dat wanneer het niet praktisch is om op de aangewezen plaatsen te ontgassen het ook tijdens de vaart mag. Wel zijn er dan strengere eisen aan ontgassen verbonden.

    Voor alle randnummers uit het ADN geldt: als er geen plaatsen voor stilliggend ontgassen zijn aangewezen is ontgassen tijdens de vaart toegestaan.

    Reactie van Rijkswaterstaat

    Van Rijkswaterstaat kreeg ik onderstaande reactie op mijn vraag over lokale ontgasverboden (ik heb de tekst hier en daar wat leesbaarder gemaakt voor niet ingewijden in het dossier):

    Het is ons niet bekend dat er lokale ontgassingsverboden van kracht zijn in de door u genoemde gemeenten [Utrecht en Nigtevegt, KB]. Bovendien zijn lokale verboden van kracht op lokaal grondgebied in dit geval gaat het dan om een gemeentelijk of provinciaal vaarwater.

    Rijkswaterstaat handhaaft op Rijksvaarwegen en niet op wateren waarover zij geen beheer heeft. De wettelijke basis van het instellen van een lokaal verbod is ons niet bekend en in Nederland is de regelgevende instantie die een verbod afgeeft ook verantwoordelijk voor de handhaving daarop.

    Varend ontgassen (ook van benzeen) is momenteel landelijk toegestaan. Stilliggend ontgassen op rijksvaarwegen mag enkel onder voorwaarden en op een door Rijkswaterstaat aangewezen ligplaats. Rijkswaterstaat heeft geen plaatsen aangewezen waar stilliggend ontgassen is toegestaan. Rijkswaterstaat kan in geval van calamiteiten wel tijdelijk een plaats aanwijzen voor stilliggend ontgassen.

    In Nederland houdt de Inspectie Leefomgeving en Transport toezicht op het vervoer van gevaarlijke stoffen, de basis hiervoor is het ADN.

    Conclusie

    De Inspectie Leefomgeving en Transport houden toezicht op het vervoer van gevaarlijke stoffen en Rijkswaterstaat op ontgassen. Beide zijn bij hun toezichthoudende taken gebonden aan landelijke regels voor ontgassen, die weer gebaseerd zijn op het ADN. Er zijn door de landelijke toezichthouders geen plaatsen aangewezen voor stilliggend ontgassen op vaarwegen die onder beheer van het rijk vallen. Dit betekent dat varend ontgassen (ook van toxische stoffen) op rijksvaarwegen is toegestaan, mits schippers zich aan de regels houden. Een overzicht van vaarwegen onder (gedeeltelijk) beheer van Rijkswaterstaat vind je hier.

    Ontgassen in dichtbevolkt gebied is niet toegestaan volgens het ADN. Alleen is dit begrip niet vastgelegd in Nederlandse regelgeving, wat betekent dat ontgassen op alle rijksvaarwegen is toegestaan. Dus ook op het Amsterdam-Rijnkanaal langs Nigtevegt, Maarssen en Utrecht. Hoe de gemeente Utrecht van mening kan zijn dat ontgassen binnen de bebouwde kom verboden is, weet ik niet. Het kan zijn dat dat deel van het Amsterdam-Rijnkanaal geen onderdeel vormt van de rijksvaarwegen. Anders is varend ontgassen ook op het deel van het Amsterdam-Rijnkanaal binnen de bebouwde kom van Utrecht toegestaan. Het lijkt er eerder op dat het ambtelijk apparaat van de gemeente Utrecht de strategie ‘liegen mag niet, selectief antwoord geven wel’ heeft gehanteerd.

    Wanneer je bovenstaande niet gelooft, raad ik je aan bij om een melding van ontgassen bij RWS of IL&T te doen als je een binnenvaarttanker met open luiken langs ziet varen binnen de bebouwde kom. Mocht er proces verbaal komen voordat de provincie Utrecht zich aansluit bij de provinciale ontgasverboden waar Noord-Brabant en Zuid-Holland aan werken, dan ontvang ik daar graag een kopie van. Beloning een doos wijn. Ik denk namelijk dat je ook binnen de bebouwde kom tevergeefs handhaving belt om het ontgassen te stoppen, tenzij het schip benzine (UN 1203) ontgast (wat goed mogelijk is als het vanuit Amsterdam, de grootste benzinehaven ter wereld, komt pdf )…

    Dit artikel is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Zienswijze provinciaal ontgasverbod Zuid-Holland (kenmerk 9wPmv)

    Onderstaande zienswijze heb ik ingediend naar aanleiding van de voorgestelde 9e wijziging van de provinciale milieuverordening van de Provincie Zuid-Holland (pdf). Doel van deze wijziging is om het mogelijk te maken om in de provincie Zuid-Holland een verbod voor het ontgassen van binnenvaarttankschepen aan de buitenlucht in te stellen. Een handelswijze waarbij volgens modelberekeningen van het RIVM jaarlijks 1,8 miljoen kilo vluchtige organische stoffen vrijkomt (zie emissieregistratie.nl). Volgens praktijkonderzoek van Antea zijn de modelberekeningen van het RIVM aan de conservatieve kant en aangezien er geen meldplicht voor ontgassen is weet niemand precies hoe het zit.

    Wilt u zelf een zienswijze indienen dan kan dit door deze voor 27 augustus schriftelijk met handtekening te sturen aan (helaas is digitale communicatie nog niet tot de procedures van de provincie doorgedrongen):

    Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
    Postbus 90602
    2509 LP DEN HAAG
    Ovv:  Zienswijze 9wPmv

    De tekst van onderstaande zienswijze is te downloaden in word-versie en open document formaat.

    Ook de Provincie Noord-Brabant heeft een concept wijziging van de provinciale milieuverordening (pdf) opgesteld. Op de website van Noord-Brabant kan ik niet terugvinden of het nog mogelijk is hier een zienswijze op in te dienen.

    Mijn zienswijze

    Als bewoner van Schiedam maak ik mij al enige tijd druk over de omvang van emissies van schadelijke stoffen t.g.v. ontgassen door de binnenvaart. Tot mijn vreugde is de provincie Zuid-Holland in navolging van de provincie Noord-Brabant van plan om een provinciaal verbod op ontgassen van benzeen en benzeenhoudende (>10%) stoffen in te voeren. Na het lezen van de tekst van de provinciale milieuverordening, de beantwoording van gemeenteraadsvragen door het gemeentebestuur van Rotterdam en het stellen van vragen aan Rijkswaterstaat blijf ik achter met vragen over monitoring en handhaafbaarheid van het provinciaal verbod op ontgassen. Vragen die nog eens extra groot worden door uitlatingen van het RIVM dat het internationale verbod op ontgassen van benzine niet effectief is. Als bewoner zit ik niet te wachten op een verbod dat in de praktijk een wassen neus blijkt, maar op daadwerkelijke stappen om de emissies t.g.v. ontgassen door de binnenvaart terug te dringen. Zoals u in onderstaande zienswijze kunt lezen roept de voorliggende provinciale milieuverordening nog veel vragen op.

    Algemeen

    De provincie Zuid-Holland zet in op een ontgasverbod voor benzeen en benzeenhoudende stoffen. De provincie houdt de mogelijkheid open om het ontgassen meer stoffen te verbieden. De provinciale milieuverordening bevat hiertoe echter geen afwegingskader, zoals in de provinciale milieuverordening van de provincie Noord-Brabant is opgenomen. Het opnemen van een dergelijk afwegingskader heeft als voordeel dat zowel bedrijven als omwonenden weten welke factoren in de toekomst tot een ontgasverbod voor een specifieke stof kunnen leiden.

    1. Waarom heeft de provincie geen afwegingskader voor het toevoegen van stoffen aan het ontgasverbod opgenomen in haar provinciale milieuverordening, zoals de provincie Noord-Brabant doet?
    2. Waarom heeft de provincie Zuid-Holland geen grijze lijst toegevoegd op basis van de minimalisatieplicht uit de Nederlandse emissie Richtlijn (NeR), zoals Noord-Brabant wel heeft gedaan?
    3. Waarom ontbreekt MTBE bij te verbieden UN-nummers? MTBE bevat ook benzeenringen, levert problemen op met drinkwaterbereiding uit oppervlaktewater en wordt in de VS beschouwt verdacht van kankerverwekkende eigenschappen. Daarnaast is Nederland een van de grootste producenten van MTBE in Europa en zijn de emissies t.g.v. ontgassen door de binnenvaart een veelvoud van de totale MTBE emisssie van Nederland (bron Emissieregistratie.nl). Bovendien is los vervoer van MTBE en aardoliedestillaat een van de bekende manieren om het ontgasverbod voor benzine te omzeilen.

    Alternatieven voor ontgassen

    De provincie is van mening dat ladingdampen bij zogenaamde dedicatievaart en bij compatibel varen gewoon in de tank mag blijven. Reden hiervoor is dat de provincie aanneemt dat de resterende ladingdamp bij belading uit de tank wordt verdrongen naar de tank op de wal. In geval de terminal werkt met drijvende daken dan is terugvoer in de tank niet mogelijk en zal er een naast een dampretourinstallatie ook een dampverwerkingsinstallatie aanwezig moeten zijn. In antwoord op vragen van GroenLinks-raadslid Arno Bonte geeft de gemeente Rotterdam aan dat dampretourinstallaties de retour ontvangen dampen naar de buitenlucht mogen lozen en dat er in verschillende gevallen niet eens een dampverwerkingsinstallatie of tank aanwezig is. De gemeente en DCMR kunnen geen overzicht geven van bedrijven waarbij dit het geval is.

    De provincie geeft aan dat er technieken ingezet kunnen worden voor het terugwinnen van restladingdampen teneinde deze weer in te zetten in het productieproces. Het ministerie van I&M gaf vorig jaar in emailcorrespondentie aan dat vanaf afvaart vanaf de terminal sprake is van afval, omdat de ontvanger zich klaarblijkelijk van de resterende ladingdamp wil ontdoen.

    1. Hoe weet de provincie, gelet op bovenstaande informatie, zeker dat resterende ladingdamp bij belading terug gaat naar de tank op de wal en niet via de dampretourinstallatie naar de lucht wordt uitgestoten?
    2. Heeft de provincie een overzicht van installaties binnen de provincie die beschikken over een dampverwerkingsinstallatie, zodat teruggewonnen ladingdampen niet worden uitgestoten naar de lucht?
    3. Hoe verhoud het terugwinnen van restladingdampen teneinde deze weer in te zetten in het productieproces zich tot de afvalwetgeving?

    Monitoring

    Schepen melden hun lading in IVS90, dit systeem wordt echter niet gehanteerd voor scheepvaartbewegingen binnen het Rotterdams havengebied. IVS90 is ook niet bedoeld voor opsporings- en handhavingsdoeleinden.

    1. Welke monitoringssystemen heeft de provincie Zuid-Holland om te bepalen wat de lading was van een binnenvaarttankschip?
    2. Welke monitoringssystemen heeft de provincie Zuid-Holland om te bepalen wat de voorgaande ladingen van een binnenvaarttankschip waren (dit i.v.m. de uitzonderingen in artikel 4.5.4)?
    3. Welke monitoringssystemen heeft de provincie Zuid-Holland om waar te nemen dat een binnenvaartschip gaat ontgassen? Er is tenslotte geen meldplicht voor ontgassen.
    4. Is het genoemde E-nose monitoringssysteem nauwkeurig genoeg om waar te nemen dat een schip heeft ontgast of bezig is te ontgassen?
    5. Is het E-nosesysteem geschikt voor handhavingsdoeleinden en is het systeem in staat om stof specifiek ingezet te worden voor de UN nummers die onder het ontgasverbod vallen?
    6. Vind monitoring van ontgassingsemissies volcontinue plaats of enkel gedurende bepaalde intervallen?

     Handhaving

    In de provinciale milieuverordening wordt gesproken over handhaving door de regionale omgevingsdienst, eventueel in samenwerkign met politie, RWS en HBR. Rijkswaterstaat geeft op schriftelijke vragen van mij echter aan dat zij de bestaande nationale regels voor ontgassen enkel op heterdaad mag handhaven. RWS acht zichzelf niet bevoegd om provinciale of lokale verboden te handhaven op rijksvaarwegen. Dit geldt huns inziens evenzeer voor inspecteurs van de Inspectie Leefomgeving & Transport.

    1. Beschikt de regionale omgevingsdienst over eigen vaartuigen om controles uit te voeren?

    2. Zo nee, hoe krijgt de samenwerking tussen regionale omgevingsdienst, politie, RWS, IL&T en HBR concreet vorm? Op welke wijze borgt de provincie dat landelijk werkende bijzonder opsporingsambtenaren van RWS en IL&T in staat zijn het provinciale ontgasverbod te handhaven?

    3. Hoe snel kunnen controleurs ter plaatse zijn als het monitoringssysteem een ontgassing waar neemt?

    4. Mogen controleurs op basis van de provinciale milieuverordening na afloop van een ontgassing beboeten, of enkel op heterdaad?

    5. renzen tussen provincies lopen vaak midden door de vaarweg. Dit roept de vraag op hoe handhaving plaatsvindt op wateren, die de provinciegrens vormen met provincies waar geen ontgasverbod geldt?

  • RIVM past emissiecijfers ontgassen binnenvaart aan

    Sargasso beschikt over stukken waaruit blijkt dat het RIVM, naar aanleiding van het rapport van CE Delft, de emissiecijfers van ontgassen door de binnenvaart met een factor tien omhoog bijstelt [RIVM heeft de aangepaste cijfers inmiddels gepubliceerd op Emissieregistratie.nl, KB]. De cijfers voor 2013 ontbreken nog, deze zouden half mei gepubliceerd worden. De cijfers tot en met 2012 (in bezit Sargasso) laten duidelijk zien dat de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) vorig jaar onterecht het frame hanteerde dat de emissies als gevolg van ontgassen door de binnenvaart gedaald zijn.

    Volgens de oude cijfers was de emissie als gevolg van ontgassen in 2012 179.300 kg, na bijstelling gaat het om 1.909.290 kg. Weliswaar gaat het slechts om 1,3% van de totale nationale emissie van vluchtige organische stoffen, maar het gaat vaak wel om stoffen met schadelijke gezondheidseffecten, zoals bijvoorbeeld benzeen, of emissies met effecten op de drinkwaterkwaliteit, zoals MTBE. Het gaat bovendien om emissies die zich concentreren rond gebieden met veel binnenvaart en (petro)chemie, zoals Moerdijk, de Drechtsteden, de regio Rijnmond en Amsterdam.

    Ontgassen_VOS_emissie

    Wat is ontgassen ook al weer?

    Ontgassen is nodig omdat er in de tanks van schepen die chemicaliën en aardolieproducten vervoeren ladingrestanten en ladingdampen achterblijven nadat de tanks geleegd zijn. De schepen worden na het lossen met ladingrestant en ladingdamp weggestuurd van de terminal. Om een volgende lading te kunnen laden moet een schipper vaak laten zien dat het schip gasvrij is. Om dat te bereiken moeten de ladingrestanten en ladingdampen uit het ruim verdwijnen. Dat kan op verschillende manieren, bij een tankschoonmaakbedrijf of door de tanks te luchten in de buitenlucht. Dat laatste heet ontgassen (soms eufemistisch omschreven als schoonmaken in de buitenlucht, ventileren of droogblazen).

    Gezondheidseffect ontgassen

    Bij ontgassen komen aardolieproducten en chemische stoffen vrij. Veelal gaat het om vluchtige organische stoffen (VOS) met schadelijke bijwerkingen, zoals benzeen, tolueen, ETBE en MTBE (loodvervangers in benzine). Daarbovenop komt dat VOS-emissies effecten kunnen hebben op de gezondheid. De volgende effecten kunnen acuut of na langdurige blootstelling optreden:

    • Aldehyden (formaldehyde, aceetaldehyde): slijmvlies irriterend,
    • carbonzuren (mierenzuur, azijnzuur): irriterend en soms corrosief,
    • koolwaterstoffen (tolueen, nonaan): narcotiserend, niereffecten bij sommige proefdieren,
    • chloorkoolwaterstoffen (tri, tetra, per): narcotiserend, lever, nier,
    • methyleenchloride: ernstige irritatie (vloeistof), branderig gevoel (damp),
    • aromatische amines en nitroverbindingen (nitrobenzeen):methemoglobine-vorming.

    Verder zijn er een aantal VOS met specifieke effecten:

    • Benzeen, aniline: effecten op het bloed en bloedvormend systeem,
    • hexaan en MIBK perifere zenuwstelsel/neurotoxisch,
    • benzeen, vinylchloride, butadieen, PAK: kankerverwekkend

    Aangepaste emissiecijfers

    Het RIVM heeft de emissiecijfers voor verschillende stoffen aangepast en het aantal stoffen uitgebreid. Een stof waarvan de emissie naar boven is bijgesteld, is benzeen. Volgens de oude cijfers werd in 2012 6.645 kg benzeen uitgestoten, volgens de nieuwe cijfers 60.751 kg. Daarmee is ontgassen in een klap goed voor 70% van de jaarlijkse benzeenemissie van de binnenvaart.

    Ik snap overigens niet waarom er voor benzeenuitstoot van landbronnen een minimalisatieverplichting geldt, terwijl je het rustig uit je schip mag laten dampen. Met alle schadelijke gevolgen voor opvarenden en omwonenden van dien. Zeker na het uitkomen van het rapport van Antea (pdf), waarin staat dat de meetapparatuur op de schepen niet nauwkeurig genoeg is om te bepalen of gevaarlijke concentraties gas aanwezig zijn, waardoor er risico bestaat dat personeel het dek op gaat terwijl te hoge concentraties giftige dampen hangen, die ook explosief kunnen zijn.

    Benzeen_emissie_ontgassen

    Een nieuwkomer in de cijfers van het RIVM is MTBE, een stof die aan benzine wordt toegevoegd als loodvervanger. Deze stof vormt een probleem voor de drinkwatervoorziening en wordt door de Amerikaanse overheid bestempeld als mogelijk kankerverwekkend. Vanwege grondwatervervuiling is de stof in zestien staten in de Verenigde Staten verboden. MTBE is zwaarder dan lucht en slaat bij ontgassen dus neer in het oppervlaktewater. Het is daarom bijzonder dat het RIVM ontgassen van MTBE ziet als emissie naar het compartiment lucht. Reden voor mij om begin mei vragen te stellen aan het RIVM over het bestempelen van MTBE als luchtemissie. Op deze vragen is nog geen antwoord gekomen.

    Wat ook bijzonder is aan MTBE is dat de bijstelling van de emissiecijfers voor de binnenvaart een enorm effect heeft op de totale Nederlandse emissie. Deze bedroeg in 2011 slechts 918 kg, terwijl ontgassen door de binnenvaart in dat jaar goed was voor 360.000 kg. Aan de hoogte van de officiële cijfers valt sowieso te twijfelen, aangezien ik over stukken beschik over een lozing van twee- tot drieduizend kg op het oppervlaktewater. Het kan natuurlijk zijn dat het geen lozing, maar een ontgassing betrof. Dat blijft echter giswerk, aangezien ontgassingen niet gemeld hoeven te worden.

    MTBE_emissie_ontgassen

    Benzine komt niet apart voor in de cijfers van het RIVM, tenzij deze onder de algemene term NMVOS (niet-methaan vluchtige organische stoffen) wordt meegerekend. Als het RIVM benzine niet meeneemt is dat opvallend, omdat CE Delft in haar rapport tot 281 ton benzine-emissie per jaar komt – ook al mag benzine volgens de benzinerichtlijn niet aan de buitenlucht ontgast worden. Politiek gezien natuurlijk wel zo handig om dat getal dan weg te stoppen onder een andere naam, bijvoorbeeld als minerale oliën (de categorie die in hoeveelheid het dichtst bij het CE rapport van vorig jaar komt)?

    Benzine_emissie_ontgassen

    Onderbouwing emissiecijfers

    Het RIVM baseert zich voor haar nieuwe berekeningen op het rapport van CE Delft van vorig jaar. Dat rapport is op zijn beurt weer gebaseerd op het protocol met behulp waarvan het RIVM de oudere cijfers opstelde, wat vervolgens weer gebaseerd is op een nog ouder rapport van CE Delft over ontgassen uit 2003. Toch zit er een groot verschil tussen de cijfers op basis van het protocol uit 2003 en op basis van het nieuwe rapport van CE uit 2013. Hoe dat komt? Zelfs als geïnteresseerde burger kan ik het niet volgen.

    Zolang er geen meld-, monitor- of meetplicht is voor ontgassen in de binnenvaart zie ik de officiële cijfers als een conservatieve schatting. Ik voel me daarin gesterkt door Staatssecretaris Mansveld, die in de beantwoording van Kamervragen aangaf dat toxische stoffen wel degelijk ontgast mogen worden, en door het onderzoek dat Antea vorig jaar heeft uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

    Dit artikel is geschreven en gepubliceerd op Sargasso, als onderdeel van de reeks over emissies van ontgassen in de binnenvaart.

  • Update Wob-verzoek DCMR dampretourinstallaties

    Tijdens mijn speurtocht naar ontgassen in de binnenvaart stuitte ik vorig jaar op een presentatie van het ministerie van I&M. In deze presentatie werd gesteld dat er nog dampretourinstallaties zijn vergund die rechtstreeks naar de buitenlucht afblazen (sheet 8). Dampretourinstallaties die de schadelijke dampen die ze retour nemen dus niet door een dampverwerkingsinstallatie (DVI) leiden. De reden volgens is volgens de presentatie dat dampverwerkingsinstallaties traag, duur en log zijn.

    Een bizar fenomeen leek me, maar genoeg reden om bij DCMR (Milieudienst Rijnmond) informatie te vragen om een overzicht van installaties waar dat voor geldt in de regio Rijnmond. Na weken wachten op een antwoord werd dit Wob-verzoek net voor het verstrijken van de besluittermijn afgewezen, omdat ik om een overzicht vroeg en DCMR een dergelijk bestand niet heeft. Beetje flauw, want er is dan wellicht geen overzicht, maar van milieuvergunningen is natuurlijk gewoon documentatie. Even een belletje of mailtje mijn kant op en we hadden dat kunnen oplossen.

    Aangezien ik niet voor één gat te vangen ben vroeg ik om raad aan Brenno de Winter. Dat leidde tot een nieuw Wob-verzoek dat ik als nieuwjaarscadeautje op 3 januari verstuurde. Daarin stelde ik de volgende vragen:

    Ik wil u vragen mij informatie te verschaffen, welke mogelijk is vervat in documenten, met betrekking tot ontgassen en dampretourinstallaties. Specifiek gaat het om navolgende informatie:

    1. Alle actuele vergunning voor dampretourinstallaties met inbegrip van de documenten met betrekking tot het verkrijgen van die vergunningen met inbegrip van eventuele procedures. Met actueel bedoel ik vergunningen die in het jaar 2013 zijn aangevraagd alsmede vergunningen die in de periode 2013 tot heden nog niet verlopen waren;
    2. Onderzoeken en metingen met betrekking tot ontgassing uitgevoerd of beschreven in de periode 2010 tot heden;
    3. Informatie met betrekking tot toezicht op vergunningen voor dampretourinstallaties alsmede ontgassing gedurende de periode 2013;
    4. Communicatie met interne en externe partijen met betrekking tot dampretourinstallaties of ontgassing;
    5. Besluiten, opinies, standpunten welke in voorbereiding zijn.

    Op 15 januari ontving ik een ontvangstbevestiging, waarin DCMR aangaf 6 weken nodig te hebben voor een besluit. Inmiddels zijn we bijna 8 weken verder en heb ik niks meer gehoord van DCMR. Dat betekent dat ik februari af heb gesloten met het in gebreke stellen van DCMR. Lang leve de open overheid, nu graag boter bij de vis 🙁

  • Mansveld zet in op internationaal verbod op ontgassen

    binnenvaarttanker

    Staatssecretaris Wilma Mansveld heeft vorige week aan de Tweede Kamer laten weten dat ze inzet op een internationaal verbod op ontgassen door de binnenvaart, dus niet op een verbod in de havens zoals RTV Rijnmond in december meldde. Ze deed dit in antwoord op Kamervragen van Henk van Gerven (SP) en Liesbeth van Tongeren (GroenLinks). Dat is goed nieuws. Uit de antwoorden valt op te maken dat er in juni belangrijk internationaal overleg is om tot zo´n internationaal verbod op ontgassen te komen. Helaas vermeldt de staatssecretaris geen beoogde ingangsdatum van het verbod, ondanks berichten in diverse media dat dit wel zo zou zijn. Ook biedt ze vooruitlopend op een internationaal verbod geen zicht op nationale maatregelen.

    Wel positief is dat het RIVM opdracht krijgt om opnieuw naar het protocol waarmee de omvang van emissie door ontgassen bepaald wordt te kijken. De kans is groot dat de officiële emissies daarmee gaan stijgen, zowel de emissies naar de lucht als de emissies naar het oppervlaktewater. Waarschijnlijk nog meer dan CE al berekende, omdat de staatssecretaris aangeeft dat het ontgassen van toxische stoffen naar de buitenlucht is toegestaan, zoals ik ook al schreef. CE Delft gaat in haar rapport ervan uit dat toxische stoffen niet aan de buitenlucht ontgast worden. Volgens CE gaat het om maximaal 24 ton aan toxische stoffen, te weten UN 1093 (acrylonitrile), UN 1230 (methanol), UN 1662 (nitrobenzene) and UN 2312 (phenol) en UN 1547 (aniline).

    Nieuwe vragen

    De staatssecretaris geeft aan dat ze de mening deelt dat de havens van Amsterdam, Dordrecht, Moerdijk en Rotterdam grotendeels in de buurt van woonkernen zijn gelegen. Een begrip dat voorkomt in internationale verdragen, maar niet is gedefinieerd in de Nederlandse regelgeving. Tot mijn verbazing laat de Staatssecretaris het bij deze constatering, zonder de logische vervolgstap om het begrip woonkern te koppelen aan een bestaand definitie. Bijvoorbeeld gebieden met de bestemming wonen.

    Wat ook verrast, is dat de staatssecretaris schrijft dat alle dampretourinstallaties in Nederland in principe de teruggewonnen damp naar de buitenlucht mogen uitstoten. Het ontgaat me wat dan nog het milieuvoordeel van een dampretourinstallatie is. Tenzij ze bedoelt dat dampretourinstallaties teruggewonnen damp in geval van calamiteiten naar de buitenlucht mogen uitstoten. In mijn naïviteit dacht ik dat een dampretourinstallatie de dampen uit een tank retour nam of deze damp naar een dampverwerkingsinstallatie door zou sturen.

    Inmiddels hebben Henk van Gerven en Liesbeth van Tongeren samen schriftelijke vervolgvragen gesteld aan Staatssecretaris Mansveld. Een volledig overzicht van vragen over ontgassen vind je hier.

    Selectief informeren

    De staatssecretaris stelt dat er tijdens handhavingsacties door de samenwerkende toezichthouders op de Zuid-Hollandse wateren en in de Rotterdamse haven slechts een beperkt aantal waarschuwingen en processen-verbaal zijn opgemaakt. In 2012 ging het om 38 waarschuwingen en 14 processen-verbaal en in 2013 om 6 waarschuwingen en 17 processen-verbaal. Deze gegevens komen uit het Evaluatieverslag (pdf) thema-acties ontgassen & boord-boord overslag 2012 van BTR-Rijnmond.

    In dit evaluatieverslag staat ook dat de samenwerkende toezichthouders op basis van de uitgevoerde handhavingsacties concluderen dat het nalevingsniveau van het ADN en andere vigerende wet- en regelgeving laag is. De samenwerkende toezichthouders zijn van mening dat dit stringenter toezicht op de naleving van wet- en regelgeving met betrekking tot boord-boord overslag en ontgassen noodzakelijk maakt. De diversiteit aan overtredingen die de toezichthouders geconstateerd hebben is groot en de geconstateerde overtredingen brengen onaanvaardbaar hoge veiligheidsrisico’s voor bemanning en omgeving met zich mee.

    Dat is een veel minder rooskleurig resultaat dan dat oprijst uit de aantallen die de staatssecretaris noemt in de beantwoording van de Kamervragen van Van Gerven.