De verhoging van uw energierekening komt uit het midden

De afgelopen maanden is er veel te doen over de betaalbaarheid van de klimaatplannen van het Kabinet. In augustus waarschuwde CDA leider Buma al voor een Fortuijn achtige revolte als de klimaatplannen niet betaalbaar zouden zijn voor de gewone man. Sinds de publicatie van het concept klimaatakkoord in december hebben veel politieke partijen hun zorgen uitgesproken over de betaalbaarheid van de klimaatplannen voor burgers. Voor de milieubeweging en de FNV was de lastenverdeling tussen burgers en bedrijfsleven zelfs reden om een dag voor publicatie van het klimaatakkoord hun handen van het klimaatakkoord af te trekken. Tijd dus om eens te kijken hoe de zorgen van politieke partijen zich het afgelopen half jaar hebben vertaald in voorstellen in de Tweede Kamer en in het stemgedrag van de verschillende politieke partijen als het gaat om de verdeling van de kosten van energiebelasting en opslag duurzame energie over burgers en bedrijven.

Opbouw energierekening

De energierekening kent drie belangrijke posten waar de Tweede Kamer jaarlijks invloed op heeft. Op de eerste plaats zijn dit de  energiebelasting en de vermindering hierop, op de tweede plaats de opslag duurzame energie, . Met deze laatste worden de kasuitgaven van de SDE+ gefinancierd (al zal het Ministerie van Financiën ontkennen dat er een rechtstreekse koppeling is). Over de hoogte van de tarieven van beide is eind 2018 gestemd in de Tweede Kamer. Bij het berekenen van het effect op de energierekening ben ik uitgegaan van het gemiddeld verbruik volgens Milieucentraal (1.470 m3 gas en 3.000 kWh elektriciteit per jaar). In 2018 betaalde mensen met een dergelijk verbruik zo’n 400 Euro aan energiebelasting en opslag duurzame energie, waarbij ik de korting op de energiebelasting en de BTW al heb verrekend. In 2019 wordt dit bij ongewijzigd verbruik 162 Euro meer.

Energiebelasting

Het belastingplan 2019 verhoogt de energiebelasting voor gas en verlaagt de energiebelasting voor elektriciteit. Ook de heffingsvermindering energiebelasting wordt verlaagd. Per saldo kost dat een gemiddeld huishouden 99 Euro per jaar extra. Bij de behandeling van het wetsvoorstel werden twee amendementen ingediend om de verlaging van de heffingsvermindering terug te draaien. In het voorstel van GroenLinks werd de dekking hiervoor gevonden door de tarieven van de hogere schijven van de energiebelasting voor gas en elektriciteit te verhogen. De SP stelde voor om dit te financieren door de tarieven in hoogste schijf van de energiebelasting te verhogen (de echte grootverbruikers). Beide amendementen werden verworpen. In beide gevallen had dit huishoudens Euro 62 per jaar gescheeld. Voor het voorstel van GroenLinks stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en Denk. Tegen het voorstel van GroenLinks stemden VVD, CDA, ChristenUnie, D66, PVV, SGP en Forum voor Democratie. De stemmingsuitslag van het voorstel van de SP verschilde weinig, enkel 50PLUS wisselde stuivertje en stemde tegen het voorstel van de SP.

Het wetsvoorstel werd uiteindelijk wel aangenomen, waarbij VVD, CDA, D66, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie, PvdD, 50PLUS en SGP voor stemden. Tegen stemden PVV, SP, DENK en Forum voor Democratie.

Verder terugzoeken in de tijd levert een heel reeks amendementen op. In 2017 diende GroenLinks een amendement in om de tijdelijke verhoging van de energiebelasting uit het energieakkoord enkel ten laste van de korting op de energiebelasting voor het bedrijfsleven te brengen in plaats. Dit amendement werd verworpen. Voor stemden GroenLinks, SP, PvdD en DENK. De andere partijen stemden tegen.

In 2016 stelde GroenLinks voor om de energiebelasting voor het bedrijfsleven te verhogen en de opbrengst te gebruiken voor meer innovatiegelden en voor verhoging van de arbeidskorting. Voor stemden SP, D66, GroenLinks en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP, Groep Bontes/Van Klaveren, DENK (Groep Kuzu/Öztürk, 50PLUS, Houwers, Klein en Van Vliet.

GroenLinks diende in 2011 een amendement in dat een grote verschuiving van lasten van werknemers naar bedrijfsleven zou hebben betekend. Het amendement wilde de arbeidskorting in vier stappen met in totaal 508 euro in 2015 verhogen en de bezuinigingen op de uitkeringen terugdraaien. Dit zou betaald moeten worden door de kinderbijslag inkomensafhankelijk te maken en door in vier jaar tijd korting op de energiebelastingtarieven voor alle grootverbruikers in 4 stappen te verlagen tussen 2012 en 2015. Dit zou een lastenverschuiving van een paar miljard hebben opgeleverd. Voor stemden SP, D66, GroenLinks en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, PVV, CDA, ChristenUnie en SGP.

Tarief Opslag duurzame energie

Op 20 november stemde de Kamer over het wetsvoorstel Wijziging van de Wet opslag duurzame energie, in verband met de vaststelling van tarieven voor het jaar 2019. Net als bij de energiebelasting wordt bij de opslag duurzame energie het uitgangspunt gehanteerd dat de helft van de jaarlijkse opbrengsten van kleinverbruikers komt en de helft van grootverbruikers. De tarieven in het wetsvoorstel leiden tot een stijging van de energierekening met 63 Euro voor een gemiddeld huishouden.

Bij de behandeling zijn twee amendementen ingediend. Het eerste amendement van de SP (kamerstuk 35004 – 9) stelt voor om de verdeling van de lasten van de ODE te verschuiven naar grootverbruikers, zodat een verhouding ontstaat van 20:80 in plaats van 50:50. Wanneer dit amendement was aangenomen was de energierekening voor een gemiddeld huishouden met 34 Euro gedaald in plaats van met 63 Euro gestegen. Voor stemden SP, PvdA, PvdD en Denk. Alle andere partijen stemden tegen. Het amendement van de SP was een extremere versie van een GroenLinks amendement uit 2017, dat voorstelde om de lasten van de opslag duurzame energie in een verhouding 40:60 te verdelen over huishoudens en bedrijfsleven. Ook dit voorstel werd afgewezen. In 2018 stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK voor. Alle andere partijen stemden tegen, waaronder VVD, CDA, Forum voor Democratie en PVV.

Het tweede amendement dat in 2018 werd ingediend door GroenLinks en voerde een heffingsvermindering van 51 Euro in (Kamerstuk 35004 – 16) te bekostigen door het verhogen van de hogere schijven van de opslag duurzame energie. Als dit amendement was aangenomen waren de kosten van de opslag duurzame energie in 2019 voor een gemiddeld huishuiden met slechts 1 euro gestegen ten opzichte van 2018. Voor stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD en Denk. Tegen stemden VVD, CDA, D66, CU, PVV en Forum voor Democratie.

Van de zijde van Forum voor Democratie, PVV, VVD, CU en CDA kwamen in 2018 geen voorstellen om de lastenverzwaring voor kleinverbruikers te beperken. Er lag ook geen amendement van PVV of Forum voor Democratie om de opslag duurzame energie af te schaffen.

De stemming over twee GroenLinks amendementen uit 2016 laat zien hoe belangrijk de coalitie is in het voorkomen van de verschuiving van lasten van burger naar bedrijfsleven.  In 2016 werden door GroenLinks twee amendementen ingediend. Beide amendementen draaiden de verhoging van de ODE voor kleinverbruikers terug en dekten dit door de ODE voor grootverbruikers te verhogen. Het ene amendement deed dit voor de ODE op gas, het andere voor de ODE op elektriciteit. Voor stemden in 2016 de SP, ChristenUnie, GroenLinks, Denk (Groep Kuzu/Öztürk), PvdD, 50PLUS en Klein. Tegen de verschuiving van lasten van burgers naar bedrijfsleven stemden VVD, PvdA, CDA, D66, PVV, SGP, Bontes/Van Klaveren, Houwers, Monasch en Van Vliet.

Zoals te zien is hebben PvdA en CU hun stemgedrag sinds 2016 aangepast. PvdA steunt inmiddels het verzwaren van lasten voor het bedrijfsleven ten gunste van de burger, de ChristenUnie stemt hier inmiddels tegen. Vaste constante in het tegenstemmen zijn VVD, CDA en PVV. Wie verder terug zoekt komt een amendement van D66 tegen uit 2012, dit amendement stelt voor om bij de opslag duurzame energie te werken met een vlaktaks in plaats van met verschillende schijven met een aflopend tarief naarmate het energieverbruik hoger is. Dit amendement zou een veel groter deel van de kosten van de SDE+ regeling bij het bedrijfsleven hebben gelegd. Voor stemden SP, D66, ChristenUnie, GroenLinks, 50PLUS en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, PVV, CDA en SGP.

Klimaatakkoord

In het ontwerp klimaatakkoord zijn twee varianten opgenomen voor een lastenneutrale schuif in de energiebelasting:

A. Een verhoging van de energiebelasting van jaarlijks +1 cent op gas vanaf 2020 t/m 2029 i.c.m. de eerste vier jaar een verhoging belastingvermindering oplopend tot 65 euro, en daarna zes jaar verlaging elektriciteitstarief met -0,5 cent. Aangevuld met een extra ISDE budget van 50 miljoen euro/jaar t/m 2022.

B. Een verhoging van de energiebelasting op gas in 2020 met +4 cent en verhoging belastingvermindering met 65 euro met in de zes jaar daarna een verhoging van de energiebelasting op gas van jaarlijks +1 cent en een verlaging van de energiebelasting op elektriciteit van jaarlijks -0,5 cent tot 2030.

Beide varianten lopen door tot 2030. Uitgaande van hetzelfde gemiddelde verbruik van een huishouden leveren beide varianten een lichte daling van de kosten voor energiebelasting op ten opzichte van 2019. Ten opzichte van 2018 blijft het echter een forse stijging van de energiebelasting.

JaarA t.o.v. 2019A t.o.v. 2018B t.o.v. 2019B t.o.v. 2018
2020-€1.88€97.15-€7.50€91.52
2021-€3.75€95.27-€7.87€91.16
2022-€5.63€93.40-€8.23€90.79
2023-€7.50€91.52-€8.59€90.43
2024-€7.87€91.16-€8.95€90.07
2025-€8.23€90.79-€9.32€89.71
2026-€8.59€90.43-€9.68€89.34
2027-€8.95€90.07-€27.83€71.19
2028-€9.32€89.71-€45.98€53.04
2029-€9.68€89.34-€64.13€34.89
2030-€9.68€89.34-€82.28€16.74

In bovenstaande tabel heb ik nog geen rekening gehouden met de stijging van de opslag duurzame energie van 2019, die naar ik verwacht de komende jaren verder zal stijgen door de realisatie van meer duurzame energieprojecten en uitbreiding van de SDE+ naar de SDE++ regeling. Door deze laatste uitbreiding komt er naar verwachting ook ruimte in de SDE++ regeling (die gefinancierd wordt vanuit de opslag duurzame energie) voor infrastructurele projecten, zoals biogasnetwerken, CO2 leidingen en warmtenetten, en voor CO2 afvang en opslag. Waarmee de opbrengsten van de opslag duurzame energie nog meer dan nu als subsidie naar het bedrijfsleven gaan.

Zodra de doorrekening van PBL beschikbaar is wil ik de effecten van het klimaatakkoord op de energierekening van een gemiddelde huishouden vergelijken met de tarieven die politieke partijen hebben gehanteerd in de doorrekening van hun verkiezingsprogramma.

Wat al wel te zeggen is is dat de verhoging van de belastingvermindering met Euro 65 weggestreept moet worden tegen de verlaging met 51 Euro van dit jaar. Per saldo levert het klimaatakkoord dus slechts 14 Euro meer belastingvermindering op dan u tot vorig jaar al kreeg.

Amendement kosten energietransitie

Een amendement dat apart vermeldenswaardig is betreft het amendement van de PvdA over € 500 miljoen voor koopkrachteffecten energietransitie. Dit amendement reserveert eenmalig 500 miljoen Euro om koopkrachteffecten bij burgers te repareren. Waarbij verwezen wordt naar een soortgelijke reserve die is opgenomen in de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, hetgeen volgens de PvdA waarschijnlijk ten goede zal komen aan bedrijven. Voor het amendement stemden PVV, GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK. Tegen stemden VVD, CDA, D66, ChristenUnie, SGP en Forum voor Democratie.

Conclusie

Het is opvallend dat CDA en VVD, die afgelopen maand beide een nummertje maakten over de betaalbaarheid van de klimaatplannen voor gewone mensen, de afgelopen jaren consequent tegen het verschuiven van de lasten van burgers naar bedrijven stemmen. Dat speelt zowel bij de energiebelasting als bij de opslag duurzame energie. D66 heeft ergens tussen 2012 en nu een draai gemaakt. Waren ze in 2012 nog indiener van een voorstel om de opslag duurzame energie als vlaktaks in te voeren, waarmee een groter deel van de opslag duurzame energie door het bedrijfsleven zou worden betaald. Inmiddels stemmen ze al een aantal jaar consequent tegen voorstellen om de energiebelasting of de opslag duurzame energie voor bedrijven meer te laten stijgen dan voor burgers. Alleen een voorstel om voor hogere energiebelasting die ten gunste komt van innovatie in het bedrijfsleven kon op steun rekenen. De ChristenUnie heeft met het toetreden tot de coalitie stuivertje gewisseld met de PvdA. De ChristenUnie stemt sinds de toetreding tot de coalitie consequent mee met VVD en CDA.

Ook het stemgedrag van de PVV en Forum voor Democratie is opvallend, consequent stemmen ze tegen de wetsvoorstellen energiebelasting en opslag duurzame energie. Tevens stemmen beide op gebied van energie consequent tegen amendementen die lasten van burgers naar bedrijfsleven verschuiven.

Tot slot: De uitlatingen van politici in de media staan de komende maanden in het teken van de provinciale en Europese verkiezingen. Als u in de Eerste Kamer partijen wilt die rekening houden met de verdeling van lasten tussen burgers en bedrijven dan biedt hun stemgedrag de beste garantie op succes. De partijen die de afgelopen jaren het meest consequent gestemd hebben voor verschuiving van lasten van burger naar bedrijfsleven zijn SP en PvdD, gevolgd door GroenLinks. Een grotere midddengroep bestaande uit DENK, ChristenUnie en PvdA stemt nu eens voor, dan eens tegen. De partijen die consequent tegen stemmen zijn VVD, CDA, D66, PVV, Forum voor Democratie en SGP. Waarbij PVV en Forum voor Democratie zich nog kunnen verschuilen achter hun standpunt dat klimaatbeleid niet nodig is, al blijft onduidelijk hoe ze het eventueel afschaffen van energiebelasting en opslag duurzame willen dekken. De PVV heeft in een aantal gevallen zich over haar principes heen gezet en gestemd voor de portemonnee van haar kiezer, zoals bij het amendement voor koopkrachtreparatie van PvdA. Forum voor Democratie stemde ook hier tegen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

SP en CDA willen snel landelijk verbod op varend ontgassen

De SP en CDA in de Tweede Kamer willen dat minister Van Nieuwenhuizen haast maakt met de invoering van een landelijk verbod op varend ontgassen. Nu de minister stelt dat provinciale verboden niet rechtsgeldig zijn, vinden de partijen dat er snel iets moet gebeuren.

De Gelderse gedeputeerde Bea Schouten stelt ondertussen in een reactie namens de 7 provincies met een verbod op varend ontgassen dat de provincies zich al lange tijd inzetten voor een Europees verbod op varend ontgassen. Omdat dit te lang op zich liet wachten hebben ze zelf een verbod ingesteld. Dat gebeurde, zo geeft de gedeputeerde aan, op basis van een niet-openbaar advies van de Landsadvocaat uit 2013, dat ‘ruimte zou bieden voor provinciale verboden op varend ontgassen’. Wat dan weer de vraag oproept hoe dat niet-openbare advies van de Landsadvocaat uit 2013 zich verhoudt tot de stelling van Minister Van Nieuwenhuizen dat het provinciale ontgasverbod niet rechtsgeldig is.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en geplaatst op Sargasso als onderdeel van het dossier ontgassen.

Oproep: stem voor Associatieverdrag

De besturen van de afdelingen Schiedam van D66 en GroenLinks willen graag dat zoveel mogelijk mensen woensdag 6 april voor het Associatieverdrag van de EU met Oekraïne gaan stemmen.  Hiertoe hebben ze een brief naar ondernemersorganisaties gestuurd met het verzoek deze verder te verspreiden en onder de aandacht te brengen. Lees hieronder de brief en vind meer informatie over het referendum van 6 april.

Geachte vertegenwoordiger van ondernemersorganisaties in Schiedam,

Zoals u weet kunt u op 6 april stemmen voor of tegen het Associatieverdrag van de EU met Oekraïne.

De Schiedamse afdelingen van zowel GroenLinks als  D66 vinden het belangrijk dat:
a. zoveel mogelijk Schiedammers gaan stemmen en
b. men weloverwogen tot een ja-stem komt.

Daarom sturen we u deze brief met het verzoek of u die onder de aandacht van uw achterban, vereniging, organisatie wil brengen. Mocht u dat om bepaalde redenen niet willen, dan respecteren wij dat uiteraard.

Zoals bekend zal zijn is SP tegen en zijn GroenLinks en D66 voor het associatieverdrag. Andere partijen in Schiedam spreken zich niet duidelijk uit. Landelijk zijn behalve D66 en Groen Links, PvdA, CDA, VVD, SGP, Christen Unie voor het Associatieverdrag. PVV, SP  en Partij voor de Dieren zijn tegen.

Veel mensen denken niet te gaan stemmen omdat ze niet overzien waar ze precies  voor of tegen stemmen. Daarom hierbij de volgende mogelijkheden voor informatie over het referendum.

Op 4 april organiseren de lokale afdelingen (Vlaardingen, Schiedam en Maassluis) van SP en D66, in samenwerking met Stichting Spoetnik een discussieavond over het Associatieverdrag van de EU met Oekraïne(zie de bijlagen).

Voor verdere informatie hebben we links, verwijzingen naar andere informatie-bronnen onderaan deze mail aangegeven.

Met vriendelijke groet,

 

Edzo Ebbens                                                      Krispijn Beek
Voorzitter D66 Schiedam                              Voorzitter Groen Links Schiedam      

Verwijzingen en links voor informatie Referendum Associatieverdrag Oekraïne:
Informatie rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/associatieakkoord-oekraine/inho…

D66: https://referendum.d66.nl/
Groenlinks: https://groenlinks.nl/oekra%C3%AFne
VVD: http://www.vvd.nl/nieuws/564/drie-vragen-over-het-referendum#lezen

CDA: https://www.cda.nl/actueel/referendum-oekraine/
PvdA: https://stemvoor.pvda.nl/?_ga=1.14412983.1607733205.1458826971

SGP: https://www.sgp.nl/Actueel/Het%20referendum%20in%207%20vragen.wli#content

Christen Unie: https://www.christenunie.nl/nl/associatieverdrag

SP: https://www.sp.nl/opinie/harry-van-bommel/2016/oekraine-is-beter-af-als-…

PVV: http://www.pvv.nl/index.php/36-fj-related/geert-wilders/8963-pvv-flyer02…

Partij voor de Dieren: https://www.partijvoordedieren.nl/zeg-nee-tegen-het-associatieverdrag-me…

Een stemadvies met goede uitgebreide achtergrondinformatie in het boekje:

Slag om Oekraïne, referendum over een land in opstand. Laura Starink  € 5,- bij:

Het Schiedams Boekenhuis, Hoogstraat 106, of Boekhandel Post Scriptum, Hof van Spaland 31.

Mansveld zet in op internationaal verbod op ontgassen

binnenvaarttanker

Staatssecretaris Wilma Mansveld heeft vorige week aan de Tweede Kamer laten weten dat ze inzet op een internationaal verbod op ontgassen door de binnenvaart, dus niet op een verbod in de havens zoals RTV Rijnmond in december meldde. Ze deed dit in antwoord op Kamervragen van Henk van Gerven (SP) en Liesbeth van Tongeren (GroenLinks). Dat is goed nieuws. Uit de antwoorden valt op te maken dat er in juni belangrijk internationaal overleg is om tot zo´n internationaal verbod op ontgassen te komen. Helaas vermeldt de staatssecretaris geen beoogde ingangsdatum van het verbod, ondanks berichten in diverse media dat dit wel zo zou zijn. Ook biedt ze vooruitlopend op een internationaal verbod geen zicht op nationale maatregelen.

Wel positief is dat het RIVM opdracht krijgt om opnieuw naar het protocol waarmee de omvang van emissie door ontgassen bepaald wordt te kijken. De kans is groot dat de officiële emissies daarmee gaan stijgen, zowel de emissies naar de lucht als de emissies naar het oppervlaktewater. Waarschijnlijk nog meer dan CE al berekende, omdat de staatssecretaris aangeeft dat het ontgassen van toxische stoffen naar de buitenlucht is toegestaan, zoals ik ook al schreef. CE Delft gaat in haar rapport ervan uit dat toxische stoffen niet aan de buitenlucht ontgast worden. Volgens CE gaat het om maximaal 24 ton aan toxische stoffen, te weten UN 1093 (acrylonitrile), UN 1230 (methanol), UN 1662 (nitrobenzene) and UN 2312 (phenol) en UN 1547 (aniline).

Nieuwe vragen

De staatssecretaris geeft aan dat ze de mening deelt dat de havens van Amsterdam, Dordrecht, Moerdijk en Rotterdam grotendeels in de buurt van woonkernen zijn gelegen. Een begrip dat voorkomt in internationale verdragen, maar niet is gedefinieerd in de Nederlandse regelgeving. Tot mijn verbazing laat de Staatssecretaris het bij deze constatering, zonder de logische vervolgstap om het begrip woonkern te koppelen aan een bestaand definitie. Bijvoorbeeld gebieden met de bestemming wonen.

Wat ook verrast, is dat de staatssecretaris schrijft dat alle dampretourinstallaties in Nederland in principe de teruggewonnen damp naar de buitenlucht mogen uitstoten. Het ontgaat me wat dan nog het milieuvoordeel van een dampretourinstallatie is. Tenzij ze bedoelt dat dampretourinstallaties teruggewonnen damp in geval van calamiteiten naar de buitenlucht mogen uitstoten. In mijn naïviteit dacht ik dat een dampretourinstallatie de dampen uit een tank retour nam of deze damp naar een dampverwerkingsinstallatie door zou sturen.

Inmiddels hebben Henk van Gerven en Liesbeth van Tongeren samen schriftelijke vervolgvragen gesteld aan Staatssecretaris Mansveld. Een volledig overzicht van vragen over ontgassen vind je hier.

Selectief informeren

De staatssecretaris stelt dat er tijdens handhavingsacties door de samenwerkende toezichthouders op de Zuid-Hollandse wateren en in de Rotterdamse haven slechts een beperkt aantal waarschuwingen en processen-verbaal zijn opgemaakt. In 2012 ging het om 38 waarschuwingen en 14 processen-verbaal en in 2013 om 6 waarschuwingen en 17 processen-verbaal. Deze gegevens komen uit het Evaluatieverslag (pdf) thema-acties ontgassen & boord-boord overslag 2012 van BTR-Rijnmond.

In dit evaluatieverslag staat ook dat de samenwerkende toezichthouders op basis van de uitgevoerde handhavingsacties concluderen dat het nalevingsniveau van het ADN en andere vigerende wet- en regelgeving laag is. De samenwerkende toezichthouders zijn van mening dat dit stringenter toezicht op de naleving van wet- en regelgeving met betrekking tot boord-boord overslag en ontgassen noodzakelijk maakt. De diversiteit aan overtredingen die de toezichthouders geconstateerd hebben is groot en de geconstateerde overtredingen brengen onaanvaardbaar hoge veiligheidsrisico’s voor bemanning en omgeving met zich mee.

Dat is een veel minder rooskleurig resultaat dan dat oprijst uit de aantallen die de staatssecretaris noemt in de beantwoording van de Kamervragen van Van Gerven.

Emissies door ontgassen binnenvaart veel hoger dan gedacht

Onderstaand artikel verscheen eerder op Sargasso.nl.

Update 14/12/2013: Wethouder Baljeu (Rotterdam, VVD, haven) zegt in het Algemeen Dagblad een ontgasverbod in de Rotterdamse haven en Moerdijk toe. Streven is om dit op 1 januari 2015 in te laten gaan.

UPDATE 13/12/2013 17:30: Ook GroenLinks heeft nu kamervragen gesteld n.a.v. dit onderzoek.

UPDATE 12/12/2013 16:13: SP stelt Kamervragen naar aanleiding van dit onderzoek, en GroenLinks Rotterdam aan College B&W.

Update 12/12/2013: Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) belooft om met wetgeving te komen die het ontgassen van schepen strafbaar stelt.

UPDATE 10/12/2013 14.06: Een samenvatting van onderstaand artikel is hier te lezen.

Binnenvaartschepen stoten veel minder vluchtige organische stoffen uit als gevolg van ontgassen dan tien jaar geleden, meldde de Vereniging Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) recent in haar nieuwsbrief. Dat bleek uit onderzoek van het onafhankelijke onderzoeksbureau CE Delft.

Wie het nieuwsbericht verder doorleest komt tot de ontdekking dat het gaat om een relatieve daling van de emissie per schip, want de absolute emissie is met 25% gestegen naar 1,79 kiloton in 2011. Wat er niet bij staat, is dat die 1,79 kiloton een factor 10 hoger is dan de officiële Nederlandse cijfers voor 2011. Dat betekent dat er veel meer schadelijke stoffen in de lucht komen door ontgassen van binnenvaartschepen dan ons wordt voorgehouden. Reden genoeg voor mij (als bewoner van de Rijnmond en mede-initiatiefnemer om tot een Green Deal voor het ontgassen van de binnenvaart te komen) om het rapport door te spitten.

Wat is ontgassen?

Sinds november 2012 heb ik me in mijn vrije tijd verdiept in een tot dan toe voor mij onbekend milieuprobleem: ontgassen in de binnenvaart, soms ook ventileren of droogblazen genoemd. Ontgassen is nodig omdat er in de tanks van schepen die chemicaliën en aardolieproducten vervoeren ladingrestanten en ladingdampen achterblijven nadat de tanks geleegd zijn. Deze ladingrestanten en ladingdampen moeten uit het ruim verdwijnen voordat er een nieuwe lading aan boord komt. Dat heet ontgassen.

Schepen die hun lading hebben gelost worden vol ladingdamp weggestuurd van de terminal. Om een volgende lading te kunnen laden moeten ze veelal aantonen dat ze gasvrij zijn aan de terminal van de nieuwe verlader. Dat kan op verschillende manieren, bij een tankschoonmaakbedrijf of door te ontgassen aan de buitenlucht.

De verlader waar ze de eerdere vracht voor hebben vervoerd voelt zich niet verantwoordelijk voor het gasvrij maken van het schip dat lading heeft afgeleverd. Laat staan dat ze de rekening van het tankschoonmaakbedrijf betalen.

Gezondheidseffect ontgassen

Bij ontgassen komen giftige ladingdampen vrij, voornamelijk vluchtige organische stoffen (VOS) als benzeen, tolueen, ETBE en MTBE (loodvervangers in benzine). Deze stoffen dragen bij aan luchtverontreiniging. Luchtverontreiniging is recent door de Wereld Gezondheidsorganisatie als kankerverwekkend geclassificeerd. Daarbovenop komt dat VOS-emissies effecten kunnen hebben op de gezondheid. De volgende effecten kunnen acuut of na langdurige blootstelling optreden:

  • Aldehyden (formaldehyde, aceetaldehyde): slijmvlies irriterend,
  • carbonzuren (mierenzuur, azijnzuur): irriterend en soms corrosief,
  • koolwaterstoffen (tolueen, nonaan): narcotiserend, niereffecten bij sommige proefdieren,
  • chloorkoolwaterstoffen (tri, tetra, per: ) narcotiserend, lever, nier,
  • methyleenchloride: ernstige irritatie (vloeistof), branderig gevoel (damp),
  • aromatische amines en nitroverbindingen (nitrobenzeen) methemoglobine vorming.

Verder zijn er een aantal VOS met specifieke effecten:

  • Benzeen, aniline: effecten op het bloed en bloedvormend systeem,
  • hexaan en MIBK perifere zenuwstelsel/neurotoxisch,
  • benzeen, vinylchloride, butadieen, PAK: kankerverwekkend

Regulering ontgassen

Schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren zijn in Nederland verplicht zich aan te melden bij het Informatie- en Volgsysteem voor de Scheepvaart (IVS ’90). Ook moeten ze via de seinvoering kenbaar maken dat ze gevaarlijke stoffen vervoeren. Schepen mogen deze seinvoering weer wijzigen als ze onder de 10% lower explosion level (10% LEL) komen. Dat kan door te ontgassen aan de buitenlucht, door de tanks te laten reinigen of door een aantal keer een bepaalde compatibele lading te vervoeren (bijvoorbeeld door na een vracht benzine een aantal keer diesel te vervoeren). Schippers zijn echter niet verplicht om te melden dat ze ontgast hebben. Ze melden het voornamelijk als ze daar zelf baat bij hebben, bijvoorbeeld als ze een ligplaats willen op een locatie waar alleen gasvrije schepen mogen afmeren. Het verwijderen van seinvoering is wel een sterke aanwijzing dat er ontgast of gereinigd is.

Internationaal is het transport van gevaarlijke stoffen door de binnenvaart op de Rijn gereguleerd in het ADN-verdrag. Daarnaast zijn het scheepsafvalstoffenverdrag (CDNI) en de benzinerichtlijn van belang. Volgens het ADN-verdrag mag ontgassen alleen naar de buitenlucht als het op grond van andere internationale of nationale wettelijke voorschriften niet verboden is. Ook staat daar dat de zogenaamde t-stoffen (toxische stoffen) niet ontgast mogen worden aan de buitenlucht. Verder is ontgassen aan de buitenlucht door binnenvaartschepen, onder voorwaarden, toegestaan. Voor benzine (UN1203 om precies te zijn) geldt wel een ontgassingverbod.

Het ADN-verdrag kent de volgende toestanden voor de ladingtank:

  • Gelost : leeg, maar nog ladingrestanten aanwezig,
  • leeg : droog, maar niet gasvrij,
  • gasvrij : geen aanwijsbare concentratie van gevaarlijke gassen aanwezig.

Het onderzoek van CE Delft

CE Delft heeft in opdracht van de Nederlandse petroleum industrie (VNPI), de chemische industrie (VNCI), de tank overslagbedrijven (Votob) en Havenbedrijf Rotterdam onderzoek gedaan naar ontgassen door de binnenvaart. Opvallende afwezigen in dit rijtje zijn de binnenvaartsector en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Buiten dat en de fors hogere emissie in het rapport ten opzichte van de officiële emissiecijfers die het RIVM heeft berekend voor 2011 zijn er nog een aantal opvallende zaken aan het rapport.

Bepaling hoeveelheid vloeibare ladingrestanten

Wanneer schepen gelost hebben, blijven er vloeibare ladingrestanten en ladingdampen achter in het schip. De hoeveelheid ladingrestant die in een gelost schip mag achterblijven is aangegeven in het scheepsafvalstoffenbesluit (CDNI). Het CDNI maakt onderscheid tussen de tanks en het leidingsysteem. Ook gelden er andere normen voor enkelwandige en dubbelwandige tankers. In een leidingsysteem mag 15 liter ladingrestant achterblijven, in de tank van een dubbelwandige tanker 5 liter en in de tank van een enkelwandige tanker 20 liter.

In het rapport gaat CE Delft uit van vertrouwelijke cijfers van EBIS(European Barge Inspection Scheme) om de verhouding tussen enkelwandige en dubbelwandige tankers te bepalen. Ze komen daarbij uit op 90% dubbelwandige binnenvaarttankschepen. De hoeveelheid ladingrestant wordt gesteld op maximaal 50 liter, opgebouwd uit 7 tanks waar maximaal 5 liter in mag achterblijven en een leidingsysteem waar 15 liter in achter mag blijven.

Wanneer ik kijk bij de openbare data van de Internationale Vereniging voor de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de binnenvaarten, de verzekering en voor het houden van het register van binnenschepen in Europa, (IVR) kom ik op iets minder dan 50% dubbelwandige binnenvaarttankschepen (op basis van cijfers april 2013). Bij enkelwandige schepen kan de hoeveelheid ladingrestant 155 liter (15 liter in het leidingsysteem en 7 keer 20 liter in de tanks) zijn, dat is 105 liter meer dan in een dubbelwandige tanker.

Verder spreekt het CDNI over leidingsysteem en moderne schepen hebben per tank een eigen leidingsysteem. Dat betekent dat het ladingrestant nog eens 90 liter hoger kan zijn per schip (7 keer 15 liter in plaats van 1 keer 15 liter).

Conclusie: de hoeveelheid ladingrestant lijkt met 50 liter aan de lage kant geschat en daarmee de hoeveelheid ladingrestant die ontgast wordt ook.

Vervoer van toxische stoffen

Het rapport gaat ervan uit dat toxische stoffen niet ontgast worden aan de buitenlucht, omdat dat in het ADN-verdrag verboden is. Het rapport gaat alleen niet in op een uitzondering die genoemd wordt in het verdrag. In de uitzonderingsbepalingen staat dat wanneer het niet praktisch is om op de aangewezen plaatsen te ontgassen het ook tijdens de vaart mag. Behalve in drukbevolkte gebieden, een begrip waarvan de definitie in het verdrag ontbreekt. Wel zijn er strengere eisen aan varend ontgassen verbonden.

De Afvalstoffen Terminal Moerdijk (ATM) in Moerdijk is de enige aangewezen plek voor het verwerken van toxische ladingdampen in Nederland. Voor binnenvaartschepen, die Moerdijk niet op hun route hebben, is het niet praktisch om op de aangewezen plek te ontgassen. Dat betekent dat er tijdens de vaart ontgast mag worden en dit ook gedaan wordt. Want waarom zou je omvaren (tijdsverlies) en geld betalen, terwijl je de restlading en ladingdampen gratis naar de lucht mag uitstoten?

De dedicatievaart

Bij dedicatievaart vervoert een schip meerdere keren achter elkaar slechts één stof, bijvoorbeeld benzeen. In theorie is het dan niet nodig om tussen twee ladingen door te ontgassen. Er zat benzeen in het schip en het schip gaat gelost of leeg naar een verlader om een nieuwe lading benzeen op te halen. De kans op vervuiling van de nieuwe lading is dan klein. Het lijkt zodoende aannemelijk dat er niet ontgast hoeft te worden om gasvrij te worden.

CE Delft neemt ook aan dat schepen die dedicatievaart uitvoeren niet ontgassen. Als dat zo is, is het de vraag wat er dan gebeurt met de ladingdamp bij het innemen van een nieuwe lading. Daar zijn in principe twee mogelijkheden voor. Het kan via de dampretourinstallatie teruggevoerd worden naar de tankopslag van de terminal, wat kans geeft op ‘vervuiling’ van de producten in de tankopslag. Als de terminal een drijvend dak heeft op de tankopslag is dit niet mogelijk, maar kan de ladingdamp via de dampretourinstallatie naar een dampverwerkingsinstallatie gevoerd worden. Het meest gebruikelijk is dat de ladingdamp vervolgens in de dampverwerkingsinstallatie verbrand wordt met de negatieve effecten op de luchtkwaliteit die daar bij horen. In een presentatie tijdens eenworkshop van het CDNI over verwerking van gasvormige restanten van vloeibare lading gaf het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in september 2012 aan dat de ladingrestanten en ladingdamp via de dampretourinstallatie in een aantal gevallen alsnog naar de buitenlucht geëmitteerd worden, omdat eendampverwerkingsinstallatie ontbreekt op de terminal, omdat dampverwerking (zo is te lezen op sheet 8 van de presentatie)  ‘traag, duur en log’ is.

Navraag in de binnenvaartsector leert ook dat bij dedicatievaart voor dezelfde opdrachtgever geëist wordt dat binnenvaarttankschepen droog en gasvrij aan de kade komen. De reden daarvoor is veelal dat de opdrachtgever ook bij gelijke stoffen bang is voor vervuiling van zijn lading met de ladingrestanten van een eerder transport. Oftewel: de schipper moet zijn tanks ontgassen om aan de inkoopvoorwaarden van de opdrachtgever te voldoen.

Voor UN1863 (vliegtuigbrandstof) geldt dat deze enkel in dedicatievaart plaatsvindt, maar dat deze open geladen mag worden. Dat betekent dat er emissies ontstaan bij het laden en lossen. Het is overigens ook mogelijk dat deze emissies niet onder het kopje ontgassen, maar onder emissies van op- en overslag vallen.

Comptabiliteit van stoffen

Bij comptabiliteit vervoert een schip verschillende stoffen na elkaar, zonder te ontgassen. Het gaat dan om stoffen die volgens de vrijwillige afspraken van de industrie zonder probleem na elkaar geladen kunnen worden. De petrochemie (VNPI) heeft een matrix opgesteld waarin de mogelijke combinaties opgenomen zijn.

Volgens deze matrix kan bijvoorbeeld gasolie (UN1202) geladen worden na benzine (UN1203) zonder te ontgassen. Alleen gaat door het restant benzine dat achterblijft in de tank en leidingen het vlampunt van de gasolie naar beneden, waardoor deze mogelijk niet meer voldoet aan de gewenste specificatie van de ontvanger. De kans op vervuiling van de lading is in de ogen van de opdrachtgever nog groter dan bij vervoer van gelijke stoffen. Dat is ook de reden dat ladingeigenaren ook bij stoffen die volgens de vrijwillige afspraken na elkaar vervoerd mogen worden toch eisen dat een schip leeg en gasvrij voor de kant komt.

Verbod op ontgassen benzineproducten

Sinds de invoer van de Europese benzineregeling is het ontgassen van benzine verboden. In benzine (UN1203) zitten zuurstofhoudende hulpstoffen (bijvoorbeeld MTBE, methyl-tert-butylether). Vroeger werd daarvoor het zeer giftige tetraëthyllood (TEL) gebruikt (loodhoudende benzine). Het toepassen van zuurstofhoudende hulpstoffen zorgt voor een schonere verbranding van benzine en vermindering van de uitstoot van milieubelastende stoffen. In de Europese Unie mag benzine maximaal 15% MTBE bevatten.

Wanneer er geen zuurstofhoudende hulpstof wordt toegevoegd aan benzine is sprake van ‘aardoliedestillaat’ (UN1268). Zowel zuurstofhoudende hulpstoffen als ‘aardoliedestillaat’ mogen ontgast worden aan de buitenlucht. Het verbod op ontgassen van benzine is dan ook simpel te omzeilen door de zuurstofhoudende hulpstof en het ‘aardoliedestillaat’ los van elkaar te vervoeren en deze pas na transport samen te voegen. Vervolgens kan het schip zonder problemen de tank waarin de zuurstofhoudende hulpstof is vervoerd en de tank met aardoliedestillaat ontgassen aan de buitenlucht.

Dat zuurstofhoudende hulpstoffen, zoals MTBE, pas na transport worden bijgemengd, blijkt uit de daling van het vervoer van benzine en de stijging van het vervoer van UN1268. De forse emissie van de zuurstofhoudende hulpstof MTBE, in 2011 ongeveer 360 ton volgens CE Delft, bevestigt dit. Ter vergelijking: de totale Nederlandse emissie naar lucht en water bedroeg volgens het RIVM in 2011 minder dan 1 ton.

Aan MTBE worden tegenwoordig ook schadelijke eigenschappen toegerekend. Wegens de grondwatervervuilende rol van MTBE is de stof inmiddels in 25 van 52 staten in de Verenigde Staten verboden. Vooral de geur- en smaakaspecten kunnen problemen geven bij de productie van drinkwater uit grondwater. De stof breekt moeilijk af in het milieu en is volgens het Amerikaans milieuagentschap mogelijk kankerverwekkend.

Toch doen

Een andere mogelijkheid om na vervoer van benzine te ontgassen, is door het ondanks het verbod simpelweg toch te doen. Zelfs de onderzoekers schrijven zwart op wit dat die laatste optie, tóch ontgassen wanneer dat verboden is, gewoon gebeurt (blz. 35):

According to the IVS’90 database, transports of UN 1203 are in 92% of the cases followed by identical or compatible following products: in 63% by the identical product, and in 29% by a compatible product (35%). In the remaining 8% of the cases the following product is not compatible.

In this line with this regulation it can be assumed that in the cases of an identical or compatible load, UN 1203 has not been degassed. For the remaining cases, with an incompatible next load, the corresponding emissions amount to 281 tons. According to the legal framework these degassing should have occurred at vapour treatment installations, and have not been emitted to the open air. [sic]

Een andere reden dat er wel degelijk benzine wordt ontgast is dat veel nieuwe benzines zogenaamde laagkookpuntbenzines zijn. Dat betekent dat ze volgens het ADN-verdrag niet onder verpakkingsgroep II vallen maar onder I. Deze benzines kunnen daardoor niet vervoerd worden onder UN1203, waarvoor ontgassen verboden is. Nieuwe benzineproducten, zoals Shell VPower, vallen allemaal onder de definitie van laagkookpuntbenzines en kunnen dus gewoon ontgast worden aan de buitenlucht.

Samenvattend

De conclusie van de VNCI dat de emissies van ontgassen gedaald zijn is fraai geframed, maar daar is alles wel mee gezegd. In werkelijkheid zijn de emissies toegenomen en al helemaal als ze vergeleken worden met de officiële cijfers van het RIVM.

Ondanks mijn vertrouwen in de kwaliteit van de onderzoekers van CE Delft heb ik mijn bedenkingen bij de uitkomsten van het rapport. Gelet op de bovengenoemde kanttekeningen bij de in het rapport gehanteerde aannames denk ik dat de berekende emissie aan de onderkant van de werkelijkheid zit. Vandaar dat ik Rijkswaterstaat gevraagd heb om een overzicht van het aantal gemelde wijzigingen in seinvoering sinds 2011. Want zolang er geen meldplicht voor ontgassen geldt, is dat in mijn ogen de meest betrouwbare manier om de omvang van de emissies door ontgassen in kaart te brengen.

Mogelijke oplossingen voor ontgassen

Als bewoner van Schiedam heb ik samen met een bewoner van Hoek van Holland en een bedrijf dat een technische oplossing heeft voor ontgassen een mogelijke oplossing voor ontgassen bedacht. In een volgende bijdrage zal ik daar verder op ingaan. Ondertussen hoor ik het graag als er lezers zijn die andere mogelijkheden kennen om van seinvoering te wijzigen.

Wethouder Baljeu zegt verbod op ontgassen in Rotterdamse haven en Moerdijk toe

Sinds een jaar bemoei ik me intensief met het dossier ontgassen door de binnenvaart. Verschillende partijen strijden al veel langer tegen de zeer schadelijke uitstoot van de zogenaamde Vluchtige Organische Koolwaterstoffen zoals benzeen. Ook journalisten als Leon van Heel van het Algemeen Dagblad en Jaap Deijl van RTV Rijnmond zijn al veel langer met het dossier bezig.

Zodra schepen hun lading hebben gelost blijft er in het ruim damp achter. Voordat er een nieuwe lading kan worden aangenomen dient het schip zich eerst van deze dampen te ontdoen. In de praktijk doen schepen dit veelal door hun luiken open te zetten waardoor deze dampen naar buiten toe worden geblazen.

Afgelopen week was een duidelijk hoogtepunt in het dossier. Naar aanleiding van een artikel van mijn hand over ontgassen op Sargasso heeft Arno Bonte (GroenLinks Rotterdam) vragen gesteld aan het college van B&W in Rotterdam. Landelijk hebben Henk van Gerven (Tweede Kamerfractie SP) en Liesbeth van Tongeren (Tweede Kamerfractie GroenLinks) vragen gesteld aan staatssecretaris Mansveld.

In de Tweede Kamer beloofde Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) om met wetgeving te komen die het ontgassen van schepen strafbaar stelt. Zaterdag 14 december 2014 stond er een artikel in het Algemeen Dagblad waarin de Rotterdamse Wethouder Haven en Economie, Jeannette Baljeu (VVD), zich achter een ontgasverbod schaart. Haar streven is om het verbod al per 1 januari 2015 in te laten gaan en te handhaven.

In de Rotterdamse haven is varend ontgassen officieel verboden, met uitzondering van twee aangewezen gedoogplekken (Geulhaven en 2e PET haven). Het verbod op varend ontgassen geldt echter alleen in de havenbekkens. Het is niet verboden voor schepen om varend op bijvoorbeeld de Nieuwe Waterweg te ontgassen. Dat betekent dat schepen die chemicaliën vervoeren hier hun luiken openzetten en de dampen naar buiten blazen, met alle negatieve effecten op de gezondheid van de inwoners van de Waterweggemeenten.

Uit recent onderzoek van het onafhankelijk onderzoeksbureau CE Delft blijkt dat de uitstoot van Vluchtige Organische Koolwaterstoffen een factor 10 hoger is dan de officiële cijfers van het RIVM. Er wordt 1,79 kiloton aan giftige stoffen naar buiten geblazen. Zelf ben ik na doorspitten van de aannames van het rapport van mening dat de onderzoekers uit Delft waarschijnlijk nog veel te conservatief zijn geweest (zie mijn artikel op Sargasso). Het gaat dus om een zeer relevant gezondheidsrisico.

Afgelopen jaar heb ik intensief samengewerkt met Mark Lensselink, Fractievoorzitter van de VVD Hoek van Holland, en lokale en landelijke politici van GroenLinks om het probleem op de kaart te zetten en oplossingen aan te dragen. Ook de steun van SP en PvdA is daarbij van grote waarde geweest.

Zowel het Kabinet als de Gemeente Rotterdam hebben dus uitgesproken dat de schadelijke uitstoot van onder andere benzeen in Nederland en dus ook in het Rijnmond gebied aan banden moet worden gelegd. Het jaar 2014 zal worden gebruikt om regelgeving op te stellen. Deze zal moeten aansluiten bij Europese afspraken. Daarnaast zullen er in de Rotterdamse haven installaties moeten komen om de dampen af te vangen.

Mark Lensselink stelt dat het ontgasdossier een voorbeeld is van hoe je met elkaar in het belang van de inwoners zaken kunt bereiken. Daar sluit ik me volmondig bij aan.

Meer informatie: Ontgasverbod voor havengebied.

Overzicht vragen over ontgassen binnenvaart

In 2013  schreef ik een korte en een lange versie met kanttekeningen bij het onderzoek van CE naar emissies van varend ontgassen door de binnenvaart. Sinds 2013 heb ik een aardige reeks publicaties over het onderwerp op mijn naam staan, deze zijn zowel bij Sargasso als hier te vinden.

Ontgassen is een taai en langjarig dossier, waar voor mij veel meer mensen hun tanden in hebben gezet. Om alle volksvertegenwoordigers die hier aandacht aan hebben besteed eer aan te doen (‘standing on the shoulders of giants’) hieronder een chronologisch overzicht van de vragen die gesteld zijn op lokaal, provinciaal en landelijk niveau, die ik terug heb weten te vinden over dit onderwerp. Als je aanvullingen hebt, laat ze achter in de reacties. Dan voeg ik ze toe.

Naast volksvertegenwoordigers zijn er ook vele andere mensen al jaren druk om een oplossing in dit dossier te vinden, zowel van binnen als van buiten de betrokken branches.