Vraagt een second best world wel om first best oplossingen?

De afgelopen jaren heb ik heel wat discussies over economie en beleid gevoerd. Een van de uitgangspunten daarbij is altijd dat elk beleidsinstrument slechts één doel kan dienen. De Nederlandse grootmeester en Nobelprijswinnaar in de economie, Tinbergen, heeft dat immers zo gesteld.

Zelf heb ik me daar altijd wat ongemakkelijk bij gevoeld, want het ontwikkeling van één beleidsinstrument per doel gaat naar mijn mening enkel goed als het gaat om het oplossen van simpele, niet samenhangende problemen. Het aanpakken van complexe problemen (waar ik in mijn werk op gebied van duurzaamheid vaak mee te maken heb gehad) vergt vaak een coherent geheel waarbij een heel scala aan beleidsinstrumenten ingezet wordt om een veelvoud aan doelen te bereiken. Ook is er bij duurzaamheid een behoorlijke denkstroom die van mening is dat het vergroenen van de economie tegelijkertijd meer werkgelegenheid kan opleveren. Dat lijkt vloeken in de kerk als je Tinbergen’s idee van ieder doel vergt z’n eigen beleidsmaatregel aanhangt.

Naar mijn mening leefde Tinbergen in een andere tijd en ontwikkelde hij zijn idee binnen een economisch model dat een voorkeur had voor planning boven de markt. Ik noem twee aannames die in de economie veel gebruikt werden (en voor het gemak vaak nog steeds worden) en dan is het vanzelf duidelijk:

  • iedereen weet alles (volledige informatie). Als die aanname waar zou zijn hoe komt het dan dat er zo’n grote roep om transparantie is?
  • Er is volledige concurrentie. Noem me een markt waarop er geen ketenpartij is met marktmacht?

Tinbergen was een groot econoom, maar misschien dat het tijd wordt om te erkennen dat we niet in zijn first best world leven, maar in een second best world. In een second best world zijn second best oplossingen misschien ook wel efficiënter en effectiever dan first best oplossingen…

Een mooi praktijkvoorbeeld van een beleidsinstrument met effect op meerdere doelen vind ik de de Japanse Toprunner regeling. Deze regeling richt zich via de aanbodzijde gelijktijdig op technologie ontwikkeling en transformatie van de markt, waarbij er voor de eindgebruiker energiezuinigere apparaten op de markt komen. In de ogen van Tinbergen zou het een gruwel zijn geweest, in de wereldwijde praktijk springt Japan vele malen efficiënter met energie om en wordt ongeveer 1/6 deel daarvan toegeschreven aan de Toprunner regeling (zie EVALUATION OF JAPAN’S TOP RUNNER PROGRAMME, AID-EE).

Je kunt je afvragen of vergroening netto banen oplevert, maar er zijn inmiddels wel aanwijzingen dat het de teruggang van de werkgelegenheid in de maakindustrie kan vertragen. Dat is de moeite waard nu de financiële dienstverleners niet alleen motoren van economische groei maar ook van publieke schuldenbergen blijken.

En laten we eerlijk wezen: iedereen praat elkaar na dat economische groei noodzakelijk is, maar achter de schermen draait het voor politici en beleidsambtenaren voor een groot deel ook om (behoud en creatie van) werkgelegenheid voor kiezers. Want ik geloof niet dat dit idee van Arjen Kamphuis in Nederland op dit moment op groot draagvlak kan rekenen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s