De industrie schreeuwt moord en brand omdat het kabinet een CO2-heffing invoert. Gaat dit banen kosten in de staalindustrie en bij andere vervuilende bedrijven? Klimaateconoom Reyer Gerlagh ontkent de risico’s niet, maar is toch voorstander. De Tilburgse hoogleraar klimaateconomie was mede-initiatiefnemer van een open brief van 71 economen die pleitten voor een CO2-heffing. In een interview met De Telegraaf stelt Gerlagh:
We kunnen wel op elkaar blijven wachten, dan komen we helemaal nergens.
(…)
Er wordt van twee walletjes gegeten. De prijs moet laag zijn én ze moeten een hoge compensatie krijgen. Met zo’n hoge compensatie kun je je juíst een hoge prijs veroorloven zonder dat je failliet hoeft te gaan. De energie-intensieve industrie gedraagt zich heel behoudend, hakken in het zand. Terwijl je je de vraag moet stellen: waar wil je staan over 20 jaar? Maar de industrie richt zich te veel op het tegenhouden van verandering. De industrie is als een tegenstribbelende kleuter.
Met compenserende maatregelen kun je volgens Gerlagh voor een belangrijk deel voorkomen dat bedrijven naar het buitenland verdwijnen. Een ander doel waar een CO2 heffing bij helpt is technologische veranderingen, dat blijkt uit empirisch onderzoek. Als er een prijs is voor CO2 ontwikkelen bedrijven patenten voor zuiniger productieprocessen. Precies de innovaties die nodig zijn voor een CO2 arme economie.
Gerlach stelt dat bedrijven die hun ingenieurs opdracht geven om slimme manieren te bedenken om minder CO2 uit te stoten uiteindelijk minder CO2-heffing betalen en subsidies ontvangen. Bedrijven die dat niet doen en het allemaal maar gedoe vinden, betalen de heffing en doen verder niks. Dan zijn bedrijven die investeren beter af. Die bedrijven blijven bestaan, bedrijven die niets doen gaan failliet.
Gerlach geeft in het interview ook aan dat de energieprijs voor de industrie in Nederland laag is. Als we die lage energieprijs zouden houden en die CO2-heffing er bovenop zetten, komt Nederland misschien op het niveau van gewone energieprijzen. Op papier is Nederland dan het enige land met een CO2-prijs, in de realiteit is de Nederlandse lastendruk dan vergelijkbaar met andere landen. Waarmee niet gezegd is dat het geen spannend experiment is, op deze specifieke manier is het volgens Gerlach nog niet eerder gedaan door andere landen.
De Duitse autofabrikanten BMW, Daimler en Volkswagen hebben bekend gemaakt vol in te zetten op elektrische auto’s en hybrides. Tegelijkertijd geven ze aan dat in hun ogen waterstofauto’s de komende 10 jaar nog niet marktrijp zijn.
Een klein feestje voor degenen die geloven dat elektrisch rijden de toekomst heeft en treurnis voor degenen die inzetten op waterstof. De drie grote Duitse autoconcerns hebben namelijk een akkoord gesloten om de komende 10 jaar vol in te zetten op elektrificatie van hun modellen, zo bericht Clean Energy Wire op basis van Focus Online.
Met name Volkswagen wil vol inzetten op elektrische voertuigen en bundelt de krachten met de Zweedse accuproducent Northvolt in een poging om de Europese batterijproductie van de grond te tillen. BMW wilde eerder nog de optie voor andere technieken, zoals waterstof, open houden. Ook heeft BMW begin deze week kostenbesparingsplannen aangekondigd om de ontwikkeling van elektrische auto’s te financieren. Volgens Bloomberg heeft met name BMW het momenteel moeilijk met de omschakeling naar elektrisch rijden, ook al leek BMW met de introductie van nieuwe modellen en een goede marktpositie in China beter gepositioneerd dan andere autofabrikanten. Dat bevestigd het beeld dat ik vorig jaar schetste dat vooral BMW last kan krijgen van de overgang naar elektrisch rijden en de opkomst van Tesla in het luxere marksegment.
PS Met dit artikel wil ik niet zeggen dat elektrisch rijden volledig duurzaam is. Net als alle sectoren die delfstoffen gebruiken hebben elektrische auto’s forse uitdagingen in hun keten, voor een groot deel veroorzaakt door de winning van onder andere kobalt, zoals Amnesty recent berichtte. Dat zijn echter problemen die ook spelen bij de productie van je mobiele telefoon, je laptop, je fossiele auto (oliewinning in Nigeria en elders), veel industriële magneten (neodymium), kolenwinning, etc. etc.
Je huurhuis verduurzamen terwijl je woningbouwcorporatie niet meewerkt? Een huurder kan best een eind komen met zonnepanelen, infraroodpanelen voor verwarming, een doorstroomverwarmer voor warm water en koken op inductie. Tips van de huurder:
Word lid van de Woonbond. Een woningcorporatie is minder machtig dan je denkt. Je hebt als huurder veel rechten, dus leer ze kennen.
Installeer een energie-app. Als je ziet hoeveel je verbruikt is het makkelijker om dit te verminderen.
Wil je zelf aan de slag met innovatieve producten? Kijk dan eens op de website van Thuisbaas.
Eigenlijk wil je niet je huis verwarmen, maar jezelf. Investeer dus in thermo-ondergoed, warme dekens en sloffen. Je verwarming kan zo een graad lager!
Wil je op inductie koken? Hou rekening met het vermogen van de groepen in je meterkast. Als deze niet groot genoeg zijn, vraag dan of je woningcorporatie ze kan aanpassen.
Vorige presenteerde het CPB en PBL hun doorrekening van het ontwerp klimaatakkoord. De conclusie van het PBL is dat de doelstelling om de CO2 uitstoot met 49% te reduceren waarschijnlijk niet wordt gehaald. Het CPB concludeerde dat met name de lage en de middeninkomens de lasten van het energie- en klimaatbeleid (inclusief het ontwerp klimaatakkoord) dragen. Het kabinet was er als de kippen bij om maatregelen aan te kondigen ter verzachting van de pijn, waarbij lasten van burgers naar bedrijven worden geschoven.
Doorrekening PBL
De conclusie van de doorrekening van PBL is dat de verwachte afname van de uitstoot van broeikasgassen in 2030 31 – 52 megaton CO2-equivalenten bedraagt. De opgave bedraag 48,7 megaton (49% ten opzichte van 1990). Dit valt net binnen de bandbreedte, maar wordt waarschijnlijk niet gehaald. Het ontwerpakkoord kan volgens het PBL leiden tot grote stappen in de energietransitie, maar er is nog veel werk aan de winkel: er moeten (politieke) keuzes gemaakt worden waarmee onzekerheden over het precieze effect van de voorgestelde maatregelen afnemen. De nationale kosten van deze voorstellen in 2030 vallen met 1,6 – 1,9 miljard euro nu lager uit dan geraamd op basis van het hoofdlijnenakkoord in 2018.
De grootste reductie (18,3 – 21,0 Mton) wordt bereikt in de elektriciteitssector. Het doel was hier een reductie van 20,2 Mton. De sterke toename van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit zorgt er mogelijk voor dat Nederland in 2030 netto-exporteur van elektriciteit is en ook bijdraagt aan vermindering van emissies in het buitenland. Het einde van kolenstook en ondersteuning van wind- en zonne-energie zorgt ervoor dat in 2030 zo’n driekwart van de elektriciteitsproductie hernieuwbaar is.
De sector met daarna de grootste reductie is de industrie(6,0 – 13,9 Mton), waar naar verwachting het doel (14,3 Mton) niet wordt gehaald. De grote bandbreedte wordt veroorzaakt door onzekerheden over de bonus-malus regeling, waarvan PBL twijfelt of deze het gewenste effect gaat hebben.
Ook in de mobiliteit is er met 4,2 – 8,0 (doel 7,3 Mton) sprake van een forse emissiereductie. De bandbreedte komt hier door onzekerheid over de snelheid waarmee het aantal elektrische personenauto’s in Nederland zal toenemen, de mate van inzet van biobrandstoffen en de omvang van stedelijke zones voor zero-emissies van het goederenvervoer.
De aanpak in de landbouwsector(1,8 – 4,6 Mton reductie) is gelijk verdeeld over een reductie van overige broeikasgassen in de veeteelt en vernieuwing van de glastuinbouw; de reductie door ander landgebruik is minder. In de gebouwde omgeving (reductie 0,8 – 3,7 Mton) staat onzekerheid over het succes van de wijkaanpak centraal. De normering in de utiliteitsbouw kan naast de wijkaanpak ook tot forse emissiereductie leiden.
Doorrekening CPB
Uit de doorrekening van het CPB komt naar voren dat met name de lage en de middeninkomens zijn die er door het klimaatakkoord op achteruitgaan, terwijl de achteruitgang in koopdracht door het totale klimaat en energiebeleid ook al steviger aankomt bij lagere inkomens. Het CPB hanteert, net als het PBL, bandbreedtes voor de verwachte effecten.
Het totale inkomenseffect bestaat deels uit maatregelen die burgers direct raken en deels uit afwenteling van kosten door bedrijven. De afbeelding laat zien dat huishoudens een groot deel van de afwenteling door bedrijven opvangen door gedragseffecten, bijvoorbeeld door schonere producten te kiezen.
Reactie op doorrekening PBL en CPB
In de eerste reacties op de doorrekening van PBL en CPB lag de focus op het feit dat de doelen voor 2030 waarschijnlijk niet gehaald zouden worden en dat huishoudens, met name de lagere en modale inkomens, er in koopkracht op achteruit zouden gaan. In sommige gevallen zelfs 3 tot 4%. Deze reacties verstomde echter al snel toen het kabinet met een snelle reactie bleek te komen.
Kabinetsreactie op doorrekening
Het kabinet was vlot met reageren op de doorrekening. In deze reactie gaf het kabinet aan om dat ze de komende weken tot een definitief pakket aan maatregelen te komen. In dat definitieve pakket zal klimaatakkoord op vijf punten worden bijgesteld. Op de eerste plaats zal in ieder geval de verdeling van kosten tussen burger en bedrijfsleven aangepast worden. Dit gebeurt door de opslag duurzame energie (ODE) vanaf 2020 voor grootverbruikers te verhogen, waarbij de verhouding tussen huishoudens en bedrijven 1/3 – 2/3 wordt in plaats van de huidige 50-50. Of deze verhouding ook bij de energiebelasting wordt aangepast laat de brief in het midden.
Op de tweede plaats gaat de bonus-malus regeling voor bedrijven bij het grofvuil en komt er een ‘verstandige en objectieve’ CO2 heffing voor bedrijven. Hoe deze er uit komt te zien is onduidelijk. Op de derde plaats zal het kabinet elektrische auto’s minder ondersteunen van voorgesteld en meer inzetten op het ontwikkelen van de tweedehandsmarkt voor elektrische auto’s. Als gevolg hiervan hoeven de kosten van brandstofauto’s minder te stijgen. Op de vierde plaats zal het kabinet meer geld vrijmaken voor de extra CO2 reductie die de landbouwsector wil realiseren. Op de vijfde plaats gaat het kabinet de inzet van CO2 afvang en opslag (CCS) beperken.
Met deze reactie kunnen de koopkrachtplaatjes van het CPB meteen bij het grofvuil, die zijn achterhaald.
Reactie op kabinetsreactie
De Telegraaf was een van de eerste die de kabinetsreactie om de verdeling van kosten tussen burgers en bedrijven aan een plotse ommezwaai van een kabinet in ‘ nauw noemde. Een begrijpelijke reactie van de Telegraaf gelet op de snelheid van reageren, aangezien Sargasso eerder liet zien dat geen van de coalitiepartijen sinds het aantreden van Rutte III voor zo’n verschuiving heeft gestemd. De volledige coalitie en GroenLinks stemde vorig jaar tegen het SP/PvdD amendement dat het dichtst in de buurt komt van de in de kabinetsreactie aangekondigde verschuiving van de opslag duurzame energie van burgers naar bedrijven. De SP en PvdD stelde vorig jaar een verdeling van 20/80 tussen huishoudens en bedrijven voor.
De tarieven voor de ODE zijn vooralsnog overigens een stuk lager dan de tarieven voor de energiebelasting. Bij het verschuiven van de verdeling van de energiebelasting wordt echter vaak als argument in de strijd geworpen dat het bedrijfsleven al een CO2 prijs betaalt via het Europese emissiehandelssysteem voor CO2 (ETS). Dat is een van de reden dat verschillende partijen al langer pleiten voor een CO2 heffing, al dan niet in de vorm van een bodemprijs. Waarbij er nog verschillende smaken zijn, bijvoorbeeld enkel gericht op bedrijven die niet onder ETS vallen, enkel gericht op de energiesector of gericht op alle bedrijven en sectoren. De prijs voor CO2 in het ETS systeem ligt momenteel rond de € 22,50 per ton CO2.
Voor bedrijven die en onder ETS vallen en energiebelasting betalen zijn de kosten per ton CO2 een stuk lager dan voor huishoudens. Dat is duidelijk te zien in onderstaande tabel, waarbij de energiebelastingtarieven omgerekend zijn naar de corresponderende CO2 prijs in Euro per ton CO2, alle bedragen zijn inclusief 21% BTW. De bedragen hieronder wijken af van de getallen van Han Blok, omdat ik de opslag duurzame energie buiten beschouwing heb gelaten en uitgegaan ben van andere CO2 emissiefactoren.
Elektriciteit
Gas
Grijze stroom (0,649 kg CO2/kWh)
Aardgas (1,890 kg CO2/m3)
0 t/m 10.000 kWh
0-170.000 m³
€ 184
€ 188
10.001 t/m 50.000 kWh
170.001 t/m 1 miljoen m³
€ 100
€ 42
50.001 t/m 10 miljoen kWh
meer dan 1 miljoen t/m 10 miljoen m³
€ 26
€ 15
meer dan 10 miljoen kWh
meer dan 10 miljoen m³
€ 1
€ 8
Tel bij de bedragen in bovenstaande tabel de kosten per ton CO2 uit het ETS en het is duidelijk dat huishoudens nog steeds een stuk meer betalen. De invoer van een CO2 heffing kan dan ook bijdragen aan een eerlijkere verdeling van de kosten van klimaatbeleid tussen bedrijven en huishoudens. Zelfs als bedrijven in 80% van de gevallen de kosten van zo’n CO2 heffing doorberekenen aan klanten, want het CPB geeft aan dat huishoudens deze prijsstijgingen door gedragsaanpassingen ontlopen. Bedrijven die hun omzet willen behouden zullen hun CO2 uitstoot verminderen, bv door energiebesparing of door over te schakelen van gas op elektriciteit.
CPB: afwenteling van kosten door bedrijven wordt grotendeels te niet gedaan door gedragseffecten van huishoudens.
Het kabinet kan bedrijven daarvoor op verschillende manieren de tijd en kans geven. Een eerste is om de CO2 heffing als een jaarlijks oplopende bodemprijs in te voeren. De CO2 heffing gaat dan pas geld kosten op het moment dat de prijs per ton CO2 in het emissiehandelssysteem onder de de bodemprijs komt te liggen, terwijl bedrijven voor hun investeringen wel een vaststaand prijspad zien. Het kabinet zou bijvoorbeeld kunnen starten met een bodemprijs van € 10 / ton CO2 in 2020 en deze jaarlijks € 10 / ton op laten lopen tot 2030. Bij de huidige ETS prijs krijgen bedrijven pas in 2022 last van de bodemprijs, terwijl de bodemprijs al wel vanaf 2020 de investeringsbeslissingen gaat beïnvloeden. Bij deze variant is de CO2 prijs in 2030 nog niet op het niveau van huishoudens, dus als burger wil ik nog steeds graag de kans om mee te doen aan ETS. Het aanschaffen van CO2 rechten is namelijk vele malen goedkoper dan de huidige energiebelasting op elektriciteit en gas.
Een andere optie is om de verschillende varianten van de CO2 heffing uit de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s van 2017 te bekijken en daaruit de versie te kiezen met het meeste effect op de CO2 emissie en de minste nadelige gevolgen voor de concurrentiepositie.
Afsluitend
Veel commentaren die ik de afgelopen dagen heb gelezen zien de draai van Rutte III met betrekking tot de verdeling van de kosten van het klimaatbeleid tussen burgers en bedrijfsleven als een overwinning voor GroenLinks. Jesse Klaver heeft ook positief gereageerd op deze draai. De gepresenteerde voorstellen passen echter ook prima bij SGP (meer geld voor landbouw), of SP en PvdA (verschuiven van lasten van bedrijfsleven naar burger). Ook de uitlatingen van Sybrand Buma, CDA, in het AD dat GroenLinks hooguit derde keus is geven aan dat het maar de vraag is of GroenLinks de daadwerkelijke gedoogpartner gaat worden na de verkiezing van een nieuwe Eerste Kamer door de nieuwe leden van Provinciale Staten.
Een ander risico van de kabinetsreactie is dat de details pas in april naar buiten komen en dat de voorstellen pas op z’n vroegst in 2020 doorgevoerd worden. De kans bestaat nog steeds dat de reparatie enkel de verhoging van de energierekening van 2019 compenseert. Of dat de ODE voor huishoudens enkel minder hard stijgt, omdat deze de komende jaren sowieso op gaat lopen doordat er meer projecten die SDE+ hebben ontvangen energie gaan produceren en omdat via de SDE++ ook subsidie aan industriële projecten voor CO2 reductie gegeven kan gaan worden. Bij dat laatste kan het ook gaan om kostbare projecten, zoals CO2 afvang en opslag of overschakelen van gas naar elektrische productieprocessen.
Wat het kabinet wel slim heeft gedaan is dat met de snelle reactie niet alleen een handreiking is gedaan naar PvdA, SP, SGP en GroenLinks, maar ook dat de aandacht over het waarschijnlijk niet halen van de doelstelling voor 2030 volledig weg is. De discussie over de haalbaarheid van de doelen zien we ongetwijfeld over een jaar terugkeren, wanneer de regio’s aan moeten geven welke bijdrage zij gaan leveren aan het nationale klimaatakkoord ten aanzien van duurzame elektriciteit en gebouwde omgeving.
Vorige week werd bekend dat Greta Thurnberg, de 16 jarige scholiere die vorig jaar de aanzet gaf tot de inmiddels wereldwijde beweging van klimaatstakers, is genomineerd voor de Nobelprijs voor de vrede. Op de vraag van New Scientist wat het over de toestand in de wereld zegt dat er scholieren nodig zijn om klimaatverandering weer bovenaan de agenda te krijgen in de media en politiek antwoord ze:
It’s very sad. I think everyone must realise that we have failed in many ways. But there is still time to fix it if we all try to do the impossible. It can and must be done.
De afgelopen jaren heb ik meermalen geschreven over onze plannen om het gasverbruik te verminderen. Na meerdere gesprekken met leveranciers van verschillende opties heb ik een paar jaar geleden de knoop doorgehakt dat infraroodverwarming de handigste optie zou zijn. De afgelopen maanden ben ik bezig geweest met het regelen van de installatie. Inmiddels is het zover en hangt de verwarming in de woonkamer, de panelen in de slaapkamers en op zolder moeten nog aangesloten worden. We verwarmen ons huis inmiddels bijna twee weken met infraroodverwarming, tijd dus voor een eerste indruk.
Offerte aanvragen
De offerteaanvraag stond al een paar jaar in de week bij ThermIQ, om verschillende redenen was het er niet van gekomen om door te zetten. Het zetje om deze winter door te pakken kwam door de verhoging van de energiebelasting op aardgas en het feit dat ik zowel als bestuurslid bij Energiek Schiedam als in mijn werk bezig ben met de vraag hoe je bewoners stimuleert om van aardgas af te gaan. Eat your own dogfood vind ik nog steeds een goed uitgangspunt. Dus vorig jaar hebben we de knoop doorgehakt en een offerte voor de infraroodpanelen met het aansturingssysteem van BeNext aangevraagd.
De kosten waren een maatje hoger dan verwacht en een aanpassing van de elektriciteitsaansluiting van 1×35 Ampère naar 3×25 Ampère was ook raadzaam. Dat betekende hogere kosten voor het installeren. Dus ook wat langer thuis met elkaar dubben en denken, voordat we de knoop definitief door hebben gehakt. Waarbij de afspraak is dat de cv-ketel nog minstens een stookseizoen blijft hangen voor het geval de infraroodpanelen niet bevallen. De totale kosten voor het plaatsen van infraroodpanelen in alle kamers, inclusief installatie en aanpassing van de elektriciteitsmeter bedragen ongeveer Euro 8.700,-
Installatie
Het installeren is netjes en vakkundig gedaan door Wils Services, een lokale installateur. Bij het installeren heb ik nog wel wat verbeterpuntjes ontdekt. Zo is onze installateur een halve dag zoet geweest met het koppelen van alle infraroodpanelen en temperatuursensoren aan het BeNext systeem. Een klus die volgens mij prima voor te bereiden is, zodat de installateur daar op locatie geen omkijken naar heeft. Al vergt dat wel dat vooraf bekend is in welke kamer welke producten geplaatst gaan worden en markeringen op de dozen van de infraroodpanelen en de BeNext componenten.
De frames waarmee de infraroodpanelen aan het plafond zijn bevestigd is vergelijkbaar met de wijze waarop de achterkant van fotolijstjes vastgezet wordt. De gebruikte metalen strips zijn behoorlijk scherp en moeten licht gebogen worden om ze achter de randen van de panelen vast te klikken. Een klusje waarbij je gemakkelijk je handen open haalt.
Programmeren van de aansturing
Met de aansturingssoftware van BeNext kan je per ruimte de temperatuur instellen en per paneel het vermogen. Voor de temperatuur kun je net als bij een cv-ketel een tijdschema in programmeren. Alleen had ik er geen rekening mee gehouden dat er tijd zitten tussen het moment van inschakelen en het moment dat een kamer op temperatuur is. Inmiddels is de temperatuur per kamer en per dag ingesteld via het klokschema.
Ook was het in het begin lastig om uit te vogelen hoe ik het vermogen van de infraroodpanelen gedurende de dag automatisch kan bijstellen in plaats van dat ik dat telkens met de hand moet doen. Inmiddels heb ik daar een omweg voor bedacht. Het vermogen van de panelen regel ik via zogenaamde scenes en regels. In verschillende scenes leg ik vast op hoeveel vermogen de infraroodpanelen in een kamer, bv de woonkamer, werken. Ik heb nu voor de woonkamer een scene voor ’s nachts, als de woonkamer enkel vorstvrij hoeft te blijven, voor overdag en ’s avonds, als de woonkamer op temperatuur en behaaglijk moet blijven en voor momenten waarop ik de temperatuur van de woonkamer fors wil verhogen (net voor het opstaan en net voordat we ’s avonds thuiskomen). Deze intensiteit volgt ongeveer hetzelfde klokprogramma als de temperatuurinstellingen.
Voor de slaapkamers, zolder en entree heb ik zelfstandige scenes aangemaakt.
De eerste weken
De eerste week was het wennen. Aanvankelijk had ik het vermogen van de infraroodpanelen te laag ingesteld, waardoor het huis niet goed op temperatuur kwam en de dames zich beklaagde over het comfort. Na het inregelen van de scenes en regels heb ik daar geen commentaar meer op gehoord.
In onze woonkamer meet ik al een een paar jaar de temperatuur op een vast punt boven op een kast. De temperatuur wordt vastgelegd door domoticz. Opvallend vind ik zelf dat onze cv ketel de temperatuur soms erg hoog laat oplopen hoog in de kamer.
Variatie in temperatuur woonkamer, februari 2019
In februari 2019 lag de maximale temperatuur geregeld tegen of zelfs boven de 22 graden Celsius, terwijl de gemiddelde temperatuur niet boven de 21 graden Celsium kwam. Ook lag de maximale temperatuur op een dag geregeld bijna 2 of meer graden boven de gemiddelde temperatuur.
Variatie in temperatuur woonkamer, maar 2018.
Ook in maart 2018 schommelde de temperatuur flink, al kwam de maximale temperatuur in maart 2018 niet boven de 22 graden. De maximale temperatuur lag geregeld 1,5 graden Celsius boven de gemiddelde temperatuur.
Variatie in temperatuur woonkamer, eerste helft maart 2019.
Op 7 maart zijn onze infraroodpanelen in de woonkamer aangezet. In bovenstaande grafiek valt mij op dat de maximale temperatuur de dagen daarna met ruim een graad daalt. Of dat de rest van de maand ook zo blijft durf ik niet te beweren. Het is wel het type effect dat je verwacht bij overschakeling van luchtverwarming naar stralingsverwarming. Het verschil tussen de gemiddelde temperatuur en de maximale temperatuur is vanaf 7 maart terug gelopen tot ongeveer 1 graad Celsius. Terwijl dit begin maart nog ruim 1,5 graden Celsius was.
De gemiddelde temperatuur daalde aanvankelijk ook, maar dat is vooralsnog te optimistisch gebleken. De dames vonden het te koud, dus vooralsnog lijkt de hypothese dat de temperatuur omlaag kan niet op te gaan. Al kan het ook zijn dat ik de verhouding tussen stralingssterkte en temperatuur nog niet goed genoeg in de vingers heb om het bij lagere temperaturen toch comfortabel te krijgen in huis.
Energieverbruik
Over het energieverbruik valt nog niet heel veel te zeggen, daarvoor draaien de infraroodpanelen te kort. Aan de andere kant, twee weken terug wierp ik een hypothese op en als ik toch aan het schrijven ben kan ik net zo goed een eerste blik werpen op de vraag of de ontwikkeling van ons energieverbruik de kant op gaat die ik had verwacht.
Hypothese
COP = 1
35% energiebesparing
66% energiebesparing
Extra elektriciteitsverbruik (in kWh/Jaar
5.600
3.700
1.900
Energiebesparing (in kWh/jaar)
0
1.900
3.800
Verbruik (in kWh/graaddag)
2,1
1,4
0,7
Verbruik (in m3 gas/graaddag)
0,22
0,14
0,07
In de 12 dagen dat de panelen nu draaien hebben ze 135 kWh verbruikt. Dat is omgerekend 14 m3 aardgas. Het aantal graaddagen in deze periode was volgens MinderGas 179, dat betekent dat we 0,8 kWh/graaddag hebben verbruikt, omgerekend 0,08 m3 aardgas per graaddag. Daarmee ligt ons verbruik in deze periode het dichtst bij de hypothese dat 66% besparing op de benodigde hoeveelheid energie mogelijk is bij verwarming met aardgas.
Daar zitten nog wel kanttekeningen bij. Ten eerste is de periode met 12 dagen erg kort, waarbij er ook nog geen forse vorstperiode in heeft gezeten. Op de tweede plaats is het nog mogelijk dat de verdeling die ik heb gemaakt tussen gasverbruik voor warm water en gasverbruik voor verwarming niet klopt. Als ik te veel gasverbruik toereken aan verwarming kloppen de gehanteerde getallen in mijn hypothese niet.
Voorlopige conclusie
Voorlopig is mijn conclusie dat ik tevreden ben met onze infraroodpanelen. Ook lijkt het er vooralsnog op dat het energieverbruik de verwachte daling laat zien. De hypothese van bureau’s als DWA en van Lars Boelen dat het energieverbruik niet verandert bij overschakeling van een HR ketel naar infraroodverwarming kan ik niet terugvinden in de cijfers van de eerste twee weken. De pieken in het energieverbruik zijn vooralsnog kleiner dan dat we ’s zomers veroorzaken met onze zonnepanelen. Die piek kan wel hoger liggen als overal in huis tegelijkertijd de infraroodpanelen vol aan gaan. De kans daarop is echter klein en idealiter zou dat in de toekomst softwarematig begrenst moeten kunnen worden.
De VVD Rotterdam diende een paar weken geleden het initiatiefvoorstel regiodeal varend ontgassen voor de regio Groot-Rotterdam in. Doel van deze regiodeal is om medio 2019 starten met het handhaven van het provinciaal verbod op ontgassen in de regio Groot-Rotterdam (zie deze pdf). Bestudering van de wijziging van het verdrag voor vervoer van gevaarlijke stoffen over water (het ADN) en navraag bij experts leert Sargasso dat de regiodeal bij voorbaat achterhaald is. De nieuwe regels uit het ADN verbiedt het varend ontgassen van alle stoffen per 1 juli 2019.
Handhaving in drukbevolkte gebieden
De Gelderse Gedeputeerde Bea Schouten deed vorige week een oproep aan minister Cora van Nieuwenhuizen (I&W) om zo snel mogelijk een landelijk verbod in te voeren op varend ontgassen. De Gelderlander schreef afgelopen weekend dat minister Cora van Nieuwenhuizen heeft geantwoord dat er na de zomer vooruitlopend op een landelijk verbod op varend ontgassen een brede handhavingsactie tegen varend ontgassen in dichtbevolkte gebieden wordt ingesteld. Dit moet vooruitlopen op het landelijk verbod, dat waarschijnlijk vanaf 2020 gefaseerd wordt ingevoerd.
Bij de brede handhavingsactie zijn Rijkswaterstaat, politie, de Inspectie voor de Leefomgeving, regionale handhavers en havendiensten betrokken. Deze acties zullen in verschillende regio’s gehouden worden, mogelijk ook in Gelderland.
ADN
Na een tip van de vereniging Stop Ontgassen ben ik voor Sargasso dieper in het zogenaamde ADN verdrag gedoken. In dit verdrag zijn regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over water vastgelegd. De nieuwste versie van het ADN is per 1 januari 2019 van kracht in Nederland. Het ADN kent een overgangsperiode van 6 maanden totdat de regels gehandhaafd gaan worden. In hoofdstuk 7 artikel 7.2.3.7.1.1 tot en met 3 staat beschreven aan welke voorwaarden voldaan moet worden om vanaf 1 juli 2019 te mogen ontgassen (varend of bij een ontgassingsinstallatie).
Volgens de nieuwe ADN regels mag ontgassen, beluchten en inertiseren enkel nog via het manifold van het schip (het leidingennet tussen de tanks en naar de laadpunten). Bij de task force groep varend ontgassen is bekend dat de eerste 2 uur 200.000 miligram/m3 wordt uitgestoten, dat is hoger dan de in het ADN toegestane concentratie. De nieuwe ADN regels geven daarom de voorkeur aan gesloten systemen om te ontgassen, of aan het aanzuigen van schone lucht via het manifold. Deze nieuwe regels zijn onder andere ontwikkeld op basis van werkgroep paper 2017/47 (pdf), dat is opgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Water, het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) en de European Barge Union (UBU). Ze kunnen dus niet geheel onbekend zijn op het ministerie van I&T. Onderstaande video, van het ministerie, het CBRB en de EBU, legt uit hoe de nieuwe regels werken:
Het ADN legt de verantwoordelijkheid voor verantwoord ontgassen bij de verlader. Deze is namelijk opdrachtgever en eigenaar van de lading, dus ook van de resterende damp. Dat eigenaarschap is belangrijk bij vergunningverlening en handhaving, want dat betekent dat omgevingsdiensten via de ketenverantwoordelijkheid maatregelen in de milieu/omgevingsvergunning van verladers kunnen opnemen:
Tegelijkertijd hebben omgevingsdiensten een mogelijkheid om verladers, tankopslagbedrijven, chemiebedrijven en raffinaderijen, via de ketenverantwoordelijkheid aan te zetten tot het verantwoord laten ontgassen van schepen die in hun opdracht lading vervoeren. Zeker voor de categorie zeer zorgwekkende stof, zoals benzeen (dat volgens RIVM een emissiegrenswaarde van 1 mg/m3 en massagrenswaarde van 2,5 gram per uur heeft), waarvoor een minimalisatie en een 5 jaarlijkse informatieplicht geldt op basis van artikel 2.4 lid 2 en artikel 2.4 lid 3 van het Activiteitenbesluit. Een ambtenaar van het ministerie van I&W gaf daarover jaren terug onderstaande redeneertrend af:
Is de damp van de verlader, dan geeft deze kennelijk impliciet opdracht om zíjn dampen te laten ontgassen door de schipper. Daarmee is het in principe een emissie van de verlader, uitgevoerd door een derde partij. Ben benieuwd, wat het Wm-bevoegd gezag dáár van vindt…
In dat geval kan de omgevingsdienst de verladers aanpakken op hun verantwoordelijkheid voor de emissies.
In normaal Nederlands: in de milieuvergunning kunnen omgevingsdiensten verladers aanspreken op hun ketenverantwoordelijkheid, zoals dat in 2009 ook al is gedaan met gegaste containers. Het zijn ook de omgevingsdiensten die de sleutel in handen hebben als het gaat om het vergunnen van voldoende ontgassingsinstallaties. Daarvoor hoeft niet gewacht te worden op een pilot vergunning aan Shell, daar kan DCMR al meteen Mariflex uit Vlaardingen bij betrekken. Ook voor de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied is er weinig reden om te wachten met het vergunnen van ontgasssingsinstallaties, aangezien het Havenbedrijf Amsterdam al in 2013 betrokken was bij proeven van Specialised Tanker Services (STS) met een ontgassingsinstallatie.
Handhaving ADN
De grote vraag is nu hoe de hoe omgevingsdiensten, het landelijk korps politiediensten (KLPD), Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) en Rijkswaterstaat de handhaving vanaf 1 juli gaan regelen. Hoe gaan ze controleren of de op een schip aanwezige apparatuur in staat is om varend ontgassen volgens de nieuwe ADN regels veilig uit te voeren? En hoe wordt dit gehandhaafd?
Waarschijnlijker is dat de nieuwe ADN regels varend ontgassen sterk bemoeilijken en dat ontgassen bij een daartoe aangewezen ontgassingsinstallatie noodzakelijk gaat zijn. Het ADN kent in dat geval een simpele methode om te controleren of een schip verantwoord ontgast is. Een schip dat vluchtige organische stoffen vervoert draagt namelijk een speciale markering. Deze mag pas verwijdert worden als de tanks minder dan 20% LEL aan damp bevatten. Dit is vaak ook een eis van een nieuwe verlader voordat een nieuwe lading aangenomen kan worden. Een schipper heeft er dus belang bij om van zijn resterende dampen af te komen.
Het ADN stelt ook dat er een checklist moet worden ingevuld door schipper en ontgassingsinstallatie voordat er verantwoord ontgast mag worden. Dit biedt toezichthoudende instanties een simpel administratief aangrijpingspunt om na te gaan of er verantwoord ontgast is. Voor iedere keer dat een binnenvaartschip zijn markering verwijdert dient de schipper dan namelijk een bewijs te overleggen dat er verantwoord ontgast is.
Omgevingsdiensten kunnen aan verladers de eis opleggen dat deze aan moet kunnen tonen dat een binnenvaarttanker, die in hun opdracht vluchtige organische stoffen vervoert heeft, volgens de regels van het ADN ontgast is. Dat kan m.b.v. de checklist voor verantwoord ontgsssen uit het ADN in combinatie met een ontgassingscertificaat. In digitale tijden als deze zou het weinig moeite moeten kosten om die gegevens op te nemen in het elektronisch milieujaarverslag dat bedrijven toch al aan dienen te leveren.
Conclusie
Binnenvaarttankschepen kunnen niet voldaan aan de voorwaarden waaronder varend ontgassen vanaf medio 2019 wordt toegestaan. Hiermee ontstaat de facto een verbod op varend ontgassen voor nagenoeg alle stoffen. Dit zorgt ervoor dat de regiodeal van de VVD, die medio 2019 in moet gaan, en de bestaande provinciale ontgasverboden vanaf 1 juli 2019 irrelevant. De brede handhavingsacties van het rijk in dichtbevolkte gebieden (nog steeds een ongedefinieerde term in de wet) lijken dan ook niet de juiste aanpak. De echte vraag is waarom omgevingsdiensten, het landelijk korps politiediensten (KLPD), Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) en Rijkswaterstaat de handhaving van de regels voor ontgassen uit het ADN vanaf 1 juli 2019 niet ter hand nemen. Deze vraag is ook gesteld aan het Ministerie van I&W, maar ik heb hier nog geen antwoord op ontvangen.
Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.
Data is volgens sommige het zwarte goud van de toekomst. Inmiddels blijkt dat daarbij ook de dubieuze lobbypraktijken van de kolen-, olie- en gasindustrie worden overgenomen. Uit interne documenten, die The Observer en Computer Weekly hebben ingezine, blijkt dat Facebook verschillende lidstaten van de EU onder druk heeft gezet in een poging om de Algemene Verordening Gegevensbescherming te torpederen. Zo zijn de memoires van COO Sheryl Sanders zijn ingezet in een poging de sympathie va vrouwelijk parlementariërs te krijgen, ook zijn investeringen beloofd aan lidstaten die voor een Facebook vriendelijkere versie wilde pleiten, of werd gedreigd om geen investeringen meer te doen als lidstaten daar geen gehoor aan wilde geven.
Februari is afgelopen, tijd dus om naar ons energieverbruik en de energieopwekking te kijken. Te beginnen met een kort overzicht van de belangrijkste kengetallen. Februari 2019 was veel warmer dan 2018. Dat is terug te zien in het aantal graaddagen dat met 355 in februari 2019 veel lager ligt dan de 516 uit 2018. Dat is goed zichtbaar in ons gasverbruik dat 27% lager ligt. Het elektriciteitsverbruik is gelijk gebleven en in totaal hebben we zo’n 5% meer elektriciteit opgewekt. Voornamelijk met onze winddelen.
Wat
2018
2019
verschil
Gasverbruik
136
99
-27%
Verbruik/graaddag
0,26
0,28
6%
Elektriciteitsverbruik
305
305
0%
Zonnepanelen
146
133
-9%
Zonnedelen
4
5
25%
Winddelen
94
118
25%
Totaal opwekking
244
256
5%
Netto elektriciteitsverbruik
61
49
-19%
Bruto energieverbruik
Begin maart zijn onze infraroodpanelen geplaatst en aangesloten in de huiskamer. Waarover binnenkort meer. Tijd dus om een nieuw overzicht te maken waarmee het effect daarvan zichtbaar te maken is. De verwarming zat altijd apart in mijn overzichten, omdat de verwarming op gas werkt. Bij infraroodverwarming gaat de verwarming elektriciteit verbruiken, dus dat vraagt wat aanpassingen. Er zijn verschillende opties om het effect te laten zien. De eerste is op basis van de al bestaande grafiek met al ons energieverbruik.
Een tweede optie is om te kijken naar ons bruto energieverbruik in kWh en ons bruto energieverbruik in kWh/m2 vloeroppervlak.
Ontwikkeling bruto energieverbruik (in kWh) per jaar.
Met uitzondering van 2013 is het bruto energieverbruik redelijk constant. De afwijking ten opzichte van het gemiddelde maximaal 4% omhoog en 6% omlaag.
Ontwikkeling bruto energieverbruik (kWh/m2) per jaar
Aan het bruto energieverbruik per vierkante meter is te zien dat onze woning verre van ideaal geïsoleerd is. Het ligt mijlenver af van de huidige kwaliteit die bouwers kunnen leveren. Een deel van dit energieverbruik wekken we op bij ons eigen huis via onze zonnepanelen (ongeveer 2.000 kWh per jaar) en zonneboiler (ongeveer 1.000 kWh per jaar).
Een derde optie is om te kijken naar het energieverbruik per graaddag. Die bewaar ik voor een volgende keer. Net als de optie om te kijken naar het elektriciteitsverbruik dat de app van mijn leverancier laat zien. Eerst wil ik zelf rekenen of de getallen daaruit logisch zijn in vergelijking met de ontwikkeling van ons elektriciteitsverbruik.
De hypothese
Welke maatstaf ik ook kies de hypotheses zijn simpel. Volgens de theorie, zoals bv. DWA maar ook andere energieadviseurs, die hanteren heeft een infraroodpaneel een zogenaamde COP van 1. Dat wil zeggen dat 1 kilowattuur elektriciteit wordt omgezet in 1 kWh warmte. Daarmee presteert een infraroodpaneel net zo goed als een HR ketel, die maakt van 1 m3 aardgas ongeveer 10 kWh warmte. Dat wil in ons geval zeggen dat ons bruto energieverbruik niet mag veranderen, voor iedere m3 aardgas minder horen er volgens deze hypothese 10 kilowattuur elektriciteit bij te komen. Gemiddeld hebben we in de periode 2011 t/m 2018 zo’n 5.600 kWh aan gas voor verwarming gebruikt. Uitgaande van een COP van 1 zou dat 5.600 kWh per jaar aan elektriciteit extra betekenen.
Volgens Gerard de Leede, Professor of Practice Smart Cities JADS aan Tilburg University, bespaart hij met infraroodverwarming 35% energie ten opzichte van gas. Wat betekent dat ons bruto energieverbruik af zou moet nemen. Bijna 60% van ons energieverbruik bestaat uit gas, waarvan een groot deel voor de verwarming is. Onze zonneboiler levert namelijk een deel van het warme water. Uitgaande van 35% energiebesparing door infraroodverwarming ten opzichte van aardgas zou ons energieverbruik voor verwarming op een kleine 3.700 kWh per jaar uit komen.
Ook volgens onze leverancier kan infraroodverwarming 1/3 tot 2/3 besparen op het energieverbruik van verwarming, om die 2/3 te bereiken is wel meer nodig dan enkel de panelen plaatsen. Bv. de muren behandelen met speciale verf. Dat betekent dat ons elektriciteitsverbruik ongeveer 1.900 tot 3.700 kWh hoger uit zou moeten vallen door infraroodverwarming.
Hypothese
COP = 1
35% energiebesparing
66% energiebesparing
Extra elektriciteitsverbruik (in kWh/Jaar
5.600
3.700
1.900
Energiebesparing (in kWh/jaar)
0
1.900
3.800
Conclusie
Het is te vroeg om conclusies te trekken. Na minder dan een week overschakelen op infraroodverwarming is er weinig zinvols over ons energieverbruik te zeggen. Bovendien is het nog even stoeien met de andere vorm van verwarming om te zorgen dat het huis behaaglijk is.
Michael Cohen, de voormalig advocaat en woordvoerder van Trump, legde vorige week zijn verklaring af voor het House Oversight Committee. De verklaring die Cohen heeft gegeven is online gezet door Politico. De verklaring bevat veel slecht nieuws voor Trump. Zo stelt Cohen dat Trump op de hoogte was van de contacten tussen Roger Stone en Julian Assange over het vrijgeven van door Russland gehackte emails van de Democraten.
Ook overlegt Cohen bewijs dat Trump Cohen geld heeft betaald om Trump’s relatie met een pornoster te verdoezelen, financiële cijfers die Trump over de periode 2011 – 2013 aan Deutsche Bank heeft overlegd en dreigbrieven van Cohen aan scholen waar Trump op heeft gezeten om zijn cijfers.