Categorie: Persoonlijk

  • De economische toekomstkansen van kernenergie

    In het debat over energietransitie en klimaatmaatregelen gericht op de energiesector zijn er een paar constanten die telkens opduiken. Een van de hardnekkigste betreft kernenergie. Al onder Rutte I waren er plannen voor Borssele II. Rond dezelfde tijd werd in de VS door voorstanders van kernenergie hoopvol gesproken van een ‘nucleaire renaissance’. Voorstanders vinden dat kernenergie taboe is verklaard voor het klimaatakkoord. Mij lijkt het nuttiger om eens te kijken naar hoe reëel de marktkansen van kernenergie zijn.

    Historie

    Voor wie de ontwikkeling van kernenergie al langer volgt is het geen verrassing dat nieuwe centrales moeilijk van de grond komen in Europa en de VS. Wereldwijd neemt de totale capaciteit van kerncentrales ook nauwelijks meer toe en stijgt de gemiddelde leeftijd van de kerncentrale vlot. In 2009 publiceerde Citibank een rapport met de titel “New Nuclear – The Economics Say No” (pdf), waar ik toen ook al aandacht aan besteedde. In dit rapport laat Citibank zien dat de kosten en financiële risico’s van kernenergie groot zijn voor private investeerders. De studie somt vijf grote risicogebieden op waar ontwikkelaars en beheerders van nieuwe kerncentrales rekening mee moeten houden: planning, bouw, energieprijs, beheer en sluitingskosten.

    Volgens de studie hebben overheden in geïndustrialiseerde landen enkel de risico’s op het vlak van planning beheersbaar gemaakt voor ontwikkelaars van kerncentrales. Hoewel het een belangrijke factor is, “is het de factor met de minste financiële impact”. Bouw, energieprijs en beheer zijn de belangrijkste risicogebieden. Zo enorm dat ze echte “corporate killers” zijn en ook de grootste energiebedrijven op de knieën kunnen dwingen, volgens het rapport.

    De Duitse fysicus Christoph Pistner van het Duitse Instituut voor Toegepaste Ecologie kwam toentertijd tot dezelfde conclusie. In zijn rapport “Renaissance of nuclear energy” (pdf, Duits) voert Pistner aan dat ontwikkelaars “de enorme bouwkosten van een nieuwe kerncentrale op voorhand en voor een ongewoon ladnge termijn moeten financieren.” Het duurt volgens Pistner minstens twintig jaar voor de operationele kosten terugbetaald zijn. Pas na die periode maakt een kerncentrale winst.

    Amerika’s nucleaire renaissance

    Vanaf 2010 zijn er meer dan tien plannen geweest voor nieuwe kerncentrales in de VS. Voorstanders droomden al van een nucleaire renaissance. Ondanks dat Obama ruim 8 miljard dollar aan garanties beschikbaar stelde voor de bouw van 2 nieuwe kerncentrales wordt er inmiddels enkel nog aan de nieuwe kerncentrale Vogtl gewerkt. De bouw van deze kerncentrale ligt achter op schema en boven budget. Dit is voor het energiebedrijf niet zo erg, omdat ze de bouwkosten al door mogen rekenen aan hun klanten.

    Westinghouse, het Amerikaanse dochterbedrijf van Toshiba dat kerncentrales bouwt, is in 2017 failliet gegaan en Amerikaanse energiebedrijven, zoals Exelon, geven aan dat ze niet verwachten dat er nog nieuwe kerncentrales gebouwd zullen worden. Erg hoopvol ziet het er dus niet uit voor nieuwbouw van de huidige generatie kerncentrales, dat concluderen ook Amerikaanse onderzoekers in een recent paper. De auteurs zijn voorstander van kernenergie, maar geven aan dat de toestand waarin kernenergie zich bevind reden is tot diepe bezorgdheid. Of in hun eigen woorden:

    Achieving deep decarbonization of the energy system will require a portfolio of every available technology and strategy we can muster. It should be a source of profound concern for all who care about climate change that, for entirely predictable and resolvable reasons, the United States appears set to virtually lose nuclear power, and thus a wedge of reliable and low-carbon energy, over the next few decades.

    Bestaande kerncentrales en technologische ontwikkeling

    Bestaande kerncentrales in de VS hebben het zwaar en staan onder druk van goedkopere opties, zoals hernieuwbare energie en gascentrales. Volgens een recente analyse van Bloomberg New Energy Finance draait een kwart van de kerncentrales met verlies of loopt het risico om gesloten te worden. Deze centrales hebben een gezamenlijke opwekkingscapaciteit van 32,5 gigawatt. Verschillende staten ondernemen initiatieven om sluiting te voorkomen, maar dat zorgt hooguit voor vertraging en niet voor extra capaciteit. Het stelpen van de verliezen vergt $1,3 miljard per jaar.

    De Amerikaanse onderzoekers lopen ook alle technologische ontwikkelingen langs en zijn weinig hoopvol over de toekomstperspectieven. Veel van de geavanceerde technieken, zoals gesmolten-zoutreactoren en thoriumcentrales, zijn nog decennia verwijderd van commerciële toepassing. Het enige lichtpuntje dat ze zien voor geavanceerde reactoren is TerraPower, de nucleaire startup waar Bill Gates in geïnvesteerd heeft. Waarbij ze wel aantekenen dat het ook dit bedrijf niet lukt om haar techniek binnen het Westerse systeem te commercialiseren, waardoor ook dit bedrijf inmiddels samenwerkt met China.

    Een deel van de voorstanders van kernenergie ziet kleine modulaire kerncentrales als mogelijke oplossing. Daar denken de auteurs anders over, pas vanaf een prijs van $100/ton CO2 achten zij deze techniek kansrijk. Ook een hogere gasprijs zou helpen.

    Situatie in West-Europa

    In West-Europa zijn de marktkansen voor kernenergie niet veel beter. Duitsland is nog steeds van plan alle kerncentrales uit te faseren en Frankrijk heeft plannen gemaakt om de afhankelijkheid van kernenergie te verkleinen. De omvang van de Franse plannen om kerncentrales te sluiten verschilt niet veel met de Duitse plannen. Om het aandeel kernenergie in Frankrijk te verlagen moeten ongeveer 22 kerncentrales gesloten worden. Ter vergelijking: Duitsland sluit er 17 om de Atomausstieg te realiseren. Een aanvullend probleem voor bestaande kerncentrales in Europa zijn de grote tekorten in de fondsen voor ontmanteling van kerncentrales en berging van kernafval.

    Ondertussen kampt de laatste grote Europese kerncentrale bouwer EDF met kwaliteitsproblemen en veiligheidsproblemen. De vertragingen en budgetoverschrijdingen bij de bouw van de centrales in Flamanville en Hinkley C lopen nog steeds verder op. Lichtpuntje lijkt de opening in september 2019 van Olkiluoto-3, de Finse reactor die al 10 jaar vertraagd is en bijna 6 miljard euro duurder is dan begroot.

    Tegenvallers zijn er ook, zo liggen alle procedures voor een tweede kerncentrale bij Borssele stil sinds 2012. De kans dat één van deze partijen de draad weer oppakt lijkt klein. Een recent advies van de National Infrastructure Commission in het Verenigd Koninkrijk adviseert om het aantal nieuwe kerncentrales te beperken en in te zetten op hernieuwbare energie. Dat biedt dus ook weinig goed nieuws voor de kernindustrie:

    Any assessment needs to recognise the full costs and risks. It should not be distorted by hidden costs or used to present costs as artificially lower. Given the balance of costs and risk, a renewables based system looks like a safer bet at present than constructing multiple new nuclear power plants. But a large amount of uncertainty does remain.

    Opvallend, omdat er in de commissie twee leden zitten die een achtergrond in de kernenergiesector hebben.

    Rampjaar 2017

    Vorig jaar werd door verschillende voorstanders van kernenergie uitgeroepen tot een slecht jaar. Ze waarschuwden voor een “snel verergerende crisis“, een “crisis die het voortbestaan van kernenergie in het westen bedreigd“, “de crisis waarmee de kernindustrie wordt geconfronteerd in ontwikkelde landen“, de “as van een stervende industrie”, en van een”industrie aan de ademhalingsmachine in de VS en in andere ontwikkelde economiën”.

    Conclusie

    Mijn conclusie is dat kernenergie niet wordt doodgezwegen of taboe is. Citibank had het 10 jaar geleden al juist: nieuwe kerncentrales kunnen in de Amerikaanse en Europese elektriciteitsmarkt economisch niet uit. Tenzij er forse staatssteun wordt geboden of de CO2-prijs veel hoger wordt. Voorstanders van kernenergie komen er steeds openlijker voor uit dat staatssteun nodig is. De ontwikkelingen rond Hinkley C en in de VS laten zien dat kernenergie daarbij nu al niet de goedkoopste optie is en dat er meer kans is dat de kosten van hernieuwbare energie dalen, dan die van kernenergie. Gelet op de stijgende leeftijd van kerncentrales lijkt het dan ook aannemelijker dat kernenergie in de VS, de EU en in Nederland het tijdperk van ontmanteling in gaat.

    Nieuwe ontwikkelingen, zoals thoriumcentrales, gesmolten-zoutcentrales of kleine modulaire reactoren zijn nog decennia weg van commerciële toepassing. Deze technieken komen daarmee te laat voor een bijdrage aan het terugdringen van CO2-emissie in 2030. Dat maakt dat deze nieuwe technieken terecht geen rol spelen in het klimaatakkoord dat afspraken tot 2030 bevat.

    Dit bericht is eerder verschenen op Sargasso.

  • Echtpaar krijgt aanslag belastingdienst over bevingsvergoeding

    Een Gronings echtpaar dat gebruik maakte van de Regeling waardevermeerdering heeft een naheffing gekregen van € 1.500 van de belastingdienst. Het echtpaar in kwestie blijkt gekort te zijn op de zorgtoeslagen en een naheffing inkomstenbelasting ontvangen te hebben van de belastingdienst. Tegen RTV Noord zegt het echtpaar:

    Protesteren had geen zin. We hebben ons verlies maar genomen, hoewel we het wel heel onrechtvaardig vinden. Hier kunnen we helemaal niets aan doen. We hebben gewoon schade en ook recht op een energiepremie.

    Het echtpaar heeft een afbetalingsregeling gesloten met de belastingdienst en betaalt het bedrag in 23 maandelijkse termijnen.

    De Regeling waardevermeerdering werd ingesteld door de het Ministerie van Economische Zaken voor woningeigenaren met een door het Centrum Veilig Wonen erkende aardbevingsschade van minstens € 1.000,-. Zij konden naast de vergoeding van de schade, een maximaal bedrag van € 4.000,- krijgen voor energiebesparende en energieopwekkende maatregelen. Deze regeling van het ministerie van Economische Zaken was bedoeld als compensatie voor overlast door aardbevingsschade.

    Inmiddels hebben de Groningse Kamerleden Sandra Beckerman (SP) en Henk Nijboer van de PvdA Kamervragen gesteld over het optreden van de belastingdienst in deze en vergelijkbare zaken.

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder verschenen op Sargasso.

  • Nieuwe mijnbouwwet maakt generaliteitsland van Groningen

    Wiebes-272x300Even leek het erop alsof Wiebes de verademing zou zijn waar Groningen op wachtte. Dat kwam vooral door zijn besluit om de gaswinning in Groningen sterk te verminderen en zijn brief aan grootverbruikers om snel op zoek te gaan naar een alternatief voor laag calorisch (Gronings) gas. Wie beter in de details duikt en bv. het Besluit mijnbouwschade Groningen van 31 januari 2018 of het concept wetsvoorstel Minimaliseren gaswinning Groningen leest, wist al beter. Met het opschorten van de versterkingsoperatie, het opstappen van Hans Alders, het openbaar maken van het definitieve wetsvoorstel Minimaliseren gaswinning Groningen, het verhaal van één scheur en 2 instanties, en de deal tussen Staat, Shell en Exxon is het voor bijna iedere Groninger duidelijk: Wiebes is geen Kamp.

    Wetsvoorstel Minimaliseren gaswinning Groningen

    Wiebes kondigde eerder dit jaar het einde van de gaswinning in Groningen vanaf 2030 aan. Om dit te ondersteunen heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat eind maart een wetsvoorstel ter consultatie aangeboden dat de afbouw van de gaswinning regelt. Het wetsvoorstel zorgt er onder andere voor dat het Groninger gasveld niet meer de basis van de gasvoorziening vormt, maar meer de backup gaat vormen. Voor een wetsvoorstel dat het einde van de Groningse gaswinning moet betekenen valt het op dat een jaartal waarin de productie fors verlaagd moet zijn en het jaartal waarop de gaswinning definitief gestaakt wordt ontbreekt. Het afbouwschema voor de gaswinning is ondergebracht in de privaatrechtelijk overeenkomst tussen Shell, ExxonMobil en de staat. Het is de vraag hoe dat zich dan verhoudt tot de toezichtstaak van Staatstoezicht op de Mijnen. Wat gebeurt er als SodM een lagere gaswinning voorschrijft vanuit veiligheidsoverwegingen voor de Groningse bevolking?

    afbouwschema_gaswinning

    Wat ook opvalt is dat wel gesproken wordt over het Groningenveld, maar dat enige definitie daarvan ontbreekt. Het wetsvoorstel bevat geen coördinaten van het Groningenveld, geen diepte of aardlaag waar het in ligt (Rotliegend).

    Het wetsvoorstel voert wel een winningsplicht in voor de exploitant van het Groninger gasveld. Die winningsplicht is niet begrensd in de tijd. Welke Groninger gelooft de Minister van EZK op zijn blauwe ogen dat deze winningsplicht na 2030 niet meer gebruikt wordt voor gas in de Rotliegend laag en dat gaswinning uit diepere lagen hiermee ook is uitgesloten na 2030?

    Het wetsvoorstel geeft de Minister via wijziging van artikel 34 en 105 van de Mijnbouwwet de mogelijkheid om meer gas te winnen of om gas op een later moment te winnen. Voorwaarde is wel dat de eerder berekende en beoordeelde bodembeweging (bodemdaling en bodemtrillingen) en de risico’s voor de omgeving niet anders beoordeeld zullen kunnen worden. Het probleem hierbij is dat er in Nederland geen goed en onafhankelijk gevalideerd model voor bodembeweging ten gevolge van gaswinning bestaat. Het is nog steeds wachten op de op 4 juli 2017 door Kamp toegezegde TNO-modellen die bedoeld waren om de NAM modellen te verifiëren. Ook het TUDelft fase 2 validatierapport Buitengebied dat in 2017 gereed zou zijn is nog steeds niet gepubliceerd, terwijl al in 2016 door zowel NCG Alders als toenmalig minister Kamp werd toegezegd, dat dit mede gebruikt zou bij het opstellen van een nieuw schadeprotocol.

    Leveringszekerheid versus veiligheid bewoners

    Het wetsvoorstel schrapt ook gronden om gaswinning te verminderen of stoppen. In de consultatieversie werden de gronden milieu en natuur geschrapt. In het uiteindelijk wetsvoorstel lijkt dit niet te gebeuren. In een speciaal Gronings hoofdstuk wordt leveringszekerheid voor eindafnemers en een nieuwe definitie van het veiligheidsbegrip geïntroduceerd. Met dat laatste begrip is wat bijzonders aan de hand, want in het wetsvoorstel slaat dit niet alleen op de veiligheid van Groningers, maar ook op leveringszekerheid voor gebruikers van gas. Leveringszekerheid levert al jaren discussie op in de Tweede Kamer: gaat leveringszekerheid boven de veiligheid van Groningers of niet? De minister lost het op, voortaan is leveringszekerheid onderdeel van het veiligheidsbegrip voor gaswinning in Groningen. Sterker, tegen het advies van de Raad van State in wordt leveringszekerheid gekoppeld aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In het advies van de Raad van State staat hierover:

    De Afdeling merkt op dat dit een wat geforceerde indruk maakt. De Afdeling onderschrijft het belang van leveringszekerheid, maar acht het aanmerken van leveringszekerheid als grondrecht in de zin van de artikelen 2 en 8 van het EVRM nodig noch wenselijk.

    De afweging tussen leveringszekerheid voor eindafnemers en veiligheid van Groningers komt meerdere keren in het wetsvoorstel terug, zowel in artikel 52a, artikel 52d en artikel 167c. Het is naar mijn mening dan ook de vraag of het amendement van Tom van der Lee, waarin hij stelt dat het veiligheidsbelang boven het maatschappelijk belang van eindafnemers moet gaan deze dubbeling voldoende doet door hellen naar het belang van Groningers. Het amendement voegt hiervoor namelijk lid 4a toe dat bij artikel 52d, artikel 167c wordt ongemoeid gelaten evenals de definitie van veiligheidsbelang uit artikel 52a.  Zelfs als de Tweede Kamer leveringszekerheid uit het wetsvoorstel amendeert is het de vraag welke parlementariër het aandurft om ook de definitie van veiligheidsbegrip aan te passen. Al zou dat wel in lijn zijn met de aanbevelingen van de OVV.

    Een extra aanwijzing dat de minister niet echt van zins lijkt om het veiligheidsbelang van Groningers voorop stelt is artikel 52 lid 2c waarin de minister aanvullende maatregelen kan treffen als:

    een aardbeving leidt tot één of meer dodelijke slachtoffers of tot ernstigeverwondingen van meerdere personen.

    Het wetsvoorstel doet echter nog een paar zaken. Zo spreekt het wetsvoorstel weer over schade door aardbevingen en over het aardbevingsgebied. Aardbevingen zijn maar een zeer klein deel van de mogelijke schadeoorzaken ten gevolge van mijnbouwactiviteiten. Het schadebegrip van artikel 33 van de huidige mijnbouwwet en artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek is veel ruimer. Bij Groningers en parlementariërs die de ellenlange discussie over het gebruik van de term aardbevingsschade door NAM en het hanteren van contourenkaarten nog kennen zouden hierbij toch alle alarmbellen af moeten gaan.

    Wat is het Groninger gasveld?

    Wat ook opvalt is dat het Groninger gasveld niet gedefinieerd wordt in het wetsvoorstel. Tot hoe diep in de ondergrond loopt het voornemen om te stoppen met winning? Waar lopen de ‘contouren’ van het Groninger gasveld? Meerdere bronnen geven aan dat daar discussie over is tussen NAM en de staat. In aardlagen onder de huidige winning in het ‘Groninger gasveld’ zit namelijk ook olie en gas. Valt dit onder het stoppen met gaswinning? Of maakt dit onderdeel van de private deal die Wiebes deze week bekend maakte: geen claims voor het stoppen van de gaswinning in het ‘Groninger veld’ in ruil voor toestemming van winning uit de diepere lagen? Of zou de NAM tevreden zijn met het vrijstellen van afdrachten over het gas dat gebufferd wordt in NORG en Grijpskerk?

    Beperken aansprakelijkheid NAM

    Met het invoeren van de winningsplicht wordt ook de aansprakelijkheid voor nadelige gevolgen van mijnbouwactiviteiten zoals vastgelegd in artikel 33 van de mijnbouwwet en in artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek aangepast, lees verminderd. In het wetsvoorstel staat uitgelegd dat de exploitant is verplicht tot winning, wat voor het Ministerie van EZK reden is om het handelen van de exploitant in Groningen niet meer te laten vallen onder de Wet economische delicten, waarmee de toegang voor bewoners tot strafrecht afgesloten wordt. Fijn voor NAM (waar een strafzaak tegen loopt) en fijn voor EBN (de 100% dochter van het ministerie van EZK). Het wetsvoorstel zwakt ook de bescherming van mens en milieu tegen de gevolgen van een zwaar ongeval af. In de mijnbouwwet moeten deze gevolgen voorkomen worden, in Groningen hoeft de exploitant de gevolgen enkel nog te beperken.

    Uitkleden bestuursrecht voor Groningen

    De toegang tot het strafrecht is niet het enige recht dat Wiebes Groningers ontzegt. Hoewel de beperking van de algemene inspraakprocedure van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) minder zwaar is dan in de consultatieronde zitten er nog wel een aantal adders onder het gras. Een ieder kan weer een zienswijze indienen, alleen is artikel 8.4 uit het Awb van toepassing waardoor beroep aantekenen niet mogelijk is. Er wordt tenslotte een wettelijke winningsplicht ingesteld voor Groningen in dit wetsvoorstel.

    Schadeafhandeling

    Een belangrijk punt voor Groningers is een snelle en fatsoenlijke schadeafhandeling. Veel bewoners leven al jaren in onzekerheid en leiden daardoor grote psychische schade. Alle veranderingen van de afgelopen jaren hebben nog steeds geen oplossing gebracht voor veel van de oudere schadegevallen. De verandering van de afhandeling van schadegevallen van civielrechtelijk naar bestuursrechtelijk heeft weer geheel nieuwe problemen met zich meegebracht. Niet alleen wordt met deze stap ruim 80 jaar aan jurisprudentie over het veroorzaken van schade aan derden aan de kant gezet, ook levert het Kafkaëske situaties op. Zeg maar paarse krokodil 2.0.

    Bijvoorbeeld bij een scheur die gemeld is aan het CVW, maar doorgroeit. De groei moet gemeld worden bij de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen. Waarbij de legitimiteit van de eerste claim civielrechtelijk beoordeeld wordt door CVW en het nieuwe deel onder bestuursrecht door de TCMG. Zelfs als de schadevergoeding voor beide delen van de scheur wordt toegekend is de kans dat dat gelijktijdig gebeurt klein. Als de toekenning van schadevergoeding van het eerste deel in 2018 plaats vind en de toekenning van het tweede deel in 2019, waardoor schadeherstel pas in 2019 plaats kan vinden, moet belasting betaald worden over de claim die in 2018 is toegekend. Deze telt mee als inkomen en/of vermogen aldus de website van de belastingdienst. Er kunnen dus gevolgen zijn voor de belasting en voor toeslagen. Dat geldt zowel voor inwoners als voor ondernemers. Het nieuws daarover zorgde in Groningen al voor de nodige verontwaardiging.

    Conclusie

    Het wetsvoorstel vermindering gaswinning Groningen geeft Groningers een hoop nieuwe zorgen en kondigt nieuwe zorgen aan. Het is ook de vraag wat de waarde van het wetsvoorstel is nu er een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de staat en Shell en Exxonmobil ligt. De minister geeft ook aan te werken aan een permanente oplossing voor de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen. Betekent dit dat we straks het verhaal van één scheur en 3 instanties krijgen? Of dat de rest van Nederland zich op kan maken voor een overgang van civielrechtelijke behandeling van schadeclaims richting het bestuursrecht?

    Wat wel duidelijk is is dat er maar één manier is om Wiebes terug naar de onderhandelingstafel te sturen: het wetsvoorstel wegstemmen. Het wetsvoorstel vermindering gaswinning Groningen maakt namelijk onderdeel uit van het private akkoord van de staat met Shell en ExxonMobil. Daar ligt een schone taak voor onze volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Groene stroom voor de industrie

    In de commentaren op Sargasso (waar ik voor blog) is het een veel gebezigd argument: duurzame energie kan de industrie niet van betaalbare stroom voorzien. In Australië denken ze daar inmiddels anders over. De van oorsprong Engelse staal miljardair Gupta werkt daar gestaag aan zijn plannen om 10 GW aan zonne-energie te realiseren, waarmee hij onder andere zijn eigen staalfabrieken van stroom wil voorzien.

    Gisteren maakte Gupta en de Zuid-Australische Kamer voor Mijnbouw en Energie (SACOME) een langjarige overeenkomst bekend om groene stroom te leveren aan vijf bedrijven. De verwachte besparing voor deze bedrijven ten opzichte van hun huidige energieprijs bedraagt 20 tot 50%. Deze kostenbesparing wordt bereikt door de nieuwe zonne-energie projecten te combineren met energieopslag en waterkracht. Onder de afnemers zit onder andere een kopermijn. De overeenkomst volgt op eerdere overeenkomsten die Gupta sloot, waaronder een overeenkomst om zonnestroom te leveren aan een staalfabriek in Victoria.

    Kortom: het verhaal dat duurzame energie de basisindustrie niet van stroom kan voorzien kan in kolenminnend Australië naar de prullenbak. Nu nog in andere landen.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Fox & Friends noemt Trump dictator

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Vanaf 2020 landelijk verbod op varend ontgassen voor binnenvaart

    Het Ministerie van Infrastructuur en Water heeft vorige week bekend gemaakt dat er vanaf 2020 een landelijk ontgassingsverbod komt voor binnenvaarttankschepen. Minister Van den Nieuwenhuizen wil dat de internationale afspraken hierover halverweg 2020 in Nederland ingevoerd zijn. Mark Lensselink, die al in 2010 vragen stelde over varend ontgassen aan het dagelijks bestuur van Hoek van Holland en zicht sindsdien inzet voor een verbod op varend ontgassen, zegt in een reactie:

    Het heeft even geduurd, maar de uitstoot van benzeen en andere zwaar toxische stoffen wordt verder aangepakt. Dat is goed nieuws voor de bewoners, blootstelling aan Vossen kan echt niet


    Ontgassen wat is het ook al weer?

    Nadat schippers hun lading hebben gelost is het soms nodig om de ruimen te ontdoen van restanten van die lading. Waar het vluchtige stoffen betreft wordt dit vaak gedaan door middel van het ontgassen van het varende schip aan de buitenlucht.

    De dampen die daarbij vrijkomen, bijvoorbeeld van benzeen of benzeenhoudende stoffen, kunnen milieu- en gezondheidsschade veroorzaken. Met behulp van ontgasinstallaties op de wal of op het schip kunnen schepen echter gecontroleerd worden ontgast.

    Omvang emissies
    Sargasso toonde in 2013 aan op basis van gegevens van CE Delft aan dat de emissies van varend ontgassen een factor 10 hoger lagen dan het RIVM rapporteerde via emissieregistratie.nl (korte versielange versie). De emissies daalde ook niet, zoals de VNCI beweerde, maar lagen juist een factor 10 hoger dan officieel werd gerapporteerd. De publicatie van Sargasso leidde tot Kamervragen van de SP en GroenLinks, ook op lokaal en provinciaal niveau zijn de afgelopen jaren geregeld vragen gesteld over varend ontgassen. Uiteindelijk paste het RIVM de emissiecijfers voor varend ontgassen aan.

    Wachten op internationaal verbod
    Staatssecretaris Mansveld reageerde in 2014 dat ze wilde inzetten op een internationaal verbod i.p.v. een landelijk verbod. Meerdere provincies hebben hier niet op gewacht en voerden de afgelopen jaren een provinciaal verbod in, te beginnen met Zuid-Holland en Noord-Brabant. Inmiddels gevolgd door o.a. de provincies Utrecht, Noord-Holland en Gelderland.

    Fasering invoer nationaal verbod
    De invoering van het nationaal verbod op varend ontgassen begint met een verbod op het ontgassen van motorbrandstoffen en benzeen in 2020, gevolgd door een verbod op vloeistoffen die meer dan 10% benzeen bevatten in 2022 en in 2023 een verbod op het ontgassen van de meeste vluchtige organische stoffen.

    Het is de bedoeling dat de de dampen die worden teruggewonnen worden afgegeven bij een ontvangstinstallatie. Teruggewonnen stoffen kunnen worden hergebruikt als grondstof, zodat een milieuvriendelijke kringloop ontstaat. Een voorstel dat Mark Lensselink en ondergetekende in 2013 al aan de Haagse ministeries deden, maar dat toen op juridische bezwaren en ambtelijke haarkloverij stuitte. Wanneer hergebruik van de teruggewonnen dampen niet mogelijk is kunnen schepen terecht bij een verwerkingsinstallatie die de dampen onschadelijk maakt.

    Om de invoer van het nationaal verbod te begeleiden wordt een taskforce bestaande uit overheid en bedrijfsleven opgericht. Deelnemende partijen zijn de Rijksoverheid, havenbedrijven, de provincies Noord-Holland, Noord-Brabant, Utrecht, Gelderland, Overijssel, Flevoland en Zeeland, en Shell Nederland. In de taskforde werken verladers, industriepartijen, opslagbedrijven en vervoerders mee aan de invoer van het verbod op varend ontgassen voor binnenvaarttankschepen.

    Handhaving

    Het aangekondigde verbod op varend ontgassen vanaf 2020 is goed nieuws. Al blijven er na het lezen van het persbericht wel vragen. Bijvoorbeeld over handhaving van het verbod, over monitoring van de emissies, over de gevolgen van het verbod voor emissies bij laden en lossen, over de wijze waarop dedicatievaart en comptabiliteit geregeld worden. Bij dedicatievaart vervoert een schip meerdere keren achter elkaar slechts één stof, bijvoorbeeld benzeen. Tussendoor ontgassen van de tanks is dan niet nodig, maar om emissies naar de buitenlucht te voorkomen is een dampverwerkingsinstallatie bij de terminal of op het zeeschip waar geladen of gelost wordt nodig.

    DCMR kon een aantal jaar geleden geen antwoord geven op vragen van Sargasso over welke terminals in de Rotterdamse haven beschikken over een dampverwerkingsinstallatie en welke enkel over een dampretourinstallatie beschikken. Bij zeeschepen is de vraag nog prangender, want deze willen geen damp boven hun lading in verband met internationale regelgeving voor de zeescheepvaart hierover.

    Voor wat betreft de handhaving zijn bij Sargasso geen processen verbaal bekend uit provincies waar al een ontgasverbod geldt. In 2015 berichtte Sargasso op basis van de website Schiedams Nieuws dat DCMR geen daling van het aantal ontgassingen van benzeen kon ontdekken. DCMR ontkende dit nieuws tegen Sargasso. Een landelijk verbod maakt handhaving wel gemakkelijker, doordat ook Rijkswaterstaat actief kan gaan optreden en de onduidelijkheid over de status en handhaaafbaarheid van provinciale verboden op nationale vaarwegen verdwijnt.

    De monitoring van emissies door varend ontgassen en van opslag- en overslag van vluchtige organische stoffen gebeurd momenteel op basis van rekenmodellen, die een hoog theoretisch gehalte hebben. Meting bij de tanks op de schepen zou een grote verbetering zijn. Uit het persbericht is niet op te maken of een dergelijke verbetering onderdeel uitmaakt van de plannen.

  • Toezichthouder: Duitsland kan helft kolencentrales sluiten voor 2030

    Duitsland kan de helft van haar kolencentrales voor 2030 sluiten, zonder problemen voor de leveringszekerheid. Dat is de conclusie die de Duitse toezichthouder op het elektriciteitsnetwerk trekt. Voorwaarde is wel dat de geplande gascentrales volgens planning in gebruik genomen worden en dat de uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk (met name het hoogspanningsnet) afgerond worden. De topman van de Duitse energietoezichthouder (Bundesnetzagentur) geeft ook aan dat de oplopende kosten voor netstabiliteit waarschijnlijk worden veroorzaakt door het achterblijven van de netwerkcapaciteit.

    Duitsland streeft naar 65% groene stroom in 2030 en wil eind 2018 plannen bekend maken voor het stoppen met kolen in de elektriciteitsvoorziening.

    Link via Kees van der Leun.

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder gepubliceerd als waanlink op Sargasso.

  • Klimaatbeleid: aanbodbeperking in de praktijk

    Vorige maand schreef ik over de kansen die aanbodbeperkend klimaatbeleid volgens onderzoekers biedt. Afgelopen week toonde Bloomberg de kracht er van bij kolen. Al wordt de aanbodbeperking niet alleen veroorzaakt door overheidsbeleid, maar ook door een groeiend aantal financiers dat niet meer in bedrijven en projecten wil investeren die met kolen samenhangen.

    Bloomberg beschrijft hoe het beleid van China om vervuilende kolenmijnen te sluiten en het opdrogen van financiering voor nieuwe kolenmijnen leidt tot een kleiner aanbod aan kolen, waardoor de prijs voor kolen stijgt en de winstgevendheid van kolencentrales onder druk staat. De winstgevendheid van kolenmijnbouwbedrijven stijgt ondertussen fors. Anglo American heeft zijn inkomsten uit kolen sinds 2015 zien verdrievoudigen, Glencore heeft ze zien verdubbelen en BHP Biliton rapporteert een verzesvoudiging van inkomsten uit kolen.

    De stijgende financieringskosten zijn een van de redenen dat de mijnbouwbedrijven niet reageren met het aankondigen van plannen voor nieuwe mijnen, ondanks het feit dat de kolenprijs op het hoogste punt in jaren staat. Een groeiend aantal banken en grote institutionele investeerders wil niet meer in kolen investeren. Het niet van de grond komen van de Australische Carmichael kolenmijn is illustratief, het Indiase bedrijf Ardani weet de benodigde financiering niet rond te krijgen ondanks de openlijke steun van de Australische overheid.

    De stijgende kosten van financiering zijn niet de enige oorzaak van het uitblijven van nieuwe kolenmijnen, want ook mijnbouwbedrijven die geen externe financiering aan hoeven te trekken voor de aanleg van een nieuwe kolenmijn zijn niet geïnteresseerd in de ontginning van nieuwe mijnen. De druk vanuit overheden en consumenten om het gebruik van kolen terug te dringen is een belangrijke reden hiervoor.

    De hogere prijs van kolen zorgt er uiteindelijk voor dat de energietransitie versneld wordt. Door de hoge kolenprijs hebben kolencentrales meer concurrentie van gascentrales, windturbines en zonne-energie. De prijs van zonne-energie en windenergie daalt nog steeds, terwijl er geen zicht is op een hogere kolenproductie en de prijs van kolen dus hoog zal blijven. Uiteindelijk ondergraaft deze kostendaling de economische ratio om een vervuilende brandstof, zoals kolen, te blijven gebruiken. In de VS heeft de eerste eigenaar van kolen- en kerncentrales al faillissement aangevraagd. Bijkomend effect: de kolenmijnen draaien recordwinsten. Slim overheidsbeleid kan er voor zorgen dat dergelijke winsten afgeroomd wordt, zodat het voor maatschappelijke doelen ingezet kan worden. Bijvoorbeeld om de kosten van de energietransitie voor mensen met een minder diepe portomonnee te bekostigen.

    Dit bericht is geschreven voor en eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Vergeten klimaatbeleid: aanbodbeperking

    Binnen de milieubeweging en onder activisten is het beperken van de winning van fossiele brandstoffen al langer een thema. Economen en beleidsmakers geven meestal de voorkeur aan in hun ogen optimale beleidsinstrumenten, zoals beprijzing van CO2 emissies. Nieuw onderzoek van Green en Denniss laat zien dat er zowel politieke als economische argumenten zijn voor het beperken van het aanbod aan fossiele brandstoffen.

    Vier vormen van beleid

    Volgens Green en Denniss zijn er vier soorten klimaatbeleid te onderscheiden. Waarbij de auteurs aan de ene kant onderscheid maken tussen restrictief beleid en stimuleringsbeleid, en aan de andere kant tussen beleid dat zich richt op de aanbodzijde en beleid op de vraagzijde. Visueel vatten de auteurs de mogelijkheden in de volgende matrix samen:

    Tabel met typen klimaatbeleid
    Typen klimaatbeleid

    Een Nederlands voorbeeld van aanbod gericht stimuleringsbeleid zijn de subsidies voor duurzame energie, maar ook het kleine veldenbeleid voor gaswinning. Een voorbeeld van stimuleringsmaatregelen gericht op de vraagzijde is de ISDE subsidie, waar bewoners subsidie krijgen als ze overschakelen op een (hybride) warmtepomp of een zonneboiler installeren. Voorbeelden van restrictief beleid gericht op de vraagzijde zijn de CO2-emissienormen voor auto’s en de Europese emissiehandel in CO2 (ETS).

    Voordelen aanbodbeperking

    Vanuit economisch oogpunt is het voordeel van aanbodbeperkend beleid dat er minder administratieve lasten zijn, de winning van fossiele brandstoffen wordt om andere redenen al bijgehouden en er zijn minder bedrijven bij betrokken. Een tweede argument is dat het beprijzen van CO2 in theorie lijdt tot optimale keuzes, doordat de CO2 emissie op de goedkoopste manier wordt beperkt. In de praktijk dekt CO2 beprijzing zelden de volledige economie en wordt er met regelmaat een beroep gedaan op de angst voor het waterbed effect. Bovendien zorgt de lagere vraag naar fossiele brandstoffen als gevolg van hogere CO2 prijzen voor een lagere brandstofprijs, wat weer zorgt voor meer vraag. Het beperken van het aanbod kan dit effect tegengaan.

    Een derde economisch argument is dat het beperken van het aanbod een infrastructurele lockin kan voorkomen. Het aanleggen van nieuwe gaspijpleidingen zorgt er bijvoorbeeld voor dat er meer aanbod komt. Zelfs als de huidige eigenaar van een pijpleiding failliet gaat zal een nieuwe eigenaar de pijpleiding blijven exploiteren zolang de marginale opbrengsten voor transport van gas of olie hoger zijn dan de marginale kosten. Tot slot voorkomt het beperken van het aanbod aan fossiele brandstoffen dat olie- en gasbedrijven de winning op korte termijn fors gaan verhogen om nog snel te cashen voordat de CO2 prijs zo hoog is dat ze uit de markt geprijsd worden.

    Ook vanuit het oogpunt van politieke economie heeft het voeren van restrictief beleid op fossiele brandstoffen voordelen. In de eerste plaats kan restrictief beleid gericht op de aanbodzijde vaak op meer steun rekenen onder burgers en heeft het directer waarneembare voordelen. Hierdoor wordt het makkelijker om coalities te bouwen tussen burgers en organisaties, wat het draagvlak voor aanvullend beleid vergroot. Ook is het lastiger om voor tegenstanders om tegen dergelijk beleid te lobbyen door de bredere voordelen.

    De olie, gas en kolenindustrie is goed georganiseerd. Een voordeel van aanbodbeperkend beleid is dat het scheidslijnen binnen de sector kan opwerpen, bijvoorbeeld tussen bestaande spelers en nieuwkomers, bijvoorbeeld als nieuwe winning verboden wordt. Of scheidslijnen tussen brandstoffen, bijvoorbeeld als de bouw van nieuwe kolencentrales verboden wordt en er daardoor mogelijk ruimte ontstaat voor nieuwe gascentrales.

    Tot slot is internationale samenwerking volgens Green en Dennis makkelijker bij restrictief aanbod beleid. Dat is van belang omdat het klimaatakkoord van Parijs opgebouwd is uit vrijwillige bijdragen van de deelnemende landen en geen internationaal juridisch bindend bolwerk is geworden. Restrictief aanbodbeleid komt daarbij goed van pas. Als de prijselasticiteit van de vraag (de mate waarin afnemers een alternatief kunnen vinden) relatief hoog is ten opzichte van de prijselasticiteit van het aanbod, dat zorgt voor een minder groot waterbedeffect dan beleid dat zich richt op de vraagzijde.  Dit lijkt bij kolen het geval, waardoor het eenzijdig verlagen van het aanbod van kolen effectiever is voor het verlagen van de wereldwijde emissies dan het eenzijdig verlagen van de consumptie.

    Daarnaast geldt dat restrictief aanbodbeleid makkelijker te monitoren is, waardoor het ook eenvoudiger te controleren voor andere landen. En controleerbare en meetbare maatregelen geven meer vertrouwen in het beleid van andere landen, waardoor samenwerking makkelijker wordt en er een grotere kans is dat landen bereidt zijn samen te werken aan verdere wereldwijde emissiereductie.

    Conclusie

    In het klimaatdebat is er veel aandacht voor met name restrictief beleid gericht op de vraagzijde. Daarin past ook het pleidooi dat partijen als VVD, VNO-NCW en Shell jarenlang hebben gehouden voor inzet op CO2 reductie in plaats van op CO2 reductie (restrictief beleid vraagzijde), energiebesparing (stimulerend beleid vraagzijde) en duurzame energie (stimulerend beleid aanbodzijde).

    Vanuit oogpunt van draagvlak geeft PBL al aan dat inzet op energiebesparing en duurzame energie nodig kan zijn. Het artikel van Green en Denniss voegt met de herwaardering van restrictief beleid gericht op de aanbodzijde een vierde doel aan toe: beperken van het aanbod van gas, olie en kolen. Volgens David Roberts tonen Green en Denniss daarmee het belang aan van actievoerders die pleiten voor het in de grond houden van fossiele brandstoffen en voor het strijden tegen uitbreiding van infrastructuur voor fossiele brandstoffen. Tege

    Voorbeelden van Nederlands restrictief aanbodbeleid zijn het afbouwen van de gaswinning in Groningengeen schaliegas winnen. Nog een stap verder kan het stoppen met alle nieuwe exploratie- en winningsvergunningen (zoals Frankrijk al doet). Of het afbouwen van de overslag van kolen in de Rotterdamse haven. Nu Nederland een aantal restrictieve aanbodmaatregelen neemt wordt het interessant om te zien of de voordelen die Green en Denniss in hun artikel noemen in de praktijk zichtbaar gaan worden.

  • Milieudefensie start klimaatzaak tegen Shell

    Vorige week heeft Milieudefensie bekend gemaakt een klimaatzaak tegen Shell te beginnen. Shell is volgens Milieudefensie goed voor twee procent van de klimaatverandering. Milieudefensie is van mening dat Shell een onrechtmatige daad begaat met zijn huidige bedrijfsvoering en beleid, en niet voldoet aan de zorgplicht. Ook is Shell al lang op de hoogte van het probleem en kan ze het voorkomen, omdat Shell in Nederland is gevestigd is de Nederlandse rechter bevoegd om te oordelen.

    Met de klimaatzaak tegen Shell voegt Milieudefensie zich in een groeiende rij van organisaties die fossiele energiebedrijven aanklagen voor de klimaatschade die ze veroorzaken. In de VS lopen er inmiddels meerdere zaken van met name lokale overheden tegen grote fossiele energiebedrijven. Een goed beginpunt voor meer informatie over de verschillende klimaatzaken tegen overheden en bedrijven is de site Climate Liability News.

    Milieudefensie stelt de volgende eisen aan Shell:

    1. Shell brengt zijn beleid en investeringen in lijn met de klimaatdoelen van Parijs;
    2. Shell bouwt zijn olie- en gasproductie af en brengt zijn uitstoot terug naar nul in 2050;
    3. Shell maakt afspraken met Milieudefensie over de invulling, tussendoelen en openbare verantwoording.

    Shell heeft 8 weken om tegemoet te komen aan de eisen van Milieudefensie. Doet ze dat niet, dan volgt een dagvaarding. Milieudefensie wordt in de klimaatzaak tegen Shell bijgestaan door Roger Cox, die eerder Urgenda bijstond in de klimaatzaak tegen de Nederlandse staat.

    Open waanlink

    Inmiddels heb ik mij aangesloten als mede-eiser in de klimaatzaak tegen Shell. Zoals ik dat ook ben in de klimaatzaak van Urgenda tegen de Nederlandse staat.

    Dit bericht is eerder als open waanlink geplaatst op Sargasso.