Categorie: werk

  • Dag gemeenten, hallo provincie

    Vorige week was mijn laatste werkweek bij de gemeente Woerden en gemeente Oudewater. Vanaf half juli ga ik aan de slag bij de Provincie Zuid-Holland als coördinator voor de zeven regionale energiestrategieën van Zuid-Holland (VOC mentaliteit iemand? 😉 ).

    Ik kijk terug op een mooie en leerzame periode bij twee gemeenten in een zeer gewaardeerd deel van het Groene Hart. Een periode waarin ik met veel experts, medeoverheden en betrokken inwoners heb samengewerkt aan het tegengaan van gaswinning onder Woerden en met grootschalige duurzame energieproductie (windturbines, zonnevelden en grote zonnedaken). Dat laatste zowel lokaal voor de gemeente Woerden en gemeente Oudewater, als binnen de regionale energiestrategie RES-U16.

    De laatste weken voor het zomerreces zijn, zoals eigenlijk altijd in de ambtenarij, drukker geweest dan verwacht. Daardoor heb ik niet iedereen persoonlijk, telefonisch of via de mail weten te informeren. Degene die ik de afgelopen weken niet heb gemaild, gesproken of gebeld wil ik bij deze alsnog bedanken voor de samenwerking in de afgelopen vier en een half jaar. We zijn het zeker niet altijd eens geweest over inhoud en/of proces en/of uitkomst en/of keuzes die zijn gemaakt. Toch kijk ik terug op een vruchtbare en goede samenwerking, ook (of misschien wel juist) met degene die kritisch zijn op gemaakte keuzes. Zonder hen bv geen professionele visualisaties. Van wrijving komt glans. Binnen de door de raad en college gestelde kaders heb ik mijn werk zo goed mogelijk proberen uit te voeren en de belangen van beide gemeenten zo goed mogelijk proberen te dienen in de regio.

    Tijdens de afgelopen jaren is er lokaal, regionaal, landelijk en internationaal veel veranderd is in het energie- en klimaatbeleid. Veranderingen die niet ophouden, zoals de landelijke beleidsontwikkelingen en de ontwikkelingen op de energiemarkt van het afgelopen jaar laten zien. Deze veranderingen krijgen (deels) hun weerslag krijgen in ons landschap, de gebouwde omgeving en ons huis, en (deels) in onze portemonnee.

    De veranderingen in het landschap die hernieuwbare energieproductie tot gevolg heeft leidde in beide gemeenten tot de nodige discussies tijdens het participatieproces. Daarbij ging het er soms fel en emotioneel aan toe. Tijdens het participatieproces en de discussies met experts hebben we dankbaar gebruik gemaakt van de kennis en kunde van EMMA, Generation.Energy, Bosch & Van Rijn en The Imagineers. Daarbij heb ik zelf ook veel gehad aan de kennis die ik eerder opdeed vanuit Ambtenaar 2.0 en de toolbox interactieve beleidsontwikkeling.

    Naar mijn persoonlijke mening hebben de door inwoners en experts geuite zorgen met betrekking tot onder andere landschappelijke kwaliteit, inwonersparticipatie, klimaatverandering, veiligheid en niet te vergeten gezondheid een goede plaats gekregen in de door de raad vastgestelde Afwegingskaders. Daarmee ligt er in beide gemeenten een basis voor het vervolg. Tegelijkertijd besef ik heel goed dat een deel van de inwoners, volksvertegenwoordigers, geraadpleegde experts en belanghebbenden ontevreden is over de uitkomsten van het raadsbesluit, over het proces daarnaartoe of over de concreet behaalde resultaten. Zelf kijk ik tevreden terug op de discussies van de afgelopen jaren en op de samenwerking met inwoners, collega’s, belangenorganisaties, colleges, raadsleden en medeoverheden.

    In beide gemeenten heeft de raad een maximum hoeveelheid te produceren hernieuwbare elektriciteit tot 2030 vastgelegd. Ook stellen beide gemeenten dat de selectie van initiatieven voor grootschalige opwek met behulp van zonne-energie en/of windenergie door middel van een of meer maatschappelijke tenders gaat plaatsvinden. Daarmee hebben beide raden aangegeven meer sturing te willen geven op de selectie van locaties dan louter het stellen van ruimtelijke kaders. Het oplossen van de puzzel hoe een maatschappelijke tender kan bijdragen aan het bereiken van een landschap van verlangen is aan de inwoners, grondbezitters, gemeenteraadsleden, colleges en niet te vergeten mijn opvolger.

    Het eerste puzzelstuk daarvoor is de uitkomst van het ontwerpend onderzoek naar de landschappelijke inpassing van zonnevelden in de vijf gemeenten van de Lopikerwaard (IJsselstein, Lopik, Montfoort, Oudewater en Woerden). Een onderzoek waarin de vijf gemeenten een consortium hebben gevormd met Paul Roncken, de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit, Architectuurcentrum Aorta, MooiSticht en landschapsarchitect Ben Kuipers.

    Het resultaat daarvan is een Routekaart naar het Landschap van Verlangen. Om daar te komen is een bredere blik nodig dan enkel het doel energietransitie en een groter schaalniveau dan het toevallige perceel waar een vergunning voor wordt aangevraagd. Dan wordt energie een middel om een bredere visie op de kwaliteit van een gebied te realiseren, gekoppeld aan andere opgaven in het gebied. Een belangrijke les uit dit onderzoek is dat de huidige praktijk waarbij energie een doel op zich is en waarbij vergunningen op kavelniveau worden beoordeeld voor veel inwoners op z’n best tot een landschap van acceptatie leidt.

    Gebiedsprocessen

    Een tweede puzzelstuk vormen de gebiedsprocessen die de gebiedscommissie Utrecht West de afgelopen jaren in meerdere gebieden van Woerden en Oudewater heeft opgezet. Niet altijd voor energie, meestal niet zelfs. Een aantal keren wel met energie als een van de thema’s. Een daarvan is gebiedscoöperatie Ons Polderhart in polder Gerverscop, gemeente Woerden. Succesvol voor energietransitie: inwoners werken samen om de daken te vullen met zonnepanelen en om oplossingen te zoeken voor netcongestie. Maar vooral ook succesvol in sociaal opzicht: een gebied met meer onderlinge sociale contacten tussen boeren en buitenlui.

    In Oudewater Noord loopt het gebiedsproces, dat oorspronkelijk is begonnen vanuit bodemdaling. Het lastige van dergelijke processen is loslaten en geduld: het is net beleidsontwikkeling zonder participatie. Bij beleidsontwikkeling zonder participatie horen inwoners pas wat als het beleid af is, bij een gebiedsproces zit je als ambtenaar in die rol: Je hoort pas wat als er resultaten geboekt worden, tot die tijd is het gissen. Extra dossiers vanuit het Rijk (stikstof, kaderrichtlijn water) die nu gaandeweg het gebiedsproces binnenkomen via waterschap en provincie maken het er niet makkelijker op voor de deelnemers. Ik wens de betrokken boeren en inwoners toe dat het gebiedsproces op z’n minst succesvol is op sociaal gebied.& kennisopbouw bij inwoners.

    Kennisopbouw bij raad inwoners

    De afgelopen jaren hebben we in Woerden behoorlijk wat tijd gestoken in kennisopbouw bij raadsleden. Eerst in besloten sessies, later openbaar. Doel was om raadsleden in positie te brengen om besluiten te nemen door ze kennis mee te geven over verschillende deelaspecten van de energietransitie, zoals veiligheid en gezondheid. Maar ook over wat een regionale energiestrategie is, hoe bevoegdheden wettelijk verdeeld zijn tussen rijk, provincie en gemeenten, wat de rol van de netbeheerder is, hoe het elektriciteitsnetwerk werkt en niet te vergeten allerlei onderwerpen die bij de warmtetransitie spelen. Want ik geef je het te doen als lekenbestuur: beslissen over dit soort ingewikkelde materie, naast alle andere ingewikkelde dossiers van bv. het sociaal domein en naast je gewone baan. Daarbij hebben we dankbaar gebruik gemaakt van de kennis van de Veiligheidsregio Utrecht, Stedin, de Omgevingsdienst Regio Utrecht en de GGD regio Utrecht.

    Ook voor geïnteresseerde inwoners hebben we kennis proberen te ontsluiten. Eerst via een energiecafe. Wat tijdens corona nog niet zo makkelijk was en omschakeling van locatiebezoek naar webinar tot gevolg had. Een webinar over duurzame energie en een webinar over de RES U16. Die laatste begonnen we als Woerden en Oudewater, waarna bijna alle gemeenten van de RES U16 uit het Groene Hart zich aansloten.

    Een derde puzzelstuk voor het vervolgproces vormt dan ook kennisopbouw bij belangenorganisaties voor natuur- en landschap, en bij inwoners. Om hen meer kennis op te laten doen over de impact van ecologie en wind- en zonne-energie heeft de NMU afgelopen half jaar van gemeente Woerden de opdracht gekregen om een groep Energieboswachters op te leiden. Met als doel dat inwoners beter in staat zijn om projectvoorstellen te beoordelen en ook betere inbreng kunnen leveren op voorstellen voor windparken en zonnevelden. Daarmee wordt de realisatie mogelijk ingewikkelder, maar zonder weerstand geen glans. Een pilot waarmee de gemeente Woerden haar nek heeft uitgestoken.

    De drie voorstellen van de energieboswachters die ik op de slotavond heb mogen zien en horen waren stuk voor stuk verrassende oplossingen. Verrassend in de zin dat er echt werk was gemaakt van het uitzoeken van overheidsdoelen voor de kwetsbare soorten in een gebied en de mogelijkheden die een zonnepark kan bieden om hun leefgebied te vergroten en/of verbeteren. En verrassend in de combinaties die per voorstel gekozen waren om ook andere opgaven in het gebied op te pakken. Waarmee de resultaten van de training energieboswachters per ongeluk aansloot bij de Routekaart naar een Landschap van verlangen. Mooi om te zien hoe inwoners begeleid door expertise tot dezelfde uitkomst komen als experts begeleid door inwoners.

    Een puzzelstuk dat al lang op het verlanglijstje staat, maar dat nog niet is uitgewerkt, is een kwalitatief beter ontwerp van randapparatuur. Nederland heeft een lange traditie van industrieel ontwerp. De huidige generatie trafohuisjes, inkoopstations en energieopslagsystemen (zeecontainers met batterijen) zijn m.i. geen reclamebord hiervoor. Functionele grijze blokkendozen. Dat zou echt beter kunnen en moeten. Zeker binnen het NOVI/NOVEX gebied Groene Hart zou daar een aansprekend karakteristiek ontwerp voor kunnen ontwikkelen voor het gebied. Persoonlijk ben ik van mening dat een beter passend ontwerp de maatschappelijke acceptatie van dergelijke noodzakelijke nutsvoorzieningen in de buitenruimte kan vergroten.

    Netcongestie

    Zoals meer gebieden van Nederland kregen ook de gemeenten waar ik voor werkzaam was te maken met netcongestie. Gelukkig hoefde het wiel niet geheel opnieuw uitgevonden te worden, want de provincie Drenthe heeft al een handreiking met 10 mogelijke oplossingen voor netcongestie op de site staan. Ook kreeg ik via oud-collega’s een tips over de inzet van hergebruikte loodzuuraccu’s, die brandveiliger en een factor 4 goedkoper zijn dan lithiumionaccu’s. Met als bijkomend voordeel dat recycling al via vele protocollen is geregeld (best handig met circulaire ambities). Ook worden ze aangeboden als service, waardoor overschakeling op nieuwe technieken eenvoudig is. Een heel andere optie, die via dezelfde weg binnen kwam, is de productie van waterstof via pyrolyse. Een pilot die in provincie Brabant wordt uitgevoerd en moet leiden tot een energiezuiniger proces om waterstof uit methaan (=meestal aardgas, maar kan ook biogas) te produceren, van de huidige 50 kWh/kg H2 naar 20 kWh/kg H2.

    Slotsom

    De slotsom is dat ik Woerden en Oudewater ga missen. De collega’s, de overzichtelijke schaal van de organisatie, de puzzel van werken voor twee besturen, maar vooral de inwoners. Hun betrokkenheid bij hun stad, hun buitengebied en bij het verbeteren daarvan.

    Tegelijkertijd heb ik veel zin in de nieuwe uitdagingen die er bij en in de provincie Zuid-Holland wachten. Waarbij ik wederom met het Groene Hart te maken krijg en met de buurgemeenten van Woerden en Oudewater. Een andere provincie, maar provinciegrenzen zijn net gemeentegrenzen: potloodstreepjes op een kaart. Het ergste wat kan gebeuren is dat je ze terugziet in het landschap…

  • Laat je horen over duurzame energie!

    Ben je tussen de 16 en 26 jaar en woon je in Woerden? Of heb je een dochter/zoon/buurmeisje/buurjongen/nichtje/neefje in die leeftijd uit Woerden? En wil jij, of hij of zij, echt meepraten over hoe we in Woerden omgaan met duurzame energie? Samen met andere jongeren gaan we op 22 november ideeën uitwisselen en bespreken hoe we in Woerden om kunnen gaan met duurzame energie. Meld je nu aan en laat je horen op 22 november! Aanmelden kan via een mailtje aan swipocratie@nmu.nl met naam, woonplaats, leeftijd en liefst ook telefoonnummer. Let op, vol = vol!

    Klaar voor een leuke avond over duurzame energie?
    Een trui aantrekken of de verwarming hoger zetten? Met het OV in plaats van de auto? Zonnepanelen in een weiland of op daken van huizen? Windmolens op een bedrijventerrein of in een weiland? Dilemma’s rond klimaat en duurzame energie kunnen complex zijn! Ga samen met andere jongeren echt aan de slag met energiebesparing en duurzame energie in Woerden. Weet je nog niet veel over energie? Geen probleem! Wij zorgen voor de nodige uitleg. Ben jij erbij? Meld je dan aan via een mail aan swipocratie@nmu.nl met naam, woonplaats, leeftijd en liefst ook telefoonnummer.

    Jongeren maken zich zorgen om het klimaat
    Misschien heb je de online Swipocratie al langs zien komen. Daar kon je jouw mening geven over opties om te verduurzamen. 75% van de jongeren in gemeente Woerden gaf aan zich zorgen te maken om klimaatverandering. En 73% zou zelf best wat meer willen doen om die tegen te gaan. Nu is het tijd voor de volgende stap: hoe kunnen we dat in Woerden gaan doen? Hoe kunnen we energie besparen en meer energie duurzaam opwekken. En onder welke voorwaarden? Praat hierover mee op 22 november samen met andere jongeren. In klein gezelschap, met digitale kaarten en tools om jullie ideeën te visualiseren.

    Wat: Echt meepraten over duurzame energie in Woerden! Wij zorgen voor de nodige uitleg en drinken en snacks. En de nieuwe tools om jullie ideeën te visualiseren.

    Voor wie: Jongeren (16 t/m 25 jaar)

    Wanneer: Vrijdag 22 november

    Hoe laat: 19.00 – 22.00 uur. Inloop vanaf 18.45 uur

    Waar: Gemeentehuis Woerden, Blekerijlaan 14

    Aanmeldenkan via deze link of via een mail aan swipocratie@nmu.nl met naam, woonplaats, leeftijd en liefst ook telefoonnummer. Let op: vol = vol!

    Heb je nog vragen of opmerkingen? Mail naar swipocratie@nmu.nl

    Watt Nou
    Deze avond is onderdeel van de campagne ‘Watt nou! Jongeren over energie’. Dit is een initiatief van 12 Utrechtse gemeenten, de provincie Utrecht en de NMU om jongeren, in de leeftijd van 16 tot 25 jaar, te betrekken bij de overgang naar duurzame energie.

    Verhinderd, maar toch meepraten?
    Ben je verhinderd op de 22e, maar wil je toch graag betrokken blijven bij het thema ‘klimaat & energie’ in jouw gemeente? Mail je contactgegevens naar swipocratie@nmu.nl, dan  benadert de gemeente Woerden je met meer informatie over hoe het verder gaat.

  • Een nieuwe uitdaging…?

    Recruiter vraag:

    Hi Krispijn,

    Ik zie op je profiel dat je open staat voor nieuwe uitdagingen en dat je je veel bezig houdt met energievraagstukken. Voor het ministerie van EZK ben ik op zoek naar senior vergunningverleners voor winningsplannen in Nederland. Hierbij zul je met name aanvragen voor instemmingsbesluiten op winningsplannen behandelen en beschikkingen opstellen ogv de Awb en de Mijnbouwwet. Hierbij is het vooral belangrijk dat je procedureel sterk bent en goed met druk kunt omgaan. Ik zie dat je al ervaring hebt bij het ministerie van EZK en vraag me dan ook af of je hier interesse in zou hebben. Ik hoor het graag!

    x

    Mijn antwoord:

    Beste x,

    Bedankt voor je bericht. Gelet op mijn (publieke) activiteiten tegen gas- en zoutwinning vind ik dit geen passende functie. Tenzij het ministerie bewust zoekt naar vergunningverleners die de randen van de weigeringsgronden uit artikel 9 (met name lid f) opzoekt om gas- en zoutwinning zo moeilijk mogelijk te maken.

    Met zonnige groet, Krispijn Beek

    Antwoord recruiter:

    Hi Krispijn,

    Bedankt voor je snelle reactie. Dat kan ik me voorstellen, dan is dat denk ik inderdaad geen passende match, omdat ze wel een zo onafhankelijk mogelijke instelling verwachten. Hartelijk dank dat je de moeite nam om te reageren.

    x

    Antwoord: Geen nieuwe uitdaging 🙂

  • Essay ‘De economische onderbouwing van het Deltabeleid: een verschuivend perspectief’

    In het essay ‘De economische onderbouwing van het Deltabeleid: een verschuivend perspectief’, geeft Gigi van Rhee een historisch overzicht van de manier waarop beoordelingen zijn uitgevoerd bij besluitvorming vanaf de Ramp in 1953 en laat zij zien of in de besluitvorming alle effecten op het gebied van planet, profit en people zijn meegewogen. Het essay is de bijdrage van Gigi van Rhee aan het boek ‘De Nieuwe Delta‘.

    Bij keuzes over de inrichting en toekomst van een deltagebied moet men rekening houden met de unieke waarde van de delta. Denk hierbij aan de financieel-economische, de maatschappelijke waarde en de natuurwaarde. Dit besef is sinds de bouw van de deltawerken geleidelijk aan ontstaan. De vraag is of deze integraliteit ook zo in de huidige (economische) onderbouwing van beleidsbeslissingen over de delta meegenomen wordt. Naast een terugblik kijkt Gigi vooruit, hoe de onderbouwing en afweging van de deltabeslissingen kunnen worden versterkt. Het essay werd gepresenteerd op de jaarlijkse werkconferentie Zuidwestelijke Delta.

    Bent u benieuwd hoe Stratelligence u kan helpen bij een economische onderbouwing en/of versterking van uw beleid, neemt u dan contact met ons op via info@stratelligence.nl.

  • GeenStijl zakt voor rekentoets

    Vandaag publiceerde GeenStijl een bericht dat GroenLinks zou liegen over de lastenverzwaring voor burgers. Er valt een hoop af te dingen op het stuk, maar laat ik beginnen met deze passage over het bedrag per huishouden:

    8 miljard is bijna 500 euro per Nederlander per jaar, inclusief baby’s en bejaarden. Zeg maar gerust 2000 euro per belastingbetalend huishouden, en dat per jaar. Ofwel: GroenLinks kost u bijna een netto modaal maandsalaris per jaar.

    GroenLinks verhoogt inderdaad de uitgaven aan de SDE+ met 8 miljard jaar in 2030 ten opzichte van het basispad van PBL, en die verzwaring vind inderdaad grotendeels na de komende kabinetsperiode. Laten we eerst eens kijken naar wat dit werkelijk doet met de gemiddelde energierekening. Te beginnen met de statistieken en de bronbestanden. Ik sluit stiekem af.

    Energieverbruik gemiddeld gezin en hoogte opslag duurzame energie

    Volgens Milieucentraal verbruikt een gemiddeld gezin in Nederland 3.300 kilowattuur elektriciteit en 1.500 kubieke meter gas per jaar.

    In onderstaande tabel staat de opslag duurzame energie (ODE) per kubieke meter gas en per kilowattuur elektriciteitsverbruik. Voor GroenLinks is het tarief genoemd in 2030, zoals genoemd in de doorrekening van PBL (tabel 8.3, pfd), bij het basispad gaat het om het tarief in 2023. Ik meen me te herinneren dat PBL ook de tarieven van de ODE in 2030 gemeld heeft, maar die kom ik niet tegen in openbare stukken. Voor de hoogte van de ODE in 2023 baseer ik me daarom op de Nota naar aanleiding van verslag van Wet opslag duurzame energie in verband met vaststelling tarieven voor 2017. Ook staat in de tabel de gemiddelde energiebesparing die in 2030 gehaald wordt t.o.v. het huidig verbruik.

     Wat Basispad (2023) GroenLinks Eenheid
    ODE gas 0,058 0,176 Euro/m3
    ODE elektriciteit 0,023 0,109 Euro/kWh
    Energiebesparing in 2030 20%

    Aantal inwoners en huishoudens

    GeenStijl gaat uit van 16 miljoen inwoners (8 miljard gedeeld door 500) en een gemiddelde omvang per huishouden van 4 personen (2000 gedeeld 500). Een factcheck op deze cijfers bij CBS levert onderstaande gegevens op voor 2016.

    Aantal inwoners en huishoudens volgens CBS (stand 2016) en GeenStijl.

    CBS GS
    Aantal inwoners 16.979.120 16.000.000
    Aantal huishoudens 7.720.787 4.000.000

    Ik snap dat het kniesoren is, maar als je factchecked zorg dan dat je zelf je feiten op orde hebt… Dat GeenStijl een miljoen inwoners niet meetelt op een totaal van 17 miljoen is tot daaraantoe, maar 3,7 miljoen huishoudens buiten beschouwing laten op een totaal van 7,7 vind ik wat te gortig.

    Tarieven Opslag Duurzame Energie GeenStijl

    Naar aanleiding van commentaar op twitter dat de  berekeningen lastig te volgen zijn een simpelere berekening. Hoe hoog is het tarief voor de opslag duurzame energie in het basispad, hoe hoog is het bij GroenLinks en hoe hoog zouden ze moeten zijn om per gezin 2.000 Euro extra kwijt te zijn ten opzichte van het basispad van het PBL. Zie hieronder het resultaat, waarbij geen rekening is gehouden met 20% energiebesparing:

    Tarief Hoeveelheid Basispad GL GS
    Gas 1500 €0.058 €0.176 €0.610
    Elektriciteit 3300 €0.023 €0.109 €0.378
    Kosten per gezin €162.90 €623.70 €2,162.90
    Extra kosten per gezin t.o.v. basispad €460.80 €2,000.00

    Als rekening gehouden wordt met de 20% energiebesparing die GroenLinks bereikt in 2030 nemen de verschillen tussen wat GeenStijl berekent en waar PBL voor GroenLinks op uitkomt enkel maar toe. Terwijl de extra kosten per gezin bij GroenLinks dalen (want minder gas- en elektriciteitsverbruik):

    Tarief Hoeveelheid Basispad GL GS
    Gas 1200 €0.058 €0.176 €0.763
    Elektriciteit 2640 €0.023 €0.109 €0.472
    Kosten per gezin €163 €499 €2,163
    Extra kosten per gezin t.o.v. basispad €336 €2,000

    De energierekening

    Dan nu de energierekening. Eerst maar eens de hoeveelheden. Op basis van Milieucentraal kom ik uit op een verbruik van 1500 m3 gas jaar en 3300 kWh elektriciteit per jaar voor een gemiddeld huishouden. Onder de aanname dat de energiebesparing van GroenLinks gelijkelijk verdeeld is over alle sectoren, daalt het energieverbruik in 2030 met 20% t.o.v. het basispad. Ik heb deze gelijkelijk verdeeld over gas en elektriciteit, al verwacht ik dat het gasverbruik harder zal dalen.

    Dan de energieverbruiken waar GeenStijl mee rekent. Om uit te komen op de 500 Euro hogere kosten per persoon (bij 16 miljoen inwoners) t.o.v. het basispad die GeenStijl noemt kom ik met de tarieven uit tabel 8.3 van de doorrekening uit op een energieverbruik per huishouden van 6510 m3 gas en 14.322 kWh elektriciteit (er van uitgaande dat het energieverbruik in 2030 van Geenstijl gelijk is aan het energieverbruik dat ze nu als gemiddeld energieverbruik hanteren). GeenStijl gaat in haar berekening dus uit van een energieverbruik dat ruim 4 keer zo hoog ligt als een gemiddeld huishouden. Lijkt me zelfs voor de niet zo milieubewuste achterban van GeenStijl wat veel… Al is het minder dan waar ik op Twitter op uit kwam. Ook ik maak wel eens een rekenfout, zeker in een vertraagde trein, dus reken mijn cijfers gerust na).

    Verbruik Basispad GL excl. besparing GL incl. besparing Basispad GS GS GL
    Gas (m3/jaar) 1500 1500 1200 6510 6510
    Elektriciteit (kWh/jaar) 3300 3300 2640 14322 14322

    De hogere tarieven voor de ODE hebben de volgende effecten op de energierekening:

    Extra kosten Basispad GL excl. besparing GL incl. besparing Basispad GS GS GL
    Gas €87 €264 €211 €378 €1,146
    Elektriciteit €76 €360 €288 €329 €1,561
    Totaal €163 €624 €499 €707 €2,707
    Verschil t.o.v. basipad €0 €461 €336 €544 €2,544

    Zoals te verwachten is heeft de verhoging van de ODE effect op de energierekening in 2030. Voor een gemiddeld huishouden gaat het om €461 per jaar, als rekening wordt gehouden met het effect van energiebesparing wordt dat €336. Heel andere bedragen dan de 2.000 Euro per huishouden van GeenStijl, die alleen al door hun enorme inschattingsfout van het energieverbruik per huishouden er meer dan 500 Euro naast zitten voor het basispad…

    Een derde fout die GeenStijl maakt is dat ze enkel kijken naar huishoudens. Alleen verhoogt GroenLinks niet alleen de ODE heffing, maar vervlakt ze ook de tarieven (GL_12 en GL_13, pagina 111 van de doorrekening). Van de 8 miljard extra kosten komt daardoor 44% bij huishoudens terecht, en als rekening gehouden wordt met energiebesparing slechts 32%. Per persoon is de verhoging van de energierekening Euro 210 per jaar, of 153 als rekening gehouden wordt met energiebesparing. Dat is minder dan de helft van het bedrag dat GeenStijl noemt.

    GL excl. besparing GL incl. besparing GS GL Verschil
    Extra kosten SDE+ €8 mljrd €8 mljrd €8 mljrd €0
    Waarvan huishoudens €3,6 mljrd €2,6 mljrd €8 mljrd €4,4 mljrd
    Per persoon €210 €153 €500 €290
    Per huishouden €461 €336 €2,000 €1,539
    Aandeel huishoudens 44% 32% 100%

    In bovenstaande berekening is geen rekening gehouden met het verlagende effect dat duurzame energie kan hebben op de groothandelsprijs, of met een snellere prijsdaling van duurzame energietechnologie of energieopslag dan PBL voorziet.

    Alternatieve berekening energieverbruik GeenStijl

    Je kan het energieverbruik waarmee GeenStijl heeft gerekend ook bepalen door uit te gaan van een stijging van 2.000 Euro per GeenStijl gezin ten opzichte van het basispad van PBL. Het gasverbruik wordt dan 5.200 m3 per jaar en het elektriciteitsverbruik ruim 11 duizend kWh, tegen 1500 m3 gas nu en 3300 kWh. Dat is nog steeds bijna 2,5 keer zo veel als het huidige energieverbruik per huishouden. In combinatie met een energiebesparing in 2030 van 20% niet zo heel realistisch.

    De energierekening per huishouden komt er dan als volgt uit te zien:

    Verschil tov basispad PBL GL excl. besparing GL incl. besparing GS PBL basispad GS GL
    Extra kosten SDE+ €8 mljrd €8 mljrd €8 mljrd €8 mljrd
    Waarvan huishoudens €3,6 mljrd €2,6 mljrd €3,1 mljrd €8 mljrd
    Per persoon €210 €153 €183 €500
    Per huishouden €461 €336 €402 €2,000
    Aandeel huishoudens 44% 32% 39% 100%

    Nog steeds een fors verschil met de berekening van PBL. Alleen al het verschil in basispad is hoger dan de stijging van de energierekening in 2030 bij GroenLinks,

    Waarom pas na 2021 verhogen?

    GroenLinks heeft bij het PBL een oplopende uitgaven tempo voor de SDE+ ingeleverd, waarbij we voor het gemak een lineaire ophoging naar maximaal 8 miljard Euro bovenop het basispad hadden voorgesteld tot 2030. Een voorlichter van het PBL hierover tegen de Volkskrant:

    De ODE-heffing levert geld op voor subsidies, maar projecten krijgen die pas als energie wordt opgewekt. En voordat, bijvoorbeeld, een windmolenpark draaiende is en subsidie kan krijgen, ben je snel vier jaar verder.’

    De heffing pas verhogen na 2020 is dus niet stiekum, maar je neerleggen bij het oordeel van de rekenmeesters van PBL, zoals ook De Volkskrant concludeert.

    Mijn conclusie

    GeenStijl heeft zijn statistieken niet op orde. Of het nu gaat om het energieverbruik per huishouden of het aantal huishoudens, in beide zit een forse afwijking van de officiële cijfers van CBS en Milieucentraal. Ook heeft GeenStijl enkel gekeken naar effect op ODE voor huishoudens, zonder te kijken naar de daadwerkelijke ODE tarieven die in de doorrekening van PBL staan. GeenStijl heeft ook niet de moeite genomen om PBL of CPB te benaderen met de vraag of zij een verklaring hebben voor de ophoging van de ODE na 2021, wat de Volkskrant wel heeft gedaan.

    De spreadsheet met mijn berekeningen vind je hier.

     

  • Nieuwe baan bij Stratelligence

    Veel mensen met wie ik contact onderhield weten het al: ik vertrek bij de Tweede Kamerfractie van GroenLinks. De afgelopen anderhalf jaar heb ik met veel plezier en genoegen gewerkt als fractiemedewerker energie, klimaat en milieu. Soms komen er echter kansen voorbij die je niet kan laten lopen en in die categorie valt mijn nieuwe baan bij Stratelligence. Ik mag daar onder andere gaan werken met een model dat het verdienpotentieel van groene innovaties voor de Nederlandse economie kwantificeert, uitgaande van het brede welvaartsbegrip. Voor alle mensen die ik vergeten ben te mailen of informeren over mijn overstap: dank voor de geweldige samenwerking de afgelopen anderhalf jaar, zonder al jullie hulp en aanwijzingen was het niet gelukt!

    GroenLinks

    De afgelopen anderhalf jaar zijn mooie resultaten geboekt door de GroenLinks fractie, waarbij ik met trots en plezier terug kijk op mijn eigen (kleine) bijdrage hieraan. Een persoonlijk hoogtepunt was dat ook de VVD de GroenLinks motie over Nederland in de top 10 van de mondiale cleantech index steunde. Veel belangrijker was het voorbereiden van de vele debatten over klimaatverandering, dieselgate, veiligheid in kerncentrales, sluiting van kolencentrales, de herziening van de mijnbouwwet en gaswinning in Groningen. Dat laatste dossier vind en vond ik het meest aangrijpend. De telefoongesprekken en mailwisselingen met bewoners en actievoerders waren inspirerend, hoopvol (door het volhardende verzet), maar vooral emotioneel. Niet alleen door de ellende waarin veel Groningse gedupeerden zitten, maar vooral door de millimeter stapjes waarmee schadedossiers zich voortbewegen en het weinige wat ik voor gedupeerden kon betekenen. Het verhaal van de middelbare scholiere over de psychische impact van mijnbouwschade maakt grote indruk op mij, net als de trailer van De Stille beving.

    https://www.youtube.com/watch?v=KwzC3jX1Jfo

    Het diepte (of hoogtepunt?) in de discussie over de Groningse gaswinning vormde het aangenomen amendement, dat financiële ondersteuning biedt voor proefprocessen tegen NAM en/of EBN. Om een klein beetje terug te doen voor Groningers heb ik tien Eurocent overgemaakt aan de Groninger Bodembeweging voor iedere kuub aardgas die ik heb verbruikt sinds november 2010 en dat blijf ik doen tot ons huis eindelijk helemaal van gas af is.

    Wie wil begrijpen wat er aan de hand is in Groningen: kijk Zondag met Lubach over Gronings gas terug:

    201701_team_liesbeth
    ‘Team Liesbeth’

    De afgelopen maand heb ik me vooral bezig gehouden met (de inhoudelijke kant van) de Klimaatwet en de doorrekening van het verkiezingsprogramma door PBL. De Klimaatwet is afgelopen vrijdag gepresenteerd, samen met het plenaire debat over de ratificatie van de Overeenkomst van Parijs vormde dat een mooi slotstuk voor mijn werkzaamheden. Het werk aan de PBL doorrekening is inmiddels ook grotendeels afgerond, het is nu wachten op de resultaten die half februari worden gepresenteerd door PBL.

    Nieuwe baan

    Stratelligence is een consultancybureau, dat actief is in de sectoren water, energie en duurzaamheid, transport en infrastructuur, defensie en veiligheid, industrie en andere kapitaalintensieve sectoren. Stratelligence heeft veel expertise op het terrein van optieanalyse, adaptieve strategieën en omgaan met onzekerheid. Tevens hebben ze kennis van prestatiecontracten, innovatieve publiek-private samenwerkingsverbanden en strategisch advies. Bij het ontbreken van de juiste of volledige methodes ontwikkeld Stratelligence innovatieve aanpakken die ook bij onvolledige informatie richting kunnen geven of die volledig nieuw zijn voor de opdrachtgever of sector.

    Bij Stratelligence ga ik onder andere meewerken aan het verder ontwikkelen van een model dat het verdienpotentieel van groene innovaties kwantificeert. Hierbij kan ik de kennis uit mijn milieu-economische opleiding combineren met de opgedane werkervaring bij overheid, politiek en bedrijfsleven. Oftewel een mooie en zeer inhoudelijke functie, waar de hersenpan weer fors mag gaan kraken.

    Bij de klanten van Stratelligence werd ik in de nieuwjaarsgroet al geïntroduceerd:

    expert op het gebied van milieu, energie, klimaat en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hij studeerde Economie van Landbouw en Milieu, met als specialisatie milieu-economie. Krispijn is een verbinder en heeft zowel oog voor beleid als de uitwerking daarvan in de praktijk. Hierdoor is hij breed inzetbaar. Dit komt onder andere door zijn uitgebreide ervaring, zowel in de publieke als private sector, bij grote marktpartijen en een technische startup. Hij was Tweede Kamer fractiemedewerker energie, klimaat en milieu, adviseur maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen, senior adviseur veiligheid en MVO, beleidsmedewerker duurzaam ondernemen en werkzaam als beleidsmedewerker veilig ondernemen en milieu en economie bij het ministerie van Economische Zaken. Deze ervaring zorgt er ook voor dat Krispijn oog heeft voor (politieke) processen binnen en tussen organisaties. Bij Stratelligence zal hij zich bezighouden met vraagstukken rondom verduurzaming en duurzame ontwikkeling, groene groei, innovatie, luchtkwaliteit en energie.

    Voordat ik aan de slag ga bij Stratelligence ga ik genieten van 2 weken vakantie: kinderen van school halen, achterstallige klussen in huis doen, lokaal campagne voeren voor GroenLinks bij de Tweede Kamerverkiezingen en het op poten zetten van Energiek Schiedam. Daarnaast geeft het tijd om me grondig in te lezen in de modellen waarmee ik ga werken in m’n nieuwe baan.

    Ik heb erg veel zin in mijn nieuwe baan en kan nauwelijks wachten om aan de slag te gaan. Voor alle mensen die ik vergeten ben te mailen of informeren over mijn overstap: dank voor de geweldige samenwerking de afgelopen anderhalf jaar! Voor iedere stem voor de Klimaatwet in de Tweede Kamer koop ik een ton CO2 op en ook voor iedere zetel die GroenLinks bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 haalt koop ik een ton CO2 op. Dus Kies Klimaat, stem GroenLinks 😉

  • Hoe reageer je veilig op een voorrangsvoertuig?

    Wanneer een ambulance, brandweer- of politieauto zijn sirenes en zwaailichten aan heeft staan, moet je als gewone bestuurder ruimte maken. Alleen hoe doe je dat op een veilige manier? Uit onderzoek van het Instituut Fysieke Veiligheid blijkt dat dit voor veel bestuurders lastig is. Reden om hier in de e-Driver update van komende maand aandacht aan te besteden.

    Wil je een voorsprong of bied je werkgever geen e-Driver of e-Driver Challenge aan? Bekijk dan de campagne site van het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Oost Nederland en het Instituut Fysieke Veiligheid. Daar vind je zes filmpjes over veelvoorkomende verkeerssituaties met voorrangsvoertuigen en tips.

  • Het belang van een goed binnenklimaat op de werkplek

    Mensen zijn 85% van hun tijd binnen, veel mensen brengen een groot deel van deze tijd door op kantoor. Toch gaat maar 10% van de operationele kosten van een organisatie naar huisvestingskosten en energiekosten (samen 10%), het leeuwendeel van de kosten (90%) gaat op aan de salariskosten van de medewerkers. De productiviteit van medewerkers of gebouwaspecten die daarop van invloed zijn, zijn daarmee heel relevant voor werkgevers.

    Bron: Health, Wellbeing & Productivity in Offices, World Green Building Council, 2014
    Bron: Health, Wellbeing & Productivity in Offices, World Green Building Council, 2014

    Medewerkers ontevreden over binnenklimaat

    Het Center for People and Buildings houdt jaarlijks een enquete onder werknemers over hun werkomgeving. De focus ligt daarbij op de fysieke werkomgeving, maar er wordt ook gekeken naar aspecten die voor de beleving van de werkomgeving van belang zijn. Net als in eerder onderzoek uit 2014 zijn medewerkers volgens de CfPB indicator 2015 vooral ontevreden over het binnenklimaat. Bij binnenklimaat gaat het om zaken als thermisch comfort, verlichting, geluidsinvloeden en luchtkwaliteit.

    Bron: CfPB
    Bron: CfPB

    Gebouw de sleutel tot gezondheid en productiviteit

    In het onderzoeksrapport Health, Wellbeing & Productivity in Offices (pdf) stelt de World Green Building Council dat een goede luchtkwaliteit tot een productiviteitswinst en gezondheidsvoordeel kan leiden van 8 – 11%. Als veel medewerkers nu ontevreden zijn is de kans groot dat het voordeel op kan lopen. Oftewel gebouwen zijn de sleutel tot gezondheid en productiviteit van uw medewerkers.

    Door meten is goed vast te stellen of uw gebouw voldoet aan de fysieke eisen die uw medewerkers stellen aan hun werkplek. Dat het gebouw voldoet aan de wettelijke eisen wil daarbij nog niet zeggen dat medewerkers het binnenklimaat ook als comfortabel ervaren. Temperatuur is relatief eenvoudig zelf te meten. Het wordt al lastiger om te bepalen of er geen sprake is van koudeval, tocht of een te grote temperatuur gradiënt in een ruimte. Hetzelfde geldt voor geluidsinvloeden, lichtsterkte, luchtvochtigheid en luchtkwaliteit. In al deze gevallen kan het inschakelen van een gespecialiseerd bedrijf helpen om grip te krijgen op het binnenklimaat.

    Luchtkwaliteit

    Een goede luchtkwaliteit betekent een lage CO2 concentratie en lage concentraties aan vervuilende stoffen. Dat vergt tijdig goed ingeregelde ventilatie- en klimaatbeheersingsinstallaties, maar ook tijdig schoonmaken van ventilatiekanalen en vervangen van filters. Slecht schoongemaakte luchtbehandelingskasten zijn een bron van stof en ziektekiemen. Ook kan een slechte luchtkwaliteit leiden tot klachten als hoofdpijn, brandende ogen en irritatie van de luchtwegen.

    Luchtkwaliteitsonderzoek kantoor

    Een luchtkwaliteitsonderzoek kantoor is een goede manier om te achterhalen hoe het met luchtkwaliteit in een kantoor gesteld is. Met dit onderzoek kunnen de meest voorkomende ziekmakende pathogene, zoals bacterien, schimmels en gisten, geanalyseerd worden. Door ook op strategische plekken CO2, luchtvochtigheid en temperatuur te meten kan de oorzaak van klachten achterhaald worden. Als er klachten zijn over geur of fijn stof is het mogelijk om deze aspecten mee te nemen in het onderzoek. Om te bepalen of de oorzaak van een slechte luchtkwaliteit buiten het gebouw ligt is het mogelijk om ook buiten metingen te doen.

    Na het uitvoeren van het luchtonderzoek kantoor wordt in een rapport duidelijk aangegeven welke problemen er zijn en welke acties genomen kunnen worden om deze aan te pakken. Zo kan bij een verhoogde waarde van fijnstof het advies gegeven worden dat de luchtbehandelingskast of luchtkanalen een schoonmaakbeurt nodig hebben of dat het kantoor zelf een grondigere schoonmaak nodig heeft. Aanvullend is het mogelijk dat de luchtbehandelingskast met eventueel luchtkanalen gedesinfeerd moeten worden. Bij een te hoge luchtvochtigheid kan worden gedacht aan ontvochtiger of andersom bij een te droge lucht aan een bevochtiger. Als de luchtkwaliteit en luchtvochtigheid goed zijn, maar een beperkt aantal medewerkers toch klachten houdt kan het advies zijn om maatwerk voor de werkplek van deze medewerkers te treffen. Bijvoorbeeld een extra luchtbevochtiger op de werkplek van deze medewerker.

    Dit bericht is geschreven in opdracht van Strooming, specialist op gebied van waterveiligheid, luchtkwaliteit, brandpreventie, asbest, energiebesparing en technische keuringen. De originele publicatie is hier te vinden.

  • Fijn stof meting

    Sinds januari van dit jaar zijn voor de buitenlucht nieuwe eisen voor luchtkwaliteit van kracht. Mensen zijn echter gemiddeld 85% van hun tijd binnen, thuis, op school of op kantoor. Allerlei stoffen die in het binnenmilieu vrijkomen, zoals vocht, CO2, fijnstof, allergenen en radon, kunnen zich bij onvoldoende ventilatie ophopen. De concentraties stoffen zijn volgens het RIVM in het binnenmilieu vaak hoger dan buiten en kunnen gezondheidseffecten veroorzaken.

    Gezondheidsimpact fijnstof

    Fijnstof is een verzamelnaam voor deeltjesvormige luchtverontreiniging die klein genoeg zijn om ingeademd te worden. Er is geen drempelwaarde bekend waaronder geen gezondheidseffecten optreden. Vooral gezondheidseffecten van fijnstof in de buitenlucht zijn bekend uit onderzoek. Acute effecten van fijnstof zijn hoesten, benauwdheid en verergering van luchtwegklachten, ziekenhuisopnames en toename in de dagelijkse sterfte. Mensen met bestaande luchtwegaandoeningen of hart- en vaatziekten zijn extra gevoelig. Behalve door de kortdurende piekblootstelling, kunnen gezondheidseffecten ook optreden door langdurige blootstelling aan het gemiddelde achtergrondniveau. Dit kan leiden tot blijvende gezondheidseffecten zoals verminderde longfunctie, verergering van luchtwegklachten en vroegtijdige sterfte aan met name luchtwegklachten en hart- en vaatziekten.

    Er wordt steeds meer gekeken naar nog kleinere stofdeeltjes, die onderdeel zijn van PM10. Bijvoorbeeld PM2,5 zijn deeltjes die kleiner zijn dan 2,5 micrometer. Ultrafijnstof bestaat uit stofdeeltjes die kleiner zijn dan 0,1 micrometer (PM0,1). Vermoed wordt dat deze kleinere deeltjes schadelijker zijn dan PM10, omdat ze dieper in de longen kunnen doordringen. Daarnaast is er sinds kort ook weer veel aandacht voor het roet in stofdeeltjes (bv. van verbrandingsmoteren) omdat de effecten daarvan tien keer nadeliger worden ingeschat dan die van PM10.

    Frisse scholen

    Voor 2009 was de luchtkwaliteit volgens het Longfonds in 8 van de 10 klaslokalen onvoldoende. Reden voor de overheid om vanaf 2009 fors te investeren in regelingen om de luchtkwaliteit op scholen te verbeteren. Ook kunnen scholen die structureel aan gezondheid werken het vignet Gezonde School aanvragen en zich profileren als Gezonde School. Luchtkwaliteit is een van de onderwerpen waarmee een school zich kan profileren. Dat voorkomt gezondheidsklachten en daarmee ziekteverzuim. Ook heeft een goed binnenmilieu een positief effect op de leerprestateis.

    Het gaat bij een gezonde binnenlucht niet alleen om goed ventileren, maar ook om onderhoud van bv. luchtbehandelingsinstallaties. Vanaf 1 januari 2015 zijn scholen in het primair onderwijs zelf verantwoordelijk voor het onderhoud en de aanpassingen van het gebouw. Een onafhankelijke fijnstofmeting door een expert kan uitwijzen of onderhoud en aanpassingen aan gebouw en installaties nodig zijn en of ze tot de afgesproken verbetering van de luchtkwaliteit leiden. Dat dat nog niet altijd het geval is blijkt uit een item uit augustus 2014 BNR Gezond over de luchtkwaliteit op scholen. Dit item leidde zelfs tot Kamervragen van het CDA.

    Fijnstof kantoren en werkplaatsen

    Ook in kantoren kan fijnstof tot gezondheidsklachten en ziekteverzuim leiden, of impact hebben op de prestaties van uw medewerkers. Mogelijke bronnen van fijnstof in kantoren zijn achterstallig onderhoud aan de luchtbehandelingsinstallatie, niet schoonmaken van de ventilatiekanalen of het te laat vervangen van filters.

    Het meten van de luchtkwaliteit en fijnstof kan helpen om te bepalen of onderhoud of aanpassingen goed zijn uitgevoerd, of dat aanvullende maatregelen nodig zijn. In werkplaatsen kan het meten van fijnstof uitwijzen of de maatregelen die genomen zijn om werknemers tegen fijnstof te beschermen afdoende zijn.

    Dit bericht is geschreven in opdracht van Strooming, specialist op gebied van waterveiligheid, luchtkwaliteit, brandpreventie, asbest, energiebesparing en technische keuringen.

  • Groene SEO: Een nieuwe backlink-strategie voor duurzame hosting bedrijven

    De hosting markt is erg vol, met veel bedrijven die vechten om aandacht van potentiele klanten met een dienst die, laten we eerlijk zijn, steeds generieker wordt. Dat betekent dat bedrijven zich steeds vaker bedienen van reclame, marketing, sponsoring en de meest gevaarlijke strategie: vergelijkingssites, waar een slechte dag in uw datacenter uw ranking voor jaren kan verpesten.

    Recent ontdekte René Post van The Green Web Foundation een zwakke plek voor hosting bedrijven: het gebrek aan verwijzingen van kwalitatief goede websites. Een hosting bedrijf kan een miljoen klanten hebben, maar als geen van deze klanten u noemt op zijn website, kan u het in het SEO-termen nog steeds verliezen van uw buurman die feestjes organiseert.

    In de hosting sector zorgt dit voor een soort van zwart gat rond hosting bedrijven. Probeer bijvoorbeeld eens een Google zoekopdracht uit te voeren naar ‘hosted by One.com’, ‘websites hosted by strato’ of naar ‘www.dreamhost.com’. Drie bedrijven die ieder meer dan een miljoen domeinnamen hosten, maar met nauwelijks aanbevelingen van klanten voor hun hosting services.

    Wat opviel was het feit dat de link naar de website van The Green Web Foundation’s op de eerste of tweede pagina met zoekresultaten staat, terwijl The Green Web Foundation toch maar een klein project is met ongeveer 2.000 bezoekers per maand. Er zijn een ontelbaar aantal links vanaf parked sites naar grote hosters, maar aangezien deze sites geen content en geen bezoekers hebben is de waarde van deze backlinks waarschijnlijk beperkt. Relevantie is belangrijk, dat maakt de gratis registratie in het online overzicht met groene webhosts van The Green Web Foundation voor uw van waarde. Een goede reden om uw bedrijf te registreren.

    greencheckwww.energiekschiedam.nlVoor groene hosters is er mogelijk meer goed nieuws in aantocht. Over het algemeen heeft de content van de website van uw klanten weinig relevantie voor uw bedrijf. De inhoud van de website van het Schiedams Energie Collectief heeft bijvoorbeeld weinig van doen met de inhoud van de website van hun hosting bedrijf, bHosted. Dit verandert wanneer het Schiedams Energie Collectief een pagina toevoegt over haar duurzaamheidsbeleid en daarbij aandacht besteed aan het belang van groene hosting. Op dat moment levert een badge met ‘Duurzaam gehoste door’ en een verwijzing naar het onderdeel op de website van het hosting bedrijf over duurzaamheid of maatschappelijk verantwoord ondernemen beide extra punten op in zoekmachines. In SEO-termen zijn groene hosting, duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen op deze wijze on-topic backlinks, die de groene inspanningen van beide bedrijven benadrukken – zonder daarvoor te betalen met Adwords, sponsoring of betaalde links.

    Voor de Nederlandse groene hosting bedrijven die ik opzocht speelt het zwarte gat probleem mogelijk minder (Greenhost, bHosted, Alternet), omdat ze wel op de eerste pagina verschijnen bij Google. Toch stond ook hier The Green Web Foundation iedere keer op de eerste pagina met zoekresultaten en zijn on-topic backlinks voor hen waardevol in SEO-termen.

    The Green Web Foundation

    Het doel van The Green Web Foundation is om de transitie naar het gebruik van duurzame energie voor het internet te versnellen. Neem contact met ons op als u geïnteresseerd bent in onze ondersteuning om er uit te springen als duurzaam hosting bedrijf.

    Dit is een bewerking van een bericht van René Post en eerder gepubliceerd op 2BSustainable.