Categorie: werk

  • Electric Roadshow Structon i.k.v. Dag van de Duurzaamheid 2011

    Gisteren organiseerde Urgenda voor de derde keer de Dag van de Duurzaamheid. Strukton kon deze dag uiteraard niet ongemerkt voorbij laten gaan en organiseerde een aantal activiteiten en was onder andere aanwezig bij het congres Nieuwe energie in  Bestaande bouw.

    Zelf was ik aanwezig bij de activiteiten die Strukton organiseerde bij het hoofdkantoor in Utrecht. Daar werd de eerste elektrische laadpaal bij ons hoofdkantoor geopend en ter gelegenheid daarvan konden medewerkers ook een ritje maken in een van de speciaal aanwezige elektrische auto’s. Daaronder bevond zich onder andere de Fisker Karma. Verder waren er uiteraard een Nissan Leaf, een Think! City, een aantal elektrische vrachtauto’s, elektrische scooters en elektrische fietsen.

    Naar mijn mening was het een geslaagde bijeenkomst, met veel belangstelling om een rondje te mogen rijden in de verschillende auto’s. En op de elektrische fietsen. Goede kans dus dat het aantal locaties en projecten waar gebruik wordt gemaakt van elektrisch vervoer op relatief korte termijn uitgebreid kan worden. Op dit moment zet Strukton Worksphere elektrische scooters in binnen de gemeente Den Haag en Strukton Rail zet elektrische auto’s onder andere in bij de aanleg van de HanzaRail.

    Hieronder vind je een kleine foto impressie. Het was vrij koud, dus mijn fimpjes zijn mislukt (veel te veel getril van mijn koude handjes 😉

  • Leesvoer in aanloop naar de Nacht & Dag van de Duurzaamheid

    Donderdag en vrijdag organiseert Urgenda voor de derde keer de Nacht & de Dag van de duurzaamheid. Voor degene die nog wat tijd over hebben ter voorbereiding een aantal online leestips.

    Om te beginnen De Duurzame 100 van Trouw met daarin veel inspirerende voorbeelden van mensen die het verschil maken, maar ook aandacht voor de hindernissen en de notie dat je voor milieu in Europa moet zijn.

    Voor degene die geen moeite hebben met Engels is de column Here comes the sun van Paul Krugman in The New York Times interessant. Kern van zijn verhaal Climate Progress het verwoord Only Politics Can Delay “an Energy Transformation, Driven by the Rapidly Falling Cost of Solar Power”’. Een van de onderwerpen in de column van Paul Krugman is de hindermacht vanuit de sunset sectoren. Een onderwerp dat je ook kunt terugvinden in het essay Klompen in de machinerie van Jan Paul van Soest. Hamlett in duurzame innovaties van Hans Wiltink en Jan Paul van Soest gaat in op de oorzaken van het achterblijven van duurzame innovaties in Nederland. Een ander interessant stuk is Staat van de Energietransitie van Jan Rotmans.

    Voor wie na al dit leesvoer weer wat positieve doe energie ten toon wil spreiden: Spring over en ga naar de Nacht van de Duurzaamheid! Of organiseer een activiteit tijdens de Dag van de Duurzaamheid.

    Ik ga zelf de Nacht van de Duurzaamheid missen, omdat ik thuis op mijn dochter pas. Er zullen wel collega’s aanwezig zijn bij de Nacht van de Duurzaamheid. Tijdens de Dag van de Duurzaamheid kun je me vinden bij de duurzame activiteiten bij het hoofdkantoor van Strukton in Utrecht. Een aantal collega’s neemt deel aan het congres Nieuwe Energie in bestaande bouw in Zwolle.

  • Renoveren of nieuwbouw?

    Bij de conferentie C2C beton stelde een van de deelnemers de vraag of het renoveren van bestaande gebouwen milieuvriendelijker is dan nieuwbouw. Uit onderzoek in opdracht van Agentschap NL blijkt dat nieuwbouw en renovatie elkaar weinig ontlopen, zeker bij oudere gebouwen (bouwjaar 1980). Hoe dan ook blijkt het aanpakken van het energieverbruik van gebouwen vanuit milieuoogpunt zeker de moeite waard met als bijkomend voordeel een lagere energierekening. De milieubesparing kan oplopen tot 80% t.o.v. een kantoor met G label, ook als rekening wordt gehouden met de extra milieubelasting door de inzet van meer materialen.

    [youtube http://www.youtube.com/watch?v=Tys-afx3IY4]

    Maatregelen waaraan gedacht kan worden zijn:

    • Betere isolatie van gevel en glas;
    • Meer daglicht in het gebouw;
    • Energiezuinige verlichting;
    • Duurzame energieopwekking.

    Een bijkomend voordeel voor de eigenaar is dat energiezuinige kantoren een hogere huuropbrengst genereren en een hogere waarde per vierkante meter te hebben (pdf).

    Wilt u advies over mogelijke besparingen in uw bedrijfsgebouw? Neem contact op voor een quick scan met Trefoil Energy.

  • Impressie Cradle 2 Cradle – duurzaam beton – 23 juni 2011

    Op donderdag 23 juni was ik te gast bij de Cradle 2 Cradle – duurzaam beton conferentie die werd georganiseerd door Strukton, Bouwend Nederland en de Stichting Vernieuwing Bouw. Onderwerp van de bijeenkomst was een onderzoeksproject naar recycling van beton in het kader van het 7e Kaderprogramma (KP7) Recyling bouwmaterialen, waar vanuit Nederland StruktonTheo PauwHeidelberg/ENCI en de TU Delftaan meewerken (met nog 12 Europese partners). De bijeenkomst vond plaats in het gebouw van Bomen Centrum Nederland te Baarn, waar geen spatje beton in te vinden was… Tijdens de bijeenkomst waren er presentaties van:

    • Peter Rem, Technische Universiteit Delft;
    • Frank Hoekemeijer, Strukton Civiel;
    • Andre Burger, directeur Cement & BetonCentrum;
    • Douwe Jan Joustra, partner One Planet Architecture institute (OPAi).

    Bij de opening door Martijn Smitt, directeur Strukton Civiel, passeerde een paar mooie voorbeelden van duurzame oplossingen van Strukton de revue, zoals hergebruik van rail ballast, hergebruik van sloopmateriaal in het eigen productieproces, het combineren van transportbewegingen voor brengen van bouwmateriaal en halen van afval, en een getijde energiecentrale in de Oosterschelde, waarvan Strukton zelf ook elektriciteit af gaat nemen.

    De presentaties

    Peter Rem van de TU Delft schetste in zijn presentatie de technische contouren van het project en de mogelijkheden die het project biedt. Hij gaf aan dat Europese programma’s beginnen vanuit een oogpunt dat voor bedrijven soms wat vreemd oogt: de positieve effecten voor de Europese burger. Projecten die de EU steunt vanuit de Kaderprogramma’s moeten bijdragen aan de gezondheid, welvaart en het milieu voor de Europese burger en aan harmonisatie van regelgeving binnen Europa.

    In het geval van recycling van bouwmaterialen gaat het dan concreet om:

    • het verminderen van transportbewegingen;
    • minder gebruik van niet-duurzame materialen;
    • uitwerking van de resultaten van het onderzoek op Europese regelgeving.

    Peter Rem gaf aan dat de cementindustrie (een belangrijke grondstof voor beton) wereldwijd goed is voor 5 tot 10% van de CO2 emissies. André Burger gaf later aan dat de cementindustrie wereldwijd goed is voor 5% van de CO2 emissies en in Nederland slechts voor 2% van de CO2 emissie. Daarmee zit de cementindustrie volgens Douwe Jan Joustra in dezelfde orde van grootte als de luchtvaart- en scheepvaartsector. Een grote uitstoter van CO2, wat ook verantwoordelijkheid voor de vermindering van emissies met zich meebrengt.

    Toekomstverwachtingen betonmarkt

    Wereldwijd is veel beton aan het einde van haar levensduur (in jargon EOL beton als ik het goed begreep). Nederland loopt binnen Europa voorop in recycling van Bouw en Sloop Afval (BSA), in het zoeken van hoogwaardige toepassing van vrijkomende materialen en in innovatieve methodieken om gebouwen te ontmantelen. Het storten van beton (of ander afval) gebeurd in Nederland vergeleken met andere landen niet tot nauwelijks.

    De verwachting voor de toekomst (tot 2025) is dat de hoeveelheid EOL beton toeneemt. Momenteel wordt end of life beton vooral gebruikt om menggranulaat van te maken, dat op haar beurt weer dient als fundering voor wegen. De verwachting is dat de vraag naar menggranulaat voor deze toepassing in de toekomst echter nauwelijks groeit. Dat betekent dat in 2025 mogelijk een overschot aan EOL beton ontstaat. De hoofdvraag van het onderzoeksproject is hoe dit overschot op een duurzame wijze gerecycled kan worden. Factoren die daarbij meespelen zijn het aantal transportbewegingen, cement en energie (de 3 ecologische kanten waar naar gekeken wordt), de proceskosten (de economische kant), de productkwaliteit en productgaranties (de markt kanten).

    Het onderzoeksconsortium heeft een proefproces ontwikkeld dat de naam Advanced Dry Recovery (ADR) heeft meegekregen. Het betreft een mobiel proces dat ingezet kan worden op de slooplocatie, waardoor de hoeveelheid transportbewegingen beperkt blijft. In de ADR wordt het beton gescheiden in grof en fijn betongranulaat. Het grove betongranulaat is zuiver genoeg om als grondstof voor beton te dienen. De fijnere fractie kan als grondstof voor cement dienen, waarmee het een CO2 besparende vorm van recycling is. De kwaliteit van de reststoffen is digitaal te monitoren. Volgens Peter Rem is het proces economisch rendabel en competitief. Een eerste praktijktest wordt uitgevoerd bij de sloop van het oude IBG gebouw in Groningen.

    Uitdagingen

    Hoewel ADR volgens de TU Delft een veelbelovende technologie is, zijn er zeker ook nog beren op de weg. Zo is het lastig om met vaste percentages herbruik te werken, zoals BREAAM doet, omdat betongranulaat niet altijd lokaal beschikbaar is (je gaat bv. meestal het oude pand pas slopen als je het nieuwe pand voor een opdrachtgever hebt staan). Daarnaast is het van belang dat het beton bij sloop meteen gescheiden wordt en dat de kwaliteit van het betongranulaat goed is. Verder moet het inzetten van de techniek ook in de praktijk rendabel zijn.

    Een laatste uitdaging is het effect van ADR op de duurzaamheidsscore van een project. Vooralsnog levert het nieuwe proces binnen de verschillende berekeningsmethoden voor duurzaam bouwen nog weinig op. Bij BREAAM is 1 punt te verdienen als je meer dan 25% beton hergebuikt binnen een straal van 30 kilometer. Bij DuboCalc en GreenCalc heeft hergebruik van beton nog helemaal geen effect op de duurzaamheidsscore. Terwijl er in de levencyclusanalyse wel milieuwinst geboekt wordt. Niet alleen wordt er minder CO2 uitgestoten per ton cement, ook wordt er bespaard op het aantal benodigde transportbewegingen. En de transportsector is goed voor een aanzienlijk deel van de CO2 emissies, maar ook voor geluidshinder en luchtverontreinigende emissies, zoals fijn stof en stikstofoxides.

    Hoe worden de uitdagingen getackeld?

    Strukton pleitte tijdens de bijeenkomst voor een ketenbrede aanpak om de uitdagingen te tackelen en ADR tot een succes te maken. Strukton werkt zelf mee aan het opzetten van deze ketenbrede aanpak, zowel binnen het onderzoeksconsortium als via het betonketen overleg van MVO Nederland.

    Overige opvallende punten van de middag

    Wat me opviel tijdens de bijeenkomst was de wil en verwachting bij een groot aantal aanwezigen dat het nu echt tijd is om veranderingen in de bouwsector in te gaan zetten. Niet meer praten, maar echt gaan doen. Dat stemt hoopvol.

    Wat me ook opviel was het grote verschil tussen de defensieve toonzetting van Andre Burger over duurzaam beton en de offensieve insteek van Douwe Jan Joustra van OPAi. Burger haalde de passage uit Alice in Wonderland aan waarbij Alice vraagt welke weg ze moet nemen. Waarop ze de vraag krijgt waar ze heen wil. Alice zegt dat ze dat niet weet, waarop ze het antwoord krijgt dan maakt het ook niet uit welke weg je neemt. Moraal van het verhaal: definieer eerst duurzaamheid en dan gaan we ’t oplossen. De versie van Douwe Jan Joustra (waar ik me meer in kan vinden) luidde: we weten allemaal waar we niet willen zijn, dus tijd om aan de slag te gaan om uit te zoeken hoe we hier vandaan komen.

    Een van de manieren van de cementindustrie in Nederland en Europa om de CO2 emissie te reduceren is door de inzet van secondaire brandstoffen en biomassa. Overigens lobbied de cementindustrie naar mijn weten nog steeds stevig tegen het verhogen van de reductiedoelstelling voor CO2 in de EU i.v.m. de kans op carbon leakage. Als de cementindustrie in de EU nagenoeg klimaatneutraal zou zijn lijkt me dat weggegooid geld…

    Daarnaast is klimaatneutrale productie slechts een aspect van velen die te maken hebben met duurzaamheid. Wie bijvoorbeeld kijkt in het Europese Emissieregistratiesysteem (E-PRTR) onder mineral industry / productie van cement komt nog een heleboel andere stoffen tegen die niet bekend staan om hun onschadelijkheid. Andre Burger stelde dat er wereldwijd ruim voldoende grondstoffen voor cement zijn, de wereldbehoefte aan aggregaten voor beton voor een periode van 40 jaar komt overeen met de inhoud van één Mont Blanc. Waarop een van de aanwezige antwoordde: de Zwitsers hebben misschien grondstof voor cement in overvloed, maar ze zijn wereldkampioen recyclen en bovendien erg gehecht aan hun Alpen…

    Joustra nam een andere insteek: het gaat er in zijn optiek niet zozeer om om minder CO2 uit te stoten, als wel om zo te ontwerpen dat je je schaarse grondstoffen terugkrijgt aan het einde van de levensduur van een produkt. Bij voorkeur met behoud van kwaliteit. Zoals gebruikelijk bij Cradle2Cradle maakte Douwe Jan daarbij een onderscheidt tussen de technische en biologische kringloop. Alles wat vanzelf afbreekt zonder gevaar voor het ecosysteem behoort tot de laatste categorie, alles wat wel risico’s voor ecosystemen oplevert hoort thuis in de technische kringloop. Douwe Jan pleitte ook voor het gebruik van goede stoffen (geen betere of minder slechte, maar GOEDE).

    Fabrikanten kunnen het bezit van grondstoffen behouden door producten niet te verkopen, maar te verhuren of leasen. Dat maakt dat je vanzelf anders gaat ontwerpen, want aan het eind van de rit mag je het zelf opruimen… De gebruiker vraagt ook niet om alle problemen die er komen kijken bij het bezit van een produkt, maar om de prestatie die het produkt levert. Je wil geen lamp, maar licht. In dat kader ontwikkelde Rau Turntoo, een concept dat draait om de prestatie van een produkt ipv het eigendom. Dat kan ook voor de bouw interessant zijn, zo zijn oude bakstenen vaak meer waard dan nieuwe. Ziedaar de ClickBrick van Daas Baksteen

    Tot slot las ik nog een intrigrerende vraag die Ruud Koornstra tijdens een andere bijeenkomst over beton stelde, namelijk hoe het komt dat we als land met bijna de zachtste boden van de wereld toch de zwaarste gebouwen neerzetten? Een vraag waarop de zaal vol bouw- en betonexperts stil bleef.

    Update 17 augustus 2011: Uit reacties via de email begrijp ik inmiddels dat Nederland niet zwaarder bouwt dan andere landen en dat de bouwmateriaalconsumptie per m3 gebouwinhoud in België en Duitsland tientallen procenten hoger ligt. Ik heb geen statistieken of gegevens om dat te onderbouwen. Terecht werd via de mail de vraag gesteld of gewicht het punt is of dat het gaat om een optimale bouwstijl gegevens de lokale omstandigheden.

  • Thinking outside the inbox: het vervolg

    In juli 2008 schreef ik op Ambtenaar 2.0 een blog over een, in mijn ogen, opmerkelijke workshop van Louis Suarez tijdens de Innovatieproeftuin. Louis Suarez ging in zijn workshop in op zijn experiment Thinking outside the inbox. Zijn poging om als kennismanager binnen IBM zo min mogelijk gebruik te maken van email. Een experiment dat inmiddels bijna vier jaar loopt.

    Vandaag kwam ik de Facebook actie We Quit Mail tegen. Die hetzelfde lijkt te beogen, kan ik me toch nog een beetje trendsetter voelen 😉 Al heb ik sinds mijn post te weinig gedaan met Thinking outside the inbox.

    Na 3 jaar goede voornemens en verder uitdijende mailboxen weet ik nu overigens wel: ik ga mee doen. De druppel die de emmer wat mij betreft doet overlopen is de fusie tussen EZ en LNV tot EL&I, waardoor ik bij coördinatiewerkzaamheden nu echt volstrekt gestoord wordt van het emailverkeer. De afgelopen weken ben ik voor 3 dossiers bezig geweest. Twee daarvan betreft dossiers die binnen EL&I spelen en een betreft een interdepartementaal dossier. Hieronder de statistieken van het aantal emails dat ik daarover ontvangen en verzonden heb in de afgelopen 2 weken:

    • Dossier 1 EL&I: 62
    • Dossier 2 EL&I: 89
    • Dossier 3 interdepartementale afstemming: 131

    Let wel: deze drie dossiers zijn samen goed voor nog geen 0,2 FTE. Het afstemmen van teksten binnen EL&I gebeurt nog steeds per email, waardoor je een stuk uitzet bij soms wel 30 mensen (dossier 3) om vervolgens zo’n 25 versies van het bestand terug te krijgen met wijzigingen, vragen en opmerkingen in track changes. Aan mij vervolgens de schone taak om te zien welke punten inhoudelijk echt aangepast moeten worden en welke niet, en te zorgen dat de gevraagde aanpassingen en opmerkingen uit verschillende delen van het departement met elkaar in lijn zijn. Om dat vervolgens weer terug te sturen aan een ander departement, waar het circus opnieuw begint. Want de coördinator daar zet het stuk ook weer uit bij zijn collega’s.

    Ik blijf er bij dat dat vele malen slimmer en beter moet kunnen. Vandaar dat ik mij aansluit bij We Quit Mail, of zoals ik het zelf al had overgenomen in 2008: Start thinking outside your inbox!

    Dit bericht staat ook op Ambtenaar 2.0 en op Pleio