Warmtenetten, want ‘uiteindelijk wil je gewoon resultaat. Hoe dan ook’.

Update 14 februari 2016: cijfers aangepast, zodat afschrijvingskosten en onderhoudskosten CV-ketel toegevoegd.

De afgelopen dagen verzandde ik weer eens in een discussie over warmtenetten. Een van de uitspraken daarin was dat je resultaat wilt, hoe dan ook. Eerder liet ik al zien dat als het gaat om de laagste kosten voor de consument je niet van gas op warmte moet overschakelen, dus dat zal niet het beoogde resultaat zijn. Als het er om gaat dat je als burger klimaatemissies wil tegen gaan kan je beter CO2-emissierechten opkopen. De kostprijs van CO2 reductie door warmte is Euro 145 per ton CO2, bij gebruik van de meest klimaatvriendelijke warmtebron en de hoge warmteverliezen uit de niet meer dan anders (NMDA) formules. Voor dat geld laat je via Sandbag met gemak 15 ton CO2-emissierechten vernietigen, laat staan wat er gebeurd als je met realistische getallen gaat rekenen…

Effect op de energierekening

Eerder heb ik al een keer gekeken naar het effect op onze energierekening als we overschakelen op het warmtenet, de uitkomst beviel me niet echt. Al werd ik er door Reeshofwarmte op gewezen dat de omrekenfactor van gas naar warmte die ik heb gehanteerd te positief is in het voordeel van gas. Dus deze heb ik in de berekeningen van vandaag aangepast naar de waarde waar Reeshofwarmte mee rekent: 32,405 MJ/Nm3 aardgas. Dan nog betekent overschakelen op stadsverwarming een stijging van de energierekening met Euro 250 per jaar. Bij gebruik van de NMDA formules daalt dat tot Euro 160 per jaar. Nog steeds een hoop geld, maar je moet wat over hebben voor een beter milieu. Toch?

Effect overschakelen op warmte op klimaatemissies

Voorstanders van warmtenetten claimen grote milieuwinst, met name minder CO2 emissie. Dus tijd om de kostenkant uit te breiden met de milieukant. De conversiefactoren heb ik daarbij zoveel mogelijk overgenomen van CO2-emissiefactoren.nl. Voor warmte zijn nog geen nieuwe cijfers voorhanden, dus heb ik ze gehaald uit het Handboek CO2 prestatieladder versie 2.2 van SKAO. Het gaat om zogenaamde well-to-wheel emissies, als ik enkel kijk naar de emissies die in de energieproductie fase worden bespaard kijk worden onderstaande berekeningen m.i. ongunstiger voor warmtenetten

Afhankelijk van de warmtebron kunnen we volgens de NMDA-formules tussen de 50 kg en 1.091 kg CO2 per jaar besparen t.o.v. aardgas door over te schakelen op een warmtenet. Een aardige hoeveelheid, alleen weer even terug naar die kosten: dat kost ons volgens diezelfde NMDA formules wel ruim 150 Euro per jaar. Voor datzelfde geld laat ik via Sandbag met gemak 15 ton CO2-emissierechten vernietigen. Via stadsverwarming duurt het 13 jaar om hetzelfde effect te bereiken tegen een kostprijs van bijna 2 duizend Euro.

Een bedrag dat dan weer voldoende is om over te schakelen naar all-electric, via een warmtepomp of infraroodverwarming. Die eerste optie valt in ons geval af, omdat ons huis onvoldoende geïsoleerd is. Dat levert ons ook nog een besparing van 215 Euro per jaar op de energierekening op. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat ik geen rekening heb gehouden met de afschrijvingskosten van de infraroodpanelen of de mogelijkheid om de gasaansluiting de deur uit te doen als we doorstroomverwarmers erbij nemen als aanvulling op onze zonneboiler voor warm tapwater.

Conclusie

Als ik mag kiezen koop ik liever verplicht 15 ton CO2-emissierechten via Sandbag. Of beter nog 23 ton door verplicht te moeten rekenen met de formules van Reeshofwarmte. Want alles leuk en aardig, uiteindelijk wil je gewoon resultaat. Hoe dan ook.

Alle berekeningen en gehanteerde kengetallen vind je hier. Commentaar welkom.

Van wie zijn vermeden CO2-emissierechten?

De waarde van vermeden CO2-emissierechten is een onderwerp waar ik me eigenlijk nog nooit echt druk om had gemaakt. Via een oud-collega maakte ik vandaag kennis met Stichting Emissie Informatie Centrum. De afspraak was in Zwolle, waar ik afgelopen maandag toch was voor een presentatie over duurzaamheid in de (inkoop)keten. Het nuttige en het aangename waren zodoende goed te combineren.

Waar gaat het om?

Omde zaak even heel plat te slaan komt het verhaal simpelweg neer op het volgende: energieproducenten krijgen CO2 emissierechten toegewezen op basis van hun emissies in 1990. Tot 2012 werden deze rechten gratis toegewezen. Een energieproducent krijgt ook emissierechten toegewezen over duurzame energie die ze afzet. Het gaat dan niet alleen om de energie die ze zelf produceert, maar ook de groene stroom die ze inkoopt van een andere eigenaar (bv. een windmoleneigenaar) en verkoopt op de markt. Voor de periode 2013-2020 moeten energieproducenten volgens mij betalen voor hun rechten, dus dan gaat het minder spelen.

Gezien onze investering in 2 stukjes windmolen via De Windcentrale spitsten mijn oren zich we; op het moment dat ik dat hoorde. Op basis van gegevens van de conversiefactoren die bv. de CO2 prestatieladder hanteert bespaart een windmolen t.o.v. grijze stroom tenslotte aanzienlijk. Van 455 gram CO2 per kilowattuur naar 15 gram CO2 per kilowattuur, dus dat betekent straks ook een kostenvoordeel t.o.v. grijze stroom.

Vermeden CO2 toegepast op De Windcentrale

Op een Windcentrale met een jaarproductie van ongeveer 5GWh (10.000 winddelen van 500 kWh per stuk) gaat het dan om een vermeden CO2 emissie van 2.200 ton CO2 per jaar. In 16 jaar tijd gaat dat dan om 35.200 ton CO2. De huidige CO2 prijs ligt rond de 8 Euro / ton CO2. Als we er vanuit gaan dat de CO2 prijs de komende 16 jaar gemiddeld niet stijgt vertegenwoordigt dat een waarde van ruim 280.000 Euro, of € 28 per winddeel. Per kilowattuur gaat het vooralsnog om peanuts: 0,352 Eurocent per kWh. Het is echter wel een eerste aanzet tot differentiatie van de kosten tussen groene en grijze stroom. Nu nog een differentiatie in de energiebelasting tussen grijs en groen.

Bredere toepassing

Het zou natuurlijk mooi zijn als de boven beschreven methodiek ook breder toepasbaar wordt. Denk je eens in, dan wordt mijn doldwaze zomeridee van 3 jaar terug straks nog bewaarheid in een andere vorm: CO2 emissierechten die meehelpen om je huis te verduurzamen. En belangrijker nog: vermeden CO2 emissierechten kunnen helpen om decentrale energieopwekking in de bestaande bouw te realiseren. Een onderwerp waar de Dutch Green Building Council eerder dit jaar al een mail over stuurde, maar waar ik toen nog geen touw aan vast kon knopen.

Hoe hoger de CO2 prijs, hoe lager de benodigde subsidies en hoe sneller je de markt haar werk kan doen. Daar kan een nieuw kabinet met de VVD toch niet tegen zijn?

Clinton zegt het, Strukton doet het: #iedereenwinst

Bill Clinton, president van de Verenigde Staten van 1992 tot 2000, beschrijft in zijn boek ‘Geef en verander en wereld’ hoe bedrijven de gehele keten, inclusief klanten en opdrachtgevers, betrekken in het verminderen van de CO2-uitstoot. Aan de hand van voorbeelden laat Clinton zien hoe ook het revitaliseren van gebouwen daaraan kan bijdragen.

Mét Clinton is ook Strukton ervan overtuigd dat geld verdienen én een bijdrage leveren aan de maatschappij hand in hand kunnen gaan. Sterker nog: Strukton heeft het al ruimschoots bewezen. Wij creëren kwalitatief hoogwaardige huisvesting, door samen met partners actief te participeren in de ontwikkeling of revitalisatie van gebouwen. Ook het beheer en onderhoud nemen wij voor onze rekening. Hierbij denken wij in levensduur: wij kijken naar de totaalkosten en kwaliteit van het gebouw voor de lange termijn. Zo levert Strukton gebouwen op die energiezuiniger en comfortabeler zijn, tegen substantieel lagere kosten: 10 tot 30%.

De winst gaat dus verder dan kostenbesparing. De winst zit in energiebesparing, in minder CO2-uitstoot, in samen verantwoordelijkheid nemen en dragen. Winst ook voor werknemers en gebruikers, in comfort en gezondheid, in stijging van de productiviteit en van de waarde van het vastgoed. Winst voor alles en iedereen dus.

Winst voor alles en iedereen dus.

Clinton zegt het, Strukton doet het!

  Huisvesting DUO en Belastingdienst Groningen
  Rotterdamse Groene Gebouwen Cluster Zwembaden
  Renovatie ministerie van Financiën

Strukton op niveau 5 van CO2 prestatieladder 2.0

De afgelopen maanden ben ik samen met collega’s druk geweest met het voorbereiden van de externe audit voor de CO2 prestatieladder voor de werkmaatschappijen die vallen onder het CO2 Bewust certificaat van Strukton Groep (Strukton Bouw, Strukton Civiel, Strukton Worksphere en Strukton Integrale Projecten). Vlak na de audit, die goed verliep, ben ik op vakantie gegaan wetende dat de externe auditeur geen grote punten was tegengekomen.

Inmiddels hebben we de rapportage binnen en is duidelijk dat Strukton Groep niveau 5 behaald heeft op de CO2 prestatieladder 2.0. Een bericht dat mooi samenvalt met een van de start van een van de eerste projecten die we hebben binnengehaald met gunningsvoordeel volgens deze nieuwe versie van de CO2 prestatieladder. Dochterbedrijf Ooms Civiel bereikte al eerder niveau 5 van CO2 prestatieladder 2.0 en Strukton Rail behield eerder dit jaar niveau 5 op CO2 prestatieladder versie 1.2. Daarmee zijn alle Nederlandse onderdelen van Strukton Groep op het hoogste niveau van de CO2 prestatieladder gecertificeerd.

CO2 reductie onderdeel van MVO beleid

Voor Strukton is CO2-emissiereductie geen doel op zich, maar het maakt onderdeel uit van een integrale visie op mvo waarbij ‘denken in levensduur centraal’ staat. Bij het ontwerp van een werk houden we rekening met de levensduur ervan. Vanaf de start van de bouw tot de uiteindelijke sloop ervan. Strukton denkt vanuit levensduur, voor projecten, mens en natuur en draagt hiermee concurrerende en innovatieve oplossingen aan voor de vraagstukken van onze klanten, zowel gevraagd als op eigen initiatief.

CO2-emissiereductie in 2011

In 2011 behaalde Strukton de doelsteling om de CO2 emissie met 2% te reduceren t.o.v. 2010 ruimschoots met een daling van 16%. Deze daling is onder andere het gevolg van de overschakeling op Windkracht 220 van Essent. De eerste helft van 2012 laat ook goede resultaten zien, zo heeft Strukton Worksphere in de eerste helft van 2012 haar CO2 emissie met 4 procent weten te reduceren, gerelateerd aan de omzet. Wederom voor een deel door de overschakeling op groene stroom, maar deels ook door lastigere maatregelen als het aanscherpen van de CO2 grenzen van het leasewagenpark, het stimuleren van open vervoer en Active Energy Management voor de eigen panden.

Doorkijk 2012 en verder

CO2-emissiereductie is een zaak van lange adem, sommige zaken zijn snel te realiseren andere kosten meer tijd. Begin 2012 zijn intern verschillende trajecten opgestart om de CO2-emissie verder te verlagen. Zowel binnen de organisatie, als samen met ketenpartners. Zo doet Strukton mee aan de pilot Het Nieuwe Draaien: een initiatief van Natuur & Milieu en BMWT om brandstofbesparing bij mobiele werktuigen te stimuleren. Het nieuwe draaien is het slim toepassen van de ervaringen van het nieuwe rijden op bouwmachines. Door de bouwmachines slimmer te bedienen kan er veel energie worden bespaard.

Daarnaast is Strukton dit jaar Gouden Partner van de Dutch Green Building Week die plaatsvind van 17 september t/m 21 september en zijn we volop bezig met het voorbereiden van activiteiten voor de Dag van de Duurzaamheid van Urgenda op 10 oktober 2012.

Duurzame energie & de strategische doelen van Energiebeheer Nederland

De rol van Energiebeheer Nederland in de Nederlandse energievoorziening heb ik eerder dit jaar aangestipt in mijn post over het belang van Nederland bij de wijze waarop olie uit Canadese teerzandwinning wordt behandeld. Vandaag duik ik wat dieper in de rol van Energiebeheer Nederland (een 100% dochter van de Nederlandse staat) aan de hand van de door hun zelf geformuleerde rol en strategische doelen.

Doel & strategische doelen Energiebeheer Nederland

De website van Energiebeheer Nederland (EBN) is heel duidelijk over de rol van EBN:

EBN is actief in het ontdekken, produceren en verhandelen van gas en olie in Nederland en is dé partner voor olie- en gasmaatschappijen. Samen met andere nationale en internationale olie- en gasmaatschappijen investeren we in de opsporing en winning hiervan en in gasopslagen in Nederland. Het initiatief voor opsporing-, ontwikkel- en productieactiviteiten ligt bij de vergunninghouders. EBN ambieert geen operatorschap in de deelnemingen, maar investeert, faciliteert en deelt kennis. Via een belang in GasTerra is EBN ook betrokken bij de verkoop van het Nederlandse aardgas. De winst die voortkomt uit deze activiteiten draagt EBN volledig af aan de Staat, onze enige aandeelhouder. Daarnaast adviseert EBN de overheid over het mijnbouwklimaat in Nederland en over nieuwe mogelijkheden voor het benutten van de ondergrond.

Bij die nieuwe mogelijkheden kijkt EBN vooral naar de opslag van CO2 (CCS in jargon). EBN neemt al langer deel in ondergrondse opslag van aardgas. EBN heeft haar visie vertaald naar drie strategische doelen:

  • het actief beheren van de deelnemingen in opsporing en winningactiviteiten;
  • het waarborgen van de continuïteit in exploratie en productie (E&P); en
  • het rendabel benutten van de ondergrond.

Duurzame energie & de strategische doelen van EBN

Vanuit duurzame energie bezien is met name het derde doel (‘het rendabel benutten van de ondergrond’) interessant (en niet zoals ik eerder betoogde windenergie, al kom ik daar zeker nog een keer op terug). Terug naar geothermie: een groeiend aantal bedrijven richt zich op het gebruik van geothermie voor de warmte- en koudevoorziening van de gebouwde omgeving. Voor diepe geothermie bestaat er een garantieregeling die (een deel van ?) de kosten vergoedt als een boring verkeerd uitpakt. Voor ondiepe geothermie is er naar mijn weten weinig tot niks geregeld op dat gebied, het risico ligt volledig bij de ondernemer.

Geothermie wordt ingezet als alternatief voor het gebruik van aardgas voor verwarming van kassen, gebouwen en soms zelfs als alternatief voor het pekelen van wegen. Een groot risico voor degene die er mee aan de slag wil is de slagingskans van de boring. Als een aquifer niet bruikbaar blijkt is de investering van de boring in een spreekwoordelijke bodemloze put gedaan. Een zelfde probleem doet zich voor bij de winning van gas en olie uit de grond. Ook daar bestaat de kans dat een proefboring geen olie of gas aantreft. Het boren naar olie en gas is zeer kapitaalintensief en wordt steeds kapitaalintensiever. De makkelijke bronnen raken op, dus wordt er dieper geboord of wordt geprobeerd andere soorten van olie en gas aan te boren (bv. schaliegas in Brabant of teerzandolie in Schoonderbeek).

Om te zorgen dat de olie- en gasindustrie ondanks de risico’s op mislukte boringen toch blijft zoeken naar olie en gas is een heel web aan fiscale voorzieningen opgezet. Daarnaast investeert de overheid via Energiebeheer Nederland tot 40% risicodragend mee in exploratie (lees proefboringen) en exploitatie van olie- en gasvelden. Deze maatregel scheelt niet alleen in de benodigde hoeveelheid kapitaal, het geeft ook meer zekerheid voor kapitaalverstrekkers die dus een lagere risicopremie (lees rente) zullen berekenen bij het verstrekken van kapitaal. De overheid krijgt daar natuurlijk ook het nodige voor terug, namelijk 40% van de winst op de investering.

Terug naar duurzame vormen van benutting van de ondergrond. Want daar doet EBN naar mijn weten niet aan mee. Ik kom in hun lijst van deelnemingen althans geen enkel geothermie project tegen. Nu wil ik best geloven dat het ontwikkelen van geothermie geld kost en de toepassing er van valt nog steeds onder de SDE+, dus volledig rendabel zal het bij de huidige gasprijs niet zijn (zoals CO2 opslag in de bodem bij de huidige CO2 prijzen ook niet rendabel is). Tegelijkertijd verwacht ik dat de toepassing van geothermie dezelfde ontwikkeling als windenergie zal doormaken, waarmee ik bedoel dat het op de korte tot middellange termijn een rendabele vorm van duurzame energie wordt. En daarmee een rendabele toepassing van de ondergrond. Bovendien een die langer gaat blijven bestaan dan het leeg en weer vol pompen van de Nederlandse aardgasvelden.

Kortom: Waarom is EBN met haar kennis van de Nederlandse ondergrond niet betrokken bij geothermie?

Het belang van teerzandolie voor Nederland

Vorige week berichtte Damian Carrington in The Guardian dat de Nederlandse overheid zich net als Engeland sterk maakt voor een compromis om te voorkomen dat Canadese teerzandolie als zeer milieuonvriendelijk te boek komt te staan. Daarmee verplaatst de strijd om de winning van de Canadese teerzanden zich naar Nederland. In eerste instantie leek het me een onlogische zet om je in te zetten voor de importmogelijkheden van Canadese olie. Totdat ik bedacht dat de Nederlandse staat via Energiebeheer Nederland voor 40% participeert in de winning van olie door NAM (onderdeel van Shell & Exxon) in Schoonebeek (zie lijst met deelnemingen op EBN site). De olie in Schoonebeek is ” zo taai en dik dat het lijkt op pannenkoekenstroop

Strijd om teerzand in Canada & de VS

In Canada is de strijd al een paar jaar in volle gang en heeft de minister onlangs een open brief gestuurd, waarin hij stelt dat tegenstanders van de winning van teerzand tegenstanders van Canada zijn. In de VS  wordt al een tijd een zware strijd geleverd om de vergunning voor de Keystone XL pijpleiding te blokkeren. Begin deze week heeft Obama de vergunning voor Keystone XL voorlopig afgewezen, maar wel de mogelijkheid open gelaten om een nieuwe vergunning aan te vragen. Obama is van mening dat het Amerikaanse parlement hem onvoldoende tijd gunt om de milieu- en sociale effecten van de pijpleiding te onderzoeken.

Californië werkt daarnaast aan wetgeving die de invoer van teerzandolie stukken lastiger maakt, door eisen te stellen aan de CO2 emissie van brandstof over de hele winningsketen (van well to wheel). Een rekenmethodiek die ook wel bekend staat als levenscyclus analyse en volstrekt gebruikelijk is in andere branches. Zo niet in de energiehoek, want de oliemaatschappijen voeren een stevige juridische strijd tegen het voorstel.

Teerzandolie in de EU & Nederland

In Europa werkt de Europese Commissie aan een herziening van The Fuel Quality Directive, dit is een soortgelijk voorstel als waar Californië aan werkt. Engeland (volgens sommige een lichtend voorbeeld op milieugebied) probeert al langer om dit voorstel van tafel te krijgen. Nederland heeft zich daar volgens Damian Carrington inmiddels bijgevoegd met een eigen voorstel. Damian Carrington wijst er op dat BP en Shell beide fors hebben geïnvesteerd in de Canadese teerzandolie. Wat hij over het hoofd ziet is dat de Nederlandse overheid via Energiebeheer Nederland ook (fors?) geïnvesteerd heeft in de winning van teerzandolie in ons eigen kikkerlandje. De hoeveelheid energie die nodig is om de Nederlandse teerzanden te ontginnen is misschien minder groot dan voor de Canadese teerzanden, maar ik vermoed dat het nog altijd meer is dan benodigd is voor conventionele oliewinning.

Als het voorstel van de Europese Commissie ongewijzigd wordt aangenomen kan het dan ook wel eens een stuk lastiger worden om de verwachte 100 miljoen vaten olie te verkopen. Wat weer gevolgen heeft voor de ‘aardgasbaten’ die EBN afdraagt aan de Nederlandse staat. In 2010 was de afdracht van EBN aan de Nederlandse staat volgens de jaarrekening goed voor ruim 5,3 miljard Euro. Al komt het grootste deel daarvan ongetwijfeld van aardgas.

PS Waarom investeert de Nederlandse overheid eigenlijk via EBN risicodragend in de zoektocht naar en de winning van fossiele brandstoffen, terwijl hernieuwbare bronnen hooguit exploitatiesubsidie krijgen?

Is lokaal beter?

Tja daar kun je dus over twijfelen. Als enkel naar de emissies van het transport van een product wordt gekeken.

Arithmetic Of Food Miles Flawed · Environmental Leader · Green Business and Corporate Sustainability News

When you look at all the numbers, you discover that air-transported green beans from Kenya could actually account for the emission of less carbon dioxide than British beans.

Toch gek dat ze dat bij klimaat weer opnieuw moeten ontdekken dat een levenscyclusanalyse uit meer dan alleen een los onderdeel bestaat. Of zou de keuze voor de transportfase samenhangen met het feit dat dat een van de weinig fases is waarin de Europese landbouw minder CO2 emissies veroorzaakt?

Het hele artikel is te vinden bij The Guardian:

How the myth of food miles hurts the planet