Energierekening 2016

Een paar weken geleden hebben we de jaarrekening van Greenchoice ontvangen. Tijd om deze te ontrafelen. Te beginnen met de verhouding tussen vaste en variabele kosten.

Totale rekening

2016_energienota_vast_variabel

Onze energiekosten liggen iets hoger dan in 2016. Het grootste deel van onze energierekening gaat op aan variabele kosten, de vaste kosten vormen slechts 12% van onze energierekening. Wat opvalt is dat we weer fors besparen op de hoogte van onze energierekening door zelf energie op te wekken. Op jaarbasis scheelt ons dat ruim €550.

2016_energienota_verdeling_naar_ontvanger

 

Dat scheelt vooral de overheid en het energiebedrijf geld, want de kosten voor het netwerkbedrijf bestaan volledig uit vaste kosten. Terwijl de overheid een vaste teruggaaf energiebelasting geeft, terwijl de hoogte van de energiebelasting en opslag duurzame energie afhangen van het gas- en elektriciteitsverbruik. Ook het energiebedrijf ontvangt z’n geld voornamelijk voor levering van gas en elektriciteit. Aangezien we bijna geen stroom afnemen, maar alles zelf opwekken valt daar niet veel aan te verdienen. Door mee te doen aan een van de vele kortingsacties zouden we per saldo zelfs (bijna) geld terug kunnen krijgen van het energiebedrijf.

2016_energienota_vast_variabel_per_ontvanger

Opgesplitst naar post valt is nog beter te zien dat we door zelf energie op te wekken vooral besparen op elektriciteitskosten, energiebelasting en BTW. De opslag duurzame energie, waar de Essent topman zich dit weekend druk over maakte in het AD, is zelfs zonder eigen opwekking in 2016 nog nauwelijks terug te zien op onze energierekening.

2016_energienota_per_post

Ook procentueel is de opslag duurzame energie (SDE+ heffing, of eigenlijk ODE) een kleine post, van minder dan 5%. De energiebelasting vormt procentueel wel een forse kostenpost, wat mede veroorzaakt wordt door de winddelen. Over de met winddelen opgewekte elektriciteit betalen we namelijk gewoon energiebelasting.

2016_energienota_per_post_procentueel

Variabele kosten

De variabele kosten (inclusief energiebelasting, ODE en btw) voor gas en elektriciteit zijn in 2016 met 10% gestegen t.o.v. 2015. Wat niet raar is, omdat ik eerder al had laten zien dat ons energieverbruik in 2016 ook wat hoger lag dan in 2015.

2016_variabele_energiekosten_cumulatief_2011-2016

De stijging van de kosten komt bij het gasverbruik vooral door de hogere energiebelasting voor gas in 2016 is verhoogd met 5 Eurocent per kubieke meter aardgas.

2016_variabele_gaskosten_cumulatief_2011-2016

De kosten van ons elektriciteitsverbruik zijn in 2016 ook met 10% gestegen t.o.v. 2015. Dit komt vooral doordat we 380 kWh minder elektriciteit hebben opgewekt met onze zonnepanelen en winddelen. Waarbij vooral de winddelen fors minder elektriciteit opleverde (370 kWh), terwijl onze zonnepanelen 100 kWh minder opleverde. De 90 kWh van onze zonnedelen konden dit niet meer goed maken.

2016_variabele_elektriciteitskosten_cumulatief_2011-2016

Rijksoverheid jokkebrokt verder met inkoop groene stroom

Onderzoek van WISE laat zien dat de Nederlandse rijksoverheid nog steeds voornamelijk buitenlandse waterkkracht gebruikt om haar elektriciteitsverbruik te vergroenen. Een methode die door deNederlandse Energie Maatschappij in 2013 als jokkebrok stroom werd bestempeld, wat tot ophef in de Tweede Kamer leidde. WaarnaSargasso in 2013 na herhaaldelijk navragen aantoonde dat de rijksoverheid, inclusief de Tweede Kamer, zelf ook grotendeels jokkebrok stroom gebruikt. Berichtgeving in december over de inkoop van jokkebrok stroom door gemeenten leidde tot Kamervragen van SP,PvdA en Groenlinks.

Hoe werkt inkoop van groene stroom

Consumptie van duurzame elektriciteit bestaat uit een combinatie van fysieke consumptie van elektriciteit en het afboeken van zogenaamde Garanties van Oorsprong. Met deze garanties van oorsprong wordt de elektriciteit vergroend. Er zijn 2 manieren om duurzame elektriciteit in te kopen:

  1. Fysieke elektriciteit en garanties van oorsprong bij dezelfde leverancier kopen. Bij voorkeur bij een leverancier die ook elektriciteit uit hernieuwbare bronnen produceert. De afnemer koopt in dat geval de duurzame elektriciteit; de leverancier zorgt voor de levering van elektriciteit en voor het afboeken van de garanties van oorsprong.
  2. Het is ook mogelijk om als afnemer de garanties van oorsprong apart van de elektriciteit in te kopen. Een afnemer moet dan zelf een garantie van oorsprong rekening openen bij de uitgevende instantie (of dit door een derde partij laten doen) en vervolgens zelf garanties van oorsprong kopen bij de ingekochte elektriciteit. Deze garanties laten bijboeken op de eigen garanties van oorsprong rekening en afboeken.

Inkoop elektriciteit rijksoverheid

De rijksoverheid kiest al jaren voor het apart aanbesteden van de fysieke elektriciteit en de garanties van oorsprong.

Daarmee gebruikt de rijksoverheid wel groene stroom, alleen leidt dat volgens Minister Kamp niet tot extra vergroening van de elektriciteitsvoorziening in Nederland of de EU. Terwijl het hele idee van duurzaam inkopen door de overheid toch juist was om als overheid het goede voorbeeld te geven en daarmee bij te dragen aan de verdere verduurzaming van de economie.

De rijksoverheid heeft de fysieke elektriciteit tot en met 2017 ingekocht bij E.On en Delta. Het gaat in totaal om ongeveer 1 miljoen Megawatt uur, gelijk aan het elektriciteitsverbruik van ongeveer 285 duizend huishoudens. Ongeveer driekwart van de ingekochte stroom komt van E.On en een kwart van Delta.

De contracten voor fysieke elektriciteit lopen over meerdere jaren, terwijl de bijbehorende garanties van oorsprong jaarlijks worden ingekocht. Op die manier kan de hoeveelheid garanties van oorsprong worden afgestemd op het werkelijk elektriciteitsverbruik. Een raar argument, want het elektriciteitsverbruik schommelt niet heel sterk per jaar, dus de overheid zou er ook voor kunnen kiezen om een groot deel van de benodigde garanties van oorsprong meerjarig in te kopen. Bijvoorbeeld 75% van het jaarlijks elektriciteitsverbruik en enkel het resterende deel jaarlijks bij te kopen op basis van het werkelijk elektriciteitsverbruik. Op die manier krijgen eigenaren van hernieuwbare energiebronnen net als E.On en Delta langjarige zekerheid over hun inkomsten.

Reactie rijksoverheid

De rijksoverheid houdt vol dat ze zich keurig aan de wet houden en dat er nu eenmaal een overschot is aan garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit in Europa. Vanwege Europese aanbestedingsregels zou de rijksoverheid niet specifiek voor Nederlandse groene stroom kunnen kiezen. Het vreemde is dan natuurlijk dat de Provincie Utrecht wel gebruik maakt van Nederlandse garanties van oorsprong voor windenergie en dat de NS een aantal jaar geleden al liet zien dat je binnen Europese aanbestedingsregels wel degelijk kunt kiezen voor een aanbieder die extra duurzame opwekkingscapaciteit belooft te realiseren. Het rijk voert het NS contract zelfs als showcase op bij haar expertisecentrum inkopen. En het allervreemdste: het rijk koopt nu zelf al een klein deel van haar garanties van oorsprong wel exclusief in bij Nederlandse duurzame energieprojecten.

Bij aanbestedingen van de rijksoverheid (Prorail en Rijkswaterstaat) worden bedrijven onder andere beoordeelt op hun positie op de CO2-prestatieladder. De inkoop van hoogwaardige garanties van oorsprong maakt onderdeel uit van deze beoordeling (zie pagina 33 van handboek 3.0), terwijl de rijksoverheid zelf nog steeds voor jokkebrok stroom kiest. Dit verhoogt de geloofwaardigheid van de overheid niet.

Een ander argument dat de overheid hanteert is dat er onvoldoende hoogwaardige garanties van oorsprong beschikbaar zijn. Aan de ene kant laat dat mogelijk het succes van bewustwordingscampagnes van WISE en HIER Klimaatbureau zien, aan de andere kant zou dat juist de reden moeten zijn om de eigen inkoopmacht in te zetten om te komen tot meer duurzame energieopwekking. Dat kan ook in stappen, zoals de NS heeft gedaan.

Een laatste excuus van de overheid is dat het grote volume aan duurzame elektriciteit dat de rijksoverheid nodig heeft de prijs van hoogwaardige garanties van oorsprong beïnvloed, het rijk zou namelijk zo´n 10% van de Nederlandse duurzame elektriciteit op moeten kopen als voor Nederlandse garanties van oorsprong wordt gekozen.

Het CBS concludeerde in 2014 na onderzoek echter dat prijswaarneming van Nederlandse garanties van oorsprong niet mogelijk was. Volgens WISE bedragen de extra kosten van hoogwaardige garanties van oorsprong voor de rijksoverheid ongeveer EUR 2,2 miljoen. Als daarmee de prijs van hoogwaardige garanties van oorsprong omhoog gaat is dat toch de gewenste marktwerking? Een hogere prijs zorgt voor meer aanbod en voor lagere subsidies, want prijs van garanties van oorsprong kan namelijk meegenomen worden in de bepaling van het uit te keren subsidiebedrag. En door zelf hoogwaardige garanties van oorsprong in te kopen kan de rijksoverheid meteen inzicht in de prijsontwikkeling van garanties van oorsprong geven aan het CBS.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Grote steden kiezen massaal voor kolenstroom

Onderstaand artikel is eind december als open waanlink geplaatst op Sargasso. Inmiddels zijn in verschillende steden, provincies en Tweede Kamerfracties vragen gesteld over de inkoop van elektriciteit.

Terwijl lokale overheden in een convenant beloofden hun stroom vanaf dit jaar duurzaam in te kopen, kiezen ze in praktijk slechts op het criterium ‘laagste prijs’. Dat blijkt uit een groteinventarisatie van gemeentelijke energieaanbestedingen door het Algemeen Dagblad. De nadruk op laagste prijs is zo groot dat Eneco en Pure Energie inmiddels niet meer inschrijven op aanbestedingen van gemeenten.

Gemeenten en provincies bevinden zich met de inkoop van jokkebrok stroom in gezelschap van de rijksoverheid, die na herhaaldelijk vragen door Sargasso ook voornamelijk goedkope buitenlandse garanaties van oorsprong bleek in te kopen. Een type garanties van oorsprong waarvan Minister Kamp onlangs aangaf dat de inkoop daarvan van slechts op papier leidt tot meer duurzame elektriciteit. Zie zijn reactie op het amendement volle transparantie voor elektriciteit.

Volgens gezamenlijk onderzoek van WISE, Natuur&Milieu, Greenpeace, Hivos, WNF en de Consumentenbond is Pure Energie, samen met Qurrent en De Unie, het duurzaamste energiebedrijf van Nederland. Eneco is volgens datzelfde onderzoek met een achtste plaats het hoogst genoteerde grote energiebedrijf.

Open waanlink

Energieverbruik en opwekking januari 2015

De eerste maand energieverbruik van 2015 zit er inmiddels op. Ons energieverbruik is 9% hoger dan in januari 2014. Mijn eerste reactie: komt door de infraroodverwarming. Hoog tijd dus om door te rekenen of dit klopt of dat de nieuwe sluipverbruiker in de vorm van een Samsung Multiroom Player schuldig is. Waarbij gas omgerekend is naar kWh uitgaande van 35,17 GJ per m3 aardgas en 3,6 GJ per kWh.

Energieverbruik januari

Ons netto energieverbruik lag in januari 137 kWh hoger dan vorig jaar (9%). Het gaat dan om het gasverbruik, elektriciteitsverbruik, warmteopwekking met de zonneboiler, elektriciteitsopwekking van de zonnepanelen en onze Winddelen. Daarbij heb ik geen rekening gehouden met verandering in aantal graaddagen per jaar, maar simpel gekeken naar wat we daadwerkelijk verbruiken. Tijd om de stijging uit te splitsen naar mogelijke oorzaken.

Netto energieverbruik (gas en elektra) in kWh. Cumulatief per jaar.
Netto energieverbruik (gas, elektra en eigen energie opwekking) in kWh. Cumulatief per jaar.

De stijging lijkt op het eerste gezicht te komen door een stijging van het elektriciteitsverbruik met 89 kWh (27%) t.o.v. 2014. Doorrekenen laat zien dat het toch wat anders ligt. Het gasverbruik per graaddag lag 7,5% lager dan in 2013, goed voor zo’n 79 kWh (8 m3) minder gasverbruik, terwijl het aantal graaddagen met 466 hoger lag dan in 2014. Dit zorgde voor 153 kWh (16 m3) extra gasverbruik. De zonnepanelen en winddelen samen wekte 26 kWh meer op. Dat telt op tot 137 kWh extra energieverbruik en laat zien dat het hogere energieverbruik vooral ligt aan het hogere aantal graaddagen. Oftewel januari 2015 was kouder dan januari 2014.

De variabele energiekosten van januari liggen Euro 176 ruim 40 Euro hoger dan in 2014. Dat komt met name door het hogere elektriciteitsverbruik. In de loop van het jaar hoop ik dat weer goed te maken door onze zelf opgewekte elektriciteit.

Variabele energiekosten per maand. 2011-2015 vergeleken.
Variabele energiekosten per maand. 2011-2015 vergeleken.

Elektriciteit

Ons elektriciteitsverbruik is sinds de installatie van de infraroodverwarming in de badkamer aanzienlijk gestegen, al kan een deel daarvan ook liggen aan sluipverbruik van de nieuwe Samsung Multiroom player. Er is dan ook een duidelijk trendbreuk in het elektriciteitsverbruik te zien, het verbruik van december en januari ligt beduidend hoger. In kWh gaat het om 89 kWh, als je dat omrekent in m3 aardgas valt het wel weer mee en gaat het om 9 m3. En laat dat nou keurig overeenkomen met de daling van ons gasverbruik per graaddag. Oftewel: zonder thermostaat heeft de infraroodverwarming bijna 1 op 1 het gasverbruik voor verwarmen van de badkamer vervangen (als ik de Samsung buiten beschouwing laat). Dat is nog niet het effect waar ik op uit kwam op basis van de vergelijking van energieverbruiksgegevens van een huis met CV vs. een huis met ThermIQ panelen.

2015_januari_elektriciteitsverbruik_en_opwekking
Elektriciteitsverbruik en -opwekking per maand. 2011-2015
2015_januari_elektriciteitsverbruik_en_opwekking_12_maanden
Elektriciteitsverbruik en -opwekking per 12 maanden. 2011-2015

De hoeveelheid elektriciteit die we in januari hebben opgewekt was 11% hoger dan in januari 2014. Vooral de winddelen deden het beter. Met 219 kWh wekten ze 16% meer op dan in januari 2014. Onze zonnepanelen leverde 5 kWh minder op, aangezien januari niet veel opbrengsten heeft is dat procentueel gezien een daling van 9%.

Gasverbruik

Het totale gasverbruik lag in januari 8 m3 (6%) hoger dan in 2014, maar per graaddag is er daling van 7,5%. We zijn gedaald van 0,27 m3 naar 0,25 m3 aardgas per graaddag. Dat is exclusief het gasverbruik voor tapwater. Een klein mooi stapje, waarbij ik hoop dat het de komende maanden doorzet.

Gasverbruik per maand en gasverbruik per graaddag. 2011-2015
Gasverbruik per maand en gasverbruik per graaddag. 2011-2015

Waterverbruik

Ons waterverbruik in januari was 11 m3. Zoals altijd niet zo spannend dus, al is het wat hoger dan in 2014. Op jaarbasis zitten we nu op 116 m3. Niet verkeerd voor een vierpersoonshuishouden, aangezien het Nibud hiervoor 169 m3 rekent. Dat betekent dat we nog altijd ruim 30% onder de Nibud norm zitten.

Energieverbruik 2014. Deel 1: verbruik, opwekking en variabele kosten

2014 is echt afgelopen, tijd dus om terug te kijken op ons energieverbruik en onze energieopwekking afgelopen jaar. Zoals ik in mijn laatste post van 2014 al aangaf heb ik weer wat zitten sleutelen aan de grafieken en presentatie. In de hoop dat het meer inzicht biedt. De spreadsheet die ik zelf heb gebouwd wordt onderhand behoorlijk uitgebreid en daarmee foutgevoelig, dus wellicht wordt het in 2015 tijd om de boel om te gaan zetten naar een database omgeving. Dat is van later zorg eerst de cijfertjes. De volledige energierekening van 2014 bewaar ik voor later, dat vergt namelijk nog wat rekenwerk. Vandaag kijk ik naar de verbruikscijfers vanaf 2011 t/m 2014 en naar de ontwikkeling van de variabele kosten.

Variabele energiekosten

Ontwikkeling variabele elektriciteitskosten gedurende het jaar. Weergegeven als cumulatief.
Ontwikkeling variabele elektriciteitskosten gedurende het jaar. Weergegeven als cumulatief op maandbasis.

In de grafiek rechts met de variabele kosten van elektriciteitsverbruik is te zien dat deze sinds 2013 en 2014 met name in de zomer erg laag zijn. De zonnepanelen zorgen er dan zelfs voor dat de cumulatieve elektriciteitskosten teruglopen. Oftewel we verdienen in de zomer wat doordat we meer opwekken dan we verbruiken.

Het effect van onze winddelen op de elektriciteitskosten is veel kleiner, ongeveer € 8 tot € 15 per maand, omdat dit enkel voordeel oplevert voor de leveringskosten. De energiebelasting en de SDE+ heffing moeten gewoon afgedragen worden. Daarbij presteerde onze winddelen (in Grote Geert en De Jonge Held) in 2014 ook minder dan verwacht, de opbrengst bleef in kWh 7% achter bij de beoogde opbrengst. Dat is beter dan in 2013, toen ze 13% minder opbrachten. Daarover later meer. Uiteindelijk hebben onze winddelen ons in 2014 een besparing op onze elektriciteitskosten van ongeveer €96 opgeleverd.

Vergelijking variabele kosten gasverbruik. Cumulatief gedurende het jaar.
Ontwikkeling variabele kosten gasverbruik gedurende het jaar. Weergegeven als cumulatief op maandbasis.

De kosten voor gas zijn een stuk hoger dan de kosten voor elektriciteit. Wat logisch is, omdat we ons vooral gericht hebben op het zelf opwekken van elektriciteit. Bij gas gaat het vooral om besparen, buiten dan de zonneboiler voor warm tapwater. In de grafiek rechts is te zien dat onze zonneboiler ervoor zorgt dat de variabele gaskosten vanaf april t/m september nagenoeg nihil zijn. Ook is goed te zien dat we in 2013 fors meer gestookt hebben en dat we in 2014 weer terug zijn op het kostenniveau van 2011.

Als we naar de totale variabele energiekosten kijken (grafiek onder) dan valt op dat deze sinds 2013 licht dalen in de zomermaanden. Wat echter vooral opvalt is de forse daling dit jaar in vergelijking met eerdere jaren. Dat is met name te danken aan onze zonnepanelen. De variabele kosten bedroegen in 2014 iets minder dan €600, dat is iets minder dan €50 per maand.

Variabele energiekosten per jaar vergeleken. Weergegeven zijn de cumulatieve kosten per maand.

De hoogte van alle vaste lasten minus de korting op de energiebelasting bedroeg afgelopen jaren rond de € 120, dus ik verwacht dat onze totale energierekening over 2014 op ongeveer €700 uitkomt, wat neerkomt op iets minder dan €60 per maand. Daarover volgende keer meer, want kostenbesparing is maar een kant van het verhaal. Voor iemand die het energieverbruik van z’n huis wil verduurzamen, zoals wij, zijn de hoeveelheden de andere kant van het verhaal. Tijd dus om daar naar over te schakelen.

Energieverbruik & energieopwekking: op naar 100% duurzaam

Ik heb lang zitten puzzelen hoe ik ons aardgasverbruik op een begrijpelijke wijze kan vergelijken met ons elektricteitsverbruik. En hoe ik daar dan vervolgens weer op een zinnige en begrijpelijke wijze informatie over eigen opwekking aan koppel. Tot nu toe koos ik bij aardgas en de zonneboiler voor kubieke meter gasverbruik en bij elektriciteit voor kilowattuur. Samenvoegen onder dezelfde noemer kan via de route naar Joules. Alleen zegt het aantal Gigajoules energieverbruik de meeste mensen (inclusief mijzelf) weinig, tenzij je stadsverwarming hebt.

Tijdens een gesprek bij ThermIQ viel het kwartje. Zij vertelde dat in België de volledige energienota in kilowattuur wordt genoteerd. Dat is een eenheid die de meeste mensen wel wat zegt. Daarom nu een aantal grafieken die laten zien hoe ons energieverbruik zich sinds 2011 heeft ontwikkeld. Waarbij alle energiehoeveelheden omgerekend zijn naar kWh. Voor de puriteinen onder de lezers: gehanteerde omrekenfactor: 1 m3 aardgas is 9,77 kWh, dat staat gelijk aan 35,17 MJ.

Bruto energieverbruik in kWh per jaar, opgedeeld naar tapwater, verwarming en elektriciteit. * Cijfers Nibud en MilieuCentraal op basis van tussenwoning bouwjaar 1991 met 4 personen en 30% warmtebehoefte voor warm tapwater.
Bruto energieverbruik in kWh per jaar, opgedeeld naar tapwater, verwarming en elektriciteit.
* Cijfers Nibud en MilieuCentraal op basis van tussenwoning met bouwjaar 1991 en 4 persoonshuishouden. Uitgaande van 30% gasverbruik voor warm tapwater.

In de grafiek boven is te zien dat verwarming en warm tapwater (beide gas) volgens Nibud en MilieuCentraal de grootste energieslurpers zijn in een huishouden. Elektriciteit vormt zo’n 25% tot 30% van het energieverbruik van een huishouden met 4 personen in een rijtjeshuis met bouwjaar van begin jaren ’90.

Ook is te zien dat ons energieverbruik behoorlijk fluctueert, van zo’n 11 duizend kWh in 2011 naar ruim 15 duizend kWh in 2013 en weer terug naar zo’n 11 duizend kWh in 2014. Waarbij ook bij ons verwarming en warm tapwater de grootste energieslurpers zijn. Terwijl de focus bij ons al 3 jaar ligt op elektriciteit. Tijd dus om daar wat aan te veranderen. Zeker omdat we in staat zijn om zelf meer duurzame elektriciteit op te wekken, maar niet om groen gas te produceren. Ik heb nog wel wat twijfels over m’n eigen inschatting van de hoeveelheid gas die we gebruiken voor warm tapwater. Dit is nu ongeveer even hoog als ons energieverbruik voor verwarmen, terwijl het eigenlijk zo’n 20 tot 30% hoort te zijn.

2014_netto_energieverbruik_in_kwh_jaar2014_opgewekte_energie_in_kwh_jaarLeuker dan het bruto energieverbruik vind ik zelf om te zien hoe het aandeel zelf opgewekte energie bij ons de afgelopen jaren is gegroeid en hoe ons netto energieverbruik, de hoeveelheid gas en elektriciteit die we moeten kopen bij het energiebedrijf, is gedaald. Verrassend vind ik hoeveel kilowattuur de zonneboiler bijdraagt, al kan dat lager worden als ik de aannames over gasverbruik voor warm tapwater aanpas.

De grafiek onder maakt duidelijk dat we met het zelf opwekken van ons elektriciteitsverbruik voor nu klaar zijn. We wekken 100% van ons eigen elektriciteitsverbuik zelf op (iets meer zelfs). Dat betekent dat we enkel nog netto energieverbruik hebben voor warm tapwater en verwarming. Beide betreft aardgas. Dat kunnen we veel lastiger zelf verduurzamen, want zelf groen gas maken is naar mijn weten nog niet haalbaar.

Aandeel verwarming, warm tapwater en elektriciteit in netto energieverbruik. * Cijfers Nibud en MilieuCentraal op basis van tussenwoning met bouwjaar 1991 en 4 persoonshuishouden. Uitgaande van 30% gasverbruik voor warm tapwater.
Aandeel verwarming, warm tapwater en elektriciteit in netto energieverbruik.
* Cijfers Nibud en MilieuCentraal op basis van tussenwoning met bouwjaar 1991 en 4 persoonshuishouden. Uitgaande van 30% gasverbruik voor warm tapwater.

Tijd dus om door te gaan pakken op all-electric en te kijken of we de komende jaren meer ruimten kunnen gaan voorzien van bijvoorbeeld infrarood verwarming ter vervanging van de cv. In tegenstelling tot een test uit 2010 op Olinio en wat Jan Willem van de Groep in een recent blog schrijft heb ik namelijk niet het idee dat ik met infrarood ga inleveren op comfort. Sterker voor de badkamer is het een duidelijke verbetering t.o.v. de huidige cv-standaard, die warmtevraag in de centrale ruimte met thermostaat vergt om de verwarming in de badkamer aan de praat te krijgen. Tenzij we ruim duizend Euro investeren in een thermostaatsysteem dat per kamer regelbaar is, zoals bv. de Honeywell Evohome of Danfoss Living Connect met Link CC. Beide claimen dat daar gas mee te besparen is. Gezien ons lage gasverbruik weegt dat niet op tegen de kosten, als het al klopt (buiten de woonruimtes is de temperatuur nu namelijk vol continue op 15 graden ingesteld).

Een andere optie is een warmtepomp, nadeel vind ik dat we de radiatoren dan behouden, de kanalen van onze mechanische ventilatie aanzienlijk moeten gaan aanpassen of met decentrale oplossingen moeten gaan werken die we dan weer in de muren moeten zien weg te werken. Een ander nadeel vind ik de kosten van warmtepompen. Afgaande op MilieuCentraal bedragen de kosten van een warmtepomp die gebruik maakt van de buitenlucht zo´n €20.000. Nu weet ik dat de getallen van MilieuCentraal soms wat aan de conservatieve kant zijn, maar zelfs als het de helft is valt een warmtepomp de komende tijd buiten budget en vraag ik me af de meerkosten opwegen tegen de extra besparing.

2014_percentage_energieverbruik_zelf_opgewektEen laatste manier om naar het energievraagstuk te kijken die ik wil laten zien is wat BAS Nederland de weg naar nul noemt.  Eigenlijk een variant op nul-op-de-meter. Daarbij kijk je naar de mate waarin je voorziet in je eigen energievoorziening. Dit is weergegeven in de grafiek rechts, waarbij het effect van energiebesparende maatregelen niet los benoemd is. Zoals je ziet voorzagen we in 2014 in iets meer dan 45% van onze eigen energievoorziening. Een forse sprong t.o.v. 2013. Om dat verder op te schroeven kunnen we meer energie gaan besparen of nog meer zelf op gaan wekken. Dat laatste vergt verdere verschuivingen in onze warmtevoorziening van gas naar elektra.

Tot slot

Voor mij is het een eye-opener dat ons energieverbruik voor warmte en tapwater zo hoog ligt. In m3 vond ik 2013 best meevallen met iets meer dan 1.000 m3 aardgas, omgerekend in kilowattuur gaat het om bijna 12.000 kWh. Wat meteen duidelijk maakt dat focussen op elektriciteit niet altijd het handigst is als je je energieverbruik wil reduceren of onafhankelijker wil worden van het energiebedrijf. Onze zonneboiler neemt evenveel dakoppervlak in als een zonnepaneel, maar produceert wel bijna 5 keer zoveel energie als een enkel zonnepaneel…

Volgende keer de volledige jaarrekening, met een uitsplitsing naar de opbrengsten van onze rekening voor onze energieleverancier, het netwerkbedrijf en de belastingdienst.

Zoals altijd zijn vragen en commentaar welkom.

Aldel, of het failliet van het grootverbruikersconsortium

Bijna tien jaar geleden streed een klein groepje grootverbruikers van elektriciteit samen met de FNV voor lagere stroomprijzen. De overheersende gedachte bij het grootverbruikersconsortium (met steun van VNO-NCW) en de FNV was dat Nederland teveel dure gascentrales had die energie met een (te) hoge kostprijs leverden.

Het was dus tijd, meenden zij, voor nieuwe gas- en kolencentrales, die energie met een lagere kostprijs zouden kunnen leveren. Dure wind- en zonne-energie kon in hun optiek geen oplossing zijn.

Ook het Ministerie van Economische Zaken ging in die gedachte mee, zoals vorig jaar al te lezen viel in het uitstekende onderzoeksdossier Land van gas en kolen van de Onderzoeksredactie.

Energiebedrijven

De energiebedrijven hebben weinig plezier beleefd aan de toen gemaakte keuze voor investeringen in nieuwe kolen- en gascentrales. Eneco heeft zijn nieuwe gascentrale alweer gesloten. Vattenfall en RWE hebben forse afschrijvingen gedaan op hun Nederlandse tak. Een groot deel daarvan komt voor rekening van de afwaardering van hun productiepark.

Als gevolg hiervan is Nuon inmiddels door eigenaar Vattenfall uit de etalage gehaald. Pech voor de Nederlandse crowdfunders die vorig jaar het plan opperden om Nuon terug te kopen.

Grootverbruikersconsortium

Ook de leden van het grootverbruikersconsortium hebben weinig plezier beleefd van hun lobby. Het verschil in groothandelsprijs van elektriciteit met Duitsland is de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. Duitsland is de afgelopen jaren immers alleen maar doorgegaan met forse investeringen in wind- en zonne-energie.

Hoewel de kostprijs per megawattuur van laatstgenoemde energiebronnen misschien wel hoger ligt dan die van conventionele energie, zijn de marginale kosten nihil. Daarmee drukken wind- en zonne-energie de groothandelsprijs omlaag. Tot groot verdriet van eigenaren van kolen-, gas- en kerncentrales, doen met name zonnepanelen dat ook nog eens vooral op momenten met veel vraag naar elektriciteit, wat traditioneel de lucratieve uren waren.

De crisis in de kolensector is zo groot dat Vattenfall nu van de bruinkool activiteiten in Duitsland af wil. Al kan dat ook komen door de eigen duurzaamheidsdoelstellingen. Een duidelijker teken is dat Bilfinger, een bouwer van gas- en kolencentrales, Duitsland gaat verlaten (oei… toch wat de-industrialisatie). De draai die Bilfinger de laatste jaren heeft gemaakt, van nieuwbouw naar service, is duidelijk te laat gekomen.

Voor Herbert Bodner, de CEO van Bilfinger, is de situatie helder:

We moeten ons richten op landen waar kolen nog een toekomst hebben.

Het verdriet van Bilfinger en de energiebedrijven is echter de blijdschap van de Duitse energie-intensieve industrie. Het prijsvoordeel is zo groot dat Aldel vorig jaar al aangaf een eigen stroomkabel naar het Duitse net te willen om van dat prijsverschil te kunnen profiteren.

In de aankondiging dat aluminiumsmelterij Aldel weer opengaat, ontbreekt helaas de verwijzing naar de lobby, die Aldel en het grootverbruikersconsortium jaren hebben gevoerd, voor meer kolencentrales.

Aldel gaat open en zal in de toekomst rechtstreeks goedkope stroom uit Duitsland halen. De investering voor de kabel is voor de nieuwe oude eigenaar Kletsch waarschijnlijk met gemak te betalen uit winstuitkeringen van de afgelopen jaren.

Ministerie van Economische Zaken

Tenslotte heeft ook het Ministerie van Economische Zaken weinig plezier van de gevoerde strategie voor meer kolencentrales. Op de eerste plaats liggen de vergunningen nog steeds onder vuur van de milieubeweging. Op de tweede plaats is Nederland nog steeds niet de netto-exporteur van elektriciteit waar in Den Haag van gedroomd werd. Sterker Nederland betaalt per megawattuur meer aan Duitslandvoor import dan het ontvangt voor haar eigen export.

Om de zaak nog wat erger te maken, gaat het Ministerie van Economische Zaken de kolencentrales vanaf volgend jaar laten bijstoken met biomassa die duurder is dan windenergie… In de juni-fase van de Stimuleringsregeling duurzame energieproductie 2015 (SDE) ontvangen windmolens maximaal 10,7 Eurocent/kWH. Kolencentrales krijgen bij ‘meestook bestaande capaciteit’ 10,8 ct/kWh.

Dit artikel is eerder verschenen op Sargasso.

Gastbijdrage: Duitse export van elektriciteit waardevoller dan import

ANALYSE – De elektriciteit die Duitsland in 2013 exporteerde was 6,3% duurder per MWh dan de elektriciteit die het land importeerde. De realiteit is dus precies tegenovergesteld aan het veelgehoorde verhaal dat Duitsland haar overschot aan duurzame elektriciteit tegen dumpprijzen verkoopt in omliggende landen.

Deze gastbijdrage is een vertaling van een artikel van Craig Morris door mij voor Sargasso.

Vooral voor Frankrijk is de situatie ongunstig; de Duitse elektriciteit die wordt geïmporteerd is 24,4% duurder dan de elektriciteit die Frankrijk naar Duitsland exporteert.

Trek dus maar 2,8 miljard Euro af van de kosten van de Energiewende in 2013. Dit bedrag verdiende Duitsland dat jaar met de export van energie.

De algemene aanname is dat Duitsland haar overtollig geproduceerde duurzame elektriciteit (een gevolg van ‘onberekenbare’ wind- en zonne-energie) dumpt in omliggende landen. Dit zou dan betekenen dat de elektriciteit die Duitsland exporteert minder waard moet zijn dan de waarde van de elektriciteit die Duitsland – naar wordt aangenomen op zon- of windloze dagen – importeert.

Dat lijkt een logische conclusie, maar als we naar de data kijken, ontstaat een heel ander verhaal.

Zo zijn in Frankrijk de stroomprijzen vaak flink negatiever dan in Duitsland. (Negatieve stroomprijzen worden berekend wanneer, met name in daluren, veel overtollige energie op het elektriciteitsnet wordt gedumpt – bijvoorbeeld door een teveel aan wind of zon, maar ook door de relatief hoge kosten van het naar beneden schakelen van conventionele kern- of kolencentrales.)

Het veelgehoorde bezwaar tegen zonne- of windenergie, dat deze moeilijker dan conventionele elektriciteit, in overeenstemming met de energievraag zijn te brengen, gaat dus niet op.

Vorig jaar schreef ik hoe de gemiddelde Duitse exportprijs per kWh 5,6 Eurocent was, vergeleken met 5,25 Eurocent voor iedere geïmporteerde kWh. Met andere woorden: Duitse elektriciteit was 0,35 Eurocent meer waard dan buitenlandse elektriciteit.

Dit prijsverschil is vorig jaar echter nooit expliciet gemaakt; het persbericht van het Duitse centraal bureau voor statistiek presenteerde enkel de ruwe data. Dit jaar was er niet eens een persbericht. Daarom heb ik de ruwe data zelf opgehaald (klik hier).

Country Power exports MWh Value in 1,000 euros Power imports in MWh Value in 1,000 euros
2013
Belgium
Luxembourg 4,137,024 209,295
Sweden 1,049,091 44,492 1,078,890 46,899
Denmark 6,128,898 301,543 3,678,792 209,096
France 1,605,290 85,743 11,606,053 498,465
Netherlands 24,491,975 1,337,447 273,985 14,313
Austria 15,424,664 812,725 7,070,229 382,777
Poland 5,672,752 270,502 562,580 25,932
Czech Republic 2,525,571 135,571 9,203,951 471,618
Switzerland 10,792,061 559,501 3,398,437 164,927
TOTAL 71,827,326 4,581,922 35,794,027 1,767,128
Price of kWh (all) 5.2303 4.9197
Price of kWh (France) 5.3413 4.2949

Op de eerste plaats zien we dat er geen elektriciteit wordt verhandeld met België (informatie die ik heb toegevoegd om duidelijk te maken dat ik België niet ben vergeten). Ook Luxemburg exporteert geen stroom terug naar Duitsland. Het verschil tussen de gemiddelde prijs per kWh geëxporteerde stroom en geïmporteerde stroom is 0,31 Eurocent in het voordeel van Duitsland. Opvallend is het grote verschil bij de handel met Frankrijk, dat is bijna 25%.

Let op dat het hier gaat over fysieke elektriciteitsstromen, niet om commerciële aankopen. In de tabel hierboven lijkt het alsof Frankrijk acht keer zoveel stroom verkoopt aan Duitsland dan het koopt van Duitsland, maar Frankrijk gebruikt het Duitse elektriciteitsnet ook om stroom te verkopen aan Zwitserland en Italië. In werkelijkheid is Frankrijk een grote commerciële koper van Duitse stroom.

De oorzaken hiervan zijn wederom empirisch eenvoudig te begrijpen (al lijken ze niet logisch). Op de eerste plaats moeten we voorbij de nonsens dat Duitsland onverkoopbare hernieuwbare elektriciteit dumpt op de elektriciteitsmarkt van buurlanden. (Wat Frankrijk overduidelijk wel doet met onverkooopbare kernenergie). Duitsland heeft recent een nieuw record gevestigd, waarbij 73% van de elektriciteit duurzaam werd opgewekt. Dat is duidelijk geen overproductie aan hernieuwbare elektriciteit, daarvoor moet meer dan 100% worden opgewekt (een grens die Denemarken al haalt met enkel windenergie).

En zoals ik al heb uitgelegd, zorgt de buitenlandse vraag naar Duitse elektriciteit voor een hogere productie van grijze stroom; de productie van hernieuwbare elektriciteit wordt niet beïnvloed door de vraag uit het buitenland.

Duitsland exporteert goedkope energie omdat conventionele centrales in de knel komen door de groeiende productie van hernieuwbare elektriciteit en deze conventionele centrales niet rendabel kunnen draaien bij een passende (lage) energieproductie. Kortom: Duitsland dumpt juist grijze stroom in buurlanden.

Onderstaande grafiek illustreert ook wanneer Duitsland stroom importeert en exporteert.

Energie-export-Dld-458x300

Agora Energiewende

De rode lijn geeft de Duitse elektriciteitsvraag weer. Duitsland exporteert elektriciteit wanneer de rode lijn onder het grijze gebied komt. ‘s nachts en aan het begin van de dag gaan de elektriciteitsproductie en de vraag naar elektriciteit redelijk gelijk op. Op deze momenten, wanneer de elektriciteitsvraag en -prijs laag zijn, exporteert Duitsland, relatief gesproken, maar een klein beetje energie. Echter wanneer de vraag (en dus ook de prijs) hoog zijn, is de Duitse energie-export veel groter.

Kerncentrales in Frankrijk draaien over het algemeen zo veel mogelijk op vol vermogen, dus die kunnen de productie niet verder opschroeven. Frankrijk was mede daarom de tweede importeur van Duitse elektriciteit na Nederland. Alleen zijn Nederlanders gewiekste ondernemers, geen ideologische aanhangers van bepaalde technologieën, zodat de waarde van de elektriciteit die Duitsland aan Nederland verkocht slechts 4,6% meer waard was dan de elektriciteit die Duitsland van Nederland kocht.

Dat is dan het einde van het verhaal dat Duitsland duurzame elektriciteit tegen verlies dumpt in omliggende landen. Het is een logisch verhaal, maar dat was Aristoteles’ metafysica ook. Sinds de Middeleeuwen is wetenschappelijk denken gebaseerd op experimenten en data. En dat is waar de Duitse energietransitie op is gebaseerd.

Helaas lijkt veel van de kritiek op de Duitse energietransitie op het wensdenken van metafysici die hun uitleg van de vier elementen en lichaamsvloeistoffen als een feit neerzetten, terwijl hun verhaal enkel klopt volgens de regels van de logica.

Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.