Belemmeringen van duurzame ondernemers

Vorige week schreef ik een stukje over belemmeringen voor duurzame ondernemers en duurzame innovatie. Uit dat stuk kan onterecht de indruk ontstaan dat uitdagingen enkel bij de overheid of financiers liggen. Dat is naar mijn mening niet het geval, ook voor duurzame ondernemers zijn er nog voldoende uitdagingen. De vier meest in het oog springende zijn in mijn ogen:

  1. Idealisme;
  2. Kennis van financiering;
  3. Verschil tussen opschalen en kopiëren;
  4. De overheid als probleemoplosser.

Idealistisch

Duurzame ondernemers zijn vaak wat idealistischer dan andere ondernemers. Dat maakt dat ze soms onjuiste verwachtingen hebben van hun marktkansen. Als hun product bijvoorbeeld milieuvriendelijker is dan dat van de concurrent denken ze in een paar jaar tijd minstens 50% van de markt over te nemen, alsof bestaande concurrent voor die tijd niet allang gereageerd zullen hebben… Soms door verbeterde producten, soms door te lobbyen voor aanpassing van de regelgeving om het concurrentievoordeel van de duurzame ondernemer te beperken (of in heel extreme gevallen zelfs tot een concurrentienadeel te maken).

Een andere reactie kan zijn dat concurrenten langjarige contracten aangaan met hun afnemers. Op die manier wordt het voor een nieuwkomer op de markt erg lastig om er tussen te komen. Nieuwe contracten binnenhalen wordt dan een kwestie van een lange adem, wat in het nadeel is van met name startende bedrijven. Want geen klanten = geen omzet, en startende ondernemers beschikken vaak niet over diepe zakken.

Financiering

Dat brengt ons meteen bij het tweede probleem van duurzame ondernemers: ze hebben niet altijd even veel kaas gegeten van financiering. Ze kloppen bijvoorbeeld bij een bank aan om een experimentele productontwikkeling gefinancierd te krijgen. Het risico van zo’n project is echter vaak te hoog voor een bank. De klanten van de bank willen nu eenmaal jaarlijks rente over hun spaargeld en uiteindelijk ook hun spaarcentjes gewoon volledig terug krijgen.

Voor het financieren van R&D en pilot projecten zul je naar business angels of venture capital op zoek moeten. Wat een nieuwe uitdaging oplevert, omdat deze meestal via het verstrekken van eigen vermogen werken. De ondernemer moet dan een deel van zijn bedrijf ‘verkopen’ aan een ander, wat ook de nodige stof voor conflicten kan opleveren. Al biedt het ook volop kansen, want een goede business angel of venture capitalist brengt ook kennis en een netwerk mee. Zoals een Amerikaanse venture capitalist ooit tegen mij zei:

Het is kiezen tussen 100% van het chocoladekoekje of 25% van de chocoladetaart.

Wat een ondernemer kiest is zijn eigen keus, beide keuzes hebben z’n voor- en z’n nadelen. Wanneer je kiest voor het volledige chocoladekoekje is het hard werken en mogelijk een stevige strijd tegen gevestigde partijen. Wanneer je kiest voor een deel van de chocoladetaart kan het zomaar gebeuren dat je bedrijf wordt opgekocht door een grote partij, zoals recent met Epyon is gebeurd.

In beide gevallen biedt het opkomende fenomeen van crowdfunding een nieuwe mogelijkheid voor financiering van je bedrijf. Dat kan zowel via eigen vermogen (bv. Symbid) of via vreemd vermogen / leningen (bv. CrowdAboutNow of We komen er wel).

Kopiëren vs. opschalen

Veel duurzame ondernemers die ik de afgelopen jaren heb gesproken zijn actief in de milieutechnische hoek. Het zijn gedreven en ambitieuze techneuten. Het nabouwen van een bestaande installatie vinden ze maar saai en het streven blijft naar nog beter en nog groter. Terwijl het veel makkelijker is om een bestaand type installatie nogmaals te bouwen. De technische en financiële risico’s zijn voor klanten en financiers veel beter te overzien, waardoor de financiële voorwaarden gunstiger zijn. Aan financiers en potentiële klanten kan een bestaande installatie getoond worden die aan dezelfde specificaties voldoet en naar tevredenheid van de klant werkt.

Een grotere of betere installatie geeft opnieuw de nodige (financiële) risico’s. Een installatie die een factor 10 groter is kan te maken krijgen met onverwachte technische problemen. In het geval van gebruik van een verbrandingsmotor kan het bijvoorbeeld gaan om sterk stijgende verbrandingsemissies door onvolledige verbranding. Bij gebruik van een verwarmingsmotor voor het verwarmen van een oven kan de temperatuur in de oven ongelijkmatig worden met schade aan het eindprodukt tot gevolg.

Bel OVERHEID voor al uw problemen

Een laatste categorie uitdagingen is de reflex om voor de oplossing van ieder probleem naar de overheid te kijken. Of het nu gaat om problemen met regelgeving, vinden van klanten of financiering de neiging bestaat al snel om naar de overheid te kijken voor de oplossing van deze problemen. Zelf werd ik altijd het meest recalcitrant van ondernemers met een briljante business case die alleen nog even gefinancierd moet worden door de overheid. Mijn tegenvraag was altijd waarom de bank of een andere financier de briljante business case niet wilde financieren?

Meestal lagen er dan onder de oppervlakte factoren die voor een bank (en iedere andere financier) een risico vormen, bijvoorbeeld onervaren ondernemers, geen of weinig zekerheden, geen of weinig omzet, enkel een prototype beschikbaar (en nog geen werkend produkt) of de financier wilde een aandeel en zeggenschap in het bedrijf in ruil voor financiering.

De overheid heeft diverse regelingen om dergelijke risico’s voor financiers te verkleinen of beheersbaar te maken, bijvooorbeeld d.m.v. borgstellingen. Stap 1 is echter dat de business case werkelijk op orde is, want over het algemeen moet de financier de aanvraag voor deze regelingen doen. Zodat de overheid zeker weet dat enkel geld wordt gestoken in ondernemers met voldoende marktpotentie. De overheid investeert zelf namelijk niet rechtstreeks in bedrijven. Tenzij je een olie- of gasput gaat slaan dan kan je de Nederlandse overheid vragen om via haar dochteronderneming Energie Beheer Nederland risicodragend te investeren, wat via dividendafdrachten weer terugkeerd in de schatkist als aardgasbaten.

Waar haal je meer kennis vandaan?

Als je als duurzaam ondernemer meer zicht wilt krijgen op mogelijke strategiën om bovengenoemde uitdagingen aan te pakken kun je op verschillende plekken terecht. Zelf heb ik de afgelopen jaren veel plezier gehad van het TNO onderzoek The Future of Industry. Vooral de bijbehorende visualisaties van marktblokkades en mogelijke strategiën om deze te overkomen vind ik erg verhelderend. Ik weet niet zeker of die ook in het onderzoeksrapport staan en ik kan helaas geen presentatie online vinden met de plaatjes die ik bedoel. Een andere optie is om je licht eens op te steken bij MVO-Nederland of De Groene Zaak.

Nederland modderland, belemmeringen voor duurzame innovaties

Gisteravond heb ik Goudzoekers zitten kijken. De aankonding van de aflevering Nederland Modderland beloofde veel:

Nederland dreigt de boot weer eens te missen. Het zou als ondernemend, duurzaam en vernieuwend land weer op de kaart gezet worden -dat was wat Balkenende voor ogen had, toen hij in 2003 het Innovatie Platform oprichtte. Hoe is het nu met dat ‘swingende kennisland’?

De start was ook goed met Ruud Koornstra en Igor Kluin die uitlegde op welke wijze zij hun onderneming runnen en tegen welke belemmeringen ze daarbij aan lopen. De anekdote van Igor Kluin over een manager van een netwerkbedrijf dat het product van Qurrent onzinnig vind legt meteen de vinger op een van de zere plekken van de transitiefanfare.

Desondanks kon de uitzending de belofte van de aankondiging naar mijn mening niet waarmaken. Zoals ik tijdens de uitzending al tweette vond een van de interviewers luchtgitaar spelen helaas belangrijker dan doorvragen aan de geëmigreerde ondernemer welke belemmeringen in regelgeving voor startups zijn vertrek naar de VS veroorzaakt hadden. Gelukkig maakte Frans Nauta het nog goed door voor te stellen om alle hoogleraren voortaan nog maar 9 maanden salaris te geven en ze de andere 3 maanden bij te laten klussen ter meerdere eer & glorie van het ‘algemeen belang’ (of ordinair gezegd: bijscharrelen om zorg te dragen voor voldoende nieuwe en innovatieve bedrijvigheid in profit of non-profit hoek).

Onderzoek naar belemmeringen

Ik wil niet beweren dat ik alle antwoorden heb op belemmeringen voor (duurzame) innovaties in Nederland. Op gebied van duurzame innovaties zijn er inmiddels al wel voldoende rapporten en onderzoeken verschenen die houvast bieden. Een makkelijk weg te lezen start vormt het rapport Koplopersloket Schone Energie (pdf  hier) uit 2009 van Rebelgroup. Degelijkere werkjes (vooral ook dikker, saaier en wetenschappelijk verantwoorder) zijn gemaakt in opdracht van de Europese Commissie, DG Enterprise. Bijvoorbeeld de Study on the Competitiveness of the EU eco-industry (2009) of de studie naar milieuschadelijke subsidies uit 2010.

De conclusies en aanbevelingen komen ruwweg overeen en bevatten vaak onderdelen van de volgende waslijst:

  • zorg voor een gelijk speelveld tussen duurzaam en niet-duurzaam (dus bouw milieuschadelijke subsidies en/of ondersteuningsregelingen af);
  • zorg voor voldoende geld / financiering;
  • zet de inkoopmacht van de overheid in;
  • neem hindernissen in regelgeving weg;
  • zorg voor kennisoverdracht tussen klant en leverancier van duurzame producten/diensten;
  • zorg voor een goede Europese markt voor duurzame innovaties, de Nederlandse markt is te klein om van schaalvoordelen te profiteren (dus zet in op Europese standaarden);
  • een eigen thuismarkt is van groot belang om tot export te kunnen komen (‘eat your own dogfood’).

Alternatieve opvattingen

Natuurlijk vind niet iedereen dat bovengenoemde punten recht doen aan de knelpunten die er bestaan op gebied van duurzame innovaties. Als je daar in geïnteresseerd bent raad ik je aan om eens rond te neuzen in de archieven van de LinkedIn groep Innovatie 2.0 of in het archief van het weblog van Wouter de Heij.

Impressie Cradle 2 Cradle – duurzaam beton – 23 juni 2011

Op donderdag 23 juni was ik te gast bij de Cradle 2 Cradle – duurzaam beton conferentie die werd georganiseerd door Strukton, Bouwend Nederland en de Stichting Vernieuwing Bouw. Onderwerp van de bijeenkomst was een onderzoeksproject naar recycling van beton in het kader van het 7e Kaderprogramma (KP7) Recyling bouwmaterialen, waar vanuit Nederland StruktonTheo PauwHeidelberg/ENCI en de TU Delftaan meewerken (met nog 12 Europese partners). De bijeenkomst vond plaats in het gebouw van Bomen Centrum Nederland te Baarn, waar geen spatje beton in te vinden was… Tijdens de bijeenkomst waren er presentaties van:

  • Peter Rem, Technische Universiteit Delft;
  • Frank Hoekemeijer, Strukton Civiel;
  • Andre Burger, directeur Cement & BetonCentrum;
  • Douwe Jan Joustra, partner One Planet Architecture institute (OPAi).

Bij de opening door Martijn Smitt, directeur Strukton Civiel, passeerde een paar mooie voorbeelden van duurzame oplossingen van Strukton de revue, zoals hergebruik van rail ballast, hergebruik van sloopmateriaal in het eigen productieproces, het combineren van transportbewegingen voor brengen van bouwmateriaal en halen van afval, en een getijde energiecentrale in de Oosterschelde, waarvan Strukton zelf ook elektriciteit af gaat nemen.

De presentaties

Peter Rem van de TU Delft schetste in zijn presentatie de technische contouren van het project en de mogelijkheden die het project biedt. Hij gaf aan dat Europese programma’s beginnen vanuit een oogpunt dat voor bedrijven soms wat vreemd oogt: de positieve effecten voor de Europese burger. Projecten die de EU steunt vanuit de Kaderprogramma’s moeten bijdragen aan de gezondheid, welvaart en het milieu voor de Europese burger en aan harmonisatie van regelgeving binnen Europa.

In het geval van recycling van bouwmaterialen gaat het dan concreet om:

  • het verminderen van transportbewegingen;
  • minder gebruik van niet-duurzame materialen;
  • uitwerking van de resultaten van het onderzoek op Europese regelgeving.

Peter Rem gaf aan dat de cementindustrie (een belangrijke grondstof voor beton) wereldwijd goed is voor 5 tot 10% van de CO2 emissies. André Burger gaf later aan dat de cementindustrie wereldwijd goed is voor 5% van de CO2 emissies en in Nederland slechts voor 2% van de CO2 emissie. Daarmee zit de cementindustrie volgens Douwe Jan Joustra in dezelfde orde van grootte als de luchtvaart- en scheepvaartsector. Een grote uitstoter van CO2, wat ook verantwoordelijkheid voor de vermindering van emissies met zich meebrengt.

Toekomstverwachtingen betonmarkt

Wereldwijd is veel beton aan het einde van haar levensduur (in jargon EOL beton als ik het goed begreep). Nederland loopt binnen Europa voorop in recycling van Bouw en Sloop Afval (BSA), in het zoeken van hoogwaardige toepassing van vrijkomende materialen en in innovatieve methodieken om gebouwen te ontmantelen. Het storten van beton (of ander afval) gebeurd in Nederland vergeleken met andere landen niet tot nauwelijks.

De verwachting voor de toekomst (tot 2025) is dat de hoeveelheid EOL beton toeneemt. Momenteel wordt end of life beton vooral gebruikt om menggranulaat van te maken, dat op haar beurt weer dient als fundering voor wegen. De verwachting is dat de vraag naar menggranulaat voor deze toepassing in de toekomst echter nauwelijks groeit. Dat betekent dat in 2025 mogelijk een overschot aan EOL beton ontstaat. De hoofdvraag van het onderzoeksproject is hoe dit overschot op een duurzame wijze gerecycled kan worden. Factoren die daarbij meespelen zijn het aantal transportbewegingen, cement en energie (de 3 ecologische kanten waar naar gekeken wordt), de proceskosten (de economische kant), de productkwaliteit en productgaranties (de markt kanten).

Het onderzoeksconsortium heeft een proefproces ontwikkeld dat de naam Advanced Dry Recovery (ADR) heeft meegekregen. Het betreft een mobiel proces dat ingezet kan worden op de slooplocatie, waardoor de hoeveelheid transportbewegingen beperkt blijft. In de ADR wordt het beton gescheiden in grof en fijn betongranulaat. Het grove betongranulaat is zuiver genoeg om als grondstof voor beton te dienen. De fijnere fractie kan als grondstof voor cement dienen, waarmee het een CO2 besparende vorm van recycling is. De kwaliteit van de reststoffen is digitaal te monitoren. Volgens Peter Rem is het proces economisch rendabel en competitief. Een eerste praktijktest wordt uitgevoerd bij de sloop van het oude IBG gebouw in Groningen.

Uitdagingen

Hoewel ADR volgens de TU Delft een veelbelovende technologie is, zijn er zeker ook nog beren op de weg. Zo is het lastig om met vaste percentages herbruik te werken, zoals BREAAM doet, omdat betongranulaat niet altijd lokaal beschikbaar is (je gaat bv. meestal het oude pand pas slopen als je het nieuwe pand voor een opdrachtgever hebt staan). Daarnaast is het van belang dat het beton bij sloop meteen gescheiden wordt en dat de kwaliteit van het betongranulaat goed is. Verder moet het inzetten van de techniek ook in de praktijk rendabel zijn.

Een laatste uitdaging is het effect van ADR op de duurzaamheidsscore van een project. Vooralsnog levert het nieuwe proces binnen de verschillende berekeningsmethoden voor duurzaam bouwen nog weinig op. Bij BREAAM is 1 punt te verdienen als je meer dan 25% beton hergebuikt binnen een straal van 30 kilometer. Bij DuboCalc en GreenCalc heeft hergebruik van beton nog helemaal geen effect op de duurzaamheidsscore. Terwijl er in de levencyclusanalyse wel milieuwinst geboekt wordt. Niet alleen wordt er minder CO2 uitgestoten per ton cement, ook wordt er bespaard op het aantal benodigde transportbewegingen. En de transportsector is goed voor een aanzienlijk deel van de CO2 emissies, maar ook voor geluidshinder en luchtverontreinigende emissies, zoals fijn stof en stikstofoxides.

Hoe worden de uitdagingen getackeld?

Strukton pleitte tijdens de bijeenkomst voor een ketenbrede aanpak om de uitdagingen te tackelen en ADR tot een succes te maken. Strukton werkt zelf mee aan het opzetten van deze ketenbrede aanpak, zowel binnen het onderzoeksconsortium als via het betonketen overleg van MVO Nederland.

Overige opvallende punten van de middag

Wat me opviel tijdens de bijeenkomst was de wil en verwachting bij een groot aantal aanwezigen dat het nu echt tijd is om veranderingen in de bouwsector in te gaan zetten. Niet meer praten, maar echt gaan doen. Dat stemt hoopvol.

Wat me ook opviel was het grote verschil tussen de defensieve toonzetting van Andre Burger over duurzaam beton en de offensieve insteek van Douwe Jan Joustra van OPAi. Burger haalde de passage uit Alice in Wonderland aan waarbij Alice vraagt welke weg ze moet nemen. Waarop ze de vraag krijgt waar ze heen wil. Alice zegt dat ze dat niet weet, waarop ze het antwoord krijgt dan maakt het ook niet uit welke weg je neemt. Moraal van het verhaal: definieer eerst duurzaamheid en dan gaan we ’t oplossen. De versie van Douwe Jan Joustra (waar ik me meer in kan vinden) luidde: we weten allemaal waar we niet willen zijn, dus tijd om aan de slag te gaan om uit te zoeken hoe we hier vandaan komen.

Een van de manieren van de cementindustrie in Nederland en Europa om de CO2 emissie te reduceren is door de inzet van secondaire brandstoffen en biomassa. Overigens lobbied de cementindustrie naar mijn weten nog steeds stevig tegen het verhogen van de reductiedoelstelling voor CO2 in de EU i.v.m. de kans op carbon leakage. Als de cementindustrie in de EU nagenoeg klimaatneutraal zou zijn lijkt me dat weggegooid geld…

Daarnaast is klimaatneutrale productie slechts een aspect van velen die te maken hebben met duurzaamheid. Wie bijvoorbeeld kijkt in het Europese Emissieregistratiesysteem (E-PRTR) onder mineral industry / productie van cement komt nog een heleboel andere stoffen tegen die niet bekend staan om hun onschadelijkheid. Andre Burger stelde dat er wereldwijd ruim voldoende grondstoffen voor cement zijn, de wereldbehoefte aan aggregaten voor beton voor een periode van 40 jaar komt overeen met de inhoud van één Mont Blanc. Waarop een van de aanwezige antwoordde: de Zwitsers hebben misschien grondstof voor cement in overvloed, maar ze zijn wereldkampioen recyclen en bovendien erg gehecht aan hun Alpen…

Joustra nam een andere insteek: het gaat er in zijn optiek niet zozeer om om minder CO2 uit te stoten, als wel om zo te ontwerpen dat je je schaarse grondstoffen terugkrijgt aan het einde van de levensduur van een produkt. Bij voorkeur met behoud van kwaliteit. Zoals gebruikelijk bij Cradle2Cradle maakte Douwe Jan daarbij een onderscheidt tussen de technische en biologische kringloop. Alles wat vanzelf afbreekt zonder gevaar voor het ecosysteem behoort tot de laatste categorie, alles wat wel risico’s voor ecosystemen oplevert hoort thuis in de technische kringloop. Douwe Jan pleitte ook voor het gebruik van goede stoffen (geen betere of minder slechte, maar GOEDE).

Fabrikanten kunnen het bezit van grondstoffen behouden door producten niet te verkopen, maar te verhuren of leasen. Dat maakt dat je vanzelf anders gaat ontwerpen, want aan het eind van de rit mag je het zelf opruimen… De gebruiker vraagt ook niet om alle problemen die er komen kijken bij het bezit van een produkt, maar om de prestatie die het produkt levert. Je wil geen lamp, maar licht. In dat kader ontwikkelde Rau Turntoo, een concept dat draait om de prestatie van een produkt ipv het eigendom. Dat kan ook voor de bouw interessant zijn, zo zijn oude bakstenen vaak meer waard dan nieuwe. Ziedaar de ClickBrick van Daas Baksteen

Tot slot las ik nog een intrigrerende vraag die Ruud Koornstra tijdens een andere bijeenkomst over beton stelde, namelijk hoe het komt dat we als land met bijna de zachtste boden van de wereld toch de zwaarste gebouwen neerzetten? Een vraag waarop de zaal vol bouw- en betonexperts stil bleef.

Update 17 augustus 2011: Uit reacties via de email begrijp ik inmiddels dat Nederland niet zwaarder bouwt dan andere landen en dat de bouwmateriaalconsumptie per m3 gebouwinhoud in België en Duitsland tientallen procenten hoger ligt. Ik heb geen statistieken of gegevens om dat te onderbouwen. Terecht werd via de mail de vraag gesteld of gewicht het punt is of dat het gaat om een optimale bouwstijl gegevens de lokale omstandigheden.

Veerkrachtige steden toegift

Mark van Baal vroeg zich vorig jaar in een artikel in Ode af wat er komt na duurzaamheid. Hij stelde voor om uit te gaan van het begrip veerkracht. Een mooi concept, inmiddels heb ik ook een aantal geweldige filmpjes op internet gevonden dat invulling geven aan het begrip voor steden.

Als toegift op een week vol berichten over veerkrachtige steden vandaag een met feiten en cijfers overladen presentatie van Peter Calthrope. Ondanks de hoeveelheid cijfers is het zeker geen saaie presentatie. Calthrope gaat onder andere in op de relatie tussen bouwwijze en CO2 uitstoot, maar ook op het verband tussen waarde van het vastgoed en de ‘loopbaarheid’ van de buurt. Waarschuwing voor autominnaars en OV-haters: het bekijken van deze presentatie kan je aan het nadenken zetten 😉

Veerkrachtige steden: verticale tuinen

Mark van Baal vroeg zich vorig jaar in een artikel in Ode af wat er komt na duurzaamheid. Hij stelde voor om uit te gaan van het begrip veerkracht. Een mooi concept, inmiddels heb ik ook een aantal geweldige filmpjes op internet gevonden dat invulling geven aan het begrip voor steden. Daarom deze week een reeks over veerkrachtige steden.

Vandaag een aantal presentaties over verticale tuinen en alles wat daarbij komt kijken. Het onderwerp sluit mooi aan bij het verhaal van Jan Rotmans, maar ook bij de ontwikkeling van urban farming en groene daken in Nederland.

Jan Rotmans over veerkrachtige steden

Mark van Baal vroeg zich vorig jaar in een artikel in Ode af wat er komt na duurzaamheid. Hij stelde voor om uit te gaan van het begrip veerkracht. Een mooi concept, inmiddels heb ik ook een aantal geweldige filmpjes op internet gevonden dat invulling geven aan het begrip voor steden. Daarom deze week een reeks over veerkrachtige steden.

Vandaag aandacht voor Jan Rotmans, een van de nestors van de transitie naar een duurzame economie in Nederland. Hieronder vind je zijn presentatie van het TVVL congres. De presentatie is in vier delen geknipt. In het eerste deel gaat Jan Rotmans in op het ontstaan van een nieuwe economie rond duurzaamheid, mondiaal gezien de snelst groeiende economie. In het tweede deel geeft hij 10 verrassende manieren om te kijken naar duurzaamheid in de gebouwde omgeving. Het derde deel gaat over oud en nieuw denken: biomassa als grondstof, een denkrichting voor de Rotterdamse haven en het Doorbraakplan. In het vierde deel constateert Rotmans dat we wel goed bouwen, maar hij vraagt zich af of we wel de goede dingen bouwen? Wat denk jij na het zien van Rotmans presentatie?

Veerkrachtige steden: Natalie Jeremijenko: The art of the eco-mindshift

Mark van Baal vroeg zich vorig jaar in een artikel in Ode af wat er komt na duurzaamheid. Hij stelde voor om uit te gaan van het begrip veerkracht. Een mooi concept, inmiddels heb ik ook een aantal geweldige filmpjes op internet gevonden dat invulling geven aan het begrip voor steden. Daarom deze week een reeks over veerkrachtige steden.

De aftrap is aan een presentatie op TED. Dat is altijd een mooie bron van inspiratie, zeker als je behoefte hebt aan wat anders dan de zwart wit tegenstellingen die de boventoon lijken te voeren in het openbaar debat. In onderstaand filmpje laat Natalie Jermijenko een aantal mooie voorbeelden van omdenken zien. Waarbij de stadse omgeving voor mens en milieu verbeter en er ook nog werkgelegenheid wordt gecreëerd.

De voorbeelden komen uit haar Environmental Health Clinic. Welke van deze voorbeelden zijn volgens jou bruikbaar voor Nederlandse steden?

Innoveren met de zon

Onze zonneboiler draait al een aantal maanden naar volle tevredenheid. Toch blijf ik me er over verbazen dat de warmte die de boiler produceert niet voor meer doeleinden ingezet wordt. Van de installateurs begreep ik dat de temperatuur van de heatpipes in de zomer tot boven de 200 graden celsius kan oplopen. Warm zat dus om elektriciteit op te  wekken. In januari kreeg ik via Twitter al een keer een reactie dat dat niet mogelijk zou zijn.

Maar het blijft knagen. Daarom in het kader van de Solar Days aandacht voor een Amerikaanse aanpak, waarmee zonnepanelen dubbel rendement opleveren.

Alternatieve aanpak

Een paar maanden geleden kwam ik het Amerikaans bedrijf Echo First op het spoor dat een andere manier heeft gevonden om energie en warmte uit de zon te winnen. Het demo filmpje dat op hun website staat is zeker de moeite waard om te bekijken.

Het idee is heel simpel (de uitvoering vast veel ingewikkelder): leg standaard zonnepanelen op een dak, sluit de panelen aan 3 kanten hermetisch af, laat lucht onder de panelen doorstromen, leidt deze warme lucht door een warmtewisselaar. Resultaat: warm water en elektriciteit. Het systeem schijnt zelfs in staat te zijn om als airco te fungeren.

Op de website van Echo First staat een informatief filmpje over hoe het werkt. Nu nog een Nederlandse importeur of licentiehouder…

Blog Action Day 2010: Pharmafilter #bad2010

15 oktober is het tijd voor de jaarlijkse Blog Action Day. Het thema van dit jaar is, zoals ik al eerder schreef, water. In aanloop daarnaar toe wil ik een aantal Nederlandse bedrijven met innovatieve waterproducten in het zonnetje zetten. Water is tenslotte een van de belangrijke innovatie en . Vandaag Pharmafilter.

Pharmafilter is een Nederlands bedrijf dat een totaal oplossing biedt voor afval en afvalwater in de zorgsector. Volgens Pharmafilter heeft hun systeem de volgende voordelen (bron website van Pharmafilter):

  • meer efficiency en hygiene bij de verwerking van ziekenhuisafval;
  • op locatie reductie van het vaste afval en reiniging van het afvalwater;
  • verwijdering van medicijnen, röntgen en hormoonverstorende stoffen.

Het resultaat water dat rechtstreeks geloosd kan worden op het oppervlaktewater, of hergebruikt voor bv. toiletten, biogas voor opwekking van energie en het vaste afval kan gerecycled worden of worden gebruikt voor opwekking van energie (verbranden).

Met het zuiveren van medicijnresten uit het afvalwater van zorginstellingen biedt Pharmafilter een oplossing voor een milieuprobleem waar naar mijn weten nog weinig oplossingen voor bestaan. Een beetje zoeken op internet leert wel dat er meerdere waterschappen, universiteiten en bedrijven zoeken naar oplossingen.

Pharmafilter vormt een mooi voorbeeld van hoe de industrie met innovatieve oplossingen een bijdrage kan leveren aan  maatschappelijke problemen. Hieronder nog een filmpje over de werking van het systeeem van Pharmafilter.

Persbericht: Icos Capital, BAM, CSM, Imtech en TU DELFT geven nieuwe impuls aan cleantech innovaties

Via de Technopartner regeling ondersteunt EZ zogenaamd seed-capital fondsen om te investeren in technostarters. Cleantech vormt daar ook een onderdeel van, zoals blijkt uit het persbericht dat Icos Capital, een van de fondsen die deelneemt aan de Technopartner regeling, deze week uitbracht. Icos Capital richt een nieuw fonds op waarin CSM, Koninklijke BAM Groep, TU Delft en Imtech participeren. Dat persbericht wilde ik jullie dus niet onthouden:

Icos Capital, een Nederlandse investeringsfonds gespecialiseerd in schone technologieën (cleantech), heeft samen met een consortium van beursgenoteerde industriële en technologische bedrijven – Koninklijke BAM Groep, CSM en Imtech – en de Technische Universiteit Delft, het cleantech investeringsfonds ICF II (Icos Cleantech early stage Fund II) opgericht. Doel van het fonds is met financiële ondersteuning nieuwe initiatieven voor ‘groene’ technologie op het gebied van energie, voeding, recycling, water en bouw tot goed renderende ontwikkeling te brengen.

Wat is ICF II

Icos Cleantech early-stage Fund II (ICF II) richt zich op patenteerbare eigen technologisch innovaties op het gebied van schone technologieën die oplossingen bieden voor het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering en de schaarste aan grondstoffen. Het fonds beschikt over ruime middelen en zal tot maximaal 2,5 miljoen euro per belegging investeren in verschillende, veelal kleinere, cleantech bedrijven.

Het management van het Fonds is in handen van Icos Capital, een onafhankelijke cleantech investeerder, met partners Nityen Lal, Peter van Gelderen en Fred van Efferink, die een jarenlange ervaring hebben in dit specifieke domein en een bewezen track record in cleantech investeringen. Daarnaast krijgt het fonds industriële expertise en markt knowhow van leidende CEOs, Daan den Ouden, Ger Spruijtenburg, en John Gardner, deze industrie partners hebben aanzienlijke ervaring in het opzetten van Europese cleantech bedrijven.

Voorbouwen op ICF I

Het nieuwe fonds bouwt voort op de successen van ICF I (Icos Cleantech early stage Fund I), waarin zowel Imtech als CSM hebben geïnvesteerd. Jaarlijks is ICF I door meer dan 300 bedrijven benaderd voor mogelijke participatie. Dit biedt de kans alleen de allerbeste investeringen te doen. Zo is geïnvesteerd in technologieën die het mogelijk maken zwaar verontreinigende reststromen om te zetten in energie (i-Res & Ensartech), water uit wind te maken (Dutch Rainmaker) en van schroot de (kopervrije) primaire grondstof ijzer te maken (Resteel).

Nummer 1 in de Technopartner-tender

ICF I en ICF II zijn in respectievelijk 2006 en 2010 door een panel van succesvolle ondernemers en deskundige fondsmanagers uitgeroepen tot de nummer 1 in de Technopartner-tender, georganiseerd door het Nederlandse Ministerie van Economisch Zaken.

Nityen Lal, Managing Director of Icos Capital: “De unieke samenwerking met grote technologische bedrijven zoals BAM, CSM Imtech en de TUD resulteert in waardevolle investeringsbeslissingen waardoor groeiende innovatieve start-ups zich ontwikkelen tot succesvolle internationale cleantech bedrijven.”

Nico de Vries, voorzitter van de Raad van Bestuur van Koninklijke BAM Groep: ”Duurzaamheid en de ontwikkeling van innovatieve duurzame oplossingen vormen prioriteit voor onze organisatie. De beslissing om deel te nemen aan ICF II is complementair aan onze strategie om te werken met innovatieve duurzame technologie. Wij verwachten dat onze betrokkenheid bij ICF II onze kennis over dit nieuwe technologiespectrum verbreedt en de intensiteit van onze activiteiten in deze richting verder vergroot.”

Gerard Hoetmer, CEO CSM: “CSM is constant op zoek naar innovatieve technologieën om de (nutritionele) waarde van producten te vergroten en tegelijkertijd belangrijke doelstellingen ten aanzien van “people – planet – profit” te bereiken. Door onze betrokkenheid in ICF II willen wij onze
technologiehorizon verder verbreden door inzicht te verkrijgen in baanbrekende technologische innovaties in de volle breedte van ons activiteitenspectrum.”

René van der Bruggen, CEO Imtech: ‘’Imtech heeft in verleden ook al geïnvesteerd in het cleantechfund ICF I. Vroegtijdige participatie in duurzame technologische ontwikkeling is voor ons strategisch van belang. Enerzijds biedt dit ons de kans aan te haken bij innovatieve cleantechontwikkelingen. Anderzijds blijkt uit ICF I dat er sprake is van spin-off in de vorm van concrete orders, waarbij Imtech technische oplossingen verzorgt bij projecten die uit de participatie voortvloeien. De kennis die we hiermee opdoen kunnen weer als input dienen voor andere, veelal aan de energiemarkt gerelateerde, projecten. Triple-win dus. Daarnaast kunnen we ook nog rekenen op een goed rendement uit onze investering.’’

Meer informatie is te vinden op de site van Icos Capital.