Volgens persbureau Bloomberg sluiten kolencentrales in Europa sneller dan verwacht. Bloomberg stelt dat dit met name komt door de dalende kosten van de overschakeling op hernieuwbare energie. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) heeft zijn verwachtingen voor de kolensector voor 2030 sinds 2012 met 12% naar beneden bijgesteld. Naar verwachting van het IEA is er in 2030 nog 114 GW aan geïnstalleerd vermogen over, vergeleken met 177 GW in 2014 (het laatste jaar waarover gegevens beschikbaar zijn).
In het Verenigd Koninkrijk, Finland, Frankrijk, Portugal en Oostenrijk wordt kolen volledig uit gefaseerd. Ook in Duitsland sluiten kolencentrales, zoals de kolencentrale van STEAG in Voerde – met een vermogen van 2,2 GW ooit Europa’s grootste kolencentrale. Dat de Energiewende ook pijn doet bij de eigenaren van kolencentrales begint daarmee zichtbaar te worden. Duitse energiebedrijven hebben namelijk voor nog 27 kolen- en gascentrales met een gezamenlijke capaciteit van 6,6 GW sluiting aangevraagd bij de netbeheerder.
En dat terwijl Eurelectric, de Europese brancheorganisatie voor de elektriciteitssector, in december 2013 zei dat:
the expansion of renewables is going hand in hand with an expansion of coal-fired generation.
Nu, vier jaar later, kondigt de brancheorganisatie aan dat haar leden geen intentie hebben om na 2020 nog in nieuwe kolencentrales te investeren. Als het IEA gelijk krijgt lijkt het er op dat de anti-energietransitie garde binnenkort op zoek mag naar een nieuw verhaal over waarom hernieuwbare energie geen optie is.
Hoe groot kan een coöperatief project zijn? Hoe groot klinkt ’93 windturbines’ en ‘400 miljoen euro’? Het grootste windpark op land in Nederland zal 50% groter zijn dan het grootste windpark tot nu toe – en dat is misschien pas het begin. Hoe komt het dat Nederlandse coöperatieve windprojecten zo op het niveau van nutsbedrijven zitten? Craig Morris onderzoekt het.
Zeewolde: een enorm succesvol wind park in gemeenschappelijk bezit (foto Floris Oosterveld, edited, CC BY 2.0)
De provincie Flevoland is letterlijk gevormd uit land dat gewonnen is uit het IJsselmeer. De provincie bestaat grotendeels uit landbouwgrond en is het centrum van de Nederlandse windenergieproductie op land.
Honderden windturbines in Flevoland naderen het einde van hun 20-jarige productieve leven. Het vervangen van deze turbines – een proces dat in het Engels repowering heet – is geen één-op-één-voorstel, omdat windturbines zo veel gegroeid zijn in de afgelopen decennia.
Wanneer ik het succes van Duitse gemeenschapsprojecten in de windenergiesector presenteer wordt vaak de vraag gesteld of of projecten niet simpelweg te groot zijn geworden voor kleine spelers. In het licht van de groei van turbines lijkt dat een logische vraag.
Het windpark bij Zeewolde geeft een duidelijk antwoord. Grofweg 200 lokale burgers, veel van hen boeren, en eigenaren van de oude windturbines, realiseerden zich een decennium geleden dat ze een plan moesten gaan maken voor het eind van hun huidige windturbines. Siward Zomer, hoofd van de Nederlandse windcoöperatie De Nieuwe Molenaars, legt uit:
Er was sprake van oud zeer. Sommige landeigenaren verdienden 30.000 euro per jaar omdat de turbines op hun land stonden, maar hun buren, die net zo dicht bij de windturbines woonden, kregen niks.
Onder invloed van de Europese Commissie schakelen de meeste Europese landen nu over op veilingen, een systeem waarin bieders met elkaar concurreren. Maar om de ongelijkheid van de huidige situatie te overkomen lieten de gemeentelijke en provinciale overheden iedereen samenwerken.
Het resultaat was een vijf jaar lange discussie waarin burgers vragen moesten beantwoorden zoals: ‘Hoeveel geld zou een landeigenaar moeten ontvangen als er een kabel over zijn eigendom loopt?’ en ‘Hoeveel krijg je als een windmolen op je land staat en hoeveel krijgen de buren?’ Normaal gesproken wordt over dit soort voorwaarden onderhandeld met de projectontwikkelaar. Nu werden deze voorwaarden vastgesteld door een democratisch georganiseerde windorganisatie, opgezet door burgers zelf. De overheid wilde slechts doorgaan met het verlenen van de vergunning als het publiek de uitkomsten van dit proces accepteerde – niet na één of ander referendum of een verkiezing gebaseerd op loze beloftes, maar na geïnformeerde en langdurige onderhandelingen tussen burgers. “Het was niet makkelijk” zo vat Zomer de ervaring van dit proces samen.
De burgers die een windturbine bezaten of die eigendom in de buurt bezaten waren al lid van een windorganisatie, maar burgers die in omliggende dorpen woonden vielen buiten de boot. REScoop.nl en REScoop.eu (de Nederlandse en Europese federatie van burger-energiecoöperaties) brachten daarom geld bij elkaar om een bestaande windturbine in het gebied te kopen en ze zetten een lokale energiecoöperatie op voor bewoners van de dorpen. Deze lokale energiecoöperatie zou dezelfde rechten krijgen om aan het nieuwe windpark deel te nemen. Zomer herinnert zich:
We kwamen op enig punt 40.000 euro te kort, dus gingen we samen werken met REScoop.eu om internationale burgers investeerders te vinden
REScoop verbond de Nederlanders met Spaanse burgers, die mee investeerden uit solidariteit en samenwerking met hun noordelijke mede-burgers.
Uiteindelijk moet voor de realisatie van het windpark zo’n 80 miljoen euro aan eigen vermogen opgehaald worden en zo’n 320 miljoen aan bankleningen om het totale prijskaartje van 400 miljoen euro te dekken. Daan Creupelandt, woordvoerder voor REScoop.eu, zegt dat zijn organisatie momenteel werkt aan een revolving fund, als onderdeel van het REScoop MECISE project, om het voor lokale energie coöperaties eenvoudiger te maken om internationale investeringen aan te trekken.
10,4 miljoen euro van het project zal via De Nieuwe Molenaars publiek aangeboden worden in de vorm van obligaties en risicodragende aandelen en obligaties. De prijs voor een aandeel start op € 250. Om ruimte te bieden aan elk budget worden de obligaties in coupons van € 50 uitgegeven. Hiermee wordt het project toegankelijk voor een brede groep burgers. Lokale bewoners krijgen voorrang, aldus Zomer, maar andere burgers kunnen deelnemen als niet alle aandelen lokaal verkocht worden. Uiteindelijk is de verwachting dat zo’n 1000 burgers de krachten zullen bundelen met zo’n 200 boeren en eigenaren van de bestaande windturbines om het gigantische project te financieren.
Als alles goed gaat kan het leiden tot vervolgprojecten. Tenslotte zullen binnenkort meer oude windturbines in aanmerking komen voor repowering. Zomer hoopt dat:
we binnenkort een revolving fund hebben. Nieuwe coöperaties die het aan geld ontbreekt zouden hun krachten kunnen bundelen met oude coöperaties die op zoek zijn naar nieuwe projecten.”
Zomer schat het potentieel aan vervangingsprojecten voor windenergie op 1.000 MW. Om dat in perspectief te zetten: eind 2016 was slechts 4.328 MW aan windenergie geïnstalleerd in Nederland (PDF).
Perspectief kan ook nuttig zijn om de omvang van het project te beoordelen. Met 350 MW is het project twee keer zo groot als enig enkel project in Duitsland (lijst in Duits). Het grootste windpark op land in Europa is een 600 MW project in Roemenië, gebouwd door de CEZ Group uit Tsjechië in 2012.
Bovendien zorgt de discussie over eigendomsmogelijkheden ervoor dat windenergie populairder wordt in Nederland. In andere landen zou je protesten verwachten tijdens de informatiebijeenkomsten in de planningsfase, maar Zomer zegt:
In toenemende mate komen mensen langs om te zien hoe hun windpark er uit komt te zien.
De geplande opleveringsdatum voor windpark Zeewolde is 2019, meer informatie over de Nieuwe Molenaars vind je hier.
Oliebedrijf Chevron geeft toe dat haar rol in het veroorzaken van klimaatverandering ervoor kan zorgen dat het bedrijf onderwerp van overheidsonderzoek kan worden en mogelijk ook van aansprakelijkheid rechtszaken. In een rapportage die Chevron heeft ingediend bij de Amerikaanse beurswaakhond (SEC) geeft Chevron ook aan dat klimaatbeleid forse invloed kan hebben op het bedrijf en de financiele gezondheid van het bedrijf:
In the years ahead, companies in the energy industry, like Chevron, may be challenged by an increase in international and domestic regulation relating to greenhouse gas emissions.
Such regulation could have the impact of curtailing profitability in the oil and gas sector or rendering the extraction of the company’s oil and gas resources economically infeasible.
If a new onset of regulation contributes to a decline in the demand for the company’s products, this could have a material adverse effect on the company and its financial condition.
Chevron is het eerste oliebedrijf dat investeerders zo expliciet waarschuwt voor de financiele en juridische risico’s van klimaatbeleid op hun bedrijfsactiviteiten, en van hun lobby activiteiten om klimaatwetenschap in twijfel te trekken. Een forse verschuiving voor een bedrijf dat een paar jaar geleden nog ontkende dat dergelijke risico’s bestonden.
Lang leesvoer van Gert Jan Kramer, hoogleraar duurzame energievoorziening, van de Universiteit van Utrecht over de plaats die energietransitie, klimaatverandering en ecologisch denken in de verschillende verkiezingsprogramma’s hebben.
GroenLinks en de ChristenUnie staan het meest duidelijk aan de ecologische kant. De ChristenUnie schrijft in haar verkiezingsprogramma dat het voor haar “als een paal boven water dat het in de economie niet dient te draaien om groei, maar om het goede leven.” Het is daarmee – met deze ene zin – de partij die explicieter dan welke andere partij ook de zelf-evidentie van economische groei en groei-om-de-groei ter discussie stelt. Zelfs GroenLinks durft dat niet aan.
(…)
Aan de andere kant van het spectrum staat de VVD. Wie de introductie leest van het hoofdstuk Energie en Klimaat in het verkiezingsprogramma waant zich wat de probleembeschrijving terug in de tijd van het kabinet Biesheuvel
Conclusie:
Vrijwel iedere geïnformeerde en betrokken burger onderkent inmiddels het klimaatprobleem en de noodzaak om urgent te handelen. Dat is bij de veel partijen gelukkig ook het geval, maar bij een aantal ook niet. Van populistisch rechts is dit te verwachten – klimaatverandering is een onderwerp waartegen the world over populisten zich afzetten. Maar de inadequate opstelling van de VVD is op zijn minst teleurstellend, maar eigenlijk gewoon onbegrijpelijk. Dit geldt, zij het in iets mindere mate, ook voor het CDA. Wie vanuit een conservatief of conservatief-liberaal perspectief het klimaatprobleem beschouwt en zich rekenschap geeft van de mogelijkheden die alternatieve energie nu biedt om het energiesysteem en de economie te vernieuwen, zou het onderwerp hoger en urgenter agenderen, en zou concrete oplossingsrichtingen aandragen – en dit niet aan links overlaten.
Afgelopen maandag zat Mark Rutte bij Pauw & Jinek. Onderwerp van gesprek de aardgasproblematiek in Groningen. Het lukt Rutte niet om de Groningers rustig te krijgen of gerust te stellen. De Groningers waren boos en lieten zich niet de mond snoeren.
Dick Kleijer, secretaris van de Groninger Bodem Beweging, legde uit waarom hij niet boos is maar ‘razend’:
Deze meneer Rutte hier aan tafel zei ‘we doen het wel netjes in Groningen.’ Is het netjes als er in zijn regeerperiode 76.000 schademeldingen zijn? Is het netjes als er honderd huizen afgebroken worden? Het begrip netjes is aan enige inflatie onderhevig.
In NRC concludeert Hans Beerekamp: Rutte tegen boze Groningers : 0-1. Komende vrijdag zou Rutte met Annemarie Heite in Nieuwsuur in gesprek gaan over de aardbevingsproblematiek in Groningen in gesprek gaan. Volgens Freek de Jonge, die zich sinds vorig jaar inzet voor de gedupeerden in Groningen, heeft Nieuwsuur aan Annemarie Heite laten weten dat de Nieuwsuur redactie af ziet van het item. Tegen RTV-Noord zegt Annemarie Heite dat het gesprek werd afgeblazen, na het optreden van een groep boze Groningers in Pauw en Jinek, maandagavond.
Ze vonden het zielig voor de premier, zeiden ze letterlijk. Landelijk gezien was ook een beetje de teneur: Die arme minister-president. Er was wel genoeg aandacht geweest voor Groningen, vonden ze.
Tegen RTV Noord stelt Nieuwsuur eigenstandig tot de beslissing gekomen te zijn, zonder overleg met de VVD of Mark Rutte.
Voor wie wil begrijpen wat de aardbevingsproblematiek doet met bewoners van Groningen lees het persoonlijk verhaal van een middelbare scholier of kijk hier De Stille Beving terug.
China ontpopt zich steeds meer tot koploper in klimaatbeleid, in tegenstelling tot het populaire idee dat China de boeman in het klimaatbeleid is. In 2016 daalde de productie en consumptie van kolen voor het derde jaar op rij. Verwachtte het Internationaal Energie Agentschap eerder nog groei in kolenverbruik tot 2030, inmiddels wordt gesproken van een piek in het kolenverbruik in 2013. De capaciteitsfactor van kolencentrales (de hoeveelheid elektriciteit die ze produceren t.o.v. het geïnstalleerd vermogen) is in 2016 gedaald 47,5%, een paar jaar geleden was dat nog 79%.
De daling in het kolenverbruik heeft twee oorzaken: lagere economische groei en investeringen in duurzame energie. Tot 2020 wil China nog voor 340 miljard Euro investeren in duurzame energie.
Uit vertrouwelijke documenten die De Correspondent in handen heeft blijkt dat oliebedrijf Shell al sinds 1986 intern alarm slaat over de gevaren van klimaatverandering. Tegelijkertijd werkt het bedrijf al dertig jaar klimaatbeleid tegen. Afgelopen week openbaarde De CorrespondentShell’s zelfgemaakte klimaatfilm uit 1991 waarmee het de wereld wilde waarschuwen en waarin ze opriepen om onmiddellijk tot actie over te gaan. Volgens professor Tom Wigley, toenmalig hoofd van klimaatonderzoek bij de Universiteit van East Anglia, is de film verrassend accuraat.
Ondanks de oproep tot actie in Shell’s film investeerde Shell de afgelopen 30 jaar fors in winning van CO2-intensieve oliewinning in de Canadese teerzanden en in proefboringen in het Noordpool gebied. Ook is Shell lang lid geweest van industriële lobbygroepen, die zich verzette tegen klimaatbeleid. Zo was Shell tot 1998 lid van de zogenaamde Global Climate Coalition; tot 2015 van de American Legislative Exchange Council (Alec); en is Shell nog steeds lid van de Business Roundtable en het American Petroleum Institute. In de jaren negentig heeft Shell ook, net als ExxonMobil, meegedaan aan een campagne die doelbewust twijfel zaaide over de klimaatwetenschap. Reden voor Amerikaanse congresleden om op te roepen tot een strafrechtelijk onderzoek naar Shells bijdrage aan ‘bedrog’ van het publiek. In 2015 onthulde The Guardian dat Shell actief lobbyde tegen de Europese doelstellingen voor duurzame energie. In 2015 spendeerde Shell naar schatting $22miljoen dollar aan lobby tegen klimaatbeleid.
ANALYSE – Nederland: het land van windmolens, tulpen… en een van ’s wereld tien grootste gasvelden. Maar wat ooit gezien werd als een zegen wordt in toenemende mate gezien als een ding van het verleden. Craig Morris vraagt zich af: is het tijd om te breken met de Nederlandse traditie van ‘prettige voortzetting’?
Je eerste Nederlandse zin van de dag: smakelijk eten. Ongeveer 98 percent van de huishoudens kookt en verwarmd met gas. Het is niet moeilijk om deze afhankelijkheid te verklaren: in 1959 ontdekte de Nederlanders het grootste gasveld van Europa en het in omvang 10e gasveld van de wereld onder hun voeten in Groningen. Nederland wilde dit gasveld zo snel mogelijk opmaken, omdat experts ten onrechte dachten dat kernenergie gas snel onverkoopbaar zou maken (een goed voorbeeld van de hype rond kernenergie rond 1959 – zie ook deze van een ander Nederlands bedrijf).
Citaat uit een speech van de Senior Vice President van Exxon in 2013.
Bijna zestig jaar verder is er veel gasinfrastructuur aangelegd, omdat kernenergie heeft gefaald. Deze afhankelijkheid van gas bleef niet zonder kritiek. In 1977 bedacht het Britse weekblad The Economist de term ‘Dutch disease‘ (Nederlandse ziekte) voor het vermeende onvermogen van Nederland om zich zelf uit economische neergangen te innoveren (niet te verwarren met de recentere Dutch Coal Mistake (Nederlandse kolen vergissing): meerdere kolencentrales bouwen die meteen verliesgevend waren). Nederlanders, zo werd gedacht, waren lui geworden door de grote hoeveelheid gas. Shell, de olie en gas gigant, is ook te groot voor zo’n klein land; de omzet van Shell is bijna net zo groot als de hele Nederlandse economie.
Maar recente gebeurtenissen zorgden voor een fundamentele omwenteling. Aardbevingen begonnen schade te veroorzaken aan huizen boven het Groninger gasveld (doordat het gas wordt gewonnen, klinkt de bodem in). De productie is daarvoor bijna gehalveerd t.o.v. 2013. Begin dit jaar besliste de rechtbank in een aangespannen spoedprocedure dat het gaswinningsbesluit voorlopig blijft gehandhaafd in afwachting van de inhoudelijke behandeling van de bezwaren tegen de gaswinning in mei. Maar gas is op z’n retour: vorig jaar verzocht de Tweede Kamer om de gasaansluitplicht af te schaffen en in de Energieagenda geeft het Kabinet aan dat de gasaansluitplicht geschrapt gaat worden. Amsterdam heeft inmiddels een plan om alle huizen voor 2050 van het gas af te halen. Nederland heeft als doel 100% hernieuwbare energie in 2050 (KB: in de Energieagenda wordt gesproken van een CO2-arme energievoorziening voor 2050).
“The mind is a funny thing”
“We moesten onszelf binnen ons bedrijf overtuigen dat een toekomst zonder gas mogelijk is,” zegt Elbert Huijzer van netwerkbedrijf Alliander. Huijzer en zijn collega’s probeerde een scenario voor Nederland te ontwikkelen zonder gas, om beter deel te kunnen nemen aan het debat over de mogelijkheid van een gasvrij Nederland. Hij en zijn collega’s dachten dat hun banen zeker waren, gegeven de dominantie van gas. “We namen de bedreiging simpelweg niet serieus.” Dus hij liet zijn collega’s eind 2015 vier dagen werken aan het ontwikkelen van scenario’s voor een gasvrij Nederland.
“Mijn doel was om te bewijzen dat het idee van een gasvrij Nederland onhaalbaar was. Maar het effect was tegenovergesteld,” zegt hij. Tot hun eigen verbazing ontdekten zijn collega’s dat een toekomst zonder gas mogelijk was voor Nederland. “Nadat we deze energiemix zelf hadden ontworpen begrepen we dat het risico reëel was,” zegt hij, “maar het kost veel tijd en discussie. The mind is a funny thig,” zo beschrijft hij de ervaring.
Dat inzicht komt precies op tijd. De directeur van NAM, het bedrijf dat het Groninger gasveld exploiteert, heeft recent opgeroepen om de gasbaten in een fonds voor hernieuwbare energie te stoppen: “Momenteel lopen de winsten van gaswinning nog in de miljarden en we kunnen die investeren in de energie van de toekomst.”
Shell heeft ook een ommezwaai gemaakt. Tot voor kort ondermijnde de olie- en gasgigant heimelijk achter de schermen de EU doelen voor hernieuwbare energie. De antidemocratische rol die Shell historisch gezien speelde in Nederland is goed beschreven in een boek waarvan de titel geen uitleg behoeft: Gaskolonie.
De Nederlanders zijn nog lang niet in de buurt van het doel voor 2020 van 14 hernieuwbare energie. Inderdaad, is er weinig voortgang geboekt. Bron: EnTranCe.
Recent heeft Shell, als onderdeel van een consortium, een winnend bod geplaatst voor wind op zee met een bod van 5,45 ct/kWh. Toch blijft er kritiek, een kenner van de Nederlandse energiesector waar ik mee sprak op voorwaarde van anonimiteit stelt dat Shell zich meester wil maken van de markt voor wind op zee: “Ze lobbyen voor een grote tender van 10-15 GW. Als ze die winnen, domineren ze de windmarkt, net zoals ze met NAM en Exxon voor gas doen.”
Het maakt een duidelijk politiek verschil wie de energietransitie drijft: een kleine groep grote bedrijven of een breder scala van kleinere ondernemingen en coöperaties. Hoewel dit aspect vaak over het hoofd wordt gezien is de wereldwijde energietransitie een eenmalige kans om de energiesector te democratiseren. In Nederland is het een eenmalige kans om de dominantie van een zeer kleine, maar machtige gas oligarchie te verzwakken.
Welke weg de Nederlanders ook kiezen, het publiek moet eerst rijp gemaakt worden voor een gasvrije toekomst. Hiervoor zet Nuon (een dochterbedrijf van Vattenfall) een Cook Truck in om mensen vertrouwt te maken met elektrisch koken. Je tweede Nederlandse uitspraak van de dag is: prettige voortzetting. Misschien zou prettige transitie beter zijn?
Craig Morris (@PPchef) is de hoofdauteur van Global Energy Transition. He is co-auteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van de Duitse Energiewende en hij is momenteel Senior Fellow bij <ahref=”http://www.iass-potsdam.de/” target=”_blank”>IASS.
Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.
Vanaf vandaag, 1 maart 2017, is varend ontgassen van benzeen en benzeenhoudende stoffen in de provincie Utrecht verboden. Hiermee volgt de provincie Utrecht het voorbeeld van de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Noord-Holland. Volgens Mariette Pennarts, gedeputeerde voor Milieu in Utrecht, volgt de provincie Gelderland in juli. Dat betekent dat het verbod op varend ontgassen van benzeen en benzeenhoudende stoffen vanaf juli dit jaar geldt in 5 provincies. Ook van de provincie Zeeland is bekend dat ze werken aan een provinciaal verbod op ontgassen.
Volgens gedeputeerde Pennarts is het het beste als het ontgassingsprobleem nationaal of zelfs internationaal wordt opgelost. Maar bij gebrek aan daadkracht bij het ministerie van I&M is er actie ondernomen door provincies. Het voordeel van een nationaal verbod is dat hiermee de verladers (dat zijn de grote (petro-)chemische opdrachtgevers) worden aangepakt. Met deze regionale aanpak zijn het de vervoerders die de bekeuring krijgen. Daarom blijven de provincies zich inzetten voor een nationaal of Europees verbod na 2018.
Nadat schippers hun lading hebben gelost is het soms nodig om de ruimen te ontdoen van restanten van die lading. Waar het vluchtige stoffen betreft wordt dit vaak gedaan door middel van het ontgassen van het varende schip aan de buitenlucht.
De dampen die daarbij vrijkomen, bijvoorbeeld van benzeen of benzeenhoudende stoffen, kunnen milieu- en gezondheidsschade veroorzaken. Benzeen en benzeen houdende koolwaterstoffen zijn in de Europese wetgeving aangemerkt als kankerverwekkend, mutageen (kans op genetische schade) en daardoor dus als schadelijk voor de gezondheid. Met behulp van ontgasinstallaties op de wal of op het schip kunnen schepen gecontroleerd worden ontgast en wordt emissie naar de buitenlucht voorkomen.
De invoer van het verbod op varend ontgassen in de provincie Utrecht betekent ook dat er geen beloning van een doos wijn meer is voor degene die na 1 maart een proces verbaal uit de provincie Utrecht laat zien.
Climate Action Tracker heeft een rapport uitgebracht met daarin de top 10 belangrijkste acties voor komend decennium om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius. De top 10 ziet er als volgt uit:
Elektriciteit: hou het groeitempo van hernieuwbare energiebronnen en andere CO2 arme en CO2 neutrale bronnen vast tot 2025 tot deze 100% bereiken in 2050
Kolen: geen nieuwe kolencentrales meer en reduceer de CO2 emissie van bestaande kolencentrales met minstens 30% in 2025
Wegtransport: verkoop van de laatste nieuwe auto met verbrandingsauto voor 2035
Lucht- en scheepvaart: ontwikkel een toekomstvisie die past binnen 1.5°C opwarming en bereik hier een akkoord over
Nieuwe gebouwen: allen nieuwe gebouwen fossiel vrij en bijna energieneutraal in 2020
Renovatie van gebouwen: renovatie tempo opvoeren van <1 % in 2015 naar 5% in 2020
Industrie: alle nieuwe installaties die na 2020 gebouwd worden in CO2 intensieve sectoren zijn CO2 arm; maximaliseer materiaalefficiency
Verminder de uitstoot van bossen en ander landgebruik in 2030 met 95% t.o.v. 2010, stop netto ontbossing in de periode 2020-2030.
Commerciële landbouw: hou emissies op het huidige niveau of verlaag ze, stel regionaal ‘best practices’ vast en verspreidt ze, voer het onderzoek op
CO2 opslag en verwijdering: begin onderzoek naar technieken voor negatieve emissies en begin de toepassing er van in te plannen
Voor de vaste reageerders van Sargasso die zich regelmatig opwinden over het ontbreken van internationale luchtvaart en scheepvaart in de plannen: ze staan hier op nummer 4. Mocht iemand er tijd en zin in hebben dan kan je deze top 10 nog eens langs de analyse van de verkiezingsprogramma’s van de verschillende partijen leggen.