Categorie: Sargasso

  • Klimaatbeleid: aanbodbeperking in de praktijk

    Vorige maand schreef ik over de kansen die aanbodbeperkend klimaatbeleid volgens onderzoekers biedt. Afgelopen week toonde Bloomberg de kracht er van bij kolen. Al wordt de aanbodbeperking niet alleen veroorzaakt door overheidsbeleid, maar ook door een groeiend aantal financiers dat niet meer in bedrijven en projecten wil investeren die met kolen samenhangen.

    Bloomberg beschrijft hoe het beleid van China om vervuilende kolenmijnen te sluiten en het opdrogen van financiering voor nieuwe kolenmijnen leidt tot een kleiner aanbod aan kolen, waardoor de prijs voor kolen stijgt en de winstgevendheid van kolencentrales onder druk staat. De winstgevendheid van kolenmijnbouwbedrijven stijgt ondertussen fors. Anglo American heeft zijn inkomsten uit kolen sinds 2015 zien verdrievoudigen, Glencore heeft ze zien verdubbelen en BHP Biliton rapporteert een verzesvoudiging van inkomsten uit kolen.

    De stijgende financieringskosten zijn een van de redenen dat de mijnbouwbedrijven niet reageren met het aankondigen van plannen voor nieuwe mijnen, ondanks het feit dat de kolenprijs op het hoogste punt in jaren staat. Een groeiend aantal banken en grote institutionele investeerders wil niet meer in kolen investeren. Het niet van de grond komen van de Australische Carmichael kolenmijn is illustratief, het Indiase bedrijf Ardani weet de benodigde financiering niet rond te krijgen ondanks de openlijke steun van de Australische overheid.

    De stijgende kosten van financiering zijn niet de enige oorzaak van het uitblijven van nieuwe kolenmijnen, want ook mijnbouwbedrijven die geen externe financiering aan hoeven te trekken voor de aanleg van een nieuwe kolenmijn zijn niet geïnteresseerd in de ontginning van nieuwe mijnen. De druk vanuit overheden en consumenten om het gebruik van kolen terug te dringen is een belangrijke reden hiervoor.

    De hogere prijs van kolen zorgt er uiteindelijk voor dat de energietransitie versneld wordt. Door de hoge kolenprijs hebben kolencentrales meer concurrentie van gascentrales, windturbines en zonne-energie. De prijs van zonne-energie en windenergie daalt nog steeds, terwijl er geen zicht is op een hogere kolenproductie en de prijs van kolen dus hoog zal blijven. Uiteindelijk ondergraaft deze kostendaling de economische ratio om een vervuilende brandstof, zoals kolen, te blijven gebruiken. In de VS heeft de eerste eigenaar van kolen- en kerncentrales al faillissement aangevraagd. Bijkomend effect: de kolenmijnen draaien recordwinsten. Slim overheidsbeleid kan er voor zorgen dat dergelijke winsten afgeroomd wordt, zodat het voor maatschappelijke doelen ingezet kan worden. Bijvoorbeeld om de kosten van de energietransitie voor mensen met een minder diepe portomonnee te bekostigen.

    Dit bericht is geschreven voor en eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Vergeten klimaatbeleid: aanbodbeperking

    Binnen de milieubeweging en onder activisten is het beperken van de winning van fossiele brandstoffen al langer een thema. Economen en beleidsmakers geven meestal de voorkeur aan in hun ogen optimale beleidsinstrumenten, zoals beprijzing van CO2 emissies. Nieuw onderzoek van Green en Denniss laat zien dat er zowel politieke als economische argumenten zijn voor het beperken van het aanbod aan fossiele brandstoffen.

    Vier vormen van beleid

    Volgens Green en Denniss zijn er vier soorten klimaatbeleid te onderscheiden. Waarbij de auteurs aan de ene kant onderscheid maken tussen restrictief beleid en stimuleringsbeleid, en aan de andere kant tussen beleid dat zich richt op de aanbodzijde en beleid op de vraagzijde. Visueel vatten de auteurs de mogelijkheden in de volgende matrix samen:

    Tabel met typen klimaatbeleid
    Typen klimaatbeleid

    Een Nederlands voorbeeld van aanbod gericht stimuleringsbeleid zijn de subsidies voor duurzame energie, maar ook het kleine veldenbeleid voor gaswinning. Een voorbeeld van stimuleringsmaatregelen gericht op de vraagzijde is de ISDE subsidie, waar bewoners subsidie krijgen als ze overschakelen op een (hybride) warmtepomp of een zonneboiler installeren. Voorbeelden van restrictief beleid gericht op de vraagzijde zijn de CO2-emissienormen voor auto’s en de Europese emissiehandel in CO2 (ETS).

    Voordelen aanbodbeperking

    Vanuit economisch oogpunt is het voordeel van aanbodbeperkend beleid dat er minder administratieve lasten zijn, de winning van fossiele brandstoffen wordt om andere redenen al bijgehouden en er zijn minder bedrijven bij betrokken. Een tweede argument is dat het beprijzen van CO2 in theorie lijdt tot optimale keuzes, doordat de CO2 emissie op de goedkoopste manier wordt beperkt. In de praktijk dekt CO2 beprijzing zelden de volledige economie en wordt er met regelmaat een beroep gedaan op de angst voor het waterbed effect. Bovendien zorgt de lagere vraag naar fossiele brandstoffen als gevolg van hogere CO2 prijzen voor een lagere brandstofprijs, wat weer zorgt voor meer vraag. Het beperken van het aanbod kan dit effect tegengaan.

    Een derde economisch argument is dat het beperken van het aanbod een infrastructurele lockin kan voorkomen. Het aanleggen van nieuwe gaspijpleidingen zorgt er bijvoorbeeld voor dat er meer aanbod komt. Zelfs als de huidige eigenaar van een pijpleiding failliet gaat zal een nieuwe eigenaar de pijpleiding blijven exploiteren zolang de marginale opbrengsten voor transport van gas of olie hoger zijn dan de marginale kosten. Tot slot voorkomt het beperken van het aanbod aan fossiele brandstoffen dat olie- en gasbedrijven de winning op korte termijn fors gaan verhogen om nog snel te cashen voordat de CO2 prijs zo hoog is dat ze uit de markt geprijsd worden.

    Ook vanuit het oogpunt van politieke economie heeft het voeren van restrictief beleid op fossiele brandstoffen voordelen. In de eerste plaats kan restrictief beleid gericht op de aanbodzijde vaak op meer steun rekenen onder burgers en heeft het directer waarneembare voordelen. Hierdoor wordt het makkelijker om coalities te bouwen tussen burgers en organisaties, wat het draagvlak voor aanvullend beleid vergroot. Ook is het lastiger om voor tegenstanders om tegen dergelijk beleid te lobbyen door de bredere voordelen.

    De olie, gas en kolenindustrie is goed georganiseerd. Een voordeel van aanbodbeperkend beleid is dat het scheidslijnen binnen de sector kan opwerpen, bijvoorbeeld tussen bestaande spelers en nieuwkomers, bijvoorbeeld als nieuwe winning verboden wordt. Of scheidslijnen tussen brandstoffen, bijvoorbeeld als de bouw van nieuwe kolencentrales verboden wordt en er daardoor mogelijk ruimte ontstaat voor nieuwe gascentrales.

    Tot slot is internationale samenwerking volgens Green en Dennis makkelijker bij restrictief aanbod beleid. Dat is van belang omdat het klimaatakkoord van Parijs opgebouwd is uit vrijwillige bijdragen van de deelnemende landen en geen internationaal juridisch bindend bolwerk is geworden. Restrictief aanbodbeleid komt daarbij goed van pas. Als de prijselasticiteit van de vraag (de mate waarin afnemers een alternatief kunnen vinden) relatief hoog is ten opzichte van de prijselasticiteit van het aanbod, dat zorgt voor een minder groot waterbedeffect dan beleid dat zich richt op de vraagzijde.  Dit lijkt bij kolen het geval, waardoor het eenzijdig verlagen van het aanbod van kolen effectiever is voor het verlagen van de wereldwijde emissies dan het eenzijdig verlagen van de consumptie.

    Daarnaast geldt dat restrictief aanbodbeleid makkelijker te monitoren is, waardoor het ook eenvoudiger te controleren voor andere landen. En controleerbare en meetbare maatregelen geven meer vertrouwen in het beleid van andere landen, waardoor samenwerking makkelijker wordt en er een grotere kans is dat landen bereidt zijn samen te werken aan verdere wereldwijde emissiereductie.

    Conclusie

    In het klimaatdebat is er veel aandacht voor met name restrictief beleid gericht op de vraagzijde. Daarin past ook het pleidooi dat partijen als VVD, VNO-NCW en Shell jarenlang hebben gehouden voor inzet op CO2 reductie in plaats van op CO2 reductie (restrictief beleid vraagzijde), energiebesparing (stimulerend beleid vraagzijde) en duurzame energie (stimulerend beleid aanbodzijde).

    Vanuit oogpunt van draagvlak geeft PBL al aan dat inzet op energiebesparing en duurzame energie nodig kan zijn. Het artikel van Green en Denniss voegt met de herwaardering van restrictief beleid gericht op de aanbodzijde een vierde doel aan toe: beperken van het aanbod van gas, olie en kolen. Volgens David Roberts tonen Green en Denniss daarmee het belang aan van actievoerders die pleiten voor het in de grond houden van fossiele brandstoffen en voor het strijden tegen uitbreiding van infrastructuur voor fossiele brandstoffen. Tege

    Voorbeelden van Nederlands restrictief aanbodbeleid zijn het afbouwen van de gaswinning in Groningengeen schaliegas winnen. Nog een stap verder kan het stoppen met alle nieuwe exploratie- en winningsvergunningen (zoals Frankrijk al doet). Of het afbouwen van de overslag van kolen in de Rotterdamse haven. Nu Nederland een aantal restrictieve aanbodmaatregelen neemt wordt het interessant om te zien of de voordelen die Green en Denniss in hun artikel noemen in de praktijk zichtbaar gaan worden.

  • Milieudefensie start klimaatzaak tegen Shell

    Vorige week heeft Milieudefensie bekend gemaakt een klimaatzaak tegen Shell te beginnen. Shell is volgens Milieudefensie goed voor twee procent van de klimaatverandering. Milieudefensie is van mening dat Shell een onrechtmatige daad begaat met zijn huidige bedrijfsvoering en beleid, en niet voldoet aan de zorgplicht. Ook is Shell al lang op de hoogte van het probleem en kan ze het voorkomen, omdat Shell in Nederland is gevestigd is de Nederlandse rechter bevoegd om te oordelen.

    Met de klimaatzaak tegen Shell voegt Milieudefensie zich in een groeiende rij van organisaties die fossiele energiebedrijven aanklagen voor de klimaatschade die ze veroorzaken. In de VS lopen er inmiddels meerdere zaken van met name lokale overheden tegen grote fossiele energiebedrijven. Een goed beginpunt voor meer informatie over de verschillende klimaatzaken tegen overheden en bedrijven is de site Climate Liability News.

    Milieudefensie stelt de volgende eisen aan Shell:

    1. Shell brengt zijn beleid en investeringen in lijn met de klimaatdoelen van Parijs;
    2. Shell bouwt zijn olie- en gasproductie af en brengt zijn uitstoot terug naar nul in 2050;
    3. Shell maakt afspraken met Milieudefensie over de invulling, tussendoelen en openbare verantwoording.

    Shell heeft 8 weken om tegemoet te komen aan de eisen van Milieudefensie. Doet ze dat niet, dan volgt een dagvaarding. Milieudefensie wordt in de klimaatzaak tegen Shell bijgestaan door Roger Cox, die eerder Urgenda bijstond in de klimaatzaak tegen de Nederlandse staat.

    Open waanlink

    Inmiddels heb ik mij aangesloten als mede-eiser in de klimaatzaak tegen Shell. Zoals ik dat ook ben in de klimaatzaak van Urgenda tegen de Nederlandse staat.

    Dit bericht is eerder als open waanlink geplaatst op Sargasso.

  • Verbod op cv-ketel

    Een coalitie bestaande uit Uneto-VNI, de milieubeweging en een groot deel van de energiesector pleit in een manifest voor een verbod op cv-ketels met ingang van 2021. In plaats daarvan moet er bij vervanging gekozen worden voor alternatieven, zoals een (hybride) warmtepomp. Op het eerste gezicht oogt dit sympathiek en passend in de lange termijndoelstelling om van gas af te gaan voor verwarming. Het is echter de vraag of dit de juiste oplossingsrichting is.

    Alternatieve warmtebronnen

    Een cv die aan het eind van zijn levensduur is kan dan alleen nog worden vervangen door een warmtepomp, zonnewarmte, stadsverwarming, infraroodverwarming of een hybride systeem (half cv-ketel, half warmtepomp). Deze zijn vaak een stuk duurder dan de cv-ketel en in geval van stadsverwarming of een warmtepomp ook niet zomaar van de een op de andere dag gerealiseerd. Bij een verbod op nieuwe cv-ketels worden bewoners in wijken waar tussen 2021 en 2030 een warmtenet wordt aangelegd op forse kosten gejaagd, tenzij de regels een uitzondering voor het huren van cv-ketels gaan bevatten.

    Een ander nadeel is dat een huis niet zomaar geschikt is voor een warmtepomp. Een warmtepomp vergt een forse vermindering van de warmtevraag om te voorkomen dat het elektriciteitsverbruik in het stookseizoen explodeert. De energieinhoud van een kubieke meter gas staat namelijk gelijk aan een kleine 10 kilowattuur. Bij een gemiddeld gasverbruik van 1200 m3 betekent dat 12 duizend kilowattuur extra elektriciteitsverbruik. Zelfs als de warmtepomp daadwerkelijk vijf eenheden thermische warmte uit iedere eenheid elektriciteit weet te halen (de zogenoemde COP) is dat ruim 2.000 kWh elektriciteit per jaar extra.

    In het rekenvoorbeeld van Milieucentraal daalt het gasverbruik van 1.700 m3 naar 850 m3 en 1.500 kWh. Dat is dus een besparing van 50% gas en een stijging van je elektriciteitsverbruik met 50% (uitgaande van de 3.000 kWh die Milieucentraal als gemiddeld verbruik hanteert).

    Omdat de alternatieven, zoals een hybride warmtepomp, veel duurder zijn en niet iedereen dat geld heeft pleiten de bedrijven en organisaties voor een systeem waarbij je per woning een vast bedrag per maand betaalt voor de installaties die voor warmte en stroom zorgen. Als je je huis verkoopt, neemt de volgende eigenaar de lening over. Dat wordt ook wel gebouw-gebonden financiering genoemd.

    Hoe dan wel?

    Ik onderschrijf het uitgangspunt dat het gasverbruik snel moet dalen vanwege de mijnbouwschade in Groningen en de klimaatdoelen te halen. De beste manier daarvoor is de energievraag (en dan met name de warmtevraag) van gebouwen fors te verlagen. Bij een goede aanpak geeft dat ook een enorme woningverbetering, een hoger thermisch comfort en een betere kwaliteit binnenlucht. Zelf zou ik daarom een andere weg volgen bestaande uit drie paden. Het eerste pad is bewoners stimuleren of desnoods verplichten tot het plukken van laaghangend fruit. Het tweede pad is een stapsgewijs verbod op nieuwe gastoestellen. Het derde pad dialoog met bewoners over alternatieven warmtebronnen en het afbreken van de bestaande gasinfrastructuur.

    Met simpele maatregelen en relatief weinig geld (1.000 Euro) is volgens onafhankelijk energieadviseur Lars Boelen een besparing van 50% van het gasverbruik mogelijk. De maatregelen die hij noemt hebben als bijkomende voordelen dat ze elektriciteit besparen in plaats van leiden tot extra elektriciteitsverbruik en dat ze goedkoper zijn dan een hybride warmtepomp.

    De eerste stap van het tweede pad is een verbod op gas bij nieuwbouw van woningen en kantoren. De Eerste Kamer heeft deze week ingestemd met het wetsvoorstel dat dit mogelijk maakt. De tweede stap is een verbod op cv-ketels bij grootschalige renovaties in de huursector en een verplicht afbouwplan bij het verlenen van nieuwe milieuvergunningen. Een verplichting om een van gas af plan te (laten) maken voor je woning bij vervanging van de cv-ketel zou een mooie aanvulling zijn, zeker ook voor de particuliere huursector. Deze stap kan nog deze kabinetsperiode gerealiseerd worden. De derde en laatste stap van het tweede spoor is pas een verbod van de cv-ketel, HRe-ketel en hybride warmtepomp. Deze derde stap zou ik veel verder in de toekomst situeren, zo ergens rond 2030. Op die manier krijgen huiseigenaren en verhuurders de tijd om plannen te maken voor alternatieven waarbij energiebesparing een veel grotere rol kan spelen.

    Het derde spoor begint met het aanwijzen van een partij die regie krijgt bij het ontwikkelen van plannen om binnen 15 jaar wijk voor wijk van gas af te gaan. Een mogelijke partij voor de regierol is de gemeente. Deze zou in dialoog met netwerkbedrijf, bewoners en gebouweigenaren plannen moeten uitwerken om wijk voor wijk van gas af te halen, bij voorkeur afgestemd op het moment dat de netbeheerder zijn gasleidingen moet vervangen. Veel gemeenten zijn hier al mee begonnen. Een termijn van 15 jaar geeft bewoners en gebouweigenaren ook de kans om plan te maken voor hun vastgoed waarbij het terugbrengen van de warmtevraag een grote rol speelt.

    Conclusie

    Het plan om binnen drie jaar een algemeen verbod op nieuwe cv-ketels in te stellen is goed nieuws voor de installatiebranche en de gasbranche. Veel bewoners zullen op het moment van vervanging niet anders kunnen dan overschakelen op een (hybride) warmtepomp. Individueel overstappen op een collectief systeem als stadsverwarming is hoe dan ook kansloos. De gasbranche kan bij uitvoer van dit plan in z’n handjes knijpen, want de hybride warmtepomp vormt na de niet geslaagde marktuitrol van de HRe-ketel een nieuwe mogelijkheid om gasverbruik in stand te houden en de weerstand tegen het verwijderen van de gasinfrastructuur zal een stuk hoger zijn in wijken waar veel mensen verplicht vijfduizend Euro of meer hebben geïnvesteerd in een hybride warmtepomp.

    De grote verliezers bij het voorgestelde verbod op cv-ketels zijn niet alleen bewoners, maar ook alle mensen en organisaties die tijd en moeite steken in de beweging van onderop om van gas af te gaan. Ook verkopers van woningen waar een gebouwgebonden financiering op rust waar geen lagere energierekening tegenover staat kunnen zich opmaken voor een daling van de waarde van hun pand (vergelijkbaar met het verschil in woningwaarde tussen woningen zonder en woningen met een hoge erfpachtkanon).

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Gastbijdrage: Gratis openbaar vervoer in Duitsland?

    De Duitse overheid heeft voorgesteld om trams en bussen in bepaalde steden gratis te maken om luchtvervuiling tegen te gaan. Het gezondste aan dit idee is het debat dat op gang is gekomen. Craig Morris voegt een eigen idee toe, waar ook Nederlandse gemeenten hun voordeel mee kunnen doen.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
    berlin-alexanderplatz
    De totale kosten van autoverkeer zijn drie keer zo hoog als de kosten voor openbaar vervoer in Duitsland (Foto door Platte C, edited, CC BY-SA 3.0)

    Herinner je je dieselgate nog? (Auto’s in de EU zijn niet zo schoon als fabrikanten beweren,) De EU steunt stevig op Duitsland om de lucht in steden schoner te maken. Het lijkt onmogelijk om deze auto’s te laten voldoen aan de huidige emissienormen – zo niet technisch, dan politiek; het zou Duitse autofabrikanten een vermogen kosten.

    Daarom lieten de sociaal democraten (SPD) een volstrekt onverwacht proefballonnetje op tijdens de coalitieonderhandelingen half februari: maak openbaar vervoer gratis. Het informele voorstel werd op praktische gronden kritisch ontvangen; de huidige infrastructuur zou niet in staat zijn om de plotselinge groei aan te kunnen en het zou vele jaren duren om de dienstregeling uit te breiden.

    verandering_reiswijze_Freiburg_1982-2016
    De verandering in reiswijze in Freiburg, Duitsland naar vervoerswijze tussen 1982 en 2016. Van links naar rechts: wandelen, fietsen, openbaar vervoer, auto’s met chauffeur en passagiers, en auto’s met enkel chauffeur. Het autogebruik is gedaald van 39% naar 21% in deze 34 jaar, maar openbaar vervoer is gedaald in de tweede periode tussen 1999 en 2016. Fietsen is het sterkst gegroeid maar kan niet gecombineerd worden met het lokale openbaar vervoer; fietsen mogen niet mee in de bus of tram in Freiburg. De bevolkingsomvang staat links. Bron: gemeente Freiburg.

    Maar het debat bleef de krantenkoppen domineren en we leerden er veel van. Bijvoorbeeld dat gemeentelijke openbaar vervoerbedrijven naar schatting 10 miljard Euro aan jaarlijkse inkomsten zouden verliezen; en dat is enkel nog het verlies aan directie kaartverkoop. Steden kruissubsidiëren openbaar vervoer jaarlijks voor naar schatting 71 miljoen Euro in een middelgrote stad als Kassel. (In Berlijn is de kaartverkoop goed voor iets meer dan de helft van de totale kosten.) Onderzoekers schatten (in het Duits) dat de totale kosten van autoverkeer driekeer zo hoog zijn als de kosten van openbaar vervoer. Deze bevindingen zijn niet bepaald nieuw, maar ze zouden onderbelicht blijven zonder de huidige discussie.

    Denemarken doet het beter

    De Denen weten al lang beter. We kunnen voorbij externe gezondheidskosten van vervuiling en ongevallen kijken: fietspaden en stoepen zijn goedkoper en behoeven veel minder onderhoud dan wegen voor auto’s en vrachtauto’s. Er zijn ook voordelen in comfort (revitalisatie van stadscentra) en toerisme. In 2010 al schreef de Deense Fiets Ambassade (PDF):

    When all these factors are added together the net social gain is DKK 1.22 (0.13 euros) per cycled kilometer. For purposes of comparison there is a net social loss of DKK 0.69 (0.09 euros) per kilometer driven by car.

    Denemarken voert deze discussie dus al een aantal decennia, terwijl de discussie in Duitsland pas een maand geleden is gestart.

    Er is ook principiële kritiek op het plan: mensen nemen een dienst voor lief als deze gratis is. Maar veel mensen zouden nog steeds autorijden. De publieke discussie heeft laten zien dat voor sommigen het openbaar vervoer sneller en comfortabeler is dan autorijden, maar niet voor iedereen. En als meer mensen overschakelen naar tram en bus nemen de files af en wordt autorijden aantrekkelijker.

    Steden door de centrale overheid laten betalen om gratis openbaar vervoer aan te bieden is misschien sowieso niet zo’n goed idee. Steden zullen weerstand bieden als lokale beslissingsbevoegdheden worden afgenomen. En een goed plan behoeft ook ontwikkeling van infrastructuur, wat de gemeente op lokaal niveau het best kan.

    We willen het autogebruik terugdringen, niet alleen openbaar vervoer bevorderen

    Daarom een ander idee: waarom geven we mensen die hun auto verkopen geen transport krediet? Op dit moment wordt een bonus van 4,000 euro geboden, bijvoorbeeld voor het aanschaffen van een elektrische auto. Geef mensen die een auto verkopen die ze minsten twee jaar in bezit hebben gehad een krediet dat ze kunnen inzetten voor elke andere soort van vervoer. Een jaarabonnement voor het openbaar vervoer in Berlijn begint op 761 Euro, dus je zou vijf jaar gratis door Berlijn kunnen reizen van dat geld. Of je zou een nieuwe fiets kunnen kopen en nog steeds voldoende geld overhouden om een paar jaar de tram en bus te gebruiken. Lange afstandstreinen zouden ook uit de bonus betaald kunnen worden, inclusief de jaarpas van 4,270 euros. Je gaat dan ook een heleboel wandelen, dus je gaat ook behoefte hebben aan meerdere paren goede schoenen – serieus.

    Deze transitie zou iedereen de mogelijkheid geven om te kiezen wat het best is voor zijn situatie. Het gebruik van openbaar vervoer zal stijgen maar krijgt ook kans om zich aan te passen – en steden blijven in de positie om keuzes te maken over openbaar vervoer tarieven en infrastructurele planen. Sommige mensen zullen ook blijven autorijden.

    In mijn volgende post zal ik focussen op een aantal ideeën van andere steden rond de wereld. Veel van deze voorbeelden komen uit de reacties van lezers in de Duitse discussie. Mensen leren niet alleen van journalisten, maar ook van elkaar.

    Craig Morris (@PPchef) is redacteur van Global Energy Transition. Hij is medeauteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van Duitsland’s Energiewende, en is momenteel Senior Fellow bij IASS.

    Dit artikel is eerder gepubliceerd op Global Energy Transition en met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso door Krispijn Beek.

  • Gastbijdrage: Duitslands elektriciteitsconsumptie in 2017

    ANALYSE – Gebaseerd op voorlopige cijfers voor 2017 is de productie van groene stroom in Duitsland met een recordhoeveelheid gegroeid. De productie van kolenstroom daalde ook merkbaar, terwijl de hoeveelheid kernenergie afnam en de stroomexport recordhoogte bereikte. Maar één groot nieuwswaardig feit wordt mogelijk over het hoofd gezien tussen alle nieuwe records. Craig Morris duikt in de cijfers.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
    Sage-Exon-10
    Duitsland haalt zijn duurzame energie doelstelling voor 2020 drie jaar eerder (Foto door Usein, edited, CC BY-SA 1.0)

    De productie van groene stroom is harder gegroeid dan de productie van kernenergie is gedaald sinds in 2003 de eerste kernreactor werd stilgelegd als onderdeel van Duitslands nucleaire uitfasering. De productie van kolenstroom – zowel van bruin- als van steenkool – is ook gedaald. Toch zijn de lichten in Duitsland aangebleven.

    duurzame_energie_en_export_2003-2017

    De Duitse export van elektriciteit bedroeg 53 TWh, voor het vijfde jaar op rij een record. De netto export van elektriciteit biedt ruimte aan conventionele elektriciteitscentrales (kolen, gas en kern). Groene stroom heeft voorrang op het Duitse netwerk, wat betekent dat groene stroom geconsumeerd wordt voor conventionele stroom. Meer specifiek reageren windenergie en zonne-energie op het weer, niet op vraag naar elektriciteit. Dat betekent dat buitenlandse vraag de elektriciteitsproductie van deze bronnen niet kan vergroten.

    Duitse_stroom_balans_1990-2016
    Foto via CleanEnergyWire

    De stroomproductie van gascentrales is in 2017 weer een beetje gegroeid, daarmee is de totale elektriciteitsproductie van gascentrales met een kwart gegroeid sinds 2013. De elektriciteitsproductie van steenkolen is in dezelfde periode met een kwart gedaald. De stroomproductie van bruinkoolcentrales daalde slechts 8%, omdat groene stroom deze centrales nog niet dwingt om hun productie veel te verlagen.

    Kernenergie

    De productie van kernenergie daalde met bijna 11% in 2017. Eind december werd er een reactor gesloten, maar dat veroorzaakte slechts een kleine daling. Een grotere factor was de verlengde stop van Brokdorf, een kernreactor die vorig jaar geschiedenis schreef doordat het de eerste kernreactor was die specifiek sloot vanwege schade veroorzaakt door de elektriciteitsproductie actief te variëren op basis van de vraag naar stroom. Andere kernreactors, zoals de Franse Civaux, hebben ook moeilijkheden gekend door de productie te variëren op basis van de vraag naar stroom, maar het op- en afregelen van de elektriciteitsproductie was nooit eerder zo helder benoemd als oorzaak van problemen bij een andere kernreactor.

    Stroom_productie_duitse_kerncentrales
    Elektriciteitsproductie van alle 8 overgebleven kerncentrales in 2017. Het wegvallen van Brokdorf van begin februari tot eind juli verminderde de productie aanzienlijk. (via Fraunhofer ISE)

    Groei groene stroom

    De toename van groene stroom met 29 TWh in 2017 betekent een nieuw jaarrecord. De groei staat gelijk aan zo’n 5% van de Duitse stroomvraag. Als de Duitse groene stroomproductie in dit tempo blijft doorgroeien zou het theoretisch mogelijk zijn om in 20 jaar van 0% op 100% groene stroom uit te komen.

    Alleen begon Duitsland in 2017 niet vanaf 0% groene stroom, maar vanaf ongeveer 30% (inclusief export). Dat steeg afgelopen jaar naar 33%. Belangrijker is dat de doelstelling voor 2020 35% van de elektriciteitsvraag is (exclusief export). Vorig jaar bereikte Duitsland 36,5% hernieuwbare elektriciteit, op basis van de elektriciteitsvraag (exclusief export). Duitsland heeft zijn doelstelling voor 2020 dus 3 jaar eerder gehaald.

    duitse_stroom_productie_naar_bron_2017

    Als Duitsland door zou gaan met het toevoegen van 5% hernieuwbare stroom per jaar dan zou het in slechts 13 jaar op 100% (in 2030) uitkomen op 100%. Maar deze groei zal de komende jaren stagneren. De overheid is recent overgeschakeld op veilingen om de toekomstige groei te beheersen: het volume dat geveild wordt is beperkt, en de tijd voor realisatie van de projecten is royaal. Dit jaar is misschien nog niet zo slecht, maar de windsector valt naar verwachting stil in 2019 en 2020, omdat veel van de recent geveilde projecten tot 2021 en 2022 hebben om het project te realiseren. Het aandeel groene stroom in 2020 zou daarom wel eens weinig af kunnen wijken van het aandeel groene stroom in 2017.

    Technische beperkingen zijn een belangrijke reden voor deze vertraging: een aandeel groene stroom van 100% (of zelfs van 50%) is niet triviaal. Basislast centrales zullen volledig moeten verdwijnen terwijl er tegelijkertijd voldoende flexibele capaciteit beschikbaar moet blijven. Brancheorganisatie BDEW roept daarom op om meer nieuwe gas turbines te bouwen (in het Duits), en bedrijven zoals Uniper (voormalig Eon) onderzoekt momenteel haar mogelijkheden (in het Duits). Dat doen ook gemeentelijke energiebedrijven, zoals dat van Cottbus die recentelijk plannen aankondigde om over te schakelen van lokaal geproduceerd bruinkool naar gas (in het Duits). Tussen al het nieuws over records in duurzame elektriciteitsproductie en elektriciteitsexport verdient dit kleine nieuws item meer aandacht: een gemeentelijk energiebedrijf in een van Duitslands drie grootste bruinkoolmijngebieden (Lausitz) schakelt over op gas.

    100% groene stroom?

    Misschien wel het hipste nieuwsbericht kwam juist na de jaarwisseling, toen het nieuwe Duitse handelsplatform (SMARD) voor elektriciteit liet zien dat een korte tijd ruwweg 100% van de elektriciteitsvraag door groene stroom werd geleverd. In de grafiek van de website hieronder valt de rode lijn (de elektriciteitsvraag) over de top van het blauwe gebied dat het aanbod aan windenergie weergeeft, met de andere hernieuwbare energiebronnen eronder. De vraag naar elektriciteit was laag en de productie van windenergie hoog vanaf ongeveer 4 uur ’s nachts tot 6 uur ’s ochtends op 1 januari. De andere twee belangrijke elektriciteitsmarkt visualisaties – de Agorameter en Energy-Charts.de – tonen een aandeel groene stroom dat dichter bij 90% ligt. Het verschil wordt veroorzaakt door verschillen in de schattingen. Eerdere keren dat geclaimd werd dat Duitsland 100% hernieuwbare stroom produceerde bleken overschattingen te zijn (lees ook dit), maar misschien is dit nieuwe platform betrouwbaarder en had Duitsland werkelijk 2 uur lang 100% duurzame stroom.

    SMARD_Grafik__-20180101_20180101

    In ieder geval was 2017 een goed jaar voor hernieuwbare energie in Duitsland, en 2018 is goed van start gegaan.

    Craig Morris (@PPchef) is redacteur van Global Energy Transition. Hij is medeauteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van Duitsland’s Energiewende, en is momenteel Senior Fellow bij IASS.

    Dit artikel is eerder verschenen op Global Energy Transition en met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso door Krispijn Beek.

  • Bloomberg: helft Amerikaanse kerncentrales draait met verlies

    Volgens een analyse van Bloomberg New Energy Finance (BNEF) draait meer dan de helft van de Amerikaanse kerncentrales met verlies. Ondanks het argument van voorstanders van kernenergie

    Nuclear power plants are getting paid $20 to $30 a megawatt-hour for their electricity, Nicholas Steckler, an analyst at Bloomberg New Energy Finance, said in a report Wednesday. Meanwhile, it costs them an average of $35 a megawatt-hour to run. That puts 34 of the nation’s 61 plants out of the money.

    Ironisch genoeg zijn het volgens BNEF juist kerncentrales die op de vrije markt opereren waar de grootste financiële problemen zitten. De meeste eigenaren van kerncentrales hebben dan ook aangegeven zich te willen gaan richten op gereguleerde elektriciteitsmarkten. Daarnaast pleiten ze voor subsidies voor bestaande kerncentrales, met het argument dat de CO2 emissie anders stijgt.

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder gepubliceerd als open waanlink op Sargasso.

  • Trump’s nieuwe wereldorde: fossiel vs. groen

    Energie-expert Michael Klare vraagt zich af of Trump bezig is met het creëren van een nieuwe wereldorde. Deze is in zijn ogen niet gebaseerd op het wereldbeeld van Wilsonian’s internationalisten, die de wereld verdeeld zien tussen liberale democratieën (aangevoerd door de VS en zijn Europese bondgenoten) en onvrije autocratische landen (geleid door Rusland onder Vladimir Putin). Het is ook niet gebaseerd op Samuel Huntington’s wereldbeeld uit The Clash of Civilizations, waarin de botsing plaatsvind tussen de Islam en het Joods-Christelijke westen. Veeleer lijkt de scheiding te lopen tussen landen die kiezen voor fossiele energie en landen die kiezen voor hernieuwbare energie.

    Ultimately, Trump seems to be aiming at the creation of a new world order governed largely by energy preferences.  From this perspective, an alliance of Russia, Saudi Arabia, and the United States makes perfect sense. As a start, authoritarian-minded leaders who detest liberal ideas and seek to perpetuate the Age of Carbon now run all three countries. They, in turn, exercise a commanding role in the global production of energy.  As the world’s three leading producers of petroleum, they account for about 38% of total global oil output.  The U.S. and Russia are also the world’s top two producers of natural gas.  Along with Saudi Arabia, they jointly account for 41% of global gas output.

    De eerste drie stappen die wijzen naar deze nieuwe wereldorde die Trump nastreeft zijn het aanhalen van de banden met Saoudi-Arabië, het van zich vervreemden van Europese NAVO-bondgenoten (waarvan de meeste het klimaatakkoord van Parijs steunen) en de aankondiging dat de VS zich terug gaat trekken uit het klimaatakkoord van Parijs. Klare schetst een dystopisch beeld van de gevolgen van een wereld overheerst door fossiele energie belangen:

    A world dominated by petro-powers will be one in which oil is plentiful, the skies hidden by smog, weather patterns unpredictable, coastlines receding, and drought a recurring peril. The possibility of warfare is only likely to increase on such a planet, as nations and peoples fight over ever-diminishing supplies of vital resources, especially food, water, and arable land.

    Een wereld overheerst door groene krachten leidt naar zijn mening waarschijnlijk tot een positiever toekomstbeeld:

    A world dominated by green powers, on the other hand, is likely to be less ravaged by war and the depredations of extreme climate change as renewable energy becomes more affordable and available to all.

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder als Open Waanlink gepubliceerd op Sargasso.

  • Gastbijdrage: Duitsland mijlenver verwijderd van CO2 reductiedoelstelling voor 2020

    Een recente studie in opdracht van de Duitse Groenen komt tot de conclusie dat Duitsland weinig kans heeft om de 40% CO2 reductiedoelstelling voor 2020 te halen. Maar als je denkt dat elektriciteitsproductie door kolencentrales het grote probleem zijn, zal je verbaasd zijn over de analyse van Craig Morris.

    Niederaussem
    Emissies blijven hoog, maar kolen zijn mogelijk niet de boosdoener (foto door Leon Liesener, edited, CC BY-SA 3.0).

    Noem het onzinnig – of misschien simpelweg onrealistisch: maar in 2007 stelden Bondskanselier Merkel en toenmalig milieuminister Gabriel een ambitieuze doelstelling vast om de CO2 emissies met 40% te verminderen in 2020 ten opzichte van 1990. Hoe onrealistisch was het?

    img1-1_germany_miss_2020_carbon_target

    Overweeg in de eerste plaats dat de oorspronkelijk uitfasering van kernenergie in 2002 (teruggedraaid in 2020 en toen weer vastgesteld in 2011) er toe zou leiden dat de meeste kerncentrales in Duitsland in 2020 gesloten zouden zijn. De sluiting van deze CO2 arme energiecentrales zou het enkel moeilijker maken om de CO2 emissies in die jaren te verlagen.

    Bovendien wisten we in 2007 nog niet dat hernieuwbare energie zo snel zou groeien. Van 2000 tot 2006 steeg het aandeel groene stroom van 6,6 procent naar 11,2 procent, een groei van minder dan één procentpunt per jaar. Sinds 2006 is dat aandeel twee keer zo hard gegroeid, maar in 2007 was het was nog niet zeker of dit succes zou doorzetten.

    End dan was er nog de daling van CO2 emissies. Volgens het Kyoto protocol diende Duitsland in 2012 21 procent minder CO2 uit te stoten, wat nog acht jaar overlaat voor de resterende 19 procent – ruwweg 2,4 procentpunt per jaar. Om dit cijfer in context te plaatsen, de doelstelling voor 2050 is 80% reductie; gemeten vanaf 2012 is dat 1,55 procent per jaar. Dus de korte termijndoelstelling is 50% ambitieuzer dan de lange termijn doelstelling – ondanks de gelijktijdige uitfasering van kernenergie!

    Er is een verzachtende factor: de werkelijke emissiereductie in Duitsland naderde in 2012 met 25% veel hoger dan Duitslands Kyoto doelstelling. Dat betekent dat Duitsland in 2020 zijn emissies nog slechts met 15 procentpunt hoefde te verlagen. Maar toch, 15 procent in acht jaar is snel – een derde sneller dan het lange termijn gemiddelde.

    Gebaseerd op de uitfasering van kernenergie en de staat van hernieuwbare energie in 2007 ligt het meer voor de hand dat de vermindering van de CO2 uitstoot in de periode 2012-2020 lager zou liggen dan het lange termijn gemiddelde. Misschien dat Merkel en Gabriel dachten dat er voldoende laag hangend fruit was om succes te verzekeren. Hoe dan ook schat Arepo Consult in een rapport voor de Groenen (PDF in Duits) dat Duitse CO2 emissies in 2016 met 0,5 procent waren gestegen in 2016.

    De harde cijfers voor 2016 zijn nog niet beschikbaar, maar in januari publiceerde het Duitse milieuagentschap UBA de cijfers voor 2015. Een kleine daling van 0,3 procent bracht de totale CO2 reductie t.o.v. 1990 op 27,9%. Duitsland heeft nu nog vijf jaar om de emissies met 12,1% te laten dalen – dat is 2,4 procent per jaar. Sinds 2012 zijn de emissies met slechts 0,5% per jaar gedaald. In dat tempo komt Duitsland dichter bij 32% dan bij 40% in 2020.

    Kolen zijn misschien niet eens het grootste probleem

    Hou in gedachten dat de emissies van kolencentrales omlaag zijn gegaan. Zowel UBA (PDF persbericht van 20 maart) als Arepo wijzen er op dat de emissies van transport en warmte het probleem zijn. De emissies van de gebouwde omgeving is praktisch gelijk aan de emissie in 1995; voor transport zijn ze gelijk aan het niveau van 1990. Er is duidelijk te weinig voortgang gemaakt in warmte en transport; Duitslands energietransitie blijft een elektriciteitstransitie.

    Vluchtelingen zorgden in 2016 voor een stijging van de bevolking van Duitsland met ongeveer 1%. Veel van hen werden tijdelijk gehuisvest in grote, ongeïsoleerde tenten waar hete lucht in werd geblazen – een zeer inefficiënt proces. Dit effect kan echter tijdelijk blijken.

    Maar dit tijdelijke effect telt op bij een structureel probleem: Duitsland heft nog niet bedacht hoe ze het tempo van energie-efficiënte gebouw renovaties kan opvoeren. En Berlijn heeft het afgelopen decennium besteed aan het verdedigen van diesel in plaats van elektrische mobiliteit, inclusief openbaar vervoer – om het maar niet te hebben over fietspaden en beloopbare steden.

    De auteurs van Arepo hebben duidelijk aanbevelingen: sluit kolencentrales en maak de omslag naar hybride en elektrische mobiliteit, inclusief spoorwegen. Voor de warmtesector bevelen ze “grotere efficiency” aan. Maar hoe? Oproepen om huiseigenaren te dwingen tot geode isolatie en het vervangen van oud olie gestokte verwarmingssystemen door efficiëntere nieuwere (idealiter draaiend op gas of hernieuwbare warmte) worden beantwoord met beschuldigingen van aantasting van eigendomsrecht. Merkel is tegen een snelle uitfasering van kolen vanwege de impact op de betreffende gemeenschappen (bericht in het Duits). En gemeentelijke overheden die gaan over het aanleggen van fietspaden en verbeteren van openbaar vervoer missen de financiële middelen.

    We weten allemaal wat de problemen zijn. We hebben zelfs een heleboel oplossingen. De oplossingen geïmplementeerd krijgen – dat is de crux. Om dat voor elkaar te krijgen hebben we sociale, en niet alleen technische, oplossingen nodig. Het Duitse publiek, dat naar verluidt de Energiewende sterk steunt, moet overtuig worden om de juiste stappen te nemen buiten de elektriciteitssector.

    Craig Morris (@PPchef) is de hoofdauteur van Global Energy Transition. He is co-auteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van de Duitse Energiewende en hij is momenteel Senior Fellow bij IASS.

    Dit artikel is eerder verschenen op Energytransition en is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

  • Nachtmerriescenario voor vastgoedeigenaren aan de kust van Florida

    Bloomberg had een paar weken terug een lezenswaardig artikel over de risico’s van klimaatverandering en de daarbij horende zeespiegelstijging voor eigenaren van woningen langs de kust van Florida. Hoewel het daadwerkelijke moment nog even op zich kan laten wachten, overweegt een deel van de bewoners toch al zijn huis te verkopen. Deels uit angst voor het instorten van de markt op het moment dat meer mensen hun huis te koop gaan zetten.

    De burgemeester van Coral Cables noemt de boten die in de kanalen liggen en een brug door moeten om naar zee te gaan de kanarie in de kolenmijn:

    These boats are going to be the canary in the mine When the boats can’t go out, the property values go down.

    Een daling van de huizenprijs kan effecten hebben op de bereidheid van banken om lang lopende hypotheken te verstrekken, waardoor de waarde nog verder daalt. Nu al heeft het waterbedrijf enorme pompen moeten installeren om het zoute water buiten de deur te houden.

    De hoofdeconoom van Freddie Mac waarschuwde al in een rapport dat de impact van een huizencrisis in de kustgebieden groter kan zijn dan dat van de Grote Depressie, alleen dan zonder de kans op herstel van de economische waarde van het betreffende vastgoed.

    Open waanlink

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.