Categorie: Sargasso

  • Impact klimaatakkoord Parijs voor Nederlands langetermijn-klimaatbeleid

    Vorig jaar heeft Sargasso veel aandacht besteed aan klimaat in de verkiezingsprogramma’s. Onderstaand bericht heb ik geschreven voor Sargasso om te kijken naar wat volgens het Planbureau voor de Leefomgeving de impact is van het klimaatakkoord van Parijs op het Nederlands langetermijn-klimaatbeleid en dit te vergelijken met wat verschillende politieke partijen in hun verkiezingsprogramma hebben opgenomen. Bijstellingen op basis van amendementen bij partijcongressen zijn (nog) niet verwerkt, ontbreekt me de tijd voor. Voeg gerust met bronvermelding toe in de reacties, dan werk ik het overzicht bij.

    Impact klimaatakkoord van Parijs volgens PBL

    Om te bepalen hoeveel minder CO2 Nederland mag uitstoten heeft PBL eerst berekend hoe groot het wereldwijde koolstofbudget nog is. Hiervan heeft PBL concretere doelstellingen voor emissies in Nederland afgeleid. Hoe deze doelstellingen er uit zien hangt onder andere af van wat een rechtvaardige en eerlijke verdeling is van de wereldwijde emissieruimte per land. PBL is uitgegaan van een gelijke wereldwijde emissies per hoofd van de bevolking. De Nederlandse uitstoot moet dan dalen met 37 tot 47% in 2030 en met meer dan 87% in 2050.

    Belang van snelle omslag

    Volgens PBL zijn de komende jaren cruciaal, zowel wereldwijd als in Nederland, om aan de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te voldoen. De beleidsvoornemens moeten fors worden aangescherpt om binnen het koolstofbudget te blijven. Waarbij vermindering van de CO2 emissie en energietransitie de kern van de klimaatbeleidsopgave vormen. In Nederland wordt 85% van de broeikasgasemissies gevormd door CO2 en CO2 heeft een lange levensduur, een lagere CO2 emissie is volgens de analyse van PBL dan ook het belangrijkst voor het tegengaan lange termijn klimaatverandering.

    Op termijn zijn negatieve emissies volgens PBL mogelijk, maar de technieken hiervoor zijn niet onomstreden. Negatieve emissies kunnen bestaan uit CO2 afvang en opslag (CCS), CO2 afvang en vastlegging (CCU) in bijvoorbeeld bouwproducten, of het vastleggen van CO2 door bijvoorbeeld herbebossing. De CO2 emissie moet verder omlaag als er geen gebruik gemaakt wordt van negatieve emissies. Voor de doelstelling van 1,5°C  heeft PBL enkel een scenario doorgerekend met inzet van negatieve emissies.

    Huidig beleid

    De Nederlandse broeikasgasemissies dalen nu tamelijk geleidelijk: de emissiereductie in de laatste 10 jaar bedroeg zo’n 0,7 procentpunt per jaar voor alle Kyoto-broeikasgassen en ongeveer 0,5 procentpunt per jaar voor alleen CO2 (ten opzichte van het emissieniveau in 1990). Om de doelen voor 2030 en 2050 uit de illustratieve berekeningen te halen zou de jaarlijkse reductie 2,6-2,8 procentpunt moeten bedragen van het emissieniveau in 1990.

    PBL constateert dan ook dat het huidige en voorgenomen beleid in Nederland onvoldoende is. Met het voorgenomen beleid komt de CO2 reductie uit op 12%in 2030 ten opzichte van 1990. Daar komt dan nog 12% bij als gevolg van de daling van andere broeikasgassen, zoals methaan en lachgas. Om het Nederlandse beleid in lijn te brengen met het Parijsakkoord is in 2030 40-50% minder CO2 uitstoot nodig ten opzichte van 1990. In 2050 moet de CO2 emissie tenminste 87% lager zijn. Om de 1,5°C doelstelling te halen is in 2050 meer dan 100% emissiereductie nodig. Oftewel: CO2 afvangen en opslaan of gebruiken.

    Mogelijk maatregelen om beleid in lijn te brengen

    Om het Nederlandse beleid, zonder gebruik van kernenergie, is het volgens PBL nodig om onder meer in te zetten op energiebesparing, elektrificatie van het energieverbruik, inzet van meer hernieuwbare energie en afvang en opslag van CO2. Het halen van de doelen vergt inzet op al deze terreinen, dus geen of- of, maar en – en. Om een versnelling te bereiken is het daarnaast nodig om waarborgen in te bouwen, zodat een robuust investeringsklimaat ontstaat. PBL stelt verder dat het van belang is dat er beleid ingezet wordt om alle infrastructurele, technische en institutionele randvoorwaarden op orde te maken voor grootschalige toepassing van CO2-arme technieken.

    Vergelijking doelstellingen politieke partijen met PBL

    In onderstaande tabel heb ik de doelstellingen de verschillende partijen voor vermindering van de CO2 uitstoot opgenomen voor 2030 en 2050. Sommige partijen doelen daarbij op de CO2 emissie, andere op alle broeikasgassen. Ik heb niet alle partijprogramma’s hierop nagelopen, waar bekend heb ik het aangegeven.

    Doel (t.o.v. 1990) 2030 2050
    2 °C (met negatieve emissies) 37% 87%
    2 °C (zonder negatieve emissies) 40% 96%
    1,5 °C (met negatieve emissies) 47% >100%
    Basispad Nationale Energieverkenning 2016 24% (waarvan 12% CO2) Niet bekend
    PvdD 65%* 100%* (in 2040)
    ChristenUnie 55% Tenminste 85% voor 2050**
    GroenLinks Tenminste 55%* Tenminste 95%*
    PvdA Tenminste 55%* Tenminste 95%*
    D66 Tenminste 50% Tenminste 90%
    VVD 40% in EU verband 80-95% in EU verband
    CDA 40% in EU verband 80-95% in EU verband
    SP geen 100%
    DENK ? ?
    SGP ? ?
    Nieuwe Wegen ? ?
    Ondernemerspartij ? ?
    50Plus ? ?
    VNL ? ?
    Piraten Partij ? ?
    PVV ? ?
    Forum voor Democratie ? ?

    * betreft alle broeikasgassen
    ** De ChristenUnie zet in op een snelle en volledige energietransitie binnen één generatie. Dit heb ik opgevat als het binnen 30 jaar naar nul brengen van de CO2 emissies van energieverbruik. Volgens PBL is energieverbruik 85% van de CO2 emissies energiegerelateerd.

    Mocht ik doelstellingen over het hoofd hebben gezien in de analyses of doelstellingen van partijen verkeerd weergeven, vul ze dan gerust met bronvermelding aan in de reacties. Dan voeg ik ze toe.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Steun van SP, D66 en ChristenUnie voor Klimaatwet

    De Klimaatwet, die in 2015 door GroenLinks en PvdA werd gepresenteerd en in september 2016 aan de Raad van State werd gezonden voor advies, wordt nu ook ondersteund door SP, D66 en CU. Volgens de NOS wordt het wetsvoorstel niet meer voor de Tweede Kamerverkiezingen behandeld in de Tweede Kamer, doordat de voorbereiding meer tijd kostte dan eerder verwacht. De partijen zien de afspraken dan ook als inzet voor de campagne en de coalitie-onderhandelingen daarna.

    VVD, PVV en CDA zien niks in de Klimaatwet. Zij noemen de wet onrealistisch en vinden het ook niet nodig dat Nederland strengere doelen stelt dan in Europa noodzakelijk is.

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder gepubliceerd als open waanlink op Sargasso.

  • Het onomkeerbare momentum van schone energie

    ANALYSE – President Obama over de onomkeerbare dynamiek van schone energie: economische groei en vermindering van CO2 emissies kunnen samengaan. Sterker nog: het bewijs groeit dat het niet verlagen van de CO2 emissies tot grote schade aan de wereldeconomie en verlies aan werkgelegenheid zal leiden. Ook bedrijven beginnen te ontdekken dat klimaatvriendelijk ondernemen ze geen windeieren hoeft te leggen, zeker met de forse kostendaling van zon- en windenergie. En door de lage gasprijs in de VS is het onwaarschijnlijk dat energiebedrijven over zullen stappen op duurdere kolencentrales.

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder geplaatst als open waanlink op Sargasso.

  • Gastbijdrage: Productie hernieuwbare energie stagneert in Duitsland in 2016

    ANALYSE – Na de sterke groei in 2015 vertoont het aandeel hernieuwbare energie in Duitsland nauwelijks veranderingen in het afgelopen jaar. Eigenlijk is het meest verrassende de verandering in aardgas. Craig Morris duikt in de cijfers.

    Gasflame 500x234

    2016 liet een stijging van het gasverbruik zien, en weinig voortgang in het aandeel hernieuwbare energie (Foto door Michal Osmenda, edited, CC BY-SA 2.0)

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    De cijfers zijn niet alleen gebaseerd op voorlopige cijfers, maar deels ook op voorspellingen. De AGEB, een groep economen en energie experts die de cijfers opstelde, publiceerde ze namelijk net voor de kerst – voor het jaar ook maar over was. De totale primaire energie consumptie steeg met 1,6%, dat kwam vooral, legt AGEB uit,  door het koudere weer en het schrikkeljaar, wat 0,3% extra tijd toevoegde aan 2016. We hebben de officiële CO2 emissiecijfers nog niet, maar Agora Energiewende schat dat de CO2 emissie van elektriciteitsproductie daalde met 1,6%, doordat het kolenverbruik verder daalde. Tegelijkertijd stijgen de CO2 emissies met 0,9% doordat er te weinig voortgang wordt geboekt in de warmte en transportsectoren (Duits persbericht).

    Energie Duitland 2016 429x300

    Mix van primaire energie consumptie Duitsland 2016

    Een punt om te laten zien hoe groot de aanpassing aan deze voorlopige cijfers kan zijn. Het bericht van vorig jaar over AGEB’s voorlopige cijfers voor 2015 nam aan dat het aandeel hernieuwbare energie tot 32,5% van de binnenlandse energievraag was gestegen. Maar dat cijfer werd in de zomer verlaagd tot 31,5%. En na gematigde groei in 2016 staat de nieuwe voorlopige voorspelling op 32,3% – minder dan vorig werd verwacht. De grafiek hieronder laat het aandeel hernieuwbare energie in de totale productie zien, dat is inclusief het record niveau van export. Het aandeel hernieuwbare energie in de totale productie is lager dan in de binnenlandse vraag enkel omdat Duitsland zoveel elektriciteit exporteert.

    Duitland Energieprodutie 2016 429x300

    Mix van energieproductie in Duitsland voor 2016

    Ondanks de stilstand op de biogas markt, nam de elektriciteitsproductie van bioenergie toe. Biogas units kunnen elektriciteit leveren op afroep en zijn dus minder afhankelijk van het weer. Zonne-energie is zeer afhankelijk van het weer en produceerde minder elektriciteit dan in 2015, ook al was er een lichte stijging in geïnstalleerd vermogen. Blijkbaar was 2016 simpelweg minder zonnig dan 2015. Zulke fluctuaties zullen niet weg gaan; we zullen er mee moeten leren leven in een toekomst die grotendeels op de zon gebaseerd is. En dan was er nog de terugval in windenergie. Na 70,9 TWh in 2015 viel de productie van wind op land vorig jaar terug naar 66,8 TWh, ook al was er een sterke stijging van het aantal nieuw geïnstalleerde windmolens.

    Dubbele aanpassingen

    Maar deze uitkomst is zelfs slechter vanuit het gezichtspunt van vorig jaar januari, toen de AGEP voor wind (op land en op zee) 85,4 TWh noteerde, een getal dat de Duitse wind energie associatie BWE nog steeds gebruikt in zijn meest recente persbericht (Duitstalig). In feite heeft AGEB dit getal in de zomer van 2016 verlaagd naar 79,1 TWh.

    Waarom zijn de cijfers voor 2015 naar beneden bijgesteld? In de basis komt dit doordat de ‘live’ data (die in feite gebaseerd zijn op een combinatie van berekenen en schatten) die Entso-e (het Europese samenwerkingsverband van netwerkbeheerders) rapporteert slechts zo’n 90% van de elektriciteitsproductie dekt (zie ook dit rapport). Websites zoals de Agorameter en Fraunhofer’s Energy Charts maken gebruik van de data van Entso-e en stellen hun berekeningen naar boven bij om het gat te vullen (net als AGEB). Maar toen begon ook Entso-e deze aanpassing te maken – blijkbaar zonder dit aan iemand te vertellen. Agora, Fraunhofer en AGEB voegde hun eigen correctie toe aan die van Entso-e, waardoor hun schattingen kort gezegd te hoog werden.

    De elektriciteitsproductie voor wind op land en op zee staat voor 2016 voorlopig op 79,8 TWh, slechts 1% hoger dan de gecorrigeerde elektriciteitsproductie voor 2015. De sterke groei van de elektriciteitsproductie door wind op zee compenseerde de lagere productie van wind op land, vooral doordat Bard 1, een windpark van 400 MW, van januari tot oktober 2015 stil laag (Duitstalig verslag) maar goed draaide in 2016.

    Focus moet verschuiven van kolen naar olie & gas

    De grootste veranderingen in het energieaanbod hebben betrekking op aardgas en kernenergie. Het aandeel van gas in de elektriciteitsproductie steeg deels doordat de gasprijs in 2015 inzakte en laag bleef in 2016 (zie figuur 4.2 in deze pdf). AGEB schrijft ook dat de vraag naar warmte steeg doordat het weer kouder was, en gas is goed voor ongeveer de helft van de ruimteverwarming in Duitsland.

    Elektriciteitsproductie van steenkool en bruinkool daalde met 0,7%. Sins het niveau in 2007 (voor de economische crisis) is de elektriciteitsproductie van kolen met zo’n 12,5% gedaald – bovenop de halvering van kernenergie. Tegelijkertijd is de export van elektriciteit met 55,5 TWh tot  record hoogte gestegen, dit staat gelijk aan 9% van de totale productie. Agora wijst er op dat Duitse kolencentrales gered worden door de export (Duitstalig), want kolencentrales zijn in toenemende mate niet meer nodig om in de binnenlandse vraag naar elektriciteit te voorzien, zie mijn artikel uit 2013 voor een verklaring.

    Duitse Energiemix 2003 2016 429x300

    Kernenergie lag lager door twee oorzaken. Ten eerste sloot in 2015 Grafenrheinfeld nog tot mei in gebruik, en ten tweede lagen verschillende kerncentrales in april en mei om diverse redenen, waaronder veiligheidsproblemen en lekkages, stil. Duitsland heeft momenteel 8 kerncentrales in gebruik.

    Kerncentrales Duitsland 2016 500x258

    Nuclear power generation by month in 2016, showing the downturn in April and May. (Source: Fraunhofer ISE)

    Het oliegebruik blijft onveranderd op 34% van de totale vraag, dat is meer dan bruinkool en steenkool gecombineerd. Had ik al gezegd dat er meer aandacht besteed moet worden aan de warmte- en transportsectoren?

    Craig Morris (@PPchef) is de hoofdauteur van Global Energy Transition. He is co-auteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van de Duitse Energiewende, en hij is momenteel Senior Fellow bij IASS.

    Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Ontgasverbod Utrecht

    Provinciale Staten van de Provincie Utrecht wil uiterlijk vanaf 1 maart 2017 het varend ontgassen door de binnenvaart verbieden. Daarmee volgt Utrecht de lijn die de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant in 2014 hebben ingezet.

    Verbod Utrecht

    In het Statenvoorstel ‘Wijziging Provinciale milieuverordening Utrecht 2013’ was al een verbod op ontgassen van binnenschepen opgenomen. Een concrete datum van in werking treden ontbrak echter nog in het Statenvoorstel. Om deze reden dienden alle partijen gezamenlijk een amendement in waarin GS worden verzocht om het verbod op ontgassen uiterlijk per 1 maart 2017 van kracht te laten gaan. Eerste ondertekenaar van het amendement is de VVD, die op hun website het succes dan ook claimt. Daarbij stellen ze dat er sprake zou zijn van een ontgasverbod in de provincie Limburg. Mocht een van de lezers daar meer van weten, dan hoor ik dat graag. Naar mijn weten zijn er tot op heden zelfs geen vragen gesteld over ontgassen in de provincie Limburg.

    Met het verbod mag er niet meer tijdens het varen ontgast worden. Nogal wat scheepslading wordt vervoerd in vloeibare vorm. Na het lossen blijft in de tank altijd een aanzienlijke hoeveelheid van de lading in dampvormige toestand over. Deze wordt in de atmosfeer geloosd (het zogenaamde ontgassen), waardoor schadelijke stoffen als benzeen en benzeenhoudende stoffen, in de lucht vrijkomen. Dit kan tot geuroverlast leiden, maar ook tot gezondheidsrisico’s voor de bemanningsleden en omwonenden.

    Het verbod op ontgassen heeft vooralsnog alleen betrekking op het ontgassen van het kankerverwekkende benzeen en van benzeenhoudende mengsels, net als in Zuid-Holland en Noord-Brabant. De provincie Utrecht kan volgens de toelichting in principe ook andere stoffen aanwijzen, daarbij moet met name worden gedacht aan de in Europees verband aangewezen zeer zorgwekkende stoffen. Deze zijn schadelijk voor de gezondheid.

    Ontwikkelingen andere provincies en internationaal

    In de provincies Noord-Holland, Zeeland en Gelderland wordt ondertussen ook nog gewerkt aan het verbieden van varend ontgassen door de binnenvaart. Wanneer deze wijzigingen van de provinciale milieuverordeningen behandeld worden is nog niet bekend. Ook de status van de internationale onderhandelingen is op moment van schrijven onbekend. De publieke consultatieperiode is al een tijdje afgerond, het is dus wachten op vervolgstappen. Al zal het na aanpassing van het internationale scheepsafvalstoffenverdrag (CDNI) ook nog wel een aantal jaren duren voordat deze verwerkt is in nationale wetgeving.

  • Klimaatzaak tegen Noorwegen

    Noorwegen wordt gezien als een groen rolmodel door de ambitie om klimaatneutraal te zijn in 2030, de grote hoeveelheid waterkracht in de energievoorziening en de ambitieuze plannen voor elektrische auto’s. Toch is een alliantie van actievoerders een rechtszaak gestart over de beslissing van de Noorse overheid om oliewinning in de Barantszee toe te staan. Volgens de actievoerders is dit in strijd met het Noorse recht en bedreigt de beslissing het Klimaatakkoord van Parijs. De alliantie van actievoerders bestaat onder andere uit Greenpeace, jongerengroepen en James Hansen, de voormalig directeur van Nasa’s Goddard instituut voor ruimteonderzoek.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd als open waanlink op Sargasso.

  • Consultatie internationaal ontgasverbod

    Onderstaand artikel is eerder als open waanlink geplaatst op Sargasso.

    Er lijkt eindelijk een doorbraak te zijn bij de onderhandelingen over een internationaal verbod op ontgassen van vluchtige organische stoffen aan de buitenlucht. Half juli is er namelijk een publieke consultatie gestart voor wijziging van het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (CDNI). De wijziging betreft een verbod tot het ontgassen van carcinogene, mutagene, reprotoxische en stankveroorzakende stoffen die op de lijst van de meest vervoerde milieugevaarlijke stoffenvoorkomen of een politieke issue zijn. Volgens de beschikbare documentatie is er sprake van consensus over de inhoudelijke wijzigingen tussen de verdragsluitende partijen.

    In de tekst voor de publieke consultatie is niet aangegeven wanneer het internationale verbod op ontgassen aan de buitenlucht in gaat. De lijst met stoffen omvat beduidend meer stoffen dan de provinciale ontgasverboden in Zuid-Holland en Noord-Brabant. De publieke consultatie loopt tot 15 september 2016.

    Zie ook het dossier over ontgassen op Sargasso en hier.

    Open waanlink

  • Stopt de overheid met jokkebrokstroom?

    In 2013 legde Sargasso bloot dat de Tweede Kamer zogenaamde jokkebrok stroom inkoopt. Met de marktconsultatie die op 18 augustus is gepubliceerd lijkt verandering op handen.

    Hoe werkt inkoop van groene stroom

    Consumptie van duurzame elektriciteit bestaat uit een combinatie van fysieke consumptie van elektriteit en het afboeken van zogenaamde Garanties van Oorsprong. Met deze garanties van oorsprong wordt de elektriciteit vergroend. Er zijn 2 manieren om duurzame elektriciteit in te kopen:

    1. Fysieke elektriciteit en garanties van oorsprong bij dezelfde leverancier kopen. Bij voorkeur bij een leverancier die ook elektriciteit uit hernieuwbare bronnen produceert. De afnemer koopt in dat geval de duurzame elektriciteit; de leverancier zorgt voor de levering van elektriciteit en voor het afboeken van de garanties van oorsprong.
    2. Het is ook mogelijk om als afnemer de garanties van oorsprong apart van de elektriciteit in te kopen. Een afnemer moet dan zelf een garantie van oorsprong rekening openen bij de uitgevende instantie (of dit door een derde partij laten doen) en vervolgens zelf garanties van oorsprong kopen bij de ingekochte elektriciteit. Deze garanties laten bijboeken op de eigen garanties van oorsprong rekening en afboeken.

    Wat is jokkebrok stroom?

    In 2013 legde de Nederlandse Energiemaatschappij (NME) in een reclamespotje uit wat ‘jokkebrok stroom’ is. Voor een habbekrats per klant kochten zij garanties van oorsprong van Scandinavische waterkrachtcentrales. Scandinavische landen trekken deze verkochte GvO’s niet van hun eigen groene stroomproductie af, Scandinavische energiebedrijven melden hun klanten ook nauwelijks dat ze de GvO’s van de waterkrachtcentrale hebben doorverkocht. Milieuorganisaties, zoals Greenpeace, WISE en HIER hebben dan ook al jaren kritiek op deze wijze van vergroenen van elektriciteit en spreken van sjoemelstroom.

    Inkoop rijksoverheid

    De rijksoverheid kiest al jaren voor het apart aanbesteden van de fysieke elektriciteit en de garanties van oorsprong. Daarmee gebruikt de rijksoverheid wel groene stroom, alleen leidt dat volgens Minister Kamp niet tot extra vergroening van de elektriciteitsvoorziening in Nederland of de EU. Terwijl het hele idee van duurzaam inkopen door de overheid toch juist was om als overheid het goede voorbeeld te geven en daarmee bij te dragen aan de verdere verduurzaming van de economie. In 2013 legde Sargasso bloot dat de rijksoverheid en Tweede Kamer zelf ook jokkebrok stroom gebruiken.

    Tot voor kort hield het Kabinet vol dat de Rijksoverheid vanwege Europese aanbestedingsregels niet specifiek voor Nederlandse groene stroom kan kiezen. Er lijkt nu echter toch een doorbraak aan te komen. Op 18 augustus heeft het rijk namelijk een marktconsultatie aangekondigd ter voorbereiding van de inkoop van groene stroom voor de periode 2018-2021. In de aankondiging stelt het rijk dat er sinds dit jaar geen garanties van oorsprong van Scandinavische waterkrachtcentrales (een belangrijke bron van jokkebrok stroom) meer ingekocht worden.

    Op de langere termijn wil het Rijk alleen elektriciteit kopen die in Nederland zelf duurzaam is opgewekt, zo veel mogelijk op rijksgrond. De komende vier jaar is dat nog niet haalbaar. De jaren 2018-2021 zijn daarom een overgangsperiode. Door 30 procent van de groene stroom te kopen met Nederlandse certificaten, levert het Rijk ook een bijdrage aan het opwekken van duurzame energie in Nederland.

    Hiermee lijkt de rijksoverheid zijn inkoopstrategie aan te willen passen. Het langere termijn doel roept bij mij wel de vraag op hoe dit zich dan verhoudt tot de Europese aanbestedingsregels, die eerder dit jaar nog in de weg zaten bij de keuze voor Nederlandse groene stroom. Al noemde ik dat eerder al vreemd, omdat de provincie Utrecht dat bijvoorbeeld wel doet. Wordt dus vervolgd…

    Dit bericht verscheen eerder op Sargasso.

  • Pacifische landen overwegen verbod op kolenmijnen

    NIEUWS – Veertien Pacifische landen overwegen het eerste internationale verdrag dat zich ten doel stelt om de winning van fossiele brandstoffen uit te faseren. De 14 landen richten zich in eerste instantie op verplichte doelstellingen voor duurzame energie en op een verbod op nieuwe kolenmijnen en op de uitbreiding van bestaande kolenmijnen. Naar verwachting staat het verdrag op z’n vroegst in 2018 op de internationale agenda.

    Een verdrag dat nieuwe kolenmijnen en de uitbreiding van bestaande kolenmijnen verbiedt zou een enorme opsteker betekenen voor de wereldwijde ‘keep it in the ground‘ beweging, die aangevoerd wordt door 350.org.

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder gepubliceerd als open waanlink op Sargasso.

  • Gastbijdrage: Slecht nieuws over lage prijzen duurzame energie

    OPINIE – Een grote zorg bij veilingen voor duurzame energie is dat de grote spelers mogelijk te laag bieden om toekomstige competitie af te schrikken. Zodra een klein aantal bedrijven de concurrentie heeft afgeschrokken kunnen ze de toekomstige prijzen verhogen. Het nieuws uit Abu Dhabi is daarom ontmoedigend. En het nieuws uit Nederland zou dat binnenkort ook wel eens kunnen zijn, zo stelt Craig Morris.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    Vorige week berichtte de pers in de Verenigde Arabische Emiraten dat verschillende bedrijven zich teruggetrokken hebben uit de komende veiling van 350 MW zonne-energie. De bedrijven verwachten dat de opbrengsten van de veiling simpelweg te laag zullen zijn. De vorige veiling leverde een prijsrecord van 2,99 cent op. Talrijke analystenhebben geprobeerd deze prijs in perspectief te plaatsen. Naast specifieke lokale omstandigheden werd ook het risico op onderbieden bediscussieerd.

    Het Italiaanse Enel is een van de bedrijven die zich teruggetrokken heeft uit de veiling in Abu Dhabi. Toch plaatste het bedrijf onlangs een winnend bod van 3,5 cent in Mexico. Het is duidelijk dat het bedrijf zeer concurrerend is, maar blijkbaar zijn de prijzen in Abu Dhabi zelfs voor de Italianen te laag worden.

    De volgende dag maakte de Nederlandse staat de prijs in de veiling van twee offshore windenergie parken bekend: 7,27 cent per kilowatt-uur. Deze prestatie is geprezen als een doorbraak, wat het zeker is. Ter vergelijking: de oorspronkelijke kostenraming voor deze specifieke windmolenparken was ongeveer 12,4 cent, en de laagste prijs voor offshore wind was 10,3 cent in Denemarken.

    Dong Energy plaatste het winnende bod in Nederland en kan ook achter het project in Denemarken zitten (update: het is Vattenfall, met dank voor de informatie aan Jasper Vis, de directeur van Dong Nederland). Vroeger was Dong een staatsbedrijf, maar Dong ging in juni publiek. Er waren al eerder berichten dat vooral het offshore deel van het bedrijf aantrekkelijk was voor investeerders.

    Hoe komt Dong aan het geld voor dergelijke lage biedingen? VanGoldman Sachs:

    [Dong] has used the capital from Goldman to become the clear global leader in developing and operating offshore wind farms as it won a series of projects in the UK and elsewhere.

    Dus hier heb je het: de mensen die u de Griekse financiële crisis brachten, die beleggers bedrogen tijdens de financiële crisis van 2008, en waarvan de andere misbruiken de helft van de Wikipedia-pagina van het bedrijf vullen brengt u nu goedkope offshore windenergie. Graag gedaan.

    Mogelijk zijn we getuige van consolidatie in de offshore windsector. De grote spelers zijn mogelijk bezig ervoor te zorgen dat de concurrentie te klein blijft om biedingen uit te brengen. Als dat zo is, zal het enkele jaren duren voordat we de resultaten daarvan zien, en gedurende die tijd krijgen neoliberale commentatoren ruim de tijd om de ongelooflijke lage prijzen te prijzen die bereikt worden door “niet-gesubsidieerde” duurzame energie.

    (Craig Morris / @PPchef)


    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète. Craig Morris is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.