Het verhaal dat de Duitse industrie het land verlaat als gevolg van de Energiewende, maar nieuws van Mercedes geeft aan dat het bedrijf van plan is in Duitsland te blijven. De nieuwe investeringen van het bedrijf in elektrische auto’s zullen voornamelijk in Duitsland gedaan worden. Onze zoektocht naar een bedrijf dat Duitsland verlaten heeft vanwege de energietransitie gaat dus door…
Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
NIEUWS –
Een paar maanden geleden, toen Politico claimde dat Mercedes een voorbeeld was van een bedrijf dat Duitsland verlaat vanwege de energietransitie, beloofde ik terug te komen op dat voorbeeld.
Eerst was er de berichtgeving (in het Duits) dat Daimler en BMW sinds 2014 ieder meer dan 3 miljard Euro investeerden in het vernieuwen van hun Duitse productielocaties. Een paar maanden later splitste de wegen van Daimler en Tesla. Daimler maakte deze maand bekend dat Tesla geen leverancier zal zijn voor Mercedes’ nieuwe generatie elektrische auto’s. Tesla leverde de elektrische aandrijflijn voor Mercedes’s B klasse, die Daimler nu zelf wil gaan produceren.
Het Duitse bedrijf is daarnaast ook van plan om 500 miljoen Euro (persbericht) in de productie van accu’s te investeren – wederom, in Duitsland (Kamenz, Saksen). De bouw van de nieuwe fabriek in Duitsland begint naar verwachting deze herfst en de productie van accu’s in de zomer van 2017.
Daimler is ook van plan een half miljard Euro te investeren aan genetwerkte vrachtwagens. Er zijn een aantal persberichten beschikbaar over zelfrijdende vrachtwagens. Op 1 april zal een nieuwe divisie, met 200 personeelsleden, opgericht worden voor dit doel. Dit nieuws kan nog gehypet worden als ‘Mercedes verlaat Duitsland’, omdat de helft van het pesoneel in Detroit gevestigd zal worden. Voor een multinational is zo’n verdeling echter vrij normaal. Hoe dan ook is het lastig om dit nieuws te verkopen als ‘Daimler verlaat Duitsland’ – dus de volgende keer dat je dat hoort kan je mensen naar dit bericht verwijzen. Politico heeft nog niet bericht over de recente aanwijzingen dat Duitsland van plan is in Duitsland te blijven.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.
ANALYSE – Het is Vattenfall niet gelukt om een koper te vinden voor z’n bruinkoolmijnen en -elektriciteitscentrales in Duitsland. De focus ligt volgens Craig Morris nu op alternatieve modellen, zoals een fonds om de werknemers te beschermen.
Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
De bruinkoolcentrale Jänschwalde werd op 11 maart 2016 bezocht door de Duitse minister Peter Altmaier. (Photo by J.-H. Janßen, modified, CC BY-SA 3.0
In november schreef ik voor Energy Transition hoe het Zweedse staatsbedrijf Vattenfall (ook moederbedrijf van NUON) z’n kolen bezittingen in Duitsland wilde verkopen als gevolg van de Zweedse verkiezingen van oktober 2014, die gewonnen werden door een klimaatvriendelijke regering. Een van de bieders was Greenpeace, die aanbood om een bruinkool stichting op te zetten om de sluiting van de bruinkoolmijnen en bruinkoolcentrales te begeleiden. Het aanbod van Greenpeace werd niet serieus genomen, maar half maart bleek dat de Zweden geen enkel redelijk bod hadden ontvangen voor hun bruinkoolcentrales en bruinkoolmijnen. Een bieder vroeg zelfs geld om de bruinkoolcentrales en bruinkoolmijnen over te nemen.
Barclays zegt dat RWE, Duitsland’s energiebedrijf met het grootste vermogen aan kolencentrales, z’n inkomsten uit conventionele elektriciteitsproductie aanzienlijk zal zien dalen drop de rest van dit decennium. (Bron: Barclays Research)
Op 16 maart gaf een potentiële bieder, het Tsjechische energiebedrijf ČEZ, twee redenen voor z’n gebrek aan interesse: de lage groothandelsprijs voor elektriciteit en de mogelijke vervroegde sluiting van kolencentrales in Duitsland. Het bedrijf bracht niet eens een bod uit. Een ander probleem is het klimaatakkoord van Parijs, die Duitse kolencentrales volgens Barclays vanaf 2030 waardeloos maakt.
Duitse media melde vorige week (in Duits), dat een stichting of fonds de enige overgebleven optie zou zijn (zie onder). De zaak is serieus genoeg voor minister Peter Altmaier om vorige week vrijdag de Jänschwalde bruinkoolcentrale te bezoeken. De Duitse milieuminister Barbara Hendricks bezocht een paar weken geleden als de Schwarze Pumpe kolencentrale bij Berlijn. Zulke hooggeplaatste bezoeken binnen zo’n korte periode tekenen de ernst van de situatie: kolen zit in de problemen in Duitsland.
De Tsjechische Republiek toont de grootste interesse in Duitse kolen. De Czech Coal Group heeft volgens berichten een bod uitgebracht. Mibrag, een Duitse bieder (eigendom van Tsjechische bedrijven) die ook bruinkool opgraaft in Oost-Duitsland, kondigde vorige week onverwachts aan dat in 2020 ongeveer 10% van z’n werknemers ontslagen zal zijn (in Duits). Een paar maanden geleden scheen het bedrijf nog gespitst op het versterken van z’n aanwezigheid in Oost-Duitsland door Vattenfall’s bezittingen over te nemen, maar de top van het bedrijf schijnt nu te begrijpen dat ze hun handen de komende tijd vol zullen hebben aan het in bedrijf houden van het bestaande bedrijf. Vorig jaar verkocht het bedrijf ongeveer 10% minder bruinkool (en dat zelfs tegen een lagere prijs), deels omdat de Lippendorf centrale in oost Duitsland minder stroom produceerde, net als de Buschhaus centrale in west Duitsland. De Buschhaus centrale zal de komende vier jaar deel zijn van de “veiligheids reserve”.
Wat zou de rol van een fonds zijn?
Duitse vakonden, die vorig jaar succesvol een strenge aanpak van Duitse kolencentrales blokkeerde, hebben recent aangegeven het meest geïnteresserd te zijn in het vormen van een stichting (berichtgeving in Duits). Het idee is om de huidige winsten in een fonds te stoppen voor latere, verliesgevende jaren. De winsten dalen momenteel in de Duitse kolensector, maar ze zouden kort op kunnen veren als de laatste 6 kerncentrales in 2021 en 2022 gesloten worden. (De sluiting van twee andere kerncentrales staat gepland voor 2017 en 2019, dat zal mogelijk wat ademruimte geven aan kolencentrales, al is dat mogelijk niet veel – zie ons rapport German coal conundrum uit 2014.) Vanaf 2023 zal Duitsland een uitfasering van kolen beginnen, met of zonder een officieel beleid met die naam; er is geen andere realistische manier om het officiële doel van 80 procent duurzame energie in 2050 te begrijpen.
Het hoof van energie vakbond IG BCE zegt dat bruinkool nodig zal zijn tot 2047, een tijdspanne die ongeveer overeen komt. Hij gelooft echter ook dat kolen de komende 15 jaar nog winstgevend zal zijn, wat de boel wat kan rekken.
Aanvankelijk kunnen de winsten in het fonds opgespaard worden om op een later tijdstip beschikbaar gesteld te worden aan gemeenschappen en werknemers die geraakt worden door de komende uitfasering van kolen. Als de kolensector eerder verlieslijdend wordt heeft de vakbond een idee: de belastingbetaler zou het gat moeten vullen.
Als een complete uitfasering in 2047 niet ambitieus klinkt, hou dan in gedachte dat dit tijdspad is voorgesteld door de kolensector zelf. Over tien jaar zou de kolensector al verlieslijdend kunnen blijken, wat de noodzaak van ingrijpen op kosten van de belastingbetaler zou verhogen. Op dat moment zou een keuze keuze kunnen worden gemaakt – als dat goedkoper blijkt – om de Duitse kolensector op te doeken. Er liggen al voorstellen voor 2040 en eerder op tafel.
Gemeenschappen en werknemers zouden nog steeds bescherming genieten, en dat is het goede nieuws deze week. Inmiddels tonen vakbonden bereidheid om te praten over het uitfaseren van kolen (voeg Duitslands op een na grootste vakbond Verdi maar toe aan de lijst,bericht in Duits). De belangen van werknemers en Duitse gemeenschappen aan de ene kant en kolenbedrijven aan de andere kant beginnen uiteen te drijven. RWE en E.On zullen zich op korte termijn op splitsen in gescheiden divisies voor hernieuwbare energie en voor het oude spul. Deze kleine stappen zouden het makkelijker kunnen maken om de kolenbedrijven kopje onder te laten gaan terwijl de hernieuwbare energiebedrijven het hoofd boven water houden – en zinvolle financiële ondersteuning richt zich op Duitse werknemers en gemeenschappen die momenteel afhankelijk zijn van de kolensector.
Voor meer informatie over transformatie van kolen gemeentschappenverwijs ik naar eerdere rapporten van Energy Transiton over structurele veranderingen. CLEW geeft ook een overzicht van het kolendebat in Duitsland.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur vanPetite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.
Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en met toestemming van de auteur vertaald door mij vertaald voor Sargasso.
Peabody Energy Corp., het grootste Amerikaanse kolenmijnbouw bedrijf, heeft bekend gemaakt dat z’n ‘going concern‘ status in gevaar is. Dat betekent dat het onzeker is of het bedrijf voldoende liquide middelen heeft om de komende 12 maanden door te komen. Het bedrijf probeert een aantal mijnen te verkopen om voldoende liquide middelen te krijgen om de rente en aflossingen op leningen te betalen. De lage kolenprijs speelt het mijnbouwbedrijf parten bij het afstoten van de kolenmijnen. Door de lage kolenprijs en verliezen zegt het bedrijf vanaf 31 maart mogelijk niet meer te kunnen voldoen aan de afspraken met kredietverstrekkers.
Mogelijk moet het bedrijf bescherming surseance van betaling aanvragen. Afgelopen jaren gingen concurrenten als Natural Resources Inc. en Arch Coal Inc. failliet, of dat ook voor Peabody dreigt is nog onduidelijk.
ANALYSE – Volgens een schatting van het Fraunhofer ISE, is de waarde van een gemiddelde kilowattuur die Duitsland vorig jaar exporteerde hoger dan de waarde van een gemiddelde geïmporteerde kilowattuur. Als Duitsland een overschot aan duurzame elektriciteit in buurlanden zou dumpen, zoals sceptici van de Energiewende beweren, zou dit niet gebeuren.
In 2013 merkte ik iets op in de data over de handel in elektriciteit van 2012 waar iedereen overheen had gekeken. Iedereen focuste op hoe Duitsland’s netto export steeg, ondanks de sluiting van 8 van de 17 kerncentrales van Duitsland. Niet alleen was Duitsland niet afhankelijk geworden van import, maar de waarde van Duitse elektriciteit was hoger dan de waarde van elektriciteit in omliggende landen.
Die situatie herhaalde zichzelf in 2013 en in 2014, al was het prijsverschil tussen import en export kleiner geworden, met een klein verschil in het voordeel van Duitse elektriciteit. Tegelijkertijd stijgt de Duitse export van elektriciteit nog steeds, met sinds 2012 jaarlijks een nieuw recordniveau.
De Duitsers hebben geen feestje gevierd over deze cijfers. Mijn artikel uit 2013 was het enige dat de focus legde op iets anders: de hogere waarde van de Duitse export van elektriciteit. Maar inmiddels is Duitsland’s Fraunhofer ISE begonnen om de situatie nauwkeuriger te monitoren.
Ik sprak deze week met ISE’s Bruno Burger. Hij is de persoon achter Energy-Charts.de. Het was me opgevallen dat het gigantische 200 pagina tellende pdf-overzicht van de Duitse elektriciteitssector voor 2015 nog niet was gepubliceerd. Hij informeerde me dat de website inmiddels zo gegroeid is dat hij zich af vroeg of de pdf nog steeds nodig is (ik weet niet zeker of ik het daar mee eens ben – maar hij gaf aan te overwegen om de pdf alsnog te publiceren). Hoe dan ook, hij wees me op een 15 pagina’s tellend overzicht (PDF), dat onderstaande grafiek bevat. De grafiek laat zien welke elektriciteitsbronnen gedaald zijn (elektriciteit van kernenergie, bruinkool, steenkool en gas) en wat gestegen is (elektriciteitsproductie van wind, zon, biomassa en waterkracht). In een jaar met een kleine stijging van elektriciteit van kolen zou er grote internationale ophef zijn, voor nu wachten we geduldig (en waarschijnlijk tevergeefs) op internationale erkenning van de herhaling van de verbetering in 2014, die ook grotendeels ongeprezen voorbijging.
Hou in gedachten dat het record niveau van de export van elektriciteit – grofweg 10% van de totale elektriciteitsproductie – een stijging van conventionele elektriciteitsproductie betekent; wind en zon regaeren op het weer, niet op de vraag naar elektriciteit. Wanneer Duitsland de komende 6 jaar de rest van z’n kerncentrales sluit zal de lage groothandelsprijs in Duitsland meer in balans komen. De huidige overcapaciteit in opwekkingsvermogen maakt Duitse elektriciteit onnatuurlijk competitief. Omdat er geen nieuwe kolencentrales in de pijplijn zitten (met Datteln als mogelijke uitzondering), zal het resultaat dramatisch lagere elektriciteitsproductie van conventionele centrales in 2023 zijn.
Dat brengt me op de prijs situatie: omdat Duitsland zo veel overcapaciteit heeft is het in staat om relatief goedkoop elektriciteit te produceren als de vraag hoog is. En omdat de mix van elektriciteitscentrales een zekere flexibiliteit heeft is het in staat om naar import van stroom over te schakelen wanneer de vraag (en dus de prijzen) laag is. Vooral de vergelijking met Frankrijk is saillant.
Het nieuwe overzicht van Fraunhofer voor 2015 zegt het volgende over de handel in elektriciteit:
Imported electricity cost an average of 42.58 Euro/MWh compared to 42.69 Euro/MWh for exports.
Duitse elektriciteit die verkocht wordt aan omliggende landen is daarom nog steeds 0,11 Euro per MWh meer waard dan de Duitse import van elektriciteit. Het verschil is met 0,3% verwaarloosbaar. Toch schat het Fraunhofer de netto inkomsten van de handel in elektriciteit op 1,6 miljard Euro.
Er kunnen veel lessen uit deze analyse worden getrokken, maar de belangrijkste voor vandaag is dat de de situatie niet is veranderd sinds 2012:
Duitsland blijft in staat om elektriciteit te produceren tegen relatief lage prijzen wanneer de vraag hoog is;
Duitsland heeft geen overschot aan hernieuwbare energie (groene stroom heeft nog nooit meer dan zo’n 80% van de vraag naar elektriciteit geleverd, veel minder dan 100%);
elektriciteit wordt verhandeld op basis van prijzen, niet op basis van tekorten. Specifiek: elektriciteit wordt bijna nooit verhandeld om blackouts te voorkomen (al spreekt de blogosphere regelmatig over handel in elektriciteit in termen van blackouts); en
Duitse export van elektriciteit is waardevoller dan de import, ondanks de relatief lage groothandelsprijzen in Duitsland, omdat Duitsland elektriciteit verkoopt op momenten van grote vraag en koopt op momenten van lage vraag.
Wat laat zien dat Duitsland niet afhankelijk is van het buitenland voor leveringszekerheid of betaalbaarheid, en dat Duitsland geen groene stroom dumpt in omliggende landen.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur vanPetite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.
Dit artikel is met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.
Uit documenten, die The Guardian heeft opgevraagd, blijkt dat de Europese Commissie ExxonMobil heeft verzekerd dat TTIP goed is voor de wereldwijde expansie van fossiele energiewinning. Karel de Gucht vertelde tijdens een bijeenkomst in oktober 2013 tegen het bedrijf dat TTIP Exxon’s zorgen over regulering, die de activiteiten van het bedrijf in ontwikkelingslanden aan banden kon leggen, zou adresseren:
TTIP is perhaps more relevant as setting a precedent vis-a-vis third countries than governing trade and investment bilaterally. We think that this third country element is in the interest of the energy sector, and especially globally active companies like Shell or Exxonmobil. After all, companies like Shell or Exxonmobil face the same trade barriers when doing business in Africa, in Russia or in South America.
Oftewel zodra TTIP van kracht is zullen andere landen soortgelijke regelgeving aannemen, waardoor het voor bedrijven als ExxonMobil makkelijker wordt om hun activiteiten uit te breiden.
Bloomberg New Energy Finance (BNEF) beschrijft hoe elektrische auto’s de volgende oliecrisis kunnen veroorzaken. De huidige oliecrisis begon volgens BNEF in 2014 met overproductie van 2 miljoen vaten olie per dag. Op basis daarvan en op basis van het huidige groeitempo van de verkoop van elektrische auto’s ontstaat vanaf 2023 een vraaguitval van 2 miljoen vaten olie per dag. Waarmee net als nu een overschot op de markt ontstaat, niet door te veel aanbod, maar door gebrek aan vraag.
Een realistischer scenario van BNEF, dat rekening houdt met de kostenontwikkeling van verschillende onderdelen van elektrische auto’s komt uit op 2028.
BNEF houdt in haar scenario’s rekening met de komst van nieuwe automodellen, die rond de $30.000 gaan kosten en een range krijgen van 200 tot 300 kilometer. Gebrek aan grondstoffen voor accu’s is volgens BNEF geen probleem. Wat wel van belang is is dat de prijsdaling van accu’s doorzet.
Drie Amerikaanse congresleden hebben de Amerikaanse openbaar aanklager gevraagd om een onderzoek te starten naar de invloed van Shell op het Amerikaanse klimaatbeleid. Vorig jaar werden soortgelijke oproepen om onderzoek naar de invloed van ExxonMobil op klimaatbeleid gedaan. Openbaar aanklagers in Californië en New York zijn daadwerkelijk onderzoeken gestart, waarbij de vraag is of burgers en /of beleggers misleidt zijn over klimaatverandering en de financiële risico’s.
De oproep om soortgelijk onderzoek naar Shell te starten volgt na publicaties van InsideClimate News, waaruit blijkt dat ook andere olie- en gasbedrijven al in de jaren zeventig bekend waren met de gevolgen van klimaatverandering. Ondanks het wetenschappelijke bewijs financierde Exxon en Shell lobbygroepen die bewust twijfel zaaide, zoals het American Petroleum Institute.
De Amerikaanse congresleden vragen de openbaar aanklager, net als bij ExxonMobil, op om bij het onderzoek gebruik te maken van de RICO (Racketeer Influenced and Corrupt Organizations Act) wet. Een aanpak die eerder succesvol is gebruikt om een einde te maken aan de twijfel die de tabaksindustrie en aanverwante lobby-organisaties zaaiden over de schadelijkheid van (passief) roken.
Een Shell woordvoerder geeft aan dat Shell al ruim 10 jaar rapporteert over klimaatverandering via haar jaarverslag en duurzaamheidsverslag.
Consumptie van duurzame elektriciteit bestaat uit een combinatie van fysieke consumptie van elektriciteit en het afboeken van zogenaamde Garanties van Oorsprong. Met deze garanties van oorsprong wordt de elektriciteit vergroend. Er zijn 2 manieren om duurzame elektriciteit in te kopen:
Fysieke elektriciteit en garanties van oorsprong bij dezelfde leverancier kopen. Bij voorkeur bij een leverancier die ook elektriciteit uit hernieuwbare bronnen produceert. De afnemer koopt in dat geval de duurzame elektriciteit; de leverancier zorgt voor de levering van elektriciteit en voor het afboeken van de garanties van oorsprong.
Het is ook mogelijk om als afnemer de garanties van oorsprong apart van de elektriciteit in te kopen. Een afnemer moet dan zelf een garantie van oorsprong rekening openen bij de uitgevende instantie (of dit door een derde partij laten doen) en vervolgens zelf garanties van oorsprong kopen bij de ingekochte elektriciteit. Deze garanties laten bijboeken op de eigen garanties van oorsprong rekening en afboeken.
Inkoop elektriciteit rijksoverheid
De rijksoverheid kiest al jaren voor het apart aanbesteden van de fysieke elektriciteit en de garanties van oorsprong.
De rijksoverheid heeft de fysieke elektriciteit tot en met 2017 ingekocht bij E.On en Delta. Het gaat in totaal om ongeveer 1 miljoen Megawatt uur, gelijk aan het elektriciteitsverbruik van ongeveer 285 duizend huishoudens. Ongeveer driekwart van de ingekochte stroom komt van E.On en een kwart van Delta.
De contracten voor fysieke elektriciteit lopen over meerdere jaren, terwijl de bijbehorende garanties van oorsprong jaarlijks worden ingekocht. Op die manier kan de hoeveelheid garanties van oorsprong worden afgestemd op het werkelijk elektriciteitsverbruik. Een raar argument, want het elektriciteitsverbruik schommelt niet heel sterk per jaar, dus de overheid zou er ook voor kunnen kiezen om een groot deel van de benodigde garanties van oorsprong meerjarig in te kopen. Bijvoorbeeld 75% van het jaarlijks elektriciteitsverbruik en enkel het resterende deel jaarlijks bij te kopen op basis van het werkelijk elektriciteitsverbruik. Op die manier krijgen eigenaren van hernieuwbare energiebronnen net als E.On en Delta langjarige zekerheid over hun inkomsten.
Reactie rijksoverheid
De rijksoverheid houdt vol dat ze zich keurig aan de wet houden en dat er nu eenmaal een overschot is aan garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit in Europa. Vanwege Europese aanbestedingsregels zou de rijksoverheid niet specifiek voor Nederlandse groene stroom kunnen kiezen. Het vreemde is dan natuurlijk dat de Provincie Utrecht wel gebruik maakt van Nederlandse garanties van oorsprong voor windenergie en dat de NS een aantal jaar geleden al liet zien dat je binnen Europese aanbestedingsregels wel degelijk kunt kiezen voor een aanbieder die extra duurzame opwekkingscapaciteit belooft te realiseren. Het rijk voert het NS contract zelfs als showcase op bij haar expertisecentrum inkopen. En het allervreemdste: het rijk koopt nu zelf al een klein deel van haar garanties van oorsprong wel exclusief in bij Nederlandse duurzame energieprojecten.
Bij aanbestedingen van de rijksoverheid (Prorail en Rijkswaterstaat) worden bedrijven onder andere beoordeelt op hun positie op de CO2-prestatieladder. De inkoop van hoogwaardige garanties van oorsprong maakt onderdeel uit van deze beoordeling (zie pagina 33 van handboek 3.0), terwijl de rijksoverheid zelf nog steeds voor jokkebrok stroom kiest. Dit verhoogt de geloofwaardigheid van de overheid niet.
Een ander argument dat de overheid hanteert is dat er onvoldoende hoogwaardige garanties van oorsprong beschikbaar zijn. Aan de ene kant laat dat mogelijk het succes van bewustwordingscampagnes van WISE en HIER Klimaatbureau zien, aan de andere kant zou dat juist de reden moeten zijn om de eigen inkoopmacht in te zetten om te komen tot meer duurzame energieopwekking. Dat kan ook in stappen, zoals de NS heeft gedaan.
Een laatste excuus van de overheid is dat het grote volume aan duurzame elektriciteit dat de rijksoverheid nodig heeft de prijs van hoogwaardige garanties van oorsprong beïnvloed, het rijk zou namelijk zo´n 10% van de Nederlandse duurzame elektriciteit op moeten kopen als voor Nederlandse garanties van oorsprong wordt gekozen.
Het CBS concludeerde in 2014 na onderzoek echter dat prijswaarneming van Nederlandse garanties van oorsprong niet mogelijk was. Volgens WISE bedragen de extra kosten van hoogwaardige garanties van oorsprong voor de rijksoverheid ongeveer EUR 2,2 miljoen. Als daarmee de prijs van hoogwaardige garanties van oorsprong omhoog gaat is dat toch de gewenste marktwerking? Een hogere prijs zorgt voor meer aanbod en voor lagere subsidies, want prijs van garanties van oorsprong kan namelijk meegenomen worden in de bepaling van het uit te keren subsidiebedrag. En door zelf hoogwaardige garanties van oorsprong in te kopen kan de rijksoverheid meteen inzicht in de prijsontwikkeling van garanties van oorsprong geven aan het CBS.
Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.
Onderstaand artikel is eind december als open waanlink geplaatst op Sargasso. Inmiddels zijn in verschillende steden, provincies en Tweede Kamerfracties vragen gesteld over de inkoop van elektriciteit.
Terwijl lokale overheden in een convenant beloofden hun stroom vanaf dit jaar duurzaam in te kopen, kiezen ze in praktijk slechts op het criterium ‘laagste prijs’. Dat blijkt uit een groteinventarisatie van gemeentelijke energieaanbestedingen door het Algemeen Dagblad. De nadruk op laagste prijs is zo groot dat Eneco en Pure Energie inmiddels niet meer inschrijven op aanbestedingen van gemeenten.
Gemeenten en provincies bevinden zich met de inkoop van jokkebrok stroom in gezelschap van de rijksoverheid, die na herhaaldelijk vragen door Sargasso ook voornamelijk goedkope buitenlandse garanaties van oorsprong bleek in te kopen. Een type garanties van oorsprong waarvan Minister Kamp onlangs aangaf dat de inkoop daarvan van slechts op papier leidt tot meer duurzame elektriciteit. Zie zijn reactie op het amendement volle transparantie voor elektriciteit.
Volgens gezamenlijk onderzoek van WISE, Natuur&Milieu, Greenpeace, Hivos, WNF en de Consumentenbond is Pure Energie, samen met Qurrent en De Unie, het duurzaamste energiebedrijf van Nederland. Eneco is volgens datzelfde onderzoek met een achtste plaats het hoogst genoteerde grote energiebedrijf.
Begin oktober schreef ik op Sargasso dat de Provincie Zuid-Holland het ontgassen van benzeen houdende stoffen per 1 januari 2016 verbiedt. Inmiddels is het nieuwsbericht waarop mijn stuk gebaseerd was wegens ‘fouten’ van de site van de provincie verwijderd. Onduidelijk is nog wat de aard van de fouten is, zelfs is niet duidelijk of de fout de uitbreiding betreft van het verbod op varend ontgassen met producten die 10% of meer benzeen bevatten (UN 1267, 1268, 1863, 1993 en 3295). Update 26 oktober 2015: Nathalie Harder, Bestuursadviseur gedeputeerde Rik Janssen, geeft in een reactie aan dat uitbreiding van het verbod op varend ontgassen met producten die 10% of meer benzeen bevatten (UN 1267, 1268, 1863, 1993 en 3295) per 1 januari 2016 doorgaat.
Voor het ontgassen van benzeen (en benzeen houdende stoffen) bestonden volgens het oorspronkelijke bericht van de provincie de volgende alternatieven:
Verantwoorde verwerking met een ontgassingsinstallatie
Het schip voorzien van dezelfde lading; ontgassen is dan niet nodig (deductievaart)
Het schip voorzien van een compatibele lading (dit houdt in dat de achter gebleven restdampen niet negatief werken); ontgassen is dan ook niet nodig.
Stil liggend ontgassen is al verboden en alleen toegestaan in de Geulhaven van de Botlek in Rotterdam met een daarvoor bestemde voorziening.