Blog

  • Klimaatakkoord en energierekening

    Vandaag berichtte De Volkskrant dat er plannen zijn om de energiebelasting op gas fors te verhogen. Uiteraard leidde dat tot verhitte discussies en reacties op social media, waarbij meestal vergeten werd dat tegenover de stijging van de energiebelasting op gas een daling van de energiebelasting op elektriciteit staat.

    De Telegraaf stelde dat:

    Een gemiddeld huishouden gaat daardoor per jaar honderden euro’s meer betalen. Daar tegenover staat een verlaging van de belasting op elektriciteit van vijftig procent, maar het is zeer de vraag of dit de lastenverhoging compenseert. Hiervoor moeten huizenbezitters peperdure investeringen doen in alternatieve warmtebronnen.

    De PVV geeft in een reactie aan dat de energierekening hiermee volstrekt onbetaalbaar wordt. De SP betwijfelt of de prijsprikkel werkt om mensen aan te zetten tot verduurzaming van hun woning. Sandra Beckerman, Tweede Kamerlid voor de SP, stelde op Twitter:

    Los van de noodzaak om huishoudens met een laag en gemiddeld inkomen van gas los kunnen is het de vraag of deze groep nog meer gaat betalen door deze maatregel. Ook is vooralsnog onduidelijk welke maatregelen er in het klimaatakkoord zitten om deze groepen te ondersteunen bij de omslag naar gasloos wonen (en dan kan er echt meer dan de digitale optie warmtepomp of warmtenet).

    Effect op energierekening

    Mijn conclusie op basis van de gemiddelde energieverbruiken die Nibud hanteert is dat met name bewoners van vrijstaande woningen en 2 onder 1 kap woningen een hogere energierekening krijgen. Een gemiddeld gezin in een vrijstaande woning gaat er Euro 348 per jaar op achteruit, een gemiddeld gezin in een 2 onder 1 kap woning Euro 200 per jaar.

    Flatbewoners gaan er met Euro 7 per jaar het minst op achteruit, bewoners van tussenwoningen volgen met Euro 92 per jaar. Ik heb geen informatie over de woonsituatie van mensen, maar ik vermoed toch dat mensen met een lager inkomen en middeninkomen vaker in flats wonen dan in een vrijstaande woning of in een 2 onder 1 kap.

    Het maakt echter ook uit met hoeveel personen je samenwoont, het elektriciteitsverbruik stijgt namelijk met het aantal personen per huishouden. Huishoudens van 3 of meer personen die in een appartement/flat wonen gaan er in de voorstellen die vandaag naar buiten kwamen op voorruit. Huishoudens van 4 of meer personen in een tussenwoning ook.

    Personen per huishouden 1 2 3 4 5 gemiddeld
    2 onder 1 kap €284 €199 €152 €109 €92 €200
    Flat €91 €6 -€42 -€85 -€102 €7
    Gemiddeld alle woningen €204 €119 €72 €29 €12 €240
    Hoekwoning €231 €175 €99 €56 €38 €147
    Tussenwoning €175 €90 €43 €0 -€17 €92
    Vrijstaand €432 €347 €300 €256 €239 €348

    Alle bedragen in de tabel hierboven en in dit bericht zijn inclusief 21% BTW.

    Effect woninglabel

    Nu zegt het gemiddeld energieverbruik per woningtype natuurlijk niet alles, want er zit ook verschil in het energielabel. Uit eerder onderzoek van OTB Delft, onderdeel van de TU Delft, blijkt dat het verband tussen energieverbruik en energielabel in de praktijk minder sterk is dan op basis van het theoretisch energieverbruik te verwachten is. Met name slechtere labels verbruiken minder dan verwacht, waarschijnlijk komt dit deels door gedragsaanpassingen.

    Effect op je eigen energierekening

    Desondanks is ieders energieverbruik anders. Je kan vrij eenvoudig bepalen of je er op voor- of achteruit gaat door het aantal kilowattuur elektriciteit dat je gebruikt te delen door 3. Als de uitkomst hieruit hoger is dan het aantal kubieke meter aardgas dat je verbruikt dan ga je er op vooruit. Is de uitkomst lager dan het aantal kubieke meter aardgas dat je verbruikt dan ga er op achteruit.

    Bij deze berekening heb ik geen rekening gehouden met zonnepanelen. Als je die wel hebt (zoals wij) dan zal de uitkomst van de berekening anders zijn. Daarvoor verwijs ik naar Peter Segaar’s website.

    Conclusie

    Door de uitgelekte schuif in de energiebelasting van elektriciteit naar gas zullen huishoudens met een hoog gasverbruik in verhouding tot hun elektriciteitsverbruik er de komende 12 jaar stap voor stap financieel op achteruit gaan. Het gaat dan met name om kleinere huishoudens en om bewoners van vrijstaande woningen en 2 onder 1 kap.

    De berekeningen hierboven gaan er vanuit dat huishoudens verder geen besparende maatregelen nemen en geen maatregelen nemen om van gas naar elektriciteit (of warmte) over te stappen. Of dat ze dit niet kunnen, bijvoorbeeld doordat ze een woning huren of te weinig geld hebben voor de benodigde investeringen.

    Gezien de ook al uitgelekte ambitie die Samsom heeft meegekregen om 2 miljoen woningen aardgasvrij te maken in 2030 lijkt het me waarschijnlijk dat er ook op dat front het nodige aan plannen aan zit te komen. Ook lijkt het me waarschijnlijk dat huishoudens de komende jaren bij de keuze voor bijvoorbeeld een nieuwe keuken of nieuwe keukenapparatuur naar alternatieven voor een gasfornuis gaan kijken.

    Uiteraard zullen er huishoudens zijn die er op achteruit gaan, als het uitvoeren van de schuif daadwerkelijk over 12 jaar wordt uitgespreid is er ruim voldoende de tijd om voor die huishoudens maatregelen te treffen. Of om die huishoudens met voorrang van het gas af te helpen.

  • Groene stroom voor de industrie

    In de commentaren op Sargasso (waar ik voor blog) is het een veel gebezigd argument: duurzame energie kan de industrie niet van betaalbare stroom voorzien. In Australië denken ze daar inmiddels anders over. De van oorsprong Engelse staal miljardair Gupta werkt daar gestaag aan zijn plannen om 10 GW aan zonne-energie te realiseren, waarmee hij onder andere zijn eigen staalfabrieken van stroom wil voorzien.

    Gisteren maakte Gupta en de Zuid-Australische Kamer voor Mijnbouw en Energie (SACOME) een langjarige overeenkomst bekend om groene stroom te leveren aan vijf bedrijven. De verwachte besparing voor deze bedrijven ten opzichte van hun huidige energieprijs bedraagt 20 tot 50%. Deze kostenbesparing wordt bereikt door de nieuwe zonne-energie projecten te combineren met energieopslag en waterkracht. Onder de afnemers zit onder andere een kopermijn. De overeenkomst volgt op eerdere overeenkomsten die Gupta sloot, waaronder een overeenkomst om zonnestroom te leveren aan een staalfabriek in Victoria.

    Kortom: het verhaal dat duurzame energie de basisindustrie niet van stroom kan voorzien kan in kolenminnend Australië naar de prullenbak. Nu nog in andere landen.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Fox & Friends noemt Trump dictator

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Energiek Schiedam sluit zich aan bij coöperatie Hoom

    Energiek Schiedam wil bewoners ondersteunen bij energiebesparing, energieopwekking en bij het losgaan van gas. Een goede ondersteuning begint bij inzicht in het energieverbruik van een bewoner en van maatregelen die al genomen zijn in een huis, waarbij het aan de bewoner is om te beslissen met wie die informatie gedeeld wordt. Energiek Schiedam heeft in coöperatie Hoom een goede partij gevonden om deze doelstellingen te bereiken en heeft zich in mei als 19e lid van coöperatie Hoom aangemeld.

    Wat is Hoom?

    Coöperatie Hoom is een landelijke coöperatie die lokale energiecoöperaties en initiatieven ondersteunt bij energiebesparing in hun regio. Met behulp van Hoom kan Energiek Schiedam haar leden beter ondersteunen bij energiebesparing thuis.

    Het Hoomdossier als handvat voor energiebesparing

    Hoom ontwikkelt het Hoomdossier, dit is een handvat waarmee bewoners meer inzicht krijgen in zijn of haar energieverbruik en in de mogelijkheden voor energiebesparing. Met het Hoomdossier kan een bewoner de huidige situatie van zijn woning in beeld brengen. Deze situatie kan vergeleken worden met vergelijkbare woningen.

    Bewoners kunnen ook aangeven wat de belangrijkste redenen zijn om energie te willen besparen: milieubewust, meer wooncomfort of geeft kostenbesparing de doorslag? Het Hoomdossier maakt per maatregel de kosten en baten inzichtelijk, adviseert in welke volgorde maatregelen het best genomen kunnen worden en laat zien hoe maatregelen op elkaar inwerken.

    In toekomstige versies van het Hoomdossier wordt het voor bewoners mogelijk om anderen toegang te geven tot het Hoomdossier, waarbij de gegevens van de bewoner blijven. Wanneer de bewoner toegang geeft aan Energiek Schiedam kan de coöperatie de bewoner bijvoorbeeld ondersteunen bij het kiezen van maatregelen of wijzen op interessante acties van het Servicepunt Woningverbetering of de WoonWijzerWinkel.

    Toekomstige ontwikkelingen backoffice Energiek Schiedam

    In toekomstige versies van het Hoomdossier komen er ook koppelingsmogelijkheden met Econobis, het crm-pakket voor energiecoöperaties waar Energiek Schiedam sinds kort mee werkt. De backoffice van Energiek Schiedam krijgt op deze wijze vorm en biedt het bestuur en de actieve leden betere ondersteuning. Vanuit Econobis wordt ook gewerkt aan koppelingen met boekhoudsystemen, wat bij een toenemend aantal projecten belangrijk wordt voor Energiek Schiedam.

    The following two tabs change content below.
  • Energiek Schiedam sluit zich aan bij Econobis

    De ledenadministratie, de nieuwsbrief en andere onderdelen van de backoffice behoren niet tot de meest sexy onderdelen van Energiek Schiedam. Ze zijn echter wel van groot belang voor een slagvaardige en groeiende coöperatieve vereniging. Daarom heeft het bestuur besloten dat Energiek Schiedam zich aansluit bij coöperatie Ecode, deze coöperatie is een initiatief van ODE Decentraal (de landelijke koepelorganisatie van energie coöperaties) en ontwikkelt het pakket ECONOBIS. Dit ICT-platform biedt elk energie-initiatief in Nederland, zowel groot als klein, vanaf medio 2018 een integraal, breed gedragen en betaalbaar ICT-platform.

    Huidige situatie

    Tot begin dit jaar werd alle kennis en informatie verspreid vastgelegd in dropbox, mailchimp (nieuwsbrief) en google, en voor Zon op Wennekerpand is een externe partij ingeschakeld voor het voeren van de (financiële) administratie. Als eerste stap heeft het bestuur de afgelopen maanden alle informatie uit mailchimp, dropbox en het google account geordend in één google account. Ook zijn er verkennende gesprekken gevoerd met een accountant over de inrichting van de financiële administratie.

    Sinds begin april hebben we toegang tot de pilot omgeving van ECONOBIS. Inmiddels zijn de ledenadministratie, de contactgegevens van geïnteresseerden en de nieuwsbrief daar grotendeels in geïmporteerd. Ook draaien we de administratie van Zon op Wennekerpand schaduw om te testen hoe dit werkt.

    Een bijkomend (groot) voordeel is dat de bescherming van persoonsgegevens binnen ECONOBIS in lijn is met de nieuwe Algemene verordening gegegevensverwerking en dat in de projectadministratie van ECONOBIS de kennis die andere energiecoöperaties hebben opgedaan met betrekking tot de regels van de Autoriteit Financiële Markten verwerkt worden. Op die manier kunnen het bestuur en de leden van Energiek Schiedam hun tijd en energie steken in de energietransitie binnen Schiedam.

    Logo Econobis 31okt17 300x227Toekomstige situatie

    Logo ECO_16mrt17

    De huidige pilot omgeving bevat nog niet alle functionaliteit die nodig is voor de backoffice van Energiek Schiedam. Er wordt echter hard gewerkt aan de uitbreiding van het pakket. Een belangrijke toevoeging voor de leden van en geïnteresseerden in Energiek Schiedam is de ontwikkeling van de ledenportal. Daarmee wordt het mogelijk om de eigen gegevens te beheren en bijvoorbeeld aan te geven dat je geïnteresseerd bent om mee te helpen in een werkgroep of om te investeren in toekomstige projecten. Ook maakt het ledenportal het mogelijk om een koppeling aan te brengen tussen een formulier op de website en de database van ECONOBIS.

    Verder wordt er gewerkt aan een koppeling tussen ECONOBIS en de financiële boekhouding en een beter groepenbeheer, zodat we gerichter emails kunnen sturen. Bijvoorbeeld een mail aan alle Schiedammers die hebben aangegeven in nieuwe projecten te willen investeren, zodat ze eerder op de hoogte zijn dan mensen van buiten Schiedam. Op die manier kunnen we samen werk maken van nieuwe energie voor en door Schiedammers.

    Wil je meer weten over ECONOBIS? Lees dan het interview van mei 2017 met René van Vliet, penningmeester van ODE Decentraal en projectleider van Project ECO.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op de website van Energiek Schiedam.

  • Vanaf 2020 landelijk verbod op varend ontgassen voor binnenvaart

    Het Ministerie van Infrastructuur en Water heeft vorige week bekend gemaakt dat er vanaf 2020 een landelijk ontgassingsverbod komt voor binnenvaarttankschepen. Minister Van den Nieuwenhuizen wil dat de internationale afspraken hierover halverweg 2020 in Nederland ingevoerd zijn. Mark Lensselink, die al in 2010 vragen stelde over varend ontgassen aan het dagelijks bestuur van Hoek van Holland en zicht sindsdien inzet voor een verbod op varend ontgassen, zegt in een reactie:

    Het heeft even geduurd, maar de uitstoot van benzeen en andere zwaar toxische stoffen wordt verder aangepakt. Dat is goed nieuws voor de bewoners, blootstelling aan Vossen kan echt niet


    Ontgassen wat is het ook al weer?

    Nadat schippers hun lading hebben gelost is het soms nodig om de ruimen te ontdoen van restanten van die lading. Waar het vluchtige stoffen betreft wordt dit vaak gedaan door middel van het ontgassen van het varende schip aan de buitenlucht.

    De dampen die daarbij vrijkomen, bijvoorbeeld van benzeen of benzeenhoudende stoffen, kunnen milieu- en gezondheidsschade veroorzaken. Met behulp van ontgasinstallaties op de wal of op het schip kunnen schepen echter gecontroleerd worden ontgast.

    Omvang emissies
    Sargasso toonde in 2013 aan op basis van gegevens van CE Delft aan dat de emissies van varend ontgassen een factor 10 hoger lagen dan het RIVM rapporteerde via emissieregistratie.nl (korte versielange versie). De emissies daalde ook niet, zoals de VNCI beweerde, maar lagen juist een factor 10 hoger dan officieel werd gerapporteerd. De publicatie van Sargasso leidde tot Kamervragen van de SP en GroenLinks, ook op lokaal en provinciaal niveau zijn de afgelopen jaren geregeld vragen gesteld over varend ontgassen. Uiteindelijk paste het RIVM de emissiecijfers voor varend ontgassen aan.

    Wachten op internationaal verbod
    Staatssecretaris Mansveld reageerde in 2014 dat ze wilde inzetten op een internationaal verbod i.p.v. een landelijk verbod. Meerdere provincies hebben hier niet op gewacht en voerden de afgelopen jaren een provinciaal verbod in, te beginnen met Zuid-Holland en Noord-Brabant. Inmiddels gevolgd door o.a. de provincies Utrecht, Noord-Holland en Gelderland.

    Fasering invoer nationaal verbod
    De invoering van het nationaal verbod op varend ontgassen begint met een verbod op het ontgassen van motorbrandstoffen en benzeen in 2020, gevolgd door een verbod op vloeistoffen die meer dan 10% benzeen bevatten in 2022 en in 2023 een verbod op het ontgassen van de meeste vluchtige organische stoffen.

    Het is de bedoeling dat de de dampen die worden teruggewonnen worden afgegeven bij een ontvangstinstallatie. Teruggewonnen stoffen kunnen worden hergebruikt als grondstof, zodat een milieuvriendelijke kringloop ontstaat. Een voorstel dat Mark Lensselink en ondergetekende in 2013 al aan de Haagse ministeries deden, maar dat toen op juridische bezwaren en ambtelijke haarkloverij stuitte. Wanneer hergebruik van de teruggewonnen dampen niet mogelijk is kunnen schepen terecht bij een verwerkingsinstallatie die de dampen onschadelijk maakt.

    Om de invoer van het nationaal verbod te begeleiden wordt een taskforce bestaande uit overheid en bedrijfsleven opgericht. Deelnemende partijen zijn de Rijksoverheid, havenbedrijven, de provincies Noord-Holland, Noord-Brabant, Utrecht, Gelderland, Overijssel, Flevoland en Zeeland, en Shell Nederland. In de taskforde werken verladers, industriepartijen, opslagbedrijven en vervoerders mee aan de invoer van het verbod op varend ontgassen voor binnenvaarttankschepen.

    Handhaving

    Het aangekondigde verbod op varend ontgassen vanaf 2020 is goed nieuws. Al blijven er na het lezen van het persbericht wel vragen. Bijvoorbeeld over handhaving van het verbod, over monitoring van de emissies, over de gevolgen van het verbod voor emissies bij laden en lossen, over de wijze waarop dedicatievaart en comptabiliteit geregeld worden. Bij dedicatievaart vervoert een schip meerdere keren achter elkaar slechts één stof, bijvoorbeeld benzeen. Tussendoor ontgassen van de tanks is dan niet nodig, maar om emissies naar de buitenlucht te voorkomen is een dampverwerkingsinstallatie bij de terminal of op het zeeschip waar geladen of gelost wordt nodig.

    DCMR kon een aantal jaar geleden geen antwoord geven op vragen van Sargasso over welke terminals in de Rotterdamse haven beschikken over een dampverwerkingsinstallatie en welke enkel over een dampretourinstallatie beschikken. Bij zeeschepen is de vraag nog prangender, want deze willen geen damp boven hun lading in verband met internationale regelgeving voor de zeescheepvaart hierover.

    Voor wat betreft de handhaving zijn bij Sargasso geen processen verbaal bekend uit provincies waar al een ontgasverbod geldt. In 2015 berichtte Sargasso op basis van de website Schiedams Nieuws dat DCMR geen daling van het aantal ontgassingen van benzeen kon ontdekken. DCMR ontkende dit nieuws tegen Sargasso. Een landelijk verbod maakt handhaving wel gemakkelijker, doordat ook Rijkswaterstaat actief kan gaan optreden en de onduidelijkheid over de status en handhaaafbaarheid van provinciale verboden op nationale vaarwegen verdwijnt.

    De monitoring van emissies door varend ontgassen en van opslag- en overslag van vluchtige organische stoffen gebeurd momenteel op basis van rekenmodellen, die een hoog theoretisch gehalte hebben. Meting bij de tanks op de schepen zou een grote verbetering zijn. Uit het persbericht is niet op te maken of een dergelijke verbetering onderdeel uitmaakt van de plannen.

  • Toezichthouder: Duitsland kan helft kolencentrales sluiten voor 2030

    Duitsland kan de helft van haar kolencentrales voor 2030 sluiten, zonder problemen voor de leveringszekerheid. Dat is de conclusie die de Duitse toezichthouder op het elektriciteitsnetwerk trekt. Voorwaarde is wel dat de geplande gascentrales volgens planning in gebruik genomen worden en dat de uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk (met name het hoogspanningsnet) afgerond worden. De topman van de Duitse energietoezichthouder (Bundesnetzagentur) geeft ook aan dat de oplopende kosten voor netstabiliteit waarschijnlijk worden veroorzaakt door het achterblijven van de netwerkcapaciteit.

    Duitsland streeft naar 65% groene stroom in 2030 en wil eind 2018 plannen bekend maken voor het stoppen met kolen in de elektriciteitsvoorziening.

    Link via Kees van der Leun.

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder gepubliceerd als waanlink op Sargasso.

  • Klimaatbeleid: aanbodbeperking in de praktijk

    Vorige maand schreef ik over de kansen die aanbodbeperkend klimaatbeleid volgens onderzoekers biedt. Afgelopen week toonde Bloomberg de kracht er van bij kolen. Al wordt de aanbodbeperking niet alleen veroorzaakt door overheidsbeleid, maar ook door een groeiend aantal financiers dat niet meer in bedrijven en projecten wil investeren die met kolen samenhangen.

    Bloomberg beschrijft hoe het beleid van China om vervuilende kolenmijnen te sluiten en het opdrogen van financiering voor nieuwe kolenmijnen leidt tot een kleiner aanbod aan kolen, waardoor de prijs voor kolen stijgt en de winstgevendheid van kolencentrales onder druk staat. De winstgevendheid van kolenmijnbouwbedrijven stijgt ondertussen fors. Anglo American heeft zijn inkomsten uit kolen sinds 2015 zien verdrievoudigen, Glencore heeft ze zien verdubbelen en BHP Biliton rapporteert een verzesvoudiging van inkomsten uit kolen.

    De stijgende financieringskosten zijn een van de redenen dat de mijnbouwbedrijven niet reageren met het aankondigen van plannen voor nieuwe mijnen, ondanks het feit dat de kolenprijs op het hoogste punt in jaren staat. Een groeiend aantal banken en grote institutionele investeerders wil niet meer in kolen investeren. Het niet van de grond komen van de Australische Carmichael kolenmijn is illustratief, het Indiase bedrijf Ardani weet de benodigde financiering niet rond te krijgen ondanks de openlijke steun van de Australische overheid.

    De stijgende kosten van financiering zijn niet de enige oorzaak van het uitblijven van nieuwe kolenmijnen, want ook mijnbouwbedrijven die geen externe financiering aan hoeven te trekken voor de aanleg van een nieuwe kolenmijn zijn niet geïnteresseerd in de ontginning van nieuwe mijnen. De druk vanuit overheden en consumenten om het gebruik van kolen terug te dringen is een belangrijke reden hiervoor.

    De hogere prijs van kolen zorgt er uiteindelijk voor dat de energietransitie versneld wordt. Door de hoge kolenprijs hebben kolencentrales meer concurrentie van gascentrales, windturbines en zonne-energie. De prijs van zonne-energie en windenergie daalt nog steeds, terwijl er geen zicht is op een hogere kolenproductie en de prijs van kolen dus hoog zal blijven. Uiteindelijk ondergraaft deze kostendaling de economische ratio om een vervuilende brandstof, zoals kolen, te blijven gebruiken. In de VS heeft de eerste eigenaar van kolen- en kerncentrales al faillissement aangevraagd. Bijkomend effect: de kolenmijnen draaien recordwinsten. Slim overheidsbeleid kan er voor zorgen dat dergelijke winsten afgeroomd wordt, zodat het voor maatschappelijke doelen ingezet kan worden. Bijvoorbeeld om de kosten van de energietransitie voor mensen met een minder diepe portomonnee te bekostigen.

    Dit bericht is geschreven voor en eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Vergeten klimaatbeleid: aanbodbeperking

    Binnen de milieubeweging en onder activisten is het beperken van de winning van fossiele brandstoffen al langer een thema. Economen en beleidsmakers geven meestal de voorkeur aan in hun ogen optimale beleidsinstrumenten, zoals beprijzing van CO2 emissies. Nieuw onderzoek van Green en Denniss laat zien dat er zowel politieke als economische argumenten zijn voor het beperken van het aanbod aan fossiele brandstoffen.

    Vier vormen van beleid

    Volgens Green en Denniss zijn er vier soorten klimaatbeleid te onderscheiden. Waarbij de auteurs aan de ene kant onderscheid maken tussen restrictief beleid en stimuleringsbeleid, en aan de andere kant tussen beleid dat zich richt op de aanbodzijde en beleid op de vraagzijde. Visueel vatten de auteurs de mogelijkheden in de volgende matrix samen:

    Tabel met typen klimaatbeleid
    Typen klimaatbeleid

    Een Nederlands voorbeeld van aanbod gericht stimuleringsbeleid zijn de subsidies voor duurzame energie, maar ook het kleine veldenbeleid voor gaswinning. Een voorbeeld van stimuleringsmaatregelen gericht op de vraagzijde is de ISDE subsidie, waar bewoners subsidie krijgen als ze overschakelen op een (hybride) warmtepomp of een zonneboiler installeren. Voorbeelden van restrictief beleid gericht op de vraagzijde zijn de CO2-emissienormen voor auto’s en de Europese emissiehandel in CO2 (ETS).

    Voordelen aanbodbeperking

    Vanuit economisch oogpunt is het voordeel van aanbodbeperkend beleid dat er minder administratieve lasten zijn, de winning van fossiele brandstoffen wordt om andere redenen al bijgehouden en er zijn minder bedrijven bij betrokken. Een tweede argument is dat het beprijzen van CO2 in theorie lijdt tot optimale keuzes, doordat de CO2 emissie op de goedkoopste manier wordt beperkt. In de praktijk dekt CO2 beprijzing zelden de volledige economie en wordt er met regelmaat een beroep gedaan op de angst voor het waterbed effect. Bovendien zorgt de lagere vraag naar fossiele brandstoffen als gevolg van hogere CO2 prijzen voor een lagere brandstofprijs, wat weer zorgt voor meer vraag. Het beperken van het aanbod kan dit effect tegengaan.

    Een derde economisch argument is dat het beperken van het aanbod een infrastructurele lockin kan voorkomen. Het aanleggen van nieuwe gaspijpleidingen zorgt er bijvoorbeeld voor dat er meer aanbod komt. Zelfs als de huidige eigenaar van een pijpleiding failliet gaat zal een nieuwe eigenaar de pijpleiding blijven exploiteren zolang de marginale opbrengsten voor transport van gas of olie hoger zijn dan de marginale kosten. Tot slot voorkomt het beperken van het aanbod aan fossiele brandstoffen dat olie- en gasbedrijven de winning op korte termijn fors gaan verhogen om nog snel te cashen voordat de CO2 prijs zo hoog is dat ze uit de markt geprijsd worden.

    Ook vanuit het oogpunt van politieke economie heeft het voeren van restrictief beleid op fossiele brandstoffen voordelen. In de eerste plaats kan restrictief beleid gericht op de aanbodzijde vaak op meer steun rekenen onder burgers en heeft het directer waarneembare voordelen. Hierdoor wordt het makkelijker om coalities te bouwen tussen burgers en organisaties, wat het draagvlak voor aanvullend beleid vergroot. Ook is het lastiger om voor tegenstanders om tegen dergelijk beleid te lobbyen door de bredere voordelen.

    De olie, gas en kolenindustrie is goed georganiseerd. Een voordeel van aanbodbeperkend beleid is dat het scheidslijnen binnen de sector kan opwerpen, bijvoorbeeld tussen bestaande spelers en nieuwkomers, bijvoorbeeld als nieuwe winning verboden wordt. Of scheidslijnen tussen brandstoffen, bijvoorbeeld als de bouw van nieuwe kolencentrales verboden wordt en er daardoor mogelijk ruimte ontstaat voor nieuwe gascentrales.

    Tot slot is internationale samenwerking volgens Green en Dennis makkelijker bij restrictief aanbod beleid. Dat is van belang omdat het klimaatakkoord van Parijs opgebouwd is uit vrijwillige bijdragen van de deelnemende landen en geen internationaal juridisch bindend bolwerk is geworden. Restrictief aanbodbeleid komt daarbij goed van pas. Als de prijselasticiteit van de vraag (de mate waarin afnemers een alternatief kunnen vinden) relatief hoog is ten opzichte van de prijselasticiteit van het aanbod, dat zorgt voor een minder groot waterbedeffect dan beleid dat zich richt op de vraagzijde.  Dit lijkt bij kolen het geval, waardoor het eenzijdig verlagen van het aanbod van kolen effectiever is voor het verlagen van de wereldwijde emissies dan het eenzijdig verlagen van de consumptie.

    Daarnaast geldt dat restrictief aanbodbeleid makkelijker te monitoren is, waardoor het ook eenvoudiger te controleren voor andere landen. En controleerbare en meetbare maatregelen geven meer vertrouwen in het beleid van andere landen, waardoor samenwerking makkelijker wordt en er een grotere kans is dat landen bereidt zijn samen te werken aan verdere wereldwijde emissiereductie.

    Conclusie

    In het klimaatdebat is er veel aandacht voor met name restrictief beleid gericht op de vraagzijde. Daarin past ook het pleidooi dat partijen als VVD, VNO-NCW en Shell jarenlang hebben gehouden voor inzet op CO2 reductie in plaats van op CO2 reductie (restrictief beleid vraagzijde), energiebesparing (stimulerend beleid vraagzijde) en duurzame energie (stimulerend beleid aanbodzijde).

    Vanuit oogpunt van draagvlak geeft PBL al aan dat inzet op energiebesparing en duurzame energie nodig kan zijn. Het artikel van Green en Denniss voegt met de herwaardering van restrictief beleid gericht op de aanbodzijde een vierde doel aan toe: beperken van het aanbod van gas, olie en kolen. Volgens David Roberts tonen Green en Denniss daarmee het belang aan van actievoerders die pleiten voor het in de grond houden van fossiele brandstoffen en voor het strijden tegen uitbreiding van infrastructuur voor fossiele brandstoffen. Tege

    Voorbeelden van Nederlands restrictief aanbodbeleid zijn het afbouwen van de gaswinning in Groningengeen schaliegas winnen. Nog een stap verder kan het stoppen met alle nieuwe exploratie- en winningsvergunningen (zoals Frankrijk al doet). Of het afbouwen van de overslag van kolen in de Rotterdamse haven. Nu Nederland een aantal restrictieve aanbodmaatregelen neemt wordt het interessant om te zien of de voordelen die Green en Denniss in hun artikel noemen in de praktijk zichtbaar gaan worden.

  • Resultaat 2e jaar Zon op Wennekerpand

    Jaarproductie zonne-energie Zon op Wennekerpand
    Jaarproductie Zon op Wennekerpand

    Afgelopen week is de tweede ZonneRente periode voor Zon op Wennekerpand afgesloten, het was de eerste ZonneRente periode waarin een vol jaar stroom geproduceerd werd. De zonnestroominstallatie heeft in de tweede ZonneRente periode 50.799 kilowattuur geproduceerd, dat is meer dan verwacht. Voor de statistiekfans de productie bedroeg 943,4 kWh/kWp.

    Ter vergelijking een gemiddelde tussenwoning in Schiedam gebruikte in 2016 volgens de lokale energie etalage 3.200 kilowattuur elektriciteit per jaar. Het zonnedak van het Wennekerpand heeft dus voor een kleine 16 huishoudens aan groene stroom opgewekt.

    Per zonnedeel is er 15 kilowattuur opgewekt. De Zonnedelers ontvangen uiterlijk eind april hun zonnerente. Zij ontvangen hierover bericht van Zonnepanelendelen. In het afgelopen jaar heeft een van de Zonnedelers aangegeven zijn zonnedelen te willen verkopen, deze zonnedelen zijn teruggekocht door de coöperatie Energiek Schiedam. Mochten er andere zonnedelers zijn die hun zonnedelen willen verkopen dan kunnen zij dit kenbaar maken aan het bestuur via info at energiekschiedam.nl. Het bestuur zoekt dan een nieuwe koper of kijkt of de coöperatie voldoende financiële middelen heeft om de zonnedelen terug te kopen.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op de website van Energiek Schiedam.