Gastbijdrage: Mijn ontgoocheling na de fakkeltocht

Groningen en gaswinning; een tranendal zonder oog voor historie of bewoners…

Aardbevingen in Groningen

Nog maar net bekomen van de euforie van de fakkeltocht, was ik woensdagochtend bij de gemeente Loppersum. Als bewoner praatte ik mee over de bescherming van ons cultureel erfgoed. We hadden het over karakteristieke panden die gevaar lopen het loodje te leggen. En hoe dat voorkomen kan worden.

Dinsdagavond liepen er veel bestuurders mee, o.a. uit Loppersum. Dat gaf me een goed gevoel,  Groningen was verenigd, saamhorigheid en strijdlust liepen handinhand. Mooi was het en ontroerend. We waren het met elkaar eens dat de maat vol is, we zijn klaar met de NAM, we gaan er samen tegenaan.

wp-1486583572154.jpg
De ontgoocheling volgde al snel. Aan tafel bij de gemeente kwamen de eerste scheuren. Er was geen aardbeving voor nodig. Net zoals de NAM niet alle schade vergoedt, wil de gemeente niet alle karakteristieke panden beschermen. Parallel met de NAM maakt de gemeente er een soort A, B en C panden van…

View original post 83 woorden meer

Concept verkiezingsprogramma GroenLinks 2012: voorstel voor aanpassing bij de vervuiler betaalt

In het concept verkiezingsprogramma van GroenLinks staat uiteraard dat GroenLinks een verdere vergroening van de economie nastreeft. Maatregel 1 en 10 onder B de vervuiler betaalt van het concept verkiezingsprogramma zou ik echter graag aangescherpt zien. Ik ben zelf niet bij het verkiezingscongres (andere verplichtingen), maar hieronder mijn voorstel voor een alternatiev tekst voor hoofstuk 1B, bij punt 1 en 10.

Hoe luiden ze nu:

1. Alle subsidies die niet passen in een duurzame economie worden afgebouwd. Resterende subsidies worden, waar mogelijk, vervangen door overheidsgaranties en –kredieten.

10. Er worden geen vergunningen verstrekt voor boringen naar schaliegas zolang we onvoldoende weten over de risico’s voor mens en milieu. Ook bij andere risicovolle technieken staat het voorzorgsbeginsel centraal. Initiatiefnemers moeten kunnen aantonen dat hun techniek veilig is.

Hoe zou ik ze graag willen zien (cursief is toevoeging op basis van avondje knutselen, dus is vast nog voor verbetering vatbaar):

1. Alle subsidies en fiscale regels en investeringsarrangementen die niet passen in een duurzame economie worden afgebouwd. Resterende subsidies worden, waar mogelijk, vervangen door overheidsgaranties en –kredieten.

10. Er worden geen vergunningen verstrekt voor boringen naar schaliegas zolang we onvoldoende weten over de risico’s voor mens en milieu. Ook bij andere risicovolle technieken staat het voorzorgsbeginsel centraal. Initiatiefnemers moeten kunnen aantonen dat hun techniek veilig is. De Nederlandse overheid sluit investeringen in schaliegas via Energiebeheer Nederland uit.

Waarom?

De formulering van 1 bevat een kleine voetangel. Het klinkt namelijk zo mooi, maar het werkt net als met de hypotheekrenteaftrek. Ministers van Financien hebbe deze de afgelopen jaren stelselmatig weigeren te beoordelen op effectiviteit. Het is juridisch gezien namelijk geen subsidie of belastingheffing, maar een aftrekpost. En het effect van aftrekposten wordt niet geevalueerd.

Evenzo kan Bernard Wientjes (ondanks zijn oude uitspraak duurzaamheid = innovatie) rustig volhouden dat er geen sprake is van subsidies voor bv. fossiele energie. Economisch heeft hij ongelijk, fiscaal en juridisch heeft hij echter gelijk. Het gaat namelijk om fiscale voordelen (bv. vervroegd afschrijven van investeringen in kleine gasvelden), investeringsregelingen (bv. de risicodragende investeringen van Energiebeheer Nederland in exploratie en exploitatie van Nederlandse gas- en olievelden, dus ook van teerzandolie en in de toekomst van schaliegas) en degressieve tarieven (bv. van de energieheffing waar het idee is dat bedrijfsleven en particulieren beide 50% van de opbrengst ophoesten). Voor vergroening is het dus zaak om te zorgen dat ook fiscaal voordelige regels en investeringsregelingen aangepast worden. Dat is een taaier proces dan subsidies afschaffen, maar wel broodnodige voor een duurzame economie.

Bij de huidige formulering van punt 10 weten olie- en gasbedrijven nog steeds dat ze voor 40% van het benodigde kapitaal voor de winning van schaliegas een beroep kunnen doen op de Nederlandse staat (zoals Nederland via EBN ook in de winning van teerzandolie in Schoonebeek investeert). Die investeringen zijn risicodragend, wat betekent dat de Nederlandse staat tot 40% (of minder als de staat een kleiner deel van het veld heeft) van het financiële risico van proefboringen (exploratie) en winning voor haar rekening neemt. Sinds de RSV affaire is de olie- en gasindustrie de enige sector die permanent op zulke ruimhartige risicodragende ondersteuning kan rekenen. Het lijkt me hoog tijd dat GroenLinks zich hard gaat maken om daar wat aan te doen. Dat zorgt meteen voor een stukje extra risico en onzekerheid voor fossiele grondstofwinning. Voor de leden die het belang daar neit van snappen: Ik denk dat ieder lid van Holland Solar gratis komt uitleggen wat extra risico doet met je business case…

Het is wel zaak om nog na te denken over de manier waarop je de aardgasbaten regelt als EBN niet investeert in schaliegaswinning.

De concept tekst voor een amendement van deze strekking vind je hier.

Van zelflevering naar duurzame energiebaten

Na het afsluiten van het Lenteakkoord is wel weer duidelijk geworden dat mooie plannen van politici makkelijk kunnen stranden in de angst voor verlies aan energiebelasting van ambtenaren. Daarom wordt de btw op zonnepanelen niet verlaagd en komen er slechts pilots met zelflevering van elektriciteit. Waarmee Nederland respectievelijk terug gaat naar de oude SDE situatie waarin het installeren van zonne-energie niet eens als seizoensarbeid aangemerkt kan worden en de pilot van Eneco en De Windvogel van een paar jaar weer dunnetjes overgedaan gaat worden.

In een artikel in de NRC verwoord Liesbeth van Tongeren een aantal angsten van de ambtenaren van Financiën. De belangrijkste lijkt te zijn dat de btw verlaging een open einde regeling is, waarbij je niet weet hoeveel mensen er gebruik van gaan maken. Wat ook maakt dat het lastig is om het budgettair effect in te schatten. Alsof de energiebelasting bij de huidige tarieven en de doorgaande prijsdalingen voor duurzame energie nog een lang leven beschoren is op de particuliere woningmarkt? En dan hebben we het nog niet over de administratieve hel die uitbreekt als particulieren hun elektrische of plugin hybride auto in de toekomst als buffer gaan gebruiken… Het wegvallen van de opbrengst van energiebelasting lijkt ook de belangrijkste drijfveer achter de weerstand tegen “zonnetuintjes” of andere vormen van zelflevering. Liesbeth van Tongeren geeft aan er een warm voorstander van te zijn, daarom hieronder nogmaals de doorrekening van het alternatief voor de huidige energiebelasting: duurzame energiebaten.

De probleemstelling

Wanneer we zoals GroenLinks bij monde van Liesbeth van Tongeren uitgaan van particulieren hebben we het over een verlies aan inkomsten voor de belastingdienst van ongeveer € 0,15 per kWh (Energiebelasting € 0,1140, BTW: € 0,0364).

In de huidige situatie maakt het uit waar of je voor of achter je meter elektriciteit opwekt. Heb je een geschikt dak dan vergelijk je de kosten van het zelf opwekken van elektriciteit met de prijs inclusief energiebelasting en btw die je betaalt aan je energiebedrijf. Het goedkoopste tarief dat ik vandaag kon vinden op Gaslicht.com was Greenchoice 1 jaar vast met een kostprijs van € 0,2278 per kWh, daarvan is € 0,0774 bestemd voor Greenchoice.

Als je in de huidige situatie een zonnetuintje wil beginnen vergelijk je de kosten daarvan met € 0,0774, want je moet energiebelasting en btw betalen. Bij een kostprijs van € 0,08 per kWh ben je dus een dief van je eigen portemonnee totdat de energieprijs stijgt. Het risico ligt bovendien volledig bij de particuliere investeerders.

Wat we dus zoeken is een alternatief systeem dat (een deel) van de vijftien Eurocent die Financiën ontvangt per kWh terugverdient voor de Nederlandse staat en bij voorkeur tegelijkertijd particulieren die investeren in een zonnetuintje, gezamenlijke windmolen of biovergister zekerheid biedt over de kostprijs.

Een mogelijk alternatief: Duurzame energiebaten

Duurzame energiebaten kunnen zo’n alternatief zijn. De opzet is gelijk met de opzet van de aardgasbaten: de Nederlandse staat investeert tot 40% risicodragend in duurzame energieprojecten en ontvangt daarvoor 40% van de opbrengsten, ook mag voor deze projecten geen SDE+ aangevraagd worden. Als het inkomstenverlies voor de rekenmeesters van Financiën te groot is kan het verkleind worden door een verlaagd energiebelastingtarief in te voeren voor duurzame energie, zoals dat bij de BPM ook bestaat voor energiezuinige auto’s.

Het vehikel om de investering te doen bestaat al en heet Energie Beheer Nederland. Een 100% dochter van de Nederlandse staat, ondergebracht bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Een alternatieve mogelijkheid is om de financiering te regelen via een staatsdeelneming in de onlangs door Holland Financial Center voorgestelde Groene Investeringsmaatschappij.

Rekenvoorbeeld 1: Windbaten

De energieopbrengst en het aantal windmolens in het rekenvoorbeeld zijn aangepast n.a.v. tweet Pauline Westendorpdie op fout wees. De betreffende fout heeft geen effect op onderstaande berekeningen.

In het laatste nummer van 2011 van het tijdschrift Milieu (van de Vereniging voor Milieuprofessionals) stond een artikel van Geert Bosch over de kosten van windenergie. Hij rekende voor dat een windmolen een windpark met 5 windmolens van 3 MW een investering vergt van 22,5 miljoen Euro en jaarlijks gemiddeld 23.000.000 33.000.000 kWh elektriciteit levert. De kostprijs bedraagt volgens Geert Bosch 9,6 Eurocent/kWh, dat is wat hoger dan de kostprijs waar ik bij De Windcentrale op uitkwam. De subsidie bedraagt 3,6 Eurocent per kWh volgens Geert Bosch.

Bedragen in Eurocent/kWh Huidig Windbaten Windbaten met laag EB
Kostprijs energie 7,74 9,60 9,60
Energiebelasting (EB) 11,40 0,00 5,00
BTW 3,64 0,00 0,00
Subsidie windenergie -3,60 0,00 0,00
Windbaten
5,27 5,27
Saldo overheid 11,44 5,27 10,27
Verschil met huidig
6,16 1,16
Kostprijs consument 22,78 14,87 19,87
Verschil met huidig
7,91 2,91

Zoals je ziet ‘verliest’ de overheid bij de invoer van windbaten 6,168 Eurocent per kWh, terwijl de particulier er 7,9 Eurocent per kWh op vooruitgaat. Op jaarbasis bespaart de particulier op deze manier ruim Euro 270 op z’n energierekening (uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh). Als de overheid 5 Eurocent energiebelasting instelt resteert een verlies van 1,168 Eurocent per kWh voor de overheid, terwijl de particulier 2,9 Eurocent minder voor z’n elektriciteit betaalt. Voor de particulier resteert dan een daling van de energierekening van ongeveer Euro 100.

In bovenstaande berekening is met een aantal zaken geen rekening gehouden:

  • kapitaalkosten voor de overheid;
  • de vermindering in kosten voor de overheid door het wegvallen van de mogelijkheid tot subsidie;
  • werkgelegenheidseffect;
  • mogelijke verandering in draagvlak (en daarmee proceskosten) en gedrag als mensen zelf voordeel hebben van windenergie, of er zelfs eigenaar van worden.

Rekenvoorbeeld 2: Zonnebaten voor de meter

Sterk in opkomst zijn momenteel de projecten waarbij gewerkt wordt aan zonnetuintjes. Bijvoorbeeld in Nijmegen (Zonnepark Nederland) en Amsterdam. Stel nu dat we de duurzame energiebaten invoeren voor collectieve zonnestroomprojecten, zoals in Nijmegen. Dan zie je de uitkomst per kWh hieronder (gebaseerd op het rekenvoorbeeld van Zonnepark Nijmegen).

Bedragen in Eurocent/kWh Huidig Zonnebaten Zonnebaten met laag EB
Kostprijs energie 7,74 17,80 17,80
Energiebelasting (EB) 11,40 0,00 5,00
BTW 3,64 0,00 0,00
Subsidie zonne-energie -7,00 0,00 0,00
Zonnebaten
1,99 1,99
Saldo overheid 8,04 1,99 6,99
Verschil met huidig
6,04 1,04
Kostprijs consument 22,78 19,79 24,79
Verschil met huidig
2,99 -2,01

Voor projecten die voor SDE+ in aanmerking komen gaat de overheid er 6 cent op achteruit, gelijk aan windenergie. Als het gaat om projecten die momenteel zonder subsidie van de grond komen gaat de overheid er per saldo 13 cent op achteruit. De particulier gaat er bij het systeem van zonnebaten 3 Eurocent op vooruit. Dat is minder dan bij windenergie. Op jaarbasis kost zonne-energie de particulier 170 Euro meer dan windenergie (uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh), maar de particulier bespaart nog steeds ruim 100 Euro op z’n energierekening.

Rekenvoorbeeld 3: Zonnebaten achter de meter

Het aantal particulieren dat investeert in zonnepanelen op het eigen dak (als ze dat kunnen) is ook sterk groeiende (al is er een tijdelijke hickup door de komende subsidieregeling). Al deze mensen leveren de belastingdienst een derving van vijftien Eurocent per kilowattuur zelf opgewekte elektriciteit op. Natuurlijk staat daar een eenmalige opbrengst in de vorm van btw over de geïnstalleerde zonnepanelen tegenover, maar per saldo resteert al snel een inkomstenderving voor de overheid.

Op eigen dak verliest de overheid in de huidige situatie 15 Eurocent per kWh die zelf opgewekt wordt. De invoer van zonnebaten vermindert dit met 3 Eurocent (uitgaande van de kostprijs van 15 Eurocent die ik eerder dit jaar berekend had). Als je uitgaat van de kostprijs van 8 Eurocent die Vincent Dekker van Trouw hanteert dan wordt het verlies vermindert tot 9 Eurocent, terwijl de particulier nog steeds 8,9 Eurocent per kWh goedkoper uit is. Op jaarbasis bedraagt het voordeel voor particulieren ruim 300 Euro (uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh).

Bedragen in Eurocent/kWh Huidig Zonnebaten Zonnebaten met laag EB
Kostprijs energie 7,74 8,00 8,00
Energiebelasting (EB) 11,40 0,00 5,00
BTW 3,64 0,00 0,00
Subsidie zonne-energie
0,00 0,00
Zonnebaten
5,91 5,91
Saldo overheid 15,04 5,91 10,91
Verschil met huidig
9,12 4,12
Kostprijs consument 22,78 13,91 18,91
Verschil met huidig
8,87 3,87

In bovenstaande berekeningen is met een aantal zaken geen rekening gehouden:

  • kapitaalkosten voor de overheid;
  • de vermindering in kosten voor de overheid door het wegvallen van de mogelijkheid tot subsidie;
  • werkgelegenheidseffect;
  • mogelijke verandering in draagvlak en gedrag als mensen zelf voordeel hebben van zonne-energie, of er zelfs eigenaar van worden.

Het verhogen van de energiebelasting en de btw die voor 2013 op het programma staan zal het aantal particulieren (of verhuurders van woonruimte aan particulieren) dat investeert in zonnepanelen op het dak enkel laten groeien. Kortom: door de dalende prijs van zonne-energie en de stijgende consumentenprijs voor elektriciteit is heeft de huidige energiebelasting z’n beste tijd gehad. Tijd dus om na te denken over alternatieven.

TEDxBinnenhof: Innovation in Construction – part 2: Energy Producing Buildings

In my first postI linked to a TEDx talk by an architect who showed a lot of innovative ideas to construct more sustainable buildings and cities. In this post I will focus on ways the construction industry is enabling him and his colleagues to actually build them. Reducing the energy use and increasing the energy generation capacity of buildings is a central theme, but the focus is shifting towards more integrated approaches. In this post I will focus on energy, because I think it still remains the question whether the Dutch regulatory framework is facilitating the transition towards energy neutral and energy producing buildings.

Increasing the energy generation capacity of buildings
It is becoming increasingly clear that solar power is reaching grid parity for consumers in The Nethterlands, according to some the price of solar power has fallen below grid parity for consumers already. The Dutch are becoming totally enthousiastic about collective purchasing of solar power. In 2009 Urgenda started the collective purchasing action called we want solare (Wij Willen Zon). Currently there are over 60 active collective purchasing actions in the Netherlands. Even now, more local community energy companies are starting everywhere in the Netherlands.

For those who won’t or can’t afford the upfront investment in solar panels a growing number of solar as a service companies are starting. Zonline, for example, offers consumers solar panels paid by a fixed price per kilowatt hour electricity produced. They’ve only just started, but looking at Dutch consumer prices for electricity (around 21 to 23 Eurocent per kilowatt hour, about 70% of which are taxes) and the growth rate of it’s US partner Sungevity it promises to be a booming business. Other companies, like Rooftop Energy are applying the same business model to the business market. Which is a bit more difficult as companies pay a lower rate for electricity. Still the first examples of local governments using solar lease to get solar on their rooftops are popping up. For business placing solar on your own rooftop can be part of their CSR strategy too.

Different forms of sustainable heating are catching up too. Sometimes (old fashioned ) based on using the waste heat of waste incinerators, but also based on heat pumps (air-to-air or air-to-water) or geo-thermal power.

Reducing energy use
Although solar energy is the sexiest kid on the block, it surely isn’t the only one.
Stimulated by the energy label for buildings and rising energy prices a growing number of companies are offering help to property owners to reduce their energy use in existing buildings. Most of them demand upfront investments by the property owner. A few are exploring new business models and let property owners repay their investment through a reduction in their energy bill. In the commercial property market (offices, swimming pools) energy service companies (ESCo’s) are emerging. ESCo’s are offering a way to reduce the energy use budget neutral or even with a direct reduction in costs for the property owner or tenant. The upfront investments are done by the ESCo. The reduction in energy use can be achieved by changes to the installations, but also by adjustments to the façade of the building.

Some companies are even exploring business models that combine ESCo’s with green lease agreements. Which is a logical combination, as even the most energy efficient building will use a lot of energy if the tenant doesn’t change it’s habits.

Examples for the residential market include WAIFER and Qurrent. WAIFER says it can renovate a home within weeks and is currently renovating around 2500 homes from housing corporations in the Rotterdam area. Qurrent advertises as a new kind of energy company: one that wants to sell as little energy as possible.

Dutch regulatory framework
The Dutch regulatory framework for the construction industry used to consists mainly on construction. As energy generation is increasing because of the rise in popularity of solar panels, amongst others, the regulatory framework for the energy industry is becoming increasingly pressing. Energy regulation is mainly focused on centralized energy production making little use of lessons learned in other environmental policy fields or in other countries. Despite the subsidy for sustainable energy and many policy changes The Netherlands are lacking behind in sustainable energy.

For example users of sustainable energy have to pay the same amount of energy tax as users of fossil energy. This means sustainable energy has to be subsidized to be able to compete with fossil energy at wholesale prices. For cars the Dutch government has chosen a different strategy making fuel efficient cars more attractive using tax incentives. Looking at the sales figures of hybrids like the Toyota Prius this has proven a very successful strategy.

The high energy tax on (sustainable) energy does make investments in energy efficiency and solar power more attractive, especially for consumers. This will put a growing pressure on the 2 billion Euro in energy taxes the Dutch government collects from users of residential buildings each year.

To make things worse for government budget some community owned energy companies have stopped paying energy taxes on energy used by their members/investors. They claim that there is no difference between people growing their own food and transporting it to their home via public infrastructure and producing your own energy and using public infrastructure to get the energy to your home. It is not yet known if judges will agree, but it does show that current legislation is hindering people who try to provide their own energy together with their neighbors. Pretty strange if you consider the fact that some Dutch politicians are complaining about the nimby-behaviour of Dutch citizens.

Changes for Dutch government
Things can be arranged differently as the Dutch government has a well established system of reaping the benefits of our natural gas supplies. Through EBN, a subsidiary of the Ministry of Economic Affairs, the Dutch government offers the possibility to provide up to 40% of the necessary capital for the exploration and production of natural gas and oil. Dutch government earned around 6 billion Euro from this investments in 2011 alone. So why not use the same model to finance sustainable energy now that it has become a profitable alternative?

This alternate business model, based on the exploration and exploitation of sustainable energy, would earn a growing income for the Dutch government as opposed to the decreasing income if more inhabitants will change to solar power as a primary source of energy. It can also decrease the funds and manpower necessary for subsidizing alternate sources of energy, thus reducing the costs of reaching the sustainable energy goals set by the Dutch government.

For solar power it can help in decreasing the costs and improving the efficiency of the installations. Take for example my own neighborhood. An average house can uphold about 6 till 9 solar panels, while larger installations are relatively cheaper to install. I would love to be able to combine my installation with the neighbors and exchange the energy generated. Current legislation makes that financially unattractive if not impossible, whereas there would be a valid business case for combining our solar energy systems under a different regulatory framework.

Similar cases are abundant all through the Netherlands, not only for rooftop solar PV installations, but also for the production of biogas or heat recovery from waste water treatment. Adjusting the regulatory framework would also open up opportunities for other technologies like using the heat generated by roads or datacenters to cool and warm our buildings.

Due to the current regulatory framework for energy those types of innovation need subsidy way to long and large scale application is pushed to the future setting Dutch companies on a disadvantage in the international market.

Conclusion
What can we learn from the above? I think the best lesson to be learned is that it’s time to shift pardigm. With sustainable energy becoming competitive with fossil energy (despite existing subsidies and tax breaks for fossil fuel) there are chances for both Dutch government, society and entrepreneurs if we can apply lessons learned from other policy fields to sustainable energy.

For example the government could increase the amount of sustainable energy produced by variating the amount of energy tax paid for sustainable energy and fossil energy. The downside of this policy is that part of the benefit will go to foreign producers of sustainable energy and not towards more sustainable energy production in The Netherlands.

Changing the energy tax system in such a way that no energy tax has to be paid on energy produced by your own solar panels, windturbine or part of the solar road, does have a lot of potential to increase sustainable energy production in The Netherlands. It will bring possibilities to rationalize the decision to invest for consumers. Combining solar installations with your neighbors, using noise barriers next to highways for large scale solar pv installations (like Solar Green Point is promoting) or using heat collected from highways to keep buildings warm in the winter and cool in the summer.

To speed up the development even further and to yield some of the financial benefits the government could use part of the profits from oil and gas production for co-investing in sustainable energy production. Like some local government are already doing.

This way the government gets more than a double dividend. The first benefit will be that the amount of necessary subsidies for sustainable energy can be reduced. The subsidy can be focused on innovative technologies, like tidal power or offshore wind. Dutch government will get a growing revenue base from investments in sustainable energy production to compensate for the expected downward trends in energy taxes. The governmentbudget can be safeguarded even more if existing tax breaks and subsidies for fossil fuels are removed or decreased, like Maria van der Hoeven executive director of the International Energy Agency calls upon.

For investors and entrepreneurs in sustainable energy the co-investment from the Dutch government acts as an assurance that Dutch policy won’t change overnight, just like the current investments by EBN in oil and gas do for fossil fuel companies.

This post was originally written for and published at TEDxBinnenhof with the support of Ivo Stroeken and Max Herold.

Collectieve zonnestroomparken

In Nijmegen start de gemeente in samenwerking met Zonnepark Nederland en netwerkbeheerder Liander een project waarbij mensen zonnepanelen kunnen kopen die op het dak van een publiek gebouw komen te liggen. Liander saldeert de opbrengst met je energierekening, alsof ze op je eigen dak liggen. Je betaalt dus geen energiebelasting of btw over de energie die op deze wijze wordt opgewekt. Vincent Dekker van Trouw ziet hierin de voorbode van zonnevolkstuintjes, a la de al langer bestaande volkstuintjes voor groente en fruit. Of dat terecht is is de vraag, tenzij er een juridisch verschil is tussen zelflevering van windenergie en zelflevering van zonne-energie…

De belangrijkste vraag blijft m.i. dan ook of de rechter de zienswijze deelt dat zelflevering van energie te vergelijken is met zelflevering van groenten en fruit uit een volkstuin. En wanneer de rechter dat besluit is de vraag wat de overheid als Plan B heeft om het potentiële gat in de begroting te repareren. Is dat alsnog een wettelijk verbod op zelflevering voor de meter invoeren, of een maatregel verzinnen om inkomsten te genereren en tegelijkertijd het halen van de doelstelling voor 14% duurzame energie in 2020 dichterbij te brengen?

Zelflevering en energiebelasting

Er zijn verschillende manieren om je eigen energie op te wekken. Een belangrijk onderscheidt is de vraag of de energieopwekking voor of achter de meter plaats vind. Bij energieopwekking achter de meter (bv. door zonnepanelen op je eigen dak) is de wet helder: salderen mag. Bij energieopwekking voor de meter is het diffuser. Volgens Zonnepark Nederland is de wet Elektriciteitswetgeving voor meerdere interpretaties vatbaar. Volgens De Windvogel is salderen voor de wet niet expliciet verboden, dus mag het. Reden waarom windcoöperatie De Windvogel, waar ik zelf ook lid van ben, vorig jaar is gestopt met het betalen van energiebelasting over de elektriciteit die ze aan haar leden levert. Inmiddels werkt de belastingdienst aan een dagvaarding van De Windvogel, Anode en mogelijk ook een aantal leden van De Windvogel.

Niet echt een zonnig teken voor de investeerders in Zonnepark Nederland. Al staat de gemeente Nijmegen de eerste twee jaar garant voor de energiebelasting bij Zonnepark Nederland. Wanneer de rechter beslist dat er over zelf opgewekte energie voor de meter toch energiebelasting en btw betaald moet worden valt de schade voor de kopers van zonnepanelen dus mee. Zonnepark Nederland schrijft daarover op haar site het volgende:

De methode van salderen van opgewekte energie op een ander dan je eigen dak is nog niet uitdrukkelijk bij wet geregeld. Deze pilot maakt hiertoe gebruik van een uitzondering in de huidige Elektriciteitswetgeving die voor meerdere interpretaties vatbaar is. De pilot loopt daarmee vooruit op een (mogelijke) aanpassing van de wetgeving op dit punt. Het Ministerie van EL&I is op de hoogte van de pilots die Liander m.b.t. collectief opgewekte energie uitvoert. Toch is er een zeker risico dat het salderen van de Energiebelasting en BTW zoals in deze pilot gebeurt, niet zal worden toegestaan door de fiscus. In dat geval staat de gemeente Nijmegen voor een periode van twee jaar garant, voor de gederfde inkomsten voor de deelnemers (energiebelasting en BTW). Doordat er zo in ieder geval tenminste twee jaar gesaldeerd kan worden, is de totale businesscase gerekend over 25 jaar, voor de deelnemers toch kostendekkend. Het financieel rendement zal dan wel lager zijn, dan wanneer salderen over de volledige periode wordt toegestaan door de wetgever.

Ook in Rotterdam zijn er plannen voor een collectieve zonne-energiecentrale op de geluidswal van de A20 ter hoogte van het Terbregseplein, deze plannen worden ontwikkeld door Solar Green Point.

Kosten collectieve zonnestroomcentrale

De kosten per zonnepaneel bedragen bij Zonnepark Nederland Euro 500, de verwachte opbrengst is gemiddeld 197 kWh. Daarnaast betaal je 25 jaar lang 15 Euro per jaar voor onderhoud en beheer. De totale kosten per paneel van 240 Wattpiek komen daarmee op Euro 875 ( € 500,– plus € 375,–) voor 25 jaar. Afgezien van de jaarlijkse bijdrage is de installatieprijs van Euro 2,08 per Wattpiek vergelijkbaar met de installatiekosten van zonnepanelen op je eigen dak, met als voordeel dat je er geen omkijken hebt. De jaarlijkse bijdrage van Euro 15 maakt het m.i. wat onaantrekkelijker, al kom je met een verwachte kostprijs van Euro 0,178 per kWh nog steeds onder het huidige consumententarief voor elektriciteit uit.

De kosten per paneel met een jaaropbrengst van 230 kWh bedragen bij Solar Green Point Euro 460. Al kan de definitieve prijs nog afwijken. Daarnaast rekent ook Solar Green Point met een bedrag per jaar voor onderhoud en beheer gedurende de 20 jaar waar Solar Green Point van uit gaat. Wanneer ik de jaarlijkse bijdrage per paneel gelijk hou aan de bijdrage bij Zonnepark Nederland kom ik uit op een totale investering van Euro 760 (460 + 20 * 15) en een kostprijs per kWh van Euro 0,165.

Wanneer de energiebelasting vervalt voor zelflevering van eigen energie voor de meter is de verwachte stroomprijs lager, zelfs als rekening wordt gehouden met de 4 Eurocent aan extra kosten die Hans Labohm en Rob Walter aan zonne-energie willen toerekenen.

Kosten collectieve zonne-energie vergeleken met collectieve windenergie

Naast aanbieders van collectieve zonnestroomcentrales in eigen bezit zijn er al langer coöperaties actief op het gebied van windenergie, zoals De Windvogel. Een nieuwer model vormt De Windcentrale. Bij De Windvogel betaal je eenmalig Euro 50 lidmaatschap en kun je daarnaast een bedrag uitlenen waarover rente vergoedt wordt. Bij De Windcentrale koop je winddelen in een windmolen, elk winddeel geeft recht op een deel van de elektriciteitsopbrengst. De Windcentrale gaat er van uit dat een winddeel ongeveer 500 kWh per jaar opwekt en tussen de Euro 300 en Euro 400 kost. De levensduur van een windmolen is 15 tot 20 jaar, wat betekent dat de kostprijs per kWh tussen de 3 en 5,3 Eurocent ligt. Dat is nog goedkoper dan collectieve zonnestroomcentrales.

Plan B: duurzame energie baten

Beide voorbeelden laten zien dat rendabele vormen van duurzame energie veeleer innovatie in de overheidsregulering vergen, dan innovatie in de markt. Het is dan ook tijd dat de overheid een Plan B verzint voor de toekomstige terugval in de opbrengst van de energiebelasting. Bij voorkeur op een manier die de energiemarkt zoveel mogelijk behandelt als andere markten, dus geen subsidies of fiscale ondersteuning voor uitontwikkelde technologieën als wind op land, olie en gas.

Wel nadenken over de wijze waarop de overheid een deel van de private winsten van publieke goederen als zon en wind kan afromen. Bijvoorbeeld in de vorm van duurzame energie baten.

Ik heb al een aantal keer eerder voorgerekend dat het grote prijsverschil tussen de kostprijs van windenergie (en in toenemende mate ook van collectieve zonne-energie) en de consumentenprijs van elektriciteit mogelijkheden geeft om de energiebelasting te vervangen door een systeem waarbij de overheid een deel van het rendement afroomt, zoals de staat dat via Energie Beheer Nederland ook doet bij aardgas en olie.

Het naderende einde van energiebelasting in de gebouwde omgeving

Voor de energiesector zijn het spannende tijden. Naar mijn mening te vergelijken met de overgang van telefonie naar internet. Dat laatste vergde al de nodige souplesse en lenigheid van de overheid, maar de transitie in de energiesector zet nog veel meer op z’n kop. De energiesector is namelijk een belangrijke bron van inkomsten voor de staat. Alleen al de energiebelasting is goed voor ruim 2 miljard Euro. Tegelijkertijd wordt de grondslag van de energiebelasting momenteel van verschillende kanten aangetast. De belangrijkste twee zijn naar mijn mening:

  1. In de bouw is een omslag gaande naar energieneutrale renovatie en nieuwbouw van woningen en utiliteitsbouw.
  2. De prijs van zonne-energie daalt zo snel dat ze inmiddels ongeveer even duur is als elektriciteit uit het stopcontact. Deze prijsdaling zet nog wel even door (overcapaciteit) terwijl de energiebelasting en SDE+ toeslag stijgen. Dit maakt  zonnepanelen voor woningeigenaren nog interessanter en holt de grondslag van de energiebelasting sneller uit.

Het is alsof er een belasting bestaat op bellen via het vaste net, terwijl meer en meer mensen gebruik maken van VOIP. Door het uithollen van de grondslag van de energiebelasting (en SDE+) is minder geld beschikbaar voor de subsidie van duurzame energie, terwijl het PBL stelt dat er meer geld nodig is om de doelstelling te halen.

Systeem drijft huiseigenaar naar duurste systeem

Het huidige systeem drijft huiseigenaren naar dure, gebouwgebonden vormen van duurzame energieopwekking. Vooral zonne-energie is steeds interessanter. De wetswijziging om salderen voor verenigingen van eigenaren mogelijk te maken, die momenteel voor consultatie voorligt, maakt zonne-energie (en urban wind) nog interessanter (bovendien zijn grotere zonne-energie installaties relatief goedkoper). Het is de vraag of dat economisch gezien een optimaal pad is, want andere vormen van duurzame energie (zoals wind op land) zijn veel goedkoper.

De huidige wetgeving en de hoogte van de energiebelasting maakt dat zonnepanelen op dit moment toch interessanter zijn dan het investeren in wind op land. Bij een investering in wind op land blijf je namelijk overgeleverd aan de grillen van een Kabinet, dat op zoek is naar bezuinigingen en extra belastingopbrengsten. Investeringen in zonnepanelen op je eigen dak en achter de energiemeter voelen op dat punt veel veiliger.

Het nadeel voor de overheid is dat ze de volledige energiebelasting kwijtraakt. Dat gaat om een aanzienlijk bedrag. Uitgaande van ons eigen jaarverbruik van ongeveer 3.000 kWh gaat het om ongeveer Euro 350 aan energiebelasting per jaar (3.000 * 0,114). Daarbovenop komt nog het verlies aan BTW van Euro 65 per jaar.

Om dat voor elkaar te krijgen moeten we een kleine 7.500 Euro investeren in zonnepanelen (zie vergelijking collectieve inkoopacties zonnepanelen). Voor de overheid betekent dat dat ze dit jaar eenmalig Euro 1.425 aan BTW ontvangt. Daar staat tegenover dat ik de rente voor de lening om zonnepanelen te installeren mag aftrekken (verbetering van het huis, dus hypotheekrenteaftrek). Dat betekent een jaarlijkse kostenpost voor de staat van 30 Euro aan extra hypotheekrenteaftrek, naast het verlies van ruim 400 euro aan energiebelasting en BTW per jaar.

Alternatief: duurzame energie baten

Stel nu dat de overheid 40% van de investeringen in rendabele hernieuwbare energie doet, zoals ze dat ook doet voor het winnen van gas en olie, en dat de overheid de energiebelasting laat vallen voor zelflevering aan mensen en bedrijven die zelf risicodragend investeren in de opwekking van hernieuwbare energie. Net als in de huidige SDE+ krijgen de projecten die het hoogste rendement voor de staat leveren voorrang bij de investeringsbeslissing.

De keuze wordt dan een heel andere. Zonnepanelen op mijn dak vergen dan nog steeds een investering van Euro 7.500, want voor de staat is zonne-energie met een kostprijs van 15 tot 23 Eurocent relatief duur, de kans dat de overheid daar nu al 40% van financiert is dus miniem. De Windcentrale stelt te kunnen leveren voor 5,3 Eurocent per kWh en krijgt dus voorrang (net als andere wind op land projecten waar bedrijven en particulieren in investeren voor hun eigen elektriciteitsvoorziening).

Het opwekken van mijn eigen elektriciteitsbehoefte via windenergie kost via de Windcentrale Euro 2.400 (6 Winddelen van ieder Euro 400). In het door mij voorgestelde systeem neemt de staat 40% van de investering voor haar rekening, dat is Euro 960. Zelf moet ik dan nog Euro 1.440 investeren om in mijn eigen elektriciteitsbehoefte te voorzien, een stuk minder dan de Euro 7.500 die ik nodig heb om hetzelfde effect te bereiken met zonne-energie.

Doordat de staat 40% van de investering financiert bij een duurzame energiebatensysteem heeft ze ook recht op 40% van de opbrengst van de opgewekte windenergie. Uitgaande van een consumentenprijs van 20 Eurocent gaat het om een kleine 180 Euro per jaar, dat is 18% rendement (kapitaalkosten niet meegerekend). Voor mij is het voordeel dat ik mijn huidige energierekening van 600 Euro (3.000 * 0,20) hou, maar wel een rendement van 18% haal op mijn investering. Als ik het geld voor mijn investering mag lenen bij een groenbank tegen ongeveer 6% betekent dat 12% rendement, of mijn energierekening tot minder dan Euro 300.

Zoals je ziet kan het ook voor de overheid een voordeel hebben als ze accepteert dat de energiebelasting in haar huidige vorm haar langste tijd heeft gehad. Op die manier wordt een nieuwe inkomstembasis opgebouwd, die past bij het perspectief dat decentrale energieopwekking en een energieneutrale gebouwde omgeving de toekomst zijn. Dat zijn tenslotte toekomstperspectieven die de rijksoverheid ook omarmt via respectievelijk EL&I en Energiesprong (EL&I en BZK).

Meer uitleg over duurzame energie baten:

Een volgende keer een doorrekening van het voorstel van duurzame energie baten op basis van de plannen van De Windcentrale.

Duurzame energie & de strategische doelen van Energiebeheer Nederland

De rol van Energiebeheer Nederland in de Nederlandse energievoorziening heb ik eerder dit jaar aangestipt in mijn post over het belang van Nederland bij de wijze waarop olie uit Canadese teerzandwinning wordt behandeld. Vandaag duik ik wat dieper in de rol van Energiebeheer Nederland (een 100% dochter van de Nederlandse staat) aan de hand van de door hun zelf geformuleerde rol en strategische doelen.

Doel & strategische doelen Energiebeheer Nederland

De website van Energiebeheer Nederland (EBN) is heel duidelijk over de rol van EBN:

EBN is actief in het ontdekken, produceren en verhandelen van gas en olie in Nederland en is dé partner voor olie- en gasmaatschappijen. Samen met andere nationale en internationale olie- en gasmaatschappijen investeren we in de opsporing en winning hiervan en in gasopslagen in Nederland. Het initiatief voor opsporing-, ontwikkel- en productieactiviteiten ligt bij de vergunninghouders. EBN ambieert geen operatorschap in de deelnemingen, maar investeert, faciliteert en deelt kennis. Via een belang in GasTerra is EBN ook betrokken bij de verkoop van het Nederlandse aardgas. De winst die voortkomt uit deze activiteiten draagt EBN volledig af aan de Staat, onze enige aandeelhouder. Daarnaast adviseert EBN de overheid over het mijnbouwklimaat in Nederland en over nieuwe mogelijkheden voor het benutten van de ondergrond.

Bij die nieuwe mogelijkheden kijkt EBN vooral naar de opslag van CO2 (CCS in jargon). EBN neemt al langer deel in ondergrondse opslag van aardgas. EBN heeft haar visie vertaald naar drie strategische doelen:

  • het actief beheren van de deelnemingen in opsporing en winningactiviteiten;
  • het waarborgen van de continuïteit in exploratie en productie (E&P); en
  • het rendabel benutten van de ondergrond.

Duurzame energie & de strategische doelen van EBN

Vanuit duurzame energie bezien is met name het derde doel (‘het rendabel benutten van de ondergrond’) interessant (en niet zoals ik eerder betoogde windenergie, al kom ik daar zeker nog een keer op terug). Terug naar geothermie: een groeiend aantal bedrijven richt zich op het gebruik van geothermie voor de warmte- en koudevoorziening van de gebouwde omgeving. Voor diepe geothermie bestaat er een garantieregeling die (een deel van ?) de kosten vergoedt als een boring verkeerd uitpakt. Voor ondiepe geothermie is er naar mijn weten weinig tot niks geregeld op dat gebied, het risico ligt volledig bij de ondernemer.

Geothermie wordt ingezet als alternatief voor het gebruik van aardgas voor verwarming van kassen, gebouwen en soms zelfs als alternatief voor het pekelen van wegen. Een groot risico voor degene die er mee aan de slag wil is de slagingskans van de boring. Als een aquifer niet bruikbaar blijkt is de investering van de boring in een spreekwoordelijke bodemloze put gedaan. Een zelfde probleem doet zich voor bij de winning van gas en olie uit de grond. Ook daar bestaat de kans dat een proefboring geen olie of gas aantreft. Het boren naar olie en gas is zeer kapitaalintensief en wordt steeds kapitaalintensiever. De makkelijke bronnen raken op, dus wordt er dieper geboord of wordt geprobeerd andere soorten van olie en gas aan te boren (bv. schaliegas in Brabant of teerzandolie in Schoonderbeek).

Om te zorgen dat de olie- en gasindustrie ondanks de risico’s op mislukte boringen toch blijft zoeken naar olie en gas is een heel web aan fiscale voorzieningen opgezet. Daarnaast investeert de overheid via Energiebeheer Nederland tot 40% risicodragend mee in exploratie (lees proefboringen) en exploitatie van olie- en gasvelden. Deze maatregel scheelt niet alleen in de benodigde hoeveelheid kapitaal, het geeft ook meer zekerheid voor kapitaalverstrekkers die dus een lagere risicopremie (lees rente) zullen berekenen bij het verstrekken van kapitaal. De overheid krijgt daar natuurlijk ook het nodige voor terug, namelijk 40% van de winst op de investering.

Terug naar duurzame vormen van benutting van de ondergrond. Want daar doet EBN naar mijn weten niet aan mee. Ik kom in hun lijst van deelnemingen althans geen enkel geothermie project tegen. Nu wil ik best geloven dat het ontwikkelen van geothermie geld kost en de toepassing er van valt nog steeds onder de SDE+, dus volledig rendabel zal het bij de huidige gasprijs niet zijn (zoals CO2 opslag in de bodem bij de huidige CO2 prijzen ook niet rendabel is). Tegelijkertijd verwacht ik dat de toepassing van geothermie dezelfde ontwikkeling als windenergie zal doormaken, waarmee ik bedoel dat het op de korte tot middellange termijn een rendabele vorm van duurzame energie wordt. En daarmee een rendabele toepassing van de ondergrond. Bovendien een die langer gaat blijven bestaan dan het leeg en weer vol pompen van de Nederlandse aardgasvelden.

Kortom: Waarom is EBN met haar kennis van de Nederlandse ondergrond niet betrokken bij geothermie?