In heel Nederland wordt door bouwers en woningbouwcorporaties in gewerkt aan zogenaamde nul op de meter woningen. Dit zijn woningen die op jaarbasis evenveel energie leveren als ze nodig hebben, waardoor de energiemeter over een jaar genomen op nul uit komt. Het gaat daarbij om nieuwbouw en renovatie. Bij renovatie levert dit woningen net een veel betere isolatie op, waardoor de warmte- en koeltevraag vermindert. Door slimme installaties en bijvoorbeeld integratie van witgoed- en lichtaanbod en/of energiedisplays daalt de energievraag van de bewoners. Voeg daar lokale duurzame energieopwekking aan toe en zo kan de energiemeter op nul uitkomen.
Volgens het Algemeen Dagblad ontpopt Rotterdam zich inmiddels tot:
dé proeftuin voor gasloos wonen. In de stad worden verscheidene technieken uitgeprobeerd die ervoor moeten zorgen dat ons land minder afhankelijk wordt van gas, dat rap aan populariteit verliest door de gasbevingen in Groningen en spanningen met Rusland.
Voorbeeld van nul op de meter renovatie. Locatie Soesterberg. Rechts gerenoveerd. Links oorspronkelijke woning.
Een van de technieken die wordt toegepast in Rotterdam is infrarood verwarming van het Schiedamse bedrijf ThermIQ, waar ik zelf ook een paneel heb hangen in de badkamer.
Volgens Jan Willem van de Groep van het innovatieprogramma Energiesprong van Platform 31 staan er in Nederland nu zo’n 1000 gasloze woningen, die nul op de meter zijn. Een aantal dat snel kan groeien als de ambities van de provincies Utrecht en Noord-Brabant met nul op de meter woningen waargemaakt worden. Dus als Rotterdam (en Schiedam) willen groeien van proeftuin tot voorbeeldregio voor gasloos en energieneutraal bouwen is er werk aan de winkel…
Energieneutrale nieuwbouwwoningen in Schiedam en Rotterdam
In Schiedam wil VolkerWessels Vastgoed volgens het concept PlusWonen 150 nieuwbouwwoningen realiseren op Harga. Volgens VolkerWessels Vastgoed integreert Pluswonen efficiënt en betaalbaar bouwen met een hoge kwaliteit, een grote keuzevrijheid voor de consument en een duurzame manier van bouwen. De woningen zijn standaard 10% beter dan de EPC norm, een EPC van 0 of een energieneutrale woning is volgens de bouwer ook mogelijk. Al zijn daar nog geen voorbeeldprojecten van te vinden op de website van PlusWonen.
In Rotterdam-Heijplaat in de Waalhaven gaat Van Omme & De Groot Projectontwikkelaars en Bouwers een stap verder. Hier worden de komende jaren 170 energieneutrale nieuwbouwwoningen gebouwd. De realisatie van het project ‘Thuis in de Haven’ gaat vanaf 2016 van start en loopt tot circa 2023. De woningen wekken door middel van zonnepanelen voldoende stroom op voor zowel het gebouw gebonden energieverbruik alsook voor het huishoudelijk verbruik. Verwarmen en koelen van de woningen gebeurt door individuele warmtepompen met warmte- en koudeopslag in de bodem. Daarmee behalen de woningen dezelfde energieprestatie als nul op de meter woningen.
SEC en nul op de meter
Ook het Schiedams Energie Collectief en de gemeente Schiedam zijn aangesloten bij de deal Stroomversnelling Koop. Stroomversnelling Koop heeft tot doel om op zeer grote schaal en met veel snelheid vraag en aanbod te creëren voor Nul op de Meter-verbouwingen van particuliere rijwoningen uit de periode 1950-1980. Een comfortabel en mooier huis zonder energiekosten en gefinancierd door de huidige energierekening.
Een van de argumenten van critici van wind- en zonne-energie is dat inzet van zon- en windenergie geen effect zou hebben op CO2-emissies. De reden hiervoor zou zijn dat er altijd conventionele centrales op de achtergrond standby draaien om de variabliteit in wind- en zonne-energie op te vangen.
In normaal Nederlands: bij bewolking of wanneer de wind gaat liggen moet een kolen- of gascentrale bijspringen om te zorgen dat vraag en aanbod op het netwerk in evenwicht blijven. Het brandstofverbruik van conventionele centrales tijdens op- en afregelen zou de CO2 reductie te niet doen.
Een onderzoeksreeks van het Amerikaanse National Renewable Energy Laboratorium (NREL) laat zien dat het vaker op- en afregelen van conventionele centrales inderdaad tot extra kosten leidt. Deze vallen echter in het niet bij de brandstofbesparing. De kosten bedragen zo’n 2% van de besparingen. Ook de emissies van CO2 en luchtverontreinigende stoffen dalen door de inzet van zon- en windenergie.
Vorige week weer een mooi bericht in de mailbox afkomstig van Heatsavr, een koploper die ik in het verleden een aantal keer heb proberen in te zetten in projecten. Dat is helaas niet gelukt, maar gelukkig heeft de betreffende ondernemer wel met succes doorgezet:
Al ruim 45 jaar staan natuur en milieu hoog in het vaandel bij Center Parcs. Zo heeft Center Parcs zich de doelstelling opgelegd om het energieverbruik van de parken met 20% te verlagen. Onder het mom van deze doelstelling is Center Parcs bij hun park de Kempervennen in 2014 aan de slag gegaan met het testen van Heatsavr de vloeibare zwembadafdekking. Resultaat, een rendement van ruim 70%!
Zwembaden zijn flinke energieverslinders en dus met het oog op duurzaamheid voor veel vakantieparken een lastig item. Om energie te besparen bij een zwembad is het raadzaam om het af te dekken. Dit is vaak een lastige en/of prijzige opgave, des te meer voor Center Parcs waar alle zwembaden een exotische vorm hebben. Dit is juist waar een vloeibare zwembadafdekking goed tot zijn recht komt. Volgens de producent vormt het product een monomoleculair laagje op het zwembadoppervlak waarmee de verdamping van water geremd wordt en daarmee ook het warmteverlies. Als innovatieve koploper besloot Center Parcs het Canadese product Heatsavr eens grondig te testen.
Voor de pilot werd er gekozen voor het Koraalbad. Dit relatief kleine bad met weinig variabelen bleek het meest geschikt om betrouwbare metingen uit te voeren. Om het effect van de vloeibare zwembadafdekking goed te kunnen monitoren werden er warmtesensoren en een flowmeter direct bij de bron van de warmte afgifte geplaatst, de warmtewissellaar. Op deze manier was de energie specialist van Center Parcs in staat om zeer exact het warmteverbruik van het zwembad te monitoren en daarmee het effect van de vloeibare afdekking waar te nemen. Vanaf medio 2014 werd er telkens drie weken wel en drie weken niet gedoseerd. Vervolgens is het effect -met in achtneming van weersvariabelen- gecalculeerd. Resultaat een rendement van 70% tot 100%, voor elke euro vloeibare afdekking verbruikt werd er €1,70 tot €2,00 bespaart.
Het lastige aan het werken met rapport is dat het geen individuele gegevens bevat per woning, maar enkel voor een groep huizen gemiddeld. Het elektriciteitsverbruik voor warm water en verwarming bedroeg 1240 kWh in het jaar waar ik gegevens voor heb. Als ik 20% reken voor warm water (zoals ik zelf ook doe bij mijn gasverbruik) blijft 992 kWh over. Een standaard ‘rijwoning’ heeft volgens de leverancier een elektriciteitsverbruik van 500-600 kWh voor warm tapwater, dat blijkt ook uit de praktijkcijfers die ik heb mogen inzien. Het elektriciteitsverbruik voor verwarming komt dan uit op 640 kWh. Gecorrigeerd voor graaddagen is dat 622 kWh in 2014.
Kanttekeningen vooraf
Het vergelijken van het energieverbruik van verschillende woningen kent veel haken en ogen. Het energieverbruik hangt niet alleen samen met gebouwschil en techniek, maar ook met gezinssamenstelling en gedrag. Onderstaande berekeningen geven dan ook niet meer dan een grove eerste indruk. Voor een goede vergelijking is een grotere groep van vergelijkbare woningen nodig. Bij voorkeur ook met vergelijkbare gezinssituaties en leefgewoonten.
Het energieverbruik is gecorrigeerd voor het verschil in isolatiewaarde van de woningen. Dit heb ik gedaan op basis van een publicatie uit januari in TVVL magazine, waarbij gekeken werd naar werkelijk energieverbruik per energielabel en werkelijk energieverbruik per EPC waarde.
Kenmerken woning
De woning zijn veel beter geïsoleerd dan mijn eigen woning met een Rc-waarde van de muren van 5 (onze muren zijn 2,5) en een EPC voor de woning van 0,55 (onze woning heeft een EPC van 0,94). Voor de warmtepomp wordt in het onderzoek uitgegaan van een COP-waarde van 5. Dat wil zeggen dat met elke kWh elektrisch 5 kWh warmte wordt opgewekt. Volgens de leverancier is de COP voor verwarming 6 en voor tapwater 3. Al zullen die lager liggen in een slechter geïsoleerde woning. Voor mijn eigen woning is het advies om eerst meer te isoleren, omdat het elektriciteitsverbruik van een warmtepomp anders wel erg hoog wordt.
Ik heb na proberen te zoeken hoe groot de woningen uit het onderzoek zijn en voor zover ik kan nagaan ze variëren tussen de 100 en 125 m2. Voor het gemak ben ik uitgegaan van de grootste woning, die met 125 m2 in omvang vergelijkbaar is met mijn eigen woning (119m2).
Hypothese
Ik heb lang zitten puzzelen op een goede hypothese, omdat de woningen niet goed vergelijkbaar zijn in omvang. Tot dat ik tweets zag langskomen over de concept norm voor nieuwbouw, die uitgedrukt is in kWh/m2/jaar. Ook Nicolaas van Plushuis had dat al een keer de norm van de toekomst genoemd. Hij is bovendien lekker makkelijk te hanteren.
In dit geval verwacht ik op basis van de COP-waarde van de warmtepomp en de betere isolatie van de woningen dat het elektriciteitsverbruik voor verwarming uitgedrukt in kWh/m2/jaar voor een woning die met gas of infrarood (COP = 1) verwarmd wordt een factor 5 hoger ligt. Aangezien de isolatie van mijn eigen woning en van de infrarood woning waar ik gegevens van heb een stuk slechter is moet de verhouding nog schever zijn in het voordeel van de warmtepomp. De COP waarde van de warmtepomp zou bij correctie voor energielabel of EPC waarde rond de 5 uit moeten komen voor ons huis.
Een tweede hypothese is het energieverbruik voor verwarming van de infraroodwoning gelijk zou moeten zijn aan mijn eigen woning of anders aan het energieverbruik van het huis met HR-ketel, want de COP van infraroodverwarming is 1.
Uitwerking
De uitwerking heb ik vrij simpel gehouden. Ik heb het energieverbruik per vierkante meter per jaar van de verschillende warmtebronnen cumulatief berekend m.b.v. het aantal graaddagen per maand. Waarbij ik voor het infrarood huis de omvang gecorrigeerd heb. Dit huis is 250 m2 groot, maar volgens ThermIQ is dat geen eerlijke vergelijking, omdat slechts 3/5 van het huis woonruimte is. De overige 2/5 wordt weinig gebruikt. De omvang van mijn eigen huis heb ik niet gecorrigeerd voor de nauwelijks verwarmde ruimtes.
Het energieverbruk
Grafiek 1: Energieverbruik van verschillende warmtebronnen vergeleken.
In bovenstaande grafiek valt meteen op dat de warmtepomp inderdaad het laagste energieverbruik per m2 per jaar heeft. Ook opvallend is dat mijn huis fors zuiniger is dan het buurhuis met HR-ketel van het infrarood huis. Waarschijnlijk is ons huis dus beter geïsoleerd dan dat huis en het infrarood huis. Tegelijkertijd valt op dat het infrarood huis minder energie per m2 per jaar nodig heeft dan wij, zelfs als ik het energieverbruik over 60% van het vloeroppervlak bereken.
De hamvraag is natuurlijk of de hypotheses te toetsen zijn. Te beginnen met de COP van de warmtepomp.
Tabel 1: COP per verwarmingsbron, Beek 2014 als basis.
COP
Therm IQ
HR-ketel
Beek 2014
Warmtepomp
COP
1,4
0,4
1,0
6,2
COP correctie EPC-waarde
1,5
0,5
1,0
5,0
COP correctie energielabel
1,6
0,5
1,0
5,3
In tabel 1 is te zien dat het in geval van gasverwarming vs. de warmtepomp aardig klopt. Ongecorrigeerd voor isolatiewaarde verbruikt een huis met warmtepomp inderdaad een factor 6 minder kWh voor verwarmen dan mijn HR-keteltje. Het matig geïsoleerde huis met hr-ketel verbruikt zelfs 15 keer zoveel energie. Het vreemde is wel dat de COP van de infraroodverwarming niet op 1 uitkomt. In vergelijking met mijn eigen huis is de COP 1,4 als ik niet corrigeer voor isolatie en 1,6 als ik corrigeer op basis van werkelijk energieverbruik per m2 per jaar per energielabel.
Vergelijk ik het met het huis met hr-ketel (identiek huis, vergelijkbare woonsituatie) dan is de COP van infraroodverwarming zelfs 3. Waarbij ik in het nadeel van infrarood heb gerekend door het energieverbruik van de hr-woning te berekenen op basis van 250 m2, terwijl ik het energieverbruik van de infraroodverwarming berekend heb op basis van 150 m2. Als ik het volledig vloeroppervlak van de infraroodwoning reken wordt de COP 5. Dat leek me iets te gortig. Bovendien rekent ThermIQ zelf ook met de verhouding 1 : 3 voor infraroodverwarming versus gasverwarming.
Eigen energieverbruik op basis infrarood en warmtepomp
Als ik ga kijken naar ons eigen energieverbruik over 2014 kom ik op basis van de verhoudingen uit de vorige paragraaf op de volgende energieverbruiken. Waarbij ik ervan uitgegaan ben dat ons tapwater in alle gevallen voor 50% geleverd wordt door onze zonneboiler en in geval van ThermIQ is voor tapwater gerekend met het praktijkverbruik van doorstroomverwarmers in het huis met infraroodverwarming.
Warmtebron
Beek 2014
ThermIQ
Warmtepomp
Verwarming
3688
1146
592
Tapwater
2207
800
300
Totaal
5895
1946
892
Bovenstaande geeft een grof beeld van wat ik verwacht, want het zijn geen op maat gemaakte offertes of berekeningen. Het geeft wel een lijn aan, die laat zien dat het energieverbruik voor verwarming en tapwater bij zowel warmtepomp als infraroodverwarming fors daalt t.o.v. gas. Bij de doorstroomverwarmers komt daar als voordeel bij dat er geen leidingverliezen zijn.
Het verschil tussen de combinatie van infraroodverwarming en doorstroomverwarmers aan de ene kant en warmtepomp aan de andere kant lijkt met 1.054 kWh groot. Op jaarbasis is dat ongeveer 250 Euro meer aan elektriciteitsverbruik, twee winddelen extra kopen of 4 zonnepanelen extra plaatsen.
Conclusie
Mijn eerste indruk is dat de stelling dat de COP waarde van infrarood 1 is en dat er dus geen energie mee bespaart kan worden te simplistisch. Voor matig geïsoleerde woningen lijkt infraroodverwarming een manier om energie te besparen en van gas af te gaan, zonder dat veel extra isolatie nodig is. Voor goed geïsoleerde woningen kan infrarood ook een alternatief zijn, zeker bij bestaande bouw waar nog geen balansventilatie of lage temperatuurverwarming aanwezig is.
Veel belangrijker is dat zowel infraroodverwarming, doorstroomverwarmers en warmteboilers prima bruikbaar zijn om van gas af te gaan.
Voor het zomerreces van 2014 deed Minister Kamp de Tweede Kamer de toezegging dat hij zou bezien of de aanbesteding van groene stroom door het rijk anders kan. Bijvoorbeeld door te kijken naar de manier waarop de NS vorig jaar groene stroom heeft aanbesteed. Inmiddels heeft de rijksoverheid haar elektriciteit voor 2016 en 2017 aanbesteed. Navraag bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken leert dat het enkel om de volumes elektriciteit gaat, de garanties van oorsprong (waarmee de ingekocht stroom vergroend wordt) zijn nog niet ingekocht. Daarmee volgt de rijksoverheid de trend naar een sterkere koppeling tussen elektriciteitsopwekker en -verbruiker niet. Een gemiste kans voor duurzame energie en voor kostenbesparing.
Windturbines en zonne-energie installaties vergen vooral grote investeringen vooraf, terwijl de onderhoudskosten minimaal zijn en er geen brandstofkosten zijn. Een grote kostenpost wordt dan ook gevormd door de financieringskosten, met name rente en dividend. Hoe zekerder een bedrijf is van de toekomstige cashflow hoe lager de risico opslag die een bank of investeerder rekent en hoe lager dus ook de kosten voor het bouwen van een nieuwe installatie.
In de VS neemt het afsluiten van contracten voor meerjarig inkoop van het geproduceerde volume aan elektriciteit van windmolenparken en zonne-energie installaties dan ook snel toe, dit gebeurd m.b.v. zogenaamde power purchase agreements (PPA’s). Door langjarige inkoopcontracten af te sluiten weten afnemers zich langjarig verzekerd van een vast elektriciteitstarief. Terwijl eigenaren van windturbines en zonne-energie installaties zich verzekert weten van een langjarige cashflow.
Het rijk had bij de inkoop van elektriciteit ook een schoonheidswedstrijd à la de NS kunnen uitschrijven. Waarmee het aanbod van groene stroom vergroot had kunnen worden.
De NS heeft namelijk een contract met Eneco gesloten voor de levering van tractie-elektriciteit (1,4 terawattuur, 1% van het Nederlandse elektriciteitsverbruik, 10% van de Nederlandse groene stroom). De groene stroom die de NS afneemt van Eneco is afkomstig uit nieuwe windparken die de komende jaren stapsgewijs in gebruik genomen worden in onder meer Nederland, Scandinavië en België. De energie is daardoor direct herleidbaar naar de bron. NS maakt geen aanspraak op bestaande duurzame energiebronnen en het aanbod van groene stroom op de energiemarkt groeit door de wijze waarop de NS haar groene elektriciteit heeft ingekocht, terwijl de gekozen inkoopstrategie er ook voor zorgt dat er weinig tot geen prijsopdrijvend effect optreed.
Waarde GvO’s
De hoogte van de SDE subsidie wordt jaarlijks vastgesteld. Momenteel wordt enkel gekeken naar de marktprijs van elektriciteit, deze wordt van het toegekende basisbedrag afgetrokken om de hoogte van het subsidiebedrag vast te stellen. De overheid heeft de mogelijkheid om de waarde van GvO’s mee te nemen bij het bepalen van de hoogte van de SDE subsidie, dat doet ze niet omdat het lastig is de prijs vast te stellen. Het CBS schatte de waarde van een GvO Nederlandse wind in 2014 in op 0,1 tot 0,2 Eurocent/kWh. Uitgaande van de geproduceerde hoeveelheid windenergie in 2013 (laatste cijfers in CBS Statline) en het CBS onderzoek naar de waarde van GvO’s Nederlandse wind levert het verrekenen van de waarde van een GvO een besparing op tussen de 5 en 11 miljoen Euro per jaar.
Nut van prijsopdrijven GvO’s voor de overheid
Voor de Nederlandse overheid kan het opdrijven van de prijs van GvO’s door kwalitatieve eisen te stellen aan de soort groene stroom extra geld besparen. Door zelf Nederlandse GvO’s windenergie in te kopen (of met behulp van bijvoorbeeld de eisen uit het handboek CO2-prestatieladder eisen te stellen aan de kwaliteit van GvO’s) krijgt de overheid beter zicht op de marktprijs van GvO’s. Dat maakt het mogelijk om de waarde van GvO’s daadwerkelijk te verrekenen. De besparing neemt wel af tot 4,5 tot 9 miljoen Euro, doordat de overheid ook kosten moet maken voor de inkoop van kwalitatief betere GvO’s.
Wanneer de inkoop van de Nederlandse overheid een prijsopdrijvend effect heeft op de waarde van GvO’s neemt de besparing toe. Per tiende cent per kWh bespaart de overheid per saldo zo’n 4,5 miljoen Euro. Dat bedrag wordt nog hoger als ook de prijs voor andere Nederlandse GvO’s stijgt, wat niet ondenkbaar is aangezien het elektriciteitsverbruik van de rijksoverheid goed is voor zo’n 10% van de Nederlandse duurzame energie productie.
Wanneer het in verband met Europese aanbestedingseisen niet haalbaar is om expliciet om Nederlandse groene stroom te vragen, dan biedt het handboek van de CO2 prestatieladder een prima uitweg. Rijkswaterstaat werkt daar mee en ik ben in de drie jaar dat ik er mee heb gewerkt weinig tot geen gecertificeerde bedrijven tegengekomen die het aandurven om te kiezen voor de goedkope optie van Noorse, laat staan IJslandse, garanties van oorsprong.
Voor de bewuste consument is het effect op de energierekening van deze strategie beperkt. Uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh gaat het om 35 Euro/jaar, of Euro 2,92 per maand. Daar staat tegenover dat er minder geld nodig is voor de SDE subsidie.
Conclusie
De belangrijkste vraag is of ministers, beleidsmakers en inkopers in staat zijn om over hun eigen budget en ministerie heen te werken aan een integrale beleids- en inkoopstrategie voor duurzame energie. De antwoorden die ik de afgelopen jaren heb gehad vanuit inkopers en beleidsmakers stemmen wat dat betreft weinig hoopvol. Want ‘de inkoop van IJslandse waterkracht voldoet toch aan de duurzaam inkopen criteria’?
Gisteren vond ik na thuiskomst uit de speeltuin een nominatieformulier voor de Duurzame 100 van 2015 in de inbox. Ik had al wat reacties langs zien komen op Twitter, Facebook en Linked van andere mensen die de ‘groslijst’ hebben gehaald voor de zevende Duurzame 100 van dagblad Trouw, dus dat de inventarisatie loopt wist ik. Ik had er alleen geen rekening mee gehouden zelf genomineerd te worden voor de groslijst.
Dank aan degene die me heeft genomineerd, want wie dat is (of zijn) staat er niet bij.
Gisteravond meteen maar tijd gemaakt voor het invullen van de vragenlijst, want de kinderen lagen uitgeput in bed van een middag spelen en rondrennen in de Torteltuin.
Geachte mevrouw, geachte heer,
Door uw werkzaamheden van het afgelopen jaar op het gebied van duurzaamheid en natuur, wordt u opgenomen in de ‘groslijst’ van de zevende Duurzame 100 van dagblad Trouw. De onafhankelijke jury gebruikt deze groslijst van enkele honderden namen bij de samenstelling van de Duurzame 100 van Trouw. Ieder jaar worden er tientallen namen geschrapt uit die lijst en komen er tientallen nieuwe bij.
(…)
Wij geven u graag de gelegenheid persoonlijke en professionele informatie aan te leveren ten behoeve van de groslijst voor de Duurzame 100 van Trouw 2015. Wij vragen u daarom om op een externe website het nominatieformulier voor de Duurzame 100 van 2015 in te vullen.
(…)
De bekendmaking van de Duurzame 100 van 2015 zal in oktober zijn. Daarover wordt bericht in Trouw en op de website van de krant.
(…)
U kunt geen bijlagen meesturen en u kunt het formulier na verzending niet meer bewerken.
(…)
Wij willen u vast hartelijk danken voor het invullen van het nominatieformulier!
Namens de redactie Duurzaamheid & Natuur van Trouw
Esther Bijlo, Joop Bouma.
Voorlopig is het nog 4 maanden wachten tot de top 100 bekend gemaakt wordt. Tot die tijd rustig verder met bloggen & werken.
Vorig jaar schreef ik dat de community Voor de Wereld van Morgen van de ASN bank gehost werd door Pelican ICT. Volgens de ASN bank zou het gaan om groene hosting, maar op de site van Pelican ICT kon ik niks vinden over het gebruik van groene stroom en in The Green Web Directory komt het bedrijf niet voor als groene webhost. Meer dan afgaan op het woord van de persvoorlichter kon ik dus niet.
Inmiddels is de website van Voor de Wereld van Morgen vernieuwd en is Voor de Wereld van Morgen overgestapt op Leaseweb voor de hosting. Volgens de gegevens van The Green Web Foundation maakt Leaseweb wel gebruik van duurzame energie. Al is daar op de website van Leaseweb weinig over te vinden.
Stichting Monitoring Zonnestroom organiseert dit jaar voor de tweede keer de actie Tel de Zon. Net als vorig jaar doen wij uiteraard mee. Mensen die tussen 1 en 7 juni hun stroomopbrengst aan Stichting Monitoring Zonnestroom doorgeven krijgen na afloop van deze week een rapportage over de prestaties van hun systeem.
Door deze rapportage heb je een indicatie van de opbrengst en de presentatie van je systeem en inzicht in hoe uw systeem presteert in vergelijking met andere systemen in Nederland. Inmiddels hebben ruim 1.000 mensen zich aangemeld.
Hoe werkt Tel de Zon?
Stichting Monitoring Zonnestroom vraagt van de gegevens over de installatie: hoeveel panelen, oriëntatie en waar in Nederland de installatie staat. Je kunt dit invullen op het formulier op de website van Tel de Zon. Op de kaart op de homepage van Stichting Monitoring Zonnestroom is te zien hoeveel mensen zich hebben aangemeld voor Tel de Zon. In de week van 1-7 juni geef je aan Stichting Monitoring Zonnestroom door hoeveel zonnestroom het systeem heeft opwekt.
Na deze week ontvang je van Stichting Monitoring Zonnestroom per email een oordeel over de prestaties van je systeem. Hiermee heb je een indicatie van de opbrengst en de prestatie van je systeem en een inzicht in hoe het systeem presteert in vergelijking met andere systemen in Nederland.
Wat gaat Stichting Monitoring Zonnestroom precies berekenen?
Stichting Monitoring Zonnestroom berekent net als vorig jaar de Performance Ratio die op basis van de gegevens is berekend. Wat dit precies is, hoe dit berekend is en hoe je dit kunt interpreteren vind je op de website van Stichting Monitoring Zonnestroom.
De prijs per paneel is inmiddels gezakt van Euro 500 per paneel naar Euro 415 per paneel. Of er nog sprake is van een jaarlijkse bijdrage voor onderhoud of lidmaatschap van de coöperatie kan ik op de website niet terugvinden.
Het project valt onder de zogenaamd postcoderegeling, wat betekent dat bewoners van de aangrenzende postcodegebieden mee kunnen doen (in casu de cijfertjes: 2661, 3036, 3051, 3054, 3055, 3056, 3062, 3067, 3068 en 3069). Onze postcode valt daar niet onder, dus zelf zal ik niet investeren. Zelfs mijn familie, die toch niet zo ver van het Terbregtseplein in Rotterdam vandaan woont valt buiten de cirkel. Dichterbij in ieder geval dan de delen van Berkel en Roderijs en Bergschenhoek die blijkbaar wel binnen de postcodegrens vallen.
Wiskundige Ionica Smeets (ook wel bekend als Wiskundemeisje) kraakt de wijze waarop de anti-statiegeldlobby met cijfers ‘goochelt’. ‘Misleidend’, stelt ze dit weekend in haar column in de Volkskrant vast. De column zit achter de betaalmuur, maar P+ geeft een inkijkje in de vreemde wijze waarop Nederland Schoon volgens Smeets goochelt met getallen. Smeets vraagt zich bijvoorbeeld af of het meten van zwerfafval in aantallen methodologisch juist is? Zou volume niet logischer zijn? Of zijn twee peuken echt erger dan een plastic petfles of plastic zak?
Dagblad Trouw toonde zich eerder ook al kritisch over de wijze waarop de anti-statiegeldlobby omgaat met onderzoeksuitkomsten en beschreef hoe de Nederland Schoon alles op alles zet voor een land zonder statiegeld. Met nog een maand te gaan tot het besluit van Mansveld is zelfs het inzetten van Burson-Marsteller, het public relations bureau dat jaren disinformatie heeft verspreid ten bate van de tabaksindustrie en dat nog steeds doet voor de kolensector, geen bezwaar.
Ook de plastic helden mengen zich in de strijd met gepersonaliseerde tweets die verwijzen naar een bericht op Plastic Heroes met het door Smeets en Trouw gekraakte onderzoeksrapport:
Volgens Jan Blom, hoofdredacteur van P+, gaat het om honderden, zo niet duizenden, gepersonaliseerde tweets. Waarbij natuurlijk de vraag rijst wie betaalt al die gepersonaliseerde tweets en wie heeft ‘m bedacht:
Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso als open waanlink. Zie ook eerdere berichtgeving over hoe de anti-statiegeldlobby Lidl en Aldi geld zouden bieden voor het stoppen met statiegeld.