Vorige week werd ik benaderd met een anti-statiegeldbericht door de twitterbrigade van Plastic Heroes, het inzamelingssysteem voor plastic afval. Reden om eens wat vragen op deze club af te vuren. Hoe snel ze antwoorden en wanneer? U leest het hier of bij Sargasso:
Geachte medewerker van Plastic Heroes,
Afgelopen week heeft uw twitteraccount een vrij massale twittercampagne gevoerd waarin u verwijst naar een pagina op uw site die zou laten zien dat Nederlanders geen probleem hebben met het afschaffen van statiegeld. Een onderzoek dat methodologisch rammelt aan alle kanten zoals zowel Trouw als Ionica Smeets al uitvoerig hebben besproken.
Dat roept bij mij als consument de volgende vragen op:
Waarom bemoeit plastic heroes (dat zich omschrijft als inzamelingssysteem voor plastic) zich met de statiegeld discussie?
Bent u het met mij eens dat deze inzet tot irritatie en verlies aan draagvlak kan leiden voor het inzamelingssysteem van plastic heroes, in ieder geval bij voorstanders van behoud van statiegeld?
Hoe past in uw visie afschaffen van statiegeld bij de ontwikkelingen rond circulaire economie, waarin het breder invoeren van statiegeld juist een van de terugkerende thema’s is?
Wie financiert uw twitter campagne tegen statiegeld?
Bent u er zich bewust van dat uw public relations bureau, Burson-Marsteller, op milieu en duurzaamheidsgebied niet bepaald een goede reputatie heeft? Zo heeft Burson-Marsteller in het verleden veelvuldig en langdurig samengewerkt met de tabaksindustrie om maatregelen tegen roken en meeroken te voorkomen, en is het bedrijf vorig jaar op de vingers getikt door de Britse reclamecodecommissie vanwege misleidende reclames voor de kolensector.
Eind vorig jaar heeft GroenLinks Gelderland vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten over ontgassen binnen de provincie Gelderland. De vragen zijn al weer een tijdje beantwoord, tijd dus om er wat dieper in te duiken.
Globaal wilde GroenLinks Gelderland weten of het provinciebestuur het eens was dat er geen verschil is tussen emissies van stoffen als benzeen en MTBE via landbronnen en vanuit de binnenvaart, en of de provincie overwoog om een provinciaal ontgasverbod in te stellen naar voorbeeld van de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant.
Wat betreft de huidige verschillen in behandeling tussen landbronnen en mobiele emissiebronnen heeft GroenLinks Gelderland gelijk gekregen. Volgens de provincie Gelderland is er milieuhiegyenisch geen verschil tussen emissies vanuit landbronnen en vanuit mobiele bronnen, zoals de binnenvaart. Idealiter zouden dus ook dezelfde emissie-eisen aan beide soorten emissies opgelegd moeten worden.
De provincie Gelderland is echter niet van plan om een provinciaal verbod op ontgassen aan de buitenlucht in te stellen. In de beantwoording geeft de provincie aan dat ze via het Interprovinciaal overleg (IPO) samen met de andere provincies heeft gepleit voor een wettelijk vastgelegd landelijk ontgasverbod. Naar mening van de provincie werkt de staatssecretaris daar ook aan per juni 2015. Roel Vincken, persvoorlichter bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, geeft echter aan dat het ministerie hier niet van op de hoogte is en dat het ministerie ook niet werkt aan een nationaal verbod vooruitlopend op internationale regelgeving.
Green Deal poging 2
Wel heeft staatssecretaris Mansveld brieven van verschillende grote verladers van benzeen ontvangen waarin zij aangeven vrijwillig te stoppen met ontgassen aan de buitenlucht van 100% benzeenladingen in Nederland. Ook is het ministerie van I&M in gesprek met verladers en de binnenvaartsector om te komen tot een Green Deal voor het stoppen met ontgassen aan de buitenlucht van benzeenhoudende ladingen (>10% benzeen). Deze Green Deal zou per 1 januari 2016 in moeten gaan, de datum waarop de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland hun provinciaal ontgasverbod willen uitbreiden naar deze productgroep..
IPO werkt echter niet mee aan een Green Deal, omdat de provincies van mening zijn dat ontgassen zich niet leent voor een vrijwillige aanpak. De provincies vinden dat ontgassen via een landelijk verbod op ontgassen aan de buitenlucht geregeld moet worden, met uitzondering van de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland waar al een provinciaal verbod op ontgassen van 100% benzeen is ingesteld en waar benzeenhoudende ladingen (>10%) vanaf 1 januari 2016 zouden moeten volgen.
Hoe kansrijk een Green Deal aanpak is blijft onduidelijk, aangezien er oorspronkelijk in september 2014 al een Green Deal had moeten zijn voor benzeen. Die werd begin januari 2015 definitief achterhaald door de werkelijkheid van het ontgasverbod in de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland.
Verladers benzeen over op dedicated transport
Volgens Roel Vincken, persvoorlichter bij het ministerie van I&M, hebben de grote verladers van benzeen per brief aan de staatssecretaris van I&M laten weten dat schepen die zij inhuren per 1 januari jongstleden niet meer aan de buitenlucht ontgassen. Volgens Erwin Thijssen, beleidsmedewerker bij Koninklijke Schuttevaer, wordt dit vooral bereikt door te kiezen voor dedicated transport van benzeen. Ook zou er verandering zichtbaar zijn in de inkoopvoorwaarden van de verladers, waardoor schepen die dedicated benzeen varen niet meer gasvrij aan de terminal hoeven te komen (zie eerdere berichtgeving op Sargasso). Dat zou betekenen dat ontgassen aan de buitenlucht voor het innemen van een nieuwe lading niet meer nodig is. Dat zou ook kunnen verklaren ook waarom aanbieders van alternatieve ontgasmethodes, zoals Mariflex in Vlaardingen, geen toename zien van het aantal binnenvaarttankschepen dat gasvrij gemaakt wil worden.
Een andere verklaring is dat er in de praktijk weinig veranderd is en dat binnenvaarttankschepen nog steeds aan de buitenlucht ontgassen om zo gasvrij aan de terminal te komen, zoals de website Schiedams Nieuws eerder dit jaar berichtte en waarvan de bron naar mijn mening betrouwbaar is. Op mijn vragen aan DCMR naar aanleiding van deze berichtgeving wordt door zowel DCMR als Port of Rotterdam slechts zeer globaal beantwoord. DCMR heeft daarbij geen antwoord gegeven op de vraag of het We-Nose netwerk onderscheidt kan maken tussen ontgassen van 100% benzeen en benzeenhoudende mengsel, en waar het omslagpunt ligt. DCMR heeft eveneens geen antwoord gegeven op de vraag of bij de benzeen meetpunten een daling van de concentratie of het aantal pieken is waar te nemen. Terwijl de binnenvaart volgens de provinciale verordening van Zuid-Holland goed is voor 50 ton benzeen op jaarbasis. Voor de Rotterdamse haven waren er bij DCMR eind februari geen vergunningaanvragen voor installaties voor ontgassen aan de wal bekend.
Marktontwikkelingen rond ontgastechnologie
Ondertussen zit de markt niet stil en hebben NofaMarsac en Hobeon samen met Vaporsol een nieuw ontgassingscertificaat ontwikkeld. Het ontgassingscertificaat is bedoeld om producenten en afnemers de zekerheid te bieden dat de ontgassing voldoet aan de eisen van de handhavende instanties. Begin maart heeft het samenwerkingsverband van NofaMarsac (de gasdokters), Hobeon (een certificerende instantie) en Vaporsol (de producent van de Vaitec vapor recovery unit) een test uitgevoerd in de Antwerpse haven. Bij deze test werd een schip geladen met circa 2.700 ton benzine (UN 1203) in ongeveer acht uur tijd ontgast tot beneden 10 procent LEL (LEL = lower explosion limit. 10 procent LEL is de maximale uitstoot die is toegestaan in de nieuwe regelgeving). De pilot werd succesvol afgesloten met de uitgifte van het allereerste ontgassingscertificaat.
Wat wel bijzonder is is dat deze test plaatsvond met een stof die al niet ontgast mag worden aan de buitenlucht. Wat dan weer de vraag oproept hoe het huidige verbod op ontgassen van benzine nageleefd wordt. Bijvoorbeeld in Amsterdam, de grootste benzinehaven ter wereld.
Update met betrekking tot vragen aan het ministerie van I&M
De vragen aan het Ministerie van Infrastructuur & Milieu, die Sargasso op 14 november 2014 heeft gesteld, zijn nog steeds niet beantwoord. Ondanks herhaaldelijke toezeggingen van persvoorlichter Roel Vincken dat deze op korte termijn beantwoord zouden worden.
De afgelopen maanden heb ik me regelmatig afgevraagd wat ik zelf kan doen om te zorgen dat er minder gas gewonnen gaat worden in Groningen. Na een discussie over klimaat en energie bij GroenLinks vorige week en een groot aantal bezoekers aan een stukje over wonen zonder gasaansluiting op mijn persoonlijke blog weet ik het zeker: ik ga zo snel als financieel haalbaar gasloos. En ik hoop dat velen mijn voorbeeld volgen, zodat Nederland ‘warm houden in de winter’ geen argument meer kan zijn om de gaskraan open te houden.
Waarom gasloos wonen?
Gas is al lang niet meer nodig om je huis te verwarmen of om tapwater te verwarmen, laat staan om mee te koken. De politiek maakt helaas al decennia weinig haast met het dichtdraaien van de vraag naar gas, terwijl Groningers terecht willen dat de gaskraan veel verder dicht gaat. Tijd dus om het heft in eigen hand te nemen. Want zoals Jan Willem van de Groep al eerder schreef op Sargassso: als je van het gas af wil schiet je weinig op met zonnepanelen, dan moet je je warmtevraag aanpakken. De mogelijkheden daartoe zijn groter dan je denkt en het comfort effect vele malen kleiner dan je denkt.
De overgang naar gasloos
Een Nederlandse huishouden dat van het gas af wil moet voor 3 zaken een gasloze oplossing vinden: koken, warm tapwater en de verwarming. Hieronder de mogelijkheden die ik ken om van het gas af te komen. Het zijn er genoeg, dus wat is jouw excuus om Groningen te laten beven voor jouw behoefte aan een warm huis?
Gasloos: de mogelijkheden voor koken en tapwater
Het simpelste om mee te beginnen is koken. Meestal is dat niet een hele grote gasverbruiker en al vanaf een paar honderd euro kan je overschakelen op keramisch, inductie of elektrisch koken. Het is wellicht even wennen t.o.v. koken op gas, maar het heeft ook zo zijn voordelen. Bijvoorbeeld in luchtvochtigheid, want een van de bijproducten van het verbranden van gas is water. Zelf koken we keramisch en ik mis het gas niet.
Het wordt al wat lastiger als je ook voor je warmte tapwater van het gas af wil. Grofweg heb je twee mogelijkheden: met opslag en zonder opslag. Bij systemen met opslag kan je denken aan zonneboilers, al moet je er dan nog wel wat bij verzinnen voor de wintermaanden als de zonneboiler te weinig warm water levert. Bijvoorbeeld door de zonneboiler te combineren met andere opties zoals een warmtepompboiler. Systemen zonder opslag zijn in Nederland onbekend, in Duitsland is echter een keur aan doorstroomverwarmers te verkrijgen. Niet meteen denken dat je dan obscure merken krijgt, ook grote namen als Siemens leveren ze. Er zijn voldoende Nederlandse webwinkels te vinden die ze kunnen leveren, maar je kan ze ook rechtstreeks in Duitsland bestellen.
Gasloos verwarmen
De grootste uitdaging is de ruimteverwarming. Een oplossing die in Nederland populair is, zeker onder de nul-op-de-meter concept aanbieders, is de warmtepomp. Te verkrijgen in veel verschillende uitvoeringen, waarbij de belangrijkste vraag is of je voor een grond- of luchtgebonden warmtepomp gaat. Bij de lucht warmtepomp kan je kiezen voor balansventilatie (centraal of decentraal) of voor een lucht-water warmtepomp. Bij dit laatste type neemt de warmtepomp de functie en plaats van de HR-ketel over.
Er zijn echter ook andere mogelijkheden, bv. een pelletkachel, pelletketel, serververwarming of infraroodverwarming. Open haarden of allesbranders kan je beter links laten liggen, tenzij je behoefte hebt aan astma of burengerucht. Een pelletketel kan de plaats innemen van de cv-ketel en vergt dus weinig aanpassingen aan bestaande centrale verwarmingssystemen. Pellet-kachels en pellet-ketels kunnen vaak ook warm tapwater leveren en sommige modellen kunnen zelfs elektriciteit opwekken, net als de HRe-ketel.
Infraroodverwarming is zeker voor ruimtes die je weinig gebruikt de moeite van het overwegen waard. De investeringskosten zijn relatief laag en infraroodverwarming reageert snel. Moderne systemen zijn in staat om met klokthermostaten te werken of kun je via je smartphone of tablet bedienen. Zelf heb ik nu infraroodverwarming in de badkamer. De volgende stap is infraroodverwarming in alle slaapkamers en in de werkkamer op zolder. Voor de huiskamer en voor tapwater blijf ik dan nog even afhankelijk van gas, maar ik schat dat er toch weer een 100 tot 150 m3 van ons toch al lage gasverbruik (0,20 m3/gewogen graaddag volgens Mindergas.nl) af kan.
Een wat nerdige oplossing, die niet onderschat moet worden, is het gebruik van de warmte van een server. In het buitenland zijn er al diverse bedrijven mee bezig en recent kondigde Eneco aan eenminderheidsbelang te nemen in Nerdalize. Nerdalize is een Yes!Delft-startup die serverwarmte inzet om huishoudens te verwarmen. De eerste gezinnen hebben al proefgedraaid met computers als kachel enEneco en Nerdalize gaan de komende maanden 5 pilots uitvoeren. De aanwezige rekenkracht in het eRadiator-systeem wordt via internet aan een clouddienst gekoppeld. Nerdalize verkoopt deze decentraal verdeelde rekenkracht aan bedrijven en onderzoeksinstituten. De start-up stelt dat het met deze opzet de kosten voor omvangrijke rekenprojecten met 30 tot 55% kan worden verlaagd. Huishoudens kunnen naar verwachting zo’n 400 Euro per jaar op hun gasrekening besparen. De eRadiator moet nog wel aan een buitenmuur worden bevestigd om de warmte in de zomer kwijt te kunnen.
Totaal concepten
Wie niet zelf wil nadenken over lossen stapjes om van het gas af te gaan kan ook fysiek op steeds meer plaatsen aankloppen voor een nul-op-de-meter woningconcept. Met als bijkomende voordelen dat energiebesparing/isolatie, woongenot en gebruiksgemak een belangrijke rol spelen in deze concepten. Bijvoorbeeld door zaken als meerjarige energieprestatieafspraken voor het te leveren concept. Ook kijken creatieve installateurs steeds beter naar mogelijke combinaties van verschillende opties, zoals het verlagen van de totale kosten over de gehele levensduur door na te denken over combinaties van warmtepomp en infraroodverwarming of serververwarming.
En stadsverwarming dan?
Nou, da’s voor mij gewoon geen optie. Eerder dit jaar ben ik de uitdaging uitgegaan om te berekenen wat stadsverwarming zou betekenen voor onze energierekening. Mijn conclusie: stadsverwarming is te duur en ik zie geen enkel nut van het inruilen voor de ene vastrechtpost voor de andere.
Afgelopen maandag ben ik samen met Jan Willem van de Groep en Niels van Lingen op bezoek geweest bij een bewoner die zijn hele huis heeft uitgerust met infraroodverwarming van Therm IQ. Een type verwarming dat vele sprookjes en fabels oproept op Twitter, daarom hier een poging om mijn ideeën erbij te geven. Wat niet wil zeggen dat dit DE WAARHEID is, maar wel dat het gebaseerd is op de verhalen van een bewoner en waarneming door mij. Of het bezoek de theorie van Jan Willem van de Groep heeft kunnen valideren of falsificeren weet ik niet, dat oordeel laat ik aan hem.
Situatie woonhuis
Wat meteen opviel aan het huis was het open karakter van de woning, zowel in doorzon opzet als dat de woning een open trappenhuis vanaf de begane grond tot op de 4e verdieping heeft zonder tochportiek bij de voordeur. Een werkelijke ramp om te verwarmen met een traditionele convectieverwarming. Wij houden zelf elke deur tussen woonkamer en trappenhuis potdicht in het stookseizoen en zo ben ik het ook gewend vanuit mijn jeugd. Grappig genoeg was dat ook de eerste reacdtie toen ik thuiskwam: open trap? Vier verdiepingen? Dat kan niet met een cv-ketel.
Schimmels
Grote zorgen bij veel twittervolgers zijn schimmelvorming. Ik merk er zelf niks van in onze badkamer en heb er ook niks van gezien in de betreffende woning. De enige schimmelplek die ik heb gezien zat bij een raamkozijn en leek meer veroorzaakt door slechte plaatsing van het kozijn, dan door de verwarmingsbron. Op zich logisch, want infrarood verwarmt oppervlakten waardoor deze dus opdrogen en minder last hebben van condensatie en vocht.
Meer algemeen wordt de gevoelstemperatuur voor ongeveer de helft bepaald door de luchttemperatuur en voor de andere helft door de temperatuur van nabije oppervlakten. In een huis met luchtverwarming is de lucht in het stookseizoen vaak warmer dan de temperatuur van de oppervlakten (muren, ramen). Condensvorming en daarmee kans op schimmelvorming treed op bij de koudste plekken, in casu de oppervlakten.
Bij stralingswarmte is de verhouding tussen luchttemperatuur en oppervlaktetemperaturen omgekeerd. De oppervlakten zijn vaak warmer (door de stralingswarmte) dan de luchttemperatuur. Condensvorming is dan lastig, want de oppervlakten zijn niet het koudst. Meer informatie en een betere uitleg vind je in het boekje Stralingsverwarming van Kris de Decker.
Niels van Lingen heeft op een aantal plaatsen, waaronder de badkamer de luchtvochtigheid gemeten: die lag rond de 50%. Dus volgens mij prima op orde.
Comfort
Wat betreft comfort viel me op dat zowel de kinderen als de bewoner blootvoets liepen in huis. Iets waar ik met mijn hr-ketel echt niet aan moet denken in mijn huidige huis. Ik heb zelfs standaard sokken of sloffen naast bed liggen voor het geval ik er ‘s nachts uit moet en als het echt koud is slaap ik met sokken aan. Ook heb ik het niet koud gehad tijdens het bezoek, terwijl ik enkel een pak aanhad en de bewoner pas een half uur voor onze aankomst begon te ‘stoken’. Ter vergelijking: in de auto (met luchtverwarming) heb ik een kwartier zitten rillen, terwijl de luchttemperatuur op 22 graden stond in de auto.
Wat ook een eye opener was op gebied van comfort was de vrijheid die de bewoner ervaart. Hij kan er voor kiezen om de hele kamer homogeen te verwarmen tot dezelfde temperatuur, ook als hij slechts in 1 hoek zit. Op die manier kan hij door de kamer bewegen zonder ergens een koud deel tegen te komen. Hij kan er ook voor kiezen om enkel het deel van de kamer te verwarmen waar hij verblijft. Daarmee kan hij het energieverbruik voor verwarming in de kamer reduceren zonder in te boeten aan comfort op de verblijfplaats. Bovendien biedt dat de mogelijkheid om een warmere of koudere plek op te zoeken al naar gelang de persoonlijke voorkeur. Met luchtverwarming of convectieverwarming, zoals een hr-ketel, lukt dat volgens mij niet.
Warm tapwater
Voor warm tapwater gebruikte de bewoner doorstroomverwarmers. In Duitsland heel normaal, hier heel bijzonder. Grappig bijeffect: een bad met slechts 1 kraan omdat de doorstroomverwarmer het water op de juiste temperatuur laat doorstromen. Legionella? Geen punt, want er wordt geen water langdurig op temperatuur gehouden. Als er geen behoefte is aan warm tapwater is het water net zo koud als het normale leidingwater.
Energieverbruik
Het energieverbruik ligt door veranderend ‘stookgedrag’ van de bewoner inmiddels lager dan de cijfers die ik eerder heb laten zien. Al is ook duidelijk dat het energieverbruik niet voor 250 m2 is, omdat er daarvan effectief 150 m2 in gebruik is. Doorgaans zijn 2 verdiepingen niet in gebruik. Aan de andere kant geldt dat ook voor mijn eigen huis, van de 119 m2 hebben we er denk ik 75 in gebruik.
Een ander punt dat vooral op twitter veelvuldig wordt geroepen is dat infrarood verwarming een COP heeft van 1 i.p.v. de 4,5 die een warmtepomp kan halen. Nu geloof ik dat best, alleen gaat het om andere verwarmingsprincipes. Simpel gesteld: bij stralingswarmte kan volstaan worden met een lagere luchttemperatuur. Per graad minder verwarmen bespaar je energie, net als dat je energie kan besparen door plaatselijker te verwarmen en doordat de warmtebron sneller kan reageren op veranderingen dan lage temperatuur verwarming. Daarnaast is stralingswarmte een andere vorm van warmte dan luchtverwarming. Iedereen die de afgelopen dagen van de lentezon heeft genoten door uit de wind in de zon te gaan zitten in een t-shirtje begrijpt het principe. In schaduw (zonder stralingswarmte van de zon) is de luchttemperatuur nog te koud om comfortabel te zijn, in de zon is het echter al heerlijk.
Conclusie
Ik ben onder de indruk van de wijze waarop de bewoner zijn hele huis zelf all-electric heeft gemaakt. Zeker in Nederland gasland. Wie het niet gelooft, ga gewoon eens kijken en ervaar zelf of het wat voor je is.
All-electric en infraroodverwarming blijven bij ons absoluut op de wensenlijst staan. Wellicht in combinatie met een kleine warmtepomp voor warm tapwater als aanvulling op onze zonneboiler of voor de basistemperatuur in de woonkamer. Want zo zwart wit als de discussie op twitter gevoerd wordt door de aanhangers van warmtepompen is het in mijn ogen niet. Juist in het zoeken van hybride oplossingen en slimme combinaties ligt de sleutel voor optimale oplossingen voor bewoners op gebied van comfort en financieel. Verder zou ik nog steeds graag een keer een vergelijking maken tussen twee woningen, maar dan een met standaard hr verwarming en een met warmtepomp. Helaas heb ik tot op heden geen praktijkcijfers ontvangen. Het mag ook van een huis met warmtepomp zijn dat verder vergelijkbaar is met mijn eigen huis.
Eind vorig jaar hebben we onze badkamer verbouwd, waarbij we de radiator vervangen hebben door een infrarood verwarmingspaneel van ThermIQ. Daarmee verhogen we ons elektriciteitsverbruik, maar verlagen we het gasverbruik. Aangezien ik zelf op termijn graag van het gasnet af wil, om de simpele reden dat ik ook nog maar 1 aansluiting heb voor telefonie, internet en tv, wil ik graag weten wat overschakelen doet met m’n totale energieverbruik. Om zelf te kunnen berekenen wat het effect is heb ik van ThermIQ verbruiksgegevens gekregen van twee soortgelijke woningen, een uitgerust met een traditionele HR-ketel en een all-electric woning zonder vloerverwarming die is uitgerust met infrood panelen van ThermIQ. Deze informatie mag ik geanonimiseerd gebruiken. Hierbij dus een eerste poging tot vergelijken.
Opmerkingen of commentaar op de berekeningen en argumentatie zijn welkom. Ik moet namelijk aannames doen om vanuit totale verbruikscijfers per maand naar het effect op energieverbruik voor verwarming en warm tapwater te komen. Omdat ik de verschillen wel erg groot vond, heb ik onze eigen energieverbruikscijfers voor 2014 er naast gelegd.
Uitgangspunt: totaal energieverbruik in 2014
Als uitgangspunt voor de berekening neem ik het totale energieverbruik over 2014 (gas en elektriciteit), waarbij ik uitgegaan ben van een calorische waarde van 35,17 MJ per m3 aardgas en 3,6 MJ per kWH. Oftewel: 1 m3 aardgas staat gelijk aan 9,77 kWh elektriciteit. Basisgegevens:
2014
Therm IQ
HR-ketel
Beek 2014
Beek incl opwek
Elektriciteit
7130
2724
3477
-128
Gas
0
2319
744
603
Elektriciteit in kWh en gas in m3. Zoals te zien is in bovenstaande tabel ligt het gasverbruik van de aangeleverde referentiewoning ver boven ons eigen gasverbruik (ook als ik de zonneboiler wegreken). Reden om ThermIQ niet alleen met de aangeleverde gaswoning te vergelijken, maar ook met ons eigen energieverbruik in 2014 (met en zonder energieopwekking). Omrekenen van het volledige energieverbruik naar kWh geeft dan het volgende resultaat op jaarbasis. Wat meteen duidelijk maakt dat de woning met HR-ketel voor onze begrippen een het grotere oppervlak. Omgerekend naar kWh per m2 ligt de woning met HR-ketel slechts 10% meer energie verbruikt dan wij. Zelfs met energieopwekking komen we nog niet aan het energieverbruik per m2 van de woning met infrarood verwarming.
2014 in kWh
Therm IQ
HR-ketel
Beek 2014
Beek incl. opwek
Electriciteit
7130
2724
3477
-128
Gas
0
22655
7268
5891
Totaal
7130
25379
10745
5763
m2
250
250
119
119
kWh/m2
29
102
90
48
Onderstaande grafiek toont de opsplitsing van het totale energieverbruik naar maand, waarbij het gasverbruik wederom omgerekend is naar kWh voor de vergelijkbaarheid. Er is niet gecorrigeerd voor vierkante meters.
Totaal energieverbruik per maand in kWh. woning met ThermIQ, vs woning HR-ketel, beide vergeleken met maandelijks eigen energieverbruik in 2014. Ongecorrigeerd voor m2.
Bovenstaande grafiek laat zien dat het maandelijks energieverbruik van de woning met HR-ketel veel hoger ligt dan van de woning met ThermIQ panelen. Ons eigen totale energieverbruik ligt wel fors lager dan dat van de aangeleverde woning met HR-ketel, maar het lukt ons helaas geen enkele maand om onder de woning met ThermIQ te komen. Pas als ik het opwekken van energie met onze zonneboiler, zonnepanelen en winddelen meereken komen we in de winter in de buurt van de woning met ThermIQ, terwijl we ’s vanaf het voorjaar tot en met de herfst lager uitkomen. En dat terwijl ons huis dus meer dan de helft kleiner is 🙁
Als ik daar voor corrigeer, dan komen we in de zomermaanden zelfs hoger uit dan het huis met HR-ketel. Alleen in het stookseizoen (januari t/m april en oktober t/m december) lukt het om lager uit te komen. Geen enkel maand komen we in de buurt van het huis met infrarood verwarming. Pas als ik onze energieopwekking meeneem komen we van april t/m oktober lager of ongeveer gelijk uit als het huis met ThermIQ verwarming.
Energieverbruik per vierkante meter vloeroppervlak, uitgesplitst naar maand.
Aannames tapwater en elektriciteitsverbruik
Om tot een eerlijke vergelijking van het energieverbruik te komen is het nodig om bij de woningen met HR-ketel het energieverbruik voor tapwater en koken af te splitsen. Bij de woning met ThermIQ panelen moet daarnaast het elektriciteitsverbruik van andere delen van de woning afgesplitst worden van het elektriciteitsverbruik voor verwarming.
Gasverbruik warm tapwater en koken: 20% gasverbruik. Rest voor verwarming woning.
Vergelijking energieverbruik voor verwarming per maand
Op basis van bovenstaande aannames kom ik tot de volgende resultaten voor het totale energieverbruik voor verwarming per maand.
Energieverbruik voor verwarming per maand.Energieverbruik voor verwarming cumulatief.
Zoals te zien is in de grafieken is het energieverbruik voor verwarming bij de woning met HR-ketel veel hoger dan het energieverbruik voor verwarming bij de all-electric woning met ThermIQ panelen. Ons eigen energieverbruik voor verwarming weet redelijk in de buurt te blijven van de woning met ThermIQ panelen. Wederom zijn bovenstaande grafieken te aardig voor onze prestatie en te onaardig voor het huis met de HR-ketel. Want ook hier moet nog gecorrigeerd worden voor het aantal vierkante meters van de woning. Als ik dat doe, wordt het plaatje heel anders en kan ik alleen nog zeggen dat we een beter geïsoleerd huis hebben of zuinger stoken dan het huis met HR-ketel. De verschillen worden echter een stuk minder groot. Zelfs als ik al ons gasverbruik toereken aan verwarming en niets aan warm tapwater (koken doen we elektrisch).
Energieverbruik voor verwarming in kWh/m2 per maand.Energieverbruik voor verwarming per maand cumulatief (year to date). In kWh/m2 huisoppervlak.
Het energieverbruik voor verwarming bij de woning met ThermIQ verwarming ligt 56% lager dan ons energieverbruik voor verwarming. Als ik dat simpel omzet naar ons eigen huis zou dat betekenen dat we zo’n 1610 kWh aan elektriciteit voor verwarming met ThermIQ kwijt zouden zijn.
Energiekosten
De jaarnota van de woning met ThermIQ panelen komt uit op Euro 1.358. De woning met HR-ketel komt uit op Euro 1.923. Beide op basis van Greenchoice Greenmix. In beide gevallen een stuk hoger dan onze jaarrekening, maar daar zit dan ook nog een fors deel eigen energieopwekking bij en ons vloeroppervlak is een stuk kleiner (119 m2 tegen 250 m2).
Terugverdientijd ThermIQ
Doorrekenen van het extra elektriciteitsverbruik op basis van de woning met ThermIQ verwarming leert dat we bij het huidige elektriciteitstarief € 350 / jaar aan extra elektriciteitskosten zouden hebben voor verwarming. Daar komt nog ongeveer 800 kWh voor warm tapwater bij (de helft van het elektriciteitsverbruik voor warm tapwater van de woning met ThermIQ verwarming, de andere helft komt van onze zonneboiler). In totaal komen de extra elektriciteitskosten dan op € 510.
Onze variabele gasrekening was vorig jaar € 545. Een besparing van € 35 per jaar, niet echt de moeite waard. Ware het niet dat het de mogelijkheid biedt om de gasaansluiting af te laten sluiten wat ook nog eens € 260 aan vaste kosten scheelt (op basis van tarieven 2014). Afsluiten kost dan wel weer eenmalig € 750. Ook kan het jaarlijks onderhoudscontract voor de CV-ketel de deur uit wat weer een paar tientjes scheelt. De jaarlijkse besparing komt daarmee uit op € 330.
De ruwe indicatie van de kosten om het ThermIQ systeem voor het hele huis te installeren die ik zelf heb opgesteld m.b.v. de rekentool op Thuisbaas zit op zo’n € 6.000. Met de kosten van het afsluiten van de gasaansluiting en het bijplaatsen van bv. een doorstroomverwarmer a € 500 komen de totale kosten dan op ongeveer € 7.250. Een terugverdientijd van 22 jaar.
Conclusies
Op basis van de gegevens die ik heb durf ik nog geen hele harde conclusies te trekken. Een aantal zaken vallen me wel op:
De woning met ThermIQ panelen doet niet onder voor onze eigen woning in totaal energieverbruik voor verwarming, terwijl de woning aanzienlijk meer vloeroppervlak heeft. Wanneer ik daar voor corrigeer dan ben ik simpelweg jaloers op het energieverbruik van de woning met infraroodverwarming.
De woning met HR-ketel zit fors hoger dan de woning met ThermIQ panelen en onze eigen woning. Ook als ik corrigeer voor het aantal vierkante meter wordt in de woning met HR-ketel dan bij ons, zelfs als ik al ons gasverbruik toereken aan verwarming en niets aan warm tapwater.
Ik heb te weinig informatie over de woningen om te weten of dit ligt aan de woningeigenschappen (isolatie etc.) of gebruikswijzen. Wat ik begrijp van ThermIQ is dat de gegevens betrekking hebben op twee woningen die vergelijkbaar zijn in gebouweigenschappen (bouwjaar, isolatie, omvang etc). Het kan dus hooguit zo zijn dat de woning met HR-ketel meer verwarmt, aan de andere kant is het energieverbruik voor verwarming in de woning met ThermIQ verwarming vergelijkbaar met dat van ons.
Wat verder opvalt is dat de alle-electric woning (ThermIQ) erg laag zit in het overige elektriciteitsverbruik. Ruim 30% lager dan ons elektriciteitsverbruik en ook meer dan 10% lager dan het elektriciteitsverbruik voor de woning met HR-ketel. Daar staat tegenover dat het elektriciteitsverbruik voor verwarming nog lager wordt als ik een hoger elektriciteitsverbruik voor warm water of overige aanneem. Een deel van ons hogere elektriciteitsverbruik in vergelijking met de woning met ThermIQ kan komen door een minder zuinigere mechanische ventilatie (of het ontbreken ervan in de woning met ThermIQ) en doordat bij ons de pomp van cv-ketel elektriciteit verbruikt.
De terugverdientijd is in ons geval nog niet echt om over naar huis te schrijven, maar wel interessant genoeg om de prijsontwikkeling in de gaten te houden. Al was het maar omdat het een investeringsbedrag is dat binnen bereik is zonder extra leningen af te sluiten, in tegenstelling tot veel van de nul-op-de-meter concepten waar in ons geval een extra lening voor afgesloten zou moeten worden. Bovendien kan de besparing best eens hoger zijn, omdat we wel vloerisolatie hebben. Ook kan het zijn dat ik te veel infraroodpanelen heb ingeschat, een goede installateur kan dat (ondanks de rekentool) ongetwijfeld beter berekenen dan ik.
ThermIQ heeft momenteel samen met Urgenda een speciale kortingsactie lopen bij Thuisbaas.
Nogmaals: opmerkingen, aanmerkingen, correcties en aanvullingen zijn welkom.
Mijn vorige bericht over onze energierekening riep op twitter vragen op over de hoogte van de vaste kosten waar ik meer rekende. De vragen kwamen van mensen die gebruik maken van stadsverwarming. Op hun verzoek heb ik onze rekening van 2014 doorgerekend met stadsverwarmingstarieven en deze vergeleken met onze energierekening. De interesse is natuurlijk deels eigenbelang, aangezien we in Schiedam sinds kort ook de leiding op noord hebben. Die moet uiteindelijk van z’n warmte af, dus altijd goed om alvast paraat te hebben of dat interessant is. Het korte antwoord: NEE! Zelfs niet als ik de tarieven van Eneco voor Zuid-Holland van 2014 neem. Per saldo kost switchen van gas naar stadswarmte ons tussen de €400 en €600 per jaar (op basis van de energierekening van 2014).
Uitgangspunten
Uitgangspunten die ik heb gehanteerd:
1 m3 aardgas = 35,17 GJ warmte.
Ik heb geen rekening gehouden met leidingverliezen etc uit ACM tekst, geen zin om daar soep van te maken. Als iemand een voorstel heeft hoe het nauwkeurig berekend kan worden, die is welkom. Ons jaarlijks gasverbruik was 744 m3 aardgas, volgens mijn berekening komt dat uit op 23,5 GJ warmte.
Update 18-1: om de vergelijking tussen gas en stadsverwarming eerlijk te maken moet eigenlijk nog rekening gehouden worden met de kosten van de CV-ketel en het jaarlijks onderhoud. Wij hebben voor onze ketel inclusief installatie ongeveer €1.500 betaald. Onderhoudscontract kost ons €35 per jaar. Vereniging Eigen Huis gaat voor een CV-ketel uit van een levensduur van 15 a 20 jaar. Laten we die op 15 jaar zetten dan komt er bij gas €135 per jaar bij (100 Euro voor de cv plus 35 voor onderhoudscontract). Deze kosten zijn niet verwerkt in onderstaande grafieken. Maakt ook niet veel uit, want het verschil tussen stadswarmte en gas is meer dan €200/jaar ten nadele van stadswarmte.
Uitkomsten
De uitkomsten van mijn berekeningen staan hieronder. Ik heb wat te weinig tijd om het helemaal goed te beschrijven. Wat me wel opvalt is dat het tarief per GJ warmte voor Reeshofwarmte een concurrerend tarief oplevert voor stadswarmte vs gas. Al is stadswarmte (exclusief BTW) nog steeds 90 Euro duurder. Bij Eneco kom ik uit op 360 Euro extra variabele kosten voor stadsverwarming. Het grote verschil zit hem vooral in de vaste lasten. Die zijn bij stadsverwarming fors duurder, al is de verhouding tussen Reeshof en Eneco daar omgedraaid. Reeshof is €500 duurder uit terwijl Eneco ‘slechts’ € 370 duurder is. Met als voordeel dat door zuiniger te stoken je bij Eneco dus sneller goedkoper uit bent.
Wie ontvangt hoeveel van het geld dat ik voor energie betaal. Milieucentraal en Nibud op basis van 4 persoonhuishouden in tussenwoning bouwjaar 1991. Reeshofwarmte en Eneco op basis van onze eigen energierekening van 2014 en stadsverwarmingstarieven van resp. Reeshofwarmte en Eneco 2014.Verdeling tussen vaste en variabele kosten.Verdeling vaste en variabele kosten uitgesplitst naar ontvanger.
De afgelopen 2 jaar heb ik mij samen met vele anderen ingezet om te komen tot een oplossing voor het ontgassen in de binnenvaart. In eerste instantie door te kijken of het mogelijk was om samen met overheid en bedrijfsleven tot een vrijwillige aanpak te komen, om zo leveranciers van oplossingen uitzicht te bieden op klanten en omzet (m.i. een goede manier om innovatie aan te jagen). Omdat het niet mogelijk bleek hierover in contact te treden met overheid en/of bedrijfsleven ben ik ruim een jaar geleden begonnen met schrijven over ontgassen voor Sargasso. Wat door de politiek al vrij snel vertaald werd een roep om een ontgasverbod.
Inmiddels is het zover dat ontgassen van benzeen in Zuid-Holland en Noord-Brabant verboden is boven de 10% van de laagste explosiegrens. Dat betekent (als ik het goed begrepen en onthouden heb) dat zo’n 80 tot 90% van de benzeen die achterblijft na het lossen van een binnenvaarttankschip op een verantwoorde wijze afgevangen moet worden. In Zuid-Holland schat de provincie dat deze maatregel zo’n 50.000 kg benzeenemissie per jaar scheelt.
Vrijdag 12 december was een drukke dag voor het dossier ontgassen door de binnenvaart. In Brabant stemden de Provinciale Staten in met een provinciaal ontgasverbod, in Gelderland werden vragen gesteld aan de Gedeputeerde Staten over ontgassen. In Utrecht, ten slotte, liet de Provincie weten dat het aan de nationale overheid is om een verbod op ontgassen in te stellen. Tijd dus voor een update.
Ontwikkelingen in Brabant
Twee weken geleden meldde Sargasso al dat de Gedeputeerde Staten van Brabant hebben ingestemd met een ontgasverbod. Vrijdag 12 december stemden ook de Provinciale Staten in. Dat betekent dat het ontgassen van benzeen aan de buitenlucht door de binnenvaart vanaf 1 januari 2015 is verboden in Brabant. Vanaf 1 januari 2016 volgt een verbod voor benzeenhoudende stoffen.
De provinciale milieuverordening kent een aantal interessante afwijkingen ten opzichte van die in Zuid-Holland. Op de eerste plaats verwijst Brabant naar de minimalisatieverplichting voor benzeen uit deNederlandse emissierichtlijn lucht (NeR), wat inhoudt dat er gestreefd wordt naar nulemissie. Deze verplichting geldt bij emissiebronnen aan de wal.
In dat kader vind de provincie het vreemd en ongewenst dat benzeen en benzeenhoudende mengsels vanuit een varend schip, zonder emissiebeperkende voorzieningen, kunnen worden geëmitteerd. De provincie heeft ook een grijze lijst opgenomen van andere stoffen, waarvoor op termijn een ontgasverbod ingesteld kan worden. Deze lijst is gebaseerd op stoffen waarvoor bij emissiebronnen aan de wal een minimalisatieplicht geldt. De verordening bevat ook de aankondiging dat Gedeputeerde Staten kan besluiten ook voor deze stoffen een ontgasverbod in te stellen.
Brabant geeft ook een uitgebreider doel op dan Zuid-Holland. Naast het beperken van de uitstoot van milieubelastende stoffen wil de provincie ook de kwaliteit van het grondwater voor menselijke consumptie beschermen.
Ontwikkelingen in Gelderland
In Gelderland heeft GroenLinks vrijdag schriftelijke vragen gesteld aan de Gedeputeerde Staten. Doel lijkt te zijn om te komen tot een Gelders ontgasverbod.
GroenLinks heeft goed gekeken naar de provinciale milieuverordening van Brabant, want ook GroenLinks Gelderland verwijst naar het belang van bescherming van de waterkwaliteit en naar het verschil in emissie-eisen tussen landbronnen en binnenvaart. GroenLinks Gelderland lijkt dit onderscheid te willen opheffen en pleit ook voor een ontgasverbod voor MTBE (een loodvervanger in benzine, die onder andere smaak en geurproblemen geeft bij waterbereiding).
Ontwikkelingen in Utrecht
Op de website van RTV Utrecht verscheen vrijdag een bericht waarin de provincie Utrecht aangeeft voorstander te zijn van een landelijk in plaats van provinciaal ontgasverbod, wat geen verrassing is. De provincie geeft ook aan te twijfelen aan de juridische houdbaarheid van een provinciaal ontgasverbod.
Effect van ontgassen
Het varend ontgassen van benzeen en benzeenhoudende mengsels op binnenwateren leidt tot aantasting van het milieu en is een potentieel gezondheidsrisico voor omwonenden van de waterwegen. Benzeen is potentieel kankerverwekkend voor de mens en kan een specifieke vorm van leukemie veroorzaken.
Update met betrekking tot vragen aan het ministerie van I&M
Wil de provincie Utrecht nou een landelijk ontgasverbod, zoals de kop van RTV Utrecht suggereert of een regeling in internationaal verband?
De provincie Utrecht wil regels tegen ontgassen door binnenvaartschepen in de open lucht, maar zal niet zelf met een verordening komen. Dat zegt een woordvoerster van de provincie tegen RTV Utrecht. (…) Provinciale Staten heeft staatssecretaris Mansveld van Milieu in een brief gevraagd om snel in internationaal verband met een oplossing te komen.