Categorie: Persoonlijk

  • Provinciale ontgasverboden in de maak

    Na Zuid-Holland en Noord-Brabant wil nu ook de provincie Utrecht wil een verbod op ontgassen door de binnenvaart instellen door de Provinciale Milieuverordening (PMV) aan te passen. Eerder gaf de provincie nog aan in te zetten op een landelijk verbod op ontgassen, daar lijkt de provincie niet meer op te willen wachten.

    De Milieuverordening ligt tussen 19 april en 3 juni 2016 ter inzage bij de provincie Utrecht. De aanpassingen in de PMV moeten zorgen voor een verminderde uitstoot van benzeen en benzeenhoudende verbindingen, waardoor de luchtkwaliteit in de buurt van vaarwegen verbetert. Het gaat naar verwachting om 190 tot 650 ontgassingen in 2016.

    Wat is varend ontgassen ook al weer?

    Nadat schippers hun lading hebben gelost is het soms nodig om de ruimen te ontdoen van restanten van die lading. Waar het vluchtige stoffen betreft wordt dit vaak gedaan door middel van het ontgassen van het varende schip aan de buitenlucht.

    De dampen die daarbij vrijkomen, bijvoorbeeld van benzeen of benzeenhoudende stoffen, kunnen milieu- en gezondheidsschade veroorzaken. Benzeen en benzeen houdende koolwaterstoffen zijn in de Europese wetgeving aangemerkt als kankerverwekkend, mutageen (kans op genetische schade) en daardoor dus als schadelijk voor de gezondheid. Met behulp van ontgasinstallaties op de wal of op het schip kunnen schepen gecontroleerd worden ontgast en wordt emissie naar de buitenlucht  voorkomen.

    Ontwikkelingen in andere provincies

    De Provinciale Staten van Gelderland hebben vorige week besloten om samen met de provincie Noord-Holland een brief te sturen aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over het varend ontgassen van binnenvaartschepen. In de brief verzoekt de provincie Noord-Holland, mede namens de provincies Utrecht, Zeeland en Gelderland, de staatssecretaris om landelijke regelgeving te ontwikkelen om het varend ontgassen van benzeen en benzeenhoudende stoffen door binnenvaartschepen te verbieden. Dit vooruitlopend op internationale regelgeving die naar mening van de provincies te lang op zich laat wachten.

    De Provincie Noord-Holland geeft op de website echter aan daar niet op te wachten. Door het instellen van een verbod op varend ontgassen door de provincie Utrecht verwacht de provincie Noord-Holland een toename van varend ontgassen in Noord-Holland. Dit is reden voor de provincie Noord-Holland om ook een verbod in te gaan stellen tegen varend ontgassen

    Sinds begin dit jaar is het verbod op varend ontgassen voor de binnenvaart in de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant uitgebreid met benzeenhoudende stoffen. Volgens de gemeente Rotterdam heeft het ontgasverbod effect, al is het lastig om aan te geven hoe groot dat effect is (pdf). Wel geeft de gemeente onbedoeld een inkijkje in de ontwikkelingen in andere provincies, volgens de gemeente Rotterdam werkt naast de provincie Noord-Holland ook de provincie Zeeland aan het invoeren van een provinciaal ontgasverbod. De persvoorlichter van de provincie Zeeland geeft op vragen van Sargasso aan dat de plannen worden voorbereid en dat de verwachting is dat het besluit half april wordt genomen. Ook de provincie Zeeland lijkt dus niet meer te willen wachten op landelijk of internationaal beleid.

    Nationale ontwikkelingen

    Begin dit jaar had er een Green Deal moeten zijn voor ontgassen door de binnenvaart. Sargasso berichtte al eerder dat de provincies dat een te vrijblijvende aanpak vonden voor dit milieuprobleem. Op internet of in Kamerstukken is niets terug te vinden over de Green Deal.

    Internationale ontwikkelingen

    Het doel was om vorig jaar december tot internationale overeenstemming over het verbieden van ontgassen door de binnenvaart te komen. Dat is niet gelukt en de hoop is nu gevestigd op juni dit jaar. Tijdens een seminar vorig jaar september gaven meerdere sprekers aan dat de provinciale ontgasverboden in Zuid-Holland en Noord-Brabant internationaal voor versnelling hebben gezorgd. De internationale brancheorganisaties in de chemie en binnenvaart lijken zich er bij neergelegd te hebben dat er een internationaal ontgasverbod komt.

    Een heet hangijzer blijven de kosten van ontgassen en de vraag of het kostenvraagstuk via de privaatrechtelijk of publiekrechtelijke weg geregeld moet worden. Bij rail- en wegtransport is het via de privaatrechtelijke weg geregeld, dus een soortgelijke constructie in de binnenvaart is niet onlogisch.

    In de definitie sfeer zijn vorig jaar wel stappen voorwaarts gemaakt, zo is er een definitie van een ‘gasvrij’ schip gemaakt, deze ligt op 10% LEL (Lower Explosion Level), de bijbehorende concentratie van stoffen ligt nog steeds veel hoger dan de eisen die aan landbronnen worden gesteld. Het is echter een hele grote stap voorwaarts als die definitie wordt gehanteerd.

    Het internationale verbod op ontgassen voor de binnenvaart moet uiteindelijk gaan voor 25 stoffen, waar de toxische stoffen en stankstoffen waarschijnlijk nog aan toegevoegd worden. De invoer zal gefaseerd zijn in de tijd, zodat sectoren de tijd hebben om faciliteiten voor verantwoord ontgassen te ontwikkelen.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso. Zie hier voor de volledige berichtgeving op Sargasso over ontgassen.

  • Peabody Energy vraagt faillissement aan

    Peabody Energy, het grootste kolenmijnbouwbedrijf van de VS, heeft faillissement aangevraagd onder chapter 11. De aanvraag is een gevolg van de dalende kolenprijs en van de grote schulden die Peabody aanging om in 2011 voor 4 miljard dollar het Australische mijnbouwbedrijf MacArthur Coal Ltd. over te nemen. Ook is het niet gelukt om een koper te vinden voor de mijnen in New Mexico en  Colorado.

    Volgens analisten van Bloomberg betekent het faillissement niet het einde van kolen, maar is het een teken van een krimpende sector. Peabody zelf lanceerde een aantal jaar geleden nog een campagne waarin ze kolen positioneerde als oplossing tegen energiearmoede, dat heeft het bedrijf duidelijk niet mogen helpen.

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder als open waanlink gepubliceerd op Sargasso.

  • Onderzoek naar wat ExxonMobil wist van klimaatverandering breidt zich uit

    In Nederland is het wachten op het hoger beroep in de klimaatzaak en op de wijze waarop het kabinet de uitspraak van de rechtbank in de tussentijd uit denkt te gaan voeren. In de VS stapelen de klimaatzaken zich ondertussen op. Naast verschillende rechtszaken tegen de overheid onderzoeken 17 aanklagers in de VS de mogelijkheden om samen te gaan werken in het onderzoek naar klimaatgerelateerde initiatieven, zoals

    ongoing and potential investigations into whether fossil fuel companies misled investors and the public on the impact of climate change on their businesses.

    De coalitie bestaat uit openbaar aanklagers uit Californië, Connecticut, District of Columbia, Illinois, Iowa, Maine, Maryland, Massachusetts, Minnesota, New Mexico, New York, Oregon, Rhode Island, de Maagdeneilanden, Virginia, Vermont en Washington.


    Schneiderman, de New Yorkse openbaar aanklager die in november vorig jaar als eerste een onderzoek naar Exxon startte, sprak stevige woorden over het verantwoordelijk houden van bedrijven die frauduleuze activiteiten hebben ontplooid met betrekking tot klimaatverandering:

    Everyone from President Obama on down is under a relentless assault from well-funded, highly aggressive and morally vacant forces that are trying to block every step by the federal government to take meaningful action. So today we are sending a message that at least some of us, actually a lot of us, in state government are prepared to step into this battle with an unprecedented level of commitment and coordination.

    If there are companies —whether utilities or fossil fuel companies— committing fraud in an effort to maximize their short-term profit at the expense of the people we represent, we want to find out about it and want to expose it and we want to pursue them to the fullest extent of the law, prosecute them to the fullest extent of the law.

    De openbaar aanklagers maakte weinig details bekend over hun plannen of over lopende onderzoeken. Al was wel duidelijk dat de openbaar aanklagers gaan samenwerken in het onderzoek naar mogelijke misleiding door ExxonMobil van investeerders en het publiek over de gevolgen van de eigen bedrijfsvoering voor klimaatverandering. De openbaar aanklagers gaan daarnaast samenwerken om belangrijke wetgevings- en beleidsinitiatieven met betrekking tot klimaatverandering te beschermen tegen aanvallen van de olie-, gas- en kolenindustrie.  Ook anticipeerde Schneiderman op een mogelijk verweer van ExxonMobil dat de onderzoeken en aanklachten de vrijheid van meningsuiting in gevaar zouden brengen:

    The First Amendment, ladies and gentlemen, does not give you the right to commit fraud. Every attorney general does work on fraud cases, and we are pursuing this as we would any other fraud matter. You have to tell the truth, you can’t make misrepresentations of the kinds we’ve seen here.

    ExxonMobil reageerde inderdaad binnen enkele uren met eenpersverklaring, waarin ze het onderzoek als een aanval op de vrijheid van meningsuiting betitelde. Ook op Twitter ging ExxonMobil in het tegenoffensief:

    Screen Shot 2016-03-30 at 11.59.48 AM.png

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Gastbijdrage: Daimler blijft Duitsland trouw

    Het verhaal dat de Duitse industrie het land verlaat als gevolg van de Energiewende, maar nieuws van Mercedes geeft aan dat het bedrijf van plan is in Duitsland te blijven. De nieuwe investeringen van het bedrijf in elektrische auto’s zullen voornamelijk in Duitsland gedaan worden. Onze zoektocht naar een bedrijf dat Duitsland verlaten heeft vanwege de energietransitie gaat dus door…

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    NIEUWS –

    Een paar maanden geleden, toen Politico claimde dat Mercedes een voorbeeld was van een bedrijf dat Duitsland verlaat vanwege de energietransitie, beloofde ik terug te komen op dat voorbeeld.

    Eerst was er de berichtgeving (in het Duits) dat Daimler en BMW sinds 2014 ieder meer dan 3 miljard Euro investeerden in het vernieuwen van hun Duitse productielocaties. Een paar maanden later splitste de wegen van Daimler en Tesla. Daimler maakte deze maand bekend dat Tesla geen leverancier zal zijn voor Mercedes’ nieuwe generatie elektrische auto’s. Tesla leverde de elektrische aandrijflijn voor Mercedes’s B klasse, die Daimler nu zelf wil gaan produceren.

    Het Duitse bedrijf is daarnaast ook van plan om 500 miljoen Euro (persbericht) in de productie van accu’s te investeren – wederom, in Duitsland (Kamenz, Saksen). De bouw van de nieuwe fabriek in Duitsland begint naar verwachting deze herfst en de productie van accu’s in de zomer van 2017.

    Daimler is ook van plan een half miljard Euro te investeren aan genetwerkte vrachtwagens. Er zijn een aantal persberichten beschikbaar over zelfrijdende vrachtwagens. Op 1 april zal een nieuwe divisie, met 200 personeelsleden, opgericht worden voor dit doel. Dit nieuws kan nog gehypet worden als ‘Mercedes verlaat Duitsland’, omdat de helft van het pesoneel in Detroit gevestigd zal worden. Voor een multinational is zo’n verdeling echter vrij normaal. Hoe dan ook is het lastig om dit nieuws te verkopen als ‘Daimler verlaat Duitsland’ – dus de volgende keer dat je dat hoort kan je mensen naar dit bericht verwijzen. Politico heeft nog niet bericht over de recente aanwijzingen dat Duitsland van plan is in Duitsland te blijven.


     

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Duitse kolen zijn waardeloos

    ANALYSE – Het is Vattenfall niet gelukt om een koper te vinden voor z’n bruinkoolmijnen en -elektriciteitscentrales in Duitsland. De focus ligt volgens Craig Morris nu op alternatieve modellen, zoals een fonds om de werknemers te beschermen.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
    Jänschwalde.jpg
    De bruinkoolcentrale Jänschwalde werd op 11 maart 2016 bezocht door de Duitse minister Peter Altmaier. (Photo by J.-H. Janßen, modified, CC BY-SA 3.0

    In november schreef ik voor Energy Transition hoe het Zweedse staatsbedrijf Vattenfall (ook moederbedrijf van NUON) z’n kolen bezittingen in Duitsland wilde verkopen als gevolg van de Zweedse verkiezingen van oktober 2014, die gewonnen werden door een klimaatvriendelijke regering. Een van de bieders was Greenpeace, die aanbood om een bruinkool stichting op te zetten om de sluiting van de bruinkoolmijnen en bruinkoolcentrales te begeleiden. Het aanbod van Greenpeace werd niet serieus genomen, maar half maart bleek dat de Zweden geen enkel redelijk bod hadden ontvangen voor hun bruinkoolcentrales en bruinkoolmijnen. Een bieder vroeg zelfs geld om de bruinkoolcentrales en bruinkoolmijnen over te nemen.

    Graphik_barclays
    Barclays zegt dat RWE, Duitsland’s energiebedrijf met het grootste vermogen aan kolencentrales, z’n inkomsten uit conventionele elektriciteitsproductie aanzienlijk zal zien dalen drop de rest van dit decennium. (Bron: Barclays Research)

    Op 16 maart gaf een potentiële bieder, het Tsjechische energiebedrijf ČEZ, twee redenen voor z’n gebrek aan interesse: de lage groothandelsprijs voor elektriciteit en de mogelijke vervroegde sluiting van kolencentrales in Duitsland. Het bedrijf bracht niet eens een bod uit. Een ander probleem is het klimaatakkoord van Parijs, die Duitse kolencentrales volgens Barclays vanaf 2030 waardeloos maakt.

    Duitse media melde vorige week (in Duits), dat een stichting of fonds de enige overgebleven optie zou zijn (zie onder). De zaak is serieus genoeg voor minister Peter Altmaier om vorige week vrijdag de Jänschwalde bruinkoolcentrale te bezoeken. De Duitse milieuminister Barbara Hendricks bezocht een paar weken geleden als de Schwarze Pumpe kolencentrale bij Berlijn. Zulke hooggeplaatste bezoeken binnen zo’n korte periode tekenen de ernst van de situatie: kolen zit in de problemen in Duitsland.

    De Tsjechische Republiek toont de grootste interesse in Duitse kolen. De Czech Coal Group heeft volgens berichten een bod uitgebracht. Mibrag, een Duitse bieder (eigendom van Tsjechische bedrijven) die ook bruinkool opgraaft in Oost-Duitsland, kondigde vorige week onverwachts aan dat in 2020 ongeveer 10% van z’n werknemers ontslagen zal zijn (in Duits). Een paar maanden geleden scheen het bedrijf nog gespitst op het versterken van z’n aanwezigheid in Oost-Duitsland door Vattenfall’s bezittingen over te nemen, maar de top van het bedrijf schijnt nu te begrijpen dat ze hun handen de komende tijd vol zullen hebben aan het in bedrijf houden van het bestaande bedrijf. Vorig jaar verkocht het bedrijf ongeveer 10% minder bruinkool (en dat zelfs tegen een lagere prijs), deels omdat de Lippendorf centrale in oost Duitsland minder stroom produceerde, net als de Buschhaus centrale in west Duitsland. De Buschhaus centrale zal de komende vier jaar deel zijn van de “veiligheids reserve”.

    Wat zou de rol van een fonds zijn?

    Duitse vakonden, die vorig jaar succesvol een strenge aanpak van Duitse kolencentrales blokkeerde, hebben recent aangegeven het meest geïnteresserd te zijn in het vormen van een stichting (berichtgeving in Duits). Het idee is om de huidige winsten in een fonds te stoppen voor latere, verliesgevende jaren. De winsten dalen momenteel in de Duitse kolensector, maar ze zouden kort op kunnen veren als de laatste 6 kerncentrales in 2021 en 2022 gesloten worden. (De sluiting van twee andere kerncentrales staat gepland voor 2017 en 2019, dat zal mogelijk wat ademruimte geven aan kolencentrales, al is dat mogelijk niet veel – zie ons rapport German coal conundrum uit 2014.) Vanaf 2023 zal Duitsland een uitfasering van kolen beginnen, met of zonder een officieel beleid met die naam; er is geen andere realistische manier om het officiële doel van 80 procent duurzame energie in 2050 te begrijpen.

    Het hoof van energie vakbond IG BCE zegt dat bruinkool nodig zal zijn tot 2047, een tijdspanne die ongeveer overeen komt. Hij gelooft echter ook dat kolen de komende 15 jaar nog winstgevend zal zijn, wat de boel wat kan rekken.

    Aanvankelijk kunnen de winsten in het fonds opgespaard worden om op een later tijdstip beschikbaar gesteld te worden aan gemeenschappen en werknemers die geraakt worden door de komende uitfasering van kolen. Als de kolensector eerder verlieslijdend wordt heeft de vakbond een idee: de belastingbetaler zou het gat moeten vullen.

    Als een complete uitfasering in 2047 niet ambitieus klinkt, hou dan in gedachte dat dit tijdspad is voorgesteld door de kolensector zelf. Over tien jaar zou de kolensector al verlieslijdend kunnen blijken, wat de noodzaak van ingrijpen op kosten van de belastingbetaler zou verhogen. Op dat moment zou een keuze keuze kunnen worden gemaakt – als dat goedkoper blijkt – om de Duitse kolensector op te doeken. Er liggen al voorstellen voor 2040 en eerder op tafel.

    Gemeenschappen en werknemers zouden nog steeds bescherming genieten, en dat is het goede nieuws deze week. Inmiddels tonen vakbonden bereidheid om te praten over het uitfaseren van kolen (voeg Duitslands op een na grootste vakbond Verdi maar toe aan de lijst,bericht in Duits). De belangen van werknemers en Duitse gemeenschappen aan de ene kant en kolenbedrijven aan de andere kant beginnen uiteen te drijven. RWE en E.On zullen zich op korte termijn op splitsen in gescheiden divisies voor hernieuwbare energie en voor het oude spul. Deze kleine stappen zouden het makkelijker kunnen maken om de kolenbedrijven kopje onder te laten gaan terwijl de hernieuwbare energiebedrijven het hoofd boven water houden – en zinvolle financiële ondersteuning richt zich op Duitse werknemers en gemeenschappen die momenteel afhankelijk zijn van de kolensector.

    Voor meer informatie over transformatie van kolen gemeentschappenverwijs ik naar eerdere rapporten van Energy Transiton over structurele veranderingen. CLEW geeft ook een overzicht van het kolendebat in Duitsland.


    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur vanPetite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en met toestemming van de auteur vertaald door mij vertaald voor Sargasso.

     

  • Amerikaanse kolenmijnbouwgigant in de problemen

    Peabody Energy Corp., het grootste Amerikaanse kolenmijnbouw bedrijf, heeft bekend gemaakt dat z’n ‘going concern‘ status in gevaar is. Dat betekent dat het onzeker is of het bedrijf voldoende liquide middelen heeft om de komende 12 maanden door te komen. Het bedrijf probeert een aantal mijnen te verkopen om voldoende liquide middelen te krijgen om de rente en aflossingen op leningen te betalen. De lage kolenprijs speelt het mijnbouwbedrijf parten bij het afstoten van de kolenmijnen. Door de lage kolenprijs en verliezen zegt het bedrijf vanaf 31 maart mogelijk niet meer te kunnen voldoen aan de afspraken met kredietverstrekkers.

    Mogelijk moet het bedrijf bescherming surseance van betaling aanvragen. Afgelopen jaren gingen concurrenten als Natural Resources Inc. en Arch Coal Inc. failliet, of dat ook voor Peabody dreigt is nog onduidelijk.

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder gepubliceerd als open waanlink op Sargasso.

  • Gastbijdrage: Duitse elektriciteitsexport was in 2015 wederom meer waard dan import

    ANALYSE – Volgens een schatting van het Fraunhofer ISE, is de waarde van een gemiddelde kilowattuur die Duitsland vorig jaar exporteerde hoger dan de waarde van een gemiddelde geïmporteerde kilowattuur. Als Duitsland een overschot aan duurzame elektriciteit in buurlanden zou dumpen, zoals sceptici van de Energiewende beweren, zou dit niet gebeuren.

    In 2013 merkte ik iets op in de data over de handel in elektriciteit van 2012 waar iedereen overheen had gekeken. Iedereen focuste op hoe Duitsland’s netto export steeg, ondanks de sluiting van 8 van de 17 kerncentrales van Duitsland. Niet alleen was Duitsland niet afhankelijk geworden van import, maar de waarde van Duitse elektriciteit was hoger dan de waarde van elektriciteit in omliggende landen.

    Die situatie herhaalde zichzelf in 2013 en in 2014, al was het prijsverschil tussen import en export kleiner geworden, met een klein verschil in het voordeel van Duitse elektriciteit. Tegelijkertijd stijgt de Duitse export van elektriciteit nog steeds, met sinds 2012 jaarlijks een nieuw recordniveau.

    De Duitsers hebben geen feestje gevierd over deze cijfers. Mijn artikel uit 2013 was het enige dat de focus legde op iets anders: de hogere waarde van de Duitse export van elektriciteit. Maar inmiddels is Duitsland’s Fraunhofer ISE begonnen om de situatie nauwkeuriger te monitoren.

    Ik sprak deze week met ISE’s Bruno Burger. Hij is de persoon achter Energy-Charts.de. Het was me opgevallen dat het gigantische 200 pagina tellende pdf-overzicht van de Duitse elektriciteitssector voor 2015 nog niet was gepubliceerd. Hij informeerde me dat de website inmiddels zo gegroeid is dat hij zich af vroeg of de pdf nog steeds nodig is (ik weet niet zeker of ik het daar mee eens ben – maar hij gaf aan te overwegen om de pdf alsnog te publiceren). Hoe dan ook, hij wees me op een 15 pagina’s tellend overzicht (PDF), dat onderstaande grafiek bevat. De grafiek laat zien welke elektriciteitsbronnen gedaald zijn (elektriciteit van kernenergie, bruinkool, steenkool en gas) en wat gestegen is (elektriciteitsproductie van wind, zon, biomassa en waterkracht). In een jaar met een kleine stijging van elektriciteit van kolen zou er grote internationale ophef zijn, voor nu wachten we geduldig (en waarschijnlijk tevergeefs) op internationale erkenning van de herhaling van de verbetering in 2014, die ook grotendeels ongeprezen voorbijging.

    ISE2015

    Hou in gedachten dat het record niveau van de export van elektriciteit – grofweg 10% van de totale elektriciteitsproductie – een stijging van conventionele elektriciteitsproductie betekent; wind en zon regaeren op het weer, niet op de vraag naar elektriciteit. Wanneer Duitsland de komende 6 jaar de rest van z’n kerncentrales sluit zal de lage groothandelsprijs in Duitsland meer in balans komen. De huidige overcapaciteit in opwekkingsvermogen maakt Duitse elektriciteit onnatuurlijk competitief. Omdat er geen nieuwe kolencentrales in de pijplijn zitten (met Datteln als mogelijke uitzondering), zal het resultaat dramatisch lagere elektriciteitsproductie van conventionele centrales in 2023 zijn.

    Dat brengt me op de prijs situatie: omdat Duitsland zo veel overcapaciteit heeft is het in staat om relatief goedkoop elektriciteit te produceren als de vraag hoog is. En omdat de mix van elektriciteitscentrales een zekere flexibiliteit heeft is het in staat om naar import van stroom over te schakelen wanneer de vraag (en dus de prijzen) laag is. Vooral de vergelijking met Frankrijk is saillant.

    Het nieuwe overzicht van Fraunhofer voor 2015 zegt het volgende over de handel in elektriciteit:

    Imported electricity cost an average of 42.58 Euro/MWh compared to 42.69 Euro/MWh for exports.

    Duitse elektriciteit die verkocht wordt aan omliggende landen is daarom nog steeds 0,11 Euro per MWh meer waard dan de Duitse import van elektriciteit. Het verschil is met 0,3% verwaarloosbaar. Toch schat het Fraunhofer de netto inkomsten van de handel in elektriciteit op 1,6 miljard Euro.

    Er kunnen veel lessen uit deze analyse worden getrokken, maar de belangrijkste voor vandaag is dat de de situatie niet is veranderd sinds 2012:

    • Duitsland blijft in staat om elektriciteit te produceren tegen relatief lage prijzen wanneer de vraag hoog is;
    • Duitsland heeft geen overschot aan hernieuwbare energie (groene stroom heeft nog nooit meer dan zo’n 80% van de vraag naar elektriciteit geleverd, veel minder dan 100%);
    • elektriciteit wordt verhandeld op basis van prijzen, niet op basis van tekorten. Specifiek: elektriciteit wordt bijna nooit verhandeld om blackouts te voorkomen (al spreekt de blogosphere regelmatig over handel in elektriciteit in termen van blackouts); en
    • Duitse export van elektriciteit is waardevoller dan de import, ondanks de relatief lage groothandelsprijzen in Duitsland, omdat Duitsland elektriciteit verkoopt op momenten van grote vraag en koopt op momenten van lage vraag.

    Wat laat zien dat Duitsland niet afhankelijk is van het buitenland voor leveringszekerheid of betaalbaarheid, en dat Duitsland geen groene stroom dumpt in omliggende landen.

    (Craig Morris / @PPchef)

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur vanPetite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • TTIP is goed voor de ontwikkeling van fossiele energie

    Uit documenten, die The Guardian heeft opgevraagd, blijkt dat de Europese Commissie ExxonMobil heeft verzekerd dat TTIP goed is voor de wereldwijde expansie van fossiele energiewinning. Karel de Gucht vertelde tijdens een bijeenkomst in oktober 2013 tegen het bedrijf dat TTIP Exxon’s zorgen over regulering, die de activiteiten van het bedrijf in ontwikkelingslanden aan banden kon leggen, zou adresseren:

    TTIP is perhaps more relevant as setting a precedent vis-a-vis third countries than governing trade and investment bilaterally. We think that this third country element is in the interest of the energy sector, and especially globally active companies like Shell or Exxonmobil. After all, companies like Shell or Exxonmobil face the same trade barriers when doing business in Africa, in Russia or in South America.

    Oftewel zodra TTIP van kracht is zullen andere landen soortgelijke regelgeving aannemen, waardoor het voor bedrijven als ExxonMobil makkelijker wordt om hun activiteiten uit te breiden.

  • Worden elektrische auto’s de oorzaak van de volgende oliecrisis?

    Bloomberg New Energy Finance (BNEF) beschrijft hoe elektrische auto’s de volgende oliecrisis kunnen veroorzaken. De huidige oliecrisis begon volgens BNEF in 2014 met overproductie van 2 miljoen vaten olie per dag. Op basis daarvan en op basis van het huidige groeitempo van de verkoop van elektrische auto’s ontstaat vanaf 2023 een vraaguitval van 2 miljoen vaten olie per dag. Waarmee net als nu een overschot op de markt ontstaat, niet door te veel aanbod, maar door gebrek aan vraag.

    Een realistischer scenario van BNEF, dat rekening houdt met de kostenontwikkeling van verschillende onderdelen van elektrische auto’s komt uit op 2028.

    BNEF houdt in haar scenario’s rekening met de komst van nieuwe automodellen, die rond de $30.000 gaan kosten en een range krijgen van 200 tot 300 kilometer. Gebrek aan grondstoffen voor accu’s is volgens BNEF geen probleem. Wat wel van belang is is dat de prijsdaling van accu’s doorzet.

    Open waanlink

    Dit artikel is eerder als open waanlink op Sargasso gepubliceerd.

  • Amerikaanse congresleden roepen op tot onderzoek naar Shell’s invloed op klimaatbeleid

    Drie Amerikaanse congresleden hebben de Amerikaanse openbaar aanklager gevraagd om een onderzoek te starten naar de invloed van Shell op het Amerikaanse klimaatbeleid. Vorig jaar werden soortgelijke oproepen om onderzoek naar de invloed van ExxonMobil op klimaatbeleid gedaan. Openbaar aanklagers in Californië en New York zijn daadwerkelijk onderzoeken gestart, waarbij de vraag is of burgers en /of beleggers misleidt zijn over klimaatverandering en de financiële risico’s.

    De oproep om soortgelijk onderzoek naar Shell te starten volgt na publicaties van InsideClimate News, waaruit blijkt dat ook andere olie- en gasbedrijven al in de jaren zeventig bekend waren met de gevolgen van klimaatverandering. Ondanks het wetenschappelijke bewijs financierde Exxon en Shell lobbygroepen die bewust twijfel zaaide, zoals het American Petroleum Institute.

    De Amerikaanse congresleden vragen de openbaar aanklager, net als bij ExxonMobil, op om bij het onderzoek gebruik te maken van de RICO (Racketeer Influenced and Corrupt Organizations Act) wet. Een aanpak die eerder succesvol is gebruikt om een einde te maken aan de twijfel die de tabaksindustrie en aanverwante lobby-organisaties zaaiden over de schadelijkheid van (passief) roken.

    Een Shell woordvoerder geeft aan dat Shell al ruim 10 jaar rapporteert over klimaatverandering via haar jaarverslag en duurzaamheidsverslag.

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder als open waanlink geplaatst op Sargasso