Categorie: Sargasso

  • Groningse tegenslagen voor het rijk bij juridische aanpak mijnbouwschade

    De Nederlandse staat is (indirect) aansprakelijk voor schade die ontstaat door gaswinning in Groningen. Dat stelt de Hoge Raad in antwoorden op prejudiciële vragen die daarover door een lagere rechtbank waren gesteld. Ook blijkt uit het nader rapport van het tijdelijk wetsvoorstel Groningen dat de Raad van State de poging van het rijk. Shell en Exxonmobil om de civielrechtelijke route af te sluiten voor gedupeerden heeft getorpedeerd, omdat dat in strijd is met artikel 112 van de Grondwet.

    Tijdelijk wetsvoorstel Groningen

    In het wetsvoorstel Minimaliseren gaswinning Groningen gaf het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat aan dat gewerkt werd aan een oplossing voor gedupeerden van mijnbouwschade, waarbij de afhandeling onder publiekrecht gebracht zou worden. Dit voornemen werd ook vastgelegd in het Akkoord op Hoofdlijnen dat de staat en NAM (Shell en Exxonmobil) sloten over compensatie voor het dichtdraaien van de Groningse gaskraan in 2030. Het Tijdelijk wetsvoorstel Groningen, kamerstuk 35250, had dit moeten regelen. In 2018 kregen de juristen Hammerstein, Teuben en Franssen de opdracht om in het Technisch advies Wet Instituut Mijnbouwschade aan te geven of:

    de wijze waarop de afhandeling van schade door de overheid en de (financiële) aansprakelijkheid van de exploitant in dit wetsvoorstel is vormgegeven een effectieve invulling is van de, mede in het akkoord op hoofdlijnen verwoorde, uitgangspunten dat: – het Instituut exclusief bevoegd is om aanvragen om vergoeding van schade af te handelen; – gedupeerden niet meer bij NAM maar bij het Instituut aanspraak kunnen maken op vergoeding, enOok voor de kleine velden zijn er zeer waarschijnlijk afspraken met NAM, Vermillion en andere – NAM niet meer zelf aansprakelijk zal zijn jegens gedupeerden, maar wel de financiële gevolgen van afhandeling van schade door de overheid blijft dragen.

    De Raad van State heeft hier met haar advisering op het wetsvoorstel een stokje voor gestoken:

    De Afdeling stelt voorop dat de mogelijkheid om een vergoeding ter zake van schade bij de Tijdelijke Commissie of het Instituut te vragen, de aansprakelijkheid van de NAM onverlet laat. Artikel 112 van de Grondwet brengt mee dat de burgerlijke rechter bevoegd is kennis te nemen van vorderingen waaraan de eiser ten grondslag heeft gelegd dat jegens hem een onrechtmatige daad is gepleegd. Blijkens de jurisprudentie van de Hoge Raad geldt dat ook indien de wetgever de bestuursrechter ‘bij uitsluiting’ bevoegd heeft verklaard. Het is daarom aan de burgerlijke rechter zelf om te bepalen of een vordering ontvankelijk is. Daarbij komt dat bij de burgerlijke rechter ook nog andere vorderingen kunnen worden ingesteld dan een vordering tot schadevergoeding. Dit betekent dat de toegang tot de burgerlijke rechter als restrechter niet door de wetgever kan worden uitgesloten. Overigens wijst de Afdeling erop dat tot nog toe slechts enkele gedupeerden de NAM aansprakelijk hebben gesteld, ondanks dat de Tijdelijke Commissie niet bevoegd is alle vormen van schade te vergoeden. De voorgestelde uitbreiding van de bevoegdheid van het Instituut, vult deze leemte op. De veronderstelling lijkt daarom gerechtvaardigd dat het beroep op het Instituut nog zal toenemen, in het bijzonder wat betreft schade door waardedaling van woningen. Voorts bestaat er op voorhand geen aanleiding om te veronderstellen dat de burgerlijke rechter en de bestuursrechter over de schade verschillend zullen oordelen. De bestuursrechter heeft sinds 1994 ervaring opgedaan met schadezaken en is daarbij gehouden de relevante regels van het BW toe te passen, die daarvoor bij uitstek zijn bedoeld. Het risico van uiteenlopende uitspraken is daardoor klein. Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling af te zien van de exclusiviteit van het Instituut en de regel dat burgerlijke rechter een vordering tot vergoeding van schade niet-ontvankelijk dient te verklaren, te schrappen.

    Het ministerie van EZK heeft het advies van de Raad van State gevolgd in het wetsvoorstel Tijdelijke wet Groningen, waarmee het Technisch advies Wet Instituut Mijnbouwschade van Hammerstein, Teuben en Franssen uit 2018 de facto achterhaald is. Hierdoor houden mensen met mijnbouwschade twee routes om deze te verhalen. De voorkeursroute van het rijk is via het Instituut Mijnbouwschade Groningen en loopt via het bestuursrecht. Volgens sommige juristen heeft deze route een aantal voordelen voor gedupeerden ten opzichte van de civiel rechterlijke route, bijvoorbeeld als het gaat om de duur van de gerechtelijke procedure.

    Om te voorkomen dat een gedupeerde zowel via bestuursrecht als via civiel recht haar gelijk probeert te halen stelt de Tijdelijke wet Groningen dat een gedupeerde haar claim op het mijnbouwbedrijf, in casu NAM en/of EBN, overdraagt aan de staat. Dit betekent in de praktijk dat als een gedupeerde een aanvraag bij het Instituut Mijnbouwschade heeft ingediend en deze door het Instituut in behandeling is genomen, hij niet later alsnog kan besluiten om zijn schadevergoeding via de burgerlijke rechter op de exploitant te verhalen. Ook is bepaald dat, wanneer een gedupeerde ervoor kiest om zijn schade langs de civielrechtelijke weg direct op exploitant te verhalen door een schikkingsovereenkomst te sluiten met de exploitant of een vordering tot vergoeding van schade in te stellen bij de burgerlijke rechter, hij niet terecht kan bij het Instituut. Als de gedupeerde de onderhandelingen met NAM afbreekt of de vordering bij de burgerlijke rechter intrekt, voordat deze een uitspraak heeft gedaan over de vergoeding waar de gedupeerde recht op heeft, kan de gedupeerde wel bij het Instituut terecht.

    Om de rechtseenheid tussen bestuursrecht en civielrecht te bewaren wordt in de memorie van toelichting ingegaan op de wijze waarop dit nu geregeld is. Het Kabinet geeft ook aan welke extra maatregelen ze voorbereid om de rechtseenheid tussen de verschillende hoogste rechtsorganen te bewaren.

    Effect advies Raad van State op Akkoord op Hoofdlijnen

    Het advies van de Raad van State dat de afspraak uit het Akkoord op Hoofdlijnen om de schadeafhandeling onder publiekrecht te brengen in strijd is met artikel 112 van de Grondwet kan vergaande gevolgen hebben voor de geldigheid van het Akkoord op Hoofdlijnen. Daarmee bevat het Akkoord op Hoofdlijnen namelijk een nietige afspraak, een afspraak die de staat niet had mogen maken op grond van de Grondwet. De hamvraag is dan of de afspraak over uitsluiting van de toegang tot het civiel recht onlosmakelijk verbonden met de rest van het Akkoord op Hoofdlijnen? Als dat het geval is is de hele overeenkomst ongeldig, het antwoord op die vraag is voer voor juristen. Als het ministerie van EZK zijn deel van de afspraken uit de Overeenkomst op Hoofdlijnen niet kan nakomen staat het NAM (en haar aandeelhouders) vrij om naar de arbitragerechter te stappen.

    De minister heeft in april het advies van de Technische Commissie Bodembeweging (TCBB) over een landelijke aanpak mijnbouwschade aan de Tweede Kamer gestuurd. In de appreciatie daarvan schrijft de minister dat hij hecht aan een uniform gedragen landelijk schadeprotocol voor de kleine gasvelden op land. De TCBB adviseert ook om tot een schadeprotocol per type mijnbouw te komen. Te beginnen met de kleine gasvelden.
    Ook voor dit schadeprotocol voor de kleine velden is het advies van de Raad van State belangrijk, want er zijn vermoedelijk conceptovereenkomsten gemaakt met operators over de bestuursrechtelijke route als exclusieve mogelijkheid. In een van de recente winningsplannen voor kleine velden (helaas niet goed gearchiveerd door mij) werden al opmerkingen gemaakt die daar op leken te wijzen. Deze overeenkomsten zouden dus ook alle nietig kunnen zijn. Temeer omdat de Raad van State in haar advies op de Tijdelijke wet Groningen ook aangeeft dat het Het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht als uitgangspunt heeft dat schade die is veroorzaakt door een private partij in beginsel langs civielrechtelijke weg op die partij zelf wordt verhaald. Het is uitzonderlijk dat de overheid de afhandeling van schade overneemt van een private partij, daarom vind de Raad van State dat de voorgestelde regeling een tijdelijk karakter dient te krijgen.

    Staat sinds 2005 indirect aansprakelijk voor mijnbouwschade Groningen

    Naar aanleiding van een rechtszaak van een Gronings echtpaar met aardbevingsschade aan hun huis heeft de rechtbank Noord-Nederland prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad over de wijze waarop bepaalde rechtsregels moeten worden toegepast. Het echtpaar heeft niet alleen de NAM gedaagd maar ook de staat, Energie Beheer Nederland (EBN) en de Maatschap Groningen.
    In de beantwoording van de vragen oordeelt de Hoge Raad dat niet alleen de NAM, maar ook EBN als exploitant van het Groninger gasveld geldt en daarmee aansprakelijk is voor schade door gaswinning. Dat maakt dat de staat, als 100% aandeelhouder van EBN, indirect aansprakelijk is. Daarnaast stelt de Hoge Raad dat de Nederlandse staat sinds 2005

    op de hoogte moeten zijn van de reële kans op ernstige of wijdverbreide schade door aardbevingen als gevolg van gaswinning

    In 2003 deed zich een piek voor in het aantal aardbevingen, die bovendien ook sterker werden. Het ging ook toen al om meerdere bevingen met een kracht van boven de 3. Daar kwam bij dat het KNMI in 2004, ruim voor de aardbeving in Huizinge van 2012, een rapport publiceerde, waarin stond dat de situatie in de Groningse ondergrond niet langer “stationair” was.

    De formule die tot die tijd was gebruikt om de maximaal te verwachten magnitude van een aardbeving te berekenen, was daardoor niet goed bruikbaar.

    De rechtbank Noord-Nederland zal nu de vraag moeten beantwoorden of de staat na 2005 voldoende heeft gedaan om ernstige schade te voorkomen en om haar burgers te beschermen. In NRC stelt Herman Bröring, hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, daarover:

    Er komen nu zeven jaren bij van mogelijke aansprakelijkheid. Dat wordt heel interessant.

    Tegenover de NOS stelt de advocaat van het Groningse echtpaar, Woltman, dat het oordeel van de Hoge Raad van belang is voor alle zaken over aardbevingsschade. Want niet alleen is nu bepaald dat de staat indirect verantwoordelijkheid draagt, ook spreekt de Hoge Raad zich uit over waardedaling van huizen en immateriële schade, oftewel smartengeld. Woltman:

    De Hoge Raad geeft nu een duidelijk spoorboekje hoe rechters en gerechtshoven kunnen handelen. Je kunt daarmee wel spreken van een kleine aardverschuiving binnen de rechtsorde.

    In een reactie van zondag 21 juli 2019 geeft de Groninger Bodem Beweging aan wat volgens haar de belangrijkste punten uit de beantwoording van de Hoge Raad zijn, naast de al eerder genoemde indirecte aansprakelijkheid van de staat:

    • Het bewijsvermoeden is alleen te weerleggen als bewezen wordt, of voldoende aannemelijk gemaakt, dat gaswinning niet de oorzaak is. De Hoge Raad hanteert een iets ander criterium als de technische commissie van de TCMG voor het ontkrachten van het bewijsvermoeden. Dit zal echter in de praktijk weinig verschil maken.
    • Immateriële schade, zoals geestelijk letsel, wordt toegekend. Je moet het wel kunnen aantonen en dat is bijna niet te doen.
    • Gederfd woongenot wordt als schade gezien. Dit kan berekend worden middels virtuele gederfde huurinkomsten.
    • Waardevermindering kan pas worden vastgesteld op het moment dat de bodem tot rust is gekomen. De rechter kan wel een voorschot toewijzen. Dit oordeel sluit niet uit dat een regeling kan worden getroffen voor een tegemoetkoming, uitkoop of garantie, zoals de waardeverminderingsregeling waar minister Wiebes momenteel aan werkt.

    Met dat laatste oordeel gaat de Groninger Bodem Beweging in tegen de reactie van advocaat Pieter Huitema, die de belangen verdedigt van Stichting WAG (Waardevermindering door Aardbevingen Groningen). Stichting WAG vertegenwoordigt zo’n 5.000 gedupeerden die de waardevermindering van hun woning vergoed willen krijgen. De Groninger Bodem Beweging zit daarmee op de lijn van Nicolette Marié, namens wie advocaat Woltman optreed:

    Amendement 2016 geld voor proefprocessen

    In 2016 diende GroenLinks en Partij voor de Dieren een amendement in op de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, waarmee ze Euro 200.000 wisten te reserveren voor proefprocessen tegen de NAM. Dit amendement dat nodig was omdat toenmalig minister Kamp een aangenomen motie van Van Tongeren over het financieel ondersteunen van juridische procedures van gedupeerden weigerde uit te voeren. Het amendement had als doel om te zorgen dat Groningers makkelijker de weg naar de rechter zouden vinden. De rechter is in Nederland de enige die onafhankelijk is en afdwingbare uitspraken kan doen die maatgevend zijn voor soortgelijke gevallen.

    De Hoge Raad geeft met haar beantwoording van de prejudiciële vragen de aanzet tot rechterlijke uitspraken waarop andere gedupeerden zich kunnen beroepen De rechtszaak van het Gronings echtpaar beschouw ik als het type proefproces waarvoor het amendement Van Tongeren-Ouwehand bedoeld was (disclaimer: ik was op de achtergrond de opsteller van het amendement). De afgelopen jaren heeft het ministerie van EZK geweigerd het amendement Van Tongeren-Ouwehand uit te voeren, het Gronings echtpaar dat via de rechtbank Noord-Nederland prejudiciële vragen wist te laten beantwoorden door de Hoge Raad heeft dus ook geen financiële ondersteuning vanuit het ministerie van EZK ontvangen.

    Inmiddels is het geld van het amendement bij motie van Van der Lee cs. ter beschikking gesteld voor juridische ondersteuning voor mensen die er niet uitkomen met de NAM nadat ze naar de arbiter bodembeweging zijn gestapt en daarin juridische begeleiding nodig hebben. Een heel andere bestemming dan waar het geld voor bedoeld was en die geen jurisprudentie kan opleveren, hetgeen juist de oorspronkelijke bedoeling van de motie en de motie en het amendement van Van Tongeren was. Gelukkig zijn er Groningers die eigenwijzer en volhardender zijn dan Kamerleden:

    PS Follow the Money heeft een groot wob-verzoek lopen over contacten tussen Shell en de overheid. Mocht iemand in de stukken daarvan iets tegenkomen over het amendement Van Tongeren – Ouwehand dan hou ik me aanbevolen.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Wetenschap: kans op hittegolf juni minstens vijf keer zo waarschijnlijk door klimaatverandering

    Afgelopen juni was wereldwijd de heetste juni ooit gemeten. Ook werden er verschillende Europese weerrecords gebroken. Deze extreme hitte leidde onder andere tot natuurbranden in Spanje, verlaging van de maximumsnelheid op Duitse wegen en uitstel van nationale schoolexamens in Frankrijk. Kunnen we dit extremere weer toeschrijven aan klimaatverandering?

    Klimaatwetenschapper Geert Jan van Oldenborgh van het KNMI werkt met een groep onderzoekers van World Weather Attribution aan zogenaamde ‘attributiewetenschap’. Uit de studie naar de hittegolf van afgelopen juni in Frankrijk bleek dat deze hittegolf minstens vijf keer zo waarschijnlijk is geworden door klimaatverandering. De effecten van klimaatverandering zijn dus nu al merkbaar.

    Onderzoeken kunnen ook aantonen dat er geen relatie is met klimaatverandering, vertelt Geert Jan van Oldenborgh:

    We hebben ook studies gedaan naar de droogte in Oost-Afrika, waar we geen enkel verband konden vinden met klimaatverandering. Dat rapporteren we ook.

    Open waanlink

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Rekenkamer: stimuleren elektrisch rijden 65% goedkoper dan verwacht

    Gisteren kwam de Rekenkamer met een brief aan de Tweede Kamer over de kosten van het stimuleren van elektrisch rijden. Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van de Tweede Kamer. De Rekenkamer concludeert dat het reduceren van CO2 via het stimuleren van elektrisch rijden een dure manier is om de CO2 uitstoot te verlagen. De Rekenkamer kwam in de verantwoordingsonderzoeken over 2013 en 2014 ook al tot deze conclusie. Het Interdepartementale Beleidsonderzoek CO2 (IBO CO2) uit 2016 noemde het stimuleren van elektrisch rijden de duurste maatregel per ton CO2 reductie bezien vanuit de overheidsfinanciën. De Rekenkamer trekt in zijn brief de berekeningen van de staatssecretaris , die uitkomt op € 1.700 per vermeden ton CO2, in twijfel. Met de rekenmethode van de Algemene Rekenkamer kunnen die kosten oplopen tot bijna € 2.000 euro per bespaarde ton CO2. Dat is echter nog steeds een 65% lager dan de € 5.700 per bespaarde ton CO2 uit IBO CO2 van 2016. De echte vraag zou moeten zijn: waarom wijkt de prognose van IBO CO2, PBL en ECN zoveel af van de werkelijke overheidskosten per ton CO2 reductie?

    Kosten elektrisch rijden: IBO CO2 en Rekenkamer

    In het IBO CO2 van 2016 (pdf) staan tabellen met de kosten en effecten van verschillende maatregelen om CO2 te reduceren. In tabel 5.2 staat voor het stimuleren van elektrisch rijden een prijs van € 5.700 per ton vermeden CO2 voor de overheid. Ook de Rekenkamer constateerde al in 2013 en 2014 dat elektrisch rijden een dure manier is om de CO2 uitstoot te reduceren. Elektrisch rijden is dan ook een maatregel die thuishoort in de categorie meters voorbereiden in plaats van meters maken. Bij meters voorbereiden gaat het om doorbraaktechnologieën die nodig zijn om in 2050 de CO2 reductie te halen. De nationale kosten lagen volgens IBO CO2 met ruim € 900 per bespaarde ton CO2 een stuk lager en dalen richting 2030 scherp naar € 90 per ton CO2. De nieuwste prognoses van het PBL zijn dat de nationale kosten in 2030 nog lager zullen zijn en rond de € 0 per ton CO2 reductie uit komen. Journalisten en politici draaien het frame ondertussen de andere kant op en doen het voorkomen alsof de hoge overheidskosten voor het stimuleren van elektrisch rijden een verrassing zijn, terwijl ze dus feitelijk nu al 65% lager liggen dan de verwachte overheidskosten per ton CO2 reductie in 2020.

    Ook de reactie van Remco Dijkstra, Tweede Kamerlid voor de VVD, speelt in op de hoogte van de subsidie.

    https://twitter.com/remcovvd/status/1143878062410522624

    Gelet op de verantwoordingsrapporten van de Rekenkamer uit 2013 en 2014 en het rapport van IBO CO2 uit 2016, dat in de Tweede Kamer volop gebruikt werd in de discussies over klimaatbeleid, kan het echter geen verrassing zijn dat het stimuleren van elektrisch rijden geen kosteneffectieve manier is om de CO2 uitstoot te verminderen. De verantwoordingsrapporten van de Rekenkamer uit 2013 en 2014 zijn voor de VVD ook geen reden geweest om na 2013 tegen de stimulans van elektrische auto’s te stemmen in de Tweede Kamer of om deze af te bouwen. Het is voor de VVD ook geen reden om zich zorgen te maken over de kosten van die andere vorm van nulemissie personenauto’s: waterstof. Sterker nog die kan Kamerlid Remco Dijkstra niet snel genoeg gaan:

    https://twitter.com/remcovvd/status/1143051163182469120

    Ook al zijn er miljoenensubsidies van de EU en Nederlandse staat nodig om een winstgevend bedrijf als Shell te porren om 4 waterstoftankstations aan te leggen. Shell ontvangt 1 miljoen Euro per waterstofstation van de Nederlandse staat en 7,2 miljoen van de EU voor de realisatie van 8 waterstoftankstations in de Benelux, waarvan 4 in Nederland. Uitgaande van de doelstelling om in 2025 15.000 waterstofauto’s te hebben rijden is dat een subsidie van 533 Euro per voertuig.

    Daar komt dan nog de subsidie voor het voertuig bovenop en die gaan minstens gelijk zijn aan de kosten van elektrische auto’s. Ook bij waterstofauto’s zijn de voordelen vooral voor de zakelijke rijders, waarbij er voor waterstof een speciale Louwman-bonus geldt. Vanaf 2019 is er, voor de categorie van 4% bijtelling, een maximum van 50.000 euro fiscale waarde. Voor bedragen daarboven geldt het bijtellingspercentage van 22 procent. Uitzondering hierop zijn auto’s die op waterstof rijden. Een voordeel ten opzichte van batterij-elektrische auto’s met een fiscale waarde boven de 50.000 euro, dat vooral ten goede komt aan rijders van Toyota (80.000 Euro) en in minder mate Hyundai (vanaf 70.000 Euro). De overheidskosten per bespaarde ton CO2 gaan waarschijnlijk minstens zo hoog zijn als voor elektrische auto’s, waarschijnlijk zelfs hoger vanwege conversieverliezen bij de productie van waterstof en bij de conversie van waterstof naar elektriciteit om de elektromotor van de waterstofauto aan te drijven.

    Klimaatbeleid tegen minder overheidskosten

    Wie wil weten hoe klimaatbeleid dat een minder groot beslag legt op overheidsmiddelen er uit ziet kan ook bij het IBO CO2 rapport terecht, want de overheidsmiddelen zijn veel effectiever in te zetten voor klimaatbeleid. Alleen liggen die electoraal wat gevoelig bij de VVD en het CDA, die het klimaatbeleid sinds 2013 vorm heeft gegeven onder premier Rutte. Kijk maar even mee naar de rangschikking van klimaatmaatregelen op basis van oplopend overheidskosten, zoals het IBO CO2 die in 2016 publiceerde. Waarbij ik de tabellen van maatregelen voor sectoren die onder het Europees emissiehandelsysteem voor CO2 (ETS) en de sectoren die daar niet onder vallen heb samengevoegd. Het gaat om de overheidskosten en emissiereductie in 2020. Maatregelen waarvoor geen overheidskosten voor 2020 vermeld zijn heb ik weggelaten.

    ETS of non-ETSMaatregelOverheidskosten (in EUR/tonDirecte emissiereductie (excl. Evt. waterbed)
    ETS6. CO2 bodemprijs (brits model) industrie-233710
    Non-ETS12. Kilometerheffing vrachtverkeer-13650,4
    Non-ETS14. Kilometerheffing personenvervoer (7 Eurocent/km vlak)-8211,7
    ETS2. Aanpassen 3e en 4e schijf EB op aardgas-6600,2
    ETS10. Sluiting alle kolencentrales voor 2020-678,1
    ETS7. Sluiting oude kolencentrales van voor 1990-610,7
    ETS4. CO2 bodemprijs (brits model) elektriciteitsopwekking-441,6
    ETS8. Verdubbelen kolenbelasting elektriciteitsopwekking0 -0,7
    Non-ETS6. Reductie methaanslip uit (wkk-)gasmotoren00,9
    Non-ETS7. Afspraken gemiddeld label B huurwoningen00,4
    Non-ETS9. Verhogen aandeel biobrandstoffen transport00,6
    ETS5. Opkoop ETS-rechten111
    ETS11. Budgetneutrale prijsprikkel energie-intensieve160,6
    ETS13. CCS demonstratieproject ROAD461,2
    ETS14. SDE+ regeling wind op land813,7
    Non-ETS10 Label C koopwoningen binnen 2 jaar na verhuizing860,5
    Non-ETS13. Aanpassen 1e schijf EB aardgas (+) en elektriciteit (–)890
    ETS12. SDE+ regeling biomassameestook kolencentrales934,3
    Non-ETS11. Minimaal label B huurwoningen1390,9
    Non-ETS8. Verplichting monomestvergisting van mest1511,3
    ETS1. Verscherpte handhaving Wet Milieubeheer1541
    Non-ETS1. Verscherpte handhaving Wet Milieubeheer1541
    ETS16. SDE+ regeling grootschalig zon-pv1550,9
    ETS15.SDE+ regeling wind o pzee1663,6
    Non-ETS1. Verplichte toepassing zuiniger banden2191,2
    Non-ETS3. EU-norm CO2 uitstoot personenauto’s naar 95g/km2510,7
    Non-ETS5. Terugdraaaien verhoging maximum snelheid2580,1
    Non-ETS15. STEP-regeling (huursector)9300,1
    Non-ETS16. Fiscaal stimuleren nulemissieauto’s57000

    De top 10 goedkoopste klimaatmaatregelen, bezien vanuit overheidsfinanciën leest als de lijst met taboeonderwerpen voor de opeenvolgende Kabinetten onder leiding van de VVD van de afgelopen jaren. Van Remco Dijkstra en Pieter Omtzigt, die zich zorgen maken over de hoge kosten van het stimuleren van elektrische auto’s hoor ik graag welke andere maatregelen ze dan wel hadden willen nemen. Bij Bart Snels heb ik daar wel een beeld van, want GroenLinks stond in 2016 vooral andere maatregelen voor om de CO2 uitstoot te verminderen. Maatregelen die een stuk dichter bij het lijstje met voor de overheid goedkope maatregelen komen, zie de Klimaatbegroting 2017-2020 uit 2016 (pdf). Al moet daarbij gezegd dat ook GroenLinks voorstander was van het stimuleren van elektrisch rijden, omdat het een belangrijke techniek is om de autoindustrie op de middellange termijn minder CO2 uit te laten stoten. En omdat elektrisch rijden strategisch een belangrijke techniek is om een wig te drijven tussen de oliebedrijven en de autofabrikanten.

    Helemaal, helemaal onderaan staat het fiscaal stimuleren van nulemissieauto’s. Waarbij de CO2 reductie na verloop van het leasecontract ook nog wegvalt, omdat de auto dan naar het buitenland verplaatst wordt. Bij de industrie schreeuwen we dan moord en brand vanwege het waterbedeffect. Bij elektrische auto’s lijkt het kabinet het het niet zo erg te vinden, want hetzelfde probleem speelt al jaren en er is nog steeds geen fatsoenlijke stimulans om schone tweedehands auto’s in Nederland te houden. Wat ons extra CO2 uitstoot en extra stikstof uitstoot oplevert, want op de tweedehands markt wint de diesel nog steeds aan populariteit. Wat ons zowel voor CO2 als stikstof problemen oplevert met de internationaal afgesproken doelstellingen, de een vanuit het vonnis in de klimaatzaak van Urgenda (al zal het effect van het in Nederland houden van elektrische auto’s op de CO2 emissie in 2020 gering zijn), het ander vanuit het vonnis van de Raad van State dat de programmatische aanpak stikstof afkeurde.

    Slot

    De ophef gisteren over de brief van de Rekenkamer roept de vraag op of er nog journalisten zijn die hun huiswerk een beetje doen. Ieder zichzelf respecterende journalist had de Kabinetten en Tweede Kamerleden de afgelopen jaren kunnen bevragen waarom elektrische auto’s gestimuleerd worden terwijl Rekenkamer en het interdepartementale beleidsonderzoek CO2 beide aangeven dat het een erg dure optie is.

    Wat mij veel meer opvalt is dat de leercurve van nulemissievoertuigen, en dan meer specifiek elektrische auto’s, in de praktijk zoveel afwijkt dan waar de modellen van PBL en ECN mee rekenen. Daardoor worden de kosten van klimaatbeleid veel te hoog weergegeven. Iets waar ik in 2016 ook al tegenaan liep bij de doorrekening van het verkiezingsprogramma van GroenLinks. De kostprijs voor wind op zee in 2030 lag toen rond dan de tenderprijzen voor wind op zee. Inmiddels is duidelijk dat de kostendaling inderdaad sneller gaat dan verwacht en dat de kosten van het Energieakkoord vele miljarden lager uitvallen. De werkelijke discussie zou moeten zijn hoe het kan dat de overheidsuitgaven voor elektrisch rijden, windenergie en zonne-energie in een kort tijdsbestek zo fors kunnen afwijken van de modellen van PBL en ECN. Elektrisch rijden is een relatief nieuwe techniek, dat die leercurve nog gebreken toont kan ik me voorstellen. Voor windenergie en zonne-energie is er wereldwijd voldoende data beschikbaar om een grote verbeterslag te maken.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • NWEA en Holland Solar: 73 TWh wind en zonne-energie op land in zicht

    In het concept nationaal klimaatakkoord is een doelstelling opgenomen van 42 TWh voor hernieuwbare elektriciteitsproductie (groene stroom) in 2030. Deze bestaat uit 7 TWh zonne-energie op woonhuizen en 35 TWh grootschalige opwekking (bv. zon op bedrijfsdaken, zonneparken en windenergie). Tijdens de nationale Windenergy Days 2019 hebben de branchorganisaties voor windenergie (NWEA) en zonne-energie (Holland Solar) gisteren prognoses vrijgegeven voor de ontwikkeling van zonne-energie en windenergie. In totaal komen ze uit op een prognose van 73 TWh groene stroom uit zon en wind in 2030.

    Opbouw prognose

    Voor windenergie is de prognose van NWEA dat er 23 TWh opgewekt wordt in 2030 op basis van wat er nu staat (inclusief deel repowering) en alles wat in de pijplijn zit en waarmee de provincies al hebben ingestemd.

    Voor zonne-energie is de verwachting van Holland Solar dat er in 2030 30TWh opgewekt wordt m.b.v. zakelijke dakopstellingen en 10 TWh met veldopstellingen. Wat in totaal 30 TWh aan groene stroom uit grootschalige zonne-energieprojecten betekent. Met de opbrengst van windenergie erbij zou dat 63 TWh grootschalige opwekking van groene stroom op land betekenen. Voor huishoudens gaat Holland Solar uit van 10 TWh zonnestroom in 2030. Wat het totaal hernieuwbaar op land op 73 TWh brengt.

    Basispad Nationale Energieverkenning uit 2017

    De prognoses van NWEA en Holland Solar zijn fors hoger dan het basispad uit de laatste Nationale Energieverkenning (NEV) uit 2017 (pdf). In het basispad zonder SDE+ na 2019 werd daar uitgegaan van 12 TWh wind op land, 5 TWh grootschalige zonne-energie, in totaal 1 7 TWh. Voor kleinschalige zonne-energie (zon op woonhuizen) werd in de NEV 2017 uitgegaan van 7 TWh in het basispad. In totaal ging de NEV 2017 dus uit van ongeveer 24 TWh groene stroom van wind- en zonne-energie.

    Conclusie

    Mijn eerste conclusie is het ik erg benieuwd ben naar het nieuwe basispad in de NEV 2019 en dat het in een zo snel ontwikkelende markt als hernieuwbare energie geen goede zaak is dat er vorig jaar voor gekozen is om de NEV 2018 over te slaan. Meer budget voor PBL en CPB had hier zeker meerwaarde gehad. Zeker ook voor de regionale energiestrategieën die elke regio na het ondertekenen van het klimaatakkoord moet gaan opstellen.

    Ook duiden de prognoses van NWEA en Holland Solar er op dat de groei van groene stroom nu ook in Nederland eindelijk stevig van de grond is gekomen. Zo sterk dat ook onze modellen mogelijk binnenkort achter de werkelijkheid aan gaan lopen, in plaats van dat de ontwikkeling standaard langzamer gaat dan gehoopt.

    Kanttekening bij de prognoses van NWEA en Holland Solar is natuurlijk wel dat de projecten nog niet daadwerkelijk gerealiseerd zijn. Zelfs als een deel niet gerealiseerd wordt lijkt de marge ten opzichte van de 42 TWh doelstelling voor 2030 ruim genoeg om te concluderen dat de doelstelling voor 2030 in zicht is. NWEA en Holland Solar houden in hun prognose er zelf ook rekening mee dat een deel niet gerealiseerd wordt. Voor zover ik begrepen heb zit dat verwerkt in de prognose voor 2030.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Klimaatnoodtoestand

    De afgelopen maanden hebben Engeland, Wales, Schotland, Ierland en verschillende steden in de wereld (waaronder Londen, Bristol en Manchester) de klimaatnoodtoestand uitgeroepen. De Britse krant The Guardian paste z’n stijlhandboek ook aan en spreekt niet meer van klimaatverandering, maar van een klimaatcrisis. Vandaag stemt de Tweede Kamer over een motie van de Partij van de Dieren om de klimaatnoodtoestand in Nederland uit te roepen (pdf). Een tweede motie van de Partij voor de Dieren roept op tot het uitroepen van een biodiversiteitsnoodtoestand (pfd).

    Wat is de klimaatnoodtoestand?

    De Partij voor de Dieren stelt in haar motie dat ze van mening is dat het uitroepen van de klimaatnoodtoestand een sterke erkenning is van de gezamenlijke opdracht om een maximale inspanning te leveren om de opwarming van de aarde zo veel als mogelijk te beperken. Fractievoorzitter Marianne Thieme stelt:

    Het zelfbenoemde ‘groenste kabinet ooit’ is tijdens de grootste ecologische crisis ooit een kabinet dat vooral afschuift en doorschuift. Afschuift aan klimaattafels, waar grootvervuilers zijn oververtegenwoordigd. En doorschuift naar toekomstige generaties. Dit gebrek aan dadendrang steekt schril af bij wat er om ons heen gebeurt. Jongeren gaan wereldwijd massaal de straat op voor een beter klimaatbeleid. Om met het gezicht van deze klimaatstakers, de Zweedse Greta Thunberg, te spreken: Ik wens dat u handelt zoals u in een crisis zou doen. Ik wil dat u doet alsof het huis in brand staat. Dat staat het namelijk.

    Extinction Rebellion

    De motie om de klimaatnoodtoestand uit te roepen vindt z’n oorsprong in de eisen van de actiegroep Extinction Rebellion, dat ook in Nederland een afdeling heeft. De meest in het oog springende actie tot nu toe van Extinction Rebellion Nederland was de actie tijdens Koningsdag. Ook vandaag hebben ze acties gepland op het plein bij Den Haag. Extinction Rebellion Nederland heeft eerder in een open brief 4 eisen aan de overheid en politici geformuleerd:

    1. Dat de Nederlandse overheid de waarheid vertelt aan haar burgers, bedrijven en andere betrokken over hoe levensbedreigend de huidige situatie is. Dit verhaal moet weerklank vinden binnen het onderwijs.
    2. Wij eisen dat de CO2 uitstoot naar netto nihil gaat in 2025 en ecosystemen moeten worden hersteld om broeikasgassen weg te nemen uit de atmosfeer. Regelgeving en internationale afspraken die dit doel in de weg staan moeten worden teruggedraaid en er moet internationaal gestreefd worden naar een economie die de planetaire grenzen respecteert.
    3. Er moet een Deltaplan Klimaat ontwikkeld en uitgevoerd worden dat recht doet aan de omvang van deze crisis. Deze transitie kan het best worden gecontroleerd door een burgerkamer, een nieuw bestuursorgaan die de diversiteit aan inwoners van dit land weerspiegeld.
    4. Wij willen dat de vervuiler betaalt en dat de lasten en kosten van de vereiste transitie op een rechtvaardige manier verdeeld worden.

    In de Groene Amsterdammer van deze week is meer informatie over Extinction Rebellion, dat zich met name richt op de overheid, en Code Rood, de tegenhanger die zich richt op de fossiele energie industrie, te vinden.

    Effecten klimaatverandering voor Nederland

    Vrij Nederland had begin februari een uitgebreide rapportage (betaalmuur) over de effecten van zeespiegelstijging ten gevolge van klimaatverandering op Nederland. Verschillende experts gaven daarbij aan dat de huidige kustlijn van Nederland te beschermen is tot 1 a 2 meter zeespiegelstijging. Een versnelde zeespiegelstijging zal in de komende decennia nog niet tot grote problemen leiden. Maar voor de termijn daarna is er veel onzeker. Marjolein Haasnoot van onderzoeksinstituut Deltares en auteur van een rapport over de gevolgen van zeespiegelstijging voor Nederland vind dat bij heel grote infrastructurele werken rekening moet worden gehouden met een potentieel grote zeespiegelstijging.

    Voor alle maatregelen is tijd nodig. Nu is de tijd er nog om daarover na te denken en een goed plan te maken. (…) Als het gaat om zeespiegelbeleid moet je kunnen omgaan met onzekerheden. Je kunt niet wachten tot je precies weet wat er gaat gebeuren. Als je het zeker weet, dan gebeurt het al, en zou het bovendien veel te snel kunnen gaan.

    Een van de opties die de verschillende onderzoekers noemen is een gecontroleerde terugtrekking naar het hogerop gelegen deel van Nederland, oftewel richting Veluwestad en op naar Duitsland. Waarbij het deel van Nederland ten westen van de Utrechtse Heuvelrug de komende anderhalve eeuw grotendeels opgegeven wordt, oftewel de volledige Randstad. Een andere optie is een ring van dijken en meren rondom Nederland, dat vergt echter heel veel zandsuppleties. Ook blijven bestaande problemen met bodemdaling en verzilting dan bestaan. De uitdagingen om water te spuien bij hevige neerslag of grote afvoer van rivierwater zullen bij een dergelijk scenario ook niet kleiner worden.

    Slot

    Grote infrastructurele projecten worden voor 100 tot 200 jaar aangelegd. Dat maakt het volgens de onderzoekers nodig om de komende 20 tot 30 jaar strategische keuzes te maken: een rand van meren en dijken om Nederland heen, met alle bijbehorende kosten en energieverbruik, of zoeken we het hogerop voor de generaties na ons? Zo bezien zijn de motie van Partij voor de Dieren en de eisen van Extinction Rebellion niet zo buitensporig als ze op het eerste gezicht lijken. Zoals verwacht werd de motie verworpen en stemde enkel PvdD en GroenLinks voor de motie.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Rutte oefende druk uit om presentatie doorrekening klimaatakkoord uit te stellen

    Premier Rutte heeft vorig jaar druk laten uitoefenen op het PBL en CPB om de publicatie van de analyse van het voorstel voor hoofdlijnen van het klimaatakkoord uit te stellen tot na Prinsjesdag. Dit blijkt uit stukken die het rijk heeft vrijgegeven na een WOB-verzoek van Nieuwsuur.

    PBL wil uitkomsten publiceren voor Prinsjesdag

    Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) wilden de bewuste doorrekeningen van het klimaatakkoord op 13 september 2018 naar buiten brengen. Een week voor Prinsjesdag en het belangrijkste debat van het jaar: de Algemene Politieke Beschouwingen. Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, en zijn ambtenaren waren hiervan op de hoogte. Wiebes was eind augustus ook op de hoogte gebracht van de eerste indrukken van de doorrekening door PBL. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat was voorstander van publicatie uit angst voor lekken en omdat bij uitstel van publicatie de indruk zou kunnen bestaan dat de resultaten van de doorrekening onder de pet gehouden zouden worden. Formeel hadden de departementen ook geen invloed op het moment van publicatie, omdat zij niet de opdrachtgever van het onderzoek waren. Dat was Ed Nijpels als voorzitter van de klimaattafels. Wiebes is er vooraf door zijn ambtenaren op gewezen dat uitstel van publicatie een ongebruikelijke ingreep van het ministerie vergde.

    Premier Rutte oefent drukt uit om publicatie uit te stellen

    In een mail schrijft de raadsadviseur van het ministerie van Algemene Zaken aan het ministerie van Economische Zaken dat Rutte tegen publicatie van de doorrekening voor Prinsjesdag is (pagina 37 van de pdf met vrijgegeven documenten):

    De doorrekening (en daarmee de appreciatie) wordt dan gespreksonderwerp op het APB (Algemene Politieke Beschouwingen) en dat is onwenselijk. MP (Minister President) wil vasthouden aan de procesafspraken in de MR (Ministerraad) van 24/8.

    Uit de stukken is niet te halen of premier Rutte, net als Wiebes, op de hoogte was van de eerste indrukken van de doorrekening. Ed Nijpels, de voorzitter van de klimaattafels, reageert op 3 september uiterst stekelig op het verzoek van EZK om publicatie uit te stellen. Op 6 september constateert Sandor Gaastra, momenteel Directeur Generaal Klimaat en Energie bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, echter dat er een kleine opening is doordat Ed Nijpels heeft gevraagd om de departementen en tafelvoorzitters de tijd te geven om tussen 13 en 17 september de volledige analyse in te zien en om op de volledige analyse te kunnen reageren.

    Vervolg

    Verschillende Kamerfracties hadden gevraagd om publicatie van de doorrekening van het PBL voorafgaand aan Prinsjesdag en de Algemene Politieke Beschouwingen. Zowel Forum voor Democratie, PvdA en GroenLinks wilden opheldering over de rol van premier Rutte. Volledig begrijpelijk en terecht, klimaatbeleid gaat de komende decennia grote invloed hebben op het beleid. De meest logische plek om dat debat te voeren is niet in commissievergaderingen, maar juist in de plenaire zaal van de Tweede Kamer bij het belangrijkste debat van het jaar over de toekomstplannen van het Kabinet.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Eerste Kamer stemt voor klimaatwet

    De Eerste Kamer heeft dinsdag 28 mei de Klimaatwet, ofwel het initiatiefwetsvoorstel-Klaver, Asscher, Beckerman, Jetten, Dik-Faber, Yesilgöz-Zegerius, Agnes Mulder en Geleijnse Klimaatwet, aangenomen. De fracties van VVD, CDA, D66, SP, PvdA, GroenLinks, ChristenUnie, 50PLUS, OSF en Fractie-Duthler stemden voor, de fracties van SGP, PvdD en PVV stemden tegen.

    Het voorstel stelt klimaatdoelstellingen voor de regering vast. Tegelijkertijd is het een kader voor de ontwikkeling, effectmeting en wijze van verantwoording van het beleid dat moet leiden tot het halen van de wettelijke vastgelegde klimaatdoelstellingen. Hoofddoel van het voorstel is het als resultaat bereiken van 95% broeikasgasreductie in Nederland in 2050 ten opzichte van 1990 en als tussendoel streven naar 49% broeikasgasreductie in 2030 ten opzichte van 1990. Daarnaast bevat het voorstel als nevendoel het streven naar 100% CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050.

    Het wetsvoorstel is op verschillende punten minder sterk dan het oorspronkelijk initatiefwetsvoorstel van Klaver-Samson. Op de eerste plaats zijn de doelen van de klimaatwet niet meer juridisch afdwingbaar, op de tweede plaats is het tussendoel voor 2030 minder hoog dan de oorspronkelijke 55%. Het streven naar 100% CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050 een afzwakking van het streven naar 100% hernieuwbare energie in 2050, elektriciteit is goed voor ongeveer 20% van het huidige energieverbruik van Nederland. Ook het begrip emissiebudget uit het oorspronkelijke wetsvoorstel is geschrapt uit de klimaatwet.

    Open waanlink

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Visualisatie van verkoopcijfers elektrische auto’s in de VS

    Op basis van de verkoopcijfers van de Amerikaanse verkoopcijfers van elektrische auto’s die Inside EV’s bijhoudt heeft Mase Goslin een datavisualisatie gemaakt van de verkoopcijfers van elektrische auto’s vanaf januari 2012 tot heden.

    https://public.flourish.studio/resources/embed.js

    Open waanlink

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Hoe stem je op een eerlijker financieel systeem?

    Finance Watch, een organisatie die zich in zet voor een eerlijker financieel systeem in de EU, heeft de voorstellen van de verschillende Europese fracties voor financiële hervormingen beoordeeld. Daarbij is gekeken of de voorstellen de stabiliteit van het financiële systeem verbeteren, het democratiseren van financiële instituties en de ontwikkeling van financieel beleid, verschuiving van geldstromen naar duurzame investeringen en voorbereiding op toekomstige financiële crisis. Daaruit komen duidelijke verschil tussen de verschillende fracties.

    Finance Watch

    Finance Watch is een organisatie die zich er voor inzet dat het financieel systeem de samenleving dient. Onder de leden bevinden zich onder andere Transparency International, BEUC (de Europese consumentenorganisatie), Oxfam, Consumentenbond, SOMO en verschillende vakbonden. Volgens Finance Watch is het huidige financiële systeem nog steeds instabiel en niet voorbereid op de toekomst. Finance Watch is van mening dat er op vier fronten veranderingen nodig zijn en heeft dit vastgelegd in een visie op het financieel systeem met daarbij behorende voorstellen voor verandering in het huidige systeem.

    Finance Watch heeft haar wensenlijst vergeleken met de EU brede manifesten van 6 Europese fracties. De Europese fracties Europa van Vrijheid en Directe Democratie (EFDD) en Europa van Naties en Vrijheid (ENF) hebben nog nooit een EU breed manifest gepubliceerd en hebben ook niet gereageerd op vragen van Finance Watch.

    Overzicht Nederlandse fracties in Europa

    De meeste Nederlandse partijen werken in Europa samen in een fractie met leden uit meerdere lidstaten. Hieronder een overzicht van politieke partijen en de Europese fractie waarin ze samenwerken, op volgorde van het huidig aantal parlementsleden:

    Stabiliteit financieel systeem

    Met betrekking tot de stabiliteit van het financieel systeem heeft Finance Watch verschillende wensen geformuleerd. Op de eerste plaats mag geen financiële instelling to big to fail zijn. Finance Watch wil een scheiding tussen traditionele bankactiviteiten en investeringsbanken. Verder wil Finance Watch het toezicht op financiële instellingen hervormen om stranded assets te voorkomen. Tot slot wil Finance Watch regelgeving om schadelijke financiële speculatie te voorkomen en krediet bubbels te vermijden, bv. door schaduwbanken te reguleren.

    Score Financiele Stabiliteit 500x250

    Democratiseren van het financieel systeem

    Finance Watch heeft verschillende wensen die ze scharen onder het kopje democratiseren van het financieel systeem. Zo willen ze dat financiële instellingen rekenschap geven van de impact van hun leningen en investeringen op het halen van de VN Sustainable Development Goals. Ook willen ze dat de invloed van de financiële lobby beperkt wordt. Verder behoren burgers toegang te hebben tot een basisset aan financiële diensten, die nodig zijn voor economische en sociale deelname binnen de EU. De volledige lijst met eisen is te vinden op de website van Finance Watch.

    Democratiseren Financieel Systeem 500x250

    Verduurzaming financieel systeem

    Finance Watch wil een verschuiving van kapitaal naar duurzame investeringen. Om dat te bereiken willen ze dat het EU Action Plan on Financing Sustainable Growht bijdraagt aan het halen van de doelen uit het klimaatakkoord van Parijs en de Sustainable Development Goals van de VN. Alle wetgeving zou moeten bijdragen aan het uitfaseren van investeringen en leningen aan sociaal- en milieuschadelijke activiteiten. Ook zouden centrale banken en toezichthouders risico’s ten gevolge van klimaat, milieu, ongelijkheid en sociaal moeten meewegen in hun beslissingen.

    Verschuiven Naar Groen 500x250

    Voorbereiden op de volgende crisis

    Finance Watch vind dat het huidige financieel stelsel onvoldoende voorbereid is op de volgende crisis. De voorstellen die ze heeft om dit te verbeteren zijn veelal technisch van aard, maar gaan onder andere over het verbeteren van stresstesten voor banken en andere financiële instellingen. En over de veiligheid van kritische IT infrastructuur op nationaal en EU niveau.

    Voorbereiding Nieuwe Crisis 500x250

    Conclusie

    Als het gaat om de verbeteringen in het financieel systeem die volgens Finance Watch nodig zijn om het financieel systeem eerlijker te maken doen de Greens (GroenLinks), Socialists & Democrats (PvdA) en GUE/ENGL (SP en PvdD) het beter dan andere Europese fracties. Alleen als het gaat om de voorbereiding van het financieel stelsel op de volgende crisis komen de Christian Democrats (CDA) enigzins mee. Het is natuurlijk mogelijk dat de individuele nationale fractie betere plannen heeft dan blijkt uit het Europees manifest van de fractie waartoe een partij behoort, of dat het stemgedrag een ander beeld geeft. Wil je de Nederlandse verkiezingsprogramma’s voor de Europese verkiezingen vergelijken dan kun je terecht bij ons overzicht van stemwijzers voor de Europese verkiezingen. De analyse van het stemgedrag ten aanzien van klimaatbeleid vind je hier.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Varend ontgassen: de saga continues

    De afgelopen maanden zijn er veel vragen gesteld door lokale, provinciale en landelijke politici over varend ontgassen. De antwoorden hierop zijn inmiddels voor het merendeel binnen en de minister van Infrastructuur en Water heeft een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer gestuurd. Ook geeft de VVD Rotterdam nog steeds groots op van hun initiatief om in het gebied Groot Rotterdam een pilot met handhaving van een verbod op varend ontgassen uit te voeren. Tijd dus om me daar weer eens een Paasweekend lang doorheen te worstelen en mijn bevindingen te delen. De lezer die het dossier varend ontgassen van zeer zorgwekkende stoffen op Sargasso langer volgt zal zich niet verbazen dat ik na het lezen van alle stukken weer eindig met meer vragen dan antwoorden. Op 8 mei spreek ik tijdens de Maritime Industry beurs over varend ontgassen, wie weet krijg ik dan antwoorden.

    (meer…)