In het Klimaatakkoord is een belangrijke rol weggelegd voor
stadsverwarming. Afgelopen jaar zijn er echter verschillende berichten
naar buiten gekomen die grote problemen laten zien bij warmtebedrijven.
De Rekenkamer Nijmegen was begin dit jaar kritisch over de
totstandkoming van het warmtenet in de wijk Nijmegen-Noord. In Rotterdam
was de rekenkamer ook kritisch over de plannen voor een leiding naar
Leiden en bericht de NRC al een paar weken over de oplopende
tegenvallers bij het Warmtebedrijf Rotterdam, waarvoor de gemeente en
provincie garant staan. Het Afval Energie Bedrijf (AEB) in Amsterdam,
waar de tegenvaller voor de gemeente volgens de Telegraaf op kan lopen
tot een half miljard Euro, is voorlopig gered met een kapitaalinjectie
van 16 miljoen Euro door gemeente en een consortium van banken.
Verwarmen met restwarmte
Op papier klinkt het altijd mooi: waarom huizen en gebouwen verwarmen
met aardgas, als het ook kan met restwarmte van de industrie,
elektriciteitscentrales of afvalcentrales? In de praktijk lopen
bewoners, bestuurders en gemeenteraadsleden met regelmaat tegen
problemen op. Een van de standaardproblemen doet zich voor bij bewoners
en heeft zijn achtergrond in de regelgeving. Op papier mogen de kosten
voor stadsverwarming niet hoger zijn dan de kosten van verwarmen met
aardgas, in de praktijk hebben er altijd behoorlijk wat gaten in de
regelgeving gezeten.
De belangrijkste en makkelijkste weg om de afzet van warmte te
verhogen en de kosten voor de bewoner op te schroeven is dat aansluiting
aaneen warmtenet meetelt bij het bepalen van de energiezuinigheid van
een huis. Daardoor is er minder isolatie nodig om op papier even
energiezuinig te zijn als een woning die met aardgas wordt verwarmd. De
warmtevraag van een woning met stadswarmte ligt dan wel hoger dan een
woning met aardgas die op papier dezelfde energiezuinigheid heeft. Het
verschil kan in de loop van de jaren behoorlijk in de papieren lopen ten
nadele van de afnemer van stadswarmte.
Doordat de prijs van warmte gekoppeld is aan de prijs van aardgas en
de energiebelasting op aardgas al een aantal jaren stapsgewijs oploopt
loopt ook de energierekening stapsgewijs op. Vereniging Eigen Huis schat
in dat huishoudens met blok- of stadsverwarming door deze koppeling in
2019 gemiddeld €164 meer dan in 2018 betalen voor de levering van
warmte. Er liggen al jaren plannen om de koppeling tussen de gasprijs en
stadswarmte te schrappen, tot op heden zijn die niet uitgevoerd.
Warmteleveranciers mogen ook lagere tarieven rekenen dan de
maximumtarieven die de Autoriteit Consument en Markt (ACM) stelt.
Nijmegen
In Nijmegen werd al in 1996 besloten dat de nieuwe wijk Waalsprong
gasloos zou worden. Aanvankelijk werd gekozen voor een zogeheten hybride
warmtenet om te komen tot een duurzame warmtevoorziening in de
Waalsprong. Maar op onnavolgbare wijze werd in 2011 gekozen voor een
traditioneel middentemperatuurnet. De raad is over dat besluit van het
college pas achteraf geïnformeerd en is daardoor volgens de Rekenkamer
Nijmegen onvoldoende in de gelegenheid gesteld zijn controlerende en
kaderstellende rol te vervullen. De Rekenkamer Nijmegen noemde de totstandkoming van het warmtenet in de wijk Nijmegen-Noord eind vorig jaar:
Inconsistent, niet transparant, en daardoor onnavolgbaar en niet controleerbaar.
De gemeente Nijmegen is ook onvoldoende in staat geweest strategische
belangen te borgen. Waardoor de gemeente sterk afhankelijk geworden van
Nuon, ook voor de energietransitie in de bestaande stad. Zo blijkt dat
de raad in 2012 niet is gekend in de keuze in te zetten op
ondertekening van een contract met Nuon, waarin een aansluitplicht op
het warmtenet in de Waalsprong en het Waalfront werd vastgelegd. Voor
inwoners van de Waalsprong is het daardoor nauwelijks mogelijk voor een
andere oplossing te kiezen bij de bouw of verbouw (verduurzaming) van
hun woning. Al heeft Nuon de afsluitboete voor bewoners inmiddels
geschrapt, toch klaagden bewoners eerder dit jaar tegen Omroep Gelderland nog over de hoge stookkosten en de over het gebrek aan alternatieven:
Die warmtewisselaar van de Nuon is heel klein, die past
in de meterkast. Een warmtepomp past daar niet in. Ook verwarming met
bijvoorbeeld waterstof is volgens hem onmogelijk omdat er in Nijmegen
Noord geen gasleidingen zijn aangelegd die (met aanpassingen) waterstof
zouden kunnen aanvoeren naar de woningen
De Rekenkamer Nijmegen stelt ook dat er geen duidelijkheid is over
hoe duurzaam het warmtenet in de praktijk is. Er zijn namelijk geen
transparante berekeningen van de CO2-reductie die met het warmtenet
gerealiseerd wordt. Ook is niet bekend in welke mate het warmtenet
bijdraagt aan het doel Nijmegen energieneutraal in 2045. Voorafgaand aan
de aanleg werd aangegeven dat die daar een belangrijke bijdrage aan zou
leveren.
Rotterdam
De provincie Zuid-Holland heeft grootse plannen met warmte. Al jaren
wordt door het bureau Warmte Koude Zuid-Holland gewerkt aan de
warmterotonde. Eerder waren er tegenvallers doordat de kolencentrales na
grote maatschappelijke druk niet aangesloten mochten worden op de
warmterotonde, onder andere de raad van Den Haag en de Tweede Kamer
keerde zich hier tegen.
Een ander kwakkelend onderdeel van de plannen om tot een
warmterotonde te komen is het Warmtebedrijf Rotterdam. Waar al jaren
geld bij moet vanuit de gemeente, NRC spreekt over 80 tot 200 miljoen
euro sinds de oprichting in 2006. Eerder dit jaar toonde de Rekenkamer
Rotterdam zich kritisch over de plannen van Warmtebedrijf Rotterdam voor
een transportleiding naar Leiden om de levering van warmte aan Nuon
over te nemen van de huidige warmteleverancier Uniper. De Rekenkamer
Rotterdam vond dat het Rotterdams college eerlijk moest zijn zijn over de financiële risico’s
die deze uitbreiding van het warmtenet met zich meebrengt. Die
tekortkomingen staan niet duidelijk genoeg in de risicoanalyse, stelt de
Rekenkamer Rotterdam. De risicoanalyse kreeg van de Rotterdamse
Rekenkamer een onvoldoende. Ook twijfelde de Rekenkamer Rotterdam over
de juistheid van de voorgespiegelde CO2 reductie. De gemeente gaat uit
van 60-70 kiloton minder CO2 uitstoot. De Rekenkamer komt niet verder 45
kiloton. Ook constateerde de Rekenkamer Rotterdam
dat het realiseren van meer aansluitingen op het warmtenet in Rotterdam
in plaats van de leiding naar Leiden verhoudingsgewijs lokaal meer
emissies van broeikasgassen en stikstofoxiden worden vermeden, tegen
fors minder kosten en met minder risico’s. Wat ook beter bijdraagt aan
het publieke belang van de Rotterdamse deelneming in Warmtebedrijf
Rotterdam. WBR en de gemeente zijn echter juridisch gebonden aan
uitbreiding naar Leiden.
De raad van Rotterdam stemde begin februari in met de uitbreiding naar Leiden
die 118 miljoen Euro moest kosten, ondanks deze waarschuwing van de
Rotterdamse Rekenkamer. Daarbij speelde mee dat het Warmtebedrijf
Rotterdam zich heeft verplicht om vanaf 1 januari 2020 warmte te leveren
aan Nuon in Leiden en dat later beslissen er toe zou leiden dat de
leiding niet meer dit jaar aangelegd zou kunnen worden. Inmiddels is
duidelijk dat de aanleg van de warmteleiding vertraagd is en dat de
aandeelhouders van het Warmtebedrijf Rotterdam, in casus de Provincie
Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam, volledig verantwoordelijk zijn
voor de schade die dit Nuon oplevert.
Het Warmtebedrijf Rotterdam is in 2006 opgericht door het
Havenbedrijf Rotterdam en de gemeente Rotterdam. Curieus daarbij is dat
de gemeente voor 30% aandeelhouder is in Eneco, de grootste regionale
concurrent van het Warmtebedrijf Rotterdam. Eneco legde een aantal jaren
geleden zelf een leiding over noord aan, waardoor het Warmtebedrijf
Rotterdam een belangrijk deel van de lokale markt kwijt raakte aan een
ander gemeentelijk bedrijf.
Het Warmtebedrijf Rotterdam heeft lokaal nooit voldoende afnemers
gevonden voor de warmte die het verplicht inkoopt bij afvalverbrander
AVR – een deal die de gemeente voor het Warmtebedrijf sloot. Regelmatig
is gesuggereerd door wethouders en bedrijfsleiding dat een rendabele
toekomst voor het Warmtebedrijf dichtbij was, terwijl het van crisis
naar crisis zwalkte. In 2016 en 2017 ontwikkelen de gemeente Rotterdam
en de Provincie Zuid-Holalnd samen een reddingsplan. De oplossing voor
de financiële nood van het Warmtebedrijf, zo denkt wethouder Adriaan
Visser (D66), ligt in Leiden. Nuon levert daar warm water aan zo’n
13.000 Leidse huizen en 200 bedrijven. Het contract van Nuon met
warmteleverancier Uniper loopt in 2020 af. Als het Warmtebedrijf (WBR)
de positie van Uniper kan innemen, heeft het eindelijk afnemers voor de
overtollige warmte die het al jaren verplicht inkoopt bij AVR.
Om het water in Leiden te krijgen, is naar schatting maximaal 140 miljoen euro nodig. Het probleem van het Warmtebedrijf ziet er voor de Zuid-Hollandse gedeputeerde Han Weber uit als een oplossing:
restwarmte van de Rotterdamse industrie gebruiken om het gasverbruik
bij huishoudens en bedrijven te verlagen. In het coalitieakkoord van
2015 heeft D66 100 miljoen euro binnengehaald voor de ontwikkeling van
duurzame energie. Een prachtig resultaat, waar de leiding naar Leiden
prima in past als onderdeel van de warmterotonde.
Inmiddels is de aanleg minimaal twee jaar vertraagd en mag de
gemeenteraad van Rotterdam zich na het reces buigen over het zoveelste
reddingsplan voor het Warmtebedrijf Rotterdam.
Amsterdam
In Amsterdam is een van de warmtebronnen voor stadswarmte het Afval
Energie Bedrijf (AEB). Het AEB verwerkt en verbrand niet alleen afval,
maar levert ook warmte aan zo’n 35.000 huishoudens en is met Nuon
eigenaar van Westpoort Warmte. Westpoort Warmte bezit het warmtenet in
Amsterdam Noord en Nieuw-West. Vorig jaar concludeerde de Amsterdamse Rekenkamer
dat de gemeente financiële en juridische risico’s loopt door de
rommelige wijze waarop Westpoort Warmte gegroeid is. De uitbreiding van
stadsverwarming naar nieuwe buurten onderhands gegund aan Westpoort
Warmte. De Rekenkamer vraagt zich af
of dat wel strookt met Europese staatssteun- en aanbestedingsregels.
Als concurrenten van Nuon en AEB zich daardoor gedupeerd voelen, loopt
de gemeente juridische risico’s. De gemeente Amsterdam heeft
afvalenergiebedrijf AEB in de tussentijd verzelfstandigd. Als enige
aandeelhouder van AEB heeft de gemeente geen directe zeggenschap meer
over Westpoort Warmte. Maar zonder dat de gemeente beschikt over
afvalovens of andere warmtebronnen staat de gemeente nog wel garant voor
de levering van warmte voor tienduizenden huishoudens door Westpoort
Warmte. Dat kan de gemeente in verlegenheid brengen als de
afvalverbrandingsovens van AEB stukgaan.
En laat dat nou net gebeurd zijn. Momenteel liggen 4 van de 6 verbrandingsovens op last van de Omgevingsdienst Noorzeekanaalgebied stil.
De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied vond dat de installaties van
AEB een groot risico opleverden voor medewerkers en omgeving. Het kan
negen maanden duren voor alle ovens weer werken, zegt AEB.
Eerder dit jaar maakte Vattenfall/Nuon en AEB bekend dat ze 400 miljoen Euro wilde investeren om hun warmtenetten in Amsterdam onderling te verbinden.
De bedoeling was om overtollige warmte van AEB te kunnen leveren aan
het verzorgingsgebied van Nuon. Voorlopig heeft AEB door het stilleggen
van 4 van de 6 verbrandingslijnen een te kort aan warmte. Volgens Het Parool
wordt al gewerkt aan het bijplaatsen van dieselaggregaten om het te
kort aan warmte vanaf september op te kunnen vangen. Bij besluitvorming
over het warmtebedrijf heeft de gemeenteraad volgens de Amsterdamse Rekenkamer helemaal het nakijken.
Bij besluiten over nieuwe investeringen in uitbreiding van het
warmtenet wordt de gemeenteraad wel betrokken, maar belangrijke risico’s
zijn volgens de Rekenkamer niet met de raad gedeeld.
De Telegraaf
berichtte enige weken geleden dat het AEB op omvallen zou staan. De
technische staat van de verbrandingsovens en stoomturbines is om te
huilen en levensgevaarlijk om mee te werken. Daarnaast gaat iedere
minuut minstens tien keer het alarm in de fabriek af wegens storingen en
een groot deel van de werknemers is onbekwaam.
Over de gehele linie zijn de systemen niet robuust genoeg
en het controlesysteem bevat vele componenten die verouderd zijn en
niet meer kunnen worden vervangen. Ook is er een overload
aan alarmen die het systeem genereert en die medewerkers niet meer
kunnen overzien. Het aantal alarmen per uur is een veelvoud van waar
menselijkerwijs op kan worden geacteerd”,
schreef de nieuwe directie van AEB in een brandbrief aan de gemeente.
De
Vereniging Afvalbedrijven heeft ook een brandbrief aan de gemeente
Amsterdam, de eigenaar van AEB, geschreven over de risico’s voor de
inzameling van afval in Nederland door de problemen bij de Amsterdamse
afvalverwerker AEB. Andere afvalbedrijven kunnen de problemen wel
tijdelijk oplossen, maar dan moet AEB de extra kosten betalen. Het gaat
dan om de kosten voor het transport van het afval naar andere
afvalverbrandingsinstallaties en voor de kosten om importcontracten voor
buitenlands afval af te kopen. En omdat AEB zelf geen geld heeft, moet
de gemeente, als eigenaar, de portemonnee trekken. De totale kosten voor
de gemeente Amsterdam lopen daarmee nog hoger op.
De
AEB verwerkt enkel nog huisvuil uit de gemeente Amsterdam en omliggende
gemeenten. Andere klanten die hun vuil in het Westelijk Havengebied
laten verbranden, kunnen er voorlopig niet terecht. Zij moeten uitwijken
naar elders. AEB heeft op zich genomen de financiële gevolgen te
dragen. Alleen heeft AEB geen geld meer. Bovendien raken de
opslagbuffers voor afval elders in Nederland vol, waardoor het
opgehaalde afval nergens meer heen kan. Wanneer de buffers vol zijn kan
ook het ophalen van afval in andere plaatsen in Nederland gaan
stagneren.
Voorlopig lijkt het AEB gered door een kapitaalinjectie van 16 miljoen Euro
door een consortium van banken, waarvan 6 miljoen gegarandeerd door de
gemeente. Het bankenconsortium betreft banken die al leningen bij AEB
hebben uitstaan. Dat verkleint voorlopig het risico dat banken waar AEB
leningen van ruim 200 miljoen heeft uitstaan, waaronder ING, ABN Amro,
Deutsche Bank en BNG Bank, zich terugtrekken. In dat geval zal er in
totaal 350 miljoen euro van de gemeente nodig zijn.
Accountantsorganisatie KPMG berekende bovendien dat de gemeente als
eigenaar van de fabriek het eigen vermogen van AEB (145 miljoen euro) en
een lening (108 miljoen euro) volledig moet afschrijven. De totale
strop voor Amsterdam zou daarmee uitkomen op ruim een half miljard euro.
Hoewel het
De gemeente Amsterdam heeft ook een crisisteam ingesteld
dat plannen uitwerkt om het ophalen en de verwerking van Amsterdams
huishoudelijk afval en de warmtelevering van 35.000 huishoudens in
Amsterdam op korte én lange termijn te garanderen. De gemeente laat
daarnaast een extern onderzoek uitvoeren naar de oorzaken en
achtergronden van de ontstane situatie bij AEB.
Buiten dat
is de Rekenkamer Amsterdam kritisch op de informatievoorziening aan de
raad en over de nagestreefde duurzaamheidsdoelen. Deze zijn naar mening van de Rekenkamer Amsterdam niet scherp gedefinieerd.
Zo is onduidelijk hoe de gemeente de doelstellingen voor bv. CO2
reductie wil meten. Hetzelfde geldt voor doelstellingen als
betaalbaarheid van de warmtevoorziening.
Conclusie
Ondanks de mooie plannen kan geconstateerd worden dat stadsverwarming in de praktijk weerbarstig is. Zowel de kosten voor bewoners kunnen tegenvallen, als de risico’s die gemeenten lopen bij hun plannen om een warmtebedrijf op te richten. Met name Rotterdam en Amsterdam lopen grote financiële risico’s, terwijl dit ook steden zijn met grootse plannen om hun warmtenetten verder uit te breiden. Dat roept de vraag op hoeveel politiek wensdenken er in de kostencalculatie en het CO2 effect van het klimaatakkoord zit voor het op warmtenetten aansluiten van bestaande woonwijken. Daarbij is democratische controle op de besluitvorming lastig, omdat veel informatie het stempel bedrijfsgeheim of vertrouwelijk krijgen. De Rekenkamers van Nijmegen, Rotterdam en Amsterdam constateren alle drie dat de raad door deze gebrekkige informatievoorziening haar controlerende en kaderstellende rol onvoldoende kan vervullen. Inmiddels denkt de gemeente Nijmegen ook over het oprichten van een eigen warmtebedrijf. Het is te hopen dat ze daarbij niet dezelfde vergissingen maken als Amsterdam en Rotterdam. Hetzelfde geldt voor de vele andere gemeenten die overwegen om een warmtebedrijf op te starten als middel om een aardgasvrije gebouwde omgeving te bereiken.
Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.