Begin april hebben klimaatwetenschappers een brief gepubliceerd in Science waarin ze aangeven dat de zorgen van de klimaatstakers gerechtvaardigd zijn, evenals hun roep om snelle maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
Bijna elk land heeft het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 ondertekend en geratificeerd. Waarmee ze zich hebben gecommitteerd aan het beperken van de wereldwijde temperatuurstijging tot 2°C boven pre-industrieel niveau en om zich in te spannen om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C. Wetenschappers hebben vorig jaar ook duidelijk laten zien dat een wereldwijde opwarming met 2°C in plaats van 1,5°C de impact van klimaatverandering fors zou vergroten en het risico vergroot dat sommige effecten onomkeerbaar worden. Doordat veel effecten van klimaatverandering wereldwijd niet gelijk verdeeld is zorgt een 2°C warmere wereld bovendien voor een stijging van de wereldwijde ongelijkheid.
Volgens de briefschrijvers zijn er al veel sociale, technische en natuurlijke oplossingen voorhanden. De jonge actievoerders vragen volgens de wetenschappers terecht dat deze ingezet worden om een duurzame samenleving te bereiken. Dat vergt wel doelgerichte en snelle actie. De tijd ontbreekt om te wachten tot de jongere generatie aan de macht is. Er rust een grote verantwoordelijkheid op politici om de benodigde randvoorwaarden en beleidsvoorstellen tijdig te implementeren.
Het vertragingseffect
Bij het broeikaseffect gaat het niet alleen om de huidige uitstoot, maar vooral om de totale concentratie broeikasgassen in de lucht. Veel broeikasgassen blijven lang in de lucht zitten. Dat betekent dat later of minder reduceren de opgave voor de toekomst vergroot. Het effect daarvan is in onderstaande grafiek te zien.
Wereldwijde emissiereductie paden met 66% kans om meer dan 2°C opwarming te voorkomen op basis van startjaar. De vaste zwarte lijn toont de historische uitstoot, terwijl de gestippelde zwarte lijn gelijkblijvende emissies ten opzichte van 2016 toont. Data en grafiekontwerp door Robbie Andrew van CICERO en the Global Carbon Project. Illustratie: Carbon Brief.
Wereldwijde emissiereductie paden met 66% kans om meer dan 2°C opwarming te voorkomen op basis van startjaar. De vaste zwarte lijn toont de historische uitstoot, terwijl de gestippelde zwarte lijn gelijkblijvende emissies ten opzichte van 2016 toont. Data en grafiekontwerp door Robbie Andrew van CICERO en the Global Carbon Project. Illustratie: Carbon Brief.
Verschil moet er wezen
Carbon Brief heeft vorige week een interactieve tool op haar website beschikbaar gemaakt waarmee je op basis van geboortejaar en land kunt nazoeken hoe groot het CO2 budget is dat iemand ter beschikking heeft. Carbon Brief concludeert op basis van haar analyse dat kleinkinderen 8 keer minder CO2 mogen uitstoten dan hun grootouders om de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen.
Om de wereldwijde temperatuurstijging tot maximaal 1,5°C te beperken mag er nog minder CO2 worden uitgestoten. En moeten de CO2 emissies die Europese en Amerikaanse kinderen veroorzaken snel dalen naar het niveau van Indiase en Chinese kinderen.
Samenvattend
Wanneer rond 1995 een wereldwijde daling van de CO2 emissies was ingezet had de daling veel geleidelijker kunnen lopen. Verder uitstel of vertraging van de verlaging van de CO2 uitstoot zal de opgave voor de toekomst vergroten. Niet alleen zullen toekomstige generaties minder CO2 kunnen uitstoten gedurende hun levensduur, ook zullen ze een snellere afname van de CO2 emissies moeten bewerkstelligen. Het is dus volkomen logisch dat kinderen die op school de basisbeginselen van wetenschap onderwezen krijgen opstaan om te eisen dat de huidige machthebbers in de politiek en het bedrijfsleven hun verantwoordelijkheid nemen en alle beschikbare middelen inzetten om een daling van de wereldwijde CO2 uitstoot te bewerkstelligen.
De Duitse denktank Agora Energiewende heeft onderzoek gedaan naar de Franse protesten van de gele hesjes tegen de CO2 heffing. De Duitse denktank geeft aan dat het protest een diepere oorzaak heeft dan enkel de CO2 heffing. In het onderzoek geeft de denktank aanbevelingen voor toekomstig beleid. Waarbij ook gekeken wordt naar voorbeelden van succesvol beleid, zoals in Zwitserland.
Brand maar los in de commentaren over wat Nederland hiervan kan leren.
Voor wie meer wil weten over hoe klimaatwetenschap en klimaatbeleid beter gecommuniceerd kan worden raad ik aan Klimaatzuster te volgen op twitter.
De afgelopen 10 jaar heb ik met regelmaat projecten gesteund via crowdfunding, kleine investeringen gedaan in Afrikaanse ondernemers en in zonne-energie geïnvesteerd. De afgelopen jaren heb ik daar weinig tijd en aandacht aan besteed op mijn blog. Vandaag weer eens een kleine update van de sites die ik momenteel gebruik om projecten te ondersteunen. En natuurlijk van de behaalde rendementen op mijn investering in Meewind.
Hier opgewekt:
Meewind
Om te beginnen bij Meewind. Dat is de belegging waar ik het minst naar omkijk. De afgelopen jaren is mijn initiële investering in Belwind gesplitst in twee fondsen. Een voor het bestaande parken en een voor nieuwe parken, waaronder het inmiddels operationeel geworden windpark Gemini. De waarde van mijn oorspronkelijke investering is de afgelopen jaren met 53% gestegen, waarvan een deel veroorzaakt wordt door het dividend in nieuwe participaties uit te laten betalen. Daarnaast heb ik afgelopen jaar ruim 10% dividend uitgekeerd gekregen.
Zonnepanelendelen
Ik heb in diverse projecten geïnvesteerd via Zonnepanelendelen. Ook het eerste project van Energiek Schiedam, de lokale energiecoöperatie waar ik in het bestuur zit, is via deze site gefinancierd. In 2018 heb ik 3,8% rendement gehaald op mijn investeringen in deze projecten.
Greencrowd
Ook via Greencrowd heb ik geïnvesteerd in een aantal projecten. Bij Greencrowd heb ik vorig jaar 3% rendement gehaald. Niet heel veel, maar nog altijd meer dan op onze spaarrekening.
Windvogel
Behalve bestuurslid bij Energiek Schiedam ben ik sinds 2011 lid bij de landelijke energiecoöperatie De Windvogel. Ik heb een bedrag aan Windvogel uitgeleend om projecten mogelijk te maken. Hoeveel rendement ik daar precies op maak weet ik niet en vind ik ook niet zo heel belangrijk.
Windcentrale
Hoe onze winddelen presteren beschrijf ik maandelijks als ik mijn energierekening analyseer. Daar ga ik nu verder geen aandacht aan besteden. Dat kom begin mei weer aan de orde als de energiegegevens van april aan de beurt zijn.
Daar opgewekt
MyC4, da’s war einmal
Vanaf 2008 tot ongeveer 2013 of 2014 heb ik via MyC4 in Afrikaanse ondernemers geïnvesteerd. Niet zozeer in duurzame energie projecten, als wel in ondernemers die geld nodig hadden om hun bedrijf uit te breiden. Rond 2015 tekende zich de eerste problemen af met Afrikaanse partners van MyC4 af. Eerst besloot MyC4 zich te concentreren op de Kenyaanse markt. Later werd de site helemaal afgesloten voor nieuwe investeringen. Inmiddels is het bedrijf failliet. Op hun weblog publiceren ze af en toe nog wel updates van de rechtszaak tegen een van hun Kenyaanse partners. Het precieze bedrag dat ik ben kwijt geraakt weet ik niet, maar ik vermoed dat het uiteindelijk ongeveer de helft van mijn investering is geweest.
Sunfunder
In 2013 en 2014 heb ik via Sunfunder voor het eerst in offgrid solar projecten in Afrika geïnvesteerd. Inmiddels heeft Sunfunder de crowdfunding tak gesloten en richten ze zich enkel nog op grote investeerders. Sinds Sunfunder zich enkel nog op grote investeerders richt investeer ik kleine bedragen via andere websites.
Huidige sites voor daar opgewekt
Een daarvan is Trine, op deze website staan met name kleine offgrid zonne-energieprojecten variërend van een zonnelamp tot een kleine zonne-installatie voor een woning. De site richt zich vooral op Afrika en Azië. Via Trine heb ik inmiddels in 7 verschillende projecten geïnvesteerd. De eerste investering is inmiddels volledig terugbetaald. Het aardige van Trine is dat je kunt zien hoeveel mensen je met je investering van elektriciteit hebt voorzien en hoeveel ton CO2 uitstoot je voorkomen hebt. In mijn geval staat de teller momenteel op 12 mensen van stroom voorzien en 0 ton CO2 voorkomen. Niet heel veel, maar alle kleine beetjes helpen.
Een tweede site waarmee ik in offgrid solar investeer is Energise Africa, (voorheen Lend a Hand UK). Ook bij Energise Africa gaat het om kleine zonnestroomsystemen voor individuele huishoudens, of soms een maatje groter voor meerdere huizen. Energise Africa laat net als Trine zien wat de impact van je investering is. In dit geval 15 mensen met stroom in ruim 2 ton CO2 uitstoot voorkomen. De berekening zit net anders in elkaar dan bij Trine, dus helemaal vergelijkbaar zijn de impact scores niet.
Een andere website die ik gebruik is Ecologico. Deze Duitse site richt zich op grotere projecten. Het eerste project dat ik mee heb gefinancierd was een 75 kWp zonnestroominstallatie in Kenya. Het tweede project (dat nog niet volledig gefinancierd is) waarin ik heb geïnvesteerd is een 276 kWp zonnestroominstallatie voor de Central University in Ghana. Ecologico vermeld niet wat de sociale of milieu-impact is van de investeringen die je doet.
Een laatste site waarmee ik zo nu en dan in duurzame energie projecten investeer is het Nederlandse Lend A Hand.
David Attenborough, de bekende presentator van natuurdocumentaire’s op de BBC, heeft een documentaire gemaakt over klimaatverandering. Geen blijmakende film, wel met de degelijkheid van de BBC. Absoluut een aanrader om te kijken.
Nadat onze oudste kind in 2009 was geboren werd het tijd om een ander huis te zoeken. Een 2-kamer appartement op 3 hoog, zonder lift, was niet echt ideaal met kind. De keuze viel als snel op een rijtjeshuis in de regio, waarbij we na heel veel huizen bezichtigen uitkwamen op ons huidige huis in Schiedam. De koop werd in het voorjaar van 2010 gesloten, terwijl we er pas begin november in zouden kunnen. Tijd genoeg dus om na te denken over mogelijke maatregelen om het huis te verduurzamen. Een van de eerste opties die in beeld kwam was een zonneboiler, zeker na het zien van dit filmpje.
Een collega was na het zien van het filmpje zo enthousiast dat hij zelf een vergelijkbaar systeem installeerde. Dat leek hem ideaal met 3 puberende kinderen die veel te lang douchen. Het boilervat dat hij kocht was wat aan de kleine kant ten opzichte van het aantal heatpipes dat hij installeerde, waardoor hij voor het middaguur al een vat met bijna kokend water had staan. Aldus niet getreurd, in de kelder installeerde hij extra boilervaten om het warme water op te slaan. Het aansluiten was wel wat linke soep met dat hete water. Les 1 tot en met 3 waren geleerd: zelf installeren is leuk, maar met mijn 2 linkerhanden niet verstandig. Hoe vuurvast mijn handjes ook zijn. Ten tweede is goed doorvragen over wat er gebeurd als het vat boven een bepaalde temperatuur komt geen overbodige luxe bij de keuze van een zonneboiler. En ten derde moet je niet teveel heatpipes installeren ten opzichte van je boilervat, dan heb je in de zomer namelijk een enorm warmteoverschot.
Het gasloos maken van de woning speelde bij onze keuze voor zonneboiler nauwelijks een rol, geld besparen en gebruik maken van de ‘gratis’ energie van de zon des te meer.
Soorten zonneboilers
Bij zonneboilers heb je grofweg de keuze tussen een drukgevuld systeem, een terugloopsysteem en een compact systeem. Daarnaast moet je kiezen of je de zonneboiler enkel gebruikt voor warm water, of ook voor ondersteuning bij de verwarming. Bij de collectors heb je dan nog de keuze tussen vlakke-plaatcollectoren, vacuümbuiscollectoren, zogenaamde PVT collectoren (warmte en elektriciteit) of modernere collectoren.
Bij een drukgevuld systeem staat de transportvloeistof onder druk. De vloeistof kan overal in het buizenstelsel aanwezig zijn, ook in de collector. Daarom moet de transportvloeistof antivries bevatten. Dat maakt het systeem iets duurder in onderhoud. Bij een terugloopsysteem loopt de transportvloeistof terug in een opslagvat als de zonneboiler niet in werking is, bijvoorbeeld als het vriest. De transportvloeistof hoeft daarom geen antivries te bevatten, waardoor een terugloopsysteem goedkoper in onderhoud is dan een drukgevuld systeem.
Bij een vlakke-plaatcollector lopen buizen onder een vlakke glasplaat waarop het zonlicht valt. Door de buizen loopt transportvloeistof die door door de zon verwarmd wordt. Een vacuümbuiscollector bestaat uit een rij glazen vacuum buizen die naast elkaar op het dak liggen. In deze vacuüm buis zit een metalen buis waar het op te warmen water doorheen loopt. Een variant hierop zijn heatpipes, bij dit type zit er in de vacuümbuis een metalen buis met vloeistof die de zonnewarmte transporteert naar de op te warmen transportvloeistof aan de uiteinden van de vacuümbuizen. Bij PVT collectoren kunnen de buizen met warm water onder de panelen fungeren als warmtebron voor een elektrische warmtepomp. De zonnepanelen zijn dan eigenlijk de buitenunit van de warmtepomp. Een groot voordeel van dit systeem is dat je een warmtepomp hebt zonder grondboring én zonder buitenunit die plaats inneemt en geluid maakt.
Meer informatie over zonneboilers vind je bij Milieucentraal of Eigen Huis, al heeft de Consumentenbond betere uitleg over welke verschillende soorten zonneboilers er bestaan. Bij het kiezen van een installateur is het verstandig om te letten op het zonnekeur installateur. Dit keurmerk garandeert dat een vakbekwame installateur erkend is door de Stichting Erkenning Installatiebedrijven (SEI).
De zoektocht naar een nieuwe HR-ketel en zonneboiler
Bij het zoeken naar een nieuwe HR-ketel met zonneboiler liepen we tegen verschillende zaken aan. Op de eerste plaats was het lastig om een goede informatie en een goede installateur te vinden, met name voor de zonneboiler. Inmiddels kun je daarvoor in veel gemeenten ook terecht bij je lokale energiecoöperatie of het lokale energieloket. In 2010 vond ik het behelpen met informatie die beschikbaar was.
Uiteindelijk hebben we voor de zonneboiler meerdere offertes laten uitbrengen. Sommige installateurs beloofden gouden bergen, zoals 75% besparing op de gasrekening met enkel en alleen een zonneboiler voor warm water. Hoe dat werkt als de gasrekening gemiddeld 80% van de gasrekening op gaat aan verwarming en 20% aan warm water konden ze niet helemaal uitleggen.
Ook bij de keuze tussen systemen en de benodigde omvang van het boilervat werden soms onlogische verhalen opgehangen, wat veel zoekwerk op internet opleverde. Een van de verkopers adviseerde een boilervat van maximaal 100 liter, wat ik aan de kleine kant vond voor een 3-persoonshuishouden waar zowel een douche als een bad gebruikt wordt. Een andere verkoper legde uit dat een vlakke plaat zonneboiler meer warmte oplevert in de zomer, terwijl vacuümbuizen (heatpipes) het beter doen in de herfst en in het voorjaar. Daarom vond hij vlakke plaat verstandiger. Wat ik niet met hem eens was, want in de zomer heb ik de minste behoefte aan warmte. In andere seizoenen is het spannender of een zonneboiler voldoende warmte weet te leveren voor warm water. Dus alles wat het seizoen oprekt is mooi meegenomen. Bovendien had ik dat filmpje van 70 graden in het boilervat in de winter in m’n achterhoofd.
Uiteindelijk hebben we gekozen voor een drukgevuld vacuümbuissysteem met een boilervat van 300 liter. Het resultaat van onze zonneboiler is dat ons gasverbruik tussen april en oktober (buiten het stookseizoen) gemiddeld zo’n 8 m3 per maand bedraagt, terwijl we volgens mijn schatting (gebaseerd op die van Milieucentraal) zo’n 25 m3 per maand aan gas verbruiken voor warm water. Gedurende 7 maanden van het jaar voorziet onze zonneboiler dus in zo’n 75% van ons warme water.
Onze wasmachine en vaatwasmachine sloten we, zonder voorschakelapparaat, aan op het warme water van de zonneboiler (een zogenaamde hotfill). Op die manier sparen we elektriciteit voor het verwarmen van water uit. Het leverde al snel een vierde les op: Doordat de wasmachine rechtstreeks op het warme water was aangesloten en niet met koud water werd nagespoeld bleef de was warm. Als de was niet meteen werd opgehangen na afloop van het programma ging de was daardoor muf ruiken. Staaltje goedkoop is duurkoop, want voor een paar honderd Euro extra hadden we een voorschakelapparaat gehad. Zo’n apparaat zorgt ervoor dat de was wel met koud water wordt nagespoeld.
De vijfde les volgde een paar jaar later: onze wasmachine begaf het. Bij de reparatie bleek alles verstopt te zitten met algen, die zich prima hadden ontwikkeld bij de warme temperaturen in onze wasmachine. Doordat er niet met koud water werd nagespoeld hadden ze een prima biotoop. De nieuwe wasmachine is dan ook niet meer hotfill aangesloten. Zelfs het voorschakelapparaat kreeg ik thuis niet meer door de huisvergadering.
Energieverbruik woning
Na aanschaf schatte het energiebedrijf ons energieverbruik in op 1.800 m3 aardgas en 6.800 kWh elektriciteit, wat een voorschotrekening van ruim 200 Euro per maand opleverde. Reden om sindsdien iedere maand de energiestanden bij te houden. Groot was mijn vreugde toen we in het eerste jaar dat we er woonden met nieuwe HR ketel en zonneboiler op slechts 680 m3 aardgas en 2.900 kWh elektriciteitsverbruik uitkwamen. Waarmee ons voorschot terug ging naar 120 Euro. Wat ook terug te zien is in de ontwikkeling van onze totale energierekening. De schatting voor het eerste jaar was Euro 2.400, maar uiteindelijk eindigde we rond de Euro 1.300. In 2012 en 2013 zat dat hoger. Waarom we sinds 2014 geen leveringskosten voor elektriciteit meer betalen is een onderwerp voor een andere keer.
Ontwikkeling energieverbruik per jaar
De verlaging in ons energieverbruik komt ook door gedragsverandering ten opzichte van de vorige bewoners, maar onze nieuwe HR-ketel en de zonneboiler hebben wel degelijk een rol gespeeld. De eerste maanden was het op zolder, waar de cv-ketel hangt, warmer dan in de woonkamer. Dat is pas verandert toen we de nieuwe hr-ketel ingebruik namen. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat we op zolder een radiator hebben geplaatst om de zolder als werkkamer te kunnen gebruiken. Er zat daar geen radiator, terwijl het bij de vorige bewoners een kinderkamer was. De oude ketel verwarmde dus simpelweg het verkeerde deel van het huis.
Kosten zonneboiler
Wij hebben in 2011 Euro 5.600 betaald voor onze zonneboiler. De aanschaf gaf ons ook recht op Euro 1.100 subsidie. Vlak nadat we de opdracht hadden gegeven bleek dat het Ministerie van Economische Zaken deze met terugwerkende kracht afschafte. Onze installateur heeft hier namens ons en andere klanten succesvol bezwaar tegen aangetekend. Het heeft wel ruim een jaar geduurd voordat het ministerie tot uitbetaling van de subsidie over ging. Waarbij we meermalen nieuwe machtigingsformulieren hebben moeten invullen omdat er een punt of komma verkeerd stond.
Bij de keuze voor een zonneboiler heeft voor ons de terugverdientijd niet de grootste rol gespeeld. De kosten van zonneboilers zijn inmiddels gedaald en er is wederom subsidie op mogelijk via de ISDE regeling. Op verschillende websites vind je zonneboilers vanaf Euro 1.600 na aftrek van de ISDE subsidie. De terugverdientijd ligt zo rond de 8 à 10 jaar, afhankelijk van je eigen energieverbruik.
De aanschaf van de hr-ketel tel ik niet mee bij de kosten om van aardgas af te gaan. De vervanging van de vr-ketel door een hr-ketel was namelijk een reguliere vervanging: ketel stuk, moderne ketel er in. De kosten van deze eerste grote maatregel om van gas af te gaan voor onze label C woning bedragen daarmee Euro 4.500. Naast een kleine honderd Euro aan tochtstrips en isolatiemateriaal voor o.a. de verwarmingsbuizen brengt dat de rekening op Euro 4.600.
Milieudefensie kondigde vorig jaar een klimaatzaak tegen Shell aan en stelde de volgende eisen aan Shell om dagvaarding te voorkomen:
Shell brengt zijn beleid en investeringen in lijn met de klimaatdoelen van Parijs;
Shell bouwt zijn olie- en gasproductie af en brengt zijn uitstoot terug naar nul in 2050;
Shell maakt afspraken met Milieudefensie over de invulling, tussendoelen en openbare verantwoording.
Shell kreeg 8 weken om tegemoet te komen aan de eisen van Milieudefensie, maar deed dat niet. Daarom overhandigt Milieudefensie vorige week de dagvaarding met als inzet dat Shell zijn plannen en strategie aanpast zodat die in lijn komen met het klimaatakkoord van Parijs uit 2015. Er wordt geen schadevergoeding geëist.
Reactie Shell
Shell stelt de klimaatafspraken te ondersteunen. Tegelijkertijd heeft het bedrijf sinds 2015 ook forse bedragen uitgegeven om klimaatbeleid te vertragen of voorkomen. Shell kondigde recent wel aan zijn lidmaatschap van de invloedrijke Amerikaanse lobbyclub AFPM heeft opgezegd. De AFPM is het niet eens met de klimaatdoelen die afgesproken zijn in Parijs, die Shell wel zegt te omarmen. Daarnaast heeft de AFPM zich de afgelopen jaren ingezet om de uitstootregels voor nieuwe auto’s in de Verenigde Staten te verruimen. Shell zegt die ruimere uitstootregels niet te steunen, maar zat nog wel in het bestuur van de American Fuel & Petrochemical Manufacturers (AFPM) die volgens Influence Map waarschijnlijk een belangrijke rol speelde bij de verruiming van de uitstootregels. Bij het aanpassen van de eisen aan methaanemissies in de VS is een zelfde beeld zichtbaar. Voor de schermen stelt Shell daar tegen te zijn, terwijl het bedrijf in 2017 en 2018 samen met het American Petroleum Institute (API) diverse ontmoetingen heeft gehad met de Amerikaanse overheid om de regels voor methaanemissies, die Obama heeft ingevoerd, te verzwakken.
Mars vanaf Malieveld
Sinds Milieudefensie de klimaatzaak tegen Shell aankondigde hebben onder meer Greenpeace Nederland, Jongeren Milieu Actief en de Waddenvereniging zich bij het initiatief aangesloten, evenals ruim 17.300 Nederlanders. Vorige week trokken de actievoerders in een mars van het Malieveld naar het Shell-gebouw in de wijk Benoordenhout. Een deurwaarder heeft de dagvaarding, een ruim 200 pagina’s tellend document, en meerdere dozen met bewijsmateriaal officieel overhandigen.
Disclaimer: net als bij de klimaatzaak van Urgenda ben ik mede-eiser in de klimaatzaak tegen Shell.
In Schiedam is ophef ontstaan in de raad over de plannen van staalharderij Dominial om meer aardgas te gaan gebruiken. Aan de ene kant worden plannen ontwikkeld worden om de eerste wijken van aardgas te gaan halen en op het warmtenet van Eneco aan te sluiten. Aan de andere kant heeft de gemeente het bedrijf Dominial een vergunning verleend om het gasverbruik met een factor 2 tot 3 te verhogen. Dat staat haaks op de ambities van de gemeente om het aardgasverbruik te verminderen.
Volgens de brief van het college (in bezit van Sargasso) leveren de uitbreidingsplannen van Dominial een extra aardgasverbruik van 660.000 m3 op (equivalent aan het aardgasverbruik van circa 440 huishoudens). Het is volgens het college van Schiedam nauwelijks uit te leggen:
dat wij aan bedrijven een vergunning met extra gasstook moeten verlenen en tegelijkertijd proberen bewoners mee te krijgen om een eerste woonwijk van het gas af te halen (en daar nu al veel geld voor uitgeven).
Het college van Schiedam wil de komende maanden Euro 305.000 namelijk uittrekken om de haalbaarheid van een warmtenet in de wijk Groenoord nader te onderzoeken. Een voorstel dat zorgt voor verdeeldheid in de raad, omdat er nog geen concreet plan op tafel ligt.
In haar brief schrijft het college ook dat de omgevingswet meer ruimte biedt voor lokale afwegingen, maar dat deze niet geschikt is om klimaatdoelen bij bedrijven te bereiken. Ten eerste omdat de gemeente maar voor een beperkt deel van de bedrijven het bevoegd gezag is, veel grotere bedrijven vallen onder het bevoegd gezag van de provincie. Het aanscherpen van lokale regels zou er dan voor zorgen dat juist kleinere bedrijven scherpere regels krijgen, terwijl grotere bedrijven niet onder deze regels vallen.
Op de tweede plaats kan lokaal beleid, dat verder gaat dan rijksbeleid, er volgens de gemeente voor zorgen dat bedrijven naar andere gemeenten vertrekken. Het befaamde waterbedeffect dat we ook op nationaal niveau kennen en dat pas ophoudt bij een intergalactisch klimaatbeleid.
Het college van Schiedam schrijft ook:
De ongeclausuleerde uitbreiding van gasstook bij bedrijven conflicteert met het kunnen overtuigen van bewoners om hun bestaande gasstook terug te dringen. Bovendien wordt onze klimaatopgave groter door toename van het gasverbruik van het bedrijfsleven.
In de brief constateert het college van Schiedam dat het ontwerp klimaatakkoord nog geen zicht geeft op een afbouwschema voor gas of op mogelijkheden om meer te kunnen regelen dan nu volgens wet- en regelgeving mogelijk is. In de brief vraagt het college de minister welke oplossingen hij voor ogen heeft voor de genoemde dilemma’s.
Dominial levert de restwarmte van haar productieproces overigens wel aan bedrijven in de buurt. Dat gebeurt niet via een warmtenet maar met behulp van een warmtewisselaar. Hierdoor krijgt Dominial koelwater voor haar productieproces en krijgen de buren warmte voor hun kantoren en bedrijfsruimtes.
In een reactie aan Sargasso stelt Evert Hassink van Milieudefensie:Niet alleen voor Schiedammers, ook voor Groningers is het onbegrijpelijk dat er nog een fabriek ter grote van een dorp op Gronings gas wordt aangesloten. Is dit de energietransitie?
Conclusie
Naar mijn mening vergt het maar een paar van dit soort vergunningen erbij en naar je draagvlak bij bewoners voor de overstap van aardgas op een andere warmtebron kun je als gemeente wel fluiten. Momenteel ligt er een wetsvoorstel ter consultatie voor over een verbod op laagcalorisch (Gronings) gas voor grootverbruikers, in dit wetsvoorstel is niks geregeld voor uitbreidingsvergunningen of nieuwe vergunningen voor bedrijven die niet tot de grootverbruikers behoren. Regeren is vooruitzien, dat het ministerie van EZK vergunningsaanvragen voor het gebruik van extra laagcalorisch aardgas niet heeft meegenomen vind ik dan ook teleurstellend. De kleinste stap die genomen kan worden is dat bedrijven verplicht worden om groen gas in te kopen als ze hun gasverbruik willen opschroeven.
Nu is ontgassen verboden door de provincie maar de schepen ontgassen door. De Lek is rijkswater en het rijk handhaaft niet omdat eerst een internationaal verdrag moet geratificeerd – zo zit het ongeveer.
Maanden, jarenlang melden bij DCMR zorgde er voor de bewoners enkel voor dat ze werden verwezen van het kastje naar de muur. Ook contact met het ministerie leidde niet tot een oplossing voor de overlast. Een voor mij bekende situatie, want voordat ik mijn eerste publicatie over varend ontgassen op Sargasso plaatste was ik al zeker twee jaar bezig met autoriteiten aanspreken op hun verantwoordelijkheden. Wat niet lukte, want de verantwoordelijkheid in dit dossier is vakkundig weggewerkt.
Of zoals Heijmans concludeert:
Dit land is in staat iedereen te bekeuren die een kilometer per uur te hard rijdt, die een dag te vroeg met zijn kinderen op vakantie gaat, die een ondermaatse vis vangt, zwemt bij een brug, wandelt buiten de paden, Utrecht binnengaat met een oude diesel – en wie niet tijdig zijn boetes betaalt krijgt daar weer boetes voor.
Maar tankers die chemische wolken uitblazen: ingewikkeld.
Ondertussen stemt de Rotterdamse gemeenteraad vanavond over het VVD plan om een pilot te starten met handhaving van het provinciaal ontgasverbod uit 2015.
Geweldig zeer brede steun voor ons initiatief voorstel varend #ontgassen goed geregeld, tijdens cie EDEM. Komende donderdag al in de Gemeenteraad!! Daarna is de @MinIenW aan zet! De kans om in #Rotterdam de pilot te starten met handhaving en goede faciliteiten.#Trots#havenpic.twitter.com/GAKFY5Zj5S
— Dieke van Groningen (@diekevgroningen) April 4, 2019
Begin maart heeft Sargasso daarover onderstaande vragen gesteld aan de VVD-fractie van Rotterdam:
Waarom schroeft de VVD de ambities voor de regiodeal terug van de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant naar enkel de regio Groot-Rotterdam?
Waarom noemt de VVD de regiodeal uit 2014 niet, terwijl gedeputeerde Baljeu als havenwethouder betrokken was bij de totstandkoming van deze regiodeal?
Heeft de VVD fractie navraag gedaan bij de gemeente of provincie naar de resultaten van de regiodeal uit 2014?
NAM is begonnen met het voorbereiden van de sloop van de gaswinningslocaties van de vijf zogenoemde Loppersumclusters. Als eerste is de gaswinningslocatie in Ten Post aan de beurt. De NAM-installatie is één van de vijf zogenoemde Loppersumclusters. Na Ten Post volgt de sloop van de andere vier locaties. De vijf installaties liggen al sinds februari 2018 stil. Als gevolg van het besluit van minister Eric Wiebes (VVD) van Economische Zaken om op termijn volledig te stoppen met de gaswinning in Groningen mogen ze ook niet meer gebruikt gaan worden voor gaswinning.
De NAM begint nu met het opruimen en slopen van de installaties. Bij de winningslocatie Ten Post is de NAM vorige maand begonnen met voorbereidende werkzaamheden, zoals het schoonmaken van de installatie. De verwachting is dat de voorbereidende werkzaamheden zo’n vier maanden in beslag nemen en dat de sloop daarna in een aantal weken plaats zal vinden.
Na het afsluiten van de boorput zal de put nog jaren gemonitord moeten worden op lekkages. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) constateerde eerder dit jaar dat te veel Nederlandse putten gebreken vertonen. Bij 1% van de gasputten is volgens SodM een zeer kleine lekkage naar de omgeving geconstateerd. Het ging hier om maximaal 115 liter per dag, dit is grofweg een kwart van wat één koe dagelijks aan methaan uitstoot. Een deel van deze gasputten is ondertussen geabandonneerd. Alle ondernemingen in de gassector hebben volgens SodM hun veiligheidsbeheerssysteem op orde waardoor ze snel en gericht kunnen reageren op incidenten.
Onderzoek van De Correspondent uit 2018 toont een ander beeld van de situatie in de olie- en gassector. Oude gas- en olieputten worden namelijk afgesloten met cement. Enig probleem: dat werkt niet. Cement kan krimpen, breken en degraderen. En als de metalen cilinders van de winningsput in de grond blijven zitten, wat meestal zo is, kan gas langs het cement gewoon omhoog blijven kruipen. Alleen is er dan meestal niemand om dat op te merken – buiten gebruik gestelde putten worden volgens De Correspondent vrijwel nooit gemonitord.
De Europese Unie heeft een voorstel aangenomen om het gebruik van hernieuwbare energie voor verwarming en koeling vanaf 2021 jaarlijks met 1,3% te vergroten. Daarmee wordt eindelijk de draai gemaakt van hernieuwbare elektriciteit naar warmte en koeling. Niet onbelangrijk aangezien verwarming en koeling goed zijn voor een groot deel van de energievraag in de EU en slechts 18% van de warmte en koude duurzaam is. In Nederland bestond 19% van de totale energievraag in 2017 uit warmte. Waarvan slechts 10% hernieuwbare warmte was, vooral uit biomassa.
Het Europese voorstel laat zien dat Nederland misschien een van de weinige lidstaten is die al bezig is met de omslag van aardgas naar andere bronnen voor verwarming van de gebouwde omgeving, maar dat er wel degelijk gewerkt wordt aan een Europees plan om de omslag naar gas te voorkomen. Of als dat niet lukt er een tijdelijke fase van te maken. Landen als Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Belgiëwerken ook al aan de overstap naar andere warmtebronnen. En ook in de VS zijn plannen om aardgas als warmtebron te vervangen.
Een verplichting om het aandeel duurzame warmte en koude vanaf 2021 te verhogen biedt kansen voor de Europese industrie. Zeker voor bedrijven die zich bezig houden met zonnewarmte oplossingen (zonneboilers, heatpipes etc). Zonnewarmte maakt nu nog maar een klein deel van de totale warmtevoorziening uit. Europa exporteert zijn kennis en producten nu vooral naar Zuid-Amerika en China. Terwijl zonnewarmte in zuidelijke lidstaten, zoals Griekenland, volledig in de warmwatervoorziening voor een huishouden kan voorzien. Ook in Denemarken en Oostenrijk zijn grote zonnewarmte systemen te vinden. Grote zonnewarmte systemen kunnen ook een rol spelen bij het leveren van warmte aan een warmtenet, zoals bijvoorbeeld bij Nagele in balans, een van de 27 proeftuinen voor aardgasvrije wijken, de bedoeling is.