Uit de Voorjaarsnota blijkt dat Minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) de kosten van de gasproblemen in Groningen wil financieren met geld dat bedoeld is voor duurzame energie. De komende zes jaren wil de minister 398 miljoen euro uit de zogeheten ‘begrotingsreserves duurzame energie’ gebruiken voor onder meer extra bodemonderzoek, de versterking van Staatstoezicht op de Mijnen en de Overheiddienst Groningen. De deze maand onder leiding van Hans Alders gestarte dienst ten behoeve van de versterking van huizen en gebouwen in het gaswinningsgebied.
Het geld is afkomstig van de Opslag duurzame energie die burgers en bedrijven jaarlijks bovenop hun energierekening betalen. Geld dat niet wordt besteed aan duurzame investeringen wordt gereserveerd voor projecten in de toekomst. Er zit inmiddels bijna 600 miljoen euro in de reservepot.
De reserve wordt vanaf 2021 weer aangevuld, dus volgens een woordvoerder van Kamp is er van leeghalen geen sprake:
“Het gaat om tijdelijke financiering van andere zaken, waaronder de maatregelen in Groningen. De duurzaamheidsagenda van het kabinet zal er niet door worden geraakt.”
Verschillende Kamerleden hebben inmiddels vragen gesteld.
Al toen ik begin dit jaar mijn nieuwe voorschotbedrag kreeg voorgeschoteld van Greenchoice werd ik nieuwsgierig hoe ze dat berekenen. De eerste maanden van het jaar liep het allemaal netjes in de pas, aangezien onze zonnepanelen niet zoveel doen in de winter. Begin juni werd ik echter wel erg nieuwsgierig toen ik in mijn persoonlijk dossier Greenchoice’s inschatting van mijn verbruik voor de rest van het jaar zag. Zoals je in onderstaande afbeelding kunt zien is mijn elektriciteitsverbruik van juni t/m december op ongeveer 200 kWh per maand ingeschat. Terwijl ik in mei toch echt terug heb geleverd (groene balkje) en mijn gemiddelde verbruik over de jaren 2011 t/m 2014 voor juni 46 kWh is (2 jaar met en 2 jaar zonder zonnepanelen).
Schatting elektriciteitsverbruik door GreenChoice op 1 juni 2015
Reden om eens een maandje wat vaker m’n meterstanden in te vullen bij Greenchoice. Wat het aantal vragen vergroot, maar daar komen we zo op. Eerst eens kijken naar de jaarschatting: 2.062 kWh. Het kan natuurlijk zijn dat daar de Winddelen nog niet inzitten, dat weet ik niet. Dan nog is het erg hoog.
Schatting Greenchoice van elektriciteits- en gasverbruik in 2015 per 13 juni 2015.
In bovenstaande figuur is te zien dat ons geschatte elektriciteitsverbruik op 13 juni gedaald is naar minder dan 100 kWh voor de hele maand juni. Nog steeds 2 keer zo hoog als het gemiddelde van de afgelopen 4 jaar. Het jaarverbruik dat Greenchoice inschat is met ruim 100 kWh afgenomen.
Ons gasverbruik (dat ik voor de gein ook maar mee heb genomen) wordt ingeschat op rond de 10 m3 voor juni en 753 voor het hele jaar. Met een gemiddelde voor de 2011 t/m 2014 van 806 m3 zit Greenchoice redelijk in de buurt van mijn verwachting.
Schatting Greenchoice van gas- en elektriciteitsverbruik op 21 juni 2015
In de derde afbeelding is te zien dat de schatting van Greenchoice voor ons elektriciteitsverbruik wederom fors is gedaald. Op jaarbasis naar 1894 kWh, op maandbasis rond de 50 kWh, dicht bij het gemiddelde van de periode 2011 t/m 2014. Voor de komende zomermaanden wordt geen enkele aanpassing gemaakt door het systeem van Greenchoice.
De inschatting van het gasverbruik blijft constant, slechts 1 m3 minder op jaarbasis. Greenchoice lijkt dus redelijk goed met onze zonneboiler om te kunnen gaan.
Hoogte voorschotbedrag
Uiteindelijk is verbruik natuurlijk maar een kant van het verhaal. Veel interessanter is om te weten of ik niet te veel of te weinig voorschot betaal. Als ik te weinig betaal moet ik aan het eind bijbetalen, als ik te veel betaal gebruik ik Greenchoice een jaar lang als bank zonder er rente op te ontvangen (al krijg je dat ook bij de bank nauwelijks).
Schatting termijnbedragen door Greenchoice 13 juni 2015
Hierboven de inschatting van Greenchoice van de termijnbedragen. Ik begon het jaar op 100 Euro, inmiddels heb ik dat teruggeschroefd naar 75 Euro. Opvallend is dat de hoeveelheden die Greenchoice in dit overzicht vermeld volledig afwijken van de hoeveelheden in het eerdere overzicht op dezelfde datum. Het verschil kan hem niet in de winddelen zitten, want 1.954 minus 1.485 is geen 1.500. En bij gas is het ook bijna 100 m3 minder (753 versus 652 m3 aardgas).
Schatting termijnbedrag door Greenchoice op 21 juni 2015
Ook op 21 juni weken de hoeveelheden gas- en elektriciteitsverbruik af van het eerdere overzicht. Het elektriciteitsverbruik is gedaald tot iets minder dan 1.400 kWh tegen 1.894 kWh in het eerdere overzicht. Wederom een verschil dat niet te verklaren valt door de winddelen.
In de brief over belastingmaatregelen die vorige week aan de Tweede Kamer werd gestuurd wordt duidelijk hoe Rutte zijn ‘€ 1.000 erbij voor werkend Nederland’ wil betalen:
Een daling van de lasten met € 5 mld leidt tot een daling van inkomstenbelasting van gemiddeld circa €800 per werkend huishouden. Om tot een wezenlijke groei van werkgelegenheid te komen wordt de lastenverlichting vooral gericht op werkenden. In dat kader zijn de volgende maatregelen uitgewerkt: (…) Medefinanciering van deze maatregelen door een volledige afbouw van de algemene heffingskorting (ca. -€ 2,10 mld).
Belastingconsulent Guido van Vulpen schrijft op Facebook dat hij hoopt dat dit een foutje in de brief is, anders gaan niet werkenden er tot € 2.200 per jaar op achteruit. Het afbouwen van de algemene heffingskorting staat ook haaks op ontwikkelingen als negatieve inkomstenbelasting en basisinkomen.
Staatssecretaris Wiebes schijnt gezegd te hebben dat het een volledige afbouw voor inkomens boven de 30.000 euro zou zijn. Zo staat het niet in de brief, maar het klinkt wel aannemelijk in het kader van de andere uitspraak
Begin deze maand kondigde de Franse overheid plannen aan voor een kapitaalinjectie voor Areva, het bedrijf dat kerncentrales bouwt. Volgens Craig Morris is het een wanhopige poging om het onvermijdelijke af te wenden: faillissement.
De Franse kernsector is sinds het praktisch vergeten (en mislukte) Messmer Plan uit het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw altijd een topprioriteit geweest voor overheidsfunctionarissen. De financiële vooruitzichten voor Areva zijn slecht, met een matig gevuld orderboek en enorme kostenoverschrijdingen bij de in aanbouw zijnde EPR (European Pressurized Reactor) centrale in Flamanville.
Als gevolg hiervan is de Franse overheid officieel een ‘reorganisatie van de Franse nucleaire industrie’ aan het bestuderen (persbericht in ‘t Frans) via een strategische samenwerking tussen Areva en EDF, de voormalige Franse elektriciteitsmonopolist. Dit zou de orderboeken niet voller maken door de internationale vraag naar kerncentrales te vergroten. In plaats daarvan zou het de verliezen spreiden over het nieuwe gefuseerde bedrijf – en eventueel (gedeeltelijk) overdragen aan de belastingbetaler. De overeenkomst zou in ieder geval een eind maken aan het conflict over de vraag of EDF of Areva de kostenoverschrijdingen bij de in aanbouw zijnde EPR centrale in Flamanville moet betalen.
Een rapport van AFP geeft wat cijfers bij de situatie. EDF heeft een bedrag geboden van 2 miljard Euro voor een meerderheidsbelang in Areva. Een beurshandelaar die geciteerd wordt in het artikel stelt dat het gefuseerde bedrijf uiteindelijk 7 miljard Euro nodig heeft. Raffale Piria, expert energiebeleid bij Adelphi en co-auteur van de World Nuclear Industry Status Report 2014, schat dat het reddingsplan uiteindelijk meer dan 10 miljard Euro kan kosten. Het reactorvat in Flamanville wordt momenteel onderzocht en moet mogelijk geheel opnieuw geconstrueerd worden, wat honderden miljoenen Euros kost. Hij legt uit dat de hoogte van deze kostenoverschrijdingen momenteel onduidelijk zijn, maar niet zijn inbegrepen in de huidige schattingen die de media halen.
De vraag is hoe lang zulke subsidies politiek acceptabel blijven voor het Franse publiek
stelt Piria, en of ze in overeenstemming zijn met de Europese staatssteunregels. De keuze van de Franse politiek om nationale kampioenen te steunen laat het land mogelijk weinig keuzes. Recent ontkende voormalig president Nicholas Sarkozy berichten van het voormalig hoofd van Areva dat Frankrijk van plan was om een kerncentrale aan de Libische dictator Gadhafi te verkopen. En nog maar enkele weken geleden maakte Finland bekend af te zien van de koop van een mogelijke tweede EPR centrale van Areva, terwijl de eerste aanzienlijke kostenoverschrijdingen en vertragingen kent.
Een recent artikel in The Ecologist geeft een goed overzicht van de ondergang van de European Pressurized Reactor, waarop het lot van Areva zwaar leunt. En waarop het lot van de Franse economie ook in toenemende mate leunt.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.
Vorige week weer een mooi bericht in de mailbox afkomstig van Heatsavr, een koploper die ik in het verleden een aantal keer heb proberen in te zetten in projecten. Dat is helaas niet gelukt, maar gelukkig heeft de betreffende ondernemer wel met succes doorgezet:
Al ruim 45 jaar staan natuur en milieu hoog in het vaandel bij Center Parcs. Zo heeft Center Parcs zich de doelstelling opgelegd om het energieverbruik van de parken met 20% te verlagen. Onder het mom van deze doelstelling is Center Parcs bij hun park de Kempervennen in 2014 aan de slag gegaan met het testen van Heatsavr de vloeibare zwembadafdekking. Resultaat, een rendement van ruim 70%!
Zwembaden zijn flinke energieverslinders en dus met het oog op duurzaamheid voor veel vakantieparken een lastig item. Om energie te besparen bij een zwembad is het raadzaam om het af te dekken. Dit is vaak een lastige en/of prijzige opgave, des te meer voor Center Parcs waar alle zwembaden een exotische vorm hebben. Dit is juist waar een vloeibare zwembadafdekking goed tot zijn recht komt. Volgens de producent vormt het product een monomoleculair laagje op het zwembadoppervlak waarmee de verdamping van water geremd wordt en daarmee ook het warmteverlies. Als innovatieve koploper besloot Center Parcs het Canadese product Heatsavr eens grondig te testen.
Voor de pilot werd er gekozen voor het Koraalbad. Dit relatief kleine bad met weinig variabelen bleek het meest geschikt om betrouwbare metingen uit te voeren. Om het effect van de vloeibare zwembadafdekking goed te kunnen monitoren werden er warmtesensoren en een flowmeter direct bij de bron van de warmte afgifte geplaatst, de warmtewissellaar. Op deze manier was de energie specialist van Center Parcs in staat om zeer exact het warmteverbruik van het zwembad te monitoren en daarmee het effect van de vloeibare afdekking waar te nemen. Vanaf medio 2014 werd er telkens drie weken wel en drie weken niet gedoseerd. Vervolgens is het effect -met in achtneming van weersvariabelen- gecalculeerd. Resultaat een rendement van 70% tot 100%, voor elke euro vloeibare afdekking verbruikt werd er €1,70 tot €2,00 bespaart.
De internet-sector is een van de snelst groeiende bedrijfstakken van Nederland. Tegelijkertijd is het een elektriciteit verslindende bedrijfstak. Reden om me afgelopen jaar te verdiepen in de vraag of bedrijven bij de keuze van hun datacenters en webhosting letten op het gebruik van duurzame energie. Met als startpunten banken, een sector die in toenemende mate via online gaat en die daarnaast van oudsher veel gebruik maakt van datacenters.
Gehanteerde aanpak
Bij mijn onderzoek heb ik gebruik gemaakt van onderzoek van HIVOS, van informatie op van CDP (Carbon Disclosure Project) en van de Green Web App, een gratis plugin voor de webbrowser van The Green Web Foundation die laat zien of een website ‘groen’ gehost wordt. Waarbij groen gehost wil zeggen dat de webhost gebruik maakt van duurzame energie voor z’n energievoorziening en hier bij voorkeur ook over communiceert op de website. Daarbij maakt The Green Web Foundation momenteel geen onderscheid naar soort groene stroom.
Wanneer een webhost gebruik maakt van grijze stroom is met de website tcp utils nagegaan om welke webhost het gaat, zodat op de website nagekeken kon worden of het resultaat van de Green Web App overeenstemt met wat een bedrijf zelf op z’n website publiceert. Als ook dat geen uitsluitsel gaf is een reactie gevraagd aan de betreffende bank.
Duurzame koplopers
Twee voorlopers op het gebied van bankieren zonder bankkantoren zijn de ASN-bank en Triodos-bank. Beide hebben geen netwerk van kantoren, maar werken van oudsher via post en met de opkomst van internetbankieren uiteraard via internet. Beide banken zijn in de publieke opinie ook voorlopers als het gaat om duurzaamheid en bij de Eerlijke Bankwijzer scoren beide banken goed. Ook zijn beide banken partner van De Groene Zaak, die zich ten doel stellen gezamenlijk de transitie naar een duurzame economie en samenleving in de hoogst mogelijke versnelling te realiseren.
ASN-bank
Als eerste heb ik vorig jaar uitgezocht hoe de ASN-bank haar webhosting en datacenter geregeld heeft. Volgens The Green Web Foundation werd de ASN-bank grijs gehost door SNS Reaal, wat ook zichtbaar is met de site tcp utils. Navraag bij de ASN-bank leverde als antwoord op dat SNS Reaal inderdaad de webhosting en datacenter verzorgde voor de ASN. Naspeuring in het jaarverslag van SNS Reaal (pdf) leverde op dat 90% van de verbruikte elektriciteit in 2013 groen was. Na publicatie van deze uitkomsten op mijn eigen weblog (grijs gehost bij krispijnbeek.nl/ 🙁 ) heeft The Green Web Foundation haar oordeel over de hosting van ASN en SNS aangepast van grijs naar groen. Voor de Wereld van Morgen, de community website van de ASN-bank is dit jaar overgestapt op Leaseweb voor de hosting. Volgens de gegevens van The Green Web Foundation maakt Leaseweb wel gebruik van duurzame energie.
Triodos bank
De Triodos bank stond aanvankelijk op groen in de Green Web App. Naspeuren op de website van de drie ict-bedrijven waar ze zaken mee doen (Sentia, Colt en Good.com) levert weinig informatie over gebruik van duurzame energie op. Reden om The Green Web Foundation uitleg te vragen, aangezien transparantie over het gebruik van groene stroom een van de eisen is om als groen aangemerkt te worden door The Green Web Foundation. Ondanks verschillende verzoeken van The Green Web Foundation hebben Sentia, Colt en Good.com geen informatie over groene stroom verbruik verstrekt.
Sentia
De website van Sentia levert geen enkele verwijzing op over groene stroom, duurzaamheid of maatschappelijk verantwoord ondernemen. Reden om de navraag bij Triodos bank daar te beginnen. Volgens Maarten Thijs, woordvoerder van Triodos bank, maakt Sentia:
gebruik van groene stroom. Triodos Bank betrekt duurzaamheidsaspecten in de gespreken met al onze leveranciers – en wij vragen hun waar mogelijk hun diensten verder te verduurzamen.
Tot op heden heeft Sentia niet gereageerd op vragen van mij of The Green Web Foundation over hun stroomverbruik. In het onderzoek van HIVOS komen ze niet voor. Ik ben Sentia niet tegengekomen in de rapportages van CDP en ook van de Triodos bank heb ik geen nadere onderbouwing van de claim over groene stroomverbruik ontvangen.
Colt
Ook Colt heb ik vragen gesteld over hun elektriciteitsverbruik. Het is hun Nederlandse public affairs bureau tot nu toe niet gelukt de gevraagde informatie over duurzaam elektriciteitsverbruik boven tafel te krijgen. Op de website van CDP is wel informatie te vinden over het gebruik van groene stroom in 2012, de informatie is echter onduidelijk over de hoeveelheid groene stroom en over het type garanties van oorsprong dat gebruikt is. Op haar website stelt Colt over haar CO2-emissie:
we know our data centre estate represents the highest proportion (over 60%) of our own carbon emissions from purchased electricity.
Wat het onwaarschijnlijk maakt dat nog gebruik gemaakt wordt van groene stroom. Want dan zou met een veel lagere CO2 emissie voor elektriciteitsverbruik gewerkt mogen worden.
na bestudering van de duurzaamheidspagina van Colt komt The Green Web Foundation tot de conclusie dat er geen indicatie is van het gebruik van groene stroom. Daarbij is de gemelde PUE van 1,83 gigantisch hoog, een beetje modern datacenter zit in de range van 1,3 – 1,5 en een echt nieuw datacenter vaak onder de 1,2.
Good
Good is zo transparant dat op de website niets over duurzaamheid, maatschappelijk verantwoord ondernemen of groene stroom gebruik is te vinden. Ook is er geen mogelijkheid te ontdekken om via een contactformulier of via email persvragen in te dienen. De contactformulieren op de site leiden rechtstreeks naar de sales afdeling en onder press staan enkel persberichten.
Conclusie
De banken die zich als koplopers beschouwen m.b.t. duurzaamheid en transparantie kunnen voor hun leveranciers van hosting- en datacenterdiensten nog groeien en wat leren van ABN AMRO dat eerder dit jaar aankondigde volledig over te schakelen op Nederlandse windenergie. Daarbij lijkt ASN het energieverbruik van haar datacenters beter op orde te hebben dan Triodos, dat komt vooral doordat het duurzame elektriciteitsverbruik van de ASN terug te vinden is in het jaarverslag van SNS Reaal. SNS vermeldt geen herkomst van de groene stroom in het jaarverslag, daarin gaat ABN Amro met de openlijke keuze voor Nederlandse groene stroom dan weer een stapje verder.
Disclaimer: ik bankier bij zowel de ASN-bank als de Triodos bank, en ben sinds begin dit jaar als vrijwilliger betrokken bij The Green Web Foundation.
Het lastige aan het werken met rapport is dat het geen individuele gegevens bevat per woning, maar enkel voor een groep huizen gemiddeld. Het elektriciteitsverbruik voor warm water en verwarming bedroeg 1240 kWh in het jaar waar ik gegevens voor heb. Als ik 20% reken voor warm water (zoals ik zelf ook doe bij mijn gasverbruik) blijft 992 kWh over. Een standaard ‘rijwoning’ heeft volgens de leverancier een elektriciteitsverbruik van 500-600 kWh voor warm tapwater, dat blijkt ook uit de praktijkcijfers die ik heb mogen inzien. Het elektriciteitsverbruik voor verwarming komt dan uit op 640 kWh. Gecorrigeerd voor graaddagen is dat 622 kWh in 2014.
Kanttekeningen vooraf
Het vergelijken van het energieverbruik van verschillende woningen kent veel haken en ogen. Het energieverbruik hangt niet alleen samen met gebouwschil en techniek, maar ook met gezinssamenstelling en gedrag. Onderstaande berekeningen geven dan ook niet meer dan een grove eerste indruk. Voor een goede vergelijking is een grotere groep van vergelijkbare woningen nodig. Bij voorkeur ook met vergelijkbare gezinssituaties en leefgewoonten.
Het energieverbruik is gecorrigeerd voor het verschil in isolatiewaarde van de woningen. Dit heb ik gedaan op basis van een publicatie uit januari in TVVL magazine, waarbij gekeken werd naar werkelijk energieverbruik per energielabel en werkelijk energieverbruik per EPC waarde.
Kenmerken woning
De woning zijn veel beter geïsoleerd dan mijn eigen woning met een Rc-waarde van de muren van 5 (onze muren zijn 2,5) en een EPC voor de woning van 0,55 (onze woning heeft een EPC van 0,94). Voor de warmtepomp wordt in het onderzoek uitgegaan van een COP-waarde van 5. Dat wil zeggen dat met elke kWh elektrisch 5 kWh warmte wordt opgewekt. Volgens de leverancier is de COP voor verwarming 6 en voor tapwater 3. Al zullen die lager liggen in een slechter geïsoleerde woning. Voor mijn eigen woning is het advies om eerst meer te isoleren, omdat het elektriciteitsverbruik van een warmtepomp anders wel erg hoog wordt.
Ik heb na proberen te zoeken hoe groot de woningen uit het onderzoek zijn en voor zover ik kan nagaan ze variëren tussen de 100 en 125 m2. Voor het gemak ben ik uitgegaan van de grootste woning, die met 125 m2 in omvang vergelijkbaar is met mijn eigen woning (119m2).
Hypothese
Ik heb lang zitten puzzelen op een goede hypothese, omdat de woningen niet goed vergelijkbaar zijn in omvang. Tot dat ik tweets zag langskomen over de concept norm voor nieuwbouw, die uitgedrukt is in kWh/m2/jaar. Ook Nicolaas van Plushuis had dat al een keer de norm van de toekomst genoemd. Hij is bovendien lekker makkelijk te hanteren.
In dit geval verwacht ik op basis van de COP-waarde van de warmtepomp en de betere isolatie van de woningen dat het elektriciteitsverbruik voor verwarming uitgedrukt in kWh/m2/jaar voor een woning die met gas of infrarood (COP = 1) verwarmd wordt een factor 5 hoger ligt. Aangezien de isolatie van mijn eigen woning en van de infrarood woning waar ik gegevens van heb een stuk slechter is moet de verhouding nog schever zijn in het voordeel van de warmtepomp. De COP waarde van de warmtepomp zou bij correctie voor energielabel of EPC waarde rond de 5 uit moeten komen voor ons huis.
Een tweede hypothese is het energieverbruik voor verwarming van de infraroodwoning gelijk zou moeten zijn aan mijn eigen woning of anders aan het energieverbruik van het huis met HR-ketel, want de COP van infraroodverwarming is 1.
Uitwerking
De uitwerking heb ik vrij simpel gehouden. Ik heb het energieverbruik per vierkante meter per jaar van de verschillende warmtebronnen cumulatief berekend m.b.v. het aantal graaddagen per maand. Waarbij ik voor het infrarood huis de omvang gecorrigeerd heb. Dit huis is 250 m2 groot, maar volgens ThermIQ is dat geen eerlijke vergelijking, omdat slechts 3/5 van het huis woonruimte is. De overige 2/5 wordt weinig gebruikt. De omvang van mijn eigen huis heb ik niet gecorrigeerd voor de nauwelijks verwarmde ruimtes.
Het energieverbruk
Grafiek 1: Energieverbruik van verschillende warmtebronnen vergeleken.
In bovenstaande grafiek valt meteen op dat de warmtepomp inderdaad het laagste energieverbruik per m2 per jaar heeft. Ook opvallend is dat mijn huis fors zuiniger is dan het buurhuis met HR-ketel van het infrarood huis. Waarschijnlijk is ons huis dus beter geïsoleerd dan dat huis en het infrarood huis. Tegelijkertijd valt op dat het infrarood huis minder energie per m2 per jaar nodig heeft dan wij, zelfs als ik het energieverbruik over 60% van het vloeroppervlak bereken.
De hamvraag is natuurlijk of de hypotheses te toetsen zijn. Te beginnen met de COP van de warmtepomp.
Tabel 1: COP per verwarmingsbron, Beek 2014 als basis.
COP
Therm IQ
HR-ketel
Beek 2014
Warmtepomp
COP
1,4
0,4
1,0
6,2
COP correctie EPC-waarde
1,5
0,5
1,0
5,0
COP correctie energielabel
1,6
0,5
1,0
5,3
In tabel 1 is te zien dat het in geval van gasverwarming vs. de warmtepomp aardig klopt. Ongecorrigeerd voor isolatiewaarde verbruikt een huis met warmtepomp inderdaad een factor 6 minder kWh voor verwarmen dan mijn HR-keteltje. Het matig geïsoleerde huis met hr-ketel verbruikt zelfs 15 keer zoveel energie. Het vreemde is wel dat de COP van de infraroodverwarming niet op 1 uitkomt. In vergelijking met mijn eigen huis is de COP 1,4 als ik niet corrigeer voor isolatie en 1,6 als ik corrigeer op basis van werkelijk energieverbruik per m2 per jaar per energielabel.
Vergelijk ik het met het huis met hr-ketel (identiek huis, vergelijkbare woonsituatie) dan is de COP van infraroodverwarming zelfs 3. Waarbij ik in het nadeel van infrarood heb gerekend door het energieverbruik van de hr-woning te berekenen op basis van 250 m2, terwijl ik het energieverbruik van de infraroodverwarming berekend heb op basis van 150 m2. Als ik het volledig vloeroppervlak van de infraroodwoning reken wordt de COP 5. Dat leek me iets te gortig. Bovendien rekent ThermIQ zelf ook met de verhouding 1 : 3 voor infraroodverwarming versus gasverwarming.
Eigen energieverbruik op basis infrarood en warmtepomp
Als ik ga kijken naar ons eigen energieverbruik over 2014 kom ik op basis van de verhoudingen uit de vorige paragraaf op de volgende energieverbruiken. Waarbij ik ervan uitgegaan ben dat ons tapwater in alle gevallen voor 50% geleverd wordt door onze zonneboiler en in geval van ThermIQ is voor tapwater gerekend met het praktijkverbruik van doorstroomverwarmers in het huis met infraroodverwarming.
Warmtebron
Beek 2014
ThermIQ
Warmtepomp
Verwarming
3688
1146
592
Tapwater
2207
800
300
Totaal
5895
1946
892
Bovenstaande geeft een grof beeld van wat ik verwacht, want het zijn geen op maat gemaakte offertes of berekeningen. Het geeft wel een lijn aan, die laat zien dat het energieverbruik voor verwarming en tapwater bij zowel warmtepomp als infraroodverwarming fors daalt t.o.v. gas. Bij de doorstroomverwarmers komt daar als voordeel bij dat er geen leidingverliezen zijn.
Het verschil tussen de combinatie van infraroodverwarming en doorstroomverwarmers aan de ene kant en warmtepomp aan de andere kant lijkt met 1.054 kWh groot. Op jaarbasis is dat ongeveer 250 Euro meer aan elektriciteitsverbruik, twee winddelen extra kopen of 4 zonnepanelen extra plaatsen.
Conclusie
Mijn eerste indruk is dat de stelling dat de COP waarde van infrarood 1 is en dat er dus geen energie mee bespaart kan worden te simplistisch. Voor matig geïsoleerde woningen lijkt infraroodverwarming een manier om energie te besparen en van gas af te gaan, zonder dat veel extra isolatie nodig is. Voor goed geïsoleerde woningen kan infrarood ook een alternatief zijn, zeker bij bestaande bouw waar nog geen balansventilatie of lage temperatuurverwarming aanwezig is.
Veel belangrijker is dat zowel infraroodverwarming, doorstroomverwarmers en warmteboilers prima bruikbaar zijn om van gas af te gaan.
Voor het zomerreces van 2014 deed Minister Kamp de Tweede Kamer de toezegging dat hij zou bezien of de aanbesteding van groene stroom door het rijk anders kan. Bijvoorbeeld door te kijken naar de manier waarop de NS vorig jaar groene stroom heeft aanbesteed. Inmiddels heeft de rijksoverheid haar elektriciteit voor 2016 en 2017 aanbesteed. Navraag bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken leert dat het enkel om de volumes elektriciteit gaat, de garanties van oorsprong (waarmee de ingekocht stroom vergroend wordt) zijn nog niet ingekocht. Daarmee volgt de rijksoverheid de trend naar een sterkere koppeling tussen elektriciteitsopwekker en -verbruiker niet. Een gemiste kans voor duurzame energie en voor kostenbesparing.
Windturbines en zonne-energie installaties vergen vooral grote investeringen vooraf, terwijl de onderhoudskosten minimaal zijn en er geen brandstofkosten zijn. Een grote kostenpost wordt dan ook gevormd door de financieringskosten, met name rente en dividend. Hoe zekerder een bedrijf is van de toekomstige cashflow hoe lager de risico opslag die een bank of investeerder rekent en hoe lager dus ook de kosten voor het bouwen van een nieuwe installatie.
In de VS neemt het afsluiten van contracten voor meerjarig inkoop van het geproduceerde volume aan elektriciteit van windmolenparken en zonne-energie installaties dan ook snel toe, dit gebeurd m.b.v. zogenaamde power purchase agreements (PPA’s). Door langjarige inkoopcontracten af te sluiten weten afnemers zich langjarig verzekerd van een vast elektriciteitstarief. Terwijl eigenaren van windturbines en zonne-energie installaties zich verzekert weten van een langjarige cashflow.
Het rijk had bij de inkoop van elektriciteit ook een schoonheidswedstrijd à la de NS kunnen uitschrijven. Waarmee het aanbod van groene stroom vergroot had kunnen worden.
De NS heeft namelijk een contract met Eneco gesloten voor de levering van tractie-elektriciteit (1,4 terawattuur, 1% van het Nederlandse elektriciteitsverbruik, 10% van de Nederlandse groene stroom). De groene stroom die de NS afneemt van Eneco is afkomstig uit nieuwe windparken die de komende jaren stapsgewijs in gebruik genomen worden in onder meer Nederland, Scandinavië en België. De energie is daardoor direct herleidbaar naar de bron. NS maakt geen aanspraak op bestaande duurzame energiebronnen en het aanbod van groene stroom op de energiemarkt groeit door de wijze waarop de NS haar groene elektriciteit heeft ingekocht, terwijl de gekozen inkoopstrategie er ook voor zorgt dat er weinig tot geen prijsopdrijvend effect optreed.
Waarde GvO’s
De hoogte van de SDE subsidie wordt jaarlijks vastgesteld. Momenteel wordt enkel gekeken naar de marktprijs van elektriciteit, deze wordt van het toegekende basisbedrag afgetrokken om de hoogte van het subsidiebedrag vast te stellen. De overheid heeft de mogelijkheid om de waarde van GvO’s mee te nemen bij het bepalen van de hoogte van de SDE subsidie, dat doet ze niet omdat het lastig is de prijs vast te stellen. Het CBS schatte de waarde van een GvO Nederlandse wind in 2014 in op 0,1 tot 0,2 Eurocent/kWh. Uitgaande van de geproduceerde hoeveelheid windenergie in 2013 (laatste cijfers in CBS Statline) en het CBS onderzoek naar de waarde van GvO’s Nederlandse wind levert het verrekenen van de waarde van een GvO een besparing op tussen de 5 en 11 miljoen Euro per jaar.
Nut van prijsopdrijven GvO’s voor de overheid
Voor de Nederlandse overheid kan het opdrijven van de prijs van GvO’s door kwalitatieve eisen te stellen aan de soort groene stroom extra geld besparen. Door zelf Nederlandse GvO’s windenergie in te kopen (of met behulp van bijvoorbeeld de eisen uit het handboek CO2-prestatieladder eisen te stellen aan de kwaliteit van GvO’s) krijgt de overheid beter zicht op de marktprijs van GvO’s. Dat maakt het mogelijk om de waarde van GvO’s daadwerkelijk te verrekenen. De besparing neemt wel af tot 4,5 tot 9 miljoen Euro, doordat de overheid ook kosten moet maken voor de inkoop van kwalitatief betere GvO’s.
Wanneer de inkoop van de Nederlandse overheid een prijsopdrijvend effect heeft op de waarde van GvO’s neemt de besparing toe. Per tiende cent per kWh bespaart de overheid per saldo zo’n 4,5 miljoen Euro. Dat bedrag wordt nog hoger als ook de prijs voor andere Nederlandse GvO’s stijgt, wat niet ondenkbaar is aangezien het elektriciteitsverbruik van de rijksoverheid goed is voor zo’n 10% van de Nederlandse duurzame energie productie.
Wanneer het in verband met Europese aanbestedingseisen niet haalbaar is om expliciet om Nederlandse groene stroom te vragen, dan biedt het handboek van de CO2 prestatieladder een prima uitweg. Rijkswaterstaat werkt daar mee en ik ben in de drie jaar dat ik er mee heb gewerkt weinig tot geen gecertificeerde bedrijven tegengekomen die het aandurven om te kiezen voor de goedkope optie van Noorse, laat staan IJslandse, garanties van oorsprong.
Voor de bewuste consument is het effect op de energierekening van deze strategie beperkt. Uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh gaat het om 35 Euro/jaar, of Euro 2,92 per maand. Daar staat tegenover dat er minder geld nodig is voor de SDE subsidie.
Conclusie
De belangrijkste vraag is of ministers, beleidsmakers en inkopers in staat zijn om over hun eigen budget en ministerie heen te werken aan een integrale beleids- en inkoopstrategie voor duurzame energie. De antwoorden die ik de afgelopen jaren heb gehad vanuit inkopers en beleidsmakers stemmen wat dat betreft weinig hoopvol. Want ‘de inkoop van IJslandse waterkracht voldoet toch aan de duurzaam inkopen criteria’?
Gisteren vond ik na thuiskomst uit de speeltuin een nominatieformulier voor de Duurzame 100 van 2015 in de inbox. Ik had al wat reacties langs zien komen op Twitter, Facebook en Linked van andere mensen die de ‘groslijst’ hebben gehaald voor de zevende Duurzame 100 van dagblad Trouw, dus dat de inventarisatie loopt wist ik. Ik had er alleen geen rekening mee gehouden zelf genomineerd te worden voor de groslijst.
Dank aan degene die me heeft genomineerd, want wie dat is (of zijn) staat er niet bij.
Gisteravond meteen maar tijd gemaakt voor het invullen van de vragenlijst, want de kinderen lagen uitgeput in bed van een middag spelen en rondrennen in de Torteltuin.
Geachte mevrouw, geachte heer,
Door uw werkzaamheden van het afgelopen jaar op het gebied van duurzaamheid en natuur, wordt u opgenomen in de ‘groslijst’ van de zevende Duurzame 100 van dagblad Trouw. De onafhankelijke jury gebruikt deze groslijst van enkele honderden namen bij de samenstelling van de Duurzame 100 van Trouw. Ieder jaar worden er tientallen namen geschrapt uit die lijst en komen er tientallen nieuwe bij.
(…)
Wij geven u graag de gelegenheid persoonlijke en professionele informatie aan te leveren ten behoeve van de groslijst voor de Duurzame 100 van Trouw 2015. Wij vragen u daarom om op een externe website het nominatieformulier voor de Duurzame 100 van 2015 in te vullen.
(…)
De bekendmaking van de Duurzame 100 van 2015 zal in oktober zijn. Daarover wordt bericht in Trouw en op de website van de krant.
(…)
U kunt geen bijlagen meesturen en u kunt het formulier na verzending niet meer bewerken.
(…)
Wij willen u vast hartelijk danken voor het invullen van het nominatieformulier!
Namens de redactie Duurzaamheid & Natuur van Trouw
Esther Bijlo, Joop Bouma.
Voorlopig is het nog 4 maanden wachten tot de top 100 bekend gemaakt wordt. Tot die tijd rustig verder met bloggen & werken.
Vorig jaar schreef ik dat de community Voor de Wereld van Morgen van de ASN bank gehost werd door Pelican ICT. Volgens de ASN bank zou het gaan om groene hosting, maar op de site van Pelican ICT kon ik niks vinden over het gebruik van groene stroom en in The Green Web Directory komt het bedrijf niet voor als groene webhost. Meer dan afgaan op het woord van de persvoorlichter kon ik dus niet.
Inmiddels is de website van Voor de Wereld van Morgen vernieuwd en is Voor de Wereld van Morgen overgestapt op Leaseweb voor de hosting. Volgens de gegevens van The Green Web Foundation maakt Leaseweb wel gebruik van duurzame energie. Al is daar op de website van Leaseweb weinig over te vinden.