Blog

  • Geen provinciaal ontgasverbod in Gelderland

    Eind vorig jaar heeft GroenLinks Gelderland vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten over ontgassen binnen de provincie Gelderland. De vragen zijn al weer een tijdje beantwoord, tijd dus om er wat dieper in te duiken.

    Globaal wilde GroenLinks Gelderland weten of het provinciebestuur het eens was dat er geen verschil is tussen emissies van stoffen als benzeen en MTBE via landbronnen en vanuit de binnenvaart, en of de provincie overwoog om een provinciaal ontgasverbod in te stellen naar voorbeeld van de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant.

    Wat betreft de huidige verschillen in behandeling tussen landbronnen en mobiele emissiebronnen heeft GroenLinks Gelderland gelijk gekregen. Volgens de provincie Gelderland is er milieuhiegyenisch geen verschil tussen emissies vanuit landbronnen en vanuit mobiele bronnen, zoals de binnenvaart. Idealiter zouden dus ook dezelfde emissie-eisen aan beide soorten emissies opgelegd moeten worden.

    De provincie Gelderland is echter niet van plan om een provinciaal verbod op ontgassen aan de buitenlucht in te stellen. In de beantwoording geeft de provincie aan dat ze via het Interprovinciaal overleg (IPO) samen met de andere provincies heeft gepleit voor een wettelijk vastgelegd landelijk ontgasverbod. Naar mening van de provincie werkt de staatssecretaris daar ook aan per juni 2015. Roel Vincken, persvoorlichter bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, geeft echter aan dat het ministerie hier niet van op de hoogte is en dat het ministerie ook niet werkt aan een nationaal verbod vooruitlopend op internationale regelgeving.

    Green Deal poging 2

    Wel heeft staatssecretaris Mansveld brieven van verschillende grote verladers van benzeen ontvangen waarin zij aangeven vrijwillig te stoppen met ontgassen aan de buitenlucht van 100% benzeenladingen in Nederland. Ook is het ministerie van I&M in gesprek met verladers en de binnenvaartsector om te komen tot een Green Deal voor het stoppen met ontgassen aan de buitenlucht van benzeenhoudende ladingen (>10% benzeen). Deze Green Deal zou per 1 januari 2016 in moeten gaan, de datum waarop de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland hun provinciaal ontgasverbod willen uitbreiden naar deze productgroep..

    IPO werkt echter niet mee aan een Green Deal, omdat de provincies van mening zijn dat ontgassen zich niet leent voor een vrijwillige aanpak. De provincies vinden dat ontgassen via een landelijk verbod op ontgassen aan de buitenlucht geregeld moet worden, met uitzondering van de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland waar al een provinciaal verbod op ontgassen van 100% benzeen is ingesteld en waar benzeenhoudende ladingen (>10%) vanaf 1 januari 2016 zouden moeten volgen.

    Hoe kansrijk een Green Deal aanpak is blijft onduidelijk, aangezien er oorspronkelijk in september 2014 al een Green Deal had moeten zijn voor benzeen. Die werd begin januari 2015 definitief achterhaald door de werkelijkheid van het ontgasverbod in de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland.

    Verladers benzeen over op dedicated transport

    Volgens Roel Vincken, persvoorlichter bij het ministerie van I&M, hebben de grote verladers van benzeen per brief aan de staatssecretaris van I&M laten weten dat schepen die zij inhuren per 1 januari jongstleden niet meer aan de buitenlucht ontgassen. Volgens  Erwin Thijssen, beleidsmedewerker bij Koninklijke Schuttevaer, wordt dit vooral bereikt door te kiezen voor dedicated transport van benzeen. Ook zou er verandering zichtbaar zijn in de inkoopvoorwaarden van de verladers, waardoor schepen die dedicated benzeen varen niet meer gasvrij aan de terminal hoeven te komen (zie eerdere berichtgeving op Sargasso). Dat zou betekenen dat ontgassen aan de buitenlucht voor het innemen van een nieuwe lading niet meer nodig is. Dat zou ook kunnen verklaren ook waarom aanbieders van alternatieve ontgasmethodes, zoals Mariflex in Vlaardingen, geen toename zien van het aantal binnenvaarttankschepen dat gasvrij gemaakt wil worden.

    Een andere verklaring is dat er in de praktijk weinig veranderd is en dat binnenvaarttankschepen nog steeds aan de buitenlucht ontgassen om zo gasvrij aan de terminal te komen, zoals de website Schiedams Nieuws eerder dit jaar berichtte en waarvan de bron naar mijn mening betrouwbaar is. Op mijn vragen aan DCMR naar aanleiding van deze berichtgeving wordt door zowel DCMR als Port of Rotterdam slechts zeer globaal beantwoord. DCMR heeft daarbij geen antwoord gegeven op de vraag of het We-Nose netwerk onderscheidt kan maken tussen ontgassen van 100% benzeen en benzeenhoudende mengsel, en waar het omslagpunt ligt. DCMR heeft eveneens geen antwoord gegeven op de vraag of bij de benzeen meetpunten een daling van de concentratie of het aantal pieken is waar te nemen. Terwijl de binnenvaart volgens de provinciale verordening van Zuid-Holland goed is voor 50 ton benzeen op jaarbasis. Voor de Rotterdamse haven waren er bij DCMR eind februari geen vergunningaanvragen voor installaties voor ontgassen aan de wal bekend.

    Marktontwikkelingen rond ontgastechnologie

    Ondertussen zit de markt niet stil en hebben NofaMarsac en Hobeon samen met Vaporsol een nieuw ontgassingscertificaat ontwikkeld. Het ontgassingscertificaat is bedoeld om producenten en afnemers de zekerheid te bieden dat de ontgassing voldoet aan de eisen van de handhavende instanties. Begin maart heeft het samenwerkingsverband van NofaMarsac (de gasdokters), Hobeon (een certificerende instantie) en Vaporsol (de producent van de Vaitec vapor recovery unit) een test uitgevoerd in de Antwerpse haven. Bij deze test werd een schip geladen met circa 2.700 ton benzine (UN 1203) in ongeveer acht uur tijd ontgast tot beneden 10 procent LEL (LEL = lower explosion limit. 10 procent LEL is de maximale uitstoot die is toegestaan in de nieuwe regelgeving). De pilot werd succesvol afgesloten met de uitgifte van het allereerste ontgassingscertificaat.

    Wat wel bijzonder is is dat deze test plaatsvond met een stof die al niet ontgast mag worden aan de buitenlucht. Wat dan weer de vraag oproept hoe het huidige verbod op ontgassen van benzine nageleefd wordt. Bijvoorbeeld in Amsterdam, de grootste benzinehaven ter wereld.

    Update met betrekking tot vragen aan het ministerie van I&M

    De vragen aan het Ministerie van Infrastructuur & Milieu, die Sargasso op 14 november 2014 heeft gesteld, zijn nog steeds niet beantwoord. Ondanks herhaaldelijke toezeggingen van persvoorlichter Roel Vincken dat deze op korte termijn beantwoord zouden worden.

    Ik schrijf al langere tijd voor Sargasso over ontgassen door de binnenvaart. Ook dit artikel is eerder op Sargasso gepubliceerd.

  • Gastbijdrage: Duitsland de aluminium magneet

    Tekst: Craig Morris; Vertaling: Krispijn Beek.

    Update: de Nederlandse aluminium smelter Aldel maakt dit jaar een doorstart met een directe aansluiting op het Duitse elektriciteitsnetwerk. En het lijkt erop alsof het Verenigd Koninkrijk ook jaloers is op de elektriciteitsprijzen voor de grootste industriële energieverbruikers.

    ACHTERGROND – Vandaag heb ik oud nieuws voor je, maar het is niet zo breed bekend. In 2013 schreef ik over de plannen van de Nederlandse aluminiumsmelter Aldel om faillissement aan te vragen als het geen directe aansluiting kreeg op het Duitse elektriciteitsnetwerk (Nederlandse elektriciteit is duurder). Kort daarna vroeg het bedrijf inderdaad faillissement aan.

    Maar hier eindigt het verhaal niet. In november kondigde het bedrijf aan dat de directe aansluiting op het Duitse netwerk dit jaar gereed zal komen en dat het bedrijf op dat moment een doorstart wil maken. (Update: het lijkt erop dat het bedrijf begin maart inderdaad doorgestart is. De directe lijn is toegezegd, maar nog niet gereed. Zie dit artikel.)

    In februari schreef Reuters dat de Duitse aluminium producent Trimet een in problemen verkerende concurrent in Frankrijk over had genomen. Het artikel wijst er op dat de aluminium sector in een aantal landen in moeilijkheden verkeerd, maar Duitsland behoort niet tot deze landen.

    In mijn onderzoek hiernaar kwam ik ook een studie (PDF) uit april 2012 tegen naar de sluiting van een aluminiumsmelter in het VK, dat zijn aluminiumsector de laatste jaren heeft zien verkommeren. De enige keer dat Duitsland genoemd wordt in de studie is in verband met de elektriciteitsprijzen:

    The most damaging of all additional energy costs are those that are imposed unilaterally, so that British energy-intensive industries pay costs that their rivals in other countries do not. With the addition of the most recent of these, the carbon price floor, total UK electricity costs in 2013 will be raised by 24 per cent for energy-intensive sectors.   To put this in perspective, German energy-intensive businesses will only be paying 16 per cent extra through government-added costs at the same time.

    En verderop:

    … the mitigation measures the UK gives to energy-intensive companies, such as a 65 per cent rebate on the climate change levy that will rise to 80 per cent from next year, are still small fry compared to the other green costs they face here and the greater discounts other countries offer. Germany for instance provides energy-intensive firms with a rebate of 98.5 per cent of the cost of subsidising renewable energy on electricity bills. This allows the German government to pursue its green agenda but without the risk of overburdening valuable and vulnerable industries. Including all other costs, British companies will be paying 15 per cent more for their electricity compared to Germany in 2013.

    Bedenk je dat dit rapport uit april 2012 stamt, toen de Duitse opslag voor duurzame energie 3,5 Eurocent bedroeg, vergeleken met 6,2 Eurocent op dit moment. Wat betekent dat de situatie verslechterd is bezien vanuit de energie-intensieve industrie in het VK.

    Het vormt aanvullend bewijs dat de grootste energieverbruikers in Duitsland zich goed staande houden in de Energiewende.

    En overigens hadden de Nederlanders onlangs een grote blackout in de regio Amsterdam. Hoewel Reuters zegt dat er problemen waren bij een onderstation, weten we allemaal dat hernieuwbare energiebronnen het grootste probleem waren. De Nederlanders hebben immers zoveel zonne-energie dat ze het niet eens kunnen niet eens tellen.

    Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

  • Energieverbruik & energieopwekking maart 2015

    Het is inmiddels al weer april en zelfs van februari heb ik nog geen cijfers over ons energieverbruik gepubliceerd. Hoog tijd dus om dat in te halen, zeker omdat ik kort geleden op Sargasso opriep om thuis de gaskraan dicht te draaien. Wat drie soorten reacties opriep: het wordt tijd, mooi niet en waar komt je energie dan vandaan? Zeker uit een kolencentrale? Laten we dan maar met het negatieve deel beginnen: gasverbruik, dat geen waar ik binnen eigenlijk volledige vanaf wil.

    Gasverbruik

    Ons gasverbruik ligt tot nu toe hoger dan in 2014. In het eerste kwartaal hebben we 336 m3 aardgas verstookt, tegen 324 m3 in dezelfde periode in 2014. Het aantal graaddagen lag echter ook hoger. In het eerste kwartaal van 2015 waren het er 1258, in het eerste kwartaal van 2014 1049. Zonder rekening te houden met gas voor warm tapwater bedroeg ons gasverbruik in het eerste kwartaal van 2014 0,31 m3 per graaddag, in het eerste kwartaal van 2015 is dit gedaald naar 0,27. Oftewel: ons gasverbruik lijkt hoger, maar gecorrigeerd voor de iets koudere winter ligt het lager dan in 2014 terwijl we dit jaar vaker thuis zijn geweest. De enige verandering is dat we de radiator in de badkamer hebben vervangen door een infrarood paneel van Therm IQ.

    Overigens wel grappig om te bedenken dat ons gasverbruik in het eerste kwartaal dus meer dan de helft van ons jaarverbruik is. Hoe is dat bij jou thuis?

    Elektriciteitsverbruik

    Ons elektriciteitsverbruik lag in maart bijna 10% hoger dan in 2014. Al is het verschil met 2014 rap aan het dalen. In december, januari en februari was het verschil groter. Het hogere verbruik kan drie oorzaken hebben: de infraroodverwarming in de badkamer, de nieuwe mechanische ventilatie (al zou die zuiniger moeten zijn) en onze ‘nieuwe’ geluidsset. Met het einde van stookseizoen kunnen we de verwarming bijna gaan uitsluiten als oorzaak.

    Maart is ook de eerste maand van dit jaar dat onze zonnepanelen en winddelen samen meer elektriciteit hebben opgewekt dan dat we verbruikt hebben. Per saldo hebben we 11 kWh teruggeleverd. Op jaarbasis wekken we nu 96% van onze elektriciteit zelf op, dat is minder dan de 110% dan ik in m’n hoofd had. De andere 4% komt van Nederlandse wind die we afnemen bij Greenchoice via het Schiedams Energie Collectief.

    Water

    Ons waterverbruik is al tijden oersaai. We slingeren rond de 9 m3 water per maand en op jaarbasis zitten we rond de 115 m3. Maart was hier geen uitzondering op met 9 m3.

    Impact op variabel energiekosten

    Los van alle kWh en m3 is het interessant om te zien wat het effect is op onze energiekosten. Vooralsnog wordt ik daar niet heel blij van. Onze variabele energielasten liggen in het eerste kwartaal namelijk 35% hoger dan in 2014. Dit komt doordat het eerste kwartaal van 2015 kouder was dan 2015, door een hoger elektriciteitsverbruik, doordat onze zonnepanelen en winddelen minder elektriciteit hebben opgewekt en door stijging van de energiebelasting. Al met al zitten onze variabel energiekosten nu op het niveau van 2011. Het seizoen voor de zonnepanelen moet nog beginnen dus het is zeer waarschijnlijk dat we ruim onder de variabele energiekosten van 2011 eindigen, het lijkt me echter onwaarschijnlijk dat we nog in de buurt komen van de variabele energiekosten van 2014.

    Ontwikkeling variabel energiekosten (cumulatief)
    Ontwikkeling variabel energiekosten (cumulatief)

    Het grootste verschil zit ‘m overigens in onze elektriciteitsrekening. De kostenontwikkeling is terug op het niveau van 2012 en 2013. Ik heb geen idee wat voor briljante actie we in 2011 en 2014 uit hebben gehaald, maar onze elektriciteitskosten lagen in beide jaren in het eerste kwartaal een stuk lager…

    201502_variabele_elektriciteitskosten

  • Wanneer ga jij van het gas af?

    De afgelopen maanden heb ik me regelmatig afgevraagd wat ik zelf kan doen om te zorgen dat er minder gas gewonnen gaat worden in Groningen. Na een discussie over klimaat en energie bij GroenLinks vorige week en een groot aantal bezoekers aan een stukje over wonen zonder gasaansluiting op mijn persoonlijke blog weet ik het zeker: ik ga zo snel als financieel haalbaar gasloos. En ik hoop dat velen mijn voorbeeld volgen, zodat Nederland ‘warm houden in de winter’ geen argument meer kan zijn om de gaskraan open te houden.

    Waarom gasloos wonen?

    Gas is al lang niet meer nodig om je huis te verwarmen of om tapwater te verwarmen, laat staan om mee te koken. De politiek maakt helaas al decennia weinig haast met het dichtdraaien van de vraag naar gas, terwijl Groningers terecht willen dat de gaskraan veel verder dicht gaat. Tijd dus om het heft in eigen hand te nemen. Want zoals Jan Willem van de Groep al eerder schreef op Sargassso: als je van het gas af wil schiet je weinig op met zonnepanelen, dan moet je je warmtevraag aanpakken. De mogelijkheden daartoe zijn groter dan je denkt en het comfort effect vele malen kleiner dan je denkt.

    De overgang naar gasloos

    Een Nederlandse huishouden dat van het gas af wil moet voor 3 zaken een gasloze oplossing vinden: koken, warm tapwater en de verwarming. Hieronder de mogelijkheden die ik ken om van het gas af te komen. Het zijn er genoeg, dus wat is jouw excuus om Groningen te laten beven voor jouw behoefte aan een warm huis?

    Gasloos: de mogelijkheden voor koken en tapwater

    Het simpelste om mee te beginnen is koken. Meestal is dat niet een hele grote gasverbruiker en al vanaf een paar honderd euro kan je overschakelen op keramisch, inductie of elektrisch koken. Het is wellicht even wennen t.o.v. koken op gas, maar het heeft ook zo zijn voordelen. Bijvoorbeeld in luchtvochtigheid, want een van de bijproducten van het verbranden van gas is water. Zelf koken we keramisch en ik mis het gas niet.

    Het wordt al wat lastiger als je ook voor je warmte tapwater van het gas af wil. Grofweg heb je twee mogelijkheden: met opslag en zonder opslag. Bij systemen met opslag kan je denken aan zonneboilers, al moet je er dan nog wel wat bij verzinnen voor de wintermaanden als de zonneboiler te weinig warm water levert. Bijvoorbeeld door de zonneboiler te combineren met andere opties zoals een warmtepompboiler. Systemen zonder opslag zijn in Nederland onbekend, in Duitsland is echter een keur aan doorstroomverwarmers te verkrijgen. Niet meteen denken dat je dan obscure merken krijgt, ook grote namen als Siemens leveren ze. Er zijn voldoende Nederlandse webwinkels te vinden die ze kunnen leveren, maar je kan ze ook rechtstreeks in Duitsland bestellen.

    Gasloos verwarmen

    De grootste uitdaging is de ruimteverwarming. Een oplossing die in Nederland populair is, zeker onder de nul-op-de-meter concept aanbieders, is de warmtepomp. Te verkrijgen in veel verschillende uitvoeringen, waarbij de belangrijkste vraag is of je voor een grond- of luchtgebonden warmtepomp gaat. Bij de lucht warmtepomp kan je kiezen voor balansventilatie (centraal of decentraal) of voor een lucht-water warmtepomp. Bij dit laatste type neemt de warmtepomp de functie en plaats van de HR-ketel over.

    Er zijn echter ook andere mogelijkheden, bv. een pelletkachel, pelletketel, serververwarming of infraroodverwarming. Open haarden of allesbranders kan je beter links laten liggen, tenzij je behoefte hebt aan astma of burengerucht. Een pelletketel kan de plaats innemen van de cv-ketel en vergt dus weinig aanpassingen aan bestaande centrale verwarmingssystemen. Pellet-kachels en pellet-ketels kunnen vaak ook warm tapwater leveren en sommige modellen kunnen zelfs elektriciteit opwekken, net als de HRe-ketel.

    Infraroodverwarming is zeker voor ruimtes die je weinig gebruikt de moeite van het overwegen waard. De investeringskosten zijn relatief laag en infraroodverwarming reageert snel. Moderne systemen zijn in staat om met klokthermostaten te werken of kun je via je smartphone of tablet bedienen. Zelf heb ik nu infraroodverwarming in de badkamer. De volgende stap is infraroodverwarming in alle slaapkamers en in de werkkamer op zolder. Voor de huiskamer en voor tapwater blijf ik dan nog even afhankelijk van gas, maar ik schat dat er toch weer een 100 tot 150 m3 van ons toch al lage gasverbruik (0,20 m3/gewogen graaddag volgens Mindergas.nl) af kan.

    Een wat nerdige oplossing, die niet onderschat moet worden, is het gebruik van de warmte van een server. In het buitenland zijn er al diverse bedrijven mee bezig en recent kondigde Eneco aan eenminderheidsbelang te nemen in Nerdalize. Nerdalize is een Yes!Delft-startup die serverwarmte inzet om huishoudens te verwarmen. De eerste gezinnen hebben al proefgedraaid met computers als kachel enEneco en Nerdalize gaan de komende maanden 5 pilots uitvoeren. De aanwezige rekenkracht in het eRadiator-systeem wordt via internet aan een clouddienst gekoppeld. Nerdalize verkoopt deze decentraal verdeelde rekenkracht aan bedrijven en onderzoeksinstituten. De start-up stelt dat het met deze opzet de kosten voor omvangrijke rekenprojecten met 30 tot 55% kan worden verlaagd. Huishoudens kunnen naar verwachting zo’n 400 Euro per jaar op hun gasrekening besparen. De eRadiator moet nog wel aan een buitenmuur worden bevestigd om de warmte in de zomer kwijt te kunnen.

    Totaal concepten

    Wie niet zelf wil nadenken over lossen stapjes om van het gas af te gaan kan ook fysiek op steeds meer plaatsen aankloppen voor een nul-op-de-meter woningconcept. Met als bijkomende voordelen dat energiebesparing/isolatie, woongenot en gebruiksgemak een belangrijke rol spelen in deze concepten. Bijvoorbeeld door zaken als meerjarige energieprestatieafspraken voor het te leveren concept. Ook kijken creatieve installateurs steeds beter naar mogelijke combinaties van verschillende opties, zoals het verlagen van de totale kosten over de gehele levensduur door na te denken over combinaties van warmtepomp en infraroodverwarming of serververwarming.

    En stadsverwarming dan?

    Nou, da’s voor mij gewoon geen optie. Eerder dit jaar ben ik de uitdaging uitgegaan om te berekenen wat stadsverwarming zou betekenen voor onze energierekening. Mijn conclusie: stadsverwarming is te duur en ik zie geen enkel nut van het inruilen voor de ene vastrechtpost voor de andere.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Gastbijdrage: Zorgen over zonsverduistering laaien op

    De Telegraaf, de NOS en Trouw besteedde een aantal weken geleden aandacht aan de gedeeltelijke zonsverduistering die op 20 maart dit jaar plaats vind. De basis hiervoor was een persbericht van Tennet. De reactie van Craig Morris op de Nederlandse berichtgeving: ‘Onzin’. Tijd dus om ook het derde artikel dat Craig Morris over de zonsverduistering schreef voor Renewables International te vertalen voor Sargasso.

    Entso-e, de organisatie van Europese netwerkbeheerders, heeft een paper gepubliceerd waarin ze de impact van de komende gedeeltelijke zonsverduistering op de productie van zonne-energie in de EU onderzoeken.

    Op 20 maart zal Europa getuige zijn van een gedeeltelijke zonsverduistering, de eerste sinds het continent zoveel capaciteit aan zonelektrisch vermogen heeft geïnstalleerd. Ik schreef al eerder over het onderwerp hier en hier. De grote vraag is of het elektriciteitsnetwerk in staat zal zijn om met zo’n snelle verandering in zonelektrisch vermogen om te gaan. Het korte antwoord is ja, maar het lange antwoord is dat het een ruige rit kan gaan worden – of een volstrekt oninteressante dag als het bewolkt is.

    Entso-e heeft z’n eigen overzicht voor Europa gepubliceerd (PDF). Hoewel het duidelijk geschreven is voor ingenieurs (de organisatie wil netwerkbeheerders helpen bij de voorbereiding voor de gebeurtenis), is het stuk nog steeds interessant om te lezen voor het algemene publiek, deels omdat het zoveel cijfers bevat. Tsjechië lijkt bijvoorbeeld een klein beetje minder te hebben op 28 maart dan eind 2013 had, en de cijfers voor Nederland zijn wilde gok (zie de tabel op bladzijde 5).

    De tabel op pagina 6 toont dat de maximale verduistering in Duitsland 76% zal bedragen (in Kassel), maar daalt naar 59% in Italië (Florence). Het ‘episch centrum’ van de eclips ligt erg noordelijk, zodat de invloed naar het zuiden toe verminderd. Wat interessant is is dat de verduistering in Madrid, Spanje, en Coimbra, Portugal met respectievelijk 67% en 70% groter is dan in Italië. Maar Spanje en Portugal hebben veel minder zonelektrisch vermogen geïnstalleerd.

    Door heel continentaal Europa kan de afname aan zonelektrisch vermogen zo’n 30 GW bedragen, op een geïnstalleerd vermogen van grofweg 90 GW. Ik schat in dat de afname in Duitsland met gemak 10 GW van de 39 GW geïnstalleerd vermogen kan bedragen; Entso-e stelt het maximum op 16.916 MW (iets minder dan 17 GW). Ze gaan daarbij uit van een stralende, hemelsblauwe lucht, terwijl ik uitging van een sigarenkist berekening op basis van een scenario met redelijk goed weer. Elke bedekking van de hemel met wolken (en er zullen best wat wolken boven Europa zijn) zal de impact van de zonsverduistering verminderen, en een bewolkte hemel boven Duitsland zal van de zonsverduistering een non-evenement maken. De studie verwacht dat de vermindering van de invoer van zonnestroom tot 50% van Duitsland alleen komt.

    De studie zet de maximale vermindering op 400 MW per minuut over Europa, maar de vermeerdering zal groter zijn met maximaal 700 MW per minuut. Het verschil hangt samen met het moment van de dag. De zonsverduistering start om 8:30u ‘s ochtends, wanneer er nog relatief weinig zoninstraling is. De eclipse begint grofweg een half uur later te verdwijnen. Dus het opvoeren van het vermogen aan zonne-energie vind ruwweg plaats tussen 9 en 10u ‘s ochtends, wanneer de zoninstraling groter is. Daarom gaat het opvoeren van het vermogen sneller dan het ‘afregelen’.

    De meest saillante verrassing is voor mij dat in Groot Brittanië het effect van mensen dat naar de zonsverduistering gaat kijken op de elektriciteitsvraag blijkbaar groter is dan het effect van zonne-energie op de elektriciteitsproductie. Vreemd genoeg stelt de studie:

    The PV effect acts in the opposite direction on the residual demand to the human-demand effect, and so will in fact ameliorate the situation.

    Ik weet niet zeker wat hier bedoeld wordt. De productie van zonnestroom zal eerst dalen en dan snel stijgen, dus het beweegt in twee richtingen. Het menselijk effect kan een lagere vraag naar elektriciteit zijn als veel mensen stoppen met werken om de zonsverduistering te bekijken (LET OP: kijk NIET rechtstreeks in de richting van de zon), maar eerlijk gezegd weet ik niet zeker of Entso-e denkt dat iedereen z’n tv aan zal zetten om de eclips te bekijken, waardoor de vraag naar elektriciteit juist stijgt. Hoe het ook zij, de vraag naar elektriciteit zal ongewoon zijn die ochtend, maar zal niet gelijk opgaan met de verandering in opgewekte zonnestroom. I neem aan dat mensen hun elektriciteitsverbruik net voor de eclips veranderen en weer aan het werk zullen gaan net nadat de zonsverduistering voorbij is. En nogmaals, bescherm a.u.b uw ogen. Het elektriciteitsnetwerk overleeft het wel, maar laten we ons niet allemaal blind staren op deze zeldzame gebeurtenis.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Persoonlijke impressie wonen in huis met infraroodverwarming

    Afgelopen maandag ben ik samen met Jan Willem van de Groep en Niels van Lingen op bezoek geweest bij een bewoner die zijn hele huis heeft uitgerust met infraroodverwarming van Therm IQ. Een type verwarming dat vele sprookjes en fabels oproept op Twitter, daarom hier een poging om mijn ideeën erbij te geven. Wat niet wil zeggen dat dit DE WAARHEID is, maar wel dat het gebaseerd is op de verhalen van een bewoner en waarneming door mij. Of het bezoek de theorie van Jan Willem van de Groep heeft kunnen valideren of falsificeren weet ik niet, dat oordeel laat ik aan hem.

    Situatie woonhuis

    Wat meteen opviel aan het huis was het open karakter van de woning, zowel in doorzon opzet als dat de woning een open trappenhuis vanaf de begane grond tot op de 4e verdieping heeft zonder tochportiek bij de voordeur. Een werkelijke ramp om te verwarmen met een traditionele convectieverwarming. Wij houden zelf elke deur tussen woonkamer en trappenhuis potdicht in het stookseizoen en zo ben ik het ook gewend vanuit mijn jeugd. Grappig genoeg was dat ook de eerste reacdtie toen ik thuiskwam: open trap? Vier verdiepingen? Dat kan niet met een cv-ketel.

    Schimmels

    Grote zorgen bij veel twittervolgers zijn schimmelvorming. Ik merk er zelf niks van in onze badkamer en heb er ook niks van gezien in de betreffende woning. De enige schimmelplek die ik heb gezien zat bij een raamkozijn en leek meer veroorzaakt door slechte plaatsing van het kozijn, dan door de verwarmingsbron. Op zich logisch, want infrarood verwarmt oppervlakten waardoor deze dus opdrogen en minder last hebben van condensatie en vocht.

    Meer algemeen wordt de gevoelstemperatuur voor ongeveer de helft bepaald door de luchttemperatuur en voor de andere helft door de temperatuur van nabije oppervlakten. In een huis met luchtverwarming is de lucht in het stookseizoen vaak warmer dan de temperatuur van de oppervlakten (muren, ramen). Condensvorming en daarmee kans op schimmelvorming treed op bij de koudste plekken, in casu de oppervlakten.

    Bij stralingswarmte is  de verhouding tussen luchttemperatuur en oppervlaktetemperaturen omgekeerd. De oppervlakten zijn vaak warmer (door de stralingswarmte) dan de luchttemperatuur. Condensvorming is dan lastig, want de oppervlakten zijn niet het koudst. Meer informatie en een betere uitleg vind je in het boekje Stralingsverwarming van Kris de Decker.

    Niels van Lingen heeft op een aantal plaatsen, waaronder de badkamer de luchtvochtigheid gemeten: die lag rond de 50%. Dus volgens mij prima op orde.

    Comfort

    Wat betreft comfort viel me op dat zowel de kinderen als de bewoner blootvoets liepen in huis. Iets waar ik met mijn hr-ketel echt niet aan moet denken in mijn huidige huis. Ik heb zelfs standaard sokken of sloffen naast bed liggen voor het geval ik er ‘s nachts uit moet en als het echt koud is slaap ik met sokken aan. Ook heb ik het niet koud gehad tijdens het bezoek, terwijl ik enkel een pak aanhad en de bewoner pas een half uur voor onze aankomst begon te ‘stoken’. Ter vergelijking: in de auto (met luchtverwarming) heb ik een kwartier zitten rillen, terwijl de luchttemperatuur op 22 graden stond in de auto.

    Wat ook een eye opener was op gebied van comfort was de vrijheid die de bewoner ervaart. Hij kan er voor kiezen om de hele kamer homogeen te verwarmen tot dezelfde temperatuur, ook als hij slechts in 1 hoek zit. Op die manier kan hij door de kamer bewegen zonder ergens een koud deel tegen te komen. Hij kan er ook voor kiezen om enkel het deel van de kamer te verwarmen waar hij verblijft. Daarmee kan hij het energieverbruik voor verwarming in de kamer reduceren zonder in te boeten aan comfort op de verblijfplaats. Bovendien biedt dat de mogelijkheid om een warmere of koudere plek op te zoeken al naar gelang de persoonlijke voorkeur. Met luchtverwarming of convectieverwarming, zoals een hr-ketel, lukt dat volgens mij niet.

    Warm tapwater

    Voor warm tapwater gebruikte de bewoner doorstroomverwarmers. In Duitsland heel normaal, hier heel bijzonder. Grappig bijeffect: een bad met slechts 1 kraan omdat de doorstroomverwarmer het water op de juiste temperatuur laat doorstromen. Legionella? Geen punt, want er wordt geen water langdurig op temperatuur gehouden. Als er geen behoefte is aan warm tapwater is het water net zo koud als het normale leidingwater.

    Energieverbruik

    Het energieverbruik ligt door veranderend ‘stookgedrag’ van de bewoner inmiddels lager dan de cijfers die ik eerder heb laten zien. Al is ook duidelijk dat het energieverbruik niet voor 250 m2 is, omdat er daarvan effectief 150 m2 in gebruik is. Doorgaans zijn 2 verdiepingen niet in gebruik. Aan de andere kant geldt dat ook voor mijn eigen huis, van de 119 m2 hebben we er denk ik 75 in gebruik.

    Een ander punt dat vooral op twitter veelvuldig wordt geroepen is dat infrarood verwarming een COP heeft van 1 i.p.v. de 4,5 die een warmtepomp kan halen. Nu geloof ik dat best, alleen gaat het om andere verwarmingsprincipes. Simpel gesteld: bij stralingswarmte kan volstaan worden met een lagere luchttemperatuur. Per graad minder verwarmen bespaar je energie, net als dat je energie kan besparen door plaatselijker te verwarmen en doordat de warmtebron sneller kan reageren op veranderingen dan lage temperatuur verwarming. Daarnaast is stralingswarmte een andere vorm van warmte dan luchtverwarming. Iedereen die de afgelopen dagen van de lentezon heeft genoten door uit de wind in de zon te gaan zitten in een t-shirtje begrijpt het principe. In schaduw (zonder stralingswarmte van de zon) is de luchttemperatuur nog te koud om comfortabel te zijn, in de zon is het echter al heerlijk.

    Conclusie

    Ik ben onder de indruk van de wijze waarop de bewoner zijn hele huis zelf all-electric heeft gemaakt. Zeker in Nederland gasland. Wie het niet gelooft, ga gewoon eens kijken en ervaar zelf of het wat voor je is.

    All-electric en infraroodverwarming blijven bij ons absoluut op de wensenlijst staan. Wellicht in combinatie met een kleine warmtepomp voor warm tapwater als aanvulling op onze zonneboiler of voor de basistemperatuur in de woonkamer. Want zo zwart wit als de discussie op twitter gevoerd wordt door de aanhangers van warmtepompen is het in mijn ogen niet. Juist in het zoeken van hybride oplossingen en slimme combinaties ligt de sleutel voor optimale oplossingen voor bewoners op gebied van comfort en financieel. Verder zou ik nog steeds graag een keer een vergelijking maken tussen twee woningen, maar dan een met standaard hr verwarming en een met warmtepomp. Helaas heb ik tot op heden geen praktijkcijfers ontvangen. Het mag ook van een huis met warmtepomp zijn dat verder vergelijkbaar is met mijn eigen huis.

  • Achteruit inparkeren? Net zo makkelijk, veel veiliger

    Achteruit inparkeren vergroot de veiligheid, dat zei Folkert Ruiter van Athlon Car Lease, de grootste autoleasemaatschappij in Nederland, gisteren in het RTL Journaal. 

    Auto’s die achteruit ingeparkeerd staan, kunnen volgens hem beter wegkomen bij incidenten en calamiteiten. Ook zouden minder schadegevallen worden gemeld wanneer mensen hun auto ‘met de kont naar achter’ insteken. Reden voor Athlon om werkgevers op te roepen achteruit inparkeren verplicht te stellen op hun parkeerterrein.

    Bij e-Driver geloven we zelf meer in positieve stimulering van medewerkers of is verplicht achteruit inparkeren wel een goed idee?

  • Gastbijdrage: In de herhaling: de Duitse eclips

    ACHTERGROND – De Telegraaf, de NOS en Trouw besteedde vorige week aandacht aan de gedeeltelijke zonsverduistering die op 20 maart dit jaar plaats vind. De basis hiervoor is het persbericht van Tennet. De reactie van Craig Morris op de berichtgeving in de Telegraaf: ‘Onzin’. Tijd dus om een drietal artikelen die Craig Morris eerder over dit onderwerp schreef voor Renewables International te vertalen voor Sargasso. Vandaag het tweede artikel, het eerste artikel vind je hier.

    De Duitse professor in duurzame energie Volker Quashning heeft zijn studenten onderzoek laten doen naar de wijze waarop de energiesector de eclips van 20 maart behandelt. Er worden geen echte problemen verwacht, maar we hebben nu een mooie video die laat zien hoe de gebeurtenis zal plaatsvinden. Vooral gascentrales zijn daarbij belangrijk.

    Eerder schreef ik al over de gedeeltelijke zonsverduistering van 20 maart 2015 in relatie tot het Duitse elektriciteitsnetwerk. De gebeurtenis kreeg in Duitsland algemene bekendheid toen ook Der Spiegel schreef dat netwerkbeheerders zich zorgen maken. Mijn initiële analyse was dat het opvoeren en afbouwen van de hoeveelheid zonelektrisch vermogen aan de top zit van wat al geregeld gedaan wordt, maar dat het niet exceptioneel is. Zeker niet als 20 maart een bewolkte dag wordt.

    Inmiddels heeft Professor Volker Quashning, die sommige zich mogelijk herinneren van dit interview of zijn oproep voor 200 GW PV in Duitsland, met zijn studenten een visualisatie van de eclips gemaakt.

    [youtube=http://youtu.be/0G8e9bDypSo]

    De video is gebaseerd op een zonnige dag, in zekere zin dus het slechts mogelijke scenario voor het op- en afregelen van conventionele centrales. Onze collega’s bij Sonne, Wind, & Warme hebben het volgende citaat van Quaschning:

    Duitsland heeft genoeg pumped-storage capaciteit om de fluctuatie tijdens de gedeeltelijke zonsverduistering volledig op te vangen.

    Hij zegt ook dat gascentrales gebruikt zouden kunnen worden, omdat deze goed regelbaar zijn, er van uitgaande dat gascentrales nog niet in gebruik zijn als basislast.

    We hoeven ons echter geen zorgen te maken over het onbeschikbaar zijn van gascentrales die dag. Gas is namelijk de grote verliezer op de huidige Europese elektriciteitsmarkt. Dit is hoe de elektriciteitsproductie van gascentrales in Duitsland er in 2013 en 2014 uitzag.

    CFgas
    De roze lijn geeft de lage capaciteitsfactor van gascentrales weer, die ook in 2014 weer fors is gedaald (t/m april). Met andere woorden: we kunnen allemaal rustig achterover gaan zitten en hopen op de zonnigst mogelijke dag op 20 maart 2015. Duitsland heeft een van de grootste aandelen zonelektrisch vermogen van alle landen (waarschijnlijk tweede na Italië). De eclips forceert netwerkbeheerders en conventionele centrales om hun vermogen met een ongekende hoeveelheid op te voeren en weer af te bouwen op een enkele ochtend – maar niemand zal het merken, behalve dan de netwerkbeheerders, energiecentrales, elektriciteitshandelaren, enzovoort. De wereld zal niet ten einde komen, en er zullen geen netwerkproblemen zijn.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur vertaald door Krispijn Beek voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Het Duitse elektriciteitsnetwerk maakt zich op voor een gedeeltelijke zonsverduistering in 2015

    De Telegraaf, de NOS en Trouw besteedde vorige week aandacht aan de gedeeltelijke zonsverduistering die op 20 maart dit jaar plaats vind. De basis hiervoor is het persbericht van Tennet. De reactie van Craig Morris op de berichtgeving in de Telegraaf: ‘Onzin’. Tijd dus om een drietal artikelen die Craig Morris eerder schreef voor Renewables International over dit onderwerp te vertalen voor Sargasso. Vandaag de eerste.

    Dit jaar vindt op 20 maart een interessant experiment plaats in Duitsland, wanneer het land te maken krijgt met een gedeeltelijke zonsverduistering. Afhankelijk van het weer zal het land z’n zonnestroomproductie meer dan ooit opvoeren. Energie- en netwerkbedrijven treffen al voorbereidingen.

    ACHTERGROND – Een gedeeltelijke zonsverduistering trok over Duitsland op 29 maart 2006, maar het land had toen pas zo’n 2 GW aan zonelektrisch vermogen geïnstalleerd. Een volgende zonsverduistering trok op 1 augustus 2009 over Duitsland. In het noorden bereikte de gedeeltelijke zonsverduistering 23%, maar de verduistering was minder dan 10% in het zuiden. Het land had die zomer minder dan 5 GW vermogen aan zonnepanelen geïnstalleerd.

    De volgende vond plaats op 4 januari 2011, een dag met erg weinig zonlicht, en was om 10 uur ‘s ochtends al volledig voorbij in Duitsland. Duitsland had toen 24,4 GW aan zonelektrisch vermogen.

    De zonsverduistering heeft effect op heel Europa, en zal net voor het middaguur plaatsvinden. De zwarte pijl toont waar de volledige zonsverduistering zichtbaar zal zijn. Het effect van de eclips is minder naarmate je verder van de pijl af gaat. Bron: NASA
    De zonsverduistering heeft effect op heel Europa, en zal net voor het middaguur plaatsvinden. De zwarte pijl toont waar de volledige zonsverduistering zichtbaar zal zijn. Het effect van de eclips is minder naarmate je verder van de pijl af gaat. Bron: NASA

    Op 20 maart 2015 zal een volledige zonsverduistering over Noorwegen trekken, deze eclips raakt heel West-Europa gedeeltelijk. De zonsverduistering zal in Duitsland grofweg van 9 uur tot 11 uur ‘s ochtends effect hebben. En Duitsland zal waarschijnlijk meer dan 37 GW aan zonelektrisch vermogen geïnstalleerd hebben.

    Wat zal het effect zijn die dag? Dat hangt af van het weer. Om een idee te geven staat hieronder de hoeveelheid elektriciteit opgewekt met de zon half maart 2014.

    Bron: Agora
    Bron: Agora

    Op 20 maart 2014 piekte de hoeveelheid zonnestroom op een imposante 23 GW, maar op 16 maart wekten de zonnepanelen op het piekmoment slechts 5 GW op. Met andere woorden, tijdens de eclips van 20 maart voert Duitsland de hoeveelheid zonne-energie snel op van een laag niveau naar 5 GW of misschien naar 23 GW.

    Het verschil is echter van cruciaal belang voor energiebedrijven en netwerkbeheerders. Als er sprake was geweest van een totale zonsverduistering rond het middaguur zou Duitsland de hoeveelheid zonelektrisch vermogen in een uur van nul GW naar 23 GW opvoeren. Doordat Duitland op 20 maart te maken krijgt met een gedeeltelijke eclips gaat het die dag bijvoorbeeld om het opvoeren van het zonelektrisch vermogen van 12 naar 23 GW in een uur.

    Dat is veel, maar het land voert eigenlijk dagelijks het zonelektrisch vermogen op met zulke hoeveelheden. Op 20 maart 2014, bijvoorbeeld, was het opgewekte vermogen zonelektrisch om 9u ‘s ochtens 15 GW en om 11u ‘s ochtends 22,3 GW (zie de grafiek van Agora hierboven). Dat is 7,3 GW in twee uur op een normale dag. Dit jaar voeren we de hoeveelheid zonelektrisch vermogen mogelijk 50% meer op in de helft van de tijd.

    De insider die me tipte over dit onderwerp vertelde me dat energiebedrijven al overleg voeren over hoe ze met deze situatie om moeten gaan. Maar het had erger kunnen zijn – Duitsland zou op termijn met gemak twee keer zo veel aan zonelektrisch vermogen kunnen hebben dan vandaag de dag, en een volledige zonsverduistering op een zomer dag zou een veel grotere uitdaging zijn. Maar geen zorgen, de volgende totale zonsverduistering in Duitsland vind pas plaats op 3 september 2081.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur vertaald door Krispijn Beek voor Sargasso.