Sterke daling Duitse CO2-emissie in 2019 brengt doelstelling 2020 binnen bereik

De Duitse CO2-uitstoot is in 2019 voor het derde jaar op rij sterk gedaald. Hierdoor komt de reeds losgelaten doelstelling van 40% CO2-reductie in 2020 ten opzicht van 1990 weer in zicht. De daling doet zicht met name voor in de energiesector en bij de industrie, de gebouwde omgeving en met name de transport sector hebben meer moeite om een emissiedaling te realiseren. Het Duitse milieuagentschap UBA stelt dat het land goed op weg is om de klimaatdoelstellingen voor 2030 te halen, maar waarschuwt dat het coronavirus geen structurele daling van de CO2-emissie zal veroorzaken.

De Duitse uitstoot van broeikasgassen nam in 2019 opnieuw een duik. Duitsland stootte vorig jaar ongeveer 805 miljoen ton CO2 uit, een daling van 6,3% vergeleken met het jaar ervoor, de sterkste daling sinds de recessie van 2009. De emissies waren vorig jaar 35,7% lager dan in 1990. De energiesector zorgde, zoals halverwege vorig jaar al verwacht, voor de grootste reductie, gevolgd door de industriële sector. De daling in deze sectoren werd, volgens de Duitse federale milieuagentschap (UBA), sterk beïnvloed door stijgende emissieprijzen in het Europese emissiehandelssysteem (EU-ETS). Ondanks dat de transport- en gebouwensector beide een stijgende uitstoot zagen, betekent de vermindering van de uitstoot van de energie- en industriesector dat Duitsland dicht bij de doelstelling komt om de uitstoot met 40 procent te verminderen in vergelijking met 1990, wat de regering al een onhaalbare doelstelling achtte. De Duitse regering verliet de doelstelling om de CO2-emissie met 40% te reduceren ten opzichte van 1990 tijdens de coalitiegesprekken na de verkiezingen van 2017 en verving deze door een emissiebudget in de nieuwe klimaatwet. Minister van Milieu Schulze zei tijdens een persconferentie in Berlijn:

Met uitzondering van het jaar van de wereldwijde financiële crisis in 2009 is er geen grotere reductie geweest. In de reguliere economische tijden is er nog nooit zo’n sterke daling geweest.

De belangrijkste oorzaak voor de lagere emissiecijfers is de verminderde inzet van de kolencentrales, zei Schulze. Dit wordt veroorzaakt door zowel vervanging van kolen door aardgas als gevolg van lagere gasprijzen als door de stijgende prijzen voor CO2 in EU-ETS. De hogere CO2-prijzen zorgde zowel voor lager kolengebruik als voor grotere inspanningen door de industrie voor energie-efficiëntie. De winderige weersomstandigheden en de zachte winter hebben bijgedragen aan een lagere uitstoot, maar de lagere uitstoot in de energie- en industriesector zijn ook het resultaat van politieke beslissingen. Denk daarbij aan de uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen en de geleidelijke sluiting van kolencentrales sinds 2016.

Problemen zijn er ook voor het Duitse klimaatbeleid. Zo zijn er problemen met de uitbreiding van wind- en zonne-energie. De ontwikkelingen in de transportsector, waar de CO2 uitstoot 1 miljoen ton hoger ligt dan in 1990, en de gebouwde omgeving, waar de CO2-uitstoot 5 miljoen ton hoger ligt dan in 1990, laten zien dat vooral daar nog veel moet worden bereikt. Het laat echter ook zien dat de uitdaging voor het Duitse klimaatbeleid niet zit in de energiesector, hoe graag Nederlanders ook kritiek willen leveren op het Duitse energiebeleid. Uit twee onderzoeken in opdracht van Schulze’s ministerie van Milieu (BMU) en het ministerie van Economie (BMWi) is onlangs gebleken dat maatregelen die zijn uiteengezet in het klimaatpakket van de regering voor 2030 en de geleidelijke afschaffing van kolen niet volstaan ​​om de beoogde vermindering van 55 procent te bereiken en in plaats daarvan peil het effect tot 52 procent.

Klimaatbeleidadviseur Henrik Maatsch van WWF Duitsland zei dat het succes van de reductie de “structurele traagheid” van de klimaatinspanningen van de regering niet mag verbergen. Maatsch zei dat de regering moeite had om een ​​werkbare strategie te vinden voor het implementeren van al lang bekende oplossingen om de inzinking van windenergie-uitbreiding te overwinnen of om continue ondersteuning van zonne-energie te garanderen.

Duitse CO2-emissie 1990-2019. Bron CleanEnergyWire

UBA: groen stimuleringspakket nodig om de economische activiteit te doen herleven na de huidige neergang

UBA-hoofd Messner zei dat het belangrijk zal zijn om ervoor te zorgen dat alle ondersteunende maatregelen voor de economie zijn ontworpen met de klimaatdoelstellingen in gedachten. Waarbij hij aangeeft dat deze maatregelen bijvoorbeeld kunnen bestaan ​​uit energiezuinige renovatie van gebouwen, de uitrol van elektrische voertuigen en meer mogelijkheden voor openbaar vervoer, evenals meer aandacht voor waterstof- gebaseerde brandstoffen voor industriële toepassingen. Mesner zei:

Duitsland gaat de goede kant op met betrekking tot de klimaatdoelstellingen voor 2030 en dat is zeer welkom. We weten echter ook dat we momenteel op onze lauweren rusten, vooral met betrekking tot hernieuwbare energiebronnen.

Hij zei dat zorgen dat de uitbreiding van hernieuwbare energie weer op de rails komt en dat de elektrificatie van de transportsector snel wordt opgeschaald de prioriteit heeft. Transport-NGO VCD had kritiek op de matige prestaties op het gebied van emissiereductie in de transportsector, erop wijzend dat de winst op het gebied van motorefficiëntie routinematig wordt gecompenseerd door de verkoop van zwaardere en meer voertuigen en meer met de auto afgelegde kilometers, en dat het aandeel van het vervoer in de totale uitstoot voortdurend toeneemt. In plaats van voorrang te geven aan auto’s, zou de Duitse regering meer in moeten zetten op duurzame alternatieven, vooral in binnensteden.

Verwachting CO2 uitstoot 2020

De verwachting is dat de Duitse CO2 uitstoot in 2020 verder daalt. Deels komt dat door de hogere CO2 prijzen en de zachte weersomstandigheden in het eerste kwartaal van 2020. Een ander deel wordt veroorzaakt door de terugvallende economie als gevolg van het coronavirus. De verwachting is dat het coronavirus een tijdelijk effect heeft op de CO2 uitstoot. Reden voor UBA om te pleiten voor economisch stimuleringspakket dat rekening houdt met de lange termijn klimaatdoelen.

Dit stuk is gebaseerd op een artikel van CleanEnergyWire en eerder gepubliceerd op Sargasso.

2019: Kolen omlaag, CO2 omhoog

De productie van elektriciteit in kolencentrales daalt dit jaar met zo’n 300 TWh. Tegelijkertijd is er volgens de  World Meteorological Organization nog geen zicht op stabiliserende, laat staan dalende, wereldwijde CO2 emissies.

Daling kolen

Eerder schreef ik al over de wereldwijde terugval in de kolensector. In een nieuwe analyse van de elektriciteitsproductie van de eerste 6 tot 9 maanden van 2019 komt Carbon Brief tot de conclusie dat de productie van kolenstroom dit jaar met 3% daalt. Dat is 300 TWh, oftewel zo’n 230 keer de hoeveelheid stroom die de NS in 2018 verbruikte.  De daling van kolenstroom wordt veroorzaakt door een daling van de hoeveelheid kolenstroom in ontwikkelde landen, zoals de Zuid-Korea, de EU (inclusief Duitsland). De daling is het grootst in de VS, waar weinig terecht komt van Trump’s belofte om de kolensector te redden. Dit jaar sloot wederom 14GW aan Amerikaanse kolencentrales (5,8% van de totale capaciteit) Een tweede belangrijke reden is de scherpe koerswijziging in India. In China stabiliseert de vraag naar elektriciteit.

In China wordt nog steeds iedere twee weken een kolencentrale opgeleverd. De vraag stijgt echter niet mee, waardoor de capaciteitsfactor (hoeveel % van de tijd een centrale stroom produceert) van Chinese kolencentrales daalt. Dit jaar ligt de capaciteitsfactor voor het vierde jaar op rij onder de 50%. Een andere zorgwekkende ontwikkeling voor de kolensector is dat in China volgend jaar de eerste wind- en zonneparken in gebruik worden genomen die tegen dezelfde kosten als kolencentrales stroom gaan leveren. Waarmee de sector op weg is naar subsidievrije productie. In India ligt de capaciteitsfactor van de kolencentrales momenteel op 58%. De kolensector heeft last van de economische terugval, terwijl de elektriciteitsproductie van wind- en zonne-energie blijft groeien.

Stijging CO2 emissies

De daling in kolenstroom heeft vooralsnog geen grote effecten op de wereldwijde CO2 emissie. Sterker Petteri Taalas, the WMO secretary-general, zei bij de recente publicatie van een nieuw rapport over de CO2 concentratie:

There is no sign of a slowdown, let alone a decline, despite all the commitments under the Paris agreement on climate change. We need to increase the level of ambition for the sake of the future welfare of mankind.

It is worth recalling that the last time the Earth experienced a comparable concentration of carbon dioxide was 3-5m years ago. Back then, the temperature was 2-3C warmer and sea level was 10-20 metres higher than now.

Daarbij is driekwart van de reductiedoelstellingen die landen hebben ingediend voor het klimaatakkoord van Parijs volstrekt onvoldoende is om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. Ook de hoeveelheid olie, gas en kolen die landen nog willen winnen is te hoog om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. De winning van olie, kolen en gas wordt door veel overheden nog steeds stevig ondersteund in alle fases van het proces. Van opsporing tot daadwerkelijk winning.

Conclusie

Dat de wereldwijde stroomproductie m.b.v. kolen daalt is goed nieuws, al is het nog even wachten of de trend in 2020 en verder doorzet (wat ik zelf wel verwacht). Voor het halen van de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs zijn we er daarmee nog niet. Dat vergt zowel verdergaande maatregelen om de CO2 te verminderen als maatregelen om de winning van olie, kolen en gas aan banden te leggen. Tot nu toe is er slechts een handvol landen dat de winning van fossiele brandstoffen aan banden legt. Nederland heeft daarin slechts een zeer klein stapje genomen door geen nieuwe opsporingsvergunningen voor aardgas meer af te geven buiten bestaande opsporingsconcessies.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

De gerechtvaardigde zorgen van de klimaatstakers

Begin april hebben klimaatwetenschappers een brief gepubliceerd in Science waarin ze aangeven dat de zorgen van de klimaatstakers gerechtvaardigd zijn, evenals hun roep om snelle maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Bijna elk land heeft het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 ondertekend en geratificeerd. Waarmee ze zich hebben gecommitteerd aan het beperken van de wereldwijde temperatuurstijging tot  2°C boven pre-industrieel niveau en om zich in te spannen om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C. Wetenschappers hebben vorig jaar ook duidelijk laten zien dat een wereldwijde opwarming met 2°C in plaats van 1,5°C de impact van klimaatverandering fors zou vergroten en het risico vergroot dat sommige effecten onomkeerbaar worden. Doordat veel effecten van klimaatverandering wereldwijd niet gelijk verdeeld is zorgt een 2°C warmere wereld bovendien voor een stijging van de wereldwijde ongelijkheid.

Volgens de briefschrijvers zijn er al veel sociale, technische en natuurlijke oplossingen voorhanden. De jonge actievoerders vragen volgens de wetenschappers terecht dat deze ingezet worden om een duurzame samenleving te bereiken. Dat vergt wel doelgerichte en snelle actie. De tijd ontbreekt om te wachten tot de jongere generatie aan de macht is. Er rust een grote verantwoordelijkheid op politici om de benodigde randvoorwaarden en beleidsvoorstellen tijdig te implementeren.

Het vertragingseffect

Bij het broeikaseffect gaat het niet alleen om de huidige uitstoot, maar vooral om de totale concentratie broeikasgassen in de lucht. Veel broeikasgassen blijven lang in de lucht zitten. Dat betekent dat later of minder reduceren de opgave voor de toekomst vergroot. Het effect daarvan is in onderstaande grafiek te zien.

Wereldwijde emissiereductie paden met 66% kans om meer dan 2°C opwarming te voorkomen op basis van startjaar. De vaste zwarte lijn toont de historische uitstoot, terwijl de gestippelde zwarte lijn gelijkblijvende emissies ten opzichte van 2016 toont. Data en grafiekontwerp door Robbie Andrew van CICERO en the Global Carbon Project. Illustratie: Carbon Brief.

Wereldwijde emissiereductie paden met 66% kans om meer dan 2°C opwarming te voorkomen op basis van startjaar. De vaste zwarte lijn toont de historische uitstoot, terwijl de gestippelde zwarte lijn gelijkblijvende emissies ten opzichte van 2016 toont. Data en grafiekontwerp door Robbie Andrew van CICERO en the Global Carbon Project. Illustratie: Carbon Brief.

Verschil moet er wezen

Carbon Brief heeft vorige week een interactieve tool op haar website beschikbaar gemaakt waarmee je op basis van geboortejaar en land kunt nazoeken hoe groot het CO2 budget is dat iemand ter beschikking heeft. Carbon Brief concludeert op basis van haar analyse dat kleinkinderen 8 keer minder CO2 mogen uitstoten dan hun grootouders om de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen.

Om de wereldwijde temperatuurstijging tot maximaal 1,5°C te beperken mag er nog minder CO2 worden uitgestoten. En moeten de CO2 emissies die Europese en Amerikaanse kinderen veroorzaken snel dalen naar het niveau van Indiase en Chinese kinderen.

Samenvattend

Wanneer rond 1995 een wereldwijde daling van de CO2 emissies was ingezet had de daling veel geleidelijker kunnen lopen. Verder uitstel of vertraging van de verlaging van de CO2 uitstoot zal de opgave voor de toekomst vergroten. Niet alleen zullen toekomstige generaties minder CO2 kunnen uitstoten gedurende hun levensduur, ook zullen ze een snellere afname van de CO2 emissies moeten bewerkstelligen. Het is dus volkomen logisch dat kinderen die op school de basisbeginselen van wetenschap onderwezen krijgen opstaan om te eisen dat de huidige machthebbers in de politiek en het bedrijfsleven hun verantwoordelijkheid nemen en alle beschikbare middelen inzetten om een daling van de wereldwijde CO2 uitstoot te bewerkstelligen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

“CO2 maakt de aarde groener”. Klinkt goed, maar is dat ook enkel goed nieuws?

Vooraf: beter artikel over dit onderwerp is hier te vinden (met dank aan een van Sargasso’s reageerders).

Planten en bomen hebben CO2 nodig om te groeien en we stoten inmiddels 40 miljard ton per jaar uit, de atmosfeer in. Een aantal studies suggereren dat mensen door de uitstoot van CO2 bijdragen aan een wereldwijde toename in de fotosynthese. Reden voor sommige reageerders op Sargasso om te stellen dat de aarde voorlopig vooral groener wordt ten gevolge van de klimaatverandering. Tijd dus om er wat dieper in te duiken op basis van de gegevens van een van de onderzoekers naar het verschijnsel dat de aarde groener wordt ten gevolge van stijgende CO2 emissies.

Het goede nieuws

Om met het goede nieuws te beginnen. Het klopt dat de aarde groener wordt ten gevolge van hogere CO2-emissies. Elliot Campbell, een milieuwetenschapper van de Universiteit van Californië, en zijn collega’s publiceerden vorig jaar een studie waaruit bleek dat planten momenteel 31 procent meer CO2 omzetten in organische stof dan vóór de Industriële Revolutie. Verschillende pseudo-sceptische denktanks doken dan ook meteen bovenop het artikel. Het Competitive Enterprise Institute verklaarde kort nadat de studie verscheen:

So-called carbon pollution has done much more to expand and invigorate the planet’s greenery than all the climate policies of all the world’s governments combined.

Ook het Heartland Institute (u weet wel, de denktank die mensen die vertrouwen hebben in de klimaatwetenschap vergeleek met de Unabomber) besteedde aandacht aan het onderzoek.

Het slechte nieuws

The New York Times vroeg Elliot Campbell wat het effect van de vergroening is, en daar begint het slechte nieuws. Meer fotosynthese betekent namelijk geen hogere landbouwopbrengst. De opbrengst per hectare landbouwgrond ligt fors hoger dan een eeuw geleden. Dat is volgens dr. Campbell slechts voor een klein deel toe te schrijven aan de verhoogde fotosynthese:

The driving factor has to be the fertilizers, the seed varieties, the irrigation,

De tweede reden om niet al te blij te zijn met de extra opname van CO2 is dat planten normaal gesproken ’s nachts weer een groot deel van de CO2 die ze overdag opnemen uitademen. Om nog onduidelijke reden stijgt de fotosynthese wel, maar de uitademing niet. Het is onduidelijk of deze onbalans bij hogere CO2-concentraties blijft bestaan.

Een derde reden dat vergroening geen goed nieuws is, is dat planten door hogere CO2-concentraties lagere concentraties voedingsstoffen zoals stikstof, koper en kalium kunnen bevatten. Het is onduidelijk waarom dit gebeurt. In een recent artikel in het blad Current Opinion in Plant Biology suggereren Johan Uddling en zijn collega’s van de Universiteit van  Gothenburg in Zweden dat dit aan microben kan liggen.

Zoals fotosynthese in planten wordt versneld door CO2, wordt mogelijk ook de snelheid waarmee microben nutriënten uit de grond opnemen verhoogd. Hierdoor blijft er minder over voor planten. Het eten van planten met te weinig nutriënten maakt mensen vatbaar voor verschillende ziektes. Een onderzoeksteam van de Universiteit van Stanford onderzocht de mogelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid.

Uit nieuw onderzoek blijkt ook dat de hoeveelheid CO2 die de bodem uitstoot stijgt als de temperatuur stijgt. Dit komt doordat microben bij warmere temperaturen harder gaan werken, wat weer leidt tot nog meer koolstof in de atmosfeer. Daarmee lijkt de bodem zijn rol als opslag van CO2 te verliezen. Een vierde reden dat het geen goed nieuws is is dat planten en bomen slechts een kwart van de extra CO2 uitstoot absorberen. De andere driekwart van de uitstoot bouwt op in de atmosfeer en de oceaan.

Dit artikel is oorspronkelijk geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Is nul-op-de-meter CO2 neutraal?

Afgelopen week publiceerde de innovatiemanager van Remeha een artikel waarin hij stelt dat een all-electric nul-op-de-meter woning geen effect heeft op de CO2 uitstoot. Dit in tegenstelling voor een energiezuinige woning met gasaansluiting, die volgens Remeha door toepassing van groen gas wel naar CO2 neutraal kan. Het streven zou volgens Remeha dan ook moeten zijn om een woning CO2 vrij te maken in plaats van gasvrij. Vanuit verschillende hoeken is er al kritiek geleverd op de energieberekening van Remeha, zie bv. het commentaar van Jan Willem van de Groep. Tijd voor een kleine calculatie van de CO2 emissie op basis van de CO2 prestatieladder, waar Remeha zelf ook voor gecertificeerd is.

CO2 emissie nul-op-de-meter

Remeha stelt dat de CO2 emissie van een all-electric woning groter is dan nul. Op jaarbasis wekt de woning dan wel evenveel elektriciteit op als dat de woning verbruikt, maar het elektriciteitsnet wordt als buffer gebruikt. In de zomer produceert de woning meer stroom dan verbruikt wordt en in de winter neemt de woning meer stroom van het net op. De winterstroom wordt door Remeha voor het gemak gelijk gesteld aan kolenstroom of anders zou volgens Remeha gewerkt moeten worden met de uurgemiddelde CO2 footprint van elektriciteit.

Dat levert meteen meerdere afwijkingen ten opzichte van de CO2 footprint bepaling van de CO2 prestatieladder op. Ten eerste kent de CO2 prestatieladder geen uurgemiddelde elektriciteitsfootprint. Een gecertificeerd bedrijf kan zijn elektriciteitsverbruik vergroenen door zogenaamde garanties van oorsprong te kopen, daarmee toont het bedrijf aan dat op jaarbasis evenveel groene stroom wordt geproduceerd als het zelf verbruikt. Ik ben dan ook benieuwd of Remeha de CO2 uitstoot van haar eigen elektriciteitsverbruik op uurbasis heeft vergroend, of dat op die manier gaat doen.

Een nul-op-de-meter woning produceert op jaarbasis evenveel energie (meestal zonne-energie) als er gebruikt wordt. Zonne-energie heeft volgens de CO2 emissiefactoren, die onder andere gebruikt worden bij de CO2 prestatieladder een emissie van 0 gram / kWh. Dat betekent dat de jaarlijkse CO2 emissie van een NOM woning nul is. Ongeacht het aantal kWh dat gebruikt wordt. Kun je over discussiëren, maar dan moeten we het ook gaan hebben over de CO2 footprint van Remeha zelf en van alle bedrijven die hun CO2 emissie rapporteren volgens de methodiek van de CO2 prestatieladder (en ik vermoed zelfs van alle bedrijven die het internationale Green House Gas protocol gebruiken).

Nu weet ik dat er verschillende bedrijven zijn die hun betrokkenheid bij nul-op-de-meter woningen opvoeren als keteninitiatief in kader van de CO2 prestatieladder. Sterker: ik kan me voorstellen dat er bedrijven zijn die de nul-op-de-meter woningen die ze bouwen opvoeren als vermindering van hun zogenaamde downstream scope 3 emissies. Dat laatste zou betekenen dat er auditors van de CO2 prestatieladder zijn die een CO2 emissiereductie hebben toegekend aan nul-op-de-meter woningen.

CO2 emissie groen gas

Remeha stelt dat de CO2 emissie van een woning met een gasaansluiting en een HRE ketel wel naar nul kan door gebruik te maken van groen gas. Ook daar doet zich een uitdaging voor met de methodiek van de CO2 prestatieladder. De lijst met CO2 emissiefactoren kent namelijk 2 soorten biogas: stortgas en covergisting, met een CO2 emissiefactor (well-to-wheel) van respectievelijk 0,398 kg CO2/m3 gas en 1,260 kg CO2/m3 gas. Hoe je met dergelijke emissiefactoren bij het gebruik van zelfs maar 1 kubieke meter groen gas tot nul CO2 emissie kan komen is mij een raadsel. Ik kan de claim dat een groen gas woning wel nul CO2 emissie kan halen dan ook niet plaatsen.

Conclusie

In het artikel introduceert Remeha een aantal novititeiten, zoals het toepassen van uurgemiddelde CO2 emissiefactoren voor elektriciteit en het stellen dat groen gas CO2 neutraal is. Het eerste is zeer ongebruikelijk bij het bepalen van de CO2 emissie van elektriciteitsverbruik. Het tweede komt niet overeen met de in Nederland gehanteerde CO2 emissiefactoren, tenzij Remeha zich beperkt tot de CO2 emissie van verbranding van het gas. Ook dat is niet de afspraak binnen de CO2 prestatieladder, waar gewerkt wordt met de CO2 emisssie over de gehele levenscyclus (de zogenaamde well-to-wheel emissies).

Klimaatakkoord: mijn (kleine) steentje

Afgelopen weekend sloten 195 landen een klimaatakkoord met als doel om de gemiddelde temperatuurstijging op aarde te beperken tot ver onder de twee graden. Landen moeten zelfs nastreven om het onder de anderhalve graad te houden. Een mooi moment. Zeker als Bas Eickhout, toch niet de meest kritiekloze volger van de onderhandelingen, spreekt van het einde van het tijdperk van fossiele energie.

CO2 compensatie

Om de totstandkoming van het verdrag te vieren en zelf een kleine bijdrage te leveren aan het verwezenlijken van de ambities uit het klimaatakkoord heb ik dit weekend de CO2 uitstoot van ons gasverbruik gecompenseerd door CO2-rechten uit de markt te laten nemen via Sandbag. Het gaat om ons gasverbruik in de periode november 2010 t/m december 2015. De bijbehorende CO2-emissie heb ik uitgerekend m.b.v. de zogenaamde well-to-wheel emissiefactoren van de website CO2emissiefactoren.nl. Daarmee heb ik meteen een kleine bijdrage geleverd aan een van de paradepaardjes van VNO-NCW: het repareren van het Europees emissiehandelsysteem.

Klimaatfinanciering

Een van de belangrijke onderdelen van het verdrag is klimaatfinanciering. Hoe zorgen we dat ontwikkelingslanden voldoende geld hebben voor investeringen in o.a. mitigatie (verlagen van de broeikasgassen) en adaptatie (dijken bouwen). Om daar een steentje aan bij te dragen heb ik een extra bedrag geïnvesteerd in offgrid zonne-energie via Sunfunder. Het project waarin ik heb geïnvesteerd is nog niet volledig gefinancierd, dus doe gerust mee.

Dat levert ook naast CO2-besparing ook meer mensen met veilig licht op. Volgens Sunfunder hebben mijn investeringen van de afgelopen 3 jaar al bijgedragen aan het vermijden van 3.250 ton CO2-uitstoot en impact op bijna 80.000 mensen. Of dat enkel op mijn deel slaat of op de totale vermeden CO2-uitstoot en totale impact op mensen van de projecten waarin ik heb geïnvesteerd weet ik niet.

De Rotterdamse dienstauto mag wat kosten

Vorige week raakte ik verzeild in een discussie over de nieuwe dienstauto´s voor de Rotterdamse wethouders. Om een beetje te prikkelen tweette ik:

Dat deed ik op basis de ervaringen van Houston met elektrische auto´s. Nu is Nederland Amerika niet, zo zijn de brandstofprijzen hier een maatje duurder. Om te onderbouwen dat het in Nederland ook kan stuurde ik Arno Bonte van GroenLinks een excelletje dat ik ooit heb gemaakt waarin ik een Toyota Prius met een Nissan Leaf vergelijk bij 30.000 km per jaar.

Arno Bonte stuurde de mail door aan de mensen achter Bogue.nl, een Rotterdams weblog, waarna ik dit weekend diverse mailwisselingen had om mijn rekenmodel toe te lichten. Vandaag kan je het resultaat terugvinden op Bogue en dat liegt er niet om: de BMW 520d die de Rotterdamse wethouders willen is niet alleen 1,5 keer zo duur per jaar als de elektrische Nissan Leaf, maar stoot ook 6.828 % meer CO2 uit per jaar (over luchtkwaliteit heeft Bogue het nog niet eens). En dan hebben we het over slechts 1 auto. Als we uitgaan van 30.000 km per jaar en 5 dienstauto´s kan er € 20.000 per jaar bespaart worden. Daar kan de Rotterdamse voedselbank 2 jaar van gehuisvest worden.

De Nissan Leaf heeft natuurlijk z’n beperkingen in rijafstanden, maar ik kan me niet voorstellen dat de Rotterdamse wethouders met regelmaat op meer dan 100 km van de stad moeten zijn…

Lees hier de finesses van het verhaal.