Tag: energiecoöperatie

  • Energiecontract: vast, variabel, dynamisch of op naar de commons?

    Wie een beetje grasduint op social media en de discussie over energie daar volgt komt daar meestal drie smaken tegen: nationaliseer de boel, verplicht energiebedrijven om weer jaarcontracten aan te bieden en tot slot voorstanders van dynamische tarieven. Tot deze laatste behoren vooral ‘energienerds’ en voorstanders van verduurzaming. Een deel van hen is overgestapt op zogenaamde dynamische energietarieven en roept trots dat ze geld toe krijgen om de elektrische auto te laden.

    Bij alle drie de opties vraag ik me af: helpt dit de energietransitie verder? Wat hebben mensen met een krappe portemonnee aan de voorgestelde maatregel? Maar eerst wat is het verschil eigenlijk tussen vaste, variabele en dynamische tarieven.

    Vaste tarieven

    Een vast tarief is wat het zegt: gedurende de looptijd van het contract betaal je een vast bedrag per kilowattuur of per kubieke meter aardgas. Eventueel is er nog een dag en een nachttarief voor elektriciteit, maar de prijs die je voor beide betaalt per eenheid verbruik verandert niet gedurende de looptijd van het contract.

    Voor het energiebedrijf komt er heel wat meer bij kijken om een vast tarief aan te bieden aan klanten. Het energiebedrijf moet o.a. inschatten wanneer ze denken dat een klant stroom en gas gebruikt. Waarbij er altijd het risico bestaat dat een klant meer of minder gebruikt dan vooraf ingeschat. Of dat de ingekochte elektriciteit niet gelijktijdig geproduceerd en afgenomen wordt, waardoor onbalans ontstaat. Ook kan het zijn dat een energiebedrijf een deel van de op termijn ingekochte energie vooruit moet betalen. Vaak is dat een percentage van de contractwaarde, de beruchte margin call. Al deze kosten versleutelt het energiebedrijf in het vaste tarief.

    Lange tijd zijn vaste tarieven een goede manier geweest voor energiebedrijven om klanten te binden. Een jaar of langer vastigheid over de prijs van gas en elektriciteit, maar dan ook zo lang klant zijn. Bij overstappen volgt een boete. Deze was relatief laag, waardoor overstappen bij prijsdalingen lucratief was voor klanten. In de toekomst zal deze gebaseerd worden op de tarieven die je hebt afgesproken en de tarieven die nu gelden. Vergelijkbaar met hoe de boeterente wordt berekend bij tussentijds oversluiten van je hypotheek. Hoe hoger de tarieven die je betaalt en hoe lager de huidige tarieven, hoe hoger de overstapboete. Dat geeft energiebedrijven zekerheid dat klanten die bij de huidige hoge prijzen toch kiezen voor 3 jaar vast niet zomaar weg kunnen lopen als de prijzen onverhoopt toch dalen, waarmee zij blijven zitten met duren inkoopcontracten.

    De eerste vaste contracten worden al weer aangeboden, of het verstandig is om in een markt met dalende tarieven je tarief voor een jaar vast te zetten? Wie het weet mag het zeggen. Veel zal afhangen van de beschikbaarheid van aardgas komende winter en van een geslaagde herstart van Frankrijks kerncentrales. Voor mensen die veel behoefte hebben aan zekerheid over hun energiekosten kan het een uitkomst zijn. Aan de andere kant: tot en met december bent u beschermt via het prijsplafond. Dat biedt ook kansen om te experimenteren met andere contractvormen.

    Variabel

    Met een variabel tarief wordt het energietarief maandelijks aangepast. Dat kan omlaag zijn, zoals momenteel gebeurd, maar ook omhoog. Het nadeel is dat het geen zekerheid geeft over de kosten op jaarbasis. Voor eigenaren van zonnepanelen is het nadeel dat de tarieven in de zomer lager liggen, waardoor de zomerse kilowatturen tegen lagere tarieven vergoed worden dan ze in de winter zijn afgenomen.

    Het voordeel voor de klant is dat een variabel contract, waarbij de tarieven maandelijks worden gewijzigd, iedere maand opzegbaar is. De tariefswijziging biedt daar ruimte voor. Op die manier kan je de komende maanden profiteren van de goedkopere stroom in de zomer (meer zon in de mix). Rond september, oktober moet je dan wel opletten of het niet tijd is om alsnog de tarieven een jaar vast te zetten.

    Voor mensen met een krappe beurs kan een variabel tarief een optie zijn. Hou er wel rekening mee dat tarieven vaak net wat langzamer dalen dan dat ze stijgen.

    Dynamische tarieven

    De aanbieders van dynamische tarieven rekenen met uurtarieven van de zogenaamde day ahead markt. Op uren dat veel zon en wind verwacht wordt en de vraag laag is zijn de tarieven ook laag. Het kan zelfs voorkomen dat je in die uren geld toe krijgt om stroom af te nemen. Het voordeel voor afnemers van een product dat slechts beperkt op te slaan is en een elektriciteitssysteem met onvoldoende flexvermogen (energiegebruikers die bereid en in staat zijn meer af te nemen op momenten met veel aanbod). Voor energienerds of mensen en bedrijven die actief bezig zijn met energie kan een dynamisch tarief een goede manier zijn om op kosten te besparen. Bijvoorbeeld door de elektrische auto of thuisaccu op te laden als de prijs laag is, of door de vaatwasser nog even uit te stellen. Of door het productieproces af te stemmen op het moment dat er veel elektriciteit beschikbaar is (wat zeker geen nieuw idee is).

    Negatieve prijzen hebben echter ook een negatief effect op de energietransitie: want waarom zou je in zonnepanelen of windturbines investeren als er een toenemend aantal uren is waarop je geld moet betalen om je product af te zetten? Zeker bij leden van energiecoöperaties, waar niet alle leden even veel kaas van de energiemarkt hebben gegeten, geeft dat verwarring en twijfel. Negatieve prijzen zijn namelijk met regelmaat goed voor een nieuwsbericht. Je kan natuurlijk ook zorgen dat je zonnepanelen uit gaan als de prijs onder nul zakt. Dat gaat echter ten koste van de inkomsten, tenzij je zorgt dat je een vergoeding krijgt voor het terugschroeven van de productie. Zoals Zeeuwind bijvoorbeeld heeft gedaan.

    Het nadeel van dynamische tarieven is dat ze niet alleen omlaag, maar ook omhoog kunnen. Tot en met december ben je beschermd door het prijsplafond, dat wordt (terecht!) berekend over het gemiddelde tarief en niet per uur. Vanaf 2024 ben je niet meer beschermd. Dan ben je volledig overgeleverd aan de markt.

    Bij dynamische tarieven wordt een deel van het risico namelijk neergelegd bij de klant. Soms betaal je minder dan bij een variabel of vast elektriciteitstarief, maar soms ook erg veel. Wat betekent dat je potentieel voor hele hoge kosten kan komen te staan, tenzij je in staat bent het verbruik van elektriciteit uit te stellen. Zeker inwoners met een krappe beurs hebben daar naar mijn inschatting beperkt mogelijkheden toe. ’s Avonds wil je licht, de was moet een keer gedaan worden en het verbruik wordt vaak al tot een minimum beperkt.

    Een extreem voorbeeld van de risico’s van dynamische tarieven deed zich in 2021 in Texas voor, waar de prijs door het uitvallen van gascentrales t.g.v. winterkou, steeg van 5 $cent/kWh naar 9$/kWh. Nu acht ik de kans dat Nederland vergelijkbare problemen op de elektriciteitsmarkt krijgt niet groot, aan de andere kant had ik je twee jaar geleden ook voor gek verklaard als je had beweerd dat de gasprijs boven de Euro 2 per kubieke meter uit zou komen of de elektriciteitsprijs (kaal leveringstarief) zou vertienvoudigen naar meer dan 50 Eurocent per kWh.

    Vraagtekens bij dynamisch

    Hoewel een dynamisch tarief, waarbij je soms zelfs geld toe krijgt om stroom af te nemen, heel cool lijkt ben ik er geen fan van. Voor investeerders in wind- en zonne-energie is het lastig: waarom investeren in een product dat in toenemende mate te maken krijgt met negatieve prijzen? Voor afnemers met een krappe beurs is het lastig: wat als tegenover de kans op een lage rekening ook kans op een hoge rekening staat? Dat eerste is fijn, dat tweede onbetaalbaar.

    Ik begrijp mensen (met een krappe beurs) die bereid zijn te betalen voor zekerheid heel goed. Al is het maar omdat ik zelf ook liever zekerheid heb, al weet ik dat zekerheid ook een prijs kent. Zelf zoek ik ook meer vastigheid, onder andere omdat onze inkomsten over de jaren nogal fluctueren. Onze hypotheekrente staat nog 20 jaar vast, ons gasverbruik hebben we geëlimineerd (lukt namelijk niet om langer dan paar jaar vast te zetten) en ons elektriciteitsverbruik hebben we op jaarbasis voor 80% afgedekt met zonnepanelen en winddelen (huidige stand 75%). Onze winddelen leveren jaarlijks zo’n 4.500 kWh elektriciteit. De windturbines waarin we hebben geïnvesteerd gaan nog 2 tot 8 jaar mee.

    Ons elektriciteitsgebruik wordt maandelijks weggestreept tegen de productie van onze winddelen (enkel leveringstarief) en de productie van onze zonnepanelen (leveringstarief en energiebelasting). In ruil daarvoor betalen we per winddeel een vergoeding voor onbalans, in normaal Nederlands we betalen het energiebedrijf om stroom te leveren als het niet waait en om de stroom te verkopen als het waait, maar we geen stroom gebruiken.

    In het model waar we voor gekozen hebben is het probleem van gelijktijdigheid (en het financiële risico daarvan) voor het energiebedrijf. Nu de elektriciteitsprijzen sterker omhoog en omlaag stuiteren gaan de kosten die het energiebedrijf rekent voor het niet gelijktijdig gebruiken en producten omhoog. Het energiebedrijf stimuleert ons niet om gebruik en productie in balans te brengen.

    Local4Local

    Bij Local4Local kiezen de energiecoöperaties een andere route. Zij zetten juist in op het stimuleren van gelijktijdigheid van productie en gebruik van elektriciteit. Wanneer elektriciteitsproductie en afname gelijktijdig plaats vinden kunnen ze (langjarig) scherpe en vaste elektriciteitstarieven bieden aan hun leden, maar ook een veilig rendement voor de leden die investeren in de wind- en zonprojecten.

    Wanneer er bij Local4Local meer wordt afgenomen dan geproduceerd wordt dit ingekocht bij een andere energiecoöperatie of op de elektriciteitsmarkt. Als er minder wordt afgenomen dan geproduceerd wordt het restant verkocht aan een andere energiecoöperatie of op de spotmarkt. Bij negatieve prijzen kan er ook voor gekozen worden om de productie van een installatie terug te schroeven.

    De tarieven die energiecoöperaties kunnen rekenen zijn gebaseerd op wat ze kostprijs+ noemen. Dat is een tarief dat gebaseerd is op een eerlijke vergoeding voor de investeerders, het energiebedrijf dat de administratie verzorgt en voor de lokale energiecoöperatie die het project realiseert. Het marktmodel biedt ook de mogelijkheid om langjarige afspraken te maken tussen afnemer en producent, of tussen de lokale energiecoöperatie en haar leden. Een filmpje van Streekenergie ter verduidelijking van het model:

    Betuwewind, een van de pioniers, rekent haar leden maximaal 16 Eurocent per kilowattuur. Een tarief waar je in de huidige markt een puntje aan kan zuigen. Momenteel kunnen ze geen klanten onder hun leden werven, omdat de productiecapaciteit volledig verkocht is. Een overstap zou wel een forse besparing betekenen op de energierekening.

    Om aan meer leden te gaan leveren is het wel nodig dat er nieuwe projecten van de grond komen. Lees: er zijn meer zonnedaken, zonnevelden en windturbines nodig. Of misschien wel een biogascentrale op groen gas van de lokale mestvergister… Allemaal energiebronnen met nadelen, alleen hebben de alternatieven (of het nu kolencentrales, gascentrales, kerncentrales of waterkrachtcentrale zijn) dat ook. Het voordeel van Local4Local: omwonenden zullen er bij de huidige prijzen zelf om gaan vragen, want wie wil dat nou niet: zekerheid over de energiekosten voor de komende 10 tot 20 jaar?

    Binnen de coöperatie waar ik zelf actief ben zitten we ook te sleutelen aan de business case voor een windturbine. Het voorlopige plan is om deze zonder subsidie te realiseren. De verschillende scenario’s die we hebben laten doorrekenen laten de waarde van gelijktijdigheid zien: bij 60% gelijktijdigheid is het benodigde kostprijs+ tarief 35% hoger dan bij 100% gelijktijdigheid. De scenario’s laten ook de waarde van lange termijn afspraken zien. Wanneer we afspraken kunnen maken voor de komende 15 jaar kan het kostprijs+ tarief ruim de helft zakken ten opzichte van een prijsafspraak voor 5 jaar.

    Het nieuwe model roept nog wel veel vragen op: Welke nieuwe leden/klanten laat je toe tot het collectief? Wat doe je als de energievraag niet gelijktijdig is met de energieproductie? Hoe verdeel je de kosten van ongelijktijdigheid over de leden? Wat vinden we eerlijke vergoedingen voor de investeerders, voor de coöperatie en voor het energiebedrijf? Welke productie-installatie schakel je uit als de prijzen onder nul zakken en er onvoldoende elektriciteitsvraag is binnen het collectief? Vragen die je via marktprikkels (prijzen) kan oplossen, maar ook via de aloude methodes van de commons.

    Ondanks de vragen die het model oproept biedt het Local4Local model vooral kansen. Daarbij biedt het prikkels om te zorgen dat vraag en aanbod op de elektriciteitsmarkt in evenwicht komen, een prikkel die mist in het Windcentrale model. De mogelijkheid om lange termijn afspraken te combineren met de spotmarkt voor elektriciteit zorgt dat je het beste pakt van beide werelden. De gemiddeld goedkopere tarieven van de spotmarkt met de zekerheid en vastigheid van hernieuwbare bronnen.

  • Hier en daar opgewekt: mijn investeringen in wind- en zonne-energie

    De afgelopen 10 jaar heb ik met regelmaat projecten gesteund via crowdfunding, kleine investeringen gedaan in Afrikaanse ondernemers en in zonne-energie geïnvesteerd. De afgelopen jaren heb ik daar weinig tijd en aandacht aan besteed op mijn blog. Vandaag weer eens een kleine update van de sites die ik momenteel gebruik om projecten te ondersteunen. En natuurlijk van de behaalde rendementen op mijn investering in Meewind.

    Hier opgewekt:

    Meewind

    Om te beginnen bij Meewind. Dat is de belegging waar ik het minst naar omkijk. De afgelopen jaren is mijn initiële investering in Belwind gesplitst in twee fondsen. Een voor het bestaande parken en een voor nieuwe parken, waaronder het inmiddels operationeel geworden windpark Gemini. De waarde van mijn oorspronkelijke investering is de afgelopen jaren met 53% gestegen, waarvan een deel veroorzaakt wordt door het dividend in nieuwe participaties uit te laten betalen. Daarnaast heb ik afgelopen jaar ruim 10% dividend uitgekeerd gekregen.

    Zonnepanelendelen

    Ik heb in diverse projecten geïnvesteerd via Zonnepanelendelen. Ook het eerste project van Energiek Schiedam, de lokale energiecoöperatie waar ik in het bestuur zit, is via deze site gefinancierd. In 2018 heb ik 3,8% rendement gehaald op mijn investeringen in deze projecten.

    Greencrowd

    Ook via Greencrowd heb ik geïnvesteerd in een aantal projecten. Bij Greencrowd heb ik vorig jaar 3% rendement gehaald. Niet heel veel, maar nog altijd meer dan op onze spaarrekening.

    Windvogel

    Behalve bestuurslid bij Energiek Schiedam ben ik sinds 2011 lid bij de landelijke energiecoöperatie De Windvogel. Ik heb een bedrag aan Windvogel uitgeleend om projecten mogelijk te maken. Hoeveel rendement ik daar precies op maak weet ik niet en vind ik ook niet zo heel belangrijk.

    Windcentrale

    Hoe onze winddelen presteren beschrijf ik maandelijks als ik mijn energierekening analyseer. Daar ga ik nu verder geen aandacht aan besteden. Dat kom begin mei weer aan de orde als de energiegegevens van april aan de beurt zijn.

    Daar opgewekt

    MyC4, da’s war einmal

    Vanaf 2008 tot ongeveer 2013 of 2014 heb ik via MyC4 in Afrikaanse ondernemers geïnvesteerd. Niet zozeer in duurzame energie projecten, als wel in ondernemers die geld nodig hadden om hun bedrijf uit te breiden. Rond 2015 tekende zich de eerste problemen af met Afrikaanse partners van MyC4 af. Eerst besloot MyC4 zich te concentreren op de Kenyaanse markt. Later werd de site helemaal afgesloten voor nieuwe investeringen. Inmiddels is het bedrijf failliet. Op hun weblog publiceren ze af en toe nog wel updates van de rechtszaak tegen een van hun Kenyaanse partners. Het precieze bedrag dat ik ben kwijt geraakt weet ik niet, maar ik vermoed dat het uiteindelijk ongeveer de helft van mijn investering is geweest.

    Sunfunder

    In 2013 en 2014 heb ik via Sunfunder voor het eerst in offgrid solar projecten in Afrika geïnvesteerd. Inmiddels heeft Sunfunder de crowdfunding tak gesloten en richten ze zich enkel nog op grote investeerders. Sinds Sunfunder zich enkel nog op grote investeerders richt investeer ik kleine bedragen via andere websites.

    Huidige sites voor daar opgewekt

    Een daarvan is Trine, op deze website staan met name kleine offgrid zonne-energieprojecten variërend van een zonnelamp tot een kleine zonne-installatie voor een woning. De site richt zich vooral op Afrika en Azië. Via Trine heb ik inmiddels in 7 verschillende projecten geïnvesteerd. De eerste investering is inmiddels volledig terugbetaald. Het aardige van Trine is dat je kunt zien hoeveel mensen je met je investering van elektriciteit hebt voorzien en hoeveel ton CO2 uitstoot je voorkomen hebt. In mijn geval staat de teller momenteel op 12 mensen van stroom voorzien en 0 ton CO2 voorkomen. Niet heel veel, maar alle kleine beetjes helpen.

    Een tweede site waarmee ik in offgrid solar investeer is Energise Africa, (voorheen Lend a Hand UK). Ook bij Energise Africa gaat het om kleine zonnestroomsystemen voor individuele huishoudens, of soms een maatje groter voor meerdere huizen. Energise Africa laat net als Trine zien wat de impact van je investering is. In dit geval 15 mensen met stroom in ruim 2 ton CO2 uitstoot voorkomen. De berekening zit net anders in elkaar dan bij Trine, dus helemaal vergelijkbaar zijn de impact scores niet.

    Een andere website die ik gebruik is Ecologico. Deze Duitse site richt zich op grotere projecten. Het eerste project dat ik mee heb gefinancierd was een 75 kWp zonnestroominstallatie in Kenya. Het tweede project (dat nog niet volledig gefinancierd is) waarin ik heb geïnvesteerd is een 276 kWp zonnestroominstallatie voor de Central University in Ghana. Ecologico vermeld niet wat de sociale of milieu-impact is van de investeringen die je doet.

    Een laatste site waarmee ik zo nu en dan in duurzame energie projecten investeer is het Nederlandse Lend A Hand.

  • Energiek Schiedam sluit zich aan bij Econobis

    De ledenadministratie, de nieuwsbrief en andere onderdelen van de backoffice behoren niet tot de meest sexy onderdelen van Energiek Schiedam. Ze zijn echter wel van groot belang voor een slagvaardige en groeiende coöperatieve vereniging. Daarom heeft het bestuur besloten dat Energiek Schiedam zich aansluit bij coöperatie Ecode, deze coöperatie is een initiatief van ODE Decentraal (de landelijke koepelorganisatie van energie coöperaties) en ontwikkelt het pakket ECONOBIS. Dit ICT-platform biedt elk energie-initiatief in Nederland, zowel groot als klein, vanaf medio 2018 een integraal, breed gedragen en betaalbaar ICT-platform.

    Huidige situatie

    Tot begin dit jaar werd alle kennis en informatie verspreid vastgelegd in dropbox, mailchimp (nieuwsbrief) en google, en voor Zon op Wennekerpand is een externe partij ingeschakeld voor het voeren van de (financiële) administratie. Als eerste stap heeft het bestuur de afgelopen maanden alle informatie uit mailchimp, dropbox en het google account geordend in één google account. Ook zijn er verkennende gesprekken gevoerd met een accountant over de inrichting van de financiële administratie.

    Sinds begin april hebben we toegang tot de pilot omgeving van ECONOBIS. Inmiddels zijn de ledenadministratie, de contactgegevens van geïnteresseerden en de nieuwsbrief daar grotendeels in geïmporteerd. Ook draaien we de administratie van Zon op Wennekerpand schaduw om te testen hoe dit werkt.

    Een bijkomend (groot) voordeel is dat de bescherming van persoonsgegevens binnen ECONOBIS in lijn is met de nieuwe Algemene verordening gegegevensverwerking en dat in de projectadministratie van ECONOBIS de kennis die andere energiecoöperaties hebben opgedaan met betrekking tot de regels van de Autoriteit Financiële Markten verwerkt worden. Op die manier kunnen het bestuur en de leden van Energiek Schiedam hun tijd en energie steken in de energietransitie binnen Schiedam.

    Logo Econobis 31okt17 300x227Toekomstige situatie

    Logo ECO_16mrt17

    De huidige pilot omgeving bevat nog niet alle functionaliteit die nodig is voor de backoffice van Energiek Schiedam. Er wordt echter hard gewerkt aan de uitbreiding van het pakket. Een belangrijke toevoeging voor de leden van en geïnteresseerden in Energiek Schiedam is de ontwikkeling van de ledenportal. Daarmee wordt het mogelijk om de eigen gegevens te beheren en bijvoorbeeld aan te geven dat je geïnteresseerd bent om mee te helpen in een werkgroep of om te investeren in toekomstige projecten. Ook maakt het ledenportal het mogelijk om een koppeling aan te brengen tussen een formulier op de website en de database van ECONOBIS.

    Verder wordt er gewerkt aan een koppeling tussen ECONOBIS en de financiële boekhouding en een beter groepenbeheer, zodat we gerichter emails kunnen sturen. Bijvoorbeeld een mail aan alle Schiedammers die hebben aangegeven in nieuwe projecten te willen investeren, zodat ze eerder op de hoogte zijn dan mensen van buiten Schiedam. Op die manier kunnen we samen werk maken van nieuwe energie voor en door Schiedammers.

    Wil je meer weten over ECONOBIS? Lees dan het interview van mei 2017 met René van Vliet, penningmeester van ODE Decentraal en projectleider van Project ECO.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op de website van Energiek Schiedam.

  • Een wedstrijdje groene energie plassen

    Dat is hoe ik het maar even omschrijf voor die arme consument die steeds minder begrijpt van de groene energiemarkt. Eerst begint WISE een campagne tegen wat zij ‘sjoemelstroom’ noemen (Noorse waterkrachtcertificaten), dan komen Greenpeace en de Consumentenbond met een meetlat groen energiebedrijf op basis van zaken als investeringen, waarna HIER.nu een site lanceert waarop je kan kijken of het product dat jij afneemt tenminste 80% groene stroom uit Nederland bevat. Waarna Kassa Groen de uitkomsten van de tool van HIER.nu in twijfel trekt. Kunt u het nog volgen? Ik niet (en dan snap ik onderhand toch best een beetje hoe groene stroom in elkaar zit).

    Daarom een voorstel voor alle groene energie plassers, die voor mij verzinnen wat ik belangrijk vind en wat niet: voeg jullie tooltjes samen en laat mij zelf bepalen wat ik belangrijk vind om vervolgens te kunnen bezien op welk groene energie product ik uitkom en van welk energiebedrijf dat is.

    Dus als ik zeg: ik wil 100% groene stroom uit Nederland van het grootste energiebedrijf dan kom ik bij Essent. Stel ik in dat ik minimaal 80% groene stroom uit Nederland wil van een bedrijf dat minstens 75% van z’n investeringen in duurzame energie steekt dan kom ik op een ander uit. Ook steeds relevanter met al die lokale energiecooperaties: de keuze voor Hollandse stroom van een bedrijf dat in een energiecooperatie in de buurt ondersteunt of faciliteert. Of de keuze voor een bedrijf dat ruimhartig om gaat met de salderingregels, actief steunt bij energiebesparing en energieopwekking.

    Om de criteria waarop ik wil kunnen afwegen op een rijtje te zetten:

    1. Stroometiket
    2. Aandeel Nederlandse hernieuwbare electriciteit in de totale energiemix van een energiebedrijf
    3. Type hernieuwbare energiebronnen (wind, zond, water, biomassa, getijde, osmose etc.)
    4. Omvang investeringen in hernieuwbare energie opwekking
    5. Aandeel investeringen in hernieuwbare energie opwekking in totale investeringsportefeuille
    6. Aandeel buitenlandse groene stroom certificaten
    7. Ondersteuning aan (lokale) duurzame energie initiatieven
    8. Toepassingswijze salderingsregels (zie overzicht Stichting Zonne-energie Wageningen)
    9. Ondersteuning bij energiebesparing en eigen opwekking van hernieuwbare energie
    10. Aandeel duurzame energie van Hollandse bodem in specifieke product dat ik afneem

    En laten we vooral niet al te veel energie verliezen aan dit soort plaswedstrijdjes over wie de groenste is, want collectief draagt Nederland bijna de rode lantaarn binnen de EU… Dus allemaal schoudertjes eronder en opkrikken dat aandeel duurzame energie!

    Disclosure: Strukton, mijn werkgever, neemt energie af bij Essent, zelf neem ik energie af bij GreenChoice, ben ik lid van De Windvogel en De Windcentrale en investeer ik in offshore wind via MeeWind.