Categorie: Persoonlijk

  • Energieverbruik en energieopwekking november 2014

    Het is al weer half december, hoogste tijd dus voor een terugblik op ons gas, water en elektriciteitsverbruik in november. Het jaar is inmiddels ook ver genoeg gevorderd om met redelijke zekerheid in te kunnen schatten of we meer of minder water en energie hebben verbruikt dan in 2013. Ons waterverbruik lag in november fors hoger dan normaal, met 13 m3. Daarmee zitten we nu op 114 m3 op jaarbasis.

    Kosten elektriciteitsverbruik

    Cumulatieve kosten elektriciteitsverbruik per maand.
    Cumulatieve kosten elektriciteitsverbruik per maand.

    Ons elektriciteitsverbruik lag in november fors hoger dan vorig jaar. We hebben bijna 90 kWh meer verbruikt, dat is een stijging van ruim 30%. Op zich niet erg, want we wekken op jaarbasis nog steeds meer stroom op dan we verbruiken en zijn dan ook bewust aan het spelen met het verminderen van gasverbruik en ophogen van elektriciteitsverbruik. Bijvoorbeeld door vaker warm water te maken met de waterkoker i.p.v. warm tapwater.

    Zoals je ziet in de grafiek hiernaast is de impact van onze 9 zonnepanelen op onze elektriciteitskosten aanzienlijk. Tot nu toe zitten we € 200 lager dan in 2013 (toen de panelen in juni geplaatst zijn) en ruim € 400 lager dan in 2011 en 2012, toen we nog geen zonnepanelen hadden.

    De opbrengst van onze winddelen begint zich onderhand ook duidelijk af te tekenen. Liep de opbrengst in de eerste maanden van het jaar nog voor op verwachting, inmiddels stevenen ze net als in 2013 af op minder kilowattuur dan de 500 / kwh waarvoor ze door De Windcentrale aangeprijsd worden. Op zich geen ramp, want we hebben de winddelen minder voor financieel gewin aangeschaft dan voor de lol van zelf ons jaarverbruik aan stroom opwekken.

    Kosten gasverbruik

    Kosten gasverbruik cumulatief per maand.
    Kosten gasverbruik cumulatief per maand.

    In november hebben we 79 m3 aardgas verbruikt. Daarmee ligt ons gasverbruik veel lager dan in 2013. Ook per graaddag scheelt het veel in 2013 verstookte we 0,35 m3/graaddag. In 2014 was dit 0,25 m3/graaddag. Het verschil is ook goed terug te zien in de gaskosten, al was 2013 wel een uitschieter door het koude voorjaar en door ons forse stookgedrag in de eerste helft van 2013. De gaskosten zijn dit jaar nog steeds een fractie lager dan de kosten in ons goedkoopste jaar tot nu toe, 2011. Dus als december mee zit zetten we een nieuw diepterecord voor onze gasnota.

    De afgelopen 12 maanden hebben we 619 m3 aardgas verbruikt, ook dat is weer een stukje omlaag. Als we onder de 100 m3 aardgas blijven in december komen we onder de 600 m3 aardgas uit 🙂

    Kosten energierekening

    Variabele kosten energierekening (gas en elektriciteit) cumulatief per maand.
    Variabele kosten energierekening (gas en elektriciteit) cumulatief per maand.

    Onze totale energierekening valt dit jaar nog al uit de toon met eerdere jaren, vooral door de zonnepanelen. De trendbreuk is duidelijk te zien vanaf juni 2013, toen de zonnepanelen geïnstalleerd werden. In de grafiek is te zien dat installatie een forse verhoging van de energierekening in 2013 heeft voorkomen. Dit jaar komen we dankzij de zonnepanelen fors lager uit. We zitten momenteel op € 400 aan variabele kosten voor gas en elektriciteit voor de eerste 11 maanden van het jaar. Ik verwacht dat daar nog ongeveer € 100 bijkomt in december. Hierbij heb ik nog geen rekening gehouden met de vaste lasten, zoals netwerkkosten, vastrecht van GreenChoice en de teruggaaf energiebelasting.

    Werkzaamheden aan huis

    In december wordt onze badkamer verbouwd. Waarbij we een infrarood paneel van ThermIQ installeren als vervanging van de radiator. Bij het slopen van de oude badkamer bleek ook dat de muur achter het bad niet goed dicht was gekit, waardoor het vanuit de spouwmuur de badkamer in tochtte. Het dichten van dit gat zal hopenlijk een beetje schelen in de stookkosten, net als het vervangen van het kozijn in de badkamer door HR++. Dat laatste gebeurd pas in januari volgend jaar.

  • De zwarte kant van onze stroomimport

    OPINIE – Het artikel De zon en wind zijn Europees dat de Onderzoeksredactie een aantal weken geleden in De Groene Amsterdammer publiceerde, beschrijft de ontwikkelingen op de elektriciteitsmarkten in Noordwest-Europa.

    In het artikel noemen de auteurs de Duitse bruinkoolcentrales de zwarte keerzijde van de Duitse Energiewende. Een analyse waar Nederlanders graag op terugvallen om te verbloemen hoe slecht de eigen prestaties zijn op gebied van duurzame energie. Het is echter de vraag of de analyse klopt.

    Wat gemist wordt in het artikel is het belang van de bestaande interconnectiecapaciteit van de Franse en Nederlandse elektriciteitsmarkt met Duitsland bij het openhouden van Duitse bruinkoolcentrales. Zowel Nederland als Frankrijk behoren tot de grootste importeurs van Duitse elektriciteit. Beide landen betalen per kilowattuur ook meer dan ze ontvangen voor hun eigen export naar Duitsland.

    Frankrijk importeert met name veel in de wintermaanden, als de elektrische verwarmingen in Frankrijk veel stroom vreten. Het Franse elektriciteitssysteem, dat grotendeels op kerncentrales draait, kan slecht met grotere vraag naar elektriciteit omgaan. Kerncentrales draaien namelijk bij voorkeur zo dicht mogelijk tegen vol vermogen aan. Frankrijk importeert bij piekvraag elektriciteit uit Duitsland.

    Deze extra vraag kan niet geleverd worden door wind- of zonne-energie, omdat deze vooralsnog niet op verandering in vraag kunnen reageren. De extra elektriciteit komt daarom grotendeels van Duitse conventionele centrales, waarbij centrales met de laagste marginale kosten als eerste stroom gaan produceren. Veelal zijn dit bruinkoolcentrales.

    Eenzelfde verhaal geldt voor Nederland dat bij grote elektriciteitsvraag liever kiest voor import uit Duitsland, dan voor duurdere stroom uit Nederlandse gascentrales. Voor wie deze analyse niet gelooft, een klein gedachte-experiment: stel dat Duitsland, net als België geen of te weinig interconnectiecapaciteit zou hebben met Nederland en Frankrijk. Op momenten met veel elektriciteitsvraag in Nederland of Frankrijk, zouden de Nederlandse en Franse piekcentrales dan bijspringen, deze draaien veelal op gas. Tegelijkertijd zou – zonder export – op dagen met veel zon en wind in Duitsland veel minder behoefte zijn aan de elektriciteit van conventionele centrales. Wat betekent dat die dan hun elektriciteitsproductie zouden moeten terugschroeven.

    Om een beeld te geven Duitsland exporteerde in 2013 33 TWh, dat is ruim 5% van de Duitse elektriciteitsproductie. De Nederlandse en Franse stroomimport is zodoende indirect verantwoordelijk voor het aantal MWh dat Duitse kolencentrales kunnen produceren.

    De Duitse regering heeft kort geleden ook een discussiestuk over uitfasering van kolencentrales gepubliceerd. Inmiddels is duidelijk dat de Duitse regering niet aan het uitfaseren van kolen wil beginnen zolang de uitfasering van kernenergie nog niet afgerond is. Denemarken lijkt de uitfasering van haar kolencentrales wel te willen vervroegen.

    Dit artikel is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Provinciale Staten Zuid-Holland stemt in met ontgasverbod benzeen voor binnenvaart

    Vanmorgen stemde Provinciale Staten van Zuid-Holland in met het instellen van een provinciaal verbod op het ontgassen van benzeen aan de buitenlucht. In het voorstel ontbrak een invoerdatum, maar volgensOmroep West gaat het ontgasverbod op 1 januari 2015 in. De provincie verwacht dat dit op jaarbasis zo’n 50.000 kilogram benzeen emissie per jaar scheelt.

    Zuid-Holland loopt met het verbod voor op internationale verdragen m.b.t. het vervoer van gevaarlijke stoffen (het zogenaamde ADN). Het provinciebestuur wil niet wachten op aanpassing van deze verdragen, omdat benzeen een zeer schadelijke stof is.

    Het verbod op ontgassen zal over een jaar worden uitgebreid met benzeenhoudende stoffen. Volgens Omroep West zouden andere provincies de strengere regelgeving willen overnemen.

    Sargasso heeft afgelopen jaar veel aandacht aan het dossier ontgasssenbesteed. Momenteel staan er ook nog vragen uit bij het Ministerie van Infrastructuur & Milieu, onder andere over handhaving van het provinciaal ontgasverbod.

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Aldel, of het failliet van het grootverbruikersconsortium

    Bijna tien jaar geleden streed een klein groepje grootverbruikers van elektriciteit samen met de FNV voor lagere stroomprijzen. De overheersende gedachte bij het grootverbruikersconsortium (met steun van VNO-NCW) en de FNV was dat Nederland teveel dure gascentrales had die energie met een (te) hoge kostprijs leverden.

    Het was dus tijd, meenden zij, voor nieuwe gas- en kolencentrales, die energie met een lagere kostprijs zouden kunnen leveren. Dure wind- en zonne-energie kon in hun optiek geen oplossing zijn.

    Ook het Ministerie van Economische Zaken ging in die gedachte mee, zoals vorig jaar al te lezen viel in het uitstekende onderzoeksdossier Land van gas en kolen van de Onderzoeksredactie.

    Energiebedrijven

    De energiebedrijven hebben weinig plezier beleefd aan de toen gemaakte keuze voor investeringen in nieuwe kolen- en gascentrales. Eneco heeft zijn nieuwe gascentrale alweer gesloten. Vattenfall en RWE hebben forse afschrijvingen gedaan op hun Nederlandse tak. Een groot deel daarvan komt voor rekening van de afwaardering van hun productiepark.

    Als gevolg hiervan is Nuon inmiddels door eigenaar Vattenfall uit de etalage gehaald. Pech voor de Nederlandse crowdfunders die vorig jaar het plan opperden om Nuon terug te kopen.

    Grootverbruikersconsortium

    Ook de leden van het grootverbruikersconsortium hebben weinig plezier beleefd van hun lobby. Het verschil in groothandelsprijs van elektriciteit met Duitsland is de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. Duitsland is de afgelopen jaren immers alleen maar doorgegaan met forse investeringen in wind- en zonne-energie.

    Hoewel de kostprijs per megawattuur van laatstgenoemde energiebronnen misschien wel hoger ligt dan die van conventionele energie, zijn de marginale kosten nihil. Daarmee drukken wind- en zonne-energie de groothandelsprijs omlaag. Tot groot verdriet van eigenaren van kolen-, gas- en kerncentrales, doen met name zonnepanelen dat ook nog eens vooral op momenten met veel vraag naar elektriciteit, wat traditioneel de lucratieve uren waren.

    De crisis in de kolensector is zo groot dat Vattenfall nu van de bruinkool activiteiten in Duitsland af wil. Al kan dat ook komen door de eigen duurzaamheidsdoelstellingen. Een duidelijker teken is dat Bilfinger, een bouwer van gas- en kolencentrales, Duitsland gaat verlaten (oei… toch wat de-industrialisatie). De draai die Bilfinger de laatste jaren heeft gemaakt, van nieuwbouw naar service, is duidelijk te laat gekomen.

    Voor Herbert Bodner, de CEO van Bilfinger, is de situatie helder:

    We moeten ons richten op landen waar kolen nog een toekomst hebben.

    Het verdriet van Bilfinger en de energiebedrijven is echter de blijdschap van de Duitse energie-intensieve industrie. Het prijsvoordeel is zo groot dat Aldel vorig jaar al aangaf een eigen stroomkabel naar het Duitse net te willen om van dat prijsverschil te kunnen profiteren.

    In de aankondiging dat aluminiumsmelterij Aldel weer opengaat, ontbreekt helaas de verwijzing naar de lobby, die Aldel en het grootverbruikersconsortium jaren hebben gevoerd, voor meer kolencentrales.

    Aldel gaat open en zal in de toekomst rechtstreeks goedkope stroom uit Duitsland halen. De investering voor de kabel is voor de nieuwe oude eigenaar Kletsch waarschijnlijk met gemak te betalen uit winstuitkeringen van de afgelopen jaren.

    Ministerie van Economische Zaken

    Tenslotte heeft ook het Ministerie van Economische Zaken weinig plezier van de gevoerde strategie voor meer kolencentrales. Op de eerste plaats liggen de vergunningen nog steeds onder vuur van de milieubeweging. Op de tweede plaats is Nederland nog steeds niet de netto-exporteur van elektriciteit waar in Den Haag van gedroomd werd. Sterker Nederland betaalt per megawattuur meer aan Duitslandvoor import dan het ontvangt voor haar eigen export.

    Om de zaak nog wat erger te maken, gaat het Ministerie van Economische Zaken de kolencentrales vanaf volgend jaar laten bijstoken met biomassa die duurder is dan windenergie… In de juni-fase van de Stimuleringsregeling duurzame energieproductie 2015 (SDE) ontvangen windmolens maximaal 10,7 Eurocent/kWH. Kolencentrales krijgen bij ‘meestook bestaande capaciteit’ 10,8 ct/kWh.

    Dit artikel is eerder verschenen op Sargasso.

  • Energieverbruik en -opwekking oktober 2014

    Oktober is voorbij en de eerste warme weken van november inmiddels ook. Tijd dus om eens te kijken naar ons energieverbruik. Tijdens de week van de energierekening heb ik wat zitten stoeien met de grafiekjes en gegevens die ik heb over ons energieverbruik. Deze maand dus een nieuwe manier van presenteren, waarbij ik even de nadruk leg op onze variabele energiekosten. In normaal Nederlands: het geld dat we kwijt zijn aan gas en elektriciteit, zonder rekening te houden met netwerkkosten, transportrecht en vastrecht van het energiebedrijf.

    Energiekosten

    2014-10 Variabele kosten energierekening
    Verloop variabele kosten energierekening per jaar. Cumulatief op maandbasis.

    In bovenstaande grafiek is goed te zien hoe we onze energierekening de afgelopen jaren verlaagd hebben. Vooral het effect van onze zonnepanelen vanaf 2013 is redelijk spectaculair, het effect van onze zonneboiler valt in deze gecombineerde grafiek minder op. Al met al hebben we onze variabele energiekosten met ruim 50% verlaagd. Bedroegen deze in 2011 nog 750 Euro t/m oktober, in 2014 hebben we tot nu toe 300 Euro kosten aan gas en elektriciteit. Nogmaals: dit zijn enkel verbruikskosten, dus zonder vaste lasten.

    De werkelijke besparing ligt nog hoger, maar heeft ook te maken met gedragsverandering van onze kant. We gaan nu eenmaal anders met energie om dan de vorige bewoners, we stoken minder en we gaan bewuster om met elektriciteit. Dan nog is het verschil fors. Toen we het huis betrokken was de verwachting dat we van januari tot en met oktober bijna 1.900 Euro aan gas en elektriciteit zouden verbruiken. Daar besparen we dus bijna 1.600 Euro op. Door een stuk gedragsverandering en door zo’n 10.000 Euro te investeren in ons huis. Helaas zit nul op de meter er voorlopig niet in, want dan moet ik van 700 m3 aardgas af. Al gaan we volgend jaar wel een volgend stap maken door de radiator in onze badkamer te vervangen door infrarood van het Schiedamse bedrijf Therm IQ.

    Gaskosten

    2014-10 gaskosten energierekening
    Verloop kosten gasverbruik per maand cumulatief.

    Hoewel het niet zo spectaculair leek in de eerste grafiek is in deze tweede grafiek goed zichtbaar wat het effect is van onze zonneboiler. De periode april tot en met september is goed voor ongeveer 10% van onze gasrekening, wat ongeveer 20 tot 45 Euro is. Met uitzondering van 2013, waarin deze periode goed was voor 85 Euro. In 2013 hebben we lang doorgestookt ivm de koude winter en in verband met de geboorte van onze tweede dochter.

    Kosten elektriciteitsverbruik

    Kosten elektriciteitsverbruik cumulatief per maand.
    Kosten elektriciteitsverbruik cumulatief per maand.

    In bovenstaande grafiek is goed te zien dat de kosten van ons elektriciteitsverbruik zijn opgelopen na 2011. De winddelen hebben daar in de eerste helft van 2013 weinig aan kunnen veranderen, wat veel te maken heeft met een hoger elektriciteitsverbruik in 2013 in vergelijking tot 2011 en 2012. Vanaf juni 2013 is het effect te zien van onze zonnepanelen. Tot en met september dalen de kosten van ons elektriciteitsverbruik, doordat de zonnepanelen meer leveren dan we verbruikten. In 2014 wordt het verschil echt goed zichtbaar. De combinatie zonnepanelen en winddelen heeft ervoor gezorgd dat we tot en met oktober dit jaar slechts 54 Euro aan elektriciteit hebben verbruikt, tegen 485 Euro in 2011 en 282 Euro in 2013.

  • Crowdfunden: SellanApp, TradeQoin en Uit je eigen stad

    De afgelopen maanden heb ik weer een paar kleine investeringen proberen te doen via crowdfunding, waarbij de risico’s van crowdfunding en het belang van kritische vragen stellen meteen ook weer duidelijk werden. Vandaag aandacht voor twee pogingen tot investeren die minder goed zijn afgelopen en een afgeronde investering die een verlies van 25% oplevert.

    UitEigenStad

    Om te beginnen met de laatste: in 2012 heb ik een klein bedrag geïnvesteerd in Uit je eigen stad, oneerbiedig gezegd een stadsboerderij in Rotterdam. Ik ben er zelf eigenlijk nog geen een keer geweest, maar vond en vind het een absolute aanwinst voor Rotterdam en Schiedam (zover ligt Marconiplein niet van Schiedam 😉 Half oktober kreeg ik de notulen van de laatste bijeenkomst met investeerders. Daarin werd gemeld dat de crowdfunders ‘uitgekocht’ worden, tussenhaakjes want er wordt een eenmalige korting gegeven op een lunch of diner bij Uit je eigen stad. De korting bedraagt 75% van de investering. Resteert dus een verlies van 25%. De uitkoop is nodig om een samenwerkingspartner aan te trekken die het voortbestaan van Uit je eigen stad kon waarborgen. Jammer, maar helaas voor mij. Ik ben blij dat ik een kleine bijdrage aan het creëren van Uit je eigen stad heb kunnen leveren. En de eenmalige korting is een goede reden om er nu eindelijk eens een keer langs te gaan 🙂

    SellanApp

    Mijn investering in de 3e crowdfunding ronde van SellanApp is niet doorgegaan, omdat ze tijdens deze ronde faillisement aan hebben gevraagd. Ondanks de succesverhalen over groei en bloei die in het prospectus stonden. Les voor de toekomst: kritischer zijn bij bedrijven die voor een tweede of derde financieringsronde langskomen. Het kan altijd zijn dat groei de reden is, het is ook mogelijk dat de burnrate van de kasstroom te groot is.

    TradeQoin

    Ik had ook een investering in TradeQoin gedaan. TradeQoin is een dochteronderneming van Qoin. TradeQoin is actief in zogenaamde barter trade (professionele ruilhandel van producten en diensten tussen bedrijven). Deze investering heb ik zelf teruggetrokken, naar aanleiding van een discussie in een LinkedIn groep over het business model van TradeQoin. De discussie verwees naar een bericht van Dennis A. Smith (mij tot voor kort onbekend) over TradeQoin. In dat bericht noemt Dennis A. Smith TradeQoin bedrog. Naar mijn mening een behoorlijk zware uitspraak die door Rob van Hilten (aandeelhouder / medewerker bij Qoin en TradeQoin) werd afgedaan met een aanval op de geloofwaardigheid van Dennis Smith. Nogal verrassend omdat Van Hilten eerder onderzoek van Smith naar misstanden in de barter trade zelf als ‘onafhankelijk‘ had getypeerd.

    Het lezen van Dennis Smith’s eerste artikel over TradeQoin was voor mij reden een aantal vragen te stellen, op verzoek van Symbid heb ik deze ook op hun platform gesteld. Het stellen van deze en aanvullende vragen op de site van Symbid heeft er uiteindelijk toe geleid dat ik uitgenodigd ben voor een kop koffie om het business model van TradeQoin te bespreken. Reden volgens Rob van Hilten van moederbedrijf Qoin (en van TradeQoin):

    dit platform [Symbid] (of beter: geschreven tekst) is niet persé de beste manier om je vragen goed te beantwoorden. Risico op splaakvelwalling is zo wel erg groot.

    Bijzonder, want volgens mij moet je niet voor crowdfunding kiezen als je niet in normaal Nederlands (of welke taal dan ook) antwoord kan geven op vragen van investeerders of kan uitleggen waar hun berekeningen rammelen. Mocht een van de lezers hiaten of fouten tegenkomen in mijn TradeQoin berekeningen dan hoor ik ’t graag. De berekeningen zijn gebaseerd op de officiële stukken van TradeQoin die op Symbid te vinden zijn en op de antwoorden van Rob van Hilten op eerdere vragen van mij. Als gevolg van mijn vragen over de verhouding tussen TradeQoin en Qoin heeft Rob van Hilten ook de huidige aandeelhoudersstructuur van Qoin en TradeQoin op Symbid geplaatst. Al wordt me daaruit nog steeds niet duidelijk hoe het nu zit met de beoogde aandelenuitgifte van Qoin, waar Rob van Hilten in antwoord op mijn vragen aan refereert. Want in een later antwoord stelt hij weer dat het toegevoegde bestand de huidige aandeelhouders structuur aangeeft.

    Vandaag heb ik de waslijst aan vragen die het business model van TradeQoin en de handelswijze van Rob van Hilten oproept op Symbid geplaatst, omdat het naar mijn mening niet zo mag zijn dat andere (potentiële) investeerders die antwoorden niet krijgen. Ik denk dat beantwoording meer tijd vergt dan een kop koffie, maar dat zien we dan wel weer. Veel van de vragen zijn gebaseerd op voorwerk van Dennis A. Smith. Vragen over de kostenkant heb ik achterwege gelaten, omdat ik die simpelweg te hoog vind. En dan met name de loonkosten voor personen die ook aandeelhouder in Qoin of daar ook op de loonlijst staan/ingehuurd worden.

    Wie wil investeren in TradeQoin raad ik aan vooral zelf goed na te denken, zich goed achter de oren te krabbelen bij de hoge kostenstructuur van TradeQoin, de vele kanttekeningen van Dennis A. Smith te lezen en net zo lang vragen te stellen tot je tevreden bent met de antwoorden van Qoin/TradeQoin. De stukken van Dennis A. Smith vind je hier:

  • Energieverbruik en energieopwekking september 2014

    September is voorbij en het is de Week van de Energierekening, een mooi moment om de balans op te maken van ons energieverbruik in september.

    Elektriciteit

    Elektriciteitsverbruik per maand en wijze van opwekking vanaf januari 2011.
    Elektriciteitsverbruik per maand en wijze van opwekking vanaf januari 2011.

    Ons elektriciteitsverbruik leek in augustus veel veel hoger te liggen dan eerdere maanden, inmiddels ben ik er achter dat dit een typefout betrof. In de grafiek van ons maandelijks elektriciteitsverbruik t/m september is dit dan bijgewerkt.

    In de grafiek is te zien dat ons elektriciteitsverbruik en elektriciteitsopwekking deze maand bijna in evenwicht waren. Ook is duidelijk dat vooral onze zonnepanelen veel stroom hebben opgewekt. Ze waren deze in september goed voor 205 kWh. De opbrengst van onze winddelen viel weer wat tegen. Wat betekent dat de verwachte jaaropbrengst ook achterblijft bij de 1.500 kWh die de winddelen op jaarbasis zouden moeten leveren. Misschien dat de wind nog aantrekt in de laatste helft van het jaar, maar anders wordt dit het tweede jaar dat ze minder opleveren dan beoogd.

    Elektriciteitsverbruik en opwekking op jaarbasis (doorlopend cumulatief)
    Elektriciteitsverbruik en opwekking op jaarbasis (doorlopend cumulatief)

    Ons 12-maands elektriciteitsverbruik (doorlopend cumulatief van 12 maanden) steeg wederom, waarmee we weer uit komen op een elektriciteitsverbruik van 3.300 kWh op jaarbasis. Ondanks de stijging wekken we nog steeds meer elektriciteit op dan we verbruiken.

    Voor 2014 verwacht ik dan ook een lage elektriciteitsrekening, waarbij we enkel energiebelasting, SDE+ heffing en btw hoeven te betalen over de door onze winddelen opgewekte elektriciteit. Natuurlijk houden we ook onze vaste aansluitkosten, waar dan weer de teruggaaf energiebelasting vanaf gaat. Dat betekent dat het elektriciteitsdeel van onze rekening naar verwachting Euro 95 bedraagt (Euro 8 per maand). Dat is 10% van het gemiddelde voor een gezin van 4 personen, volgens het Nibud.

    Gasverbruik / warmteverbruik

    Gasverbruik per maand sinds januari 2011
    Gasverbruik per maand sinds januari 2011

    Doordat het stookseizoen bij ons nog niet begonnen is ligt ons gasverbruik nog erg laag. We hebben in september slechts 9 m3 aardgas verbruikt. De resterende warmtebehoefte voor warm tapwater werd geleverd door onze zonneboiler. Ons gasverbruik lag in september iets lager dan vorig jaar, maar ons stookseizoen begint pas deze maand. Oktober t/m december worden dan ook de maanden om te zorgen dat we onder de 700 m3 aardgas blijven. Vanaf januari hebben we tot nu toe 371 m3 aardgas verbruikt, dus het lijkt goed te gaan. Zolang het niet te koud wordt de komende maanden.

    2014_september_gasverbruik_12_maandsOns warmteverbruik op jaarbasis ligt al een aantal maanden stabiel, wat komt doordat we niet hoeven te stoken voor ruimteverwarming. Ook is goed te zien in de grafiek links dat we na een forse piek in 2013 weer fors gezakt zijn in ons gasverbruik. We zitten nu weer op ons oude niveau. Volgens Mindergas gaan we rond de 700 m3 aardgas voor verwarming uitkomen. Dat zou mooi zijn, want ten opzichte van ruim 1.100 m3 van vorig jaar is dat een besparing van bijna 40%. Wat ons ongeveer 250 Euro op de energierekening scheelt. De zonneboiler levert ons op jaarbasis minimaal 90 Euro minder gaskosten op. De kostenbesparing op elektriciteitsverbruik is niet meegenomen.

    Op basis van ons huidige verbruik verwacht ik dat we voor 2014 Euro 625 aan gas kwijt zijn (inclusief vastrecht en BTW), dat is 52 Euro per maand. Bijna de helft van het gasverbruik dat Nibud berekend voor een hoekwoning, al zitten in dat gemiddelde natuurlijk ook slechter geïsoleerde woningen.

    Totaal energieverbruik

    Voor gas en elektriciteit samen verwachten we in 2014 zo’n 60 Euro per maand kwijt te zijn. Een mooi succes als je bedenkt dat we vorig jaar nog op ongeveer 125 Euro zaten. Volgens GreenChoice gaan we hoger uitkomen, maar die nemen een gemiddelde van de afgelopen jaren bij het bepalen van de voorschotten. Bovendien hou ik de voorkeur voor een teruggaaf i.p.v. bijbetalen bij de eindafrekening van een jaar. Dat alles niet niet weg dat we nog steeds een behoorlijk deel van ons aardgasverbruik moeten verduurzamen. Of liever nog: elektrificeren.

    Waterverbruik

    In september hebben we 10 m3 water verbruikt, dat is meer dan vorig jaar. Op jaarbasis verbruiken we nu 114 m3 water. Dat is fors meer minder dan de 169 m3 water waar het Nibud mee rekent voor een gezin van 4 personen (al zijn onze kinderen nu natuurlijk nog wel klein, ze gaan we 2 keer per week in bad).

  • Provinciale ontgasverboden

    Nu Zuid-Holland en Noord-Brabant werken aan een beperkt ontgassingsverbod, is het de vraag wat andere provincies gaan doen.

    In mei berichtte Sargasso dat het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam overeenstemming hadden bereikt over het terugdringen van ontgassingen door varende binnenvaartschepen. Onderdeel van het akkoord zijn provinciale ontgasverboden in Zuid-Holland en Noord-Brabant die in 2015 in zouden moeten gaan.

    Deze regionale aanpak betekent dat schippers kunnen gaan uitwijken naar provincies waar ontgassen nog niet is verboden. Reden voor Sargasso om deze zomer een rondje langs de provincies gelegen aan de belangrijkste vaarroutes naar Duitsland en België te maken. De vraag daarbij was simpel: overweegt uw provincie een provinciaal ontgasverbod voor de binnenvaart in te stellen?

    Ontgassen: wat was het ook al weer?

    Bij transport van natte bulklading is het soms nodig om de ruimen (of beter gezegd de tanks) te ontdoen van restanten van die lading, omdat anders geen nieuwe vracht geladen kan worden. Wanneer het vluchtige stoffen betreft, wordt dit vaak gedaan door middel van het ontgassen van het varende schip aan de buitenlucht. Dit is wettelijk toegestaan.

    De dampen die daarbij vrijkomen, bijvoorbeeld van benzeen of benzeenhoudende stoffen, kunnen stankklachten, maar ook milieu- en gezondheidsschade veroorzaken. Met behulp van ontgasinstallaties op de wal of op het schip kunnen schepen echter gecontroleerd worden ontgast, zonder de ladingdampen naar de buitenlucht te laten ontsnappen.

    Status Noord-Brabant en Zuid-Holland

    Inmiddels hebben de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland beide een conceptwijziging van hun Provinciale Milieuverordening opgesteld. In Zuid-Holland is de inspraakperiode inmiddels achter de rug (mijn zienswijze vind je hier). Het doel van de aanpassingen van de provinciale milieuverordening is het verbieden van het ontgassen van benzeen aan de buitenlucht per 1 januari 2015 en benzeenhoudende stoffen vanaf 1 januari 2016.

    Toch wijken beide provinciale milieuverordeningen op punten van elkaar af. Een ontwikkeling die Steven Lak, voorzitter van Deltalinqs (vereniging van Rotterdamse havenondernemers), bij een recente bijeenkomst over het verwerken van ladingdampen in de petrochemische keten deed opmerken dat een lappendeken van provinciale verordeningen dreigt.

    Overige provincies

    Sommige provincies hebben meer kans dan andere om last te krijgen van binnenvaarttankschepen die uitwijken om een ontgasverbod in Zuid-Holland en Noord-Brabant te ontlopen. De provincie Zeeland ligt op een belangrijke verbindingsroute tussen Rotterdam en Antwerpen. De provincies Utrecht en Gelderland liggen op de verbindingsroute tussen Rotterdam en het Duitse achterland, en in de provincie Noord-Holland ligt de grootste benzinehaven ter wereld. De vraag aan deze provincies was simpel:

    Overweegt uw provincie het instellen van een provinciaal ontgasverbod?

    Zo ja, neemt de provincie dan de al in ontwikkeling zijnde aanpassingen van de provinciale milieuverordening uit Noord-Brabant of Zuid-Holland over, of wordt aan een eigen verordening gewerkt?

    Zo nee, kunt u aangeven waarom niet?

    De persvoorlichter van de provincie Utrecht gaf in een reactie aan niet te werken aan een provinciaal verbod op ontgassen, omdat de provincie van mening is dat het Rijk het probleem internationaal moet oplossen (via het Scheepsafvalstoffenverdrag, CDNI). De provincie wil daarom geen verordening instellen waarmee het probleem verplaatst wordt en waarvan het juridisch gezien onduidelijk is of ze deze kunnen handhaven (zie ook mijn eerdere berichtgeving op Sargasso of op mijn blog).

    De provincie Zeeland gaf aan in gesprek te zijn met betrokken partijen over de mogelijke gevolgen van een ontgasverbod in Noord-Brabant en Zuid-Holland. De provincie wil verder geen inhoudelijke openheid van zaken geven over de inhoud van deze gesprekken.

    De persvoorlichter van de provincie Noord-Holland gaf aan dat er binnen de provincie niet wordt gewerkt aan een provinciaal ontgasverbod, waarbij op persoonlijke titel werd toegevoegd dat het probleem in Noord-Holland mogelijk minder speelt.

    De aanwezigheid van het Havenbedrijf Amsterdam en de vereniging van Amsterdamse ondernemers (ORAM) bij de bijeenkomst waar ook Steven Lak vorige week maandag sprak doet echter vermoeden dat er in Noord-Holland wel degelijk nagedacht wordt over een provinciaal ontgasverbod.

    De provincie Gelderland heeft niet gereageerd op het verzoek om informatie. In mei gaf de provincie evenwel aan niet mee te zullen doen aan de afspraken tussen Rijksoverheid en de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland.

    Conclusie

    Vooralsnog lijkt de kans op een provinciale lappendeken beperkt. Al is het natuurlijk mogelijk dat de ondervraagde provincies liever in stilte een ontgassingsverbod voorbereiden of wachten met aanpassing van hun provinciale milieuverordening totdat de wijzigingen in Zuid-Holland en/of Noord-Brabant van kracht zijn.

  • Hoe de rijken regeren

    Het is nauwelijks nieuws dat de rijken meer politieke macht hebben dan de armen, zelfs in democratische landen waar iedereen kan stemmen. Twee politieke wetenschappers, Martin Gilens (Princeton University) en Benjamin Page (Northwestern University) hebben recent sterke aanwijzingen gevonden dat ook de middenklasse nauwelijks invloed heeft. De wetenschappers vergeleken de uitkomsten van opiniepeilingen, waarbij ze toetsten of de Amerikaanse overheid een voorstel binnen 4 jaar na de opiniepeiling invoerde.

    Op het eerste oog werden veel voorstellen van de gemiddelde kiezer ingevoerd en lijkt de gemiddelde kiezer invloed te hebben. Wanneer gefocust wordt op beleidsvoorstellen waar de meningen van de gemiddelde kiezer afwijken van de top 10% inkomensklasse (volgens de onderzoekers te beschouwen als proxy voor de top 1%) verschuift het beeld. Dan blijkt dat de top 10% bijna altijd z’n zin krijgt, dat geldt ook voor georganiseerde lobbygroepen.

    Dat roept natuurlijk wel de vraag op hoe politici dan gekozen en herkozen worden door hun kiezers.  Volgens de onderzoekers is een mogelijke strategie daarvoor inzetten op bv. nationalistische of culturele verschillen. Zoals Marx al zei: ‘religie is opium van het volk’.

    Eerder gepubliceerd als waanlink op Sargasso.

  • Gastbijdrage van Craig Morris: Angst… dat de Duitse Energiewende zal slagen

    Het Instituut voor Energie Onderzoek (IER) stelt dat angst een belangrijke drijfveer is van de Duitse Energiewende. Een energietransitie die zonder de inzet van schaliegas zal falen in het reduceren van emissies, zeker zonder inzet van kernenergie. Craig Morriss stelt echter dat het erop lijkt dat sommige critici zelf bang zijn, bang dat de Duitsers hun energietransitie voor elkaar krijgen zonder inzet van schaliegas of kernenergie.

    Angst_energiewende_werkt_afb_1
    De grootste angst van critici van de Duitse Energiewende is niet dat deze zal falen, maar dat deze zal slagen (foto credits: Günter Hentschel, CC BY-ND 2.0

    De IER schrijft in zijn commentaar met de titel ‘Duitsland’s angst voor hydraulisch fracken en emissie reductie doelstellingen:

    “[…] als Duitsland vasthoud aan het halen van haar CO2 doelstellingen, sluit een verbod op hydraulisch fracken het land af van een energiebron met relatief lage emissies en maakt het het halen van de gestelde doelstellingen moeilijker.

    Er valt niks weinig af te dingen op die zin, maar veel meer op stellingen elders – te beginnen met de titel.

    Beschuldigingen van Duitse angst ploppen op zoals in het spel Whack-A-Mole. Ze zijn gemakkelijk te weerleggen, zeker als we rekening houden met de reactie van andere landen op nucleaire incidenten.

    Zorgen over de risico’s van kernenergie speelden een hoofdrol in het Duitse debat na het ongeluk in Tsjernobyl in 1986, toen Duitse ambtenaren het publiek waarschuwde voor de risico’s. In reactie daarop implementeerde Duitsland z’n eerste uitfasering van kernenergie – 16 jaar later, in 2002. De regering die de uitfasering implementeerde trad aan in 1998 en besteedde vier jaar aan het plannen en uitonderhandelen van de details van de uitfasering met experts en eigenaren van kerncentrales. Zo’n tijdsplanning klinkt eerder als professioneel, dan als paniek voetbal.

    Italië reageerde na het ongeluk in Tsjernobyl snel met z’n eigen referendum door in 1987 een eigen uitfasering van kernenergie te starten. De Italianen sloten de laatste van hun vier kernreactoren in 1990. Ze hadden geen plan voor het vervangen van kernenergie, dus is Italië nu een van de grootste elektriciteitsimporteurs van Europa, voornamelijk uit Frankrijk. Maar wellicht is Italië’s beslissing slimmer dan je op het eerste gezicht denkt, want de Italianen lijken tegen de Fransen te hebben gezegd: “We willen jullie kernenergie best kopen, maar jullie moeten de risico’s voor ons dragen.”

    Vergelijk dat met de Zweedse rectie – niet op Tsjernobyl (1986), maar oop het veel minder zware ongeluk bij Three Mile Island (1979). In 1980 – op een moment dat zonnecellen een buitenaardse techniek waren en de ontwikkeling van de eerste moderne, maar nog steeds kleine windturbine nog niet eens begonnen was – besloten de Zweden in een referendum tot het uitfaseren van kernenergie in 2010. De Zweedse uitfasering faalde, omdat de Zweden (net als de Italianen) geen tijd hadden genomen om na te denken over hoe kernenergie vervangen kon worden.

    Oostenrijk had al een referendum gehouden in 1978, het jaar voor Three Mile Island, om de ingebruikname van de eerste afgebouwde kerncentrale van het land te blokkeren. Sindsdien staat de afgebouwde centrale weg te roesten, zonder ooit een kilowattuur elektriciteit te hebben geproduceerd, en Oostenrijk begon z’n eigen uitfasering van kernenergie in 1997. Bezien vanuit de Europese context lijkt de Duitse reactie op kernenergie van de afgelopen decennia simpelweg verstandig.

    Veiligheidstheater

    Toegegeven, het besluit om kernenergie uit te faseren van bondskanselier Merkel in 2011 was een verrassing. Toendertijd noemde ik het incompetent en onverantwoordelijk. Zo minitieus, gedetailleerd en flexibel als de uitfasering van 2002 was, zo plotseling en drastisch was de uitfasering van 2011. En het vormde de ergste vorm van overheidsingrijpen in een markt en private bezittingen. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met het terugdraaien van de uitfasering van kernenergie door bondskanselier Merkel, een paar maanden voor het ongeluk in Fukushima; in de zomer van 2010 was de levensduur van Duitse kerncentrales met 8 tot 14 jaar verlengd. De uitfasering van 2011 vormde de tweede draai in het kernenergiebeleid in 8 maanden.

    Ik denk dat de IER en ik het met elkaar eens zijn dat de wijze waarop de uitfasering van 2011 is aangepakt ruimte biedt voor verbetering. Maar onze wegen scheiden als het aankomt op de onderbouwing van de uitfasering van kernenergie. Zij schrijven dat “het zeer onwaarschijnlijk is dat Duitsland getroffen wordt door een tsunami.” Dat is waar, maar dat betekent niet dat kernenergie risicoloos is.

    Dit soort denken is wat veiligheidsexpert Bruce Schneier veiligheidstheater noemt – geen echte veiligheid, maar alleen maar acteren om mensen zich veilig te laten voelen: “als we ons bij de beveiliging van vliegvelden concentreren op het controleren van schoenen en het in beslag nemen van vloeistoffen, en de terroristen verstoppen hun explosieven in bh’s of vaste stoffen, hebben we ons geld verspild.” Een kernongeluk in Duitsland zou niet het gevolg zijn van Soviet onbekwaamheid of een tsunami, maar eerder van een combinatie van technisch en menselijk falen, eventueel met een natuurramp als aanstichter. Verschillende Duitse kerncentrales zijn gebouwd op tectonische breuklijnen en ontberen de meest basale bescherming tegen aardbevingen. Het hele land is gevoelig voor overstromingen, maar bij verschillende Duitse kerncentrales ontbreekt fatsoenlijke bescherming tegen overstromingen. Onvoorziene gebeurtenissen zijn dus mogelijk.

    Duitsers begrijpen dat het volgende kernongeluk gemakkelijk anders kan zijn dan Tsjernobyl en Fukushima. Maar zoals Merkel zich in 2011 realiseerde, het volgende ongeluk zou in Duitsland plaats kunnen vinden – om verschillende redenen.

    Duitsland wist hoe kernenergie te vervangen

    In tegenstelling tot de Zweden en Italianen, wisten de Duitsers in 2002 hoe kernenergie te vervangen – en ze hebben zelfs alle kernenergie die vanaf 2011 verloren is gegaan vervangen. De IER beweert het tegendeel:

    Duitsers zijn teruggevallen op kolen als back-up voor de onregelmatige hernieuwbare technologiën en om zich te verzekeren van voldoende vermogen om te voldoen aan de elektriciteitsvraag.

    Angst_dat_energiewende_werkt_afb_2_Figure-2003to20132Deze claim is gebaseerd op een eerdere publicatie van de IER zelf (PDF). Maar zoals we al gedemonstreed hebben in onze studie German Coal Conundrum (zie ook het artikel Welke rol voor kolen in de Duitse energietransitie?), overstijgt de groei van hernieuwbare elektriciteit vanaf 2011 de reductie in kernenergie. En zoals regelmatige lezers van mijn stukken weten vergroot de vraag van het buurlanden naar Duitse stroom het aandeel van de resterende vraag dat bediend wordt door conventionele centrales (in 2013 waren Nederland en Frankrijk in 2013 de grootste importeurs van Duitse stroom). Preciezer gesteld als we de Duitse recordexport van elektriciteit in 2013 buiten beschouwing laten zouden kolenstroom en CO2-emissies met ongeveer 2.5 procent gedaald zijn. Vooral het buitenland maakt massaal gebruik van Duitse kolenstroom; Duitsland heeft veel minder elektriciteit van kolen nodig om in z’n eigen elektriciteitsvraag te voldoen.

    We zouden ook niet moeten stoppen met tellen bij 2013. De verandering in TWh (terawattuur, 1 miljard kilowattuur) staat in de grafiek hierboven. Maak je maar vast op voor rapporten over dalende emissies in Duitsland dit jaar.

    Angst_dat_energietransitie_werkt_afb_3_63changeelectricityproduction2014

    Koolstof in de grond laten

    Tot slot: neemt iemand bij de IER de term ‘unburnable carbon’ serieus? Meerdere organisaties, die je niet kunt beschuldigen van te groen zij, zoals het Internationaal Energie Agentschap (IEA), stellen inmiddels dat we ten minste tweederde van de huidige bewezen reserves fossiele brandstoffen in de grond moeten laten. Als Duitsland schaliegas gaat produceren verhoogt dat enkel de hoeveelheid koolstof die in de grond moet blijven.

    De IER stelt dat Duitsland schaliegas afwijst ‘ondanks stijgende elektriciteitsprijzen,’ alsof binnenlands geproduceerd Duits schaliegas op een of andere magische wijze de elektriciteitsprijzen zou verlagen. Duitsland heeft een van de grootste en minst dure bruinkool voorraden in de wereld. Elektriciteit van schaliegas gaat niet automatisch elektriciteit van bruinkool vervangen, en gas zou relatief goedkoop moeten zijn om elektriciteit van steenkool te vervangen, die ook steeds vaker de markt uit gedrukt wordt (zie grafieken hierboven). Het meest waarschijnlijk is dat Duits schaliegas de Duitse import van gas zou verlagen, zonder de CO2 emissies substantieel te veranderen.

    Globaal genomen lijkt het er op dat het doel van de IER studie is om de Duitse Energiewende in een kwaad daglicht te stellen. Zinnen zoals deze zijn veelzeggend:

    In de nasleep van het besluit tot sluiting van kerncentrales uit 2011 zijn de Duitse CO2 emissie daadwerkelijk gestegen en Duitsland is nu het EU land met de hoogste CO2 emissie (met 760 miljoen ton in 2013) volgens het statistisch bureau van de EU, Eurostat.

    Duitsland heeft niet ‘nu’ de hoogste CO2 emissies, het is verreweg de grootste economie van de EU en is de grootste CO2 uitstoter voor zo ver terug als je wenst te gaan.

    Agst_dat_energiewende_werkt_afb_4_63co2emissionsbycountry

    We moeten bedenken dat het voorzien in goedkope fossiele brandstof geen doel is van de Energiewende. Voor het klimaat moet het doel zijn om om zoveel mogelijk koolstof in de grond te laten, niet om meer grondstoffen (schaliegas) om te zetten in bewezen reserves. Maar het IER lijkt sowieso bezorgder om goedkope energie voor de industrie dan het klimaat. Zoals ik recent uitlegde is Duitsland nieuwe wetgeving geïnterpreteerd als het open zetten van de sluizen (door degene die fracking willen verbieden) of als een verbod (door het bedrijfsleven). De interpretatie van de IER valt duidelijk in het tweede kamp.

    Niemand maakt zich zo druk om de Duitse economie als de voorstanders van fracking en kernenergie lijken te doen. De Duitse economie heeft er sinds de hereniging nog nooit zo goed voorgestaan, en marktanalisten zeggen dat Duitsers zich op kunnen maken voor de Golden 20s in het volgende decenium. Hoe dan ook maakt de IER zich geen werkelijke zorgen om klimaatverandering, CO2 emissies of het succes van de Energiewende. De IER is bezorgd dat Duitsland de omslag voor elkaar gaat krijgen zonder schaliegas of kernenergie.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is een vertaling van het artikel ‘Angst… that the Energiewende will workHet artikel is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.