Blog

  • Mansveld zet in op internationaal verbod op ontgassen

    binnenvaarttanker

    Staatssecretaris Wilma Mansveld heeft vorige week aan de Tweede Kamer laten weten dat ze inzet op een internationaal verbod op ontgassen door de binnenvaart, dus niet op een verbod in de havens zoals RTV Rijnmond in december meldde. Ze deed dit in antwoord op Kamervragen van Henk van Gerven (SP) en Liesbeth van Tongeren (GroenLinks). Dat is goed nieuws. Uit de antwoorden valt op te maken dat er in juni belangrijk internationaal overleg is om tot zo´n internationaal verbod op ontgassen te komen. Helaas vermeldt de staatssecretaris geen beoogde ingangsdatum van het verbod, ondanks berichten in diverse media dat dit wel zo zou zijn. Ook biedt ze vooruitlopend op een internationaal verbod geen zicht op nationale maatregelen.

    Wel positief is dat het RIVM opdracht krijgt om opnieuw naar het protocol waarmee de omvang van emissie door ontgassen bepaald wordt te kijken. De kans is groot dat de officiële emissies daarmee gaan stijgen, zowel de emissies naar de lucht als de emissies naar het oppervlaktewater. Waarschijnlijk nog meer dan CE al berekende, omdat de staatssecretaris aangeeft dat het ontgassen van toxische stoffen naar de buitenlucht is toegestaan, zoals ik ook al schreef. CE Delft gaat in haar rapport ervan uit dat toxische stoffen niet aan de buitenlucht ontgast worden. Volgens CE gaat het om maximaal 24 ton aan toxische stoffen, te weten UN 1093 (acrylonitrile), UN 1230 (methanol), UN 1662 (nitrobenzene) and UN 2312 (phenol) en UN 1547 (aniline).

    Nieuwe vragen

    De staatssecretaris geeft aan dat ze de mening deelt dat de havens van Amsterdam, Dordrecht, Moerdijk en Rotterdam grotendeels in de buurt van woonkernen zijn gelegen. Een begrip dat voorkomt in internationale verdragen, maar niet is gedefinieerd in de Nederlandse regelgeving. Tot mijn verbazing laat de Staatssecretaris het bij deze constatering, zonder de logische vervolgstap om het begrip woonkern te koppelen aan een bestaand definitie. Bijvoorbeeld gebieden met de bestemming wonen.

    Wat ook verrast, is dat de staatssecretaris schrijft dat alle dampretourinstallaties in Nederland in principe de teruggewonnen damp naar de buitenlucht mogen uitstoten. Het ontgaat me wat dan nog het milieuvoordeel van een dampretourinstallatie is. Tenzij ze bedoelt dat dampretourinstallaties teruggewonnen damp in geval van calamiteiten naar de buitenlucht mogen uitstoten. In mijn naïviteit dacht ik dat een dampretourinstallatie de dampen uit een tank retour nam of deze damp naar een dampverwerkingsinstallatie door zou sturen.

    Inmiddels hebben Henk van Gerven en Liesbeth van Tongeren samen schriftelijke vervolgvragen gesteld aan Staatssecretaris Mansveld. Een volledig overzicht van vragen over ontgassen vind je hier.

    Selectief informeren

    De staatssecretaris stelt dat er tijdens handhavingsacties door de samenwerkende toezichthouders op de Zuid-Hollandse wateren en in de Rotterdamse haven slechts een beperkt aantal waarschuwingen en processen-verbaal zijn opgemaakt. In 2012 ging het om 38 waarschuwingen en 14 processen-verbaal en in 2013 om 6 waarschuwingen en 17 processen-verbaal. Deze gegevens komen uit het Evaluatieverslag (pdf) thema-acties ontgassen & boord-boord overslag 2012 van BTR-Rijnmond.

    In dit evaluatieverslag staat ook dat de samenwerkende toezichthouders op basis van de uitgevoerde handhavingsacties concluderen dat het nalevingsniveau van het ADN en andere vigerende wet- en regelgeving laag is. De samenwerkende toezichthouders zijn van mening dat dit stringenter toezicht op de naleving van wet- en regelgeving met betrekking tot boord-boord overslag en ontgassen noodzakelijk maakt. De diversiteit aan overtredingen die de toezichthouders geconstateerd hebben is groot en de geconstateerde overtredingen brengen onaanvaardbaar hoge veiligheidsrisico’s voor bemanning en omgeving met zich mee.

    Dat is een veel minder rooskleurig resultaat dan dat oprijst uit de aantallen die de staatssecretaris noemt in de beantwoording van de Kamervragen van Van Gerven.

  • Resultaat van ons eerste jaar winddelen

    In 2012 besloten we om winddelen te kopen via De Windcentrale. Inmiddels zit ons eerste jaar als winddeler er op, dus tijd om terug te kijken op de behaalde resultaten. Al heb ik nog geen inzicht in de financiële jaarcijfers van de windmolens waar we in participeren.

    Verwachting vs. realiteit

    We hebben 3 winddelen, twee in Grote Geert en een winddeel in De Jonge Held. De verwachtte jaaropbrengst komt daarmee op 1.500 kWh, goed voor ongeveer 40% van ons elektriciteitsverbruik. De werkelijke opbrengst in 2013 was 1.311 kWh, dat is 13% minder. De uiteindelijke besparing op onze energierekening bedroeg 95 Euro, 10% minder dan ik vooraf had berekend. Dat kwam doordat de stroomprijs wat hoger lag dan waar ik op voorhand mee had gerekend.

    Financieel resultaat

    Het rendement op onze investering, rekening houdend met afschrijvingskosten en zonder inflatie, bedraagt in het eerste jaar 3%. Als we het geld op de bank hadden laten staan hadden we 1,6% ontvangen. Wat dat betreft is het dus een goede investering geweest. De hoogste rente die we momenteel betalen op een lening is echter 4%. Dat betekent dat we beter onze lening hadden kunnen aflossen. Voor komend jaar verwacht ik dat het niet veel beter wordt, aangezien het leveringstarief van Greenchoice met 7% gedaald is. Daarmee daalt dus ook het financieel voordeel van onze winddelen.

    Ontwikkelingen Windcentrale

    De ontwikkelingen bij De Windcentrale hebben ondertussen ook niet stilgestaan. In 2013 hebben ze 4 windmolens via crowdfunding gekocht. Ook sloten ze een samenwerking met Vereniging Eigen Huis en werden ze door het uitgeroepen tot winnaar van de WNF Cleantech Star Award 2013.

    Conclusie

    We kijken terug op een leuk eerste jaar winddelen. Ondanks dat het eerste jaar niet de hoeveelheid stroom of het financieel rendement heeft opgeleverd die we hadden verwacht.

    Door de combinatie van zelf ons elektriciteitsverbruik bijhouden en de realtime app van De Windcentrale betrap ik me er in het weekend op dat ik stiekem even kijk of er wel genoeg wind is om de wasdroger aan te gooien. Volkomen kul natuurlijk gezien de kwaliteit van het Nederlandse elektriciteitsnetwerk, maar toch is het een sport om op dagbasis evenwicht te krijgen in ons elektriciteitsverbruik. Al ben ik er wel achter dat we in de zomermaanden de stroom van onze zonnepanelen met geen mogelijkheid opgebruikt krijgen, laat staan als het waait.

    Ik troost me op dat soort dagen met de gedachte dat we bijdragen aan het verlagen van de stroomprijs voor de vaderlandse energie intensieve industrie. Al vinden eigenaren van elektriciteitscentrales dat minder leuk.

  • Update on my Sunfunder projects (January 2014)

    1200 More Solar Lights in Copperbelt

    January 15, 2014
    78
    33 Logo SunnyMoney is a social enterprise that sells quality solar lights in Malawi, Zambia, Kenya and Tanzania, reducing reliance on poor quality fuels such as kerosene and disposable, short-life batteries.
    Checkmark 24 512%281%29 Jul 2013 – Repayment 1
    Checkmark 24 512%281%29 Oct 2013 – Repayment 2
    Checkmark 24 512%281%29 Jan 2014 – Repayment 3
    Apr 2014 – Repayment 4

    Going good, I’ve just been repaid on my loan for this SunnyMoney project for the third time. I’m now only one repayment away from being fully repaid! I’ve paid it forward and grown my impact by reinvesting your repaid funds into another project that is not yet fully funded. Thanks for supporting off-grid solar!

    The repayment means that demand for solar in the area is still high and that students and teachers are buying solar lights across Copperbelt district. As a result, they are experiencing life without kerosene, which is healthier and more economical.

    Propel Zamsolar Solar Scouts

    January 14, 2014
    79
    50 Logo Zamsolar is a social enterprise that empowers a network of sales agents in rural villages and delivers solar products and other cost-saving and income-generating products to the 10 million Zambians who have no electricity.
    Checkmark 24 512%281%29 Oct 2013 – Repayment 1
    Checkmark 24 512%281%29 Jan 2014 – Repayment 2
    Apr 2014 – Repayment 3
    Jul 2014 – Repayment 4

    Good news! I received my second repayment on my loan for this Zamsolar project. I’ve reinvested the rapayment in other solar projects on Sunfunder.

    The Solar Scout program has grown tremendously since the first recruits joined in January of 2013. A year later, the number of Solar Scouts has grown to 450; your loan helped 50 of them start on the right track. In the last several months of 2013 Zamsolar tried a different approach to managing their Solar Scouts. Instead of providing the scouts with products on consignment to sell, the scouts buy a product sample at a discounted price to use while promoting the product to potential customers. After submitting orders, the scouts will then receive products from a Zamsolar manager and are responsible for delivering them to their customers. Since buying a product sample is a commitment in itself, this new approach motivates scouts to be proactive with selling solar lights. As a result, more Solar Scouts are regularly selling products every month, and now a Solar Scout sells 3 to 4 products every month on average, earning commission totaling between $18-$24. With this extra income, Solar Scouts are able to put away some money for saving or better support their families.

    Power Homes and Businesses in Kayunga

    December 30, 2013
    74
    38 Logo SolarNow provides affordable, high quality solar home systems to off-grid households and businesses in Uganda. Their solar home systems range 50 to 500 watts and because they’re modular they can be upgraded over time.

    250 other people and I are making steady progress in this project’s funding. The project is now only $8,000 away from being fully funded, but we could use your help to top it off. So help out and invest, so this project will get fully funded and more people can benefit from solar.

    Invest Now
  • Ons huis verdient het. Uw huis ook?

    Vorig jaar lanceerde Energiesprong en Platform31 de Green Deal Stroomversnelling om de huursector naar nul op de meter te krijgen. Nu is het de beurt aan de koopsector. Onder het motto ons huis verdient het stellen ze samen met Vereniging Eigen Huis en VACpunt wonen:

    Een huis dat even veel energie opwekt als je nodig hebt en waarin je comfortabel kunt wonen. Zonder dat je daar meer voor hoeft te betalen. Dat wil toch iedereen! Jij ook?

    [youtube=http://www.youtube.com/watch?v=tIyAUe50UgM&w=560&h=315]

    Het idee is dat huiseigenaren het geld dat zij maandelijks aan hun energiemaatschappij overmaken, mogen investeren in het energiezuinig maken van hun woning.

    Gemiddeld is de energierekening van een rijwoning € 165 per maand. Energiesprong, het innovatieprogramma voor energieneutrale bouw, wil dat dit bedrag kan worden omgezet in een lening om het huis naar nul-op-de-energiemeter te laten verbouwen. In een woning die nul-op-de-energiemeter is, wordt niet meer energie verbruikt dan er wordt opgewekt. Hierdoor is de energierekening nihil.

    Hoe werkt het?

    In de voorgestelde financieringsconstructie van Energiesprong kan een huishouden met een energierekening van € 165 per maand ruim € 24.000 euro lenen voor energiebesparende maatregelen. Na de verbouwing is de woning gegarandeerd energieneutraal en zijn de bewoners minder afhankelijk van hun energieleverancier. De maandlasten van die woningbezitters blijven gelijk, want met € 165 per maand kan de lening voor de energiebesparende maatregelen worden afgelost. Vereniging Eigen Huis vindt ook dat de financieringsmogelijkheden voor energiebesparende maatregelen moeten worden versoepeld en steunt daarom het initiatief van Energiesprong. Energiesprong is in gesprek met de overheid, hypotheekverstrekkers en bouwpartijen en hoopt de deal in april 2014 rond te hebben.

    Onze situatie

    Op basis van ons maandbedrag van 100 Euro zouden we volgens de calculator van Vereniging Eigen Huis 14.770 Euro kunnen lenen voor energiebesparende maatregelen. Uitgangspunten bij deze berekening zijn:

    • De hypothecaire lening wordt binnen 15 jaar tegen een percentage van 4,5% annuïtair afgelost.
    • Fiscale renteteruggave is gesteld op 42%
    • Maandelijkse energiebesparingskosten zijn gelijk aan de over de gehele looptijd berekende gemiddelde maandlasten van de lening.
    • De afsluit-, bemiddelings- en advieskosten van de lening zijn niet meegerekend.
    • De berekening houdt geen rekening met of het in onze situatie mogelijk is een lening aan te gaan. Dat moeten we navragen bij onze adviseur.
    • Lenen betekent wel dat onze hypotheekschuld hoger wordt.

    Voor dat bedrag kan je toch nog heel wat energiebesparende maatregelen nemen. Al zal het een uitdaging zijn om werkelijk tot nul op de meter te komen voor dat bedrag.

    Meer informatie

    Wilt je weten welk bedrag je in dit geval zou mogen lenen? Ga dan naar Eigenhuis.nl/onshuisverdienthet.

    Of lees verder op Onshuisverdienthet.nl en zet daar ook meteen een stip voor een huis met nul op de meter 🙂

  • De Rotterdamse dienstauto mag wat kosten

    Vorige week raakte ik verzeild in een discussie over de nieuwe dienstauto´s voor de Rotterdamse wethouders. Om een beetje te prikkelen tweette ik:

    Dat deed ik op basis de ervaringen van Houston met elektrische auto´s. Nu is Nederland Amerika niet, zo zijn de brandstofprijzen hier een maatje duurder. Om te onderbouwen dat het in Nederland ook kan stuurde ik Arno Bonte van GroenLinks een excelletje dat ik ooit heb gemaakt waarin ik een Toyota Prius met een Nissan Leaf vergelijk bij 30.000 km per jaar.

    Arno Bonte stuurde de mail door aan de mensen achter Bogue.nl, een Rotterdams weblog, waarna ik dit weekend diverse mailwisselingen had om mijn rekenmodel toe te lichten. Vandaag kan je het resultaat terugvinden op Bogue en dat liegt er niet om: de BMW 520d die de Rotterdamse wethouders willen is niet alleen 1,5 keer zo duur per jaar als de elektrische Nissan Leaf, maar stoot ook 6.828 % meer CO2 uit per jaar (over luchtkwaliteit heeft Bogue het nog niet eens). En dan hebben we het over slechts 1 auto. Als we uitgaan van 30.000 km per jaar en 5 dienstauto´s kan er € 20.000 per jaar bespaart worden. Daar kan de Rotterdamse voedselbank 2 jaar van gehuisvest worden.

    De Nissan Leaf heeft natuurlijk z’n beperkingen in rijafstanden, maar ik kan me niet voorstellen dat de Rotterdamse wethouders met regelmaat op meer dan 100 km van de stad moeten zijn…

    Lees hier de finesses van het verhaal.

  • Energieverbruik en opwekking december 2013

    Een nieuw jaar, dus tijd om terug te kijken op wat geweest is. Te beginnen met ons energieverbruik over december 2013 en over heel 2013.

    Elektriciteitsverbruik en -opwekking december

    In december hebben we 268 kWh opgewekt, waarvan 80% met onze winddelen. Voor onze winddelen was december dan ook een absolute topmaand. Onze zonnepanelen deden het iets beter dan in november met een opbrengst van 56 kWh. Uiteindelijk hebben we 31 kWh ingekocht bij GreenChoice.

    2013-december-elektriciteitsverbruik per maand

    Ons elektriciteitsverbruik en onze elektriciteitsopwekking zijn 0p jaarbasis fors verandert t.o.v. voorgaande jaren. Wekten we in 2012 nog 0% van onze elektriciteit zelf op, in 2013 hebben we 77% van ons elektriciteitsverbruik zelf opgewekt. Ik verwacht dat dit in 2014 nog wat hoger ligt, aangezien we dan het eerste volle jaar met zonnepanelen hebben. Ons totale elektriciteitsverbruik op jaarbasis is wel gestabiliseerd rond de 3.300 kWh, daarmee zitten we onder het landelijk gemiddelde.

    2013-december-elektriciteitsverbruik jaarbasis

    Gasverbruik december

    Ons gasverbruik is in december weer wat verder opgelopen naar 146 m3. December was volgens Mindergas.nl met 399 graaddagen dan ook kouder dan november met 358 graaddagen.

    2013-december-gasverbruik per maand

    Voor heel 2013 komt het gasverbruik een stuk hoger uit dan in 2012, zelfs gecorrigeerd voor aantal graaddagen ligt het verbruik 42,6% hoger dan in 2012.

    2013-december-gasverbruik vergeleken met 2012

    Als je het gasverbruik per maand bekijkt wordt overigens goed duidelijk dat dit vooral veroorzaakt is door meer stoken in de eerste helft van het jaar. Het laatste kwartaal van 2013 komt sterk overeen met het laatste kwartaal van 2012, dus ik heb goede hoop dat we in 2014 jaar weer kunnen zakken in aardgasverbruik:

    2013-december-gasverbruik per maand vergeleken met 2012

    Bovenstaande grafieken zijn gemaakt m.b.v. ons account bij Mindergas.nl. Daardoor wijken de gasverbruiken per maand en per graaddag af van de getallen die ik zelf bereken. Mijn model is namelijk wat minder verfijnd dan dat van MinderGas.nl.

  • 2013 in review

    The krispijnbeek.nl/ stats helper monkeys prepared a 2013 annual report for this blog.

    2012 Emailteaser

    Here’s an excerpt:

    The concert hall at the Sydney Opera House holds 2,700 people. This blog was viewed about 47,000 times in 2013. If it were a concert at Sydney Opera House, it would take about 17 sold-out performances for that many people to see it.

    Click here to see the complete report.

  • Emissies door ontgassen binnenvaart veel hoger dan gedacht

    Onderstaand artikel verscheen eerder op Sargasso.nl.

    Update 14/12/2013: Wethouder Baljeu (Rotterdam, VVD, haven) zegt in het Algemeen Dagblad een ontgasverbod in de Rotterdamse haven en Moerdijk toe. Streven is om dit op 1 januari 2015 in te laten gaan.

    UPDATE 13/12/2013 17:30: Ook GroenLinks heeft nu kamervragen gesteld n.a.v. dit onderzoek.

    UPDATE 12/12/2013 16:13: SP stelt Kamervragen naar aanleiding van dit onderzoek, en GroenLinks Rotterdam aan College B&W.

    Update 12/12/2013: Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) belooft om met wetgeving te komen die het ontgassen van schepen strafbaar stelt.

    UPDATE 10/12/2013 14.06: Een samenvatting van onderstaand artikel is hier te lezen.

    Binnenvaartschepen stoten veel minder vluchtige organische stoffen uit als gevolg van ontgassen dan tien jaar geleden, meldde de Vereniging Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) recent in haar nieuwsbrief. Dat bleek uit onderzoek van het onafhankelijke onderzoeksbureau CE Delft.

    Wie het nieuwsbericht verder doorleest komt tot de ontdekking dat het gaat om een relatieve daling van de emissie per schip, want de absolute emissie is met 25% gestegen naar 1,79 kiloton in 2011. Wat er niet bij staat, is dat die 1,79 kiloton een factor 10 hoger is dan de officiële Nederlandse cijfers voor 2011. Dat betekent dat er veel meer schadelijke stoffen in de lucht komen door ontgassen van binnenvaartschepen dan ons wordt voorgehouden. Reden genoeg voor mij (als bewoner van de Rijnmond en mede-initiatiefnemer om tot een Green Deal voor het ontgassen van de binnenvaart te komen) om het rapport door te spitten.

    Wat is ontgassen?

    Sinds november 2012 heb ik me in mijn vrije tijd verdiept in een tot dan toe voor mij onbekend milieuprobleem: ontgassen in de binnenvaart, soms ook ventileren of droogblazen genoemd. Ontgassen is nodig omdat er in de tanks van schepen die chemicaliën en aardolieproducten vervoeren ladingrestanten en ladingdampen achterblijven nadat de tanks geleegd zijn. Deze ladingrestanten en ladingdampen moeten uit het ruim verdwijnen voordat er een nieuwe lading aan boord komt. Dat heet ontgassen.

    Schepen die hun lading hebben gelost worden vol ladingdamp weggestuurd van de terminal. Om een volgende lading te kunnen laden moeten ze veelal aantonen dat ze gasvrij zijn aan de terminal van de nieuwe verlader. Dat kan op verschillende manieren, bij een tankschoonmaakbedrijf of door te ontgassen aan de buitenlucht.

    De verlader waar ze de eerdere vracht voor hebben vervoerd voelt zich niet verantwoordelijk voor het gasvrij maken van het schip dat lading heeft afgeleverd. Laat staan dat ze de rekening van het tankschoonmaakbedrijf betalen.

    Gezondheidseffect ontgassen

    Bij ontgassen komen giftige ladingdampen vrij, voornamelijk vluchtige organische stoffen (VOS) als benzeen, tolueen, ETBE en MTBE (loodvervangers in benzine). Deze stoffen dragen bij aan luchtverontreiniging. Luchtverontreiniging is recent door de Wereld Gezondheidsorganisatie als kankerverwekkend geclassificeerd. Daarbovenop komt dat VOS-emissies effecten kunnen hebben op de gezondheid. De volgende effecten kunnen acuut of na langdurige blootstelling optreden:

    • Aldehyden (formaldehyde, aceetaldehyde): slijmvlies irriterend,
    • carbonzuren (mierenzuur, azijnzuur): irriterend en soms corrosief,
    • koolwaterstoffen (tolueen, nonaan): narcotiserend, niereffecten bij sommige proefdieren,
    • chloorkoolwaterstoffen (tri, tetra, per: ) narcotiserend, lever, nier,
    • methyleenchloride: ernstige irritatie (vloeistof), branderig gevoel (damp),
    • aromatische amines en nitroverbindingen (nitrobenzeen) methemoglobine vorming.

    Verder zijn er een aantal VOS met specifieke effecten:

    • Benzeen, aniline: effecten op het bloed en bloedvormend systeem,
    • hexaan en MIBK perifere zenuwstelsel/neurotoxisch,
    • benzeen, vinylchloride, butadieen, PAK: kankerverwekkend

    Regulering ontgassen

    Schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren zijn in Nederland verplicht zich aan te melden bij het Informatie- en Volgsysteem voor de Scheepvaart (IVS ’90). Ook moeten ze via de seinvoering kenbaar maken dat ze gevaarlijke stoffen vervoeren. Schepen mogen deze seinvoering weer wijzigen als ze onder de 10% lower explosion level (10% LEL) komen. Dat kan door te ontgassen aan de buitenlucht, door de tanks te laten reinigen of door een aantal keer een bepaalde compatibele lading te vervoeren (bijvoorbeeld door na een vracht benzine een aantal keer diesel te vervoeren). Schippers zijn echter niet verplicht om te melden dat ze ontgast hebben. Ze melden het voornamelijk als ze daar zelf baat bij hebben, bijvoorbeeld als ze een ligplaats willen op een locatie waar alleen gasvrije schepen mogen afmeren. Het verwijderen van seinvoering is wel een sterke aanwijzing dat er ontgast of gereinigd is.

    Internationaal is het transport van gevaarlijke stoffen door de binnenvaart op de Rijn gereguleerd in het ADN-verdrag. Daarnaast zijn het scheepsafvalstoffenverdrag (CDNI) en de benzinerichtlijn van belang. Volgens het ADN-verdrag mag ontgassen alleen naar de buitenlucht als het op grond van andere internationale of nationale wettelijke voorschriften niet verboden is. Ook staat daar dat de zogenaamde t-stoffen (toxische stoffen) niet ontgast mogen worden aan de buitenlucht. Verder is ontgassen aan de buitenlucht door binnenvaartschepen, onder voorwaarden, toegestaan. Voor benzine (UN1203 om precies te zijn) geldt wel een ontgassingverbod.

    Het ADN-verdrag kent de volgende toestanden voor de ladingtank:

    • Gelost : leeg, maar nog ladingrestanten aanwezig,
    • leeg : droog, maar niet gasvrij,
    • gasvrij : geen aanwijsbare concentratie van gevaarlijke gassen aanwezig.

    Het onderzoek van CE Delft

    CE Delft heeft in opdracht van de Nederlandse petroleum industrie (VNPI), de chemische industrie (VNCI), de tank overslagbedrijven (Votob) en Havenbedrijf Rotterdam onderzoek gedaan naar ontgassen door de binnenvaart. Opvallende afwezigen in dit rijtje zijn de binnenvaartsector en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Buiten dat en de fors hogere emissie in het rapport ten opzichte van de officiële emissiecijfers die het RIVM heeft berekend voor 2011 zijn er nog een aantal opvallende zaken aan het rapport.

    Bepaling hoeveelheid vloeibare ladingrestanten

    Wanneer schepen gelost hebben, blijven er vloeibare ladingrestanten en ladingdampen achter in het schip. De hoeveelheid ladingrestant die in een gelost schip mag achterblijven is aangegeven in het scheepsafvalstoffenbesluit (CDNI). Het CDNI maakt onderscheid tussen de tanks en het leidingsysteem. Ook gelden er andere normen voor enkelwandige en dubbelwandige tankers. In een leidingsysteem mag 15 liter ladingrestant achterblijven, in de tank van een dubbelwandige tanker 5 liter en in de tank van een enkelwandige tanker 20 liter.

    In het rapport gaat CE Delft uit van vertrouwelijke cijfers van EBIS(European Barge Inspection Scheme) om de verhouding tussen enkelwandige en dubbelwandige tankers te bepalen. Ze komen daarbij uit op 90% dubbelwandige binnenvaarttankschepen. De hoeveelheid ladingrestant wordt gesteld op maximaal 50 liter, opgebouwd uit 7 tanks waar maximaal 5 liter in mag achterblijven en een leidingsysteem waar 15 liter in achter mag blijven.

    Wanneer ik kijk bij de openbare data van de Internationale Vereniging voor de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de binnenvaarten, de verzekering en voor het houden van het register van binnenschepen in Europa, (IVR) kom ik op iets minder dan 50% dubbelwandige binnenvaarttankschepen (op basis van cijfers april 2013). Bij enkelwandige schepen kan de hoeveelheid ladingrestant 155 liter (15 liter in het leidingsysteem en 7 keer 20 liter in de tanks) zijn, dat is 105 liter meer dan in een dubbelwandige tanker.

    Verder spreekt het CDNI over leidingsysteem en moderne schepen hebben per tank een eigen leidingsysteem. Dat betekent dat het ladingrestant nog eens 90 liter hoger kan zijn per schip (7 keer 15 liter in plaats van 1 keer 15 liter).

    Conclusie: de hoeveelheid ladingrestant lijkt met 50 liter aan de lage kant geschat en daarmee de hoeveelheid ladingrestant die ontgast wordt ook.

    Vervoer van toxische stoffen

    Het rapport gaat ervan uit dat toxische stoffen niet ontgast worden aan de buitenlucht, omdat dat in het ADN-verdrag verboden is. Het rapport gaat alleen niet in op een uitzondering die genoemd wordt in het verdrag. In de uitzonderingsbepalingen staat dat wanneer het niet praktisch is om op de aangewezen plaatsen te ontgassen het ook tijdens de vaart mag. Behalve in drukbevolkte gebieden, een begrip waarvan de definitie in het verdrag ontbreekt. Wel zijn er strengere eisen aan varend ontgassen verbonden.

    De Afvalstoffen Terminal Moerdijk (ATM) in Moerdijk is de enige aangewezen plek voor het verwerken van toxische ladingdampen in Nederland. Voor binnenvaartschepen, die Moerdijk niet op hun route hebben, is het niet praktisch om op de aangewezen plek te ontgassen. Dat betekent dat er tijdens de vaart ontgast mag worden en dit ook gedaan wordt. Want waarom zou je omvaren (tijdsverlies) en geld betalen, terwijl je de restlading en ladingdampen gratis naar de lucht mag uitstoten?

    De dedicatievaart

    Bij dedicatievaart vervoert een schip meerdere keren achter elkaar slechts één stof, bijvoorbeeld benzeen. In theorie is het dan niet nodig om tussen twee ladingen door te ontgassen. Er zat benzeen in het schip en het schip gaat gelost of leeg naar een verlader om een nieuwe lading benzeen op te halen. De kans op vervuiling van de nieuwe lading is dan klein. Het lijkt zodoende aannemelijk dat er niet ontgast hoeft te worden om gasvrij te worden.

    CE Delft neemt ook aan dat schepen die dedicatievaart uitvoeren niet ontgassen. Als dat zo is, is het de vraag wat er dan gebeurt met de ladingdamp bij het innemen van een nieuwe lading. Daar zijn in principe twee mogelijkheden voor. Het kan via de dampretourinstallatie teruggevoerd worden naar de tankopslag van de terminal, wat kans geeft op ‘vervuiling’ van de producten in de tankopslag. Als de terminal een drijvend dak heeft op de tankopslag is dit niet mogelijk, maar kan de ladingdamp via de dampretourinstallatie naar een dampverwerkingsinstallatie gevoerd worden. Het meest gebruikelijk is dat de ladingdamp vervolgens in de dampverwerkingsinstallatie verbrand wordt met de negatieve effecten op de luchtkwaliteit die daar bij horen. In een presentatie tijdens eenworkshop van het CDNI over verwerking van gasvormige restanten van vloeibare lading gaf het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in september 2012 aan dat de ladingrestanten en ladingdamp via de dampretourinstallatie in een aantal gevallen alsnog naar de buitenlucht geëmitteerd worden, omdat eendampverwerkingsinstallatie ontbreekt op de terminal, omdat dampverwerking (zo is te lezen op sheet 8 van de presentatie)  ‘traag, duur en log’ is.

    Navraag in de binnenvaartsector leert ook dat bij dedicatievaart voor dezelfde opdrachtgever geëist wordt dat binnenvaarttankschepen droog en gasvrij aan de kade komen. De reden daarvoor is veelal dat de opdrachtgever ook bij gelijke stoffen bang is voor vervuiling van zijn lading met de ladingrestanten van een eerder transport. Oftewel: de schipper moet zijn tanks ontgassen om aan de inkoopvoorwaarden van de opdrachtgever te voldoen.

    Voor UN1863 (vliegtuigbrandstof) geldt dat deze enkel in dedicatievaart plaatsvindt, maar dat deze open geladen mag worden. Dat betekent dat er emissies ontstaan bij het laden en lossen. Het is overigens ook mogelijk dat deze emissies niet onder het kopje ontgassen, maar onder emissies van op- en overslag vallen.

    Comptabiliteit van stoffen

    Bij comptabiliteit vervoert een schip verschillende stoffen na elkaar, zonder te ontgassen. Het gaat dan om stoffen die volgens de vrijwillige afspraken van de industrie zonder probleem na elkaar geladen kunnen worden. De petrochemie (VNPI) heeft een matrix opgesteld waarin de mogelijke combinaties opgenomen zijn.

    Volgens deze matrix kan bijvoorbeeld gasolie (UN1202) geladen worden na benzine (UN1203) zonder te ontgassen. Alleen gaat door het restant benzine dat achterblijft in de tank en leidingen het vlampunt van de gasolie naar beneden, waardoor deze mogelijk niet meer voldoet aan de gewenste specificatie van de ontvanger. De kans op vervuiling van de lading is in de ogen van de opdrachtgever nog groter dan bij vervoer van gelijke stoffen. Dat is ook de reden dat ladingeigenaren ook bij stoffen die volgens de vrijwillige afspraken na elkaar vervoerd mogen worden toch eisen dat een schip leeg en gasvrij voor de kant komt.

    Verbod op ontgassen benzineproducten

    Sinds de invoer van de Europese benzineregeling is het ontgassen van benzine verboden. In benzine (UN1203) zitten zuurstofhoudende hulpstoffen (bijvoorbeeld MTBE, methyl-tert-butylether). Vroeger werd daarvoor het zeer giftige tetraëthyllood (TEL) gebruikt (loodhoudende benzine). Het toepassen van zuurstofhoudende hulpstoffen zorgt voor een schonere verbranding van benzine en vermindering van de uitstoot van milieubelastende stoffen. In de Europese Unie mag benzine maximaal 15% MTBE bevatten.

    Wanneer er geen zuurstofhoudende hulpstof wordt toegevoegd aan benzine is sprake van ‘aardoliedestillaat’ (UN1268). Zowel zuurstofhoudende hulpstoffen als ‘aardoliedestillaat’ mogen ontgast worden aan de buitenlucht. Het verbod op ontgassen van benzine is dan ook simpel te omzeilen door de zuurstofhoudende hulpstof en het ‘aardoliedestillaat’ los van elkaar te vervoeren en deze pas na transport samen te voegen. Vervolgens kan het schip zonder problemen de tank waarin de zuurstofhoudende hulpstof is vervoerd en de tank met aardoliedestillaat ontgassen aan de buitenlucht.

    Dat zuurstofhoudende hulpstoffen, zoals MTBE, pas na transport worden bijgemengd, blijkt uit de daling van het vervoer van benzine en de stijging van het vervoer van UN1268. De forse emissie van de zuurstofhoudende hulpstof MTBE, in 2011 ongeveer 360 ton volgens CE Delft, bevestigt dit. Ter vergelijking: de totale Nederlandse emissie naar lucht en water bedroeg volgens het RIVM in 2011 minder dan 1 ton.

    Aan MTBE worden tegenwoordig ook schadelijke eigenschappen toegerekend. Wegens de grondwatervervuilende rol van MTBE is de stof inmiddels in 25 van 52 staten in de Verenigde Staten verboden. Vooral de geur- en smaakaspecten kunnen problemen geven bij de productie van drinkwater uit grondwater. De stof breekt moeilijk af in het milieu en is volgens het Amerikaans milieuagentschap mogelijk kankerverwekkend.

    Toch doen

    Een andere mogelijkheid om na vervoer van benzine te ontgassen, is door het ondanks het verbod simpelweg toch te doen. Zelfs de onderzoekers schrijven zwart op wit dat die laatste optie, tóch ontgassen wanneer dat verboden is, gewoon gebeurt (blz. 35):

    According to the IVS’90 database, transports of UN 1203 are in 92% of the cases followed by identical or compatible following products: in 63% by the identical product, and in 29% by a compatible product (35%). In the remaining 8% of the cases the following product is not compatible.

    In this line with this regulation it can be assumed that in the cases of an identical or compatible load, UN 1203 has not been degassed. For the remaining cases, with an incompatible next load, the corresponding emissions amount to 281 tons. According to the legal framework these degassing should have occurred at vapour treatment installations, and have not been emitted to the open air. [sic]

    Een andere reden dat er wel degelijk benzine wordt ontgast is dat veel nieuwe benzines zogenaamde laagkookpuntbenzines zijn. Dat betekent dat ze volgens het ADN-verdrag niet onder verpakkingsgroep II vallen maar onder I. Deze benzines kunnen daardoor niet vervoerd worden onder UN1203, waarvoor ontgassen verboden is. Nieuwe benzineproducten, zoals Shell VPower, vallen allemaal onder de definitie van laagkookpuntbenzines en kunnen dus gewoon ontgast worden aan de buitenlucht.

    Samenvattend

    De conclusie van de VNCI dat de emissies van ontgassen gedaald zijn is fraai geframed, maar daar is alles wel mee gezegd. In werkelijkheid zijn de emissies toegenomen en al helemaal als ze vergeleken worden met de officiële cijfers van het RIVM.

    Ondanks mijn vertrouwen in de kwaliteit van de onderzoekers van CE Delft heb ik mijn bedenkingen bij de uitkomsten van het rapport. Gelet op de bovengenoemde kanttekeningen bij de in het rapport gehanteerde aannames denk ik dat de berekende emissie aan de onderkant van de werkelijkheid zit. Vandaar dat ik Rijkswaterstaat gevraagd heb om een overzicht van het aantal gemelde wijzigingen in seinvoering sinds 2011. Want zolang er geen meldplicht voor ontgassen geldt, is dat in mijn ogen de meest betrouwbare manier om de omvang van de emissies door ontgassen in kaart te brengen.

    Mogelijke oplossingen voor ontgassen

    Als bewoner van Schiedam heb ik samen met een bewoner van Hoek van Holland en een bedrijf dat een technische oplossing heeft voor ontgassen een mogelijke oplossing voor ontgassen bedacht. In een volgende bijdrage zal ik daar verder op ingaan. Ondertussen hoor ik het graag als er lezers zijn die andere mogelijkheden kennen om van seinvoering te wijzigen.

  • Wethouder Baljeu zegt verbod op ontgassen in Rotterdamse haven en Moerdijk toe

    Sinds een jaar bemoei ik me intensief met het dossier ontgassen door de binnenvaart. Verschillende partijen strijden al veel langer tegen de zeer schadelijke uitstoot van de zogenaamde Vluchtige Organische Koolwaterstoffen zoals benzeen. Ook journalisten als Leon van Heel van het Algemeen Dagblad en Jaap Deijl van RTV Rijnmond zijn al veel langer met het dossier bezig.

    Zodra schepen hun lading hebben gelost blijft er in het ruim damp achter. Voordat er een nieuwe lading kan worden aangenomen dient het schip zich eerst van deze dampen te ontdoen. In de praktijk doen schepen dit veelal door hun luiken open te zetten waardoor deze dampen naar buiten toe worden geblazen.

    Afgelopen week was een duidelijk hoogtepunt in het dossier. Naar aanleiding van een artikel van mijn hand over ontgassen op Sargasso heeft Arno Bonte (GroenLinks Rotterdam) vragen gesteld aan het college van B&W in Rotterdam. Landelijk hebben Henk van Gerven (Tweede Kamerfractie SP) en Liesbeth van Tongeren (Tweede Kamerfractie GroenLinks) vragen gesteld aan staatssecretaris Mansveld.

    In de Tweede Kamer beloofde Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) om met wetgeving te komen die het ontgassen van schepen strafbaar stelt. Zaterdag 14 december 2014 stond er een artikel in het Algemeen Dagblad waarin de Rotterdamse Wethouder Haven en Economie, Jeannette Baljeu (VVD), zich achter een ontgasverbod schaart. Haar streven is om het verbod al per 1 januari 2015 in te laten gaan en te handhaven.

    In de Rotterdamse haven is varend ontgassen officieel verboden, met uitzondering van twee aangewezen gedoogplekken (Geulhaven en 2e PET haven). Het verbod op varend ontgassen geldt echter alleen in de havenbekkens. Het is niet verboden voor schepen om varend op bijvoorbeeld de Nieuwe Waterweg te ontgassen. Dat betekent dat schepen die chemicaliën vervoeren hier hun luiken openzetten en de dampen naar buiten blazen, met alle negatieve effecten op de gezondheid van de inwoners van de Waterweggemeenten.

    Uit recent onderzoek van het onafhankelijk onderzoeksbureau CE Delft blijkt dat de uitstoot van Vluchtige Organische Koolwaterstoffen een factor 10 hoger is dan de officiële cijfers van het RIVM. Er wordt 1,79 kiloton aan giftige stoffen naar buiten geblazen. Zelf ben ik na doorspitten van de aannames van het rapport van mening dat de onderzoekers uit Delft waarschijnlijk nog veel te conservatief zijn geweest (zie mijn artikel op Sargasso). Het gaat dus om een zeer relevant gezondheidsrisico.

    Afgelopen jaar heb ik intensief samengewerkt met Mark Lensselink, Fractievoorzitter van de VVD Hoek van Holland, en lokale en landelijke politici van GroenLinks om het probleem op de kaart te zetten en oplossingen aan te dragen. Ook de steun van SP en PvdA is daarbij van grote waarde geweest.

    Zowel het Kabinet als de Gemeente Rotterdam hebben dus uitgesproken dat de schadelijke uitstoot van onder andere benzeen in Nederland en dus ook in het Rijnmond gebied aan banden moet worden gelegd. Het jaar 2014 zal worden gebruikt om regelgeving op te stellen. Deze zal moeten aansluiten bij Europese afspraken. Daarnaast zullen er in de Rotterdamse haven installaties moeten komen om de dampen af te vangen.

    Mark Lensselink stelt dat het ontgasdossier een voorbeeld is van hoe je met elkaar in het belang van de inwoners zaken kunt bereiken. Daar sluit ik me volmondig bij aan.

    Meer informatie: Ontgasverbod voor havengebied.

  • Overzicht vragen over ontgassen binnenvaart

    In 2013  schreef ik een korte en een lange versie met kanttekeningen bij het onderzoek van CE naar emissies van varend ontgassen door de binnenvaart. Sinds 2013 heb ik een aardige reeks publicaties over het onderwerp op mijn naam staan, deze zijn zowel bij Sargasso als hier te vinden.

    Ontgassen is een taai en langjarig dossier, waar voor mij veel meer mensen hun tanden in hebben gezet. Om alle volksvertegenwoordigers die hier aandacht aan hebben besteed eer aan te doen (‘standing on the shoulders of giants’) hieronder een chronologisch overzicht van de vragen die gesteld zijn op lokaal, provinciaal en landelijk niveau, die ik terug heb weten te vinden over dit onderwerp. Als je aanvullingen hebt, laat ze achter in de reacties. Dan voeg ik ze toe.

    Naast volksvertegenwoordigers zijn er ook vele andere mensen al jaren druk om een oplossing in dit dossier te vinden, zowel van binnen als van buiten de betrokken branches.

    2010

    2011

    2012

    2013

    2014

    2015

    2016

    2018

    2019

    2020

    • 12 september 2020: Technische vragen Carla van Viegen, Partij voor de Dieren Zuid-Holland, aan Gedeputeerde Staten en beantwoording.
    • Oktober 2020: schriftelijke vragen Charlotte de Roo, GroenLinks Gelderland, aan Gedeputeerde Staten en beantwoording.

    2021

    • 10 juni 2021: schriftelijke vragen Neill Voorburg, GroenLinks Vlaardingen, aan college Vlaardingen.