Energieverbruik en opwekking juli 2019

Het is al weer halverwege augustus, hoog tijd dus om te kijken naar ons energieverbruik en de energieopwekking in juli. Door de vakantie heb ik niet de juiste stand van de elektriciteitsproductie van onze zonnepanelen en van ons waterverbruik. De overige standen kunnen we tegenwoordig via de slimme meter uit lezen. Om toch iets te kunnen zeggen over het energieverbruik in juli ben ik er van uitgegaan dat onze zonnepanelen in juli 2019 net zo veel stroom hebben opgewekt als in juli 2018.

Maandcijfers (in kWh)

Wat20182019verschil
Ruimteverwarming01
Warm water2022020%
Apparaten20122612%
Verbruik/graaddag0,000,05
Elektriciteitsafname201423110%
Teruglevering196
Elektriciteitsverbruik20122713%
Zonnepanelen2872870%
Zonnedelen4638-17%
Winddelen4743-8%
Zonneboiler1721826%
Totaal opwekking5525500%
Netto elektriciteitsverbruik-179-141-21%

Verwarming en warm water

Wat meteen opvalt bij de maandcijfers is dat er elektriciteit verbruikt is voor verwarming. Dit komt door een domme instellingsfout van mij, waardoor een van de infraroodpanelen ’s nachts is gaan verwarmen. Maar ja, welke dwaas zet de temperatuur in de hal dan ook op 19 graden in de zomer ūüôā Gelukkig was ik er na 1 dag achter, zodat de schade meevalt. Alle ruimtes staan nu buiten het stookseizoen ingesteld op 10 graden Celsius.

Het gasverbruik voor warm water lag met 20 kWh (2 m3) aardgas laag, zoals te verwachting is in de zoemr. Het grootste deel van het warme water werd geleverd door onze zonneboiler (naar schatting 182 kWh). Daarmee ligt het gasverbruik voor de maanden mei tot en met juli 2019 op 10 m3 aardgas, in 2018 was dat nog 18 m3. Een beetje actiever stoeien met het uitzetten van de cv-ketel en het slim kiezen van momenten waarop we warm water gebruiken lijkt dus ook buiten het stookseizoen z’n vruchten af te werpen. Wat niet wegneemt dat over de afgelopen 12 maanden 52% van ons energieverbruik uit aardgas bestond. Wat wel lager is dan de 80% van het energieverbruik die aardgas bij een gemiddelde woning uitmaakt (uitgaande van de jaargemiddelde van MilieuCentraal: 1470 m3 aardgas en 3.000 kWh elektriciteitsverbruik per jaar).

Energieopwekking

Bij de energieopwekking valt op dat onze zonnedelen het dit jaar slechter doen dan vorig jaar juli. Ook onze winddelen hebben minder elektriciteit weten op te wekken. Daardoor is ook het netto elektriciteitsverbruik hoger dan in 2018. Al met al ligt ons netto elektriciteitsverbruik in 38 kWh, 21%, hoger dan in 2018. Dat neemt niet weg dat we per saldo nog steeds 141 kWh meer hebben opgewekt dan gebruikt in juli. Over de laatste 12 maanden hebben we nu 44 kWh ingekocht bij het energiebedrijf.

Cumulatief netto energieverbruik

Ons cumulatief netto energieverbruik ligt nog steeds 16% lager dan het gemiddelde over de periode 2014-2018. Al kan dat dus wat anders liggen als ik de juiste cijfers van onze zonnepanelen in augustus verwerk.

Voorschot GreenChoice

De wijze waarop GreenChoice het voorschot berekend blijft ondoorgrondelijk, zoals ik vorige maand al aanstipte. Ons elektriciteitsverbruik wordt momenteel ingeschat op 2.775 kWh. Terwijl mijn jaargemiddelde elektriciteitsverbruik sinds ik klant ben op 3.337 ligt, waarvan na aftrek van onze zonnepanelen (1.582 kWh) en winddelen (1.320 kWh) nog 435 kWh overblijft. Vorige maand schatte GreenChoice ons elektriciteitsverbruik nog op 3.240 kWh. Waarom het na een maandje zon ineens lager ligt snap ik niet.

Ons gasverbruik wordt door GreenChoice momenteel ingeschat op 122 m3 per jaar, iets hoger dan vorige maand. Terwijl ons werkelijk gasverbruik dit jaar al op 294 m3 ligt. Gemiddeld hebben we sinds 2011 ruim 800 m3 aardgas per jaar verbruikt. Dus ook hier snap ik het algoritme niet.

De onvoorspelbaarheid van het algoritme van GreenChoice maakt het wel lastig om in schatten of we ons maandbedrag goed hebben ingesteld. Voorlopig vertrouw ik dus maar gewoon op mijn eigen berekeningen van de afgelopen jaren.

Hier en daar opgewekt: mijn investeringen in wind- en zonne-energie

De afgelopen 10 jaar heb ik met regelmaat projecten gesteund via crowdfunding, kleine investeringen gedaan in Afrikaanse ondernemers en in zonne-energie ge√Įnvesteerd. De afgelopen jaren heb ik daar weinig tijd en aandacht aan besteed op mijn blog. Vandaag weer eens een kleine update van de sites die ik momenteel gebruik om projecten te ondersteunen. En natuurlijk van de behaalde rendementen op mijn investering in Meewind.

Hier opgewekt:

Meewind

Om te beginnen bij Meewind. Dat is de belegging waar ik het minst naar omkijk. De afgelopen jaren is mijn initi√ęle investering in Belwind gesplitst in twee fondsen. Een voor het bestaande parken en een voor nieuwe parken, waaronder het inmiddels operationeel geworden windpark Gemini. De waarde van mijn oorspronkelijke investering is de afgelopen jaren met 53% gestegen, waarvan een deel veroorzaakt wordt door het dividend in nieuwe participaties uit te laten betalen. Daarnaast heb ik afgelopen jaar ruim 10% dividend uitgekeerd gekregen.

Zonnepanelendelen

Ik heb in diverse projecten ge√Įnvesteerd via Zonnepanelendelen. Ook het eerste project van Energiek Schiedam, de lokale energieco√∂peratie waar ik in het bestuur zit, is via deze site gefinancierd. In 2018 heb ik 3,8% rendement gehaald op mijn investeringen in deze projecten.

Greencrowd

Ook via Greencrowd heb ik ge√Įnvesteerd in een aantal projecten. Bij Greencrowd heb ik vorig jaar 3% rendement gehaald. Niet heel veel, maar nog altijd meer dan op onze spaarrekening.

Windvogel

Behalve bestuurslid bij Energiek Schiedam ben ik sinds 2011 lid bij de landelijke energiecoöperatie De Windvogel. Ik heb een bedrag aan Windvogel uitgeleend om projecten mogelijk te maken. Hoeveel rendement ik daar precies op maak weet ik niet en vind ik ook niet zo heel belangrijk.

Windcentrale

Hoe onze winddelen presteren beschrijf ik maandelijks als ik mijn energierekening analyseer. Daar ga ik nu verder geen aandacht aan besteden. Dat kom begin mei weer aan de orde als de energiegegevens van april aan de beurt zijn.

Daar opgewekt

MyC4, da’s war einmal

Vanaf 2008 tot ongeveer 2013 of 2014 heb ik via MyC4 in Afrikaanse ondernemers ge√Įnvesteerd. Niet zozeer in duurzame energie projecten, als wel in ondernemers die geld nodig hadden om hun bedrijf uit te breiden. Rond 2015 tekende zich de eerste problemen af met Afrikaanse partners van MyC4 af. Eerst besloot MyC4 zich te concentreren op de Kenyaanse markt. Later werd de site helemaal afgesloten voor nieuwe investeringen. Inmiddels is het bedrijf failliet. Op hun weblog publiceren ze af en toe nog wel updates van de rechtszaak tegen een van hun Kenyaanse partners. Het precieze bedrag dat ik ben kwijt geraakt weet ik niet, maar ik vermoed dat het uiteindelijk ongeveer de helft van mijn investering is geweest.

Sunfunder

In 2013 en 2014 heb ik via Sunfunder voor het eerst in offgrid solar projecten in Afrika ge√Įnvesteerd. Inmiddels heeft Sunfunder de crowdfunding tak gesloten en richten ze zich enkel nog op grote investeerders. Sinds Sunfunder zich enkel nog op grote investeerders richt investeer ik kleine bedragen via andere websites.

Huidige sites voor daar opgewekt

Een daarvan is Trine, op deze website staan met name kleine offgrid zonne-energieprojecten vari√ęrend van een zonnelamp tot een kleine zonne-installatie voor een woning. De site richt zich vooral op Afrika en Azi√ę. Via Trine heb ik inmiddels in 7 verschillende projecten ge√Įnvesteerd. De eerste investering is inmiddels volledig terugbetaald. Het aardige van Trine is dat je kunt zien hoeveel mensen je met je investering van elektriciteit hebt voorzien en hoeveel ton CO2 uitstoot je voorkomen hebt. In mijn geval staat de teller momenteel op 12 mensen van stroom voorzien en 0 ton CO2 voorkomen. Niet heel veel, maar alle kleine beetjes helpen.

Een tweede site waarmee ik in offgrid solar investeer is Energise Africa, (voorheen Lend a Hand UK). Ook bij Energise Africa gaat het om kleine zonnestroomsystemen voor individuele huishoudens, of soms een maatje groter voor meerdere huizen. Energise Africa laat net als Trine zien wat de impact van je investering is. In dit geval 15 mensen met stroom in ruim 2 ton CO2 uitstoot voorkomen. De berekening zit net anders in elkaar dan bij Trine, dus helemaal vergelijkbaar zijn de impact scores niet.

Een andere website die ik gebruik is Ecologico. Deze Duitse site richt zich op grotere projecten. Het eerste project dat ik mee heb gefinancierd was een 75 kWp zonnestroominstallatie in Kenya. Het tweede project (dat nog niet volledig gefinancierd is) waarin ik heb ge√Įnvesteerd is een 276 kWp zonnestroominstallatie voor de Central University in Ghana. Ecologico vermeld niet wat de sociale of milieu-impact is van de investeringen die je doet.

Een laatste site waarmee ik zo nu en dan in duurzame energie projecten investeer is het Nederlandse Lend A Hand.

“7 veelbelovende innovaties…

‚Ķdie de transitie geen steek verder helpen.‚ÄĚ

Dat is de opbeurende titel van een bericht op Wattisduurzaam. Volgens Thijs ten Brinck, schrijver van het weblog, is beleid dat innovatie aanjaagt en ruimte laat fouten te maken even onmisbaar als beleid dat bewezen oplossingen aanjaagt en de ruimte geeft om deze verder te verbeteren. En op te schalen. Opschalen loopt echter vaak tegen barrières op, want ook de nadelen van een techniek zijn al bekend.

Dus blijven de proeftuinen en pilots elkaar opvolgen. Storende bijwerking daarvan is dat bewezen ineffectieve innovaties steeds opnieuw komen bovendrijven. Hij noemt op zijn website 7 voorbeelden, waar er minstens 2 bijzitten waar ik meer van had verwacht/gehoopt.

Volgens Thijs ten Brinck zijn dit de 7 ineffectieve innovaties die niet gaan bijdragen aan de energietransitie:

  1. Zonnestroom van het fietspad en de snelweg
  2. Windmolens zonder wieken
  3. Energie-opwekkende stoeptegels
  4. Thorium gesmolten-zoutreactoren
  5. Inzet van blockhaintechnologie
  6. Blauwe energie uit rivierwater dat de zee in stroomt
  7. Elektriciteit uit levende plantjes

Onderbouwing in de Open waanlink

Dit bericht is oorspronkelijk gepubliceerd op Sargasso.

Energieverbruik en opwekking augustus 2018

De serie over ons energieverbruik heeft een lange tijd stilgelegen, hoogste tijd dus voor een update over ons energieverbruik. Niet dat er veel spannends te melden is, maar toch. Ik pak de draad gewoon weer op vanaf augustus 2018.

Om te beginnen ons cumulatief netto energieverbruik, dat wil zeggen: het verbruik aan gas en elektriciteit omgerekend naar kilowattuur, minus het aantal kilowattuur dat we opwekken met onze zonnepanelen, winddelen en zonneboiler. Ik wens je veel succes met het vinden van de lijntjes van 2017 en 2018, want beide gaan grotendeels schuil achter de energieverbruiken van 2014, 2015 en 2016. Wat een mooi uitgangspunt geeft voor de ombouw die we voor dit najaar op het programma hebben staan naar meer elektrisch verwarmen en minder gas. Ons netto energieverbruik is al 5 jaar redelijk constant, dus dat geeft een mooie uitgangspositie. Met het omschakelen van alle niet-verblijfsruimtes naar infraroodverwarming hoop ik niet alleen ons gasverbruik verder te reduceren, maar ook het totale energieverbruik. De komende maanden kan ik al gaan kijken of dat lukt.Cumulatief energieverbruik augustus 2018

Een andere manier om naar ons energieverbruik te kijken is door het te vergelijken met de oppervlakte van onze woning. Ook dan is het plaatje onderhand een beetje saai en blijven de verbruiken de laatste 5 jaar redelijk dicht in elkaars buurt. Al is het op jaarbasis nog steeds dubbel zo veel als de BENG norm voor nieuwbouw die in ontwikkeling is. Alleen is het energieverbruik in de grafiek hieronder inclusief het elektriciteitsverbruik van apparaten.

Energieverbruik per m2 oppervlakte augustus 2018

Behalve het vloeroppervlakte is ook het weer van grote invloed op ons energieverbruik. Zo’n 70% van ons energieverbruik bestaat namelijk uit gasverbruik voor verwarming en warm water. Wederom ga ik de lezers teleurstellen. Ook volgens deze graadmeter ligt ons energieverbruik al 5 jaar redelijk constant, al is het energieverbruik dit jaar wel een maatje hoger. Mogelijk veroorzaakt doordat ik de cv ketel dit jaar in de zomermaanden totaal niet heb uitgeschakeld, terwijl ik dat in voorgaande jaren wel deed tijdens zonnige periodes.

Energieverbruik per graaddag augustus 2018

Ook de mix van ons energieverbruik is al een paar jaar redelijk constant. Het grootste deel van ons energieverbruik wordt op jaarbasis geleverd door aardgas, waarbij we al wel een deel van het gasverbruik verminderen door onze zonneboiler. De elektriciteit wekken we op jaarbasis volledig zelf op via onze zonnepanelen en winddelen.

2018 12 maands energieverbruik

Op maandbasis ziet de balans er wat anders uit en hebben we maanden dat we terugleveren aan Greenchoice en maanden dat we elektriciteit van Greenchoice afnemen. Over het algemeen zit de teruglevering in de zomer en de afname van stroom in de winter. Het is wel leuk om te zien dat de productie van zonne-energie en windenergie beide op andere momenten in het jaar pieken, waardoor ze elkaar goed aanvullen. Het meest in het oog springende zijn natuurlijk de pieken in het verbruik tijdens het stookseizoen. Wat meteen het belang laat zien van goede isolatie. Daarmee is de warmtevraag in de winter te verlagen.

Energieverbruik per maand tm augustus 2018

BNEF 2018: zon en wind 50% stroomvoorziening in 2050

Bloomberg New Energy Finance (BNEF) heeft zijn nieuwe Energy Outlook uitgebracht. De BNEF-analisten voorspellen dat in 2050 50% van de wereldwijde stroomproductie van zon- en windenergie afkomstig zal zijn. Het is in hun ogen een strijd van techniek tegen grondstoffen. Zon- en windenergie behoeven geen brandstoffen om te blijven draaien. De leercurves van zon- en windenergie zorgen al jaren voor dalende prijzen, en ook bij energieopslag (lithiumion-accu’s) is dat het geval.

In de ogen van de onderzoekers is het daarom:

a matter of when and how, not if, wind and solar disrupt electricity systems everywhere.

Zonne- en windenergie

De leercurve voor zonne-energie bedraagt 28,5% voor iedere verdubbeling van de ge√Įnstalleerde capaciteit sinds 1970. De prijzen van PV-modules zijn sinds 2010 met 83% gedaald. Voor wind ligt de leercurve wat lager op 10,5% op basis van US$ per MW ge√Įnstalleerd vermogen. Dat is echter slechts een deel van het verhaal, want de capaciteitsfactor van windturbines is sinds 2010 gestegen van zo‚Äôn 20% naar 35%. Dat betekent dat windmolens meer opbrengen per MW ge√Įnstalleerd vermogen.

Op basis van de verwachte kostenontwikkeling van de verschillende componenten construeren de analisten van BNEF twee kantelpunten. Het eerste kantelpunt is waar nieuwe wind- en zonne-energie goedkoper worden dan fossiele alternatieven (gas in Amerika of steenkool in China). Het tweede kantelpunt is wanneer nieuwe wind- en zonne-energie goedkoper worden dan bestaande fossiele centrales.

Het eerste kantelpunt is volgens BNEF al bereikt in de VS en China. Wat betekent dat een toenemend aantal energiebedrijven vanaf nu gaat kiezen voor hernieuwbare energiebronnen in plaats van gas. Het tweede kantelpunt volgt volgens BNEF voor 2030, wat betekent dat ongesubsidieerde wind en zonne-energie dan het aantal draaiuren van bestaande fossiele centrales gaat beperken. Onderzoekers van het Rocky Mountain Institute kwamen eerder dit jaar tot dezelfde conclusie. Zij waarschuwden dat een groot deel van de gascentrales die momenteel in de pijplijn zitten tijdens hun levensduur onrendabel zullen worden.

Verschillende toezichthouders in de VS verwijzen voorstellen voor nieuwe gascentrales inmiddels terug naar de tekentafel en vragen om voorstellen voor hernieuwbare energie in combinatie met energieopslag.

Rol energieopslag

Zonne-energie en windenergie kunnen niet volcontinu leveren. Het aandeel dat ze in de energiemix kunnen innemen groeit door ze te combineren met energieopslag. Waarbij vooral lithium-ion accu’s sterk in ontwikkeling zijn. Sinds 2010 zijn de kosten per kWh gedaald met 80%, een leercurve van 18%. De analisten verwachten een verdere daling tot 96 USD/kWh in 2025 en 70 USD/kWh in 2030.

De wereldwijde productiecapaciteit voor lithium-ion accu’s is momenteel 131 GWh, waarvan 60% in China zit. BNEF verwacht dat de productiecapaciteit in 2021 verdrievoudigd zal zijn met een marktaandeel voor China van 73%. China streeft in de markt voor energieopslag een soortgelijke positie na als bij PV.

Energieopslag kan twee rollen vervullen. Op de eerste plaats zullen energieopslagsystemen netdiensten gaan aanbieden, zoals frequentieregeling. Deze diensten kunnen ze sneller en preciezer leveren dan fossiele centrales. Een voorbeeld hiervan is te zien in de Hornsdale energieopslag in Zuid-Australi√ę, maar ook in Europa staan inmiddels de eerste energieopslagsystemen die netdiensten leveren.

Een tweede toepassing is het opvangen van langere termijn verschillen tussen vraag en aanbod, door elektriciteit op te slaan bij veel aanbod en te leveren bij veel vraag. Op deze markt bieden accu’s geen volledige vervanging voor fossiele centrales.

Rol fossiele brandstoffen

De ontwikkelingen op gebied van hernieuwbare energie en energieopslag betekenen niet dat er geen rol is voor fossiele energiecentrales. Vooral voor gascentrales is er een rol weggelegd om fluctuaties in energieproductie op te vangen. Op de langere termijn zal het daarbij steeds meer gaan om het opvangen van seizoensfluctuaties, omdat energieopslag de rol voor kortere onbalansperiodes over zal nemen. In de nieuwe rol voor gascentrales is veel minder volume aardgas nodig dan voorheen, wat slecht nieuws is voor gasproducenten.

De grootste verliezers volgens BNEF zijn kolencentrales. Hun marktaandeel loopt in de nieuwste modellering terug van 37% nu naar 11% in 2050.

Uitdagingen voor beleidsmakers

BNEF ziet twee uitdagingen voor beleidsmakers. Op de eerste plaats wordt het een uitdaging om te zorgen dat de markt zo in elkaar steekt dat eigenaren van zonne-energie en windturbines hun geld terug verdienen. Op de tweede plaats wordt het een uitdaging om te zorgen dat de benodigde reservecapaciteit aan gascentrales beschikbaar blijft en ontwikkeld wordt. Om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen is de derde uitdaging om een alternatief te ontwikkelen voor de rol die gascentrales hebben om seizoensschommelingen op te vangen.

Lees ook dit artikel over de implicaties van de BNEF doorrekening.

Dit artikel is eerder verschenen op Sargasso.

Groene stroom voor de industrie

In de commentaren op Sargasso (waar ik voor blog) is het een veel gebezigd argument: duurzame energie kan de industrie niet van betaalbare stroom voorzien. In Australi√ę denken ze daar inmiddels anders over. De van oorsprong Engelse staal miljardair Gupta werkt daar gestaag aan zijn plannen om¬†10 GW aan zonne-energie¬†te realiseren, waarmee hij onder andere zijn eigen staalfabrieken van stroom wil voorzien.

Gisteren maakte Gupta en de Zuid-Australische Kamer voor Mijnbouw en Energie (SACOME) een langjarige overeenkomst bekend om groene stroom te leveren aan vijf bedrijven. De verwachte besparing voor deze bedrijven ten opzichte van hun huidige energieprijs bedraagt 20 tot 50%. Deze kostenbesparing wordt bereikt door de nieuwe zonne-energie projecten te combineren met energieopslag en waterkracht. Onder de afnemers zit onder andere een kopermijn. De overeenkomst volgt op eerdere overeenkomsten die Gupta sloot, waaronder een overeenkomst om zonnestroom te leveren aan een staalfabriek in Victoria.

Kortom: het verhaal dat duurzame energie de basisindustrie niet van stroom kan voorzien kan in kolenminnend Australi√ę naar de prullenbak. Nu nog in andere landen.

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Grootste Nederlandse windpark op land komt in gemeenschappelijk bezit

Hoe groot kan een co√∂peratief project zijn? Hoe groot klinkt ’93 windturbines’ en ‘400 miljoen euro’? Het grootste windpark op land in Nederland zal 50% groter zijn dan het grootste windpark tot nu toe ‚Äď en dat is misschien pas het begin. Hoe komt het dat Nederlandse co√∂peratieve windprojecten zo op het niveau van nutsbedrijven¬†zitten? Craig Morris onderzoekt het.

Zeewolde_Floris_Oosterveld
Zeewolde: een enorm succesvol wind park in gemeenschappelijk bezit (foto Floris Oosterveld, edited, CC BY 2.0)

De provincie Flevoland is letterlijk gevormd uit land dat gewonnen is uit het IJsselmeer. De provincie bestaat grotendeels uit landbouwgrond en is het centrum van de Nederlandse windenergieproductie op land.

cm1-1

Honderden windturbines in Flevoland naderen het einde van hun 20-jarige productieve leven. Het vervangen van deze turbines ‚Äď een proces dat in het Engels repowering heet ‚Äď is geen √©√©n-op-√©√©n-voorstel, omdat windturbines zo veel gegroeid zijn in de afgelopen decennia.

Wanneer ik het succes van Duitse gemeenschapsprojecten in de windenergiesector presenteer wordt vaak de vraag gesteld of of projecten niet simpelweg te groot zijn geworden voor kleine spelers. In het licht van de groei van turbines lijkt dat een logische vraag.

cm2-1

Het windpark bij Zeewolde geeft een duidelijk antwoord. Grofweg 200 lokale burgers, veel van hen boeren, en eigenaren van de oude windturbines, realiseerden zich een decennium geleden dat ze een plan moesten gaan maken voor het eind van hun huidige windturbines. Siward Zomer, hoofd van de Nederlandse windcoöperatie De Nieuwe Molenaars, legt uit:

Er was sprake van oud zeer. Sommige landeigenaren verdienden 30.000 euro per jaar omdat de turbines op hun land stonden, maar hun buren, die net zo dicht bij de windturbines woonden, kregen niks.

Onder invloed van de Europese Commissie schakelen de meeste Europese landen nu over op veilingen, een systeem waarin bieders met elkaar concurreren. Maar om de ongelijkheid van de huidige situatie te overkomen lieten de gemeentelijke en provinciale overheden iedereen samenwerken.

Het resultaat was een vijf jaar lange discussie waarin burgers vragen moesten beantwoorden zoals: ‘Hoeveel geld zou een landeigenaar moeten ontvangen als er een kabel over zijn eigendom loopt?’ en ‘Hoeveel krijg je als een windmolen op je land staat en hoeveel krijgen de buren?’ Normaal gesproken wordt over dit soort voorwaarden onderhandeld met de projectontwikkelaar. Nu werden deze voorwaarden vastgesteld door een democratisch georganiseerde windorganisatie, opgezet door burgers zelf. De overheid wilde slechts¬†doorgaan met het verlenen van de vergunning als het publiek de uitkomsten van dit proces accepteerde ‚Äď niet na √©√©n of ander referendum of een verkiezing gebaseerd op loze beloftes, maar na ge√Įnformeerde en langdurige onderhandelingen tussen burgers. ‚ÄúHet was niet makkelijk‚ÄĚ zo vat Zomer de ervaring van dit proces samen.

De burgers die een windturbine bezaten of die eigendom in de buurt bezaten waren al lid van een windorganisatie, maar burgers die in omliggende dorpen woonden vielen buiten de boot. REScoop.nl en REScoop.eu (de Nederlandse en Europese federatie van burger-energiecoöperaties) brachten daarom geld bij elkaar om een bestaande windturbine in het gebied te kopen en ze zetten een lokale energiecoöperatie op voor bewoners van de dorpen. Deze lokale energiecoöperatie zou dezelfde rechten krijgen om aan het nieuwe windpark deel te nemen. Zomer herinnert zich:

We kwamen op enig punt 40.000 euro te kort, dus gingen we samen werken met REScoop.eu om internationale burgers investeerders te vinden

REScoop verbond de Nederlanders met Spaanse burgers, die mee investeerden uit solidariteit en samenwerking met hun noordelijke mede-burgers.

Uiteindelijk moet voor de realisatie van het windpark zo’n 80 miljoen euro aan eigen vermogen opgehaald worden en zo’n 320 miljoen aan bankleningen om het totale prijskaartje van 400 miljoen euro te dekken. Daan Creupelandt, woordvoerder voor REScoop.eu, zegt dat zijn organisatie momenteel werkt aan een revolving fund, als onderdeel van het REScoop MECISE project, om het voor lokale energie coöperaties eenvoudiger te maken om internationale investeringen aan te trekken.

10,4¬†miljoen euro van het project zal via De Nieuwe Molenaars publiek aangeboden worden in de vorm van obligaties en risicodragende aandelen en obligaties. De prijs voor een aandeel start op ‚ā¨ 250. Om ruimte te bieden aan elk budget worden de obligaties in coupons van ‚ā¨ 50 uitgegeven. Hiermee wordt het project toegankelijk voor een brede groep burgers. Lokale bewoners krijgen voorrang, aldus Zomer, maar andere burgers kunnen deelnemen als niet alle aandelen lokaal verkocht worden. Uiteindelijk is de verwachting dat zo‚Äôn 1000 burgers de krachten zullen bundelen met zo‚Äôn 200 boeren en eigenaren van de bestaande windturbines om het gigantische project te financieren.

Als alles goed gaat kan het leiden tot vervolgprojecten. Tenslotte zullen binnenkort meer oude windturbines in aanmerking komen voor repowering. Zomer hoopt dat:

we binnenkort een revolving fund hebben. Nieuwe co√∂peraties die het aan geld ontbreekt zouden hun krachten kunnen bundelen met oude co√∂peraties die op zoek zijn naar nieuwe projecten.‚ÄĚ

Zomer schat het potentieel aan vervangingsprojecten voor windenergie op 1.000 MW. Om dat in perspectief te zetten: eind 2016 was slechts 4.328 MW aan windenergie ge√Įnstalleerd in Nederland (PDF).

Perspectief kan ook nuttig zijn om de omvang van het project te beoordelen. Met 350 MW is het project twee keer zo groot als enig enkel project in Duitsland (lijst in Duits). Het grootste windpark op land in Europa is een 600 MW project in Roemeni√ę, gebouwd door de CEZ Group uit Tsjechi√ę in 2012.

Bovendien zorgt de discussie over eigendomsmogelijkheden ervoor dat windenergie populairder wordt in Nederland. In andere landen zou je protesten verwachten tijdens de informatiebijeenkomsten in de planningsfase, maar Zomer zegt:

In toenemende mate komen mensen langs om te zien hoe hun windpark er uit komt te zien.

De geplande opleveringsdatum voor windpark Zeewolde is 2019, meer informatie over de Nieuwe Molenaars vind je hier.

Craig Morris (@PPchef) is de hoofdauteur van Global Energy Transition. He is co-auteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van de Duitse Energiewende en hij is momenteel Senior Fellow bij IASS.

Dit artikel is eerder verschenen op Energytransition en met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.