Categorie: Duurzaamheid

  • Uit de inbox: De kracht van de samenleving

    In de inbox vond ik deze week een bericht over twee initiatieven van het Ministerie van Infrastructuur & Milieu. Beide richten zich op burgerparticipatie bij beleidsontwikkeling. De deadlines zijn al snel dus wie mee wil doen moet zich snel aanmelden. Uit zomerse luiheid hieronder simpelweg de tekst van het bericht gekopieerd:

    Graag jullie aandacht voor twee activiteiten waar ik momenteel sterk mee bezig ben. Beide initiatieven gaan over het beter worden in het waarnemen van de werkzame krachten in de samenleving en het vervolgens gebruiken voor de publieke zaak:

    1. De Eo Wijers prijsvraag 2011-2012. NIEUWE ENERGIE VOOR DE VEENKOLONIËN, op zoek naar regionale comfortzones. De deelnemende ruimtelijke ontwerpers, onderzoekers en ontwikkelaars wordt gevraagd om vanaf de start inwoners, ondernemers, bestuurders uit de streek te betrekken bij het ontwikkelen van regionale plannen. Inschrijven vóór 9 september a.s. Zie verder: www.eowijers.nl .
    2. De INNOVATIE ESTAFETTE INFRASTRUCTUUR EN MILIEU. Dit keer op 4 oktober 2011 in de Van Nellefabriek Rotterdam. Met aandacht voor innovaties op het terrein van voorheen VROM (ruimte en milieu) en voorheen V&W (water, mobiliteit, logistiek). Eén van de vijf thema’s van deze estafette is “de kracht van de samenleving”. Door te redeneren vanuit de kracht van burgers en bedrijven ontstaat er een nieuw perspectief op infrastructuur en milieu! De inschrijving is inmiddels geopend. Zie: www.clubvanmaarssen.org .

    Jullie zijn bij deze uitgenodigd om mee te doen. En informeer de mensen in jullie netwerk waarvoor deze activiteiten (wel/ook) relevant zouden kunnen zijn.

  • Powershift: A road towards more sustainability

    De filmpjes die bij de Powershift bijeenkomst van Sogeti horen zijn naar mijn mening een laagdrempelige manier om meer te weten te komen van de uitdagingen en kansen die er aan komen in ons energiesysteem. Aangezien onze hele samenleving zwaar afhankelijk is van energie (gas, olie en elektriciteit) zal ik deze filmpjes de komende weken hier de revue laten passeren met links naar aanvullend leesvoer voor wie meer wil weten.

    Deel 4: een weg naar meer duurzaamheid

    In het vierde filmpje van Powershift staan de sprekers meer bij de benodigdheden om tot een omslag naar verduurzaming te komen. Volgens Fritjof Capra gaat het om een cultuuromslag. De grootste uitdaging daarbij is laten zien dat duurzaam leven een verrijking van je leven kan zijn. Misschien met een lager inkomen of een lagere economische groei, maar wel met een hogere kwaliteit van leven. Een onderwerp dat … in No Impact Man ook aansnijdt: wat heb je aan economische groei als die veroorzaakt wordt door het opruimen van rommel, of het herstellen van schade? Is het erg als de economie krimpt doordat de zorgsector minder mensen met chronische luchtaandoeningen hoeft te behandelen?

    Duurzaamheid en economie hoeven wat dat betreft ook niet heel ver uit elkaar te liggen. UNEP spreekt in haar rapport Towards a Green Economy over 1 a 2 procent van het nationaal inkomen.

    Rob Hopkins stelt in het filmpje dat de aarde nu eenmaal haar grenzen heeft en dat we daar mee om zullen moeten gaan. Hij stelt tevens dat veel mensen het idee houden dat als ze nog maar even wachten op de volgende golf duurzame techniek dat het dan allemaal beter zal zijn. Terwijl veel van de techniek al beschikbaar is, het is vooral een kwestie van toepassen. Christina Lampe-Onnerud constateert dat steeds meer grote bedrijven zich met de omslag naar een duurzamere economie gaan bezighouden.

    [vimeo http://www.vimeo.com/25632898 w=400&h=220]

    A road towards more sustainability from FreedomLab on Vimeo.

    Meer lezen

    1. Towards a Green Economy, UNEP
    2. Grenzen aan groen? Bouwstenen voor een groen – CE Delft
    3. Green Deal Energie, De Groene Zaak
    4. Green Jobs & Social Impact, diverse studies in opdracht van de Europese Commissie naar economisch potentieel van de eco-industrie (afval, waterzuivering, duurzaam bouwen, cleantech) en trends in de ontwikkeling van de sectoren binnen deze industrie

    Zelf verantwoordelijkheid nemen

    Sta je op het punt een huis te kopen overweeg dan eens om het geld dat je uitspaart door de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting in verduurzaming van je huis te steken. Volgens de NVM was de gemiddelde verkoopprijs van een huis in het eerste kwartaal van 2011 Euro 227.000. Dat betekent dat de gemiddelde belastingbetaler ruim 9 duizend Euro van de belastingbetaler cadeau krijgt om een huis te kunnen kopen. Voor dat geld kun je best leuke energiebesparende maatregelen nemen. Bijvoorbeeld de ramen vervangen door HR glas, of spouwmuurisolatie. Je kan ook een behoorlijk aantal zonnepanelen laten installeren, de cv vervangen door een zuiniger type of een zonneboiler laten plaatsen.

    Om je een beeld te geven: een nieuwe hr-ketel kost ongeveer 2.000 Euro en als je een beetje rondzoekt naar aanbiedingen dan kun je op dit moment zonneboilers vinden 1.500 tot 3.000 euro (zie bv. de actie van Het Zonnecollectief of Solesta). Voor zo’n 5.500 Euro heb je genoeg zonnepanelen om 1.500 tot 2.000 kWh aan elektriciteit op te wekken (ongeveer 50% van wat een gemiddeld gezin per jaar verbruikt). Bij een levensduur van 20 tot 30 jaar is de kostprijs van elektriciteit ongeveer 15 tot 20 eurocent per kWh.

  • Nederland modderland, belemmeringen voor duurzame innovaties

    Gisteravond heb ik Goudzoekers zitten kijken. De aankonding van de aflevering Nederland Modderland beloofde veel:

    Nederland dreigt de boot weer eens te missen. Het zou als ondernemend, duurzaam en vernieuwend land weer op de kaart gezet worden -dat was wat Balkenende voor ogen had, toen hij in 2003 het Innovatie Platform oprichtte. Hoe is het nu met dat ‘swingende kennisland’?

    De start was ook goed met Ruud Koornstra en Igor Kluin die uitlegde op welke wijze zij hun onderneming runnen en tegen welke belemmeringen ze daarbij aan lopen. De anekdote van Igor Kluin over een manager van een netwerkbedrijf dat het product van Qurrent onzinnig vind legt meteen de vinger op een van de zere plekken van de transitiefanfare.

    Desondanks kon de uitzending de belofte van de aankondiging naar mijn mening niet waarmaken. Zoals ik tijdens de uitzending al tweette vond een van de interviewers luchtgitaar spelen helaas belangrijker dan doorvragen aan de geëmigreerde ondernemer welke belemmeringen in regelgeving voor startups zijn vertrek naar de VS veroorzaakt hadden. Gelukkig maakte Frans Nauta het nog goed door voor te stellen om alle hoogleraren voortaan nog maar 9 maanden salaris te geven en ze de andere 3 maanden bij te laten klussen ter meerdere eer & glorie van het ‘algemeen belang’ (of ordinair gezegd: bijscharrelen om zorg te dragen voor voldoende nieuwe en innovatieve bedrijvigheid in profit of non-profit hoek).

    Onderzoek naar belemmeringen

    Ik wil niet beweren dat ik alle antwoorden heb op belemmeringen voor (duurzame) innovaties in Nederland. Op gebied van duurzame innovaties zijn er inmiddels al wel voldoende rapporten en onderzoeken verschenen die houvast bieden. Een makkelijk weg te lezen start vormt het rapport Koplopersloket Schone Energie (pdf  hier) uit 2009 van Rebelgroup. Degelijkere werkjes (vooral ook dikker, saaier en wetenschappelijk verantwoorder) zijn gemaakt in opdracht van de Europese Commissie, DG Enterprise. Bijvoorbeeld de Study on the Competitiveness of the EU eco-industry (2009) of de studie naar milieuschadelijke subsidies uit 2010.

    De conclusies en aanbevelingen komen ruwweg overeen en bevatten vaak onderdelen van de volgende waslijst:

    • zorg voor een gelijk speelveld tussen duurzaam en niet-duurzaam (dus bouw milieuschadelijke subsidies en/of ondersteuningsregelingen af);
    • zorg voor voldoende geld / financiering;
    • zet de inkoopmacht van de overheid in;
    • neem hindernissen in regelgeving weg;
    • zorg voor kennisoverdracht tussen klant en leverancier van duurzame producten/diensten;
    • zorg voor een goede Europese markt voor duurzame innovaties, de Nederlandse markt is te klein om van schaalvoordelen te profiteren (dus zet in op Europese standaarden);
    • een eigen thuismarkt is van groot belang om tot export te kunnen komen (‘eat your own dogfood’).

    Alternatieve opvattingen

    Natuurlijk vind niet iedereen dat bovengenoemde punten recht doen aan de knelpunten die er bestaan op gebied van duurzame innovaties. Als je daar in geïnteresseerd bent raad ik je aan om eens rond te neuzen in de archieven van de LinkedIn groep Innovatie 2.0 of in het archief van het weblog van Wouter de Heij.

  • Powershift: Your energy = my energy

    De filmpjes die bij de Powershift bijeenkomst van Sogeti horen zijn naar mijn mening een laagdrempelige manier om meer te weten te komen van de uitdagingen en kansen die er aan komen in ons energiesysteem. Aangezien onze hele samenleving zwaar afhankelijk is van energie (gas, olie en elektriciteit) zal ik deze filmpjes de komende weken hier de revue laten passeren met links naar aanvullend leesvoer voor wie meer wil weten.

    Filmpje: Your energy is my energy

    In het tweede filmpje staat de ontwikkeling van decentrale energiesystemen centraal. Het filmpje begint met Catherine Mohr die uitlegt hoe zij bij het bouwen van haar huis rekening heeft proberen te houden met duurzaamheid, het uitgangspunt was daarbij het verminderen van de milieudruk (dus niet zo vergaand als het No Impact Man experiment). Een grote uitdaging waar zij tegenaan liep is de grote hoeveelheid informatie en de betekenis daarvan voor haar situatie. Volgens haar is de hoeveelheid informatie voor mensen verwarrend en is er ook veel misinformatie.

    Nu ik iets minder dan een jaar bezig ben ons huis te verduurzamen kan ik me de frustratie van Catherine Mohr over de informatieovervloed en de kwaliteit van de beschikbare informatie volledig onderschrijven. Zie bijvoorbeeld mijn ervaringen met het EPA advies of mijn opmerking vorige keer over het rekenvoorbeeld voor een zonneboiler van Milieucentraal, waar naar mijn mening te hoge kosten en te lage opbrengsten staan.

    Christina Lampe-Onnerud en Alex Rogers pleiten voor snellere en betere feedback over het gevolg van je handelingen. In de hoop dat mensen op die manier bewuster worden van het effect van hun handelen op hun energieverbruik. Igor Kluin sluit daar bij aan en vraagt een kleine wijziging van gedachte met grote gevolgen. Hij is van mening dat de belangrijkste uitdaging is om mensen hun energievraag aan te laten passen aan een duurzaam energie systeem… De vraag wordt dan wanneer wasmachine klaar moet zijn i.p.v. wanneer de wasmachine moet beginnen. Ogenschijnlijk een klein stapje, maar mentaal misschien wel de grootste uitdaging…

    Your energy is my energy from FreedomLab on Vimeo.

    De meest interessante aangrijpingspunten voor verandering die dit filmpje aanstipt zijn naar mijn mening:

    • Hoe past je eigen huis en levensstijl in de lokale omgeving?
    • Hoe bereik je de denkslag dat je zelf je energievraag kunt aanpassen aan het energieaanbod?

    Meer lezen

    En voor degene die willen weten hoe de energie-intensieve industrie past in de verandering van aanbod naar vraaggestuurde energiehuishouding is DAAN een aardig startpunt:

    Meer zien

    Eerder dit jaar heb ik ook verschillende filmpjes geplaatst over veerkrachtige steden. Het hoofdthema daarvan is hoe verschillende steden op hun eigen wijze manieren ontwikkelen om zich beter aan te passen aan hun huidige klimaat en aan de effecten van mogelijke klimaatveranderingen.

    Zelf verantwoordelijkheid nemen?

    Er zijn in Nederland op dit moment heel veel lokale duurzame energiebedrijven (in oprichtng). Deze hebben allemaal min of meer het zelfde uitgangspunt: de energie die lokaal nodig is lokaal opwekken. Je kan een initiatief in de buurt zoeken en je daarbij aansluiten.

    Wil je je niet aansluiten bij een lokaal energiebedrijf, maar wil je wel zelf energieopwekken kijk dan eens bij Zeekracht, Meewind, Windvogel en Zonvogel.

  • No Impact Man: het boek

    Het weblog van Colin Beavan kende ik al heel wat jaar en ik heb er ook al een paar keer aandacht aan besteed. Het boek kende ik nog niet, gelukkig hebben mijn (oud-)collega’s bij EL&I daar een einde aan gemaakt. Inmiddels heb ik het boek ook gelezen en kan ik het iedereen van harte aanbevelen. Hoewel niet alle delen aan mij besteed waren, soms is het gewoonweg te zoetsappig Amerikaans.

    Daar staat tegenover dat het mooi is om de ontdekkingstocht van een stadsbewoner naar een jaarlang leven met nul impact op het milieu te volgen. Het boek beschrijft de zoektocht van Colin Beavan met genoeg humor. Gedurende het jaar probeert Beavan samen met zijn vrouw en dochter in een aantal stappen naar nul impact te komen. Beavan begint met een poging om zonder afval te leven, maar geen afval betekent ook geen verpakkingen kopen. En dat is zo makkelijk nog niet in de grote stad… Aan de andere kant is het misschien wel makkelijker dan tegen je familie zeggen dat je niet langskomt, omdat je geen transportmiddelen wilt gebruiken die een negatieve milieuimpact hebben. Want de tweede stap is duurzaam transport. Als derde stap gaan Beavan en familie over op duurzaam voedsel, gecombineerd met duurzaam transport komt dat al snel neer op lokaal voedsel.

    Stoppen met het kopen van nieuwe spullen valt mee, doordat er in de stad altijd wel wat te ruilen of repareren valt. De lastigste stap in een appartementencomplex in de stad is om zonder elektriciteit te leven. Zeker in de wintermaanden valt dat niet mee.

    Al met al is het boek een aanrader. Al is het maar om je tot nadenken aan te zetten over de benodigde veranderingen in gedrag, cultuur en waardepatroon om te komen tot een minder negatieve impact op het milieu. In Nederland is vorig jaar ook een No Impact Man week georganiseerd. Op de site hiervan vind je een handleiding hoe je zelf een No Impact Week kunt organiseren. Dat staat bij mij nog op het verlanglijstje om te doen. Ik weet nu al: boodschappen doen zonder verpakkingen en duurzaam voedsel dat wordt niet makkelijk in Schiedam…

  • Powershift: update of upgrade?

    De filmpjes die bij de Powershift bijeenkomst van Sogeti horen zijn naar mijn mening een laagdrempelige manier om meer te weten te komen van de uitdagingen en kansen die er aan komen in ons energiesysteem. Aangezien onze hele samenleving zwaar afhankelijk is van energie (gas, olie en elektriciteit) zal ik deze filmpjes de komende weken hier de revue laten passeren met links naar aanvullend leesvoer voor wie meer wil weten.

    Filmpje: Update or upgrade?

    De intro staat al bij mijn impressie van de Powershift bijeenkomst, dus we beginnen vandaag met deel 2: Update of upgrade van ons energiesysteem.

    Het filmpje begint met Richard Sears, voormalig topman bij Shell nu verbonden aan MIT. Hij stelt dat de meeste energie-experts het eens zijn over de volgende aannames:

    • De vraag naar energie blijft stijgen,
    • op korte tot middellange termijn zijn er geen magische vernieuwingen (dus we moeten het doen met wat we hebben: olie, gas, kolen, kernenergie en duurzame energiebronnen)
    • en op termijn is er onvoldoende aanbod van olie om aan vraag te voldoen.

    Het doorbreken van de afhankelijkheid van fossiele energie is een enorme opgave. Zowel ons landbouw- als transportsysteem zijn grotendeels gebaseerd op olie. Breder dan olie zijn huishoudens in Nederland voor verwarming grotendeels afhankelijk van aardgas.

    [vimeo http://www.vimeo.com/25632835 w=400&h=220]

    Update or Upgrade? from FreedomLab on Vimeo.

    De meest interessante aangrijpingspunten voor verandering die dit filmpje aanstipt zijn naar mijn mening:

    • Maak duurzame energie opwekking goedkoper, dan installeert iedereen zonnepanelen (of windmolens).
    • Wanneer mensen zelf energie opwekken worden ze zich bewuster van hun gebruik.

    Voor wie nog denkt dat duurzame energie altijd onrendabel is: dat is een maatschappelijke keuze. Zoals energiezuinige auto’s op dit moment nog vrijgesteld zijn van bepaalde belastingen, zo kun je ook duurzame energie stimuleren. De Rijksoverheid hanteert voor de nieuwe SDE+ regeling een kostprijs voor windenergie op land van 9,6 Eurocent/kWh tegen 4,9 Eurocent/kWh voor grijze stroom. Het verschil van 4,8 Eurocent wordt gesubsidieerd. Voor particulieren bedraagt de energiebelasting 11,2 Eurocent/kWh. Het tijdelijk halveren of afschaffen van de energiebelasting voor windenergie maakt windenergie rendabel voor particulieren.

    Meer lezen

    Zelf verantwoordelijkheid nemen?

    In huis zijn er veel maatregelen mogelijk. Over het algemeen geldt: eerst energie besparen, dan zelf opwekken. Handige sites om tips te vinden zijn Milieucentraal, Urgenda en Nudge. Wat betreft de berekeningen die op Milieucentraal staan geldt wel dat deze erg algemeen zijn en veroudert aandoen. Zo staat als kostprijs voor een zonneboiler met een voorraadvat van 100 liter Euro 4500 aangegeven, terwijl er dit jaar al 3 aanbiedingen zijn die daar ver onder duiken (van Nudge/Ik ben Ra, Urgenda/Het Zonnecollectief en Solesta). Of ga op zoek naar een decntraal energiebedrijf bij jou uit de buurt.

    Wil je wel zelf energieopwekken, maar biedt je huis daarvoor geen plek kijk dan eens bij Zeekracht, Meewind, Windvogel en Zonvogel.

    Sta je op het punt om een auto uit te zoeken dan kun je voor zuinige auto’s hier terecht. Al kan je natuurlijk ook voor een deelauto of elektrische auto gaan (in dat laatste geval veroorzaak je ook een stuk minder luchtverontreiniging op leefniveau)…

    Voor degene die een stuk verder willen gaan in het vormgeven van hun duurzame ambities zijn de website van Transition Towns en No Impact Man goede startpunten. Of probeer eens een No Impact Week

  • Impressie Cradle 2 Cradle – duurzaam beton – 23 juni 2011

    Op donderdag 23 juni was ik te gast bij de Cradle 2 Cradle – duurzaam beton conferentie die werd georganiseerd door Strukton, Bouwend Nederland en de Stichting Vernieuwing Bouw. Onderwerp van de bijeenkomst was een onderzoeksproject naar recycling van beton in het kader van het 7e Kaderprogramma (KP7) Recyling bouwmaterialen, waar vanuit Nederland StruktonTheo PauwHeidelberg/ENCI en de TU Delftaan meewerken (met nog 12 Europese partners). De bijeenkomst vond plaats in het gebouw van Bomen Centrum Nederland te Baarn, waar geen spatje beton in te vinden was… Tijdens de bijeenkomst waren er presentaties van:

    • Peter Rem, Technische Universiteit Delft;
    • Frank Hoekemeijer, Strukton Civiel;
    • Andre Burger, directeur Cement & BetonCentrum;
    • Douwe Jan Joustra, partner One Planet Architecture institute (OPAi).

    Bij de opening door Martijn Smitt, directeur Strukton Civiel, passeerde een paar mooie voorbeelden van duurzame oplossingen van Strukton de revue, zoals hergebruik van rail ballast, hergebruik van sloopmateriaal in het eigen productieproces, het combineren van transportbewegingen voor brengen van bouwmateriaal en halen van afval, en een getijde energiecentrale in de Oosterschelde, waarvan Strukton zelf ook elektriciteit af gaat nemen.

    De presentaties

    Peter Rem van de TU Delft schetste in zijn presentatie de technische contouren van het project en de mogelijkheden die het project biedt. Hij gaf aan dat Europese programma’s beginnen vanuit een oogpunt dat voor bedrijven soms wat vreemd oogt: de positieve effecten voor de Europese burger. Projecten die de EU steunt vanuit de Kaderprogramma’s moeten bijdragen aan de gezondheid, welvaart en het milieu voor de Europese burger en aan harmonisatie van regelgeving binnen Europa.

    In het geval van recycling van bouwmaterialen gaat het dan concreet om:

    • het verminderen van transportbewegingen;
    • minder gebruik van niet-duurzame materialen;
    • uitwerking van de resultaten van het onderzoek op Europese regelgeving.

    Peter Rem gaf aan dat de cementindustrie (een belangrijke grondstof voor beton) wereldwijd goed is voor 5 tot 10% van de CO2 emissies. André Burger gaf later aan dat de cementindustrie wereldwijd goed is voor 5% van de CO2 emissies en in Nederland slechts voor 2% van de CO2 emissie. Daarmee zit de cementindustrie volgens Douwe Jan Joustra in dezelfde orde van grootte als de luchtvaart- en scheepvaartsector. Een grote uitstoter van CO2, wat ook verantwoordelijkheid voor de vermindering van emissies met zich meebrengt.

    Toekomstverwachtingen betonmarkt

    Wereldwijd is veel beton aan het einde van haar levensduur (in jargon EOL beton als ik het goed begreep). Nederland loopt binnen Europa voorop in recycling van Bouw en Sloop Afval (BSA), in het zoeken van hoogwaardige toepassing van vrijkomende materialen en in innovatieve methodieken om gebouwen te ontmantelen. Het storten van beton (of ander afval) gebeurd in Nederland vergeleken met andere landen niet tot nauwelijks.

    De verwachting voor de toekomst (tot 2025) is dat de hoeveelheid EOL beton toeneemt. Momenteel wordt end of life beton vooral gebruikt om menggranulaat van te maken, dat op haar beurt weer dient als fundering voor wegen. De verwachting is dat de vraag naar menggranulaat voor deze toepassing in de toekomst echter nauwelijks groeit. Dat betekent dat in 2025 mogelijk een overschot aan EOL beton ontstaat. De hoofdvraag van het onderzoeksproject is hoe dit overschot op een duurzame wijze gerecycled kan worden. Factoren die daarbij meespelen zijn het aantal transportbewegingen, cement en energie (de 3 ecologische kanten waar naar gekeken wordt), de proceskosten (de economische kant), de productkwaliteit en productgaranties (de markt kanten).

    Het onderzoeksconsortium heeft een proefproces ontwikkeld dat de naam Advanced Dry Recovery (ADR) heeft meegekregen. Het betreft een mobiel proces dat ingezet kan worden op de slooplocatie, waardoor de hoeveelheid transportbewegingen beperkt blijft. In de ADR wordt het beton gescheiden in grof en fijn betongranulaat. Het grove betongranulaat is zuiver genoeg om als grondstof voor beton te dienen. De fijnere fractie kan als grondstof voor cement dienen, waarmee het een CO2 besparende vorm van recycling is. De kwaliteit van de reststoffen is digitaal te monitoren. Volgens Peter Rem is het proces economisch rendabel en competitief. Een eerste praktijktest wordt uitgevoerd bij de sloop van het oude IBG gebouw in Groningen.

    Uitdagingen

    Hoewel ADR volgens de TU Delft een veelbelovende technologie is, zijn er zeker ook nog beren op de weg. Zo is het lastig om met vaste percentages herbruik te werken, zoals BREAAM doet, omdat betongranulaat niet altijd lokaal beschikbaar is (je gaat bv. meestal het oude pand pas slopen als je het nieuwe pand voor een opdrachtgever hebt staan). Daarnaast is het van belang dat het beton bij sloop meteen gescheiden wordt en dat de kwaliteit van het betongranulaat goed is. Verder moet het inzetten van de techniek ook in de praktijk rendabel zijn.

    Een laatste uitdaging is het effect van ADR op de duurzaamheidsscore van een project. Vooralsnog levert het nieuwe proces binnen de verschillende berekeningsmethoden voor duurzaam bouwen nog weinig op. Bij BREAAM is 1 punt te verdienen als je meer dan 25% beton hergebuikt binnen een straal van 30 kilometer. Bij DuboCalc en GreenCalc heeft hergebruik van beton nog helemaal geen effect op de duurzaamheidsscore. Terwijl er in de levencyclusanalyse wel milieuwinst geboekt wordt. Niet alleen wordt er minder CO2 uitgestoten per ton cement, ook wordt er bespaard op het aantal benodigde transportbewegingen. En de transportsector is goed voor een aanzienlijk deel van de CO2 emissies, maar ook voor geluidshinder en luchtverontreinigende emissies, zoals fijn stof en stikstofoxides.

    Hoe worden de uitdagingen getackeld?

    Strukton pleitte tijdens de bijeenkomst voor een ketenbrede aanpak om de uitdagingen te tackelen en ADR tot een succes te maken. Strukton werkt zelf mee aan het opzetten van deze ketenbrede aanpak, zowel binnen het onderzoeksconsortium als via het betonketen overleg van MVO Nederland.

    Overige opvallende punten van de middag

    Wat me opviel tijdens de bijeenkomst was de wil en verwachting bij een groot aantal aanwezigen dat het nu echt tijd is om veranderingen in de bouwsector in te gaan zetten. Niet meer praten, maar echt gaan doen. Dat stemt hoopvol.

    Wat me ook opviel was het grote verschil tussen de defensieve toonzetting van Andre Burger over duurzaam beton en de offensieve insteek van Douwe Jan Joustra van OPAi. Burger haalde de passage uit Alice in Wonderland aan waarbij Alice vraagt welke weg ze moet nemen. Waarop ze de vraag krijgt waar ze heen wil. Alice zegt dat ze dat niet weet, waarop ze het antwoord krijgt dan maakt het ook niet uit welke weg je neemt. Moraal van het verhaal: definieer eerst duurzaamheid en dan gaan we ’t oplossen. De versie van Douwe Jan Joustra (waar ik me meer in kan vinden) luidde: we weten allemaal waar we niet willen zijn, dus tijd om aan de slag te gaan om uit te zoeken hoe we hier vandaan komen.

    Een van de manieren van de cementindustrie in Nederland en Europa om de CO2 emissie te reduceren is door de inzet van secondaire brandstoffen en biomassa. Overigens lobbied de cementindustrie naar mijn weten nog steeds stevig tegen het verhogen van de reductiedoelstelling voor CO2 in de EU i.v.m. de kans op carbon leakage. Als de cementindustrie in de EU nagenoeg klimaatneutraal zou zijn lijkt me dat weggegooid geld…

    Daarnaast is klimaatneutrale productie slechts een aspect van velen die te maken hebben met duurzaamheid. Wie bijvoorbeeld kijkt in het Europese Emissieregistratiesysteem (E-PRTR) onder mineral industry / productie van cement komt nog een heleboel andere stoffen tegen die niet bekend staan om hun onschadelijkheid. Andre Burger stelde dat er wereldwijd ruim voldoende grondstoffen voor cement zijn, de wereldbehoefte aan aggregaten voor beton voor een periode van 40 jaar komt overeen met de inhoud van één Mont Blanc. Waarop een van de aanwezige antwoordde: de Zwitsers hebben misschien grondstof voor cement in overvloed, maar ze zijn wereldkampioen recyclen en bovendien erg gehecht aan hun Alpen…

    Joustra nam een andere insteek: het gaat er in zijn optiek niet zozeer om om minder CO2 uit te stoten, als wel om zo te ontwerpen dat je je schaarse grondstoffen terugkrijgt aan het einde van de levensduur van een produkt. Bij voorkeur met behoud van kwaliteit. Zoals gebruikelijk bij Cradle2Cradle maakte Douwe Jan daarbij een onderscheidt tussen de technische en biologische kringloop. Alles wat vanzelf afbreekt zonder gevaar voor het ecosysteem behoort tot de laatste categorie, alles wat wel risico’s voor ecosystemen oplevert hoort thuis in de technische kringloop. Douwe Jan pleitte ook voor het gebruik van goede stoffen (geen betere of minder slechte, maar GOEDE).

    Fabrikanten kunnen het bezit van grondstoffen behouden door producten niet te verkopen, maar te verhuren of leasen. Dat maakt dat je vanzelf anders gaat ontwerpen, want aan het eind van de rit mag je het zelf opruimen… De gebruiker vraagt ook niet om alle problemen die er komen kijken bij het bezit van een produkt, maar om de prestatie die het produkt levert. Je wil geen lamp, maar licht. In dat kader ontwikkelde Rau Turntoo, een concept dat draait om de prestatie van een produkt ipv het eigendom. Dat kan ook voor de bouw interessant zijn, zo zijn oude bakstenen vaak meer waard dan nieuwe. Ziedaar de ClickBrick van Daas Baksteen

    Tot slot las ik nog een intrigrerende vraag die Ruud Koornstra tijdens een andere bijeenkomst over beton stelde, namelijk hoe het komt dat we als land met bijna de zachtste boden van de wereld toch de zwaarste gebouwen neerzetten? Een vraag waarop de zaal vol bouw- en betonexperts stil bleef.

    Update 17 augustus 2011: Uit reacties via de email begrijp ik inmiddels dat Nederland niet zwaarder bouwt dan andere landen en dat de bouwmateriaalconsumptie per m3 gebouwinhoud in België en Duitsland tientallen procenten hoger ligt. Ik heb geen statistieken of gegevens om dat te onderbouwen. Terecht werd via de mail de vraag gesteld of gewicht het punt is of dat het gaat om een optimale bouwstijl gegevens de lokale omstandigheden.

  • En nog een zonneboileractie: Solesta heatpipes

    Het regent dit jaar aanbiedingen voor zonneboilers. Ik ga ze hier niet allemaal noemen, maar een die ik nog wel wil noemen is de aanbieding van het Gelderse Solesta. Ze bieden heatpipes aan voor Euro 1.395. Dat is exclusief installatiekosten. Solesta biedt 10 jaar garantie op haar systemen.

    Het systeem verschilt wel van de aanbieding die Urgenda en Het Zonnecollectief momenteel hebben lopen. Solesta heeft namelijk een terugloopsysteem, terwijl Het Zonnecollectief een druksysteem aanbiedt. Beide systemen hebben naar mijn weten hun voor- en nadelen. Voordeel van een terugloopsysteem is dat het gevuld is met water i.p.v. glycol, dat is wat beter voor het milieu en je hebt minder onderhoudskosten aan je systeem. Bij een druksysteem met glycol moet je de glycol eens in de 4 a 5 jaar vervangen. Daar staat tegenover dat een druksysteem op een zonnige dag met vorst wat meer rendement zal halen.

    Solesta noemt zelf ook bescherming tegen legionella als voordeel van haar terugloopsysteem. Dat komt doordat het binnenwerk van de boiler van koper is. Zelf maak ik me niet zo’n zorgen over legionella in mijn huis. Een zonneboiler wordt namelijk tussen je wateraansluiting en je verwarmingsketel geplaatst. Wanneer het water in de boiler kouder dan 60 of 65 graden is verwarmt je verwarmingsketel het water bij tot 60 of 65 graden Celsius (afhankelijk van hoe warm je je cv hebt ingesteld). Daarnaast ontstaat legionella vaak op plaatsen waar het water niet goed doorstroomt. Ook dat is bij ons waterverbruik van 10 m3 per maand niet zo’n groot probleem.
    Hoeveel gas de heatpipes van Solesta besparen kan ik niet terugvinden op de website van Solesta, maar als je daar wel een inschatting van kunt maken kun je de aanbieding doorrekenen met behulp van deze spreadsheet, kwestie van het getalletje aanpassen. Vooralsnog heb ik gekozen voor een aardgasbesparing van 106 m3 per jaar. Zonder inflatie en rentekosten is dat namelijk de besparing die nodig is om in 24 jaar een positieve netto contante waarde te halen. Via twitter begrijp ik dat iedere GJ aan zonneboiler van Solesta ongeveer 46 m3 aardgas bespaart.

  • Zonneboiler actie van Urgenda & het Zonneboilercollectief

    In navolging van Nudge komt nu ook Urgenda met een actie voor zonneboilers. Urgenda werkt hiervoor samen met het Zonnecollectief uit Bodegraven. De aanbieding van het Zonnecollectief en Urgenda verschilt wel enigszins van die van Nudge. Zo kun je bij het Zonnecollectief kiezen uit een drietal systemen (afhankelijk van je gezinssituatie) en biedt het Zonnecollectief een systeem op basis van heatpipes (vacuümbuizen) aan. Daarnaast kun je ervoor kiezen om het systeem zelf aan te leggen, mee te helpen met het installeren of de volledige installatie door het Zonnecollectief te laten uitvoeren.

    Helaas is op de website van het Zonnecollectief niet te vinden wat de opbrengst van de zonneboiler is. Wel staat er een pdf bestand met daarin een overzicht met terugverdientijden van de verschillende systemen. In deze bijlage staat op welke aannames de terugverdientijden zijn gebaseerd en er staat toegelicht hoeveel aardgas je per jaar bespaart.

    Wat Zonnecollectief Ik ben Ra Zon & Zo
    Type collector Heatpipes Vlakke plaat Heatpipes
    Omvang 15-25 stuks 2,5 m2 30 stuks
    Boilervat 100 – 200 liter 115 liter 200 liter
    Warmteopbrengst ? 3,6-4,5 GJ 5,7 GJ
    Zonneboiler Vanaf 1795 1689 2976
    Installatiekosten 810 2624
    Totaal Vanaf 1795 2499 5600
    Kosten/GJ ? Euro 555-594 Euro 982
    Besparing in m3 336-442 200 670
    Terugverdientijd 4-9 jaar 12 jaar 9 jaar
    Levensduur (opgave leverancier) ? 24 jaar Minstens 15 jaar

    Aardgasprijs

    De gasprijs die gehanteerd wordt in de berekening van de terugverdientijd is Euro 0,62 per kubieke meter aardgas, dat is ruim 10% meer dan ik momenteel bij GreenChoice betaal. Aan de andere kant hebben verschillende energiebedrijven al stijgingen van de aardgasprijs met ongeveer 10% aangekondigd. In combinatie met de SDE+ heffing die de komende jaren stapsgewijs ingevoerd gaat worden is Euro 0,62 daarom naar mijn mening een redelijke aanname. Zeker in vergelijking met de 8% stijging per jaar die Nudge en Ik ben Ra hanteerde in hun berekeningen.

    Besparing aardgas

    Het Zonnecollectief gaat uit van een aardgas besparing van 336 m3 tot 442 m3 per jaar. Dat is hoger dan de besparing van 200 m3 waarmee Nudge en Ik ben Ra rekende.

    Terugverdientijd

    De kosten van aanbieding van Urgenda & het Zonnecollectief beginnen op Euro 1.795,-. Bij een een investering van Euro 1.795, een gasprijs van 0,62 eurocent per kubieke meter en een besparing van 336 m3 aardgas per jaar kom ik uit op een terugverdientijd van 8,6 jaar:

    • Jaarlijkse besparing: 336 * 0,62 = Euro 208,32
    • Investering: Euro 1.795
    • Terugverdientijd (investering / jaarlijkse besparing) = 1795 / 208,32 = 8,6 jaar.

    Dat betekent dat de Euro 1.795 de prijs is van een volledig geïnstalleerd systeem, waarop je nog wat kunt besparen door zelf mee te helpen met installeren of door het systeem volledig zelf te installeren.

    In de terugverdientijd lijkt geen rekening gehouden met kapitaalkosten of inflatie. Mocht je dat wel willen meerekenen dan kun je deze spreadsheet gebruiken. De spreadsheet hanteert overigens geen terugverdientijden, maar gaat uit van de Netto Contante Waarde van je investering. Dat is naar mijn weten nog steeds de meest geëigende manier om investeringsbeslissingen te nemen. Zolang de netto contante waarde van je investering groter dan nul is loont het de moeite.

  • Impressie Powershift bijeenkomst 28 juni 2011

    Op donderdag 28 juni was ik via Igor Kluin uitgenodigd bij de Powershift bijeenkomst die Sogeti en Rijkswaterstaat samen organiseerde in het LEF Future Centre van Rijkswaterstaat in Utrecht. Onderwerp van de bijeenkomst was de vraag hoe we de Energietransitie in Nederland kunnen versnellen. Aanleiding voor de bijeenkomst was een internationale studie uitgevoerd door VINT over de stand van zaken op gebied van energietransitie.

    Menno van Doorn, een van de onderzoekers, legde na afloop van de bijeenkomst uit dat er geen dik rapport zal komen, want die zijn er al genoeg. In plaats daarvan staan fragmenten van de interviews online op Vimeo. Je kan ze op dit Vimeo kanaal vinden en ik zal de komende weken de verschillende delen hier de revue laten passeren. Er zit namelijk voldoende stof tot nadenken in de fragmenten.

    Voor nu de inleiding en een korte impressie van de bijeenkomst.

    [vimeo http://www.vimeo.com/25663459 w=400&h=220]

    Powershift Introduction from Sogeti VINT on Vimeo.

    De Powershift bijeenkomst

    Het was een inspirerende bijeenkomst, op een mooie locatie. Al moet ik eerlijk zeggen dat de dag het niet haalde bij de speech van Van Jones eerder op de Powershift bijeenkomst in de VS. Tijdens de dag (zowel plenair, als in kleinere groepjes) werd mij erg duidelijk dat de verschillen van inzicht in de energiewereld groot (aan het worden) zijn. Het duidelijkst werd dat in de gesprekken over de toekomstige rol en het business model van grote energiebedrijven.

    Een aantal aanwezige grote energiebedrijven vertelde sterk in te zetten op een functie als energiemakelaar in een decentrale energiewereld, waarbij ze verdienen aan het afstemmen van bijvoorbeeld vraag en aanbod. Er waren ook een paar grote energiebedrijven die een heel ander business model bedacht hadden. Het meest in het oog springende plan vond ik om klanten korting te geven als ze op jaarbasis precies afnemen wat ze van te voren hebben afgesproken (mogelijk zelfs op het tijdstip dat ze hebben afgesproken), maar ze fors te laten betalen als ze meer of minder elektriciteit afnemen. Als potentiële klant vond ik dat nou niet echt een aantrekkelijk idee, alsof je gestraft wordt voor minder minuten bellen dan er in je belbundel zitten…

    Daarnaast waren er kleine bedrijven die sterk inzetten op business modellen om decentrale, duurzame energie en energiebesparing voor burgers en bedrijven interessant te maken. Waarbij soms samenwerking met grotere marktpartijen wordt gezocht om schaalgrootte te genereren.

    Stof tot nadenken

    Van de ideeën die ik heb gehoord wil ik er drie niet ongenoemd laten:

    • De nationale black-out day: een dag zonder elektriciteit om iedereen bewust te maken van de kwetsbaarheid van onze elektriciteitssysteem en van onze afhankelijkheid daarvan. En zoals Igor Kluin stelde: iedereen is zelf verantwoordelijk om daar al dan niet wat aan te doen. Het idee is afkomstig van de groep die zich bezig hield met bewustwording van de burger.
    • Iedere vierkante meter moet meervoudig productief zijn.
    • De ‘Tupperware’ energieparty, waarop leden van VvE’s of huiseigenaren uitleg krijgen over de (on)mogelijkheden van decentrale, duurzame energie.