Begin 2022 was ik kandidaat-raadslid voor GroenLinks en heb ik het initiatief genomen om samen met een aantal andere kandidaat-raadsleden meerdere winddelen bij De Windcentrale aan te schaffen. De opbrengst van de winddelen was bedoeld voor de Energiebank Schiedam. Zij zijn inmiddels gestopt, waardoor ik voor de opbrengst van 2023 grotendeels aan een vergelijkbaar doel geschonken. Want de afspraak met De Windcentrale en Greenchoice was dat de opbrengst volledig weggeschonken zou worden.
Aangezien ik besloten heb me dit jaar niet kandidaat te stellen voor de gecombineerde lijst van PvdA, GroenLinks en Progressief Schiedam komt er een einde aan mijn actie. Een groot deel van de winddelen is in 2024 beëindigd, omdat de overeenkomst met de grondeigenaren afliep. De resterende winddelen heb ik verkocht.
In totaal hebben de winddelen de afgelopen 4 jaar 56.768 kilowattuur geproduceerd. Dat heeft € 16.302 opgeleverd. Daarvan heeft € 15.875 inmiddels een besteding gekregen. Dit zijn de Schiedamse organisaties die we de afgelopen jaren gesteund hebben vanuit de opbrengst van de winddelen:
Energiebank Schiedam
Stichting Altijd Dichtbij, die onder andere het het ontmoetingscentrum van de Beethovenflat nieuw leven hebben ingeblazen onder de naam Wijkcentrum Schiedam Groenoord.
De kandidaten van GroenLinks, PvdA en Progressief Schiedam krijgen wat mij betreft de gezamenlijke keuze om te bepalen waar het resterende bedrag aan besteed wordt. Aangezien Schiedam dit jaar 751 jaar bestaat vul ik het bedrag aan tot € 751.
Rest mij om Greenchoice en De Windcentrale te bedanken voor hun belangeloze medewerking de afgelopen jaren aan deze actie. En alle kandidaat-raadsleden veel succes met de campagne.
Begin 2022 was ik kandidaats-raadslid voor GroenLinks en heb ik het initiatief genomen om samen met een aantal andere kandidaat-raadsleden meerdere winddelen aan te schaffen. De opbrengst van de winddelen was bedoeld voor de Energiebank Schiedam. Zij zijn inmiddels gestopt, waardoor ik voor de opbrengst van 2023 al deels een andere bestemming uit heb gekozen. Want de afspraak met De Windcentrale en Greenchoice was dat de opbrengst volledig weggeschonken zou worden.
Aangezien de Energiebank Schiedam definitief gestopt lijkt heb ik vorig jaar besloten de beslissing over de besteding van de opbrengst te leggen waar die hoort in een vereniging: bij de leden van GroenLinks Schiedam (wie wil stemmen op een partij met maar 1 stemgerechtigd lid moet je elders zijn). Welke doelen dat zijn geworden wordt komende maanden stap voor stap duidelijk. Dat is aan bestuur en fractie om bekend te maken.
Opbrengst winddelen
De verwachting bij aanschaf van de winddelen was dat ze zo’n 500 kWh per stuk zouden opleveren. Met 34 winddelen gaat het dan om 17.000 kWh per jaar. De financiële opbrengst hangt af van de stroomprijs. Hoe hoger de elektriciteitsprijs, hoe hoger de opbrengst. In 2022 ontvingen we ongeveer Euro 0,48 per kilowattuur, in 2024 was dit Euro 0,19. Nog steeds een factor drie à vier hoger dan voor de Russische invasie in Oekraïne.
Tabel: opbrengst winddelen per jaar
Jaar
Opbrengst (in kWh)
Opbrengst (in Euro)
Geschonken (in Euro)
Kosten (in Euro)
2022
9.648
€ 4.649
€ 4.000-
€ 722-
2023
20.898
€ 6.990
€ 6.000-
€ 1.057-
2024
18.914
€ 3.653
€ 3.625-
€ 1.962-
Totaal
49.459
€ 15.293
€ 13.625-
€ 3.741-
Bij de aanschaf van de winddelen heb ik aangegeven dat de jaarlijkse kosten van de winddelen voor mijn rekening zijn. Zoals je ziet is dat een oplopende rekening
Schenkingen
De eerste uitkeringen van 2024 (nog uit de opbrengsten van 2023) zijn begin vorig jaar naar de Voedselbank Schiedam gegaan. We hebben 330 kg verse, onbespoten sinaasappels uit de Vallei van Geluk in Spanje gedoneerd. Sinaasappels van kleine boeren voor wie de pluk voorheen niet meer loonde en die de oogst verloren lieten gaan. Geheel in de geest van het tegengaan van verspilling en het bieden van een eerlijke prijs aan boeren hebben we de sinaasappels opgekocht en gedoneerd aan de Voedselbank Schiedam. Met dank aan Boer & Voedsel voor het regelen van het transport.
Ook hebben we na een tip van No Waste Army op LinkedIn 500 kg biologische aardappels van een boer uit Zeeuws-Vlaanderen, die niet voldeden aan de kwaliteitseisen van de supermarkten en groothandels, gekocht en gedoneerd aan Voedselbank Schiedam.
De donatie had nog wat voeten in de aarde, want hoe vervoer je die naar Schiedam? Hoe krijg je ze vervolgens uit de bestelbus? Waar laat je ze als de vrijwilligers van de Voedselbank ze niet in ontvangst kunnen nemen op de dag dat de transporteur ze kan brengen? En hoe krijg je ze vervolgens weer in de vrachten van de Voedselbank? Dat leek tot het laatst onhaalbaar. Gelukkig sprongen twee Schiedamse bedrijven bij. BLOOM your message bood onderdak aan de aardappelen, tot de vrijwilligers van de Voedselbank ze aan konden nemen, en Heco Cargo Control zette hun heftruck inzette om de vrachtwagen van de Voedselbank te laden, waarmee de distributie werd gefaciliteerd.
Gelukkig was Raaskal uit Naaldwijk zo flexibel dat ze op het laatste moment hun chauffeur nog hebben gebeld om een extra lading van 500 kg aardappels mee te nemen en af te leveren in Schiedam. Inmiddels zijn alle 8.400 kg die boer Emiel over had gered, waarmee we ook een bijdrage leveren aan het tegengaan van voedselverspilling.
In de eerste helft van 2024 kwam er ook een oproep langs van No Waste Army om uien van de vernietiging te redden. Een oproepje aan de leden van GroenLinks deed de rest. In korte tijd werd meer dan 250 kg uien gedoneerd (waarvan een klein deel uit de opbrengst van de winddelen). Of die in Schiedam zijn gekomen weet ik niet, de distributie wordt verzorgd vanuit de landelijke Voedselbank. Ook buiten Schiedam zijn er helaas voldoende mensen die afhankelijk zijn van de Voedselbank, dus de uiten zijn ongetwijfeld goed terecht gekomen.
Opbrengst 2024
De leden van GroenLinks hebben vorig jaar tijdens de algemene ledenvergadering besloten de opbrengst van de winddelen over 2024 te schenken aan meerdere Schiedamse doelen die zich inzetten voor duurzaamheid en de bestrijding van armoede. In de loop van 2025, het jaar waarin Schiedam 750 jaar stadsrechten viert, zullen we meerdere keren projecten en organisaties die zich inzetten voor armoedebestrijding en voor duurzaamheid in het zonnetje zetten door ze een mooie donatie te geven.
De eerste organisatie die een schenking ontvangen heeft is Stichting Net Niet Genoeg. De stichting die zich al sinds 2013 inzet voor huishoudens in Schiedam e.o. die op of onder de armoedegrens leven. GroenLinks-raadslid Serkan Kilickaya overhandigde de cheque van 750 euro aan Natasja Westmaas van de stichting Net Niet Genoeg.
Net Niet Genoeg zamelt jaarlijks tussen kerst en oud en nieuw lang houdbare voedingsproducten in, om in januari boodschappenpakketten uit te kunnen delen aan mensen die net niet genoeg hebben.
Met deze donatie kunnen we de pakketten aanvullen met een dag extra eten. Deze keer kunnen we pakketten met maar liefst zeven complete maaltijden meegeven.
In de loop van dit jaar zullen meer Schiedamse organisaties een bijdrage ontvangen. Bekendmaking laat ik over aan het bestuur & de fractie van GroenLinks Schiedam.
De laatste maanden is er steeds meer te doen over de terugleververgoeding die energiebedrijven rekenen voor eigenaren van zonnepanelen. Sommige media schrijven zelfs over mensen die ze weer van hun dak halen, wat me een vrij onzinnige en paniekerige reactie lijkt. Daarom deze maand wat meer aandacht voor het voordeel wat we behalen met onze zonnepanelen en wat de impact gaat zijn als we een nieuw contract aan gaan, waarbij we terugleverkosten moeten gaan betalen.
Impact zonnepanelen en winddelen op onze energierekening
Een handige basis om te beginnen zijn onze energiekosten in de eerste vier maanden van het jaar. Onze energiekosten zouden zonder zonnepanelen en winddelen € 1.242 waren geweest. Met zonnepanelen, maar zonder winddelen dalen ze tot € 1.024. Onze zonnepalen (9 stuks van 240 wattpiek per stuk) hebben ons dus een besparing van bijna € 250 opgeleverd in de eerste vier maanden van het jaar. Nu kan het zijn dat we met 20 cent piek en 18 cent dal nog vrij hoge leveringstarieven betalen, maar zelfs als de leveringstarieven halveren blijft er genoeg over om zonnepanelen ook na verrekening van de terugleververgoeding interessant te maken. Ik ken althans geen leverancier die € 60 per maand aan terugleververgoeding levert bij een saldering van zo’n 1.000 kWh op jaarbasis jaar.
Nu verschilt je precieze voordeel van zonnepanelen natuurlijk van geval tot geval. Het blijft hoe dan ook lucratiever om te zoeken naar manieren om een groter deel van de stroom zelf te gebruiken, of om de installateur te vragen om een aanpassing aan de instellingen van de omvormer te doen, bijvoorbeeld naar een instelling waarbij netto niet wordt teruggeleverd en vervolgens op te zoek te gaan naar een leverancier die met een staffel werkt voor de terugleververgoeding. Waarbij een lagere hoeveelheid teruglevering resulteert in een lagere terugleververgoeding. Voor wie het niet van mij aan wil nemen raad ik een avondje kennisdelen met Solar Engineering of een van de andere Solar Basterds aan.
Energierekening
Onze energierekening ligt nog steeds op het gemiddelde van de periode 2019 tot heden. Dat is wel 55% hoger dan gemiddeld in de periode 2011-2018. De impact van de energiecrisis is dus nog steeds zichtbaar. Ik verwacht dat het verschil de komende maanden kleiner wordt, want gemiddeld genomen ligt onze energierekening in de periode mei t/m september rond de € 0. Of de rekening net zo hard gaat dalen als in 2023 weet ik niet, want de profielkosten voor onze winddelen zijn dit jaar hoger dan eerdere jaren.
In bovenstaande grafiek is ook te zien dat we geld kunnen besparen door over te stappen op een dynamisch tarief. In ruil voor het hogere risico op prijsfluctuaties kunnen we 14% besparen t.o.v. onze huidige inkoopstrategie. Naar mijn mening niet de moeite waard. Zonder winddelen en zonnepanelen zouden we ruim 50% kunnen besparen, dan zouden dynamische tarieven zeker de overweging waard zijn. Ook zonde winddelen, met alleen zonnepanelen, hadden we de eerste 4 maanden van het jaar bijna 50% kunnen besparen door over te stappen op dynamische tarieven.
Negawatts scoren
De duurzaamste energie is de energie die je niet nodig hebt, oftewel Negawatts i.p.v. Megawatts.
April was een goede maand daarvoor. Ten opzichte van 2023 hebben we 15% energie bespaart. Door de warme aprilmaand hebben we vooral minder elektriciteit nodig gehad voor verwarming.
In de eerste vier maanden van het jaar hebben we tot nu toe 8% minder energie gebruikt dan gemiddeld sinds onze overstap op infraroodverwarming.
Aardgasvrij verwarmen
Ons huis verwarmen we sinds 2019 volledig met infraroodverwarming. Dat bevalt goed en bespaart al jaren zo’n 40% in energiegebruik t.o.v. de traditionele hr-ketel. Zoals gezegd was april een warme maand met 21% minder gewogen graaddagen dan in april 2023. Het aantal gewogen graaddagen ligt op jaarbasis 30% lager dan het klimaatgemiddelde in de periode 1901-1930. Het klimaatgemiddelde van de periode 1995-2024 ligt nu 10,5% lager dan het klimaatgemiddelde in de periode 1901-1930.
Dat is terug te zien in het energiegebruik per gewogen graaddag. Dit is met 34% gedaald ten opzichte van april 2023. Ook het 12 maands gemiddelde toont een duidelijke daling sinds begin dit jaar, een daling die in april door heeft gezet. Het energiegebruik ligt inmiddels 8% lager dan het langjarig gemiddelde met infraroodverwarming.
Omgezet naar standaardjaar in de periode 1901-1930 ligt ons langjarig gemiddeld energiegebruik voor verwarming rond de 4.100 kWh. In werkelijkheid zouden we op basis van ons stookgedrag van de afgelopen 12 maanden op 3.700 kWh uitkomen in een standaardjaar in de periode 1901-1930. In werkelijkheid ligt ons energiegebruik voor verwarming rond de 2.900 kWh. Dat is een stuk lager en wordt veroorzaakt doordat het weer veel warmer is dan gebruikelijk veroorzaakt door een fenomeen dat al bijna anderhalve eeuw bekend is: klimaatverandering t.g.v. menselijk uitstoot van CO2e.
De prestaties van de HeatCycle in april vallen wat tegen. Warm water genoeg, maar een COP van 1,3 is ronduit beroerd. We hebben 115 kWh elektriciteit gebruikt voor 144 kWh warm water. Nu kan het zijn dat de HeatCycle wat last heeft gehad van de zonneboiler, waardoor de basistemperatuur in het boilervat al weer flink aan het stijgen is. Al was het aantal dagen dat de zonneboiler boven het bereik van de warmtepomp uitkwam nog zeer beperkt.
Energieproductie
April was een goede maand voor onze energieproductie. Vooral onze winddelen deden het goed met 416 kWh, een forse stijging t.o.v. 2023 toen ze 291 kWh produceerden. De productie van onze zonnepanelen, die we zelf hebben gebruikt was met 111 kWh nagenoeg gelijk aan de 112 kWh van april 2023. Toch produceerden onze zonnepanelen 22 kWh minder dan in 2023, wat te zien is in een dalend hoeveelheid stroom die we hebben teruggeleverd: 97 kWh tegen 118 kWh in april 2023.
Wat wel begint op te vallen is dat onze zonnepanelen overdag op momenten uit beginnen te vallen. Het lijkt er op dat de hoeveelheid zonnepanelen in de buurt de grens van het elektriciteitsnetwerk begint te naderen. Komende maanden zullen we dan ook vaker overdag wassen en vaatwassers laten draaien, want door lokaal extra vraag te creëren is er ook meer ruimte voor lokale elektriciteitsproductie.
Per saldo hebben we in april 128 kWh meer geproduceerd dan dat we hebben gebruikt. Een gelijktijdigheid op maandbasis van 100%. Dat wil niet zeggen dat we elk uur onze stroomvraag weten te matchen met elektriciteitsproductie van onze zonnepanelen en winddelen, maar het is een stapje op weg naar gelijktijdigheid op uurbasis. Om die gelijktijdigheid uit te kunnen rekenen heb ik echter de uurgegevens van De Windcentrale nodig. Het is echter nog steeds niet gelukt die weer aan de praat te krijgen in Home Assistant.
Maand
Gelijktijdigheid
Cumulatief
Januari
46,40%
46%
Februari
63%
55%
Maart
74%
61%
April
100%
71%
De hoeveelheid ingekochte elektriciteit in 2024 daalt naar 1.081 kWh, dat is 27% van ons totale energiegebruik. De resterende 73% hebben we zelf geproduceerd. Waarbij de geproduceerde warmte geen afname van een netwerk betreft, maar de warmte die de zonneboiler en wamtepomp produceren.
CO2-uitstoot
Traditiegetrouw eindig ik weer met de klimaatimpact van onze keuzes, want voor sommige mensen is dat de maat der dingen. Zelf denk ik dat er meer overwegingen zijn, alleen al vanuit milieu oogpunt. Volgens alle 5 methoden is onze CO2-uitstoot gedaald ten opzichte van de oude situatie met aardgas.
Volgens het KNMI was 2023 het natste en warmste jaar sinds ze begonnen zijn met meten. Dat is ook zichtbaar in het aantal gewogen graaddagen, dat met 2.337 ruim een kwart lager ligt dan het klimaatgemiddelde van 3.172 in de periode 1901-1930. Het komt overeen met de verwachtingen toen ik begon met werken: de winters warmer en natter, en de zomers warmer. Het warmere weer heeft ook z’n weerslag op ons energiegebruik. We verbruiken zo’n 1.000 kWh minder voor verwarming door het warmere weer. In totaal hebben we vorig jaar 7.666 kWh elektriciteit gebruikt, wat ons een energierekening van € 1.194 heeft opgeleverd. Omgerekend € 0,16 per kWh, inclusief energiebelasting, vastrecht en btw. Een prijsniveau dat we voornamelijk hebben bereikt doordat het grootste deel van de stroom die we gebruiken geleverd wordt door onze zonnepanelen en winddelen.
Energiekosten
Onze energiekosten zijn iets lager uitgekomen dan ik eind december inschatte. Dat komt vooral doordat onze winddelen in december beter hebben gepresteerd dan in december 2022. Al met al komt onze energierekening uit op €1.194, een maandbedrag van € 99,50. Best netjes gezien alle druk op de energiemarkt. Voor volgend jaar verwacht ik een lichte stijging, tenzij de hoeveelheid wind en zon fors daalt ten opzichte van 2023.
Onderstaande grafiek laat het verloop van onze energierekening sinds 2011 zien. Het valt op dat we op 2021 na onze energierekening behoorlijk stabiel hebben weten te houden.
De hoogte van onze energierekening van 2011 (€1.132) verschilt nauwelijks van de energierekening van 2023 (€1.194). Daar hebben we wel de nodige investeringen in en aanpassingen aan ons huis voor moeten doen. Ten opzichte van de periode 2014-2018 is de energierekening wel met zo’n € 400 gestegen. In 2022 hebben we onze energierekening laten dalen ten opzichte van 2021, best een prestatie als je bedenkt dat de elektriciteitsprijzen in 2022 door het dak gingen (tenzij je een dynamisch contract had).
In bovenstaande grafiek heb ik voor de jaren 2021, 2022 en 2023 daarom met behulp van de gemiddelde groothandelsprijs per maand uitgerekend hoe hoog onze energierekening zou zijn als we een dynamisch energiecontract zouden hebben. Ook heb ik met behulp van de uurdata uit Home Assistant en de uurprijzen op de day-ahead prijs (bron: Energy Charts) uitgerekend hoe hoog onze energierekening zou zijn bij overstap op dynamische tarief.
Ten opzichte van de gekozen strategie om extra winddelen bij te kopen zouden we gemiddeld €9 per jaar extra hebben bespaard. Terwijl we pas in het voorjaar van 2022 extra winddelen bij hebben gekocht.
In 2023 zou onze energierekening €225 hoger zijn geweest bij dynamische tarieven (uitgaande van gemiddelde maandprijzen). Het verschil loopt op naar €330 bij het rekenen met uurdata over 2023. Dat komt met name doordat de opbrengsten van de teruggeleverde zonnestroom dan daalt van €302 (huidige energiecontract) naar €76 (€286 uitgaande van maandgemiddelde prijzen). De kosten van ingekochte stroom dalen ten opzicht van ons huidige contract naar €931 (€898 uitgaande van maandgemiddelde prijzen), maar daar staat ook tegenover dat we dan netto €1.300 aan opbrengsten van onze winddelen zouden missen. In de eerste helft van 2023 hebben we ook geprofiteerd van het verlaagd tarief, wat ons €556 heeft opgeleverd. Zonder het verlaagd tarief zouden we €227 kunnen hebben bespaard met een dynamisch tarief ten opzichte van de gekozen strategie.
Onderstaande grafiek laat duidelijker zien wat het effect van winddelen en een dynamisch contract op onze energiekosten van 2023 is geweest.
Het is duidelijk zichtbaar dat zowel een dynamisch tarief als winddelen onze energierekening kan halveren. Waarbij de winddelen een lagere energierekening tot gevolg hebben gehad dan we met een dynamisch tarief hadden kunnen bereiken. Het interessante vind ik dat het risicoprofiel tussen beide opties fors verschilt. Waar je met een dynamisch tarief een deel van de risico’s overneemt van het energiebedrijf en zelf dus goed moet opletten op wanneer je energie gebruikt en produceert, is dat bij winddelen minder van belang. De profielkosten van winddelen stijgen (volgende jaar zo’n 10 Eurocent per kilowattuur) en goed afstemmen van vraag en aanbod helpt om die stijging te verminderen. Dus de prikkel is ook weer niet volledig afwezig.
Onze winddelen doen daarmee wat ik hoopte: ze verlagen onze energierekening aanzienlijk, ze stabiliseren onze energierekening en ze beperken onze blootstelling aan de grillen van de energiemarkt.
Klimaatimpact op verwarming
De klimaatspiraal van de KNMI laat goed zien hoe de temperatuur zich de afgelopen 120 jaar ontwikkeld heeft en dat de temperatuur oploopt.
Klimaatspiraal Nederland 1901-2023
Dat laat zich ook terugzien in de ontwikkeling van het aantal gewogen graaddagen. De statische kans dat het gemiddelde van de afgelopen 30 jaar voorkomt in een klimaat van begin 20ste eeuw is 0,0000003%. In normale mensentaal: het is zeer onwaarschijnlijk. Het aantal gewogen graaddagen lag in 2023 op 2.337, dat is 26% lager dan in de periode 1901-1930.
Dat heeft ook zo z’n effect op onze behoefte aan verwarming. Die is logischerwijs gedaald. In een gemiddeld klimaatjaar in de periode 1901-1930 zouden we 4.137 kWh aan elektriciteit voor verwarming nodig hebben gehad. In werkelijkheid hebben we afgelopen jaar 3.047 kWh gebruikt. Een stuk minder dan de 6.078 kWh die we aan aardgas verbruikt zouden hebben. Het effect van infraroodverwarming is dus nog steeds meetbaar en is geen eenmalig effect.
Ons energiegebruik is per gewogen graaddag nog steeds gemiddeld 40% lager dan ten tijde van onze cv-ketel. In december is het stookseizoen wel weer volop bezig, wat zichtbaar is in de stijging van ons energiegebruik voor verwarming naar 1,59 kWh/gewogen graaddag. Dat is 4% minder dan in december 2022. December 2023 was met 365 gewogen graaddagen dan ook een stuk warmer dan december 2022 met 473 gewogen graaddagen.
Energiegebruik
Ons bruto energiegebruik inclusief warmte is in 2023 uitgekomen op 10.278 kWh. Dat is 6% meer dan het gemiddelde met infraroodverwarming. Sinds de overstap is ons totale bruto energiegebruik gemiddeld met 17% gedaald. Waarmee we ook in 2023 weer ruim 2.000 NegaWatts scoren.
Het bruto energiegebruik exclusief warmte (dat wat we aan aardgas en elektriciteit gebruiken) is uitgekomen op 7.666 kWh. Dat is 4% lager dan het gemiddelde sinds de overstap op infraroodverwarming. Gemiddeld ligt ons bruto energiebruik exclusief warmte 25% lager sinds we overgestapt zijn op infraroodverwarming.
De aankoop van extra winddelen laat zich vooral terugzien in de ontwikkeling van ons netto-energiegebruik. Bruto energiegebruik minus zelf opgewekte energie. Dat ligt dit jaar op 1.255 kWh. Het laagste ooit. Op maandbasis hebben we van januari tot en met april en van oktober tot en met december meer elektriciteit gebruikt dan geproduceerd. In de eerste vier maanden van het jaar ging het om 909 kWh, in de laatste maanden om 739 kWh. Daar stond tussen april en oktober een overschot aan wind- en zonne-energie van 998 kWh tegenover. Voor het tekort in voor- en najaar is dat een daling ten opzichte van eerdere jaren. Voor het overschot is het een stijging ten opzichte van eerdere jaren, met name veroorzaakt door meer wind in de zomer.
Systeemtechnisch briljant? Zeker niet. We betaalden ons energiebedrijf dan ook een vergoeding voor profielkosten van gemiddeld 5 Eurocent per kWh over de stroomopbrengst van onze winddelen, in 2024 loopt dit op naar 8 a 10 Eurocent per kWh. Voor zonne-energie betalen we niets zichtbaars, vanwege de salderingsregeling.
Wat mij betreft mag de salderingsregeling aangepast worden, zodat het energiebedrijf de kosten van zonnepanelen zichtbaar in rekening kan brengen. Die zou uit twee componenten kunnen bestaan: profielkosten en en een reële vergoeding voor teruggeleverde stroom. Meer als de prijs hoog is en minder als de prijs laag is. Als alle stroom tegen 0 Eurocent zou worden teruggeleverd (wat zeker niet het geval is) kan dat ons financieel de helft aan opbrengsten schelen. Waarmee zonnepanelen nog steeds een zeer gunstige investering zijn. Zeker bij de huidige lage prijzen voor zonnepanelen.
Energieproductie
In 2023 produceerden we in totaal 9.022 kWh. Onze 9 winddelen leverde met 4.324 kWh de meeste energie. Gevolgd door onze warmtepomp en zonneboiler, die samen 2.612 kWh leverden. Onze zonnepanelen leverde 2.087 kWh.
Hiermee produceerde we bijna 80% van ons energiegebruik zelf. Daarnaast bespaarden we 10% op ons energiegebruik door klimaateffecten en namen we 11% van onze energie af van het energiebedrijf.
Een andere manier om naar ons energiegebruik en onze energieproductie te kijken is door deze te vergelijken met de normen voor nieuwbouw. Voor verwarming geld als norm 65 kWh per vierkante meter per jaar (BENG 1). In december zaten we op 50 kWh/m2/jaar. Voor alle gebouwgebonden energie minus duurzaam geproduceerde energie geldt als norm 50 kWh/m2/jaar als norm (BENG 2). We behaalden in 2023 36 kWh/m2/jaar. Tot slot geldt voor nieuwbouw dat tenminste 50% van de gebouwgebonden energie duurzaam geproduceerd moet zijn. We behaalden 52%.
Dit laat zien dat de normen voor nieuwbouw nog steeds niet erg ambitieus zijn. Erg goede zonnepanelen hebben we niet liggen (240 Wp, terwijl de huidige zeker 50% meer opleveren). Ook hebben we met infraroodverwarming en mechanische ventilatie in combinatie met roosters niet de meest zuinige vorm van verwarming en ventilatie.
CO2-uitstoot
Tot slot de wil ik de vaste critici van ‘het gaat toch om CO2-reductie’ nog graag ter wille zijn. Wederom heb ik onze CO2-uitstoot op 5 verschillende manieren berekend. Onderstaande tabel geeft de uitkomsten weer.
Zoals te zien is in de tabel is er slechts 1 methode die gemiddeld nog een kleine stijging met 4kg laat zien t.o.v. verwarmen met aardgas. Wanneer gekeken wordt naar de resultaten over 2023, dan laten alle 5 methoden een daling van onze CO2-uitstoot zien. Dus zelfs als CO2-reductie je drijfveer is dan is de door ons gekozen strategie voor verduurzaming van onze woning een overweging waard. Je kan onze vier etappen hier vinden:
Voor het verhaal over de Danseressen van Don Quichot is de polderwachter op bezoek geweest op plekken in Nederland waar mensen windturbines ‘in hun achtertuin’ hebben staan. Dit is het verslag van zijn bezoek aan een camping in Benschop.
Toelichting
De polderwachter vertelt verhalen over het Hollandse landschap. En nu kreeg hij de vraag of de polderwachter een verhaal wilde maken over windturbines. U weet wel: die moderne windmolens waarmee we zelf onze eigen schone groene energie op kunnen wekken. Maar hoe schildert hij ze af: Zijn het de reuzen waar Don Quichot tegen vocht of moeten we ze zien als vrolijke danseressen op het polderpodium?
De polderwachter ziet de danseressen, maar als hij op internet kijkt of als hij het vraag aan zijn gasten in de polder dan lijkt het vaak vrij heftig: “Vogels worden doormidden gehakt”, “Man slaapt in auto na komst windturbine”. Dan wordt het een lelijk portret.
Uit ervaring weet hij dat sommige verhalen sterker zijn dan de realiteit. Dus heeft hij zijn stalen ros gezadeld en is op pad gegaan. Naar plekken waar mensen turbines in hun achtertuin hebben. Om ook de mensen te horen die je normaal niet hoort, heeft hij bij alle huizen aangebeld met de vraag: Hoe is dat: Een windturbine ‘in your backyard’? …en als u nu denkt: “Ja, hij heeft gewoon geknipt en geplakt”. Dat klopt. Voor het hele verhaal kunt u de zeven verslagen van de bezoeken beluisteren.
De verschrikkelijke oorlog in Oekraïne zorgt er niet alleen voor dat we kritischer over onze energievraag gaan nadenken, maar ook dat de energieprijzen de pan uitrijzen. Het is niet voor niets dat de energietransitie in Schiedam begint in de wijken met kwetsbare inkomens: Groenoord en Nieuwland. Daarmee behoeden we ze voor energiearmoede in de toekomst.
Maar dat is een proces dat niet van de één op de andere dag voltooid is! Ondertussen kampt volgens onderzoek van TNO ruim 4 procent van de Schiedammers met energiearmoede. Ze hebben hoge energiekosten, wonen meestal in een huis dat niet goed is geïsoleerd en hebben een laag inkomen. Door de fors stijgende prijzen voor elektriciteit en aardgas verwachten we dat het aantal huishoudens met energiearmoede groeit. Het Rijk kondigde in december een eenmalige energietoelage aan van €200,- voor lage inkomens en vrijdag werd bekend dat ze dit ophogen naar €800. De precieze spelregels hiervoor zijn echter nog niet bekend.
De rode loper uitrollen voor energiecoöperaties
De kostprijs van wind- en zonne-energie ligt tussen de 5 en 10 cent. Terwijl de elektriciteitsprijs (zonder energiebelasting en opslag duurzame energie) in januari 2022 volgens het CBS op 26 cent lag. Daarom heb ik me er jarenlang voor ingezet om iedere bewoner de kans te geven om lid te worden van een energiecoöperatie en zijn eigen energie op te wekken. Uit eigen ervaring weet ik dat het ontwikkelen van een zonnedak of een windturbine tijd kost. Tijd die Schiedammers, die kampen met energiearmoede en moeite hebben om de financiële eindjes aan elkaar te knopen door de stijgende energiekosten, niet hebben.
De wind kan je delen
De eenmalige bijdrage van het Rijk is natuurlijk mooi meegenomen. Tegelijkertijd biedt dat geen structurele oplossing voor schulden en armoede. De kloof tussen arm en rijk wordt alleen maar groter, omdat isolatie en zonnepanelen nou eenmaal investeringen vergen die niet iedereen kan opbrengen, terwijl ze wél al snel renderen. Jeroen Ooijevaar en ik waren in de gelukkige omstandigheden dat we die investeringen wel hebben kunnen doen, waardoor we nu weinig tot niets merken van de lastenverzwaringen. We willen graag helpen om die kloof te verkleinen. Daarom doneren wij op Earth Day 2022, 22 april 2022, 31 winddelen aan de Energiebank Schiedam. 31 omdat dat de eerste cijfers zijn van onze postcode en daarmee een aantal dat ons in Schiedam verenigt.
31 winddelen leveren samen ongeveer 15.500 kWh per jaar op. Dat is volgens MilieuCentraal goed voor het gemiddeld elektriciteitsverbruik van 6 huishoudens. De kilowatturen doneren we met medewerking van Greenchoice aan de Energiebank Schiedam. De Energiebank Schiedam zorgt voor verdeling over huishoudens die kampen met energiearmoede.
Meedoen
Jeroen en ik vinden dat de breedste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. In de huidige situatie is het eerder andersom en hebben de laagste inkomens de grootste lastenverzwaring. We roepen andere Schiedammers op ons voorbeeld te volgen en ook winddelen of een deel van de opbrengst van hun zonnepanelen te doneren aan Energiebank Schiedam. Kom je er niet uit? Stuur ons een mail, dan doen we het samen.
Wat is een winddeel?
De Windcentrale heeft haar windmolens opgedeeld in stukjes: Winddelen
1 Winddeel is goed voor gemiddeld 500 kWh stroom per jaar (meer als het harder waait en minder als het minder hard waait dan verwacht)
Een Winddeel levert stroom zo lang de windmolen draait.
Het aantal winddelen per windmolen is afhankelijk van de verwachte jaaropbrengst.
Ter indicatie een windmolen van 3,6 megawatt en 180 meter hoog wordt opgedeeld in meer dan 20.000 winddelen en levert per jaar stroom voor zo’n 4.500 huishoudens.
Wat is de Energiebank Schiedam
Energie wordt steeds duurder en dat merk je in je portemonnee. Dat geldt zeker voor Schiedammers met een kleine beurs; het is steeds lastiger om je energierekening te kunnen betalen. De Energiebank Schiedam wil energie als eerste levensbehoefte bereikbaar houden voor iedere Schiedammer. Het is hun missie om huishoudens op energievlak te versterken, zodat zij zelf de energierekening blijvend kunnen verlagen en daarmee ook bijdragen aan een duurzaam Schiedam!
Al jaren publiceert Steeph maandelijks een update van de wereldtemperatuur op Sargasso. Zelf hou ik sinds we ons huis kochten maandelijks ons energieverbruik bij. Daarbij heb ik gaandeweg geleerd dat een goede vergelijking van het verbruik door de jaren heen standaardisatie vergt. Waarbij het energieverbruik gecorrigeerd wordt voor het aantal gewogen graaddagen per jaar. Als gevolg van de publicatie van het nieuwe klimaatnormaal door het KNMI kwam bij mij de vraag op welk deel van onze energiebesparing eigenlijk komt door klimaatverandering. De langst lopende reeks die ik daarvoor heb kunnen vinden is de reeks met de gemiddelde dagtemperatuur van meetstation De Bilt. De reeks van het meetstation Rotterdam, waarmee ik mijn persoonlijke verbruik corrigeer voor temperatuur, start pas in 1957. Conclusie van mijn analyse: het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar is sinds begin vorige eeuw met 15% gedaald in De Bilt.
Gehanteerde methodiek
Ik heb de volgende methode gebruikt om het aantal gewogen graaddagen per jaar te bepalen. Allereerst is het aantal graaddagen per dag berekend. Het uitgangspunt daarbij is dat je in een etmaal waarin de gemiddelde buitentemperatuur hoger is dan de gemiddelde binnentemperatuur geen gas verbruikt. Ligt de buitentemperatuur echter lager, dan ga je stoken en moeten er graaddagen geteld worden. Ik ben daarbij uitgegaan van een gemiddelde binnentemperatuur van 18 °C. Waarmee ik aansluit bij de methodiek van de website Mindergas, waar ik ooit begonnen ben met het bepalen van mijn verbruik per gewogen graaddag.
De etmaalgemiddelde buitentemperatuur van een koudere dag wordt afgetrokken van de etmaalgemiddelde binnentemperatuur van 18 graden. Als het op een dag buiten gemiddeld 10 graden was, reken je als volgt: 18 – 10 = 8 graaddagen. Was de gemiddelde buitentemperatuur over 24 uur hoger dan 18 graden, dan kom je altijd uit op 0 graaddagen.
Behalve de buitentemperatuur, zijn er per jaargetijde nog meer weersomstandigheden van invloed op hoe hard je wil stoken. Denk bijvoorbeeld aan de warmte van zonnestralen op het huis. Om de invloed van die wisselingen op de berekeningen te minimaliseren, worden de graaddagen vermenigvuldigd met een seizoensafhankelijke weegfactor. Dit noemen we gewogen graaddagen. De weegfactor is als volgt gedurende het jaar:
april t/m september: 0,8
maart en oktober: 1,0
november t/m februari: 1,1
Daarna heb ik het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar berekend. De eerste periode waarvoor dat kan op basis van de cijfers De Bilt is de periode 1901-1930. Het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar over die periode was 3341. Het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar over de laatste periode, te weten 1991-2020 was 2847. Een daling van 15%.
Het effect op het aantal gewogen graaddagen van meetstation Rotterdam heb ik vervolgens berekend door een lineaire regressie te maken met meetstation De Bilt. Hierbij heb ik de jaren gebruikt waarvoor van beide stations gegevens zijn. Met behulp hiervan heb ik een inschatting gemaakt van het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar in de periode 1901-1930 voor Rotterdam. Met 3.172 ligt het aantal graaddagen in Rotterdam lager dan in De Bilt, wat te verwachten is door de nabijheid van zee. De daling van het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar voor Rotterdam ligt met 13% lager dan voor De Bilt.
Impact op stookseizoen De Bilt
De kans dat een koude dag in juli of augustus ervoor zorgt dat je gaat stoken is klein. De kans dat je in april nog stookt of september al gaat stoken is groter. Het echte stookseizoen loopt in Nederland van oktober tot en met maart. De maanden april tot en met september vormen ongeveer 20% van het totaal aantal gewogen graaddagen per jaar.
In het stookseizoen is het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen met 11% teruggelopen. Het grootste deel daarvan zit in het vierde kwartaal met een daling van 13%, in het het eerste kwartaal is de terugloop 9%. Van 1942 tot en met 1992 lag het 30 jarig gemiddelde van het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in het eerste kwartaal zelfs tot 4% hoger dan in de periode 1901-1930. Dat heeft de terugloop in het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in het vierde kwartaal in de jaren 40 en jaren 60 weten op te vangen, maar de overall trend in het stookseizoen is al 90 jaar omlaag. Ondanks de kou in maart lag het 30 jarig gemiddelde aantal gewogen graaddagen in het eerste kwartaal over de periode 1992-2021 een vol procent lager dan over de periode 1991-2020.
Om het 30 jarig gemiddelde aantal gewogen graaddagen terug te brengen op het niveau van de periode 1901-1930 zijn 16 jaren zoals 1963 nodig, het jaar met het hoogste aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-2020. Het jaar ook met de winter van 1962-1963 als de strengste winter van de vorige eeuw, waarin je met de auto over het ijs van Stavoren naar Enkhuizen kon rijden.
Dat het aantal gewogen graaddagen per jaar gemiddeld met gedaald is heeft ook effect op het energieverbruik voor verwarming. Mijn eigen verbruik in de periode 2011-2018 (stoken op aardgas) is gemiddeld 2,17 kWh/gewogen graaddag, berekend op meetstation Rotterdam. Voor een standaardjaar uit de periode 1901-1931 levert dat een verbruik van 6.884 kWh op, dat is ongeveer 690 m3 aardgas. Een daling van 13% betekent 896 kWh minder energieverbruik voor verwarming per jaar, ongeveer 90 m3 aardgas.
Voor 2020 is het verschil nog groter, 2020 kende 2.368 gewogen graaddagen. Een verschil van 801 gewogen graaddagen met het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-1930. Ons werkelijke verbruik lag op 2.878 kWh. Dat is 4.006 kWh, oftewel 58%, lager dan verwacht op basis van ons gasverbruik in de periode 2011-2018. Hiervan wordt 54% veroorzaakt door de vermindering van het aantal gewogen graaddagen en 46% door besparingsmaatregelen in huis.
Conclusie
Door mensen veroorzaakte klimaatverandering heeft een effect. Uitgedrukt in de gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging lijkt dat effect tot nu toe wellicht klein, met een opwarming van ongeveer 1 graad Celsius. Ingezoomd op het gemiddeld aantal gewogen graaddagen per jaar is het effect in Nederland veel sterker, met een daling van 15% voor meetstation De Bilt. De kans dat die trend keert is ook niet groot, aangezien terugkeer naar het oude gemiddelde over de periode 1901-1930 zestien keer op rij herhaling van het jaar met het hoogste aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-2020 vergt. In dat jaar, 1967, lag het aantal gewogen graaddagen ruim 900 hoger dan het 30 jarig gemiddelde over de periode 1991-2020 en bijna 1.300 hoger dan in 2020.
2021 telt tot en met oktober 2039 gewogen graaddagen. Dat betekent dat er in november en december nog ruim 1.700 nodig zijn om in de buurt van 1967 te komen. De kans daarop acht ik klein.
In maart 2019 hebben we de infraroodverwarming van ThermIQ laten installeren. Inmiddels verwarmen we ons huis er op een haar na een jaar mee. Tijd voor een evaluatie en om te kijken wat er van de verwachtingen met betrekking tot energiebesparing terecht is gekomen.
Verwachtingen voor installatie
Om terug te halen: de verwachting op basis van de gegevens van ThermIQ, onze leverancier van infraroodverwarming, was dat we tenminste 1/3 op ons energieverbruik voor verwarming zouden besparen. Op basis van een langjarig gemiddeld energieverbruik voor verwarming van 5.592 kWh per standaard stookjaar met 2.790 graaddagen per jaar betekent dit een besparing van 1.864 kWh per jaar. Waarmee het verwachte elektriciteitsverbruik op 3.728 kWh komt. In november was het verwachte verbruik in een standaardjaar gedaald naar 3.600 kWh. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik bij de eerste berekeningen in 2015 nog uitging van een veel groter besparingspotentieel van infraroodverwarming, waarmee het elektriciteitsverbruik voor verwarming rond de 1.600 kWh zou liggen.
De verwachting op basis van de COP = 1 politie was dat er hooguit 15% besparing zou zijn door aanpassing van stookgedrag, of 24% energiebesparing als ik uitga van CE’s CEGOIA model.
Installatie en investeringskosten
We hebben in totaal 8 infraroodpanelen in ons huis. 6 stuks van 1.100 Watt en 2 van 550 Watt, in totaal 7.700 Watt. Deze vervangen onze Remeha Calenta CW5 met een vermogen van 6.600 tot 31.200 Watt, waarbij het piekvermogen van de cv-ketel vooral voor warm water bedoeld is.
De infraroodpanelen worden aangestuurd via de BeNext app. Daarmee zijn ook de maximale vermogens per infraroodpaneel in te stellen.
De totale kosten voor het plaatsen van 8 infraroodpanelen in ons huis, inclusief installatie en aanpassing van de elektriciteitsmeter bedragen ongeveer Euro 8.700,-
Ervaringen comfort
Tot nu toe zijn de ervaringen met de infraroodverwarming positief. De warmte is aangenaam en de infraroodpanelen weten het huis goed warm te houden. Net als bij een hr-ketel heeft het systeem een halve graad temperatuurschommeling. Bij het uitschakelen van het systeem en het afkoelen valt het wel op dat het comfort sterk daalt als de temperatuur 0,4 graden gedaald is. Een zelfmodulerend systeem dat de stralingssterkte automatisch verlaagd als de gewenste temperatuur is bereikt en een kleinere temperatuurschommeling zouden het comfort sterk kunnen verbeteren. Nu zet ik de panelen handmatig weer aan als de temperatuur met 0,3 tot 0,4 graden gedaald is.
Ervaringen gebruiksgemak
De aansturing van de panelen gebeurd bij ons thuis via BeNext. Een verbetering tegenover de oude klokthermostaat die we in de badkamer gebruikte. Wat ook een verbetering is is dat we de temperatuur met infraroodverwarming per ruimte kunnen regelen. Zeker nu de kinderen wat groter worden en ook op hun kamer willen spelen is dat een vooruitgang.
De infraroodpanelen reageren vlot, wat betekent dat we de basistemperatuur op de slaapkamers laag kunnen houden (15 graden). Door de grote mate van straling in de warmtemix is het binnen 10 tot 15 minuten comfortabel op de kinderkamers. Het verwarmen van de werkkamer op zolder vergt met 15 tot 30 minuten wat meer tijd voordat het comfortabel is.
Het bedienen van BeNext vergt wel wat ontdekken en uitproberen. De panelen worden standaard enkel 100% aangeschakeld op het moment dat een ruimte verwarmd moet worden. Dat is in ons geval, behalve bij stevige vorst, veel te veel straling om comfortabel te zijn. Het is ook veel te veel warmte als het gaat om vorstbeveiliging in een ruimte. Naast het instellen van de klokthermostaat per ruimte met de gewenste temperatuur heb ik daarom ook regels aangemaakt waarmee de verschillende infraroodpanelen een ingestelde stralingssterkte krijgen die varieert per ruimte. ’s nachts gaan ze niet harder dan 20% aan, in de ochtend gaan de keuken en de eethoek op 50% aan en de zithoek in de woonkamer slechts 30%. Bij het avondeten staan alle hoeken op 50%, ’s avonds laat gaat de zithoek wat hoger naar 70% en de keuken en de eethoek naar 40%.
Energieverbruik verwarming
Het energieverbruik voor verwarming (ongecorrigeerd voor de temperatuur) is de afgelopen 12 maanden op 3.000 kWh uitgekomen. Deels wordt dit veroorzaakt door de warme winter, of moet ik zeggen de koude herfst? Het verbruik per graaddag ligt deze winter echter ook aanzienlijk lager dan eerdere jaren. Ons voortschrijdend gemiddeld energieverbruik per graaddag over een periode van 12 maanden toont vanaf het moment van installeren in maart 2019 een duidelijk knik naar beneden, tijdelijk onderbroken door de zomermaanden. Zoals te zien in onderstaande grafiek.
De grafiek laat goed zien dat het energieverbruik per graaddag deze winter aanzienlijk lager ligt dan eerdere jaren. Ons energieverbruik per graaddag is met 44% gedaald ten opzichte van het gemiddelde over de periode 2011-2018. Als ik geen rekening hou met 2013, vanwege het hogere stookgedrag in de eerste helft van dat jaar, is het energieverbruik per graaddag nog steeds met 41% gedaald. Dat is meer dan de 33% die ThermIQ had opgegeven, en beduidend meer dan de 15 tot 24% waar de COP = 1 politie mee rekent.
Waarbij ik ook meteen de illusie kan wegnemen dat ons stookgedrag is gewijzigd: de gemiddelde temperatuur in onze woonkamer is gelijkgebleven na de overstap naar infraroodverwarming. Infraroodverwarming verwarmt objecten, en pas indirect de lucht. Daarmee zou een lagere luchttemperatuur mogelijk moeten zijn bij hetzelfde comfortniveau. Tot op heden is daar bij ons niks van gebleken. Ik heb het een paar keer geprobeerd, maar de dames hebben het meteen door en klagen over gebrek aan comfort bij een lagere luchttemperatuur.
Wanneer ik het energieverbruik voor verwarming omzet naar een standaardjaar met 2.790 graaddagen per jaar ligt het energieverbruik flink lager dan in voorgaande jaren, zoals in bovenstaande grafiek te zien is. Van gemiddeld 6.050 kWh in de periode 2011-2018, of 5.5.92 kWh als ik 2013 niet meereken, is het het energieverbruik in een standaardjaar gedaald naar 3.400 kWh. Een daling van respectievelijk 44% of 39%.
Dat is ook een stuk lager dan CE’s CEGOIA model verwacht. Het CEGOIA model gaat voor een C-label woning uit van 1.360 m3 aardgas (oftewel 12.775 kWh) bij verwarming met een hr-ketel en 9.850 kWh elektriciteit als gekozen wordt voor infraroodverwarming. In de praktijk verbruik ik veel minder aardgas in onze label C woning. Daarom heb ik gekeken naar hoeveel elektriciteit we voor verwarming zouden gebruiken uitgaande van de 24% besparing ten opzichte van de hr-ketel, waar het CEGOIA model mee rekent.
De lijn Cegoia en langjarig gas geeft aan wat het verwachte elektriciteitsverbruik van infraroodverwarming is als ik afga op 24% besparing ten opzichte van ons gasverbruik. De verwachting is dan dat ik 4.600 kWh elektriciteit voor verwarming verbruik. Daar zitten we onder. De lijn verwachting CEGOIA geeft aan hoeveel elektriciteit we verbruiken uitgaande van 24% energiebesparing ten opzichte van het jaarverbruik in de periode maart 2018 tot en met februari 2019. Ook daar zitten we onder.
Stookkosten
Een ander belangrijk punt bij het overstappen naar een andere verwarmingsbron zijn de kosten. Teruggerekend naar een standaardjaar zouden onze stookkosten tegen de huidige gasprijs zo’n 480 Euro bedragen. Verwarmen met infraroodverwarming blijkt, ondanks mijn eerste indruk vorig jaar, met 830 Euro toch 350 Euro duurder. Iets wat nog niet terug te zien is in mijn energierekening van vorig jaar. Dat zou kunnen liggen aan de warmere winter, aan de andere kant was de teruggave energiebelasting vorig jaar lager dan voorgaande jaren.
Het grootste deel van de stijging van de verwarmingskosten is overigens goed te maken wanneer de aardgasaansluiting er af kan, dat scheelt 246 Euro per jaar aan netwerkkosten en 70 Euro aan vaste leveringskosten. Een ander deel zal de komende jaren dalen wanneer de gasprijs stijgt, al scheelt dat de komende 6 jaar jaarlijks slechts 5 Euro per jaar. De daling van de energiebelasting op elektriciteit zal het verschil nog wat verder verkleinen.
Thuisbaas heeft vorig jaar een onderzoek gedaan naar het energieverbruik van verschillende woningen die ze met infraroodverwarming hebben uitgerust. Daaruit komt naar voren dat 12 van de 14 bewoners de energierekening hebben weten te verlagen. Het is dus wel degelijk mogelijk om de energierekening te verlagen met infraroodverwarming.
CO2 emissie
Een laatste niet onbelangrijk punt is hoe onze CO2 uitstoot zich ontwikkelt heeft. In de periode 2011-2018 was onze CO2 uitstoot als gevolg van verwarming zo’n 1 ton per jaar. In 2019 zijn we overgestapt op infraroodverwarming. De vraag is natuurlijk of onze CO2 uitstoot daarmee gedaald of gestegen is, want daar doen we het tenslotte toch voor?
Nu kun je grofweg op twee manieren rekenen met CO2 emissies en elektriciteit. Je kan uitgaan van de netgemiddelde CO2 uitstoot per kWh of van de CO2 emissie van de stroom die je afneemt. In ons geval zijn we klant bij GreenChoice, waar we een stroommix afgnemen met 27% biogas.
In 2019 lag onze CO2 uitstoot voor verwarming op 0,5 ton CO2 als je uitgaat van de elektriciteitsmix die we afnemen. Als je uitgaat van de gemiddelde CO2 factor van het Nederlands elektriciteitsnet komen we uit op een CO2 uitstoot van 1,1 ton CO2. Oftewel uitgaande van de mix die we afnemen van het elektriciteitsbedrijf is onze CO2 emissie gehalveerd. Uitgaande van de netgemiddelde CO2 uitstoot per kWh is onze CO2 uitstoot zo’n 10% gestegen.
In 2020 zal onze CO2 uitstoot van verwarming naar verwachting ten opzichte van 2019, doordat ons gasverbruik in 2020 lager zal zijn dan in 2019. Dit wordt namelijk het eerste kalenderjaar waarin we de cv-ketel niet voor verwarming inzetten.
Anders dan bij aardgas wordt het elektriciteitsverbruik de komende jaren verder vergroend, er van uitgaande dat de plannen uit het nationaal klimaatakkoord uitgevoerd worden. Daardoor zal de CO2 emissie van onze infraroodverwarming de komende jaren dalen.
In mei berichtte ik dat de productie van Duitse kolenstroom daalde. Inmiddels zijn de gegevens voor het eerste half jaar van 2019 binnen en wederom is de elektriciteitsproductie met behulp van kolen in Duitsland gedaald. Vooral de productie van bruinkool, de meest milieuonvriendelijke vorm van elektriciteitsproductie, is fors gedaald. In absolute zin met 13,8 TWh ten opzichte van de eerste helft van 2018, in relatieve zin met 20,7% ten opzichte van de eerste helft van 2019. Ook de elektriciteitsproductie van steenkoolcentrales is teruggelopen. In absolute zin is de terugloop met 8,2 TWh kleiner dan bij bruinkool, procentueel is de stroomproductie van steenkoolcentrales met bijna een kwart teruggelopen ten opzichte van 2018. De productie van gascentrales is in het eerste half jaar van 2019 wel gestegen ten opzichte van de eerste helft van 2018
Wind en zon als werkpaarden van de Duitse Energiewende
De productie van wind- en zonne-energie steeg in het eerste half jaar met 15,6% ten opzichte van de eerste helft van 2018. De productie van windenergie steeg met 19% en zonne-energie met 5,6%. Wind- en zonne-energie zijn daarmee de werkpaarden van de Duitse energietransitie. De elektriciteitsproductie met behulp van biomassa bleef gelijk, terwijl waterkracht een behoorlijke daling liet zien. Het aandeel groene stroom ligt in Duitsland inmiddels op 47,7%. De kale stroomprijs is gedaald van 4,326 Eurocent per kWh in 2018 naar 3,681 Eurocent per kilowattuur in 2019.
De groei van wind- en zonne-energie en de daling van de productie van kolenstroom wil niet zeggen dat er geen zorgen zijn over de marktontwikkeling voor hernieuwbare energie in Duitsland. De groei is er uit bij wind op land in Duitsland en met name de burgerenergiebeweging (energiecoöperaties) heeft het hierdoor zwaar, precies zoals Craig Morris in 2105 en 2017 al voorspelde. In de twee veilingrondes van 2019 is slechts 746 megawatt aan nieuwe windturbines toegewezen, terwijl er 1.350 megawatt werd getenderd. Oftewel minder dan de helft. Een bijkomend probleem zijn de oplopende termijnen om een vergunning te bemachtigen. Deze zijn opgelopen tot gemiddeld 300 dagen. In het eerste kwartaal van 2019 kwam slecht 413 megawatt aan capaciteit door het vergunningverleningproces. De groei van het geïnstalleerd vermogen ligt daarmee op het laagste niveau sinds het begin van de Energiewende.
Burgers zijn via lokale energiecoöperaties en bewonersinitiatieven grote spelers en een belangrijke succesfactor van de Duitse Energiewende. Er zijn meer dan 1.000 energiecoöperaties die samen 42% van de Duitse ‘hernieuwbare energiecentrales’ in handen hebben. Kleine energieproducenten kunnen nog steeds een feedin tarief krijgen, maar bijna alle commerciële en niet-commerciële energieproducenten zijn hiervan uitgezonderd. Zij moeten meedoen aan de veilingen. De veilingen brengen kosten met zich mee, die niet terug te verdienen zijn als het project niet doorgaat. Ook de langere tijd tussen winnen van een veiling en vergunningverlening zorgen voor extra kosten, die voor kleinere spelers, zoals energiecoöperaties, lastig op te brengen zijn.
De verschuiving naar grote energiebedrijven is een vergissing, omdat lokaal eigenaarschap en lokale zeggenschap een belangrijke rol spelen bij de acceptatie van de energietransitie. De protesten tegen wind op land nemen in Duitsland dan ook toe nu het steeds vaker grote energiebedrijven zijn die projecten realiseren.
De productie van Duitse kolenstroom is in het eerste kwartaal van
2019 met 19% gedaald ten opzichte van dezelfde periode in 2018. De
daling doet zich zowel voor bij steenkoolcentrales als bij
bruinkoolcentrales. Een van de oorzaken is de hogere productie van
groene stroom, net name door meer windenergie, in het eerste kwartaal
van 2019.
De elektriciteitsproductie door steenkoolcentrales daalde met 23% van
24,8 TWh naar 19 TWh. De elektriciteitsproductie door
bruinkoolcentrales daalde met 16% van 38,2 TWh naar 32 TWh. De daling
past in een langere trend, waarbij de elektriciteitsproductie van
steenkoolcentrales sinds 2006 daalt en die van bruinkoolcentrales sinds
2012 langzaam daalt.
Bruto stroom productie in Duitsland 1990-2018 naar bron. Bron: Clean Energy Wire.