Blog

  • Een jaar zonder aardgasverbruik

    Op 24 februari 2022, de dag dat Rusland Oekraïne wederom inviel, hebben we onze cv-ketel uitgezet. De invasie van Oekraïne is nog (lang) niet voorbij, maar wij zijn inmiddels wel een jaar zonder aardgas. Een jaar waarin we de laatste stappen naar het aardgasvrij maken van onze woning hebben gemaakt. Tijd dus om de balans op te maken van energiegebruik en energieproductie zonder aardgas. Een volgende keer za. Maar eerst het belangrijkste onderdeel in deze dure tijden: het effect op de energierekening.

    Energierekening

    Onze energiekosten zijn in februari 19% hoger dan in februari 2022. De vaste lasten en de kosten voor aardgas zijn gedaald. Daar staat een stijging van de kosten voor met name elektriciteit en energiebelasting tegenover. We hebben ook meer winddelen, wat zorgt dat de onbalansvergoeding aan het energiebedrijf ook gestegen zijn. In totaal hebben we 340 Euro aan energiekosten gehad. Die bijna volledig bestaan uit kosten voor ingekochte elektriciteit en energiebelasting.

    2023 Februari Kosten Energierekening Februari 1

    In de eerste twee maanden van het jaar bedragen onze energiekosten 855 Euro, een stijging met 17% t.o.v. 2022. Het grootste van de stijging bestaat uit de toegenomen kosten voor energiebelasting. De gestegen kosten voor elektriciteit worden meer dan gecompenseerd door de gedaalde kosten voor aardgas en de gedaalde vaste lasten (netwerkkosten en leveringskosten aardgas).

    2023 Februari Kosten Energierekening 1

    De kosten voor energiebelasting en opslag duurzame energie zijn in de loop der jaren behoorlijk gestegen.Ten opzichte van de jaren voor 2022 valt echter vooral op dat de leveringskosten van elektriciteit fors gestegen zijn. In de eerste twee maanden van 2023 hebben we evenveel elektriciteit van het energiebedrijf afgenomen als in de eerste twee maanden van 2020. De kosten liggen echter veel hoger. Deze stijging komt dus echt door de prijsstijging van de afgelopen twee jaar en niet doordat we meer elektriciteit zijn gaan gebruiken.

    De verwachting is dat de leveringskosten voor elektriciteit nog wel terug lopen na het stookseizoen, omdat onze zonnepanelen en winddelen samen de komende maanden een groter deel van ons elektriciteitsgebruik gaan leveren. Of dat voldoende gaat zijn om een de energierekening te laten dalen tot onder het niveau van 2022 weet ik niet, dat hangt ook af van de ontwikkeling van de elektriciteitsprijs. Mijn verwachting is dat deze de komende maanden gaat dalen.

    2023 Februari Energierekening Procentueel 1

    Bovenstaande grafiek laat zien dat onze energierekening de eerste twee maanden van het jaar voor ruim 50% uit leveringskosten van elektriciteit bestaat. Terwijl de netwerkkosten die we betalen voor enkel elektriciteit in 2023 even hoog zijn als de netwerkkosten voor elektriciteit en gas in 2011 samen. Een groot verschil met 2011 toen de leveringskosten van elektriciteit minder dan 10% bedroeg en de kosten van elektriciteit en gas samen minder dan 40% bedroegen.

    Zonder winddelen of zonnepanelen waren de energiekosten over de eerste 2 maanden ruim 1.400 Euro geweest.

    Bruto energiegebruik

    Ons bruto energiegebruik lag in februari lager dan in 2022 en lager dan gemiddeld met infraroodverwarming. Belangrijkste reden is het vervangen van de cv door een hybride warmtepomp voor warm water.

    2023 Februari Ontwikkeling Bruto Energiegebruik Per Jaar

    Ons bruto energiegebruik ligt 14% lager dan gemiddeld sinds we over zijn gegaan naar infraroodverwarming. Het lukt dus weer aardig om NegaWatts te scoren. Het energiegebruik in de eerste twee maanden ligt nog wel 4% hoger dan in 2020, het meest zuinig jaar sinds 2011.

    Aardgasvrij verwarmen

    Februari was met 371 gewogen graaddagen kouder dan februari 2022, toen er 334 gewogen graaddagen waren. Toch is het ons gelukt om 4% minder elektriciteit voor verwarming te gebruiken.

    2023 Februari Verwarming In Kwh Graaddag

    Bovenstaande grafiek laat zien dat we sinds we overgestapt zijn op infraroodverwarming van ThermIQ niet meer boven de 2 kWh/gewogen graaddag zijn uitgekomen. Traditiegetrouw ligt de piek in het gebruik voor verwarming in januari/februari. In februari lag het verbruik op 1,5 kWh/gewogen graaddag. Dat is 15% zuiniger dan in 2022. Waardoor we de ondanks de stijging door koudere dagen toch minder elektriciteit hebben gebruikt dan in februari 2022.

    2023 Februari Energieverbruik Verwarming Jaarbasis

    Ook op jaarbasis is het energiegebruik voor verwarming gedaald. In werkelijkheid ligt het nu op 2.900 kWh. Wanneer ik dat corrigeer voor het weerseffect zouden we in de periode 1991-2020 3.501 kWh hebben verbruikt. Als ik corrigeer voor klimaatverandering sinds 1901-1930 dan zouden we 3.798 kWh hebben gebruik.

    Gemiddeld ligt ons jaarverbruik sinds we overgestapt zijn op 3.826 kWh tegenover 6.339 kWh toen we aardgas gebruikte voor verwarming. Daarmee besparen we 40% aan energie ten opzichte van onze cv-ketel.

    Aardgasvrij warm water

    In februari heeft onze HeatCycle 61 kWh gebruikt voor het maken van warm water. Dat is een besparing van 72% t.o.v. het energiegebruik in februari 2022.

    Afbeelding

    De HeatCycle heeft ruim 200 kWh terug gewonnen uit ons afvalwater, waarmee een gemiddeld COP van 4,5 is bereikt. Een mooie prestatie als je bedenkt dat het apparaat enkel warm water levert en geen verwarming. Gemiddeld is de temperatuur die geleverd moet worden dus aan de hoge kant. Waarmee ik een lagere COP zou verwachten. Sinds de installatie een jaar geleden ligt de gemiddelde COP op 3,7. Waarmee het apparaat keurig aan de verwachting voldoet.

    Op jaarbasis hebben we in ons eerste jaar zonder aardgas 581 kWh voor warm water gebruikt. Tegen 1.492 kWh toen we naast de zonneboiler de cv-ketel gebruikte voor warm water. Een besparing van bijna 1.000 kWh per jaar.

    Energieproductie

    In februari hebben onze winddelen 50% meer opgeleverd dan in 2022, dat komt vooral doordat we meer winddelen hebben dan vorig jaar. Onze zonnepanelen hebben ongeveer evenveel geproduceerd als in februari 2022. Samen hebben ze 49% van de elektriciteit die we nodig hadden geproduceerd.

    2023 Energiebronnen Februari

    Dat beeld blijft overeind als je de eerste twee maanden van het jaar bekijkt, ook dan hebben we 48% van de elektriciteit die we nodig hadden zelf geproduceerd met winddelen en zonnepanelen. Het aandeel aardgas is teruggevallen naar 0%.

    2023 Februari Energiebron Procentueel

    Op jaarbasis produceren we nu ruim 5.500 kWh. Waarvan bijna 3.200 kWh van onze winddelen. Op jaarbasis is de verwachting dat deze gemiddeld 4.500 kWh opleveren, maar ik vermoed dat dat wat lager uit zal komen.

    Energieproductie 12 Maands Voortschrijdend Totaal

    Onderstaande figuur laat goed zien hoe zowel de hoeveelheid ingekocht aardgas als de hoeveelheid ingekochte elektriciteit sinds begin 2022 fors zijn teruggelopen tot inmiddels minder dan 2.000 kWh. De overige elektriciteit wordt geproduceerd door onze winddelen en zonnepanelen.

    2023 Februari Energieverbruik 12 Maanden Naar Bron

    Het aandeel zelf opgewekte energie lag jarenlang rond de 30 tot 40%. Inmiddels produceren we op jaarbasis 78% van ons energiegebruik zelf (nog los van de warmteproductie van onze zonneboiler en warmtepomp). De overige 22% elektriciteit kopen we in bij Greenchoice.

    2023 Februari Aandeel Per Bron Op Jaarbasis

    Bovenstaande grafiek laat mooi zien hoe we na het installeren van de infraroodverwarming weer stroom zijn gaan inkopen bij Greenchoice. Inmiddels weten we hoeveel extra stroom we nodig hebben en hebben we extra winddelen bijgekocht. Het aandeel inkoop van elektriciteit loopt daarmee weer terug.

  • Groenboerenboodschap verkiezingen 2023

    Boeren en tuinders maken zich ernstig zorgen over klimaat, biodiversiteit, onze voedselvoorziening en daarmee eigenlijk over ons aller voortbestaan. Zij willen een ander landbouwbeleid! En dat willen zij niet alleen. Samen met honderden organisaties en duizenden mensen staan zij achter het Groenboerenplan. En samen met die organisaties vragen zij iedereen om te stemmen op partijen die écht kiezen voor de voedseltransitie. Omdat ik de zorgen deel en hun oproep steun herhaal ik deze hier.

    Schone lucht, schoon water, een groene omgeving en gevarieerde voeding horen bij onze eerste levensbehoeften. Helaas staan deze behoeften allemaal onder druk en daarmee de toekomst voor ons en de volgende generaties. Terwijl een groener en gezonder (voedsel-)landschap wel degelijk mogelijk is als we nu de juiste keuzes maken. Deze verkiezingen zijn belangrijk, want het gaat om de provincie en de waterschappen. Jouw stem is jouw persoonlijke keuze in jouw provincie.

    Op welke partijen kun je op 15 maart jouw stem uitbrengen?

    Als Groenboeren collectief geven we geen stemadvies, maar vragen we je om te kiezen op een partij die – net als wij – zich zorgen maakt om biodiversiteit en klimaat en deze grote maatschappelijke problemen aan wil pakken.

    Stem dus NIET op de partijen die deze problemen al jarenlang voor zich uitschuiven, bagatelliseren of zelfs ontkennen. En dan nog is er genoeg om uit te kiezen.


    Zie hieronder enkele stemwijzers. Let bij het invullen extra goed op bij vragen die gaan over natuur, landbouw, stikstof, klimaat of water. Lees per vraag ook goed wat de politieke partijen van dat specifieke punt vinden.
    Na het stemmen kun je meestal nog aangeven welke onderwerpen jij extra belangrijk vindt en kijken wat bepaalde partijen vinden.
    Stem met je hart en voor toekomstige generaties

    Enkele stemwijzers:

    Zoals Thomas Oudman op De Correspondent schrijft:

    De vraag is deze verkiezingen dus niet of je boeren een toekomst gunt. Je kiest volgende week sowieso vóór boeren. De vraag is hoe jij die toekomst voor je ziet.

    Lees zijn hele artikel waarin hij goed uitlegt hoe linkse en rechtse partijen denken over de landbouwtransitie.

    Kijk hier om meer te lezen over de Groenboerenboodschap of het Groenboerenplan.

  • Professor maakt gehakt van argumentatie tegen verbod varend ontgassen

    Eerder schreef ik over het onderzoeksrapport ‘Floating Degassing in the Netherlands: Rights and Obligations under International Law.‘Dat professor Arcuri en phd-kandidaat Errol, beide van Erasmus School of Law, schreven met ondersteuning van The Erasmus Initiative ‘Dynamics of Inclusive Prosperity’. Ook heb ik aandacht besteed aan de reactie van minister Harbers, waarin hij uitlegde dat een nationaal verbod niet zou kunnen. Dinsdag publiceerde professor Arcuri een open brief aan de minister, waarin ze de argumenten van de minister weerlegt. Reden voor de Tweede Kamer om de stemmingen over de moties over varend ontgassen uit te stellen. Uit de wandelgangen hoort Sargasso dat er mogelijk een technische briefing georganiseerd gaat worden met professor Arcuri, zodat Tweede Kamerleden zich kunnen laten informeren over de (on)mogelijkheden van een nationaal verbod.

    Brief professor Arcuri

    In de open brief gaan Arcuri en Erol in op de drie argumenten die minister Harbers noemt als oorzaak om geen nationaal ontgasverbod in te kunnen of hoeven stellen. Op de eerste plaats hanteerde minister Harbers het argument dat artikel 18 van het Verdrag van Wenen inzake Verdragenrecht. Op de tweede plaats noemde de minister praktische bezwaren en ten derde beargumenteerde de minister dat de Nederlandse staat voldoet aan zijn mensenrechten verplichtingen door zich internationaal in te zetten voor een verbod op varend ontgassen.

    Verdrag van Wenen inzake verdragenrecht

    Op p. 2 van de brief geeft de minister een concrete motivering waarom specifieke bepalingen van internationale verdragen worden gezien als een belemmering voor de Nederlandse regering om  maatregelen te nemen tegen varend ontgassen. De minister stelt in zijn brief dat Nederland geen nationale wetgeving kan aannemen om ontgassen te verbieden  vanwege artikel 18 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht (VCLT). Dit artikel luidt als volgt:

    Artikel 18. Verplichting voorwerp en doel van een verdrag niet ongedaan te maken alvorens zijn inwerkingtreding

    Een Staat moet zich onthouden van handelingen die een verdrag zijn voorwerp en zijn doel zouden ontnemen, indien:

    • a) hij het verdrag heeft ondertekend of de akten die het verdrag vormen heeft uitgewisseld onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, totdat hij zijn bedoeling geen partij te willen worden bij het verdrag kenbaar heeft gemaakt; of
    • b) hij zijn instemming door het verdrag gebonden te worden tot uitdrukking heeft gebracht in de periode die aan de inwerkingtreding van het verdrag voorafgaat op voorwaarde dat deze inwerkingtreding niet onnodig wordt vertraagd.

    De minister betoogt dat de plicht tot het instellen van de infrastructuur voor verantwoord ontgassen, vastgelegd in het Verdrag, impliceert dat een nationaal verbod zonder de oprichting van een dergelijke installatie in strijd zou zijn met de bepalingen uit het verdrag:

    Omdat de oplossing voor het aanleggen van ontgassingsinstallaties is opgenomen in dit verdrag, zou een nationale beperking zonder het aanleggen van ontgassingsinstallaties in strijd zijn met de bepalingen uit het
    verdrag.

    Deze redenering is volgens Arcuri en Erol echter twijfelachtig. Artikel 5.02 van de 2017 Wijzigingen van het CDNI bepaalt:

    De Verdragsluitende Staten verplichten zich ertoe om infrastructurele en andere voorzieningen voor de afgifte en inname van restlading, overslagresten, ladingrestanten, waswater en dampen tot stand te brengen dan wel te laten brengen.

    Dit is een positieve verplichting, wat inhoudt dat de staat verplicht is iets te doen. Niets in het verdrag belet de Nederlandse staat om deze infrastructuur al te realiseren. De redenering van de minister zou deugdelijk zijn als de bepaling zou zijn geformuleerd als een negatieve verplichting, dat wil zeggen een verplichting iets niet te doen. Het artikel had bijvoorbeeld kunnen luiden:

    De Verdragsluitende Staten verbinden zich er niet toe de infrastructuur op te zetten of te laten opzetten vóór het
    verdrag is in werking getreden.

    Nergens in het verdrag kan echter zo’n negatieve verplichting gevonden worden. Dit betekent dat, mocht de Nederlandse staat dat willen, nu al kan worden begonnen met het opbouwen van een dergelijke infrastructuur. Evenzo is er in het verdrag geen
    verplichting om varend ontgassen niet te verbieden of varend ontgassen niet door te voeren in nationale regelgeving voordat het verdrag in werking treedt. Het verdrag stelt een algemene en onvoorwaardelijke verplichting om varend ontgassen te verbieden. Nederland kan varend ontgassen dus verbieden voordat het verdrag in werking treedt.

    Sterker nog, als art. 18 VCLT überhaupt moet worden ingeroepen, kan het zijn om het tegenovergestelde te beweren. In dit verband moeten we opmerken dat een van de belangrijkste doelstellingen van het CDNI verdrag de bescherming van het milieu is. Er is onderhandeld over de CDNI-amendementen van 2017 om dit doel te realiseren. De onderhandelingen waren succesvol en consensus tussen de Overeenkomstsluitende partijen over inhoudelijke wijzigingen zijn bereikt. In 2017 heeft de CDNI Wijzigingen zijn aangenomen door de Conferentie van de Verdragsluitende Partijen. Dit draagt er getuige van dat een internationaal gecoördineerde oplossing voor varend ontgassen bestaat. Het is dan moeilijk te begrijpen hoe het doel en doel van de amendementen van 2017, dat is om het milieu te beschermen door een verbod op varend ontgassen uit te vaardigen, kan worden overtreden door een daarop gerichte binnenlandse regeling.

    In de brief van het ministerie staat verder dat het verboden zou zijn ‘het verdrag voorlopig toepassen’. In het rapport Floating Degassing in the Netherlands: Rights and Obligations under International Law hebben Arcuri en Erol echter al aangetoond dat staten het recht hebben om varend gassen te reguleren om andere redenen dan de veiligheid tijdens de navigatie. Die andere redenen omvatten ook de bescherming van het milieu. Dit is iets anders dan voorlopige toepassing van de CDNI-amendementen. Bijvoorbeeld volgens art. 7.2.3.7.0 van de bijlagen bij het ADN kan een ontgassingsverbod worden geregeld
    via nationale wettelijke maatregelen, zoals ik op Sargasso ook al meerdere keren heb betoogd. Eenzijdige binnenlandse maatregelen verenigbaar met de Wijzigingen van 2017 zouden volgens Arcuri en Erol dan ook niet noodzakelijkerwijs neerkomen op een voorlopige toepassing van het CDNI verdrag.

    Praktische argumenten tegen een nationaal ontgasverbod

    Afgezien van de kwestie van de verenigbaarheid met het internationaal recht, geeft de minister andere argumenten met betrekking tot de effectiviteit van een nationaal verbod op varend ontgassen, zoals het onvoldoende aantal ontgassingsinstallaties. In het eerdere rapport houden Arcuri en Erol zich niet bezig met vragen over effectiviteit, omdat ze zich alleen richten op de vraag of gerechtelijke stappen niet mogelijk zijn vanwege internationaal recht. Hoewel deze argumenten buiten het bestek van hun rapport vallen, merken ze op dat het de verantwoordelijkheid van de Nederlandse staat is om een oplossing voor dit probleem te vinden.

    Het is ook begrijpelijk dat er niet genoeg installaties zijn, aangezien varend ontgassen is toegestaan. De instelling van een nationaal verbod (met een gewenningsperiode) zou de oprichting van dergelijke installaties kunnen bespoedigen. Zoals het er nu uitziet, lijkt de situatie op een kip-ei-probleem: omdat er onvoldoende ontgassingsinstallaties zijn is de minister van mening dat varend ontgassen niet verboden kan worden en omdat er geen regel is die varend ontgassen verbiedt, wordt de betreffende infrastructuur niet aangelegd. Het risico van deze redenering is dat tekortkomingen in het huidige economisch systeem kan worden ingezet als excuus om niet te handelen. Bovendien, overwegende dat de onderhandelingen over de wijziging in 2012 zijn gestart en afgesloten in 2017 en dat de verwachting was dat alle leden dat in 2020 zouden moeten doen
    hebben geratificeerd, kan het redelijk zijn geweest om al jaren geleden begonnen te zijn met de aanleg van de infrastructuur. Evenzo heeft Nederland de wijziging van 2017 in 2020 geratificeerd, en had het volgens Arcuri en Erol aantoonbaar werk moeten maken van praktische oplossingen uitvoering te geven aan het overeengekomen verbod op varend ontgassen. Het ontbreken van bestaande ontgassingsinstallaties is  waarschijnlijk geen rechtvaardiging voor het niet nakomen van deze verplichtingen. Kortom, in het licht van haar mensenrechtenverplichtingen en het feit dat het CDNI binnenkort in werking kan treden, staat de Nederlandse regering onder druk verplichting om de voorwaarden te scheppen voor de uitvoering van het verbod.

    Ook stelt de minister dat een nationaal verbod de kosten bij de schippers zou leggen. De wijzigingen van het CDNI uit 2017 bepalen dat de verlader de kosten van het verantwoord ontgassen van een schip moet dragen. Uit de brief van de minister wordt niet duidelijk waarom de Nederlandse geen verordening kan aannemen die deze regel uit het Verdrag al volgt. Bij de uitvoering van het CDNI-verdrag zal de Nederlandse deze regel sowieso volgens nationaal recht moeten uitvoeren en, vanuit internationaalrechtelijk oogpunt, is er geen reden om geen regel vast te stellen die de kosten al bij de bevrachter legt.
    Kortom, met betrekking tot de argumenten rond effectiviteit, willen we dat graag benadrukken dat het ontbreken van voldoende voorwaarden om een verbod uit te voeren (zoals het ontbreken van van voldoende ontgassingsinstallaties) lijkt Arcuri en Erol geen legitiem argument om verder te gaan uitstellen van de goedkeuring van de noodzakelijke wetgeving ter bescherming van de Nederlandse burgers en de milieu tegen de schade veroorzaakt door drijvende ontgassing.

    Europees Verdrag voor de rechten van mens

    Tot slot stelt de brief van de minister dat Nederland zijn mensrechtenverplichtingen vervult door het initiatief te nemen voor de CDNI 2017 Wijzigingen. Arcuri en Erol stellen dat prijzenswaardig is dat Nederland een actieve rol heeft gespeeld bij de totstandkoming en goedkeuring van de amendementen. Maar dat de enkele handeling van het onderhandelen over en ratificeren van een conventie waarschijnlijk niet zal volstaan om aan de zorgplicht te voldoen. Evenzo is het volgens hen moeilijk in te zien hoe het feit dat een uitvoeringsregeling gereed is, maar niet uitgevoerd kan worden, gelijkgesteld kan worden aan de naleving van mensenrechtenverplichtingen. Als dit het geval zou zijn, zouden veel regeringen internationale wetgeving en/of wetsontwerpen kunnen gebruiken om mensenrechtenverplichtingen te omzeilen. De belangrijkste vraag is of de rechten op leven en op gezinsleven voldoende zijn beschermd door de enkele bekrachtiging of het bestaan van een uitvoeringsverordening.

    Gezien de stagnerende situatie rond drijvende ontgassing en het feit dat internationaal verdragen zijn ingezet als argument om niet op te treden, is het volgens Arcuri en Erol de vraag of in in dit geval de bekrachtiging en het bestaan van een uitvoeringsverordening beschouwd kan worden als een voldoende voorwaarde om aan de mensenrechtenverplichtingen te voldoen.

    Moties Tweede Kamer

    In de Tweede Kamer zijn vorige week vier moties ingediend over varend ontgassen. Lammert van Raan, PvdD, heeft een motie ingediend waarin hij oproept om binnen 3 maanden tot een nationaal verbod op varend ontgassen te komen.

    De motie van Kröger, GroenLinks, Alkaya, SP, en De Hoop, PvdA, verzoekt de regering om een nationaal verbod op varend ontgassen aan te kondigen en om alles in het werk te stellen om de besluiten te nemen zoals geformuleerd in de roadmap om een nationaal verbod ook daadwerkelijk zo snel mogelijk in te laten gaan.

    Tjeerd de Groot, D66, heeft een motie ingediend waarin hij het Kabinet oproept om provincies aan te sporen haast te maken met vergunningverlening aan ontgassingsinstallaties en provincies daar waar nodig en mogelijk in bij te staan. Ook roept hij het Kabinet op om parallel een landelijk verbod op varend ontgassen voor te bereiden dat in moet gaan als er een netwerk van ontgassingsinstallaties gerealiseerd is of als Zwitserland het CDNI-verdrag ratificeert.

    Pouw Verweij, JA21, en Van der Plas, BBB, hebben een motie ingediend waarin ze het ministerie oproepen om in overleg te gaan met de industrie om uit te zoeken welke ruimte nodig is voor alternatieven voor varend ontgassen En om in overleg met de Inspectie Leefomgeving en Transport, de betrokken overheden en het bedrijfsleven in overleg te gaan om het bedrijfsleven voldoende aanwezige alternatieve ontgassingscapaciteit te laten inzetten alvorens een algeheel verbod op varend ontgassen ingaat.

    Conclusie

    In hun brief komen professor Arcuri en phd-kandidaat Erol tot dezelfde conclusies als ik voor Sargasso al eerder deed: een nationaal ontgasverbod is mogelijk en er is geen internationale belemmering voor de invoering ervan. Dat het ministerie van I&W hulp heeft ingeroepen van het ministerie van Buitenlandse Zaken bevreemd, omdat verschillende provincies in het verleden aan hebben gegeven dat het ministerie een landelijk en provinciaal ontgasverbod tegen hield op basis van een geheim verklaard advies van de landsadvocaat. Dat nu het Verdrag van Wenen inzake het Verdragsrecht wordt aangehaald leest dan ook als een gelegenheidsargument en de brief van Arcuri en Erol bevestigd die indruk. Het maakt ook nieuwsgierig naar het advies van de landsadvocaat.

    De in de Kamer voorliggende moties zijn van wisselende kwaliteit. De motie van JA21 en BBB klinkt als een voortzetting van de taskforce varend ontgassen, of hoe dat praatcircus tegenwoordig ook heet. Het is het huiswerk dat de minister sinds de aankondiging in 2018 van een landelijk verbod in 2020 al lang en breed had moeten uitvoeren. Zoals Arcuri en Erol ook stellen is er niets in het CDNI of de wijzigingen uit 2017 dat dat verhinderd. Het is eerder politiek, bestuurlijk onwil en meestribbelen van verladers als Vitol, Trafiqura en Glencore. De motie van PvdD roept simpelweg op tot een snel verbod. Daarmee is er nog geen oplossing voor schippers, omwonenden of natuur. Tenzij er gehandhaafd gaat worden op basis van de wet economische delicten, maar dan zijn schippers de dupe in plaats van verladers. De motie van D66 en die van GroenLinks, SP en PvdA geven allebei blijk van besef dat er naast een verbod ook gewerkt moet worden aan een netwerk van ontgassingsinstallaties. Waarbij de motie van GroenLinks, SP en PvdA de minister vastklinkt aan zijn eigen roadmap. Al kom ik daar alleen een uitstelbrief over tegen.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Energiekosten, gebruik & productie januari 2023

    De eerste maand van het jaar zit er op. Tijd om onze energiekosten, energiegebruik en energieproductie te bekijken. Januari 2023 was met 417 gewogen graaddagen ongeveer even koud als januari 2022 met 423 gewogen graaddagen. Toch wisten we met 1,7 kWh/gewogen graaddag 7% zuiniger te stoken dan de 1,0 kWh/ gewogen graaddag in 2022. Toch zijn onze met energiekosten met 15% gestegen t.o.v. 2022. Dat was meer geweest zonder onze extra winddelen en zonder het prijsplafond.

    Energiekosten

    Onderstaande grafiek laat het verloop van onze energiekosten in de maand januari door de jaren heen zien.

    2023 Januari Energiekosten

    De grafiek laat goed zien hoe de kosten vanaf 2021 beginnen op te lopen. Was in 2021 de stijging van de energiebelasting en opslag duurzame energie nog de oorzaak. In 2022 kwam het door de gestegen tarieven voor energie (van 80 Euro naar 310 Euro). In 2023 is de oorzaak vooral de hogere energiebelasting (van 104 naar 180 Euro), de elektriciteitskosten zijn dankzij het prijsplafond en onze winddelen slechts met 25 Euro gestegen. Daar staat een besparing van 40 Euro aan gas tegenover. Onze vaste lasten zijn gedaald, doordat we geen vastrecht voor gas meer betalen.

    2023 Januari Aandeel In Energiekosten

    In bovenstaande grafiek is het effect van de energiecrisis goed zichtbaar. Tot 2021 vormde de leveringskosten van gas en elektriciteit samen hooguit 40% van onze energierekening. In 2022 en 2023 is dat opgelopen tot meer dan de helft. De vaste lasten en energiebelasting vormen een veel kleiner deel van de rekening.

    Energiegebruik

    In januari hebben we 1.236 kilowattuur gebruikt. Daarvan hebben er op maandbasis 643 ingekocht bij het elektriciteitsbedrijf. De resterende 48% hebben we zelf opgewekt met winddelen en met onze zonnepanelen.

    2023 Januari Energiebronnen

    In bovenstaande grafiek is goed zichtbaar dat ons elektriciteitsgebruik lager ligt dan in 2021 en 2022. Het is nog wel hoger dan in 2020, het jaar voor corona. Het blijft dus merkbaar dat we vaker thuis werken.

    2023 Januari Ontwikkeling Bruto Energiegebruik Per Jaar

    Bovenstaande grafiek laat wel zien dat het totale energiegebruik ongeveer op hetzelfde niveau ligt als in 2022 en als ons gemiddelde energiegebruik over de periode 2019-2022. Het streven is natuurlijk om het record van zuinigste jaar ooit te halen, of dat lukt blijft nog 11 maanden de vraag.

    Energievraag

    Onze energievraag bestaat uit verwarming, warm water en elektrische apparaten in huis. Onderstaande grafiek laat zien dat het grootste deel van de energievraag in januari bestond uit verwarming, gevolgd door apparaten. De energievraag voor warm water was het kleinst.

    2023 Januari Energiebron Vs Energievraag

    Op jaarbasis is de hoeveelheid energie die we nodig hebben voor warm water fors aan het dalen. De hoeveelheid energie voor apparaten stijgt, een oorzaak hiervoor heb ik nog niet weten te vinden. Een mogelijke hypothese is dat de warmtepomp meer elektriciteit verbruikt dan de monitoring vanuit de fabrikant aangeeft. Dat kan ik echter nog niet met gegevens onderbouwen, dus het blijft een hypothese. Daarnaast besparen we nog steeds op verwarming door klimaatverandering.

    2023 Januari Energievraag Per 12 Maanden Opgesplitst Naar Toepassing

    Door klimaatverandering besparen we op jaarbasis ongeveer 12% energie ten opzichte van de periode 1901-190. Het aandeel energie voor warm water daalt op jaarbasis door onze warmtepomp. Vooral het aandeel van elektrische apparaten stijgt, omdat de hoeveelheid energie voor apparaten stijgt en omdat de hoeveelheid energie we nodig hebben voor verwarming en warm water daalt.

    2023 Januari Aandeel Per Toepassing In Energievraag Obv 12 Maanden

    Verwarming

    Januari 2023 was met 417 gewogen graaddagen 1% warmer dan januari 2022. Ons elektriciteitsgebruik lag met 1,75 kWh per gewogen graaddag echter 8% lager dan in januari 2022, wat betekent dat we 7% energie hebben weten te besparen ten opzicht van 2022.

    2023 Januari Verwarming In Kwh Graaddag

    Op jaarbasis hebben we 2.931 kWh verbruikt voor verwarming. Dat is 958 kWh minder dan in een standaard klimaatjaar in de periode 1901-1930. Het is 653 kWh minder dan in een standaard klimaatjaar in de periode 1991-2020 en 876 kWh minder dan ons langjarig gemiddelde met infraroodverwarming.

    2023 Januari Energieverbruik Verwarming Jaarbasis

    Warm water

    De HeatCycle van DeWarmte heeft zich in januari goed gehouden. Met een cop van 4,3 voor enkel warm water is ie ook zuiniger dan verwacht. In totaal hebben we in januari 87,1 kWh elektriciteit gebruikt voor warm water. In 2022 was dat nog 275 kWh (28 m3) aan aardgas.

    Afbeelding

    Elektrische apparaten

    Ons elektriciteitsverbruik van apparaten lag in januari 2023 op 420 kWh, bijna 26% hoger dan in januari 2022. Een oorzaak daarvoor kan ik niet aanwijzen. We hebben geen nieuwe apparaten gekocht en ook niet een veel hoger gebruik van apparaten. Het kan dus zijn dat de elektriciteitsmeting van de HeatCycle afwijkt, waardoor een deel van het elektriciteitsgebruik voor warm water meetelt als apparaten. Dat is echter een hypothese die ik nog niet kan onderbouwen met meetdata van de slimme stekker. Het is wel een uitzoekwerkje voor later dit jaar.

    Energieproductie

    We hebben in januari in totaal 593 kWh geproduceerd. Op jaarbasis produceren we nu zo’n 5.400 kWh. Waarvan het grootste deel met winddelen.

    2023 Januari Energieproductie 12 Maands Voortschrijdend Totaal

    De verwachting is dat we uiteindelijk op jaarbasis zo’n 6.500 kWh zullen produceren. Waarvan 4.500 kWh met winddelen en 2.000 kWh met onze zonnepanelen.

    2023 Januari Energieverbruik 12 Maanden Naar Bron

    2023 Januari Energiegebruik 12 Maanden Procentueel Naar Bron

    Het aandeel aardgas en het aandeel inkoop van elektriciteit op jaarbasis loopt fors terug. Het aandeel aardgas bedraagt inmiddels slechts 3%. Het aandeel elektriciteit van het energiebedrijf 22%. In totaal kopen we dus nog maar 25% van ons energiegebruik op jaarbasis in. Mijn verwachting is dat dat verder daalt tot ongeveer 10 tot 20%.

    Conclusie

    Op jaarbasis beginnen gebruik en productie van energie meer in evenwicht te komen. Met nog slechts 25% inkoop van elektriciteit bij het energiebedrijf. Zoals in de inleiding al gezegd hebben we in januari minder dan 50% van ons eigen gebruik met elektriciteit. Dat betekent dat we nog een eind weg zijn van gelijktijdigheid van al ons gebruik en productie op maandbasis, laat staan op uur of kwartierbasis.

    Onze energierekening begint zich wel te stabiliseren, hoewel dat deels komt door het prijsplafond. De vraag is hoe de variabele tarieven zich de komende maanden gaan ontwikkelen. Mijn verwachting is dat deze dalen, waardoor we minder zullen krijgen voor de elektriciteit die we vanaf zo ongeveer april meer verwachten te produceren dan we gebruiken.

  • Varend ontgassen: internationaal vs nationaal recht

    Eerder deze week publiceerde Sargasso over het rapport van ‘Floating Degassing in the Netherlands: Rights and Obligations under International Law‘. De eerdere publicatie was vooral op basis van berichtgeving bij Omroep Flevoland en NRC. Inmiddels hebben we het rapport zelf doorgelezen, een presentatie over het rapport door de onderzoekers bijgewoond en de reactie van de minister gelezen. Tijd dus voor wat meer inhoudelijke duiding. Te beginnen bij het rapport van de Erasmus Universiteit. Kleine spoiler: de onderzoekers van de Erasmus Universiteit hebben nog niet gereageerd op de brief van Minister Harbers.

    Ontstaansgeschiedenis van rapport

    Het rapport is het gevolg van een vraag van Omroep Flevoland aan de Erasmus Universiteit. Een vraag die deels voort is gekomen uit overleg van ondergetekende met Omroep Flevoland over het ontbreken van de onderbouwing van het internationale verbod op een nationaal verbod op varend ontgassen. NRC heeft zich later aangesloten bij Omroep Flevoland. Sargasso is daarbij helaas buiten de boot gevallen, als vrijwilligersclub hebben we nou eenmaal niet het geld en de capaciteit om volop mee te draaien in een dergelijk onderzoekstraject. Niks mis mee, Omroep Flevoland en NRC hebben belangrijke informatie boven tafel gekregen.

    Die informatie verder gaat dan enkel het rapport. Bijvoorbeeld dat binnenvaarttankers nog steeds ontgassen in Natura2000 gebied (De Biesbosch) in provincies met een provinciaal ontgasverbod. Dat schippers en hun bemanning last hebben van gezondheidsklachten tijdens het varend ontgassen en dat de Inspectie Leefomgeving & Transport de rol van de Arbeidsinspectie vervuld bij binnenvaarttankers. Een taak die volgens de Inspectie niet bovenaan hun prioriteitenlijst staat en waar je je van kunt afvragen of het bij hun kerntaken hoort. Vraag aan de politiek: hebben schippers en hun bemanning niet gewoon recht op een veilige, gezonde werkomgeving en een fatsoenlijke inspectie met verstand van arbeidsomstandigheden die daar op toe ziet? Het gaat om zeer zorgwekkende stoffen, stoffen waar in elke sector strikte voorwaarden voor blootstelling tijdens werk gelden. Voor benzeen is de maximale blootstelling 0,2 ppm of 8 mg/m3 gedurende 8 uur. Ik betwijfel of die concentratie gehaald wordt op binnenvaarttankers tijdens het varend ontgassen van benzeen…

    Rapport Floating Degassing in the Netherlands: Rights and Obligations under International Law

    Dan het rapport. Een degelijk werk, waarbij de onderzoekers gekeken hebben naar de volgende internationale verdragen: ADN (vervoer gevaarlijke stoffen over binnenwateren), CDNI (scheepsafvalstoffenverdrag), de CDNI aanpassingen uit 2017 en het verdrag van Mannheim uit 1868 (revisie in 1963). In hun presentatie gaven de onderzoekers een opsomming van relevante artikelen uit de verschillende verdragen.

    ADN

    • Article 6 Sovereign right of States
      Each Contracting Party shall retain the right to regulate or prohibit the entry of dangerous goods into its territory for reasons other than safety during carriage.
    • Article 9 Applicability of other regulations
      The transport operations to which this Agreement applies shall remain subject to local, regional or international regulations applicable in general to the carriage of goods by inland waterways.
    • 7.2.3.7 Gas-freeing of empty cargo tanks
      Gas-freeing of empty or unloaded cargo tanks is permitted under the conditions below but only if it is not prohibited on the basis of international or domestic legal requirments.

    CDNI aanpassing uit 2017:

    • Inwerkingtreding op de eerste dag van de zesde maand na ratificatie door alle deelnemende partijen;
    • Article 3
      Prohibition of dumping, discharging and release
      (1) Dumping, discharging or permitting the outflow of waste generated on board, or any part of the cargo from vessels into the waterways, or releasing vapours into the atmosphere on the waterways referred to in Annex 1 shall be prohibited.

    De onderzoekers trekken op basis van deze twee verdragen de conclusie dat bestaande verdragen geen juridisch obstakel vormen voor het unilateraal instellen van een nationaal ontgasverbod door Nederland. De verdragen erkennen het soevereine recht van lidstaten om ontgassen te reguleren en bevatten in elk geval geen regels om een dergelijke maatregel te voorkomen. Artikel 7.2.3.7 van het ADN geeft dus expliciet aan dat ontgassen (gas-freeing of empty cargo tanks) alleen mag als het niet is onderworpen aan internationale, nationale of lokale regels. De onderzoekers onderschrijven de uitleg die Ton Quist, de rechter en ik daaraan geven: een ontgasverbod mag. Een ontgasverbod doet geen afbreuk aan het vrije scheepvaartverkeer. Het argument dat het Nederland vanuit internationaal recht verboden wordt om een nationaal ontgasverbod in te stellen vinden ze dan ook niet overtuigend. Wat aansluit bij wat het Ministerie eerder schreef in reactie op burgervragen:

    De wijziging van de regeling is (mogelijk) een nationale kop op de Europese Richtlijn. (…) De actie van Duitsland werd dus niet als illegaal gezien, zoals u het stelt.

    Mensenrechten en ontgassen

    Een andere interessante invalshoek van de onderzoekers is het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (ECHR). Dit verdrag geeft verplichtingen voor de staat. De onderzoekers halen met name Artikel 2 (het recht op leven) “Het recht van een ieder op leven wordt beschermd door de wet (…)” en Artikel 8 (Recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven) “Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven” aan. Op basis van jurispredentie betekenen deze twee artikelen dat de overheid een rol heeft om haar inwoners te beschermen tegen milieuschade. Ze zijn ook gebruikt in de Urgenda Klimaatzaak.

    Volgens de onderzoekers is die zaak relevant, omdat de zaak liet zien dat de rechtbank bevoegd is in te grijpen op basis van het ECHR als er schade wordt berokkend aan inwoners van Nederland. Ook als deze schade in toekomst ligt. Verder kan de rechter besluiten om feiten die niet ter discussie staan tussen partijen voor waar aan te nemen. Dat varend ontgassen schadelijk is wordt erkend door opeenvolgende bewindspersonen. In 2021 werd zelfs in een Kamerbrief geschreven dat onderzoek naar de schadelijke effecten niet nodig is, omdat al duidelijk is dat varend ontgassen schadelijk is voor mens en milieu.

    Reactie Minister

    De reactie van Minister Harbers stelt, zoals vaker in dit dossier, teleur. Niet zo zeer omdat hij niet inzet op een nationaal verbod op varend ontgassen, maar omdat er wederom om inhoudelijke beantwoording heen gedraaid wordt. Maar laten we beginnen bij het goede nieuws. De minister erkent dat provinciale ontgasverboden door de rechterlijke uitspraken ook geldig zijn op Rijkswateren. Handhaving daarvan legt hij bij de provincies, die daarbij ondersteunt kunnen worden door de Inspectie Leefomgeving en Transport.

    Wat opvalt is dat het Ministerie voor het eerst in jaren een onderbouwing geeft van het internationale verbod op een nationaal verbod in de vorm van artikel 18 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. Zonder enige verdere inhoudelijke onderbouwing stelt de minister dat het verdrag van Wenen prevaleert boven de verdragstekst uit het ADN. Terwijl het ADN staten het soevereine recht geeft om regels te stellen aan het ontgassen van ladingtanks. Niet op basis van veiligheid, want dat is geregeld in het ADN, maar wel op basis van milieu of volksgezondheid. Sargasso heeft de Erasmus School of Law om een reactie op de brief van minister Harbers gevraagd, maar deze nog niet ontvangen.

    Een manco is dat de minister de stelling betrekt dat de rekening bij een nationaal verbod bij de schipper komt te liggen. Hij doet dat zonder enige onderbouwing van het hoe en waarom deze rekening niet bij de verlader kan komen te liggen als het ontgasverbod landelijk wordt ingevoerd. De Minister geeft ook aan dat varend ontgassen niet vergelijkbaar is met de Urgenda Klimaatzaak, omdat de Staat haar verantwoordelijkheid heeft genomen door in te zetten op een internationaal verbod op varend ontgassen. Alsof het ondertekenen van het internationale klimaatverdrag zou betekenen dat Nederland geen eigenstandige verplichtingen en verantwoordelijkheden heeft. Daar vond de rechter in de klimaatzaak van Urgenda wat van en dat wijkt af van de stellingname van de Minister.

    De Minister bestrijd ook dat er in België een ontgasverbod geldt. Dit geldt volgens hem enkel voor de Antwerpse haven. Wie de Belgische gegevens nazoekt komt uit bij het Politiereglement voor de Beneden-Zeeschelde (pdf). Ruwweg het gebied vanaf de Antwerpse haven tot aan de Belgisch-Nederlandse grens. Artikel 32 verklaard het ontgsverbod voor zeeschepen ook van toepassing op binnenvaarttankers. En de Schelde is uiteraard het enige echt relevante vaarwater in Belgi. Dat verklaart waarom Zeeland (en dus ook de Biesbosch) nog steeds te maken hebben met Belgisch ontgastoerisme, terwijl de minister formeel niet jokt. Dat noemen ze in Den Haag hogere politiek…

    Tot slot beroept de minister zich weer op het bekende refrein dat er onvoldoende capaciteit aan ontgassingsinstallaties is. De minister stelt:

    Het is aan de provincies, als vergunningverlenend bevoegd gezag, om prioriteit te geven aan het aanleggen van ontgassingsinstallaties waarmee kan worden voldaan aan de verdragseis dat een voldoende dekkend netwerk van ontgassingsinstallaties aanwezig moet zijn. (…)

    Deze installaties moeten voldoen aan de geldende wet- en regelgeving wat betreft de aard van de dampen die worden opgevangen en de mogelijke emissie eisen

    Daarover gaat de minister in gesprek met provincies, brancheorganisaties etc. Het is zacht gezegd teleurstellend, maar eigenlijk ronduit beschamend, dat die gesprekken 5 jaar nadat het Ministerie aankondigde dat er vanaf 2020 een landelijk ontgasverbod van kracht zou worden nog steeds niet afgerond zijn. Zoals het ook beschamend is dat de minister blijft volhouden dat ontgassingsinstallaties aan de landelijke normen moeten voldoen en hij er dus willens en wetens voor kiest om 100% van de zeer zorgwekkende stoffen de lucht in te laten gaan in plaats van 80% op te vangen.

    De Minister had de afgelopen jaren prima kunnen gebruiken om via een algemene maatregel van bestuur tijdelijk lagere uitstootnormen vast te leggen. Dan hadden provincies tijdelijke vergunningen kunnen verlenen (bv met een looptijd van 5 jaar) aan ontgassingsinstallaties. Op die manier hadden de afgelopen vijf jaar gebruikt kunnen worden voor het in de praktijk testen van de verschillende technische oplossingen voor varend ontgassen. Waarna de installaties die aan de normen van het Activiteitenbesluit weten te voldoen een permanente vergunning kunnen krijgen en kunnen de anderen van de markt verdwijnen. Met de goed functionerende technische oplossingen kan vervolgens de landelijk dekkende infrastructuur opgebouwd worden.

    Het meten van de emissies uit deze installaties kan op dezelfde wijze als gebeurd bij de reguliere overslag van vluchtige organische stoffen. Of zou de minister dan met schaamrood op de kaken in de Tweede Kamer moeten uitleggen dat de uitstoot bij op- en overslag van vluchtige organische stoffen anno 2023 nog steeds gebeurd op basis van schattingen of berekeningen in plaats van op basis van metingen?

    Slotsom

    Al met al lijkt er nog steeds geen beweging in dit dossier te zitten. De financiële belangen voor verladers zijn dan ook groot. Met een geschatte kostenpost per verantwoorde ontgassing van 10 tot 40.000 Euro en zo’n 15 schepen die varend ontgassen per dag gaat het om een kostenpost van zo’n 55 tot 220 miljoen Euro per jaar. Een kostenpost enkel voor Nederland en die nog los staat van de kosten als ook de kust- en zeetankers een keer aangepakt gaan worden voordat ze buitengaats ontgassen…

    Voor omwonenden lijken er twee oplossingen mogelijk: inzetten op vergunningverlening aan installaties voor verantwoord ontgassen en op handhaving van de provinciale ontgasverboden, ook op rijkswateren. Waarmee een bijna nationaal dekkend ontgasverbod in werking zou treden (Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Flevoland, Gelderland en Utrecht hebben een verbod). Of naar de rechter stappen om een nationaal ontgasverbod af te dwingen met een beroep op het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

    In beide gevallen gaat er nog jarenlang een verschil zitten in de juridische werkelijkheid (verboden) en de praktijk (uitstoten in de buitenlucht) of op andere (mogelijk niet geheel legale) wijze zich ontdoen van de afgevangen vluchtige organische stoffen. De afval, olie, gas en vluchtige organische stoffen blijven namelijk sectoren waar niet alle bedrijven het even nauw nemen met de regels.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Hoogleraar internationaal recht: geen belemmering voor verbod ontgassen

    Wat Sargasso in november 2021 al schreef op basis van informatie van Ton Quist is nu bevestigd door Professor Alessandra Arcuri van de Erasmus School of Law: een nationaal verbod op varend ontgassen kan, er is geen enkele internationale belemmering. Sterker nog: het lijkt erop dat Nederland op basis van mensenrechtenverdragen het varend ontgassen van zeer zorgwekkende stoffen juist wél moet verbieden. Kamerlid Susanne Kröger, GroenLinks, heeft bij Omroep Flevoland aangekondigd de minister vandaag om een landelijk verbod op varend ontgassen te vragen.

    Wat is varend ontgassen ook al weer?

    Varend ontgassen gebeurd in de tankvaart en is nodig omdat er in de tanks van binnenvaarttankers die chemicaliën en aardolieproducten vervoeren ladingrestanten en ladingdampen achterblijven nadat de tanks geleegd zijn. Deze ladingrestanten en ladingdampen moeten uit het ruim verdwijnen voordat er een nieuwe lading aan boord komt. Dat heet ontgassen. Bij ontgassen komen vluchtige organische stoffen vrij, waaronder gevaarlijke en zeer zorgwekkende stoffen, zoals benzeen. Deze stoffen zijn kankerverwekkend en kunnen onder andere leukemie veroorzaken. Volgens het RIVM is er geen veilige concentratie waaronder geen effecten voorkomen. Er kan altijd gezondheidswinst worden behaald door reductie van de uitstoot van benzeen. Daarom geldt voor de uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen een minimalisatieplicht en vijfjaarlijkse informatieplicht.

    Schepen die hun lading hebben gelost worden vol ladingdamp weggestuurd van de terminal. Om een volgende lading te kunnen laden moeten ze veelal aantonen dat ze gasvrij zijn aan de terminal van de nieuwe verlader. Dat kan op verschillende manieren, bij een tankschoonmaakbedrijf of door te ontgassen aan de buitenlucht. Ontgassen aan de buitenlucht is enkel varend toegestaan als dit via het zogenaamde manifold plaatsvind. Behalve in de buurt van sluizen, bruggen en bij dichtbevolkte gebieden. In de havens van Rotterdam en Amsterdam zijn door de lokale autoriteiten plaatsen aangewezen waar schepen stilliggend mogen ontgassen. Bij 20 graden Celsius gaat om 900 kilogram per schip. Op warme zomerse dagen kan het om aanzienlijke meer gaan: 2.000 tot 3.000 kilogram benzeen per schip.

    Eerdere ontwikkelingen m.b.t. verbod op varend ontgasssen

    In 2014 paste het RIVM de officiële emissiecijfers voor varend ontgassen aan en sloten de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en het toenmalig ministerie van I&M een regionaal akkoord om varend ontgassen te verbieden. Het Ministerie van I&M kwam later op basis van (een nog steeds geheim) advies van de landsadvocaat tot de conclusie dat provinciale ontgasverboden niet rechtsgeldig zijn. Ondertussen hielden opeenvolgende bewindspersonen vol dat een nationaal verbod niet mogelijk was door internationale verdragen. Ondanks herhaaldelijke verzoeken per telefoon en email van Sargasso om specificatie heeft het Ministerie nooit aangegeven welke verdragsbepalingen het betreft.

    Er wordt al jaren (of beter gezegd decennia) gewerkt aan een internationaal verbod op varend ontgassen. De invoer van provinciale ontgasverboden in 2015 in Nederland en in de haven van Antwerpen hebben de internationale onderhandelingen in een stroomversnelling gebracht, waarschijnlijk uit angst voor afwijkende regelgeving tussen vaargebieden. Per 1 juli 2019 is in Nederland het nieuwe ADN van kracht, waarin aanvullende regels voor varend ontgassen worden gesteld. Hierdoor is varend ontgassen via de luiken niet meer toegestaan. Zie ook deze uitlegfilm van de Nederlandse overheid:

    https://youtube.com/watch?v=wHzeOzenifM%3Ffeature%3Doembed

    In het CDNI wordt varend ontgassen volledig verboden. Nederland heeft dit verdrag al geratificeerd, het wachten is nog op Frankrijk en Zwitserland. Al is dat voor een nationaal verbod dus niet nodig.

    De afgelopen jaren dook het dossier met enige regelmaat op in de publiciteit. Onder andere doordat omwonenden langs de lek zich verenigden in de vereniging Stop Ontgassen, de publiciteit zochten en handhavingsverzoeken deden bij omgevingsdiensten. Vorig jaar kregen ze gelijk van de rechter: de provincie moet het provinciaal ontgasverbod handhaven. Ook was er ophef in Gelderland en Zeeland over ontgastoerisme vanuit Duitsland en België.

    Het meest recent zorgde het dossier voor commotie in Flevoland. Een provincie zonder veel chemie, maar wel een provincie waar veel schippers naar uitwijken om varend te ontgassen sinds het provinciaal ontgasverbod in Noord-Holland. Die commotie leidde vorig jaar volgens schipper Ton Quist eindelijk tot beweging.

    Onderzoek Erasmus Universiteit

    Op verzoek van Omroep Flevoland onderzocht de Erasmus Universiteit (pdf) of de verschillende argumenten die het Ministerie tegen een landelijk verbod heeft gehanteerd kloppen. Uit dat onderzoek blijkt dat er weinig van de argumenten van opeenvolgende bewindspersonen klopt. Sterker op grond van mensenrechtenverdragen móét Nederland het hoogstwaarschijnlijk verbieden, omdat de gezondheid van inwoners op het spel staat en het milieu wordt belast.

    Seline Trevisanut van de Universiteit van Utrecht heeft het rapport van de Erasmus Universiteit ook bekeken. Tegenover Omroep Flevoland en NRC onderschrijft zij de bevindingen van Arcuri en Erol:

    Het onderzoek laat overtuigend zien dat internationale verdragen geen belemmering vormen om een verbod in te voeren. Het ministerie heeft nu de plicht om uit te leggen waarom dat niet mogelijk zou zijn.

    Professor Arcuri vindt het grootste probleem dat ministers de Tweede Kamer nooit hebben verteld waar precies staat dat varend ontgassen niet verboden kan worden.

    Je maakt het op die manier erg moeilijk voor het publiek om de regering te controleren. Gezien de passiviteit van de Nederlandse overheid en omdat het ontgassen aannemelijk ernstige gevolgen heeft voor de gezondheid, is dit erg zorgelijk. Ook bestaat het risico dat dit soort technische wetten worden gebruikt als excuus om niet te handelen.

    De NRC opende gisteren op de voorpagina en met een groot achtergrondartikel over het onderzoek. De NRC heeft ook een podcast aan varend ontgassen gewijd. Meest opvallende uitspraak is dat het onderwerp ‘helemaal nieuw’ is voor NRC. Dat de onderzoeksredactie van NRC Sargasso niet leest snappen we nog. Maar dat ze het eigen archief niet doorspitten is verbazingwekkender. Op de opiniepagina van NRC werd in 2018 namelijk al opgeroepen tot een verbod op varend ontgassen.

    GroenLinks wil nationaal verbod op varend ontgassen

    Gisteren heeft Susanne Kröger, Tweede Kamerlid voor GroenLinks, aangekondigd vandaag te vragen om een nationaal verbod op varend ontgassen. Ik ben benieuwd welke fracties daar tegen gaan stemmen. In de provincie Flevoland heeft JA21 kritische vragen over de gezondheidseffecten van varend ontgassen gesteld, landelijk had de VVD in 2017 al een verbod op varend ontgassen in de doorrekening door PBL zitten en was het Tweede Kamerlid Remco Dijkstra woedend op bedrijven die hun schippers opdracht gaven de provinciale ontgasverboden te ontduiken. GroenLinks, PvdA, PvdD, SP en D66 schat ik in als voorstander van een snelle invoer van een landelijk verbod op varend ontgassen. Een Kamermeerderheid lijkt me dus haalbaar. Mogelijke tegenstemmmers: CDA, PVV, FvD, BBB en SGP.

    Het laatste bastion tegen het invoeren van een nationaal verbod is dat er te weinig installaties zijn waar schippers terecht kunnen. Precies zoals Sargasso ook al jaren geleden voorspelde. Er is één bestaande installatie bij ATM in Moerdijk. Omgevingsdienst Noordzeekanaal geeft tegen NRC aan dat ze werken aan een vergunning voor een tweede installatie. Ruimschoots onvoldoende om de ongeveer 15 ontgassende schepen per dag verantwoord te ontgassen.

    Probleem voor het Rijk is dat vergunningverlening aan deze installaties een bevoegdheid is van gemeenten en/of provincies. De normen waaraan deze installaties moeten voldoen zijn vastgelegd in het landelijke Activiteitenbesluit. Veel van de installaties zijn nieuw en halen de normen uit het Activiteitenbesluit niet of kunnen niet aantonen dat ze die halen. Dat biedt meteen de vrij eenvoudige oplossing: maak op landelijk niveau een tijdelijke regeling via een AmvB waarmee installaties die ten minste 80% van de emissies afvangen een tijdelijke vergunning voor 5 jaar kunnen krijgen, mits ze voldoen aan de veiligheidsvoorschriften. Monitor de emissies naar de lucht van die installaties en geef iedere installatie die over 5 jaar voldoet aan de eisen uit het Activiteitenbesluit een definitieve vergunning. De rest mag inpakken en wegwezen.

    Eerdere berichtgeving vind je in ons dossier varend ontgassen.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • De Polderwachter & de Danseressen van Don Quichot

    De polderwachter kreeg de vraag of hij een verhaal wilde maken over windturbines. U weet wel: die moderne windmolens waarmee we zelf onze eigen schone groene energie op kunnen wekken. Maar hoe schildert hij ze af: Zijn het de reuzen waar Don Quichot tegen vocht of moeten we ze zien als vrolijke danseressen op het polderpodium? De polderwachter ziet de danseressen, maar als hij op internet kijkt of als hij het vraag aan zijn gasten in de polder dan lijkt het vaak vrij heftig: “Vogels worden doormidden gehakt”, “Man slaapt in auto na komst windturbine”. Dan wordt het een lelijk portret.

    Wat is de polderwachter?

    Een boswachter zonder bos, maar met weilanden. De polderwachter maakt wandelingen in de polder, op klompen, met een polsstok. Als ‘beeldend kunstenaar’ werkt hij aan de verbeelding van de polder. Niet met objecten, niet met schilderijen, maar met mooie, spannende verhalen en af en toe een indrukwekkende gebeurtenis. Nederlands enige polderwachter heeft zijn thuisbasis op Fort Maarsseveen aan de rand van de Bethunepolder in Maarssen. In deze polder vinden de meeste activiteiten van de polderwachter plaats.

    Situatie Maarssen

    In Maarssen denken mensen dat er plannen zijn voor windturbines. Voor zover Sargasso kan nagaan zijn het college en de raad van Stichtse Vecht (waar Maarssen toe behoort) tegen windturbines (opgenomen in het coalitieakkoord). De provincie Utrecht heeft alle gemeenten in juli 2022 gevraagd extra locaties voor windenergie aan te wijzen, omdat de balans tussen wind- en zonne-energie naar mening van de provincie scheef is. RTV Utrecht berichtte in december dat een aantal gemeenten windlocaties heeft aangedragen. Stichtse Vecht behoort daar niet toe en heeft in haar reactie het standpunt uit het coalitieakkoord herhaald.

    De provincie kan op grond van de elektriciteitswet echter als bevoegd gezag optreden voor windenergie. De provincie Utrecht heeft in haar brief van juli technisch haalbare locaties voor windenergie ingetekend in de gemeente Stichtse Vecht.

    De Danseressen van Don Quichot

    Uit ervaring weet de polderwachter dat sommige verhalen sterker zijn dan de realiteit. Dus heeft hij zijn stalen ros gezadeld en is op pad gegaan. Naar plekken waar mensen turbines in hun achtertuin hebben. Om ook de mensen te horen die je normaal niet hoort, heeft hij bij alle huizen aangebeld met de vraag:

    Hoe is dat: Een windturbine ‘in your backyard’?

    …en als u nu denkt:

    Ja, hij heeft gewoon geknipt en geplakt.

    Dat klopt. De acht afleveringen over zeven bezoeken geven samen een beeld van hoe omwonenden en bezoekers tegen windturbines aankijken. Verwacht geen spetterende reportages over omwonenden die niet meer thuis slapen, eerder ouderwetse Hollandse nuchterheid en (zoals u van Sargasso gewend bent) nuance.

    De podcastserie van 8 afleveringen kun je hieronder alle 8 kunt aanklikken om te beluisteren:

    https://open.spotify.com/episode/26CpGgsPg9FOCN61wHzRgk?si=4ac9967Aflevering 185b1d44ab

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Resultaten crowdfunding 2022

    In 2022 hebben we weer diverse projecten mede mogelijk gemaakt. Hoewel minder dan de jaren ervoor. Een aantal loopt nog steeds gewoon door en van een hebben we door faillissement afscheid genomen. Tijd voor een overzicht van vorig jaar.

    Ampyx Power failliet

    Om bij het slechtste nieuws te beginnen: het Nederlandse bedrijf Ampyx Power, waar we een klein aandeel in hadden, is in mei vorig jaar failliet gegaan. Het is ze helaas niet gelukt om hun airborn windenergie systeem te commercialiseren. Spijtig, maar de ontwikkelingen in de grootte van windturbines gaan zo snel dat het m.i. niet bij te benen was voor bedrijf dat bezig was met opschaling via steeds grotere testmodellen. De kleinere modellen werden niet geleverd, waardoor het bedrijf afhankelijk bleef van financiers en geen eigen cashflow had. Vanaf de zijlijn is het makkelijk praten en ik heb me niet heel erg verdiept in de oorzaken van het faillissement. Ampyx Power volgt hiermee het in 2013 door Google overgenomen Makani dat in 2020 stopte. Airborn windenergie blijft zodoende een concept dat niet op de markt verkrijgbaar is, maar wie weet komt er ooit een nieuwe doorbraak.

    Hieropgewekt 2022

    We hebben behoorlijk wat investeringen in de wind- en zonne-energieprojecten in Nederland (en ook één in België, die ik toch tot de categorie hieropgewekt reken)

    (Lokale) energiecoöperaties

    Op de eerste plaats zijn we al jaren lid van verschillende (lokale) energiecoöperaties. Landelijk zijn we lid van De Windvogel, dat samen met verschillende lokale energiecoöperaties werkt aan meerdere projecten voor windenergie. Waaronder het Oeverbos van het Vlaardings Energiecollectief, waar we ook lid van zijn. Daarnaast ben ik (bestuurs)lid van Energiek Schiedam.

    Tot slot zijn we lid van verschillende Windcentrales. Voor eigen gebruik van De Grote Geert, De Jonge Held, De Trouwe Wachter en De Ranke Zwaan. Namens GroenLinks Schiedam doneren we de opbrengsten van onze delen in De Boerenzwaluw, De Witte Juffer, De Bonte Hen en een deel van De Ranke Zwaan aan Energiebank Schiedam.

    Investeringen in wind- en zonne-energie

    De ontwikkelingen bij Meewind, waar we in 3 van de 4 fondsen een klein aandeel hebben, blijven goed gaan. In 2022 hebben we 3,9% dividendrendement behaald. Het grootste deel van onze investering zit in de fondsen voor offshore wind in Nederland en België. Via deze route investeren we al sinds 2009 in offshore wind en Belwind draait nog steeds.

    We hebben ook nog steeds investeringen lopen via zonnepanelendelen, al zijn daar afgelopen jaar geen nieuwe bij gekomen.

    Daaropgewekt 2022

    Ook in 2002 hebben we geld geïnvesteerd in de productie van hernieuwbare energie in Afrika, Zuid-Amerika en Azië. Daar zijn ook een aantal investeringen voor elektrische vorkheftrucks bij gekomen. In totaal hebben we de afgelopen jaren in 94 projecten geïnvesteerd. Waarvan veruit de meeste via Trine lopen.

    StatusEcologicoEnergise AfricaLend a handTrineGrand Total
    Best effort recovery66
    Defaulted11
    Fully repaid542332
    Funding33
    Repaying573850
    Restructuring22
    Grand Total51247394

    Bovenstaand overzicht laat zien dat de meeste leningen bezig zijn met terugbetalen. Ook zijn inmiddels 32 leningen volledig afgelost. Een aantal investeringen, vooral degene die we in december hebben gedaan, zijn nog niet volledig gefinancierd.

    Bij 9 leningen zijn problemen met terugbetaling, waarvan er een inmiddels volledig afgeschreven is. Bij 2 wordt gewerkt aan herstructurering van de schulden en bij 6 zijn afspraken gemaakt om naar beste kunnen (een deel van) de uitstaande leningen terug te betalen. Daar staat tegenover dat bepaalde leningen vervroegd terugbetaald gaan worden, omdat Shell Daystar Power, het bedrijf dat de leningen had uitstaan, heeft overgenomen.

    Land van Ons

    We zijn sinds een paar jaar lid van Land van Ons. Op die manier dragen we een extra steentje bij aan de broodnodige veranderingen in de landbouw. In 2022 hebben we weer een klein beetje extra grond aangeschaft. Het areaal landbouwgrond dat we hebben is nu bijna zo groot als de omvang van de grond waar ons huis op staat.

  • De Danseressen van Don Quichot (deel 8): Almere

    Voor het verhaal over de Danseressen van Don Quichot is de polderwachter op bezoek geweest op plekken in Nederland waar mensen windturbines ‘in hun achtertuin’ hebben staan. Dit is het verslag van zijn bezoek aan een woonwijk in Almere

    Toelichting

    De polderwachter vertelt verhalen over het Hollandse landschap. En nu kreeg hij de vraag of de polderwachter een verhaal wilde maken over windturbines. U weet wel: die moderne windmolens waarmee we zelf onze eigen schone groene energie op kunnen wekken. Maar hoe schildert hij ze af: Zijn het de reuzen waar Don Quichot tegen vocht of moeten we ze zien als vrolijke danseressen op het polderpodium?

    De polderwachter ziet de danseressen, maar als hij op internet kijkt of als hij het vraag aan zijn gasten in de polder dan lijkt het vaak vrij heftig: “Vogels worden doormidden gehakt”, “Man slaapt in auto na komst windturbine”. Dan wordt het een lelijk portret.

    Uit ervaring weet hij dat sommige verhalen sterker zijn dan de realiteit. Dus heeft hij zijn stalen ros gezadeld en is op pad gegaan. Naar plekken waar mensen turbines in hun achtertuin hebben. Om ook de mensen te horen die je normaal niet hoort, heeft hij bij alle huizen aangebeld met de vraag: Hoe is dat: Een windturbine ‘in your backyard’? …en als u nu denkt: “Ja, hij heeft gewoon geknipt en geplakt”. Dat klopt. Voor het hele verhaal kunt u de zeven verslagen van de bezoeken beluisteren.

  • De Danseressen van Don Quichot (deel 7): Benschop

    Voor het verhaal over de Danseressen van Don Quichot is de polderwachter op bezoek geweest op plekken in Nederland waar mensen windturbines ‘in hun achtertuin’ hebben staan. Dit is het verslag van zijn bezoek aan een camping in Benschop.

    Toelichting

    De polderwachter vertelt verhalen over het Hollandse landschap. En nu kreeg hij de vraag of de polderwachter een verhaal wilde maken over windturbines. U weet wel: die moderne windmolens waarmee we zelf onze eigen schone groene energie op kunnen wekken. Maar hoe schildert hij ze af: Zijn het de reuzen waar Don Quichot tegen vocht of moeten we ze zien als vrolijke danseressen op het polderpodium?

    De polderwachter ziet de danseressen, maar als hij op internet kijkt of als hij het vraag aan zijn gasten in de polder dan lijkt het vaak vrij heftig: “Vogels worden doormidden gehakt”, “Man slaapt in auto na komst windturbine”. Dan wordt het een lelijk portret.

    Uit ervaring weet hij dat sommige verhalen sterker zijn dan de realiteit. Dus heeft hij zijn stalen ros gezadeld en is op pad gegaan. Naar plekken waar mensen turbines in hun achtertuin hebben. Om ook de mensen te horen die je normaal niet hoort, heeft hij bij alle huizen aangebeld met de vraag: Hoe is dat: Een windturbine ‘in your backyard’? …en als u nu denkt: “Ja, hij heeft gewoon geknipt en geplakt”. Dat klopt. Voor het hele verhaal kunt u de zeven verslagen van de bezoeken beluisteren.