De eerste maand van het jaar is geweest, tijd om terug te kijken naar ons energiegebruik, onze energieproductie en niet te vergeten onze energiekosten. Om met die laatste te beginnen we zouden een kleine Euro 70 bespaard kunnen hebben als we een dynamisch contract hadden gehad. Wat we niet hebben, want we hebben een vast contract gecombineerd met winddelen. Door onze winddelen hebben we in januari Euro 100 bespaard ten opzichte van een vast contract zonder winddelen. Daarbij hou ik rekening met de hogere profielkosten, die onderhand richting de 10 Eurocent per kilowattuur gestegen zijn. Dat is bijna dubbel zo veel als de kosten van een kilowattuur voor de nieuwe invasie van Rusland in Oekraïne.
Wat in bovenstaande grafiek verder opvalt is dat de energiekosten weer langzaamaan dalen. Ze liggen echter nog steeds boven het niveau van de periode 2011-2020. In 2021 en en 2022 zijn onze energiekosten fors gestegen, vanaf 2023 zijn ze weer aan het dalen. De energiekosten van 2023 zijn wat vertekend, doordat we over januari 2023 profiteerden van het verlaagd tarief. Zonder het effect van die maatregel waren onze energiekosten in januari 2023 bijna Euro 200 hoger geweest en dan zou 2024 het eerste jaar met een forse daling zijn.
Energievraag
Onze energievraag in januari was zo’n 1.500 kWh voor verwarming, warm water en apparaten. Het grootste gedeelte was nodig voor verwarming. Onze energievraag lag 6% lager dan in januari 2023.
Verwarming
Het stookseizoen is volop bezig en januari 2024 was met 466 gewogen graaddagen kouder dan januari 2023 met 408 gewogen graaddagen.
De kou is terug te zien in ons energiegebruik per gewogen graaddag dat met 1,74 kWh/gewogen graaddag weer boven het langjarig gemiddelde van 1,32 kWh per gewogen graaddag ligt.
Het totale energiegebruik op jaarbasis daalt voor verwarming weer richting de 3.000 kWh. Gecorrigeerd voor weersinvloeden verbruiken we gemiddeld 39% minder energie voor verwarming met onze infraroodpanelen dan met de cv-ketel.
Energieproductie
De energieproductie bestond in januari vooral uit windenergie van onze winddelen en uit warmte van onze warmtepomp. Onze zonnepanelen maakte slechts een klein deel uit van de energieproductie. We kochten afgelopen maand 707 kWh in bij het energiebedrijf. Daarmee komt het seizoensgat op 1.446 kWh.
Conclusie
De energiebesparing van ongeveer 40% door onze infraroodverwarming blijkt nog steeds robuust. Ook dit stookseizoen brengt daar vooralsnog weinig verandering in. Voor wat betreft energiekosten zouden we in januari beter af zijn geweest met een dynamisch contract in plaats van ons huidige vaste contract in combinatie met winddelen. Of dat zo blijft in de rest van dit jaar weet ik niet. Ik weet wel dat we een vast contract hebben tot september, dus tot die tijd profiteren we niet van prijsdalingen op de elektriciteitsmarkt.
Volgens het KNMI was 2023 het natste en warmste jaar sinds ze begonnen zijn met meten. Dat is ook zichtbaar in het aantal gewogen graaddagen, dat met 2.337 ruim een kwart lager ligt dan het klimaatgemiddelde van 3.172 in de periode 1901-1930. Het komt overeen met de verwachtingen toen ik begon met werken: de winters warmer en natter, en de zomers warmer. Het warmere weer heeft ook z’n weerslag op ons energiegebruik. We verbruiken zo’n 1.000 kWh minder voor verwarming door het warmere weer. In totaal hebben we vorig jaar 7.666 kWh elektriciteit gebruikt, wat ons een energierekening van € 1.194 heeft opgeleverd. Omgerekend € 0,16 per kWh, inclusief energiebelasting, vastrecht en btw. Een prijsniveau dat we voornamelijk hebben bereikt doordat het grootste deel van de stroom die we gebruiken geleverd wordt door onze zonnepanelen en winddelen.
Energiekosten
Onze energiekosten zijn iets lager uitgekomen dan ik eind december inschatte. Dat komt vooral doordat onze winddelen in december beter hebben gepresteerd dan in december 2022. Al met al komt onze energierekening uit op €1.194, een maandbedrag van € 99,50. Best netjes gezien alle druk op de energiemarkt. Voor volgend jaar verwacht ik een lichte stijging, tenzij de hoeveelheid wind en zon fors daalt ten opzichte van 2023.
Onderstaande grafiek laat het verloop van onze energierekening sinds 2011 zien. Het valt op dat we op 2021 na onze energierekening behoorlijk stabiel hebben weten te houden.
De hoogte van onze energierekening van 2011 (€1.132) verschilt nauwelijks van de energierekening van 2023 (€1.194). Daar hebben we wel de nodige investeringen in en aanpassingen aan ons huis voor moeten doen. Ten opzichte van de periode 2014-2018 is de energierekening wel met zo’n € 400 gestegen. In 2022 hebben we onze energierekening laten dalen ten opzichte van 2021, best een prestatie als je bedenkt dat de elektriciteitsprijzen in 2022 door het dak gingen (tenzij je een dynamisch contract had).
In bovenstaande grafiek heb ik voor de jaren 2021, 2022 en 2023 daarom met behulp van de gemiddelde groothandelsprijs per maand uitgerekend hoe hoog onze energierekening zou zijn als we een dynamisch energiecontract zouden hebben. Ook heb ik met behulp van de uurdata uit Home Assistant en de uurprijzen op de day-ahead prijs (bron: Energy Charts) uitgerekend hoe hoog onze energierekening zou zijn bij overstap op dynamische tarief.
Ten opzichte van de gekozen strategie om extra winddelen bij te kopen zouden we gemiddeld €9 per jaar extra hebben bespaard. Terwijl we pas in het voorjaar van 2022 extra winddelen bij hebben gekocht.
In 2023 zou onze energierekening €225 hoger zijn geweest bij dynamische tarieven (uitgaande van gemiddelde maandprijzen). Het verschil loopt op naar €330 bij het rekenen met uurdata over 2023. Dat komt met name doordat de opbrengsten van de teruggeleverde zonnestroom dan daalt van €302 (huidige energiecontract) naar €76 (€286 uitgaande van maandgemiddelde prijzen). De kosten van ingekochte stroom dalen ten opzicht van ons huidige contract naar €931 (€898 uitgaande van maandgemiddelde prijzen), maar daar staat ook tegenover dat we dan netto €1.300 aan opbrengsten van onze winddelen zouden missen. In de eerste helft van 2023 hebben we ook geprofiteerd van het verlaagd tarief, wat ons €556 heeft opgeleverd. Zonder het verlaagd tarief zouden we €227 kunnen hebben bespaard met een dynamisch tarief ten opzichte van de gekozen strategie.
Onderstaande grafiek laat duidelijker zien wat het effect van winddelen en een dynamisch contract op onze energiekosten van 2023 is geweest.
Het is duidelijk zichtbaar dat zowel een dynamisch tarief als winddelen onze energierekening kan halveren. Waarbij de winddelen een lagere energierekening tot gevolg hebben gehad dan we met een dynamisch tarief hadden kunnen bereiken. Het interessante vind ik dat het risicoprofiel tussen beide opties fors verschilt. Waar je met een dynamisch tarief een deel van de risico’s overneemt van het energiebedrijf en zelf dus goed moet opletten op wanneer je energie gebruikt en produceert, is dat bij winddelen minder van belang. De profielkosten van winddelen stijgen (volgende jaar zo’n 10 Eurocent per kilowattuur) en goed afstemmen van vraag en aanbod helpt om die stijging te verminderen. Dus de prikkel is ook weer niet volledig afwezig.
Onze winddelen doen daarmee wat ik hoopte: ze verlagen onze energierekening aanzienlijk, ze stabiliseren onze energierekening en ze beperken onze blootstelling aan de grillen van de energiemarkt.
Klimaatimpact op verwarming
De klimaatspiraal van de KNMI laat goed zien hoe de temperatuur zich de afgelopen 120 jaar ontwikkeld heeft en dat de temperatuur oploopt.
Klimaatspiraal Nederland 1901-2023
Dat laat zich ook terugzien in de ontwikkeling van het aantal gewogen graaddagen. De statische kans dat het gemiddelde van de afgelopen 30 jaar voorkomt in een klimaat van begin 20ste eeuw is 0,0000003%. In normale mensentaal: het is zeer onwaarschijnlijk. Het aantal gewogen graaddagen lag in 2023 op 2.337, dat is 26% lager dan in de periode 1901-1930.
Dat heeft ook zo z’n effect op onze behoefte aan verwarming. Die is logischerwijs gedaald. In een gemiddeld klimaatjaar in de periode 1901-1930 zouden we 4.137 kWh aan elektriciteit voor verwarming nodig hebben gehad. In werkelijkheid hebben we afgelopen jaar 3.047 kWh gebruikt. Een stuk minder dan de 6.078 kWh die we aan aardgas verbruikt zouden hebben. Het effect van infraroodverwarming is dus nog steeds meetbaar en is geen eenmalig effect.
Ons energiegebruik is per gewogen graaddag nog steeds gemiddeld 40% lager dan ten tijde van onze cv-ketel. In december is het stookseizoen wel weer volop bezig, wat zichtbaar is in de stijging van ons energiegebruik voor verwarming naar 1,59 kWh/gewogen graaddag. Dat is 4% minder dan in december 2022. December 2023 was met 365 gewogen graaddagen dan ook een stuk warmer dan december 2022 met 473 gewogen graaddagen.
Energiegebruik
Ons bruto energiegebruik inclusief warmte is in 2023 uitgekomen op 10.278 kWh. Dat is 6% meer dan het gemiddelde met infraroodverwarming. Sinds de overstap is ons totale bruto energiegebruik gemiddeld met 17% gedaald. Waarmee we ook in 2023 weer ruim 2.000 NegaWatts scoren.
Het bruto energiegebruik exclusief warmte (dat wat we aan aardgas en elektriciteit gebruiken) is uitgekomen op 7.666 kWh. Dat is 4% lager dan het gemiddelde sinds de overstap op infraroodverwarming. Gemiddeld ligt ons bruto energiebruik exclusief warmte 25% lager sinds we overgestapt zijn op infraroodverwarming.
De aankoop van extra winddelen laat zich vooral terugzien in de ontwikkeling van ons netto-energiegebruik. Bruto energiegebruik minus zelf opgewekte energie. Dat ligt dit jaar op 1.255 kWh. Het laagste ooit. Op maandbasis hebben we van januari tot en met april en van oktober tot en met december meer elektriciteit gebruikt dan geproduceerd. In de eerste vier maanden van het jaar ging het om 909 kWh, in de laatste maanden om 739 kWh. Daar stond tussen april en oktober een overschot aan wind- en zonne-energie van 998 kWh tegenover. Voor het tekort in voor- en najaar is dat een daling ten opzichte van eerdere jaren. Voor het overschot is het een stijging ten opzichte van eerdere jaren, met name veroorzaakt door meer wind in de zomer.
Systeemtechnisch briljant? Zeker niet. We betaalden ons energiebedrijf dan ook een vergoeding voor profielkosten van gemiddeld 5 Eurocent per kWh over de stroomopbrengst van onze winddelen, in 2024 loopt dit op naar 8 a 10 Eurocent per kWh. Voor zonne-energie betalen we niets zichtbaars, vanwege de salderingsregeling.
Wat mij betreft mag de salderingsregeling aangepast worden, zodat het energiebedrijf de kosten van zonnepanelen zichtbaar in rekening kan brengen. Die zou uit twee componenten kunnen bestaan: profielkosten en en een reële vergoeding voor teruggeleverde stroom. Meer als de prijs hoog is en minder als de prijs laag is. Als alle stroom tegen 0 Eurocent zou worden teruggeleverd (wat zeker niet het geval is) kan dat ons financieel de helft aan opbrengsten schelen. Waarmee zonnepanelen nog steeds een zeer gunstige investering zijn. Zeker bij de huidige lage prijzen voor zonnepanelen.
Energieproductie
In 2023 produceerden we in totaal 9.022 kWh. Onze 9 winddelen leverde met 4.324 kWh de meeste energie. Gevolgd door onze warmtepomp en zonneboiler, die samen 2.612 kWh leverden. Onze zonnepanelen leverde 2.087 kWh.
Hiermee produceerde we bijna 80% van ons energiegebruik zelf. Daarnaast bespaarden we 10% op ons energiegebruik door klimaateffecten en namen we 11% van onze energie af van het energiebedrijf.
Een andere manier om naar ons energiegebruik en onze energieproductie te kijken is door deze te vergelijken met de normen voor nieuwbouw. Voor verwarming geld als norm 65 kWh per vierkante meter per jaar (BENG 1). In december zaten we op 50 kWh/m2/jaar. Voor alle gebouwgebonden energie minus duurzaam geproduceerde energie geldt als norm 50 kWh/m2/jaar als norm (BENG 2). We behaalden in 2023 36 kWh/m2/jaar. Tot slot geldt voor nieuwbouw dat tenminste 50% van de gebouwgebonden energie duurzaam geproduceerd moet zijn. We behaalden 52%.
Dit laat zien dat de normen voor nieuwbouw nog steeds niet erg ambitieus zijn. Erg goede zonnepanelen hebben we niet liggen (240 Wp, terwijl de huidige zeker 50% meer opleveren). Ook hebben we met infraroodverwarming en mechanische ventilatie in combinatie met roosters niet de meest zuinige vorm van verwarming en ventilatie.
CO2-uitstoot
Tot slot de wil ik de vaste critici van ‘het gaat toch om CO2-reductie’ nog graag ter wille zijn. Wederom heb ik onze CO2-uitstoot op 5 verschillende manieren berekend. Onderstaande tabel geeft de uitkomsten weer.
Zoals te zien is in de tabel is er slechts 1 methode die gemiddeld nog een kleine stijging met 4kg laat zien t.o.v. verwarmen met aardgas. Wanneer gekeken wordt naar de resultaten over 2023, dan laten alle 5 methoden een daling van onze CO2-uitstoot zien. Dus zelfs als CO2-reductie je drijfveer is dan is de door ons gekozen strategie voor verduurzaming van onze woning een overweging waard. Je kan onze vier etappen hier vinden:
Bijna Sinterklaas, dus november is voorbij. Tijd om te kijken naar de ontwikkeling van onze energiekosten, energiegebruik en energieproductie. Met daarbij ook een blik op de verandering in de CO2-uitstoot die ons energiegebruik veroorzaakt.
Energiegebruik
Ons energiegebruik lag in november op 1039 kWh voor warm water, verwarming en apparaten. Dat is 3% hoger dan in 2022. Vooral het energiegebruik voor verwarming en warm water lag in november 2023 hoger dan in november 2022.
Het totale energiegebruik over januari t/m november ligt 10% hoger dan in 2022. Toch ligt het nog steeds 17% lager dan in de jaren met een cv-ketel en zonneboiler. Vermoedelijk gaat het niet meer lukken om dit jaar onder de 10.000 kWh te blijven. Ons energiegebruik lag de eerste 11 maanden van dit jaar 6% hoger dan gemiddeld sinds de overstap op infraroodverwarming.
Het energiegebruik voor warm water lag dit jaar een stuk hoger dan vorig jaar. Dat kan komen doordat onze zonneboiler nog steeds hapert. Ook kan het samenhangen met een minder zonnige maand.
Verwarming
Ons energiegebruik voor verwarming is in november uiteraard weer opgelopen ten opzichte van oktober. In november hebben we 1,2 kWh per gewogen graaddag gebruikt. Dat is 13% meer dan in 2022. Daarnaast was november 2023 met 315 gewogen graaddagen ook kouder dan november 2022. In totaal hebben we 20% meer energie gebruikt voor verwarming, waarvan 13% doordat we meer gestookt hebben en 7% doordat het november 2023 kouder was dan vorig jaar.
Op jaarbasis ligt ons gebruik voor verwarming gecorrigeerd voor weersinvloeden redelijk constant. In november lag dit op 4.091 kWh/jaar (omgerekend zo’n 401 m3 aardgas). Met aardgas lag dit verbruik gemiddeld op 6.878 kWh per jaar (zo’n 688 m3 aardgas). Daarmee besparen we door onze infraroodverwarming 41% ten opzichte van stoken met aardgas. Een standaardklimaatjaar reken ik daarbij terug naar het gemiddelde stookseizoen in de periode 1901-1930. Het aantal gewogen graaddagen lag de afgelopen 12 maanden 23% lager dan in de periode 1901-1930.
Energieproductie
In november hebben we zo’n 250 kWh elektriciteit ingekocht bij Greenchoice. De overige 788 kWh hebben we zelf geproduceerd. Het grootste deel (536 kWh) werd geleverd door onze winddelen. Onze warmtepomp heeft 197 kWh warmte teruggewonnen uit ons afvalwater en onze zonnepanelen brachten 56 kWh op, waarvan er maar liefst 10 werden teruggeleverd aan het net.
De zwarte lijn in bovenstaande grafiek laat zien welk deel van het energieaanbod bestaat uit aardgas en elektriciteit. Het restant is warmte die geleverd wordt door onze warmtepomp (en zonneboiler).
Tot en met november is de hoeveelheid aardgas gedaald ten opzichte van voorgaande jaren en ook de hoeveelheid elektriciteit die we netto inkopen is weer gedaald. Nog niet tot het niveau uit de periode 2014-2018, maar de piek uit 2020-2021 is duidelijk weggewerkt. Wat ook opvalt is dat onze winddelen het dit jaar beduidend beter doen dan in 2022.
Netto energiegebruik
Ons netto energiegebruik tot en met november ligt op 766 kWh. Bijna een halvering ten opzichte van dezelfde periode in 2022. Dit komt vooral door de grotere opbrengst van onze winddelen. Als het niet te koud wordt blijft ons netto energiegebruik dit jaar onder de 2.000 kWh.
Energiekosten
Onze energiekosten lagen in november rond de 200 euro. Voor het grootste deel bestonden deze uit inkoopkosten voor elektriciteit en energiebelasting. Onze winddelen verlaagden onze rekenig fors. Weliswaar minder dan in november 2022, maar het elektriciteitstarief is dan ook aanzienlijk gedaald. Wat ook opvalt is dat de teruggaaf energiebelasting veel lager is dan in november 2022, dat komt doordat de overheid in november en december vorig jaar eenmalig meer korting op de energiebelasting gaf i.v.m. de hoge tarieven. Ten opzichte van 2021 zijn onze kosten wel lager, dat komt door de extra winddelen die we hebben bijgekocht in 2022.
Over de eerste 11 maanden is onze energierekening gestegen t.o.v. 2022, maar gedaald t.o.v. 2021. Een deel van de daling komt door het prijsplafond van dit jaar, waar we de eerste maanden van het jaar van geprofiteerd hebben.
Met zo’n 1.000 euro aan energiekosten over de eerste 11 maanden hoor je me echter niet klagen. Ondanks de gestegen energietarieven lijken onze energiekosten zo rond de 110 euro per maand uit te gaan komen, tenzij december een hele koude en windstille maand wordt.
In het begin van het jaar lagen onze energiekosten nog beduidend hoger dan de gemiddeld energiekosten sinds 2019. Inmiddels liggen onze energiekosten op het gemiddelde niveau. Onze energiekosten zijn nog wel hoger dan in de periode 2011-2018, maar da’s niet zo vreemd met de hoge energieprijzen van de laatste 2 jaar. De grafiek laat wel goed het effect zien van onze winddelen en zonnepanelen. Vanaf april tot en met september zijn onze energiekosten gedaald. Pas vanaf oktober zijn ze weer gaan stijgen.
CO2-uitstoot
Altijd een heikel punt bij de COP=1 politie. Wat gebeurd er met de CO2-uitstoot van je energiegebruik als je overstapt op infraroodverwarming. Daarom bereken ik sinds dit jaar onze CO2-uitstoot op 5 verschillende manieren. Dit jaar is de CO2-uitstoot in de eerste 11 maanden volgens alle 5 de manieren gedaald. Of ik nu reken met de CO2-uitstoot van de marginale energiecentrale (degene die ons extra elektriciteitsgebruik produceert) of van een van de andere methoden: de CO2-uitstoot daalt. Kleine disclaimer: ik kijk niet naar gelijktijdigheid op kwartierbasis, maar naar de elektriciteit die we op maandbasis niet zelf produceren met onze winddelen en zonnepanelen.
Ook onze gemiddelde CO2-uitstoot is sinds onze overstap op infraroodverwarming volgens alle vijf de methoden gedaald ten opzichte van de periode met aardgas. Waarbij ik lief ben voor aardgas, door de jaren zonder zonnepanelen niet mee te rekenen bij de gemiddelde CO2-uitstoot bij verwarmen met aardgas. Als ik dat wel zou doen stijgt de gemiddelde CO2-uitstoot in de jaren met cv-ketel volgens alle vijf de berekeningsmethodieken met 25 tot 40%.
Het antwoord is: Ja. Zelfs in 30 jaar oude woning haal je met infraroodverwarming de norm voor BENG 1 (energiegebruik verwarming in kWh/m2 per jaar), BENG 2 (gebouwgebonden energiegebruik in kWh/m2 per jaar) en BENG 3 (aandeel duurzaam opgewekte energie). Waarbij gezegd dat ik streng ben geweest, want ik heb gerekend met het energiegebruik gecorrigeerd voor klimaat- en weerseffecten. Waarbij ik de periode 1901-1930 (dik 20% meer gewogen graaddagen) als ijkpunt heb genomen. Het werkelijk energiegebruik ligt dus lager.
Maand
BENG 1
Norm
BENG 2
Norm
BENG 3
Norm
jan-23
47
65
28
50
60%
50%
feb-23
46
65
26
50
62%
50%
mrt-23
49
65
30
50
59%
50%
apr-23
49
65
31
50
58%
50%
mei-23
49
65
31
50
58%
50%
jun-23
50
65
31
50
58%
50%
jul-23
50
65
31
50
58%
50%
aug-23
50
65
32
50
57%
50%
sep-23
51
65
33
50
57%
50%
okt-23
51
65
34
50
55%
50%
nov-23
52
65
36
50
53%
50%
Tabel BENG 1, 2 en 3.
Dat we in onze woning de normen voor nieuwbouw halen zegt m.i. wat over het ambitieniveau van het Nederlandse Bouwbesluit…
Het is begin november en het waait flink. Tijd om terug te kijken op onze energiekosten, energiegebruik, energieproductie en CO2-uitstoot in oktober. Klinkt saai? Valt wel mee. Tot mijn verrassing hebben we in oktober 38 kilowattuur meer elektriciteit geproduceerd dan gebruikt. Daarmee lag onze CO2-uitstoot in oktober volgens alle vijf de methoden op 0 kilogram.
Energiegebruik
Ons energiegebruik lag in oktober op 679 kWh, dat is 12% hoger dan in oktober 2022. De oorzaak? Blijft nog even gissen, maar ik vermoed dat onze haperende zonneboiler er mee te maken heeft. Ondanks dat ligt ons gemiddelde bruto energiegebruik 16% lager dan het gemiddelde ten tijde van onze CV-ketel.
In oktober kwam het grootste deel van de energievraag van warm water en apparaten. Verwarming vormde slechts een klein deel van de energievraag.
Ons bruto energiegebruik inclusief warmte over de eerste 10 maanden van 2023 ligt met een kleine 8.000 kWh bijna 30% hoger dan over de eerste 10 maanden van 2022. Bijna 40% van de energievraag in de eerste tien maanden betrof apparaten, 25% verwarming en 35% warm water. De verwachting is dat het aandeel verwarming de laatste twee maanden nog wel wat oploopt.
Exclusief warmte is ons bruto energiegebruik met 6% gestegen.
Ons bruto energiegebruik exclusief warmte ligt nog wel 4% onder het gemiddelde sinds onze overstap naar infraroodverwarming. Ten opzichte van het gemiddelde bruto energiegebruik met cv-ketel ligt ons bruto energiegebruik 24% lager.
Verwarming
In 15 oktober hebben we onze verwarming voor het eerst weer aangezet. Daarmee is et stookseizoen officieel geopend. Hoewel stookseizoen? Da’s eigenlijk net zo weinig van deze tijd als de stoomboot van Sinterklaas.
Het aantal gewogen graaddagen was 133, 3% meer dan in oktober 2022. We hebben 0,59 kWh/gewogen graaddag gebruikt. Dat is 28% meer dan in oktober 2022. Toch is goed te zien in bovenstaande grafiek dat ons energiegebruik per gewogen graaddag op jaarbasis nog steeds lager ligt dan met onze hr-ketel. In kWh per gewogen graaddag scheelt het 40%.
Bovenstaande grafiek laat goed zien hoe ons werkelijk jaarverbruik voor verwarming zich ontwikkeld heeft ten opzichte van het langjarig gemiddelde voor hr-ketel en infraroodverwarming. Beide langjarige gemiddelden zijn gecorrigeerd voor weersinvloeden en geven het jaarverbruik voor de klimaatperiode 1901-1930.
Warm water
In oktober hebben we 118 kWh elektriciteit gebruikt om 287 kWh aan warm water te maken. Met die 188 kW is dus 170 kWh aan warmte teruggewonnen uit ons afvalwater. Daarmee heeft onze warmtepomp in oktober een COP van 2,4 behaald. Onze zonneboiler heeft nog steeds wat problemen, dus hopelijk heeft onze monteur binnenkort tijd om dat te verhelpen.
Energieaanbod
In oktober hebben we in totaal 716 kWh energie geproduceerd, waarvan 170 kWh warmte en 547 kWh elektriciteit. Vooral onze winddelen deden het erg goed met 436 kWh, ruim 30% meer dan in oktober 2022. Onze zonnepanelen leverden nog ruim 100 kWh op. Uiteindelijk hebben we 38 kWh teruggeleverd aan het net, waarmee het elektriciteitsverbruik op 509 kWh is uitgekomen..
In de eerste 10 maanden van het jaar hebben we 7.354 kWh zelf geproduceerd en zo’n 5.100 kWh van het energiebedrijf afgenomen. Van die eigen productie is ruim 5.100 kWh. Onze winddelen leveren het meeste stroom met ruim 3 MW, onze zonnepanelen hebben 2 MW geproduceerd.
Netto energiegebruik
In oktober lag ons netto energiegebruik op min 38 kilowattuur. We produceerde per saldo dus meer warmte en elektriciteit dan we gebruikten. Het is het tweede jaar op rij dat dit in oktober het geval is. Vorig jaar lag ons netto energiegebruik op min 33 kilowattuur. In 2018 leverde we wel elektriciteit terug, maar verbruikten we 282 kWh (28 m3) aardgas in oktober.
Over de eerste 10 maanden is ons netto energiegebruik gedaald tot 516 kWh. Dat was vorig jaar nog 1.224 kWh, waarvan 451 kWh aardgas. Daarmee ligt het aandeel inkoop dit jaar op 7%. De overige 93% produceren we zelf met onze zonnepanelen, winddelen, zonneboiler en warmtepomp.
Ook in de ontwikkeling door het jaar heen is goed te zien dat we dit jaar van april tot oktober een energieoverschot hebben. Sinds augustus is er sprake van een redelijk evenwichtige situatie met zo’n 30 tot 40 kWh per maand overproductie.
Op jaarbasis kopen we momenteel 1.600 kWh in (14%) en besparen we 9% door klimaatverandering t.o.v. het klimaat in de periode 1901-1930. Van ons totale gebruik gecorrigeerd voor weer- en klimaateffecten wekken we 77% zelf op.
Energiekosten
In oktober lagen onze energiekosten rond de 60 Euro. Vooral onze winddelen hebben deze maand onze energiekosten gedrukt.
In de eerste 10 maanden van dit jaar zijn de elektriciteitskosten behoorlijk hoger dan voorgaande jaren. Het effect hiervan wordt voor een groot deel gedempt door onze zonnepanelen en winddelen. Ook het verlaagd tarief heeft daar de eerste maanden van dit jaar aan meegeholpen. De kosten van de energiebelasting zijn dit jaar een stuk hoger dan in 2022, toen het tarief tijdelijk verlaagd werd.
Onderstaande grafiek laat goed zien dat de energiekosten vooral in het eerste kwartaal sterk opliepen. Na april zijn de kosten gedaald, doordat we vanaf toen meer stroom produceerden dan we gebruikten en omdat de resterende kosten wegvielen tegen de korting op de energiebelasting.
Ik verwacht dat onze kosten in de komende twee maanden zullen stijgen. Hoeveel zal vooral afhangen van de wind. Zo hard als op 2 november is niet goed voor onze opbrengsten, maar een beetje onstuimig weer kunnen windturbines best aan. Zoals ook te zien is op onderstaande grafiek van 2 november.
Productie zon, wind op land en wind op zee, 2 november 2023, bron energieopwek.nl
CO2-uitstoot
Een belangrijke drijfveer om je huis te verduurzamen is het verlagen van de CO2-uitstoot. Dat doe je door energie te besparen, maar ook door te switchen van aardgas naar elektriciteit. Een veel gehoorde kritiek is dat met de Nederlandse stroommix niet lukt of dat je met het extra verbruik enkel meer kolencentrales aan het werk zet. Nu is het fijne dat er allemaal slimme mensen allerlei methoden hebben bedacht om de CO2-footprint van je energiegebruik te bepalen. Vijf daarvan reken ik maandelijks door.
Hieronder de effecten over de eerste 10 maanden van het jaar. Waarbij de referentiemethode een marginale methode is, een methode die goed bruikbaar is om het effect van veranderingen in het elektriciteitsgebruik te meten. De daling is volgens deze methode dan ook het laagst. Slechts 3% gemiddeld sinds we zijn overgestapt op infraroodverwarming, maar in 2023 is deze opgelopen tot 32%.
Alle andere methoden laten een grotere daling van onze CO2-uitstoot zien. Het is natuurlijk een beetje flauw om de extra winddelen mee te rekenen in onze footprint, want we hebben daarmee op nationale schaal geen extra groene stroom geproduceerd. We nemen enkel extra af van eigen bron. Daar staat tegenover dat we de afgelopen jaren buitenshuis wel degelijk in extra productiecapaciteit hebben geïnvesteerd. Variërend van investeringen via Meewind en Zonnepanelendelen, tot het leveren van een bijdrage aan de zonnestroominstallaties van Energiek Schiedam op Wennekerpand en De Erker en de nieuwe windturbines van het Vlaardings Energie Collectief & De Windvogel in Vlaardingen.
Ook hebben we geïnvesteerd in buitenlandse opwek van groene stroom via Trine, Energise Africa, en Ecoligo; waarmee we ook CO2-uitstoot voorkomen. In 2023 zijn onze investeringen goed voor ruim 5.000 kg vermeden CO2-emissies. Vooral door een lager kerosine gebruik voor verlichting.
Eindconclusie met betrekking tot onze CO2-uitstoot: die daalt volgens alle methoden. Kanttekening is dat ik de berekening op maandbasis maak en niet op volledige gelijktijdigheid van elektriciteitsgebruik en productie. En zelfs als het hier iets zou stijgen (ik hou me aanbevolen voor een berekeningsmethodiek waar dat uit komt) is onze bijdrage buitenshuis een veelvoud van onze energiegerelateerde CO2-emissies.
De maand augustus zit er weer op, tijd om de balans op te maken over augustus. Een maand met veel zon en veel wind, waardoor we 240 kWh meer hebben geproduceerd dan gebruikt. Waarmee we in augustus bijna 60 Euro terug hebben gekregen in plaats van betaald.
Energiekosten
Zoals gezegd hebben we in augustus geld teruggekregen. Voor het grootste deel komt dit door de jaarlijkse teruggaaf energiebelasting, hoewel deze ongeveer wegvalt tegen de vaste aansluitkosten en de vaste kosten van onze winddelen. De elektriciteitskosten van deze maand worden meer dan goedgemaakt door de stroom die we met onze zonnepanelen en winddellen hebben geproduceerd. Ook krijgen we een klein beetje energiebelasting terug (salderen). Het afschaffen van salderen zou ons zo’n Euro 42 schelen op de energierekening van augustus.
Tot en met augustus bedraagt de energierekening Euro 1.036. Zonder onze zonnepanelen en winddelen was dat ruim Euro 2.500 geweest. Afschaffen van salderen zou onze rekening ruim Euro 300 verhogen. Hoewel ik me daar niet heel druk over maak, want onze zonnepanelen hebben zichzelf al lang terugverdiend. Onze winddelen vallen niet onder de regels voor salderen, dus daar betalen we al energiebelasting en onbalanskosten over.
Onze energierekening tot en met augustus is gestegen ten opzichte van 2022, ondanks dat we minder stroom inkopen van het elektriciteitsbedrijf. Dat komt door de hogere elektriciteitstarieven begin dit jaar, terwijl onze winddelen en zonnepanelen op dat moment minder opwekten dan we verbruikten.
Bruto energiegebruik
Ons bruto energiegebruik in augustus was 442 kWh, waarvan 50% voor warm water en 50% voor apparaten.
In totaal is ons bruto energiegebruik tot en met augustus 6.672 kWh. Waarvan zo’n 40% voor apparaten, 30% voor verwarming en 30% voor warm water. Vooral het energiegebruik voor apparaten is dit jaar gestegen. Een duidelijke reden hiervoor heb ik (nog) niet, maar ik vermoed dat het deels te maken heeft met de anti-legionella cyclus van onze warmtepomp en de problemen die we dit jaar hebben gehad met onze zonneboiler. Daardoor is onze zonneboiler dit jaar nauwelijks boven de 60 graden uitgekomen en heeft de warmtepomp dus vaker dan vorig jaar z’n anti-legionella programma moeten draaien.
De ontwikkeling van ons bruto energiegebruik ligt in 2023 7% boven het gemiddelde voor de jaren met infraroodverwarming, maar nog steeds 18% onder het gemiddelde bruto energiegebruik in de jaren dat we aardgas gebruikte voor verwarming.
Onze HeatCycle van DeWarmte heeft het in augustus uitstekend gedaan. Ondanks de hoge temperaturen van het vat (gemiddeld 51,6 graden Celsius) heeft ie een COP van 5,0 behaald. Onze zonneboiler is in de loop van augustus gerepareerd, waardoor alle vacuümbuizen weer functioneren. Er zit nog wel wat lucht in het systeem, waardoor de zonneboiler (nog) niet optimaal werkt. Door veel te ontluchten en de pomp geforceerd te laten draaien is de meeste lucht er inmiddels uit.
Energieproductie
In augustus hebben we meer energie geproduceerd dan we hebben gebruikt. Het teveel aan warmte zit grotendeels in onze boiler en een kleiner deel is verloren gegaan door afkoeling van het boilervat.
Het teveel aan elektriciteit hebben we ze teruggeleverd aan het elektriciteitsnetwerk. Het gaat daarbij zowel op stroom van onze zonnepanelen als om stroom van onze winddelen. Per saldo hebben we meer dan 200 kWh teruggeleverd in augustus.
Tot en met augustus hebben we 4.840 kWh elektriciteit gebruikt, daarvan hebben we een groot deel zelf opgewekt met onze zonnepanelen en winddelen. Per saldo hebben we tot en met augustus 619 kWh elektriciteit ingekocht. Een daling van bijna 500 kWh vergeleken met dezelfde periode in 2022. En, ik verval in herhaling, het blijft leuk om te zien hoe ons aardgasgebruik de afgelopen jaren stapsgewijs naar 0 kWh is gedaald.
Energievraag en aanbod op jaarbasis
Op jaarbasis ligt ons energiegebruik momenteel op 11.341 kWh. Daarvan wordt 8% ‘geleverd’ door klimaatverandering. De opwarmende aarde zorgt namelijk voor minder gewogen graaddagen en dus voor minder stoken. Wederom is zichtbaar dat aardgas als energiebron uitgefaseerd is en dat de hoeveel elektriciteit die we inkopen dalende is. De hoeveelheid energie voor warm water en apparaten loopt langzaam wat op.
Op jaarbasis is het aandeel inkoop in onze energiemix nog steeds langzaam aan het dalen. Inmiddels naar 14%. Klimaat is goed voor 8% en onze eigen opwek voor 78% van de benodigde energie.
CO2 uitstoot
De CO2 uitstoot over augustus kan je op verschillende manieren berekenen. Ik hanteer er vijf, die ieder een eigen oorsprong hebben. Welke manier ik ook gebruik, onze uitstoot in augustus was 0 kg.
Als ik de uitstoot over januari tot en met augustus bereken dan is op elke berekende manier de CO2 uitstoot gedaald ten opzichte van onze jaren met een hr-ketel. De daling varieert van 1% volgens de referentiemethode tot 75% als ik de systematiek van het stroometiket gebruik. Dus ja, ook met infraroodverwarming kan je je CO2-uitstoot verminderen.
Het is augustus en het warme zomerweer is teruggekeerd, tijd om de energiebalans op te maken over een winderig juli. Wat direct opvalt is dat we in juli meer opbrengst van onze winddelen hebben dan van onze zonnepanelen. Wat verrassend is voor een zomermaand. Onze winddelen hebben in juli 108% meer stroom geproduceerd dan in juli 2022 (met evenveel winddelen), onze zonnepanelen hebben juist 41% minder stroom geproduceerd. In totaal hebben we in juli 356 kWh teruggeleverd aan het net, dat is 38% meer dan in juli 2022. De gegevens voor warmte zijn deze maand op basis van de gegevens van 2022, want de website van DeWarmte geeft een server error.
Energierekening
Onze energiekosten in juli waren 80 Euro negatief, tegen 81 Euro negatief in juli 2022. We hebben in juli dus wat geld verdiend. Dat komt niet zozeer door onze zonnepanelen, maar vooral door onze winddelen. Daardoor betalen we dit jaar wat meer energiebelasting dan vorig jaar.
Over het hele jaar liggen onze energiekosten inmiddels op Euro 1.093. De stijging komt met name door hogere energiebelasting. Deze steeg van Euro 218 naar Euro 483. De netto elektriciteitskosten (elektriciteitskosten, minus de opbrengsten van onze zonnepanelen en winddelen) over de eerste zeven maanden stegen ook van Euro 424 naar Euro 591. De opbrengst van onze winddelen is wel fors gestegen. Van Euro 413 in de eerste zeven maanden van 2022 naar Euro 1.037 in de eerste zeven maanden van 2023.
De teruggave energiebelasting is lager dan vorig jaar, wat ook ruim 100 Euro extra kosten oplevert. Onze vaste lasten (netwerkaansluiting, vaste levertarief en kosten winddelen) zijn wel met Euro 100 gedaald, doordat we geen gasaansluiting meer hebben.
Energiegebruik & energieproductie
Dit jaar zijn we wat minder zuinig met energie dan gemiddeld. Ons bruto energiegebruik ligt 7% hoger dan het gemiddelde sinds onze overstap op infraroodverwarming. Het ligt nog wel aanzienlijk lager dan toen we onze verwarming met een cv ketel regelde.
De stijging van het bruto energiegebruik komt voor een klein deel door extra elektriciteit, voor het grootste deel komt het doordat de warmteproductie is gestegen. Dat komt doordat we nu beter kunnen meten hoeveel warmte onze warmtepomp produceert. De gemiddelde temperatuur van het warmtebuffer ligt rond de 38 graden Celsius, daarmee houden we constant zo’n 200 liter water op een hogere temperatuur dan de CV ketel deed. Die hield namelijk nauwelijks een warme voorraad aan. Het totale bruto energiegebruik ligt over de eerste maanden op 6.227 kWh.
Onze energievraag in juli bestaat al jaren heel saai uit enkel warm water en apparaten. De energievraag van apparaten is in juli 23 gestegen t.o.v. vorig jaar. De energievraag voor warm water is niet veranderd.
In de totale energievraag is de verdeling tussen warm water, verwarming en apparaten tot en met juli ongeveer gelijk. We zijn weer terug op het niveau van 2021.
Doordat onze winddelen en zonnepanelen in juli weer behoorlijk meer elektriciteit hebben geproduceerd dan we hebben gebruikt is ons netto energiegebruik onder de 1.000 kWh gekomen. Hoewel we het net nog steeds nodig hebben als buffer is goed zichtbaar dat er een dalende trend is.
We weten op maandbasis ons energiegebruik dus beter in lijn te brengen met het energieaanbod van onze warmtepomp, zonnepanelen en winddelen. Vooral het eerste kwartaal en december hebben we nog een tekort. In de maanden april en mei en in de maanden september t/m november liggen gebruik en productie redelijk in elkaars buurt. In de maanden juni, juli en augustus hebben we een duidelijk overschot.
Energiegebruik en productie op jaarbasis
Op jaarbasis ligt ons energiegebruik op 11.367 kWh, daarvan produceren we inmiddels 8.811 kWh zelf. Onderstaande grafiek laat goed zien dat we sinds 2011 de hoeveelheid ingekochte stroom en aardgas in verschillende stappen verlaagd hebben. Vanaf 2013 eerst de hoeveelheid stroom die we inkopen en vanaf 2019 is de hoeveelheid aardgas fors gedaald.
Verbruikten we tussen 2011 en 2019 zo’n 10.000 kWh per jaar aan aardgas en elektriciteit, inmiddels is dat gedaald naar zo’n 7.600 kWh elektriciteit.
De bovenstaande grafiek laat ook het effect van klimaatverandering zien op onze energievraag. Ten opzichte van de periode 1901-1930 (vroegste tijd waarvoor de dagtemperatuur beschikbaar is) is het aantal gewogen graaddagen verminderd. Alleen in 2013 was de temperatuur dusdanig laag dat er nauwelijks een klimaateffect was. In alle andere perioden werd een deel van de verwarming geleverd door een opwarmend klimaat. Gemiddeld besparen we zo’n 8% op onze energiebehoefte door de warmere winters.
Van de totale energie die we gebruiken produceren we daarnaast 78% zelf. De resterende 15% kopen we als elektriciteit in bij Greenchoice.
De CO2 uitstoot
Een vaste tegenwerping is dat het vervangen van aardgas door elektriciteit geen CO2 winst oplevert. Spijtig genoeg voor de voorstanders van die theorie geven de praktijkcijfers een ander beeld:
Zoals te zien is de CO2 uitstoot over de eerste zeven maanden alle vijf gehanteerde methoden gedaald. Zelfs de referentiemethode, waarbij elke kWh extra aan de smerigste bron op het net wordt toegewezen, levert een daling op over de eerste zeven maanden van het jaar van 12 kg t.o.v. 2014 (het jaar met de laagste CO2 uitstoot en gasverwarming).
Zoals hierboven te zien is er ook maar één berekeningsmethode die geen vermindering van de gemiddelde CO2-uitstoot laat zien over de eerste 7 maanden van het jaar t.o.v. de periode met aardgas. Die geeft maar liefst een stijging van 1 kilogram.
Conclusie
We zijn nog steeds goed op weg om dit jaar meer dan 80% van onze energie zelf op te wekken. De hoeveelheid energie die we gebruiken is wel weer gestegen t.o.v. 2022, maar we produceren een veel groter deel zelf. Daarmee hebben we ook meer controle over de energierekening. Als zit een energierekening van nul Euro er bij de huidige tarieven niet in. Toch leveren onze zonneboiler, hybride warmtepomp, zonnepanelen en winddelen leveren ruim voldoende op. Bij de winddelen zijn de opbrengsten ook hoog genoeg om de onbalansvergoeding aan Greenchoice ruimschoots te compenseren.
De maand juni is afgelopen, tijd om de balans op te maken en te kijken naar onze energiekosten, het bijbehorend energiegebruik en onze CO2 uitstoot.
Energiekosten
De energierekening over juni is negatief. Dat betekent dat we over juni Euro 62 verdiend hebben. Niet door veel stroom te gebruiken bij negatieve prijzen, maar doordat onze zonnepanelen en winddelen in juni meer hebben geproduceerd dan we hebben verbruikt. Tegen Euro 68 aan kosten stond Euro 125 aan opbrengsten. Ook hebben we Euro 8 aan energiebelasting terugverdiend door saldering.
Over het eerste half jaar bedragen de energiekosten Euro 1.171. Een stijging van Euro 460 ten opzichte van 2022. Waarvan ruim Euro 360 veroorzaakt wordt door hogere energiebelasting en een lagere teruggaaf energiebelasting. De energiekosten (leveringstarieven gas en elektriciteit minus de opbrengsten van onze winddelen en zonnepanelen) stegen per saldo met Euro 171. Onze vaste aansluitkosten zijn met Euro 115 gedaald, doordat we geen gasaansluiting meer hebben.
Energiegebruik
Ons energiegebruik in juni bestond voornamelijk uit warm water en apparaten. We hebben een heel klein beetje energie voor verwarming gebruikt, omdat we een bezoeker onze infraroodpanelen hebben laten ervaren. In totaal hebben we 495 kWh gebruikt. Een lichte stijging ten opzichte van 2022. De stijging kwam doordat het elektriciteitsgebruik van apparaten met 9% gestegen is t.o.v. juni 2022.
Het energiegebruik in de eerste 6 maanden ligt 13% hoger dan in dezelfde periode in 2022. Dat komt met name door een toename van het energiegebruik voor warmte (+ 14%) en apparaten (+20%). De stijging bij verwarming valt met 6% mee.
Verwarming
Juni is geen spannende maand voor verwarming. We hebben nauwelijks stroom gebruikt. Het enige verbruik is veroorzaakt doordat we onze infraroodverwarming kort hebben aangehad voor een bezoeker die wilde voelen hoe het werkt. De langjarige trend omlaag van ons energiegebruik per gewogen graaddag sinds we infraroodverwarming hebben zet dan ook door.
Op jaarbasis is het energiegebruik voor verwarming nauwelijks veranderd ten opzichte van eerdere maanden. Ons werkelijk energiegebruik voor verwarming ligt net boven de 3.000 kWh op jaarbasis. Deels komt dit door de milde winter, zoals te zien in aan de gele lijn in de grafiek.
Energieproductie
In juni hebben we meer energie geproduceerd dan gebruikt, zoals te zien is in onderstaande grafiek. De overtollige elektriciteit hebben we teruggeleverd aan het elektriciteitsnet.
Het grootste deel van onze energie werd geleverd door onze zonnepanelen. Ook de winddelen hebben behoorlijk wat opgeleverd. Tot slot hebben onze warmtepomp en zonneboiler warmte geproduceerd. Per saldo hielden we in juni ruim 200 kWh elektriciteit over. Deze hebben we teruggeleverd aan het elektriciteitsnet.
In het eerste half jaar hebben we 5.733 kWh gebruikt. Daarvan is 4.330 kWh elektriciteit, waarvan 3.121 kWh van onze zonnepanelen en winddelen en 1.209 kWh van het net. Verder hebben onze zonneboiler en warmtepomp 1.403 kWh warmte geleverd.
In onze energiemix valt op dat het aandeel ingekochte energie (gas plus elektriciteit) fors gedaald is ten opzichte van eerdere jaren. Momenteel kopen we ongeveer 21% in. De resterende 79% wordt geleverd door onze zonnepanelen, winddelen, zonneboiler en hybride warmtepomp. Mijn verwachting is dat het aandeel inkoop tijdens de zomer nog verder daalt, maar richting het eind van het jaar weer op gaat lopen.
CO2 uitstoot januari t/m juni 2023
De standaard respons is dat infraroodverwarming en (hybride) warmtepompen geen CO2 besparing oplevert. Nu is dat niet de enige reden voor onze overstap naar all electric, het is wel reden om volgens 5 methoden uit te rekenen wat onze CO2 uitstoot is.
Bovenstaande grafiek laat goed zien dat onze CO2 uitstoot in 2023 volgens alle meetmethoden gedaald is ten opzichte van de periode 2011 t/m 2013. Belangrijker dan dat is dat de CO2 uitstoot ook volgens bijna alle meetmethoden gedaald is ten opzichte van de periode 2014-2018, toen we wel onze zonnepanelen, zonneboiler en winddelen hadden, maar nog geen infraroodverwarming en hybride warmtepomp.
Onderstaande tabel laat zien dat onze gemiddelde CO2 uitstoot sinds we over zijn op infraroodverwarming volgens slechts 1 methode gestegen is met maar liefst 1 kg in een half jaar. Afgerond is dat 0% stijging. Alle andere methoden laten een daling zien. Zelfs als we uitgaan van grijze stroom (wat we niet afnemen en wat we aantoonbaar ook niet voor de volle 100% in onze stroommix hebben zitten).
Mei is voorbij, tijd voor een terugblik op ons energiegebruik en onze energieproductie in de maand mei. Het was de eerste maand van 2023 dat we meer elektriciteit geproduceerd hebben dan gebruikt en de eerste maand van het jaar dat onze energiekosten negatief waren.
Energierekening
In mei hebben we meer elektriciteit geproduceerd dan gebruikt. Dat betekent dat we mei de eerste maand is dat we per saldo opbrengsten hebben in plaats van energiekosten. In april moesten we nog zo’n 60 Euro betalen. In mei hebben we dat bedrag deels terugverdiend en krijgen we bijna 40 Euro terug. Dat is minder dan in mei 2022, toen we ongeveer 100 Euro verdiende met de extra elektriciteitsproductie.
De eerste vijf maanden van het jaar hebben we in totaal Euro 1.191 aan energiekosten gehad, ruim Euro 300 meer dan in 2021 en 2022 en ruim 500 Euro meer dan in de periode 2014-2020.
Vooral de kosten van de energiebelasting en de kosten voor energie (gas en elektriciteit samen) zijn de afgelopen 3 jaar fors opgelopen. De stijging van de elektriciteitskosten worden wel gedempt door de opbrengsten van onze winddelen.
Energiegebruik
Het energiegebruik lag in mei 2023 hoger dan in mei 2020. Deels kwam dat doordat we langer gestookt hebben, deels doordat mei minder zonnig was en onze zonneboiler een onderhoudsbeurt nodig heeft. Hierdoor heeft onze warmtepomp harder moeten werken. Da’s niet terug te zien in onderstaande grafiek, maar ik vermoed toch echt dat de warmtepomp een aantal keer een anti-legionella cyclus heeft gemaakt, terwijl dat in mei 2022 niet nodig was. Vorig jaar was ons boilervat bijna de hele maand een aantal keer boven de 60 graden Celsius. Door problemen met onze zonneboiler is dat afgelopen maand nog niet voorgekomen.
In de eerste vijf maanden van het jaar is het energiegebruik gestegen ten opzichte van de eerste vijf maanden van 2022. We hebben dit jaar dus geen NegaWatts gescoord. Voor zowel warm water, apparaten als verwarming ligt het gebruik in 2023 hoger dan in 2022. Vanaf 2020 lijkt er nu een stijgende trend te zijn.
Verwarming
In mei hebben we toch nog wat dagen gestookt, 0,22 kWh per gewogen graaddag om precies te zijn. Vorig jaar was de kachel in mei al helemaal uit. Toch is het verbruik voor verwarming op jaarbasis gedaald van 1,40 in mei 2022 naar 1,28 kWh per gewogen graaddag in mei 2023. Ook het langjarig gemiddelde voor verwarmen met infraroodverwarming is licht gedaald van 1,32 naar 1,31 kWh per gewogen graaddag.
Die 1,31 kWH/gewogen graaddag is 40% minder dan toen we verwarmde met een hr-ketel. Het langjarig gemiddelde sinds we hier wonen is inmiddels gedaald van 2,17 kWh/gewogen graaddag in de periode dat we verwarmde met aardgas naar 1,89 kWh/gewogen graaddag.
Op jaarbasis is nog beter te zien wat het effect is van de overschakeling op infraroodverwarming. Een overstap die we in maart 2019 hebben gemaakt. Het verbruik in een standaard klimaatjaar daalt fors vanaf het moment van overschakelen. Ook het langjarig gemiddelde energiegebruik met infraroodverwarming ligt fors lager dan dat met aardgas. Beide zijn in onderstaande grafiek weergegeven voor het werkelijk aantal graaddagen van de afgelopen 12 maanden.
Energieproductie
In mei hebben we 676 kWh geproduceerd, waarvan 190 kWh aan warmte, 302 kWh aan zonnestroom en 184 kWh aan windenergie. We hebben slechts 563 kWh gebruikt, wat betekent dat we 113 kWh terug hebben geleverd. Dat is 130 kWh minder dan in 2022 en 110 kWh meer dan in 2021. De daling in de teruglevering ten opzichte van 2022 komt vooral doordat onze winddelen bijna 50 kWh minder hebben geproduceerd dan in 2022.
In de eerste vijf maanden van het 2023 hebben we vooral meer warmte en meer windenergie geproduceerd dan in 2022. Dat komt doordat we in de loop van vorig jaar meer winddelen hebben gekocht en omdat onze warmtepomp het aardgas vervangen heeft voor het leveren van warm water.
Het aandeel aardgas ligt dit jaar voor het eerst op nul. Na 12 jaar wordt 2023 het eerste volle kalenderjaar met een jaarverbruik van 0 m3. Dat blijft ook zo, want de gasaansluiting en gasmeter zijn volledig verwijderd. Daardoor is het aandeel duurzame warmte gestegen van 15 naar ruim 20% in onze energiemix. Ook het aandeel windenergie is gestegen door de aanschaf van extra winddelen.
Energiegebruik en productie
In mei hebben we 563 kWh aan energie gebruikt en 113 kWh aan elektriciteit teruggeleverd aan het net. Onderstaande grafiek laat de opbouw van ons energiegebruik en de energieproductie zien.
Onderstaande grafiek toont het energiegebruik en energieproductie in de eerste vijf maanden. De terugloop in het gasgebruik sinds 2019 is goed zichtbaar, net als de toename in elektriciteitsgebruik. Beide als gevolg van de overschakeling op infraroodverwarming. Ook valt op dat in 2023 de hoeveelheid duurzame warmte stijgt, door de overschakeling op onze hybride warmtepomp voor warm water.
CO2 uitstoot
De CO2 uitstoot van ons energiegebruik lag in mei op maandbasis op 0, ongacht de gehanteerde methode (zie hier voor de 5 gehanteerde methoden). Per saldo hebben we meer stroom geproduceerd dan dat we hebben afgenomen. Op kwartier en secondebasis zullen er ongetwijfeld momenten zijn dat we grijze stroom hebben afgenomen. Daar staat tegenover dat er ook momenten zijn dat we terugleveren, waarmee we een gas- of kolencentrale uit de markt drukken (in Nederland of er buiten) en daarmee bijdragen aan lagere CO2 emissies in de elektriciteitsmix.
Gemiddeld ligt de CO2 uitstoot in mei in de jaren met infraroodverwarming 60% lager dan in jaren met aardgas. De uitkomst is voor alle vijf gehanteerde methoden gelijk.
Over de eerste vijf maanden van 2023 ligt de CO2 uitstoot volgens het stroometiket op 0 kilogram. Volgens de referentie methode ligt de uitstoot op 791 kg.
De referentiemethode is de enige methode die een stijging van de CO2 uitstoot laat zien t.o.v. de periode op aardgas. De stijging bedraagt 1%. De andere methoden laten dalingen zien van 1 tot 76%. Gemiddeld laten de vijf methoden om de CO2 uitstoot te bepalen een daling van 23% zien.
April is voorbij, dus tijd om ons energiegebruik te bekijken. April 2023 was een stuk frisser dan april 2022, waardoor we meer energie hebben verbruikt. Onze winddelen brachten ook meer op, waardoor we per saldo minder dan 40 kWh elektriciteit hebben ingekocht. De energiekosten komen daarmee op minder dan 60 Euro in april.
Energiekosten
Zoals gezegd waren onze energiekosten in april minder dan 6o Euro. De grootste kostenpost was het elektriciteitsgebruik met 184 Euro, daar stond echter 172 Euro aan opbrengsten van onze winddelen en zonnepanelen tegenover. Wel hebben we 16 Euro aan onbalans kosten betaald aan Greenchoice. Per saldo kostte onze elektriciteit daarmee 29 Euro. Een euro meer dan de vaste aansluitkosten (netwerkkosten en vaste leveringskosten), deze bedroegen 28 Euro. De energiebelasting viel nagenoeg weg tegen de teruggaaf energiebelasting.
In de eerste vier maanden van het jaar bedragen onze energiekosten Euro 1.222. Het hoogste niveau sinds 2011. Niet zo
Voor het grootste deel bestaan ze uit leveringskosten voor elektriciteit (ruim 2.000 Euro). Het prijsplafond levert ons naar verwachting zo’n 144 Euro op en we hebben zo’n Euro 1.100 zelf opgewekt met onze zonnepanelen en winddelen. Netto hebben we daarmee zo’n Euro 750 aan elektriciteitskosten gehad in de eerste vier maanden en Euro 65 aan onbalans kosten voor onze winddelen. In de eerste vier maanden van 2022 hadden we slechts 600 Euro aan elektriciteitskosten en 33 Euro aan onbalans kosten. We hadden toen nog wel Euro 63 aan gaskosten.
In de eerste vier maanden van 2023 hebben we daarnaast bijna 500 Euro aan energiebelasting betaald. Een dikke verdubbeling ten opzichte van 2022, maar minder dan in 2021.
Bruto energiegebruik
Ons bruto energiegebruik lag in april op 738 kWh, waarvan 559 kWh elektriciteit. De resterende 179 kWh kwam als warmte van onze zonneboiler en hybride warmtepomp. Daarmee lag het energiegebruik in april op het gemiddelde van 746 kWh sinds we in 2011 ons huis hebben betrokken. Als we enkel kijken naar het gas en elektriciteitsverbruik ligt het 7% lager dan het gemiddelde gebruik sinds 2011.
Over de eerste vier maanden lag ons energiegebruik op 4.675 kWh. Dat is 4,5% minder dan het gemiddelde gebruik in de periode 2011-2023. De 3.678 kWh elektriciteit is 1,3% minder dan het gemiddelde gas en elektriciteitsgebruik in de periode 2011-2023. Daarmee ligt het energiegebruik inmiddels wel 12% hoger dan 2020. Het zuinigste jaar tot nu toe voor de periode januari tot april
Bij het aandeel energiebronnen (gas, elektriciteit en warmte) valt op dat het aandeel aardgas vanaf 2018 stapsgewijs is verlaagd. Waarbij 2023 het eerste kalenderjaar is dat we vanaf januari geen aardgas hebben gebruikt. In dezelfde periode is de eerste jaren het aandeel elektriciteit opgelopen en in de laatste 2 jaar het aandeel warmte. Dat komt door de overstap op infraroodverwarming in 2019 en de installatie van onze warmtepomp begin 2022. Naarmate we meer elektriciteit weten te besparen zal het aandeel warmte naar verwachting verder oplopen.
Energievragers
In april verbruikte onze apparaten 292 kWh. Daarnaast hebben we 223 kWh nodig gehad voor warm water en 223 kWh voor verwarming. Daarmee was april een maand waarin we veel gestookt hebben. Sinds we op infraroodverwarming over zijn gestapt hebben we alleen in 2021 (corona: thuiswerken & thuis school) meer verstookt. Het verbruik van dit jaar is hieronder nog niet gecorrigeerd voor het aantal gewogen graaddagen, dus helemaal eerlijk is onderstaande vergelijking niet.
Over de eerste vier maanden hebben we 1.433 kWh gebruikt voor apparaten, dat is 16% meer dan gemiddeld in de periode 2011-2023. Voor warm water hebben we 1.259 gebruikt. Dat is 35% meer dan in 2011-2023. Dat heeft waarschijnlijk te maken hebben met de warmtepomp, deze houdt non-stop 200 liter water op een temperatuur boven de 35 graden Celsius en warmt deze wekelijks op tot boven de 60 graden Celsius (legionella preventie). Voor de 1.259 kWh warm water is slechts 262 kWh elektriciteit gebruikt. Terwijl we voorgaande jaren 450-620 kWh aardgas nodig hadden voor warm water.
Voor verwarming hebben we de eerste vier maanden 1.983 kWh nodig gehad. Dat is slechts 90 kWh meer dan in 2022, maar bijna 300 kWh meer dan 2020 (het zuinigste stookjaar tot nu toe). Gemiddeld hebben we met infraroodverwarming in de eerste vier maanden 54% zuiniger gestookt dan in de eerste vier maanden met aardgas. Wederom niet gecorrigeerd voor het aantal gewogen graaddagen, dus het is geen eerlijk vergelijking.
Verwarming
April 2023 was met 218 gewogen graaddagen frisser dan 2022, dat slecht 200 gewogen graaddagen kende. Bovendien was april 2023 een stuk minder zonnig dan april 2022. Dat was te merken in ons energiegebruik voor verwarming. Hadden we in 2022 169 kWh nodig voor verwarming, in april 2023 was dat 179 kWh. Per gewogen graaddag lag het verbruik in april 2023 op 1,02 kWh, dat is ook hoger dan de 0,84 kWh van april 2022.
Het langjarig gemiddelde met infraroodverwarming ligt op 1,32 kWh per gewogen graaddag. Dat is 39% minder dan het langjarig gemiddelde verbruik met aardgas (2,17 kWh per gewogen graaddag).
Op jaarbasis verbruiken we momenteel 3.152 kWh. Gecorrigeerd voor gewogen graaddagen is dat 3.735 kWh. Een stuk lager dan de 6.339 kWh die we met aardgas gemiddeld gebruikte in een standaard jaar op basis van het gemiddeld aantal gewogen graaddagen voor de periode 1991-2020.
Energieproductie
In april hebben we bijna al onze energie zelf op weten te wekken. Slechts 38 kWh hebben we ingekocht van het energiebedrijf. Alleen in 2020 en 2022 hebben we minder in hoeven kopen, toen leverde we zelfs terug aan het energiebedrijf. April laat ook een mooie mix zien van wind en zon, waarmee we in onze energiebehoefte voorzagen. Zo’n windturbine is best fijn als je ’s avonds er warmpjes bij wil zitten…
April laat ook een mooi aandeel van wind en zon zien in onze energieproductie. Aangevuld met minder dan 5% inkoop van elektriciteit van het energiebedrijf.
In de eerste vier maanden van het jaar hebben onze zonnepanelen 537 kWh opgewekt. Onze winddelen hebben 1.552 kWh opgewekt. Samen goed voor ruim 2.100 kWh. Daarnaast hebben onze warmtepomp en zonneboiler bijna 1.000 kWh warmte geproduceerd. De resterende 1.552 kWh elektriciteit hebben we ingekocht.
Over de eerste vier maanden hebben we 67% van onze energie zelf geproduceerd. Waarvan het leeuwendeel via onze winddelen en warmtepomp. Het aandeel inkoop van energie is teruggelopen tot 33%. In onderstaande grafiek is goed te zien dat dat voor de overstap op infraroodverwarming andersom lag. In de periode 2014-2018 produceerde we weliswaar bijna 100% van onze eigen stroom, maar zo’n 70% van onze energie kochten we nog steeds in in de vorm van aardgas voor verwarming. Pas vanaf 2019 loopt het aandeel aardgas terug en vanaf 2022 loopt het aandeel elektriciteit ook fors terug. De komende maanden verwacht ik dat onze zonnepanelen en winddelen per saldo meer gaan produceren dan we gebruiken. Waarmee het aandeel inkoop van elektriciteit ook terug gaat lopen.
Hieronder de grafiek in een iets andere vorm. Waarbij gebruik van energie aan verwarming, apparaten, warm water en teruglevering van elektriciteit positief is weergegeven. Het afnemen van elektriciteit, aardgas en de productie van warmte en elektriciteit (zonnepanelen, winddelen) is negatief weergegeven.
In onderstaande grafiek is goed zichtbaar dat we tussen 2014 en 2018 in de maand april meer elektriciteit produceerde dan we gebruikte. Terwijl we nog wel aardgas kochten. In april 2022 en 2023 kopen we nagenoeg geen elektriciteit in en hebben we ook geen aardgas meer ingekocht.
Onderstaande grafiek laat dezelfde gegevens zien, maar dan voor de eerste vier maanden van het jaar.
Ja maar, de CO2 uitstoot dan?
Een standaard reactie op infraroodverwarming is: je bespaart dan wel energie, maar de CO2 emissie gaat omhoog. Daarom hieronder de berekening van de CO2 footprint van ons energiegebruik per jaar. Daarom hieronder de CO2 emissie van ons energiebruik volgens 5 methoden berekend.
Nu zijn er vele manieren om de CO2 uitstoot van elektriciteit te bepalen. Hieronder de grafiek met de CO2 uitstoot volgens 5 gebruikte methodes. Bij alle vijf de methodes ben ik er vanuit gegaan dat de bijbehorende CO2 berekening wordt toegepast op aardgas en op de elektriciteit die in een gegeven maand niet van onze zonnepanelen of winddelen afkomstig is.
De eerste twee methoden gaan uit van de CO2 factoren die CBS berekent. Op de eerste plaats volgens de integrale methode van CBS. Deze gaat uit van de totale (hernieuwbare plus niet hernieuwbare) elektriciteitsproductie in verhouding tot de aan elektriciteit toegerekende inzet van aardgas, kolen en kernenergie. Elektriciteit uit afvalverbrandingsinstallaties en restgassen wordt niet meegenomen. De tweede methode van CBS is de referentieparkmethode. Deze gaat uit van de centrale elektriciteitsproductie uit aardgas, kolen en kernenergie, uitgezonderd die centrales waarbij de warmteproductie groter is dan 20 procent van de brandstofinzet.
De andere drie methoden maken gebruik van de CO2-emissiefactoren, zoals gepubliceerd op CO2-emissiefactoren.nl. In alle drie de gevallen ben ik uitgegaan van de well-to-wheel emissiefactoren, oftewel van de emissies in de gehele levenscyclus. Bij de eerste methode (grijs) ben ik ervan uitgegaan dat iedere kWh die we in moeten kopen van grijze stroom komt. Bij de tweede methode ben ik ervan uitgegaan dat we stroom van onbekende bron afnemen. Waarbij ik uitgegaan ben van de emissiefactor zoals die nu vermeld staat, waardoor de CO2 uitstoot van oudere jaren lager lijkt dan die in werkelijkheid was. Het aandeel hernieuwbare elektriciteit is de afgelopen 10 jaar namelijk gestegen in Nederland. In de laatste methode (stroometiket) ben ik vanaf 2015 uitgegaan van de strooommix zoals Greenchoice (onze energieleverancier) deze jaarlijks publiceert. Waarom pas vanaf 2015? Simpel, omdat ik van de jaren voor 2015 zo snel de stroometiketten niet kon vinden.
Voor het berekenen van de gemiddelden ben ik uitgegaan van goed vergelijkbare jaren: 2014-2018 voor verwarming met aardgas en 2019-2023 voor verwarming met infrarood.
Wat opvalt is dat de CO2 uitstoot volgens een aantal methoden fors daalt na overschakeling op infraroodverwarming. Onderstaande cijfers geven het aantal kg CO2 uitstoot in de maanden januari t/m april.
Wat opvalt is dat er nog maar één methode is die een stijging laat zien. Volgens alle andere methoden is er sprake van een daling van de CO2 uitstoot. Vorige maand waren dat er nog 2.
Het eerste kwartaal van 2023 is voorbij, tijd om het energiegebruik en de energieproductie van maart te bekijken. Maart 2023 was met 338 gewogen graaddagen 7% kouder dan maart 2022. Ons energiegebruik lag echter 45% hoger dan in maart 2022. Deels kwam dat doordat het aantal zonuren ook fors lager lag dan in 2022. Dat was merkbaar in de productie van onze zonnepanelen (42% lager dan in 2022).
Energiekosten
Van een daling van de kosten voor elektriciteit is nog niet veel te merken, ook al zijn de tarieven sinds eind vorig jaar wel aan het dalen. De stijging van de energiebelasting, terug naar het oude groeipad van voor de energiecrisis, maakt de daling van het tarief sinds december meer dan ongedaan. Daar komt bij dat het kale leveringstarief dat we betalen nog steeds 80% boven het tarief van vorig jaar ligt.
Procentueel bestond het grootste deel van onze energierekening in maart uit kosten voor elektriciteit, gevolgd door de kosten voor energiebelasting. Een schril contrast met de jaren tot en met 2021, waarin de leveringskosten van gas elektriciteit samen nooit meer dan 40% van de totale energiekosten in maart vormde.
In het eerste kwartaal zijn onze energiekosten met 33% gestegen ten opzichte van 2022. De kosten voor elektriciteit zijn slechts met 18% opgelopen ten opzichte van 2022, maar de kosten voor energiebelasting zijn ruim 2 keer zo hoog als vorig jaar. De teruggaaf energiebelasting ligt lager dan vorig jaar, waardoor de rekening met bijna 300 Euro gestegen is. Onze extra winddelen hebben dit wel afgevlakt.
De kosten van elektriciteit vormde in het eerste kwartaal 60% van onze rekening. De tweede grote kostenpost is de energiebelasting, die bijna 40% van de energierekening vormt. De kosten voor de elektriciteitsaansluiting en winddelen vallen nagenoeg weg tegen de teruggaaf energiebelasting.
Bruto energiegebruik
Doordat ons energiegebruik in maart hoger lag dan vorig jaar is ons bruto energiegebruik in het eerste kwartaal nagenoeg gelijk aan het eerste kwartaal van 2022. Daarmee is het bruto energiegebruik 17% hoger dan in 2020, het zuinigste jaar sinds we in ons huis wonen.
Energieproductie
In maart hebben onze zonnepanelen 42% minder geproduceerd dan in 2022. Doordat we meer winddelen hebben is de productie van onze winddelen gestegen van 80 naar 407 kWh. Samen zijn ze goed voor 556 kWh, goed voor 59% van ons energiegebruik.
Van onze zonnestroom hebben we in maart ruim 70% meteen gebruikt, voordeel van een lagere productie. Onze zonnepanelen en winddelen waren in maart goed voor 59% van onze energiegebruik. De resterende 41% hebben we ingekocht bij onze energieleverancier.
In het eerste kwartaal hebben we 3.127 kWh verbruikt. Onze zonnepanelen hebben 307 kWh geproduceerd en onze winddelen 1.298 kWh. Ons netto elektriciteitsgebruik ligt daarmee op 1.522 kWh. Dit is de hoeveelheid elektriciteit die we hebben ingekocht bij het energiebedrijf.
In het eerste kwartaal waren onze winddelen en zonnepanelen samen goed voor 51% van ons elektriciteitsgebruik. De resterende 49% hebben we aangevuld met elektriciteit van het energiebedrijf. Ons gasverbruik zit wederom op 0%.
Verwarming
Maart was fris en weinig zonnig. Wat voor ons reden was om meer te stoken dan in 2022. Het energiegebruik per gewogen graaddag lag met 1,44 kWh/gewogen graaddag in maart 2023 dan ook 54% hoger dan in maart 2022. Wat overigens nog steeds 39% lager is dan toen we stookten met aardgas (gemiddeld 2,17 kWh/gewogen graaddag). Gemiddeld ligt het energiegebruik sinds we overgestapt zijn op infraroodverwarming van ThermIQ 39% lager dan toen we met aardgas verwarmde.
Op jaarbasis ligt ons energiegebruik voor verwarming op 3.098 kWh. Wanneer ik dat corrigeer voor weerseffecten naar de periode 1991-2020 komt het verbruik op 3.697 kWh per jaar. Dat is een besparing van 39% ten opzichte van verwarmen met de cv-ketel.
Warm water en apparaten
We hebben de HeatCycle van DeWarmte nu ruim een jaar in bedrijf. In maart lag de cop op 4,4, oftwel met iedere kWh elektriciteit die we hebben verbruikt heeft de warmtepomp 4,4 warmte weten te produceren. In totaal hebben we in maart zo’n 70 kWh elektriciteit voor warm water gebruikt. Dat is meer dan in maat 2022, toen onze zonneboiler meer produceerde.
Bouwbesluit norm 1, 2 en 3,
CO2 uitstoot
Een van de veel gehoorde argumenten tegen overschakelen van verwarmen met aardgas naar verwarmen met infraroodverwarming is dat er geen CO2 reductie wordt gehaald. Sterker nog: dat de CO2 uitstoot zou stijgen.
Nu zijn er vele manieren om de CO2 uitstoot van elektriciteit te bepalen. Hieronder de grafiek met de CO2 uitstoot volgens 5 gebruikte methodes. Bij alle vijf de methodes ben ik er vanuit gegaan dat de bijbehorende CO2 berekening wordt toegepast op aardgas en op de elektriciteit die in een gegeven maand niet van onze zonnepanelen of winddelen afkomstig is.
De eerste twee methoden gaan uit van de CO2 factoren die CBS berekent. Op de eerste plaats volgens de integrale methode van CBS. Deze gaat uit van de totale (hernieuwbare plus niet hernieuwbare) elektriciteitsproductie in verhouding tot de aan elektriciteit toegerekende inzet van aardgas, kolen en kernenergie. Elektriciteit uit afvalverbrandingsinstallaties en restgassen wordt niet meegenomen. De tweede methode van CBS is de referentieparkmethode. Deze gaat uit van de centrale elektriciteitsproductie uit aardgas, kolen en kernenergie, uitgezonderd die centrales waarbij de warmteproductie groter is dan 20 procent van de brandstofinzet.
De andere drie methoden maken gebruik van de CO2-emissiefactoren, zoals gepubliceerd op CO2-emissiefactoren.nl. In alle drie de gevallen ben ik uitgegaan van de well-to-wheel emissiefactoren, oftewel van de emissies in de gehele levenscyclus. Bij de eerste methode (grijs) ben ik ervan uitgegaan dat iedere kWh die we in moeten kopen van grijze stroom komt. Bij de tweede methode ben ik ervan uitgegaan dat we stroom van onbekende bron afnemen. Waarbij ik uitgegaan ben van de emissiefactor zoals die nu vermeld staat, waardoor de CO2 uitstoot van oudere jaren lager lijkt dan die in werkelijkheid was. Het aandeel hernieuwbare elektriciteit is de afgelopen 10 jaar namelijk gestegen in Nederland. In de laatste methode (stroometiket) ben ik vanaf 2015 uitgegaan van de strooommix zoals Greenchoice (onze energieleverancier) deze jaarlijks publiceert. Waarom pas vanaf 2015? Simpel, omdat ik van de jaren voor 2015 zo snel de stroometiketten niet kon vinden.
Bovenstaande grafiek laat de CO2 uitstoot in het eerste kwartaal voor de verschillende berekeningsmethoden door de jaren heen zien. Wat opvalt is dat we in 2011 en 2014 volgens alle methoden een forse CO2 daling hebben bereikt. In 2011 komt dat door overschakeling op een HR-ketel en een zonneboiler. In 2014 door installatie van onze zonnepanelen en door onze winddelen.
Wat verder opvalt is dat onze CO2 uitstoot in 2019, het jaar dat we over zijn gestapt op infraroodverwarming, volgens alle methoden daalt t.o.v. 2018 en terugvalt tot het niveau van 2014. Ook valt op dat de CO2 uitstoot volgens de verschillende methoden vanaf 2015 steeds verder uit elkaar beginnen te lopen. Waarbij de stroometiket steevast de laagste emissie oplevert en de referentiemethode de hoogste.
Wanneer ik de gemiddelde CO2 uitstoot in de periode 2014-2018 (met aardgas als warmtevoorziening) vergelijk met de gemiddelde CO2 uitstoot over de periode 2019-2023 (met infraroodverwarming als warmtevoorziening) dan leveren 3 methoden een daling van de CO2 uitstoot op. De daling varieert tussen de 14 en 76%. Twee methoden (referentie en grijs) leveren een stijging op van 4 à 5%.
Welke methode je het best kan hanteren voor de berekening van de CO2-uitstoot laat ik graag over aan de puristen. Ik vind de belangrijkste constatering de stijging bij de methoden die een stijging laten zien relatief klein is (4 à 5%). Terwijl de daling van de andere methoden veel sterker is. Onze CO2-uitstoot is gemiddeld genomen met gedaald. Het specifieke getal van 19% vind ik niet zo interessant. Op jaarbasis blijft de conclusie overeind. Als ik aardgas vergelijk met infraroodverwarming is de daling in de periode 2019-2022 gemiddeld 14% t.o.v. 2014-2018. De stijging volgens de referentie en de grijze stroom methode is voor die periode 4% (60 tot 70 kg CO2 op jaarbasis).