Categorie: Persoonlijk

  • Energiegebruik & productie mei 2023

    Mei is voorbij, tijd voor een terugblik op ons energiegebruik en onze energieproductie in de maand mei. Het was de eerste maand van 2023 dat we meer elektriciteit geproduceerd hebben dan gebruikt en de eerste maand van het jaar dat onze energiekosten negatief waren.

    Energierekening

    In mei hebben we meer elektriciteit geproduceerd dan gebruikt. Dat betekent dat we mei de eerste maand is dat we per saldo opbrengsten hebben in plaats van energiekosten. In april moesten we nog zo’n 60 Euro betalen. In mei hebben we dat bedrag deels terugverdiend en krijgen we bijna 40 Euro terug. Dat is minder dan in mei 2022, toen we ongeveer 100 Euro verdiende met de extra elektriciteitsproductie.

    2023 Mei Energiekosten Mei 1

    De eerste vijf maanden van het jaar hebben we in totaal Euro 1.191 aan energiekosten gehad, ruim Euro 300 meer dan in 2021 en 2022 en ruim 500 Euro meer dan in de periode 2014-2020.

    2023 Mei Energiekosten Tm Mei 1

    Vooral de kosten van de energiebelasting en de kosten voor energie (gas en elektriciteit samen) zijn de afgelopen 3 jaar fors opgelopen. De stijging van de elektriciteitskosten worden wel gedempt door de opbrengsten van onze winddelen.

    Energiegebruik

    Het energiegebruik lag in mei 2023 hoger dan in mei 2020. Deels kwam dat doordat we langer gestookt hebben, deels doordat mei minder zonnig was en onze zonneboiler een onderhoudsbeurt nodig heeft. Hierdoor heeft onze warmtepomp harder moeten werken. Da’s niet terug te zien in onderstaande grafiek, maar ik vermoed toch echt dat de warmtepomp een aantal keer een anti-legionella cyclus heeft gemaakt, terwijl dat in mei 2022 niet nodig was. Vorig jaar was ons boilervat bijna de hele maand een aantal keer boven de 60 graden Celsius. Door problemen met onze zonneboiler is dat afgelopen maand nog niet voorgekomen.

    2023 Mei Energievraag

    In de eerste vijf maanden van het jaar is het energiegebruik gestegen ten opzichte van de eerste vijf maanden van 2022. We hebben dit jaar dus geen NegaWatts gescoord. Voor zowel warm water, apparaten als verwarming ligt het gebruik in 2023 hoger dan in 2022. Vanaf 2020 lijkt er nu een stijgende trend te zijn.

    2023 Mei Energievraag Tm Mei

    Verwarming

    In mei hebben we toch nog wat dagen gestookt, 0,22 kWh per gewogen graaddag om precies te zijn. Vorig jaar was de kachel in mei al helemaal uit. Toch is het verbruik voor verwarming op jaarbasis gedaald van 1,40 in mei 2022 naar 1,28 kWh per gewogen graaddag in mei 2023. Ook het langjarig gemiddelde voor verwarmen met infraroodverwarming is licht gedaald van 1,32 naar 1,31 kWh per gewogen graaddag.

    Die 1,31 kWH/gewogen graaddag is 40% minder dan toen we verwarmde met een hr-ketel. Het langjarig gemiddelde sinds we hier wonen is inmiddels gedaald van 2,17 kWh/gewogen graaddag in de periode dat we verwarmde met aardgas naar 1,89 kWh/gewogen graaddag.

    2023 Mei Verwarming Graaddagen

    Op jaarbasis is nog beter te zien wat het effect is van de overschakeling op infraroodverwarming. Een overstap die we in maart 2019 hebben gemaakt. Het verbruik in een standaard klimaatjaar daalt fors vanaf het moment van overschakelen. Ook het langjarig gemiddelde energiegebruik met infraroodverwarming ligt fors lager dan dat met aardgas. Beide zijn in onderstaande grafiek weergegeven voor het werkelijk aantal graaddagen van de afgelopen 12 maanden.

    2023 Mei Verwarming Jaartotaal

    Energieproductie

    In mei hebben we 676 kWh geproduceerd, waarvan 190 kWh aan warmte, 302 kWh aan zonnestroom en 184 kWh aan windenergie. We hebben slechts 563 kWh gebruikt, wat betekent dat we 113 kWh terug hebben geleverd. Dat is 130 kWh minder dan in 2022 en 110 kWh meer dan in 2021. De daling in de teruglevering ten opzichte van 2022 komt vooral doordat onze winddelen bijna 50 kWh minder hebben geproduceerd dan in 2022.

    2023 Mei Energieaanbod Mei 2

    In de eerste vijf maanden van het 2023 hebben we vooral meer warmte en meer windenergie geproduceerd dan in 2022. Dat komt doordat we in de loop van vorig jaar meer winddelen hebben gekocht en omdat onze warmtepomp het aardgas vervangen heeft voor het leveren van warm water.

    2023 Mei Energieaanbod Tm Mei

    Het aandeel aardgas ligt dit jaar voor het eerst op nul. Na 12 jaar wordt 2023 het eerste volle kalenderjaar met een jaarverbruik van 0 m3. Dat blijft ook zo, want de gasaansluiting en gasmeter zijn volledig verwijderd. Daardoor is het aandeel duurzame warmte gestegen van 15 naar ruim 20% in onze energiemix. Ook het aandeel windenergie is gestegen door de aanschaf van extra winddelen.

    2023 Mei Energieaanbod Tm Mei Aandeel

    Energiegebruik en productie

    In mei hebben we 563 kWh aan energie gebruikt en 113 kWh aan elektriciteit teruggeleverd aan het net. Onderstaande grafiek laat de opbouw van ons energiegebruik en de energieproductie zien.

    2023 Mei Vraag En Aanbod 2

    Onderstaande grafiek toont het energiegebruik en energieproductie in de eerste vijf maanden. De terugloop in het gasgebruik sinds 2019 is goed zichtbaar, net als de toename in elektriciteitsgebruik. Beide als gevolg van de overschakeling op infraroodverwarming. Ook valt op dat in 2023 de hoeveelheid duurzame warmte stijgt, door de overschakeling op onze hybride warmtepomp voor warm water.

    2023 Mei Vraag En Aanbod Tm Mei

    CO2 uitstoot

    De CO2 uitstoot van ons energiegebruik lag in mei op maandbasis op 0, ongacht de gehanteerde methode (zie hier voor de 5 gehanteerde methoden). Per saldo hebben we meer stroom geproduceerd dan dat we hebben afgenomen. Op kwartier en secondebasis zullen er ongetwijfeld momenten zijn dat we grijze stroom hebben afgenomen. Daar staat tegenover dat er ook momenten zijn dat we terugleveren, waarmee we een gas- of kolencentrale uit de markt drukken (in Nederland of er buiten) en daarmee bijdragen aan lagere CO2 emissies in de elektriciteitsmix.

    Gemiddeld ligt de CO2 uitstoot in mei in de jaren met infraroodverwarming 60% lager dan in jaren met aardgas. De uitkomst is voor alle vijf gehanteerde methoden gelijk.

    2023 Mei Co2 Uitstoot Mei

    Over de eerste vijf maanden van 2023 ligt de CO2 uitstoot volgens het stroometiket op 0 kilogram. Volgens de referentie methode ligt de uitstoot op 791 kg.

    2023 Mei Co2 Uitstoot Tm Mei

    De referentiemethode is de enige methode die een stijging van de CO2 uitstoot laat zien t.o.v. de periode op aardgas. De stijging bedraagt 1%. De andere methoden laten dalingen zien van 1 tot 76%. Gemiddeld laten de vijf methoden om de CO2 uitstoot te bepalen een daling van 23% zien.

    Image
  • Minister Harbers kondigt (alweer) verbod op varend ontgassen aan

    Minister Harbers heeft bekend gemaakt per 1 juli 2024 een nationaal verbod op varend ontgassen van chemicaliën, waaronder zeer zorgwekkende stoffen, in te voeren. Of de vlag werkelijk uit mag in dit lang slepende dossier weten we op 1 juli volgend jaar. Het zal niet de eerste keer zijn dat het ministerie terug komt op voornemens voor een nationaal verbod op varend ontgassen. In 2018 maakte toenmalig staatssecretaris Mansveld bekend dat varend ontgassen van vluchtige organische stoffen vanaf 2020 in heel Nederland verboden zou worden. En minister Van Nieuwenhuizen maakt later in 2018 bekend te onderzoeken of een sneller verbod mogelijk was. Nu is het dus minister Harbers die inzet op een nationaal verbod op varend ontgassen per 1 juli 2024. Daarbij zet de minister in op een verbod op het varend ontgassen van een grotere groep stoffen dan internationaal is afgesproken. Waarmee de minister tegemoet komt aan de wens van verladers en het varend bedrijfsleven.

    Ontgassen wat is het ook al weer?

    Nadat schippers hun lading hebben gelost is het soms nodig om de ruimen te ontdoen van restanten van die lading. Waar het vluchtige stoffen betreft wordt dit vaak gedaan door middel van het ontgassen van het varende schip aan de buitenlucht. De dampen die daarbij vrijkomen, bijvoorbeeld van benzeen of benzeenhoudende stoffen, kunnen milieu- en gezondheidsschade veroorzaken. Met behulp van ontgasinstallaties op de wal of op het schip kunnen schepen echter gecontroleerd worden ontgast.

    Omvang emissies

    Sargasso toonde in 2013 op basis van gegevens van CE Delft aan dat de emissies van varend ontgassen een factor 10 hoger lagen dan het RIVM rapporteerde via emissieregistratie.nl (korte versie, lange versie). De emissies daalde ook niet, zoals de VNCI toentertijd beweerde, maar lagen juist een factor 10 hoger dan officieel werd gerapporteerd. De publicatie van Sargasso leidde tot Kamervragen van de SP en GroenLinks, ook op lokaal en provinciaal niveau zijn de afgelopen jaren geregeld vragen gesteld over varend ontgassen. Uiteindelijk paste het RIVM de emissiecijfers voor varend ontgassen aan.

    De cijfers van het RIVM zijn waarschijnlijk nog steeds aan de lage kant, aangezien er volgens de officiële cijfers van Emissieregistratie.nl ongeveer 24.000 kg benzeen emissie per jaar is t.g.v. ontgassen door de binnenvaart. Bij een buitentemperatuur van 20 graden Celsius bevat een gemiddelde binnenvaarttanker 900 kg benzeendamp. Dat betekent dat er volgens de officiële emissiecijfers minder dan 30 binnenvaarttankers per jaar varend ontgassen in Nederland. Het aantal schepen dat potentieel benzeen moet ontgassen per jaar is volgens cijfers van de Taskforce Varend Ontgassen 2.000. Of dedicated en comptabilateits varen werkelijk zo’n grote vlucht hebben genomen in de binnentankvaart? Ik hou m’n twijfels.

    Provinciale verboden

    Sinds 2015 hebben verschillende provincies provinciale verboden op varend ontgassen ingesteld, deels als onderdeel van een regiodeal met het rijk. Toen het Rijk beweerde dat provinciale ontgasverboden niet rechtsgeldig zijn werden dat dode mussen. De bewering van het Rijk bleek later onjuist, omdat de rechter de provincie Zuid-Holland opdroeg het provinciale verbod op varend ontgassen te gaan handhaven. Voor provincies is dat moeilijk omdat zij (anders dan Rijkswaterstaat) niet over schepen voor handhaving beschikken. Het Rijk weigert tot nu toe mee te werken aan handhaving van provinciale verboden op rijkswateren, ondanks de uitspraak van de rechter.

    Nationaal versus internationaal recht

    In de beslisnota, die bij de Kamerbrief gepubliceerd is, wordt nog steeds gedaan alsof er voor het invoeren van een nationaal verbod op varend ontgassen op een bredere groep stoffen aanpassingen in internationale verdragen gemaakt moeten worden. Verbazingwekkend, gelet op de uitspraak van de rechter over provinciale ontgasverboden en gelet op het paper van Professor Alessandra Arcuri van de Erasmus School of Law, waarin ze stelde dat het internationaal recht eerder verplicht tot een nationaal verbod op varend ontgassen dan dat het zo’n verbod onmogelijk maakt. Deze boodschap herhaalde ze tijdens een ronde tafelgesprek in de Tweede Kamer. Een ronde tafel gesprek waarbij de deelnemers unaniem waren in hun pleidooi voor een snelle invoer van een verbod op varend ontgassen, dus zeker de moeite van het terugkijken waard.

    infographic varend ontgssen
    Infographic ontgassen. Bron: SVRGE

    Los van de internationale regels liet ik op Sargasso een aantal jaar geleden ook bovenstaande infographic zien. Wie daar naar kijkt en de getallen vergelijkt met de normen die in de nationale emissierichtlijn voor benzeen staan of in de arbonormen mag zich nog steeds afvragen waarom varend ontgassen niet verboden kan worden op basis van nationaal recht. De SVGRE stelt dat bij ontgassen de eerste uren terugloopt van 200.000 mg/m3 naar 3.000 mg/m3. De norm voor landinstallaties is 1 mg/m3. Da’s een overschrijding van de norm met een factor 200.0000 tot 1.000. Voor de opvarenden kan dat ook niet gezond zijn. De norm vanuit de arbo is met 0.7 mg/m3 namelijk lager dan de milieunorm. Daarbij zijn er nog wel wat meer nationale regels waar varend ontgassen van chemische stoffen niet aan voldoet…

    Vervolgstappen

    Volgens de brief van Harbers heeft Frankrijk de ratificatieprocedure van het CDNI bijna afgerond en de verwachting is dat ook Zwitserland (de laatste Verdragsstaat die nog moet ratificeren) het einde van dit jaar de ratificatie heeft afgerond. De minister beweert nog steeds dat invoer pas kan als alle verdragsstaten het verdrag hebben geratificeerd, maar wil nu toch inzetten op snelle invoer van een nationaal verbod.

    Een belangrijk onderdeel is ook dat er de Inspectie Leefomgeving & Transport gaat handhaven. Hiervoor wordt komend half jaar een plan opgesteld. Ruim 6 jaar na het aanpassen van het CDNI ligt dat blijkbaar nog niet op de plank. Het ministerie werkt ook aan een ‘roadmap varend ontgassen’. In de roadmap worden afspraken en acties opgenomen op het gebied van onder a ndere vergunningen, totstandkoming ontgassingsinfrastructuur, tijdlijn, rolverdeling en de inzet en doorontwikkeling van suboptimale ontgassingsinstallaties. De minister wil de roadmap voor de zomer klaar hebben en vaststellen in een volgend bestuurlijk overleg.

    Conclusie

    Voor omwonenden, schippers van binnenvaarttankers en de waterkwaliteit is het goed nieuws dat er eindelijk een eind lijkt te gaan komen aan het slepende dossier varend ontgassen. De vlag gaat pas uit als de beer daadwerkelijk geschoten is. De ervaring op dit dossier leert dat er altijd nog een onverwacht konijn uit de hoge hoed kan komen, waarmee een verbod of handhaving wederom worden uitgesteld.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Schippers eisen nationaal verbod op varend ontgassen

    Gelderlander meldt dat schippers van tankschepen willen dat minister Mark Harbers binnen drie weken een verbod instelt tegen varend ontgassen op de Waal en andere grote rivieren. Anders stappen ze naar de rechter, zegt Hans de Waard uit Arnhem, voorzitter van de recent opgerichte stichting Tankvaart Dampvrij. Die zet zich ook in voor een speciale ontgassingsinstallatie in Lingewaard.

    Open artikel

    Dit artikel is eerder verschenen op Sargasso.

  • Energiegebruik & productie april 2023

    April is voorbij, dus tijd om ons energiegebruik te bekijken. April 2023 was een stuk frisser dan april 2022, waardoor we meer energie hebben verbruikt. Onze winddelen brachten ook meer op, waardoor we per saldo minder dan 40 kWh elektriciteit hebben ingekocht. De energiekosten komen daarmee op minder dan 60 Euro in april.

    Energiekosten

    Zoals gezegd waren onze energiekosten in april minder dan 6o Euro. De grootste kostenpost was het elektriciteitsgebruik met 184 Euro, daar stond echter 172 Euro aan opbrengsten van onze winddelen en zonnepanelen tegenover. Wel hebben we 16 Euro aan onbalans kosten betaald aan Greenchoice. Per saldo kostte onze elektriciteit daarmee 29 Euro. Een euro meer dan de vaste aansluitkosten (netwerkkosten en vaste leveringskosten), deze bedroegen 28 Euro. De energiebelasting viel nagenoeg weg tegen de teruggaaf energiebelasting.

    2023 April Energiekosten April

    In de eerste vier maanden van het jaar bedragen onze energiekosten Euro 1.222. Het hoogste niveau sinds 2011. Niet zo

    Voor het grootste deel bestaan ze uit leveringskosten voor elektriciteit (ruim 2.000 Euro). Het prijsplafond levert ons naar verwachting zo’n 144 Euro op en we hebben zo’n Euro 1.100 zelf opgewekt met onze zonnepanelen en winddelen. Netto hebben we daarmee zo’n Euro 750 aan elektriciteitskosten gehad in de eerste vier maanden en Euro 65 aan onbalans kosten voor onze winddelen. In de eerste vier maanden van 2022 hadden we slechts 600 Euro aan elektriciteitskosten en 33 Euro aan onbalans kosten. We hadden toen nog wel Euro 63 aan gaskosten.

    In de eerste vier maanden van 2023 hebben we daarnaast bijna 500 Euro aan energiebelasting betaald. Een dikke verdubbeling ten opzichte van 2022, maar minder dan in 2021.

    2023 April Energiekosten Tm April

    Bruto energiegebruik

    Ons bruto energiegebruik lag in april op 738 kWh, waarvan 559 kWh elektriciteit. De resterende 179 kWh kwam als warmte van onze zonneboiler en hybride warmtepomp. Daarmee lag het energiegebruik in april op het gemiddelde van 746 kWh sinds we in 2011 ons huis hebben betrokken. Als we enkel kijken naar het gas en elektriciteitsverbruik ligt het 7% lager dan het gemiddelde gebruik sinds 2011.

    2023 April Energiegebruik April

    Over de eerste vier maanden lag ons energiegebruik op 4.675 kWh. Dat is 4,5% minder dan het gemiddelde gebruik in de periode 2011-2023. De 3.678 kWh elektriciteit is 1,3% minder dan het gemiddelde gas en elektriciteitsgebruik in de periode 2011-2023. Daarmee ligt het energiegebruik inmiddels wel 12% hoger dan 2020. Het zuinigste jaar tot nu toe voor de periode januari tot april

    2023 April Energiegebruik Tm April

    Bij het aandeel energiebronnen (gas, elektriciteit en warmte) valt op dat het aandeel aardgas vanaf 2018 stapsgewijs is verlaagd. Waarbij 2023 het eerste kalenderjaar is dat we vanaf januari geen aardgas hebben gebruikt. In dezelfde periode is de eerste jaren het aandeel elektriciteit opgelopen en in de laatste 2 jaar het aandeel warmte. Dat komt door de overstap op infraroodverwarming in 2019 en de installatie van onze warmtepomp begin 2022. Naarmate we meer elektriciteit weten te besparen zal het aandeel warmte naar verwachting verder oplopen.

    2023 April Energiegebruik Tm April Procentueel

    Energievragers

    In april verbruikte onze apparaten 292 kWh. Daarnaast hebben we 223 kWh nodig gehad voor warm water en 223 kWh voor verwarming. Daarmee was april een maand waarin we veel gestookt hebben. Sinds we op infraroodverwarming over zijn gestapt hebben we alleen in 2021 (corona: thuiswerken & thuis school) meer verstookt. Het verbruik van dit jaar is hieronder nog niet gecorrigeerd voor het aantal gewogen graaddagen, dus helemaal eerlijk is onderstaande vergelijking niet.

    2023 April Energievrager April

    Over de eerste vier maanden hebben we 1.433 kWh gebruikt voor apparaten, dat is 16% meer dan gemiddeld in de periode 2011-2023. Voor warm water hebben we 1.259 gebruikt. Dat is 35% meer dan in 2011-2023. Dat heeft waarschijnlijk te maken hebben met de warmtepomp, deze houdt non-stop 200 liter water op een temperatuur boven de 35 graden Celsius en warmt deze wekelijks op tot boven de 60 graden Celsius (legionella preventie). Voor de 1.259 kWh warm water is slechts 262 kWh elektriciteit gebruikt. Terwijl we voorgaande jaren 450-620 kWh aardgas nodig hadden voor warm water.

    Voor verwarming hebben we de eerste vier maanden 1.983 kWh nodig gehad. Dat is slechts 90 kWh meer dan in 2022, maar bijna 300 kWh meer dan 2020 (het zuinigste stookjaar tot nu toe). Gemiddeld hebben we met infraroodverwarming in de eerste vier maanden 54% zuiniger gestookt dan in de eerste vier maanden met aardgas. Wederom niet gecorrigeerd voor het aantal gewogen graaddagen, dus het is geen eerlijk vergelijking.

    2023 April Energievrager Tm April

    Verwarming

    April 2023 was met 218 gewogen graaddagen frisser dan 2022, dat slecht 200 gewogen graaddagen kende. Bovendien was april 2023 een stuk minder zonnig dan april 2022. Dat was te merken in ons energiegebruik voor verwarming. Hadden we in 2022 169 kWh nodig voor verwarming, in april 2023 was dat 179 kWh. Per gewogen graaddag lag het verbruik in april 2023 op 1,02 kWh, dat is ook hoger dan de 0,84 kWh van april 2022.

    Het langjarig gemiddelde met infraroodverwarming ligt op 1,32 kWh per gewogen graaddag. Dat is 39% minder dan het langjarig gemiddelde verbruik met aardgas (2,17 kWh per gewogen graaddag).

    2024 April Verwarming Per Graaddag

    Op jaarbasis verbruiken we momenteel 3.152 kWh. Gecorrigeerd voor gewogen graaddagen is dat 3.735 kWh. Een stuk lager dan de 6.339 kWh die we met aardgas gemiddeld gebruikte in een standaard jaar op basis van het gemiddeld aantal gewogen graaddagen voor de periode 1991-2020.

    2024 April Verwarming

    Energieproductie

    In april hebben we bijna al onze energie zelf op weten te wekken. Slechts 38 kWh hebben we ingekocht van het energiebedrijf. Alleen in 2020 en 2022 hebben we minder in hoeven kopen, toen leverde we zelfs terug aan het energiebedrijf. April laat ook een mooie mix zien van wind en zon, waarmee we in onze energiebehoefte voorzagen. Zo’n windturbine is best fijn als je ’s avonds er warmpjes bij wil zitten…

    2023 April Energiebronnen April

    April laat ook een mooi aandeel van wind en zon zien in onze energieproductie. Aangevuld met minder dan 5% inkoop van elektriciteit van het energiebedrijf.

    2023 April Energiebronnen April Verhouding

    In de eerste vier maanden van het jaar hebben onze zonnepanelen 537 kWh opgewekt. Onze winddelen hebben 1.552 kWh opgewekt. Samen goed voor ruim 2.100 kWh. Daarnaast hebben onze warmtepomp en zonneboiler bijna 1.000 kWh warmte geproduceerd. De resterende 1.552 kWh elektriciteit hebben we ingekocht.

    2023 April Energiebronnen Tm April

    Over de eerste vier maanden hebben we 67% van onze energie zelf geproduceerd. Waarvan het leeuwendeel via onze winddelen en warmtepomp. Het aandeel inkoop van energie is teruggelopen tot 33%. In onderstaande grafiek is goed te zien dat dat voor de overstap op infraroodverwarming andersom lag. In de periode 2014-2018 produceerde we weliswaar bijna 100% van onze eigen stroom, maar zo’n 70% van onze energie kochten we nog steeds in in de vorm van aardgas voor verwarming. Pas vanaf 2019 loopt het aandeel aardgas terug en vanaf 2022 loopt het aandeel elektriciteit ook fors terug. De komende maanden verwacht ik dat onze zonnepanelen en winddelen per saldo meer gaan produceren dan we gebruiken. Waarmee het aandeel inkoop van elektriciteit ook terug gaat lopen.

    2023 April Energiebronnen Tm April Verhouding

    Hieronder de grafiek in een iets andere vorm. Waarbij gebruik van energie aan verwarming, apparaten, warm water en teruglevering van elektriciteit positief is weergegeven. Het afnemen van elektriciteit, aardgas en de productie van warmte en elektriciteit (zonnepanelen, winddelen) is negatief weergegeven.

    In onderstaande grafiek is goed zichtbaar dat we tussen 2014 en 2018 in de maand april meer elektriciteit produceerde dan we gebruikte. Terwijl we nog wel aardgas kochten. In april 2022 en 2023 kopen we nagenoeg geen elektriciteit in en hebben we ook geen aardgas meer ingekocht.

    2023 April Energiebronnen En Gebruik April

    Onderstaande grafiek laat dezelfde gegevens zien, maar dan voor de eerste vier maanden van het jaar.

    2023 April Energiebronnen En Gebruik Tm April

    Ja maar, de CO2 uitstoot dan?

    Een standaard reactie op infraroodverwarming is: je bespaart dan wel energie, maar de CO2 emissie gaat omhoog. Daarom hieronder de berekening van de CO2 footprint van ons energiegebruik per jaar. Daarom hieronder de CO2 emissie van ons energiebruik volgens 5 methoden berekend.

    Nu zijn er vele manieren om de CO2 uitstoot van elektriciteit te bepalen. Hieronder de grafiek met de CO2 uitstoot volgens 5 gebruikte methodes. Bij alle vijf de methodes ben ik er vanuit gegaan dat de bijbehorende CO2 berekening wordt toegepast op aardgas en op de elektriciteit die in een gegeven maand niet van onze zonnepanelen of winddelen afkomstig is.

    De eerste twee methoden gaan uit van de CO2 factoren die CBS berekent. Op de eerste plaats volgens de integrale methode van CBS. Deze gaat uit van de totale (hernieuwbare plus niet hernieuwbare) elektriciteitsproductie in verhouding tot de aan elektriciteit toegerekende inzet van aardgas, kolen en kernenergie. Elektriciteit uit afvalverbrandingsinstallaties en restgassen wordt niet meegenomen. De tweede methode van CBS is de referentieparkmethode. Deze gaat uit van de centrale elektriciteitsproductie uit aardgas, kolen en kernenergie, uitgezonderd die centrales waarbij de warmteproductie groter is dan 20 procent van de brandstofinzet.

    De andere drie methoden maken gebruik van de CO2-emissiefactoren, zoals gepubliceerd op CO2-emissiefactoren.nl. In alle drie de gevallen ben ik uitgegaan van de well-to-wheel emissiefactoren, oftewel van de emissies in de gehele levenscyclus. Bij de eerste methode (grijs) ben ik ervan uitgegaan dat iedere kWh die we in moeten kopen van grijze stroom komt. Bij de tweede methode ben ik ervan uitgegaan dat we stroom van onbekende bron afnemen. Waarbij ik uitgegaan ben van de emissiefactor zoals die nu vermeld staat, waardoor de CO2 uitstoot van oudere jaren lager lijkt dan die in werkelijkheid was. Het aandeel hernieuwbare elektriciteit is de afgelopen 10 jaar namelijk gestegen in Nederland. In de laatste methode (stroometiket) ben ik vanaf 2015 uitgegaan van de strooommix zoals Greenchoice (onze energieleverancier) deze jaarlijks publiceert. Waarom pas vanaf 2015? Simpel, omdat ik van de jaren voor 2015 zo snel de stroometiketten niet kon vinden.

    Voor het berekenen van de gemiddelden ben ik uitgegaan van goed vergelijkbare jaren: 2014-2018 voor verwarming met aardgas en 2019-2023 voor verwarming met infrarood.

    2023 April Co2 Tm April

    Wat opvalt is dat de CO2 uitstoot volgens een aantal methoden fors daalt na overschakeling op infraroodverwarming. Onderstaande cijfers geven het aantal kg CO2 uitstoot in de maanden januari t/m april.

    Image

    Wat opvalt is dat er nog maar één methode is die een stijging laat zien. Volgens alle andere methoden is er sprake van een daling van de CO2 uitstoot. Vorige maand waren dat er nog 2.

  • Energiegebruik & productie maart 2023

    Het eerste kwartaal van 2023 is voorbij, tijd om het energiegebruik en de energieproductie van maart te bekijken. Maart 2023 was met 338 gewogen graaddagen 7% kouder dan maart 2022. Ons energiegebruik lag echter 45% hoger dan in maart 2022. Deels kwam dat doordat het aantal zonuren ook fors lager lag dan in 2022. Dat was merkbaar in de productie van onze zonnepanelen (42% lager dan in 2022).

    Energiekosten

    Van een daling van de kosten voor elektriciteit is nog niet veel te merken, ook al zijn de tarieven sinds eind vorig jaar wel aan het dalen. De stijging van de energiebelasting, terug naar het oude groeipad van voor de energiecrisis, maakt de daling van het tarief sinds december meer dan ongedaan. Daar komt bij dat het kale leveringstarief dat we betalen nog steeds 80% boven het tarief van vorig jaar ligt.

    2023 Maart Energiekosten

    Procentueel bestond het grootste deel van onze energierekening in maart uit kosten voor elektriciteit, gevolgd door de kosten voor energiebelasting. Een schril contrast met de jaren tot en met 2021, waarin de leveringskosten van gas elektriciteit samen nooit meer dan 40% van de totale energiekosten in maart vormde.

    2023 Maart Energiekosten Verdeling

    In het eerste kwartaal zijn onze energiekosten met 33% gestegen ten opzichte van 2022. De kosten voor elektriciteit zijn slechts met 18% opgelopen ten opzichte van 2022, maar de kosten voor energiebelasting zijn ruim 2 keer zo hoog als vorig jaar. De teruggaaf energiebelasting ligt lager dan vorig jaar, waardoor de rekening met bijna 300 Euro gestegen is. Onze extra winddelen hebben dit wel afgevlakt.

    2023 Maart Energiekosten 1ste Kwartaal

    De kosten van elektriciteit vormde in het eerste kwartaal 60% van onze rekening. De tweede grote kostenpost is de energiebelasting, die bijna 40% van de energierekening vormt. De kosten voor de elektriciteitsaansluiting en winddelen vallen nagenoeg weg tegen de teruggaaf energiebelasting.

    2023 Maart Energiekosten Verdeling 1ste Kwartaal

    Bruto energiegebruik

    Doordat ons energiegebruik in maart hoger lag dan vorig jaar is ons bruto energiegebruik in het eerste kwartaal nagenoeg gelijk aan het eerste kwartaal van 2022. Daarmee is het bruto energiegebruik 17% hoger dan in 2020, het zuinigste jaar sinds we in ons huis wonen.

    2023 Maart Ontwikkeling Bruto Energiegebruik Per Jaar

    Energieproductie

    In maart hebben onze zonnepanelen 42% minder geproduceerd dan in 2022. Doordat we meer winddelen hebben is de productie van onze winddelen gestegen van 80 naar 407 kWh. Samen zijn ze goed voor 556 kWh, goed voor 59% van ons energiegebruik.

    Van onze zonnestroom hebben we in maart ruim 70% meteen gebruikt, voordeel van een lagere productie. Onze zonnepanelen en winddelen waren in maart goed voor 59% van onze energiegebruik. De resterende 41% hebben we ingekocht bij onze energieleverancier.

    2023 Maart Energiegebruik 1

    In het eerste kwartaal hebben we 3.127 kWh verbruikt. Onze zonnepanelen hebben 307 kWh geproduceerd en onze winddelen 1.298 kWh. Ons netto elektriciteitsgebruik ligt daarmee op 1.522 kWh. Dit is de hoeveelheid elektriciteit die we hebben ingekocht bij het energiebedrijf.

    2023 Maart Energiegebruik 1ste Kwartaal

    In het eerste kwartaal waren onze winddelen en zonnepanelen samen goed voor 51% van ons elektriciteitsgebruik. De resterende 49% hebben we aangevuld met elektriciteit van het energiebedrijf. Ons gasverbruik zit wederom op 0%.

    2023 Maart Energiegebruik 1ste Kwartaal Verdeling

    Verwarming

    Maart was fris en weinig zonnig. Wat voor ons reden was om meer te stoken dan in 2022. Het energiegebruik per gewogen graaddag lag met 1,44 kWh/gewogen graaddag in maart 2023 dan ook 54% hoger dan in maart 2022. Wat overigens nog steeds 39% lager is dan toen we stookten met aardgas (gemiddeld 2,17 kWh/gewogen graaddag). Gemiddeld ligt het energiegebruik sinds we overgestapt zijn op infraroodverwarming van ThermIQ 39% lager dan toen we met aardgas verwarmde.

    2023 Maart Verwarming In Kwh Graaddag

    Op jaarbasis ligt ons energiegebruik voor verwarming op 3.098 kWh. Wanneer ik dat corrigeer voor weerseffecten naar de periode 1991-2020 komt het verbruik op 3.697 kWh per jaar. Dat is een besparing van 39% ten opzichte van verwarmen met de cv-ketel.

    2023 Maart Energieverbruik Verwarming Jaarbasis

    Warm water en apparaten

    We hebben de HeatCycle van DeWarmte nu ruim een jaar in bedrijf. In maart lag de cop op 4,4, oftwel met iedere kWh elektriciteit die we hebben verbruikt heeft de warmtepomp 4,4 warmte weten te produceren. In totaal hebben we in maart zo’n 70 kWh elektriciteit voor warm water gebruikt. Dat is meer dan in maat 2022, toen onze zonneboiler meer produceerde.

    Afbeelding

    Bouwbesluit norm 1, 2 en 3,

    CO2 uitstoot

    Een van de veel gehoorde argumenten tegen overschakelen van verwarmen met aardgas naar verwarmen met infraroodverwarming is dat er geen CO2 reductie wordt gehaald. Sterker nog: dat de CO2 uitstoot zou stijgen.

    Nu zijn er vele manieren om de CO2 uitstoot van elektriciteit te bepalen. Hieronder de grafiek met de CO2 uitstoot volgens 5 gebruikte methodes. Bij alle vijf de methodes ben ik er vanuit gegaan dat de bijbehorende CO2 berekening wordt toegepast op aardgas en op de elektriciteit die in een gegeven maand niet van onze zonnepanelen of winddelen afkomstig is.

    De eerste twee methoden gaan uit van de CO2 factoren die CBS berekent. Op de eerste plaats volgens de integrale methode van CBS. Deze gaat uit van de totale (hernieuwbare plus niet hernieuwbare) elektriciteitsproductie in verhouding tot de aan elektriciteit toegerekende inzet van aardgas, kolen en kernenergie. Elektriciteit uit afvalverbrandingsinstallaties en restgassen wordt niet meegenomen. De tweede methode van CBS is de referentieparkmethode. Deze gaat uit van de centrale elektriciteitsproductie uit aardgas, kolen en kernenergie, uitgezonderd die centrales waarbij de warmteproductie groter is dan 20 procent van de brandstofinzet.

    De andere drie methoden maken gebruik van de CO2-emissiefactoren, zoals gepubliceerd op CO2-emissiefactoren.nl. In alle drie de gevallen ben ik uitgegaan van de well-to-wheel emissiefactoren, oftewel van de emissies in de gehele levenscyclus. Bij de eerste methode (grijs) ben ik ervan uitgegaan dat iedere kWh die we in moeten kopen van grijze stroom komt. Bij de tweede methode ben ik ervan uitgegaan dat we stroom van onbekende bron afnemen. Waarbij ik uitgegaan ben van de emissiefactor zoals die nu vermeld staat, waardoor de CO2 uitstoot van oudere jaren lager lijkt dan die in werkelijkheid was. Het aandeel hernieuwbare elektriciteit is de afgelopen 10 jaar namelijk gestegen in Nederland. In de laatste methode (stroometiket) ben ik vanaf 2015 uitgegaan van de strooommix zoals Greenchoice (onze energieleverancier) deze jaarlijks publiceert. Waarom pas vanaf 2015? Simpel, omdat ik van de jaren voor 2015 zo snel de stroometiketten niet kon vinden.

    20232 Maart Co2 Uitstoot 2

    Bovenstaande grafiek laat de CO2 uitstoot in het eerste kwartaal voor de verschillende berekeningsmethoden door de jaren heen zien. Wat opvalt is dat we in 2011 en 2014 volgens alle methoden een forse CO2 daling hebben bereikt. In 2011 komt dat door overschakeling op een HR-ketel en een zonneboiler. In 2014 door installatie van onze zonnepanelen en door onze winddelen.

    Wat verder opvalt is dat onze CO2 uitstoot in 2019, het jaar dat we over zijn gestapt op infraroodverwarming, volgens alle methoden daalt t.o.v. 2018 en terugvalt tot het niveau van 2014. Ook valt op dat de CO2 uitstoot volgens de verschillende methoden vanaf 2015 steeds verder uit elkaar beginnen te lopen. Waarbij de stroometiket steevast de laagste emissie oplevert en de referentiemethode de hoogste.

    Wanneer ik de gemiddelde CO2 uitstoot in de periode 2014-2018 (met aardgas als warmtevoorziening) vergelijk met de gemiddelde CO2 uitstoot over de periode 2019-2023 (met infraroodverwarming als warmtevoorziening) dan leveren 3 methoden een daling van de CO2 uitstoot op. De daling varieert tussen de 14 en 76%. Twee methoden (referentie en grijs) leveren een stijging op van 4 à 5%.

    Afbeelding 2

    Welke methode je het best kan hanteren voor de berekening van de CO2-uitstoot laat ik graag over aan de puristen. Ik vind de belangrijkste constatering de stijging bij de methoden die een stijging laten zien relatief klein is (4 à 5%). Terwijl de daling van de andere methoden veel sterker is. Onze CO2-uitstoot is gemiddeld genomen met gedaald. Het specifieke getal van 19% vind ik niet zo interessant. Op jaarbasis blijft de conclusie overeind. Als ik aardgas vergelijk met infraroodverwarming is de daling in de periode 2019-2022 gemiddeld 14% t.o.v. 2014-2018. De stijging volgens de referentie en de grijze stroom methode is voor die periode 4% (60 tot 70 kg CO2 op jaarbasis).

  • Infraroodverwarming en BENG in de praktijk

    Bij verwarming met infrarood is een standaard terugkerende discussie of je daarmee wel voldoet of kunt voldoen aan de normen voor nieuwbouw (BENG = Bijna Energie Neutrale Gebouwen). Laat ik voorop stellen dat de bouwkwaliteit van onze woning daar zeker niet aan voldoet met Rc waardes van 2,5 voor de muren. Dat neemt niet weg dat het leuk is om te rekenen en te zien of we met onze woning uit 1991, verwarming d.m.v. infraroodverwarming (COP 1), mechanische ventilatie en warmwatervoorziening d.m.v. zonneboiler (COP iemand?) en hybride warmtepomp (COP 3,7) voldoen aan de nieuwbouwnorm voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG).

    BENG is sinds 1 januari 2021 de manier waarop de de energieprestatie voor bijna energieneutrale gebouwen vast wordt gelegd. Daarbij gelden 3 normen:

    1. de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar
    2. het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar
    3. het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten

    BENG 1: energiebehoefte

    Voor het bepalen van de energiebehoefte wordt de energiebehoefte voor verwarming en koeling opgeteld.

    Deze kijkt naar een optimale kwaliteit van de gebouwschil waarbij zowel de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting als de aanwezigheid van koudebruggen een rol speelt. Niet alleen isolatie, maar juist het samenspel van bovenstaande factoren, de vorm (geometrie) en de ligging van een gebouw zijn van belang om de energiebehoefte van een gebouw zo veel mogelijk te beperken. BENG 1 gaat over al deze factoren. Hierbij wordt gerekend met een vastgesteld ‘neutraal’ ventilatiesysteem. De energiebehoefte invullen kan met hernieuwbare of fossiele energie.

    Het elektriciteitsgebruik voor de mechanische ventilatie die we hebben (Orcon MVS-15 RHB met vochtsensor)is volgens het productblad 0,5 kWh/m2 per jaar. Met een vloeroppervlak van 119 m2 komt dat op 60 kWh. Correctie erover voor het geval ie in de praktijk minder zuinig zou zijn rond ik het af op 100 kWh/jaar voor mechanische ventilatie (0,84 kWh/m2 per jaar). Bij BENG 1 wordt uitgegaan van de elektriciteitsmix, wat betekent dat er gecorrigeerd wordt voor het verlies van energie in gascentrales, kolencentrales en tijdens transmissie. Dat levert sinds 2021 een correctiefactor (primaire energiefactor) van 1,45 op voor elektriciteitsgebruik. Tot en met 2020 bedroeg de correctiefactor 2,55. Dat betekent dat de mechanische ventilatie voor 145 kWh meetelt.

    Tel ik daar het gemiddeld verbruik van de HR ketel voor verwarming in een standaardjaar (6.339 kWh) bij op dan is het totale energiegebruik voor koeling en verwarming 6.484 kWh. Oftewel 54 kWh/m2 per jaar bij verwarming met de cv-ketel.

    Met infraroodverwarming is het gemiddeld elektriciteitsgebruik voor verwarming 3.926 kWh/jaar. Inclusief mechanische ventilatie kom ik op 4.026 kWh. Gecorrigeerd met de primaire energiefactor komt dat op 5.693 kWh/jaar, oftewel 48 kWh/m2 per jaar.

    Beng 1 Norm Vs Praktijk 2

    Bovenstaande grafiek laat zien wat het effect is van de primaire energiefactor. De rode kolommen geven het energiegebruik in kWh/m2 per jaar weer voordat dit is gecorrigeerd voor primair energiegebruik. De blauwe kolommen geven hetzelfde energiegebruik weer, maar dan gecorrigeerd voor primair energiegebruik.

    BENG 2: Primair energiegebruik

    Het primair fossiel energiegebruik is een optelsom van het primair energiegebruik voor verwarming, koeling, warmtapwaterbereiding en ventilatoren. Voor utiliteitsgebouwen telt ook het primair energiegebruik voor verlichting en voor bevochtiging (indien aanwezig) mee. Voor zowel woningen en utiliteitsgebouwen geldt dat, als er PV-panelen of andere hernieuwbare energiebronnen aanwezig zijn, de opgewekte energie van het primair energiegebruik wordt afgetrokken. De norm voor BENG 2 is 50 kWh/m2 per jaar.

    Sinds we over zijn op infraroodverwarming hebben we gemiddeld 1.141 kWh aan aardgas en 157 kWh per jaar aan elektriciteit gebruikt voor warm water. Voor verwarming hebben we gemiddeld 3.826 kWh elektriciteit gebruikt (standaardjaar, dus gecorrigeerd voor weersinvloeden). Voor ventilatie hebben we 100 kWh/jaar gebruikt. Onze zonnepanelen hebben gemiddeld 2.151 kWh/jaar geproduceerd. In totaal hebben we daarmee gemiddeld een netto elektriciteitsgebruik van 1.932 kWh/jaar. Gecorrigeerd met de primaire energiefactor van 1,45 komt dat op 2.801 kWh/jaar. Tel daar het gemiddeld aardgasgebruik bij op en ons primaire fossiele energiegebruik bedraagt 3.943 kWh/jaar. Per vierkante meter is dat 33 kWh/m2 per jaar. In de periode dat we aardgas stookte was dat gemiddeld 50 kWh/m2 per jaar. Wat vooral komt door de jaren zonder zonnepanelen. Laat ik die jaren buiten beschouwing dan zitten we op 43 kWh/m2 per jaar.

    Beng 2 Norm Vs Praktijk

    BENG 3: aandeel hernieuwbare energie

    Het aandeel hernieuwbare energie wordt bepaald door de hoeveelheid hernieuwbare energie te delen door het totaal van hernieuwbare energie en primair fossiel energiegebruik. Hernieuwbare energie is afkomstig uit zon, biomassa, buitenlucht en bodem. Deze vergroten het aandeel hernieuwbare energie. De norm voor een grondgebonden woning is tenminste 50% hernieuwbare energie.

    We produceren hernieuwbare energie via onze zonneboiler (gemiddeld 1.205 kWh/jaar), onze zonnepanelen (gemiddeld 2.151 kWh/jaar) en inmiddels ook met onze warmtepomp (2.062 kWh/jaar in het eerste jaar). In totaal produceren we dus 5.362 kWh/jaar. Ons primaire elektriciteitsgebruik was de laatste 12 maanden 3.416 kWh (gecorrigeerd voor weersinvloeden). Dat maakt dat BENG 3: 5.362/(5362+3416)=5.362/8.978=62%.

    Beng 3 Norm Vs Praktijk 1

    Bovenstaande grafiek laat zien dat we door het installeren van de hybride warmtepomp de norm voor BENG 3 halen. In de jaren daarvoor kwamen we enkel in de buurt wanneer we ook de opbrengst van onze winddelen meetellen.

    Conclusie

    In een eerder berichtje op social media beweerde ik dat ik in alle jaren we verwarmen met infraroodpanelen alle 3 de BENG normen hadden behaald. Dat is wat te vroeg gejuicht geweest. Dat komt doordat ik de primarie energiefactor niet meegewogen had in mijn eerdere berekeningen.

    Wanneer ik die wel meeweeg dan hebben we in 2022 met ons energiegebruik aan alle 3 de BENG normen. De juiste versie van de tabel per jaar ziet er als volgt uit (rood voldoet niet aan de norm, groen voldoet wel aan de norm).

    Image

    In bovenstaand overzicht is te zien dat de grote uitdaging zat in het aandeel hernieuwbare energie. Zonder de warmteproductie van onze hybride warmtepomp hadden we niet aan de BENG eis kunnen voldoen, tenzij we meer zonnepanelen hadden bijgeplaatst. Deze laatste optie hebben we overwogen, maar die had voor een grotere seizoensonbalans gezorgd (meer productie in de zomer, terwijl we juist energievraag hebben in de winter).

    Er valt ongetwijfeld het nodige af te dingen op mijn berekeningsmethoden en ze voldoen zeker niet aan de NTA 8800:2023. Mocht je fouten zien dan kan je je commentaar hieronder kwijt.

    De berekeningen geven een aardig beeld van wat er kan, ook met infraroodverwarming. Want als ik in mijn grondgebonden woning uit 1991 de normen voor nieuwbouw kan halen dan moet het appeltje-eitje zijn voor een beetje bouwer van naam.

    PS Voor degene die geen warmtepomp willen vanwege de recente ophef over de hogere milieu-impact heb ik slecht nieuws. Narekening leert me dat warm water met aardgas enkel beter voor het klimaat is als je ervan uitgaat dat je iedere vier jaar alle koelvloeistof uit je warmtepomp laat lopen. En dan hou ik nog rekening met het voorstel voor herziening van de f-gassen richtlijn van de EU, waardoor er klimaatvriendelijkere koelvloeistoffen gebruikt moeten gaan worden.

  • Een jaar zonder aardgasverbruik

    Op 24 februari 2022, de dag dat Rusland Oekraïne wederom inviel, hebben we onze cv-ketel uitgezet. De invasie van Oekraïne is nog (lang) niet voorbij, maar wij zijn inmiddels wel een jaar zonder aardgas. Een jaar waarin we de laatste stappen naar het aardgasvrij maken van onze woning hebben gemaakt. Tijd dus om de balans op te maken van energiegebruik en energieproductie zonder aardgas. Een volgende keer za. Maar eerst het belangrijkste onderdeel in deze dure tijden: het effect op de energierekening.

    Energierekening

    Onze energiekosten zijn in februari 19% hoger dan in februari 2022. De vaste lasten en de kosten voor aardgas zijn gedaald. Daar staat een stijging van de kosten voor met name elektriciteit en energiebelasting tegenover. We hebben ook meer winddelen, wat zorgt dat de onbalansvergoeding aan het energiebedrijf ook gestegen zijn. In totaal hebben we 340 Euro aan energiekosten gehad. Die bijna volledig bestaan uit kosten voor ingekochte elektriciteit en energiebelasting.

    2023 Februari Kosten Energierekening Februari 1

    In de eerste twee maanden van het jaar bedragen onze energiekosten 855 Euro, een stijging met 17% t.o.v. 2022. Het grootste van de stijging bestaat uit de toegenomen kosten voor energiebelasting. De gestegen kosten voor elektriciteit worden meer dan gecompenseerd door de gedaalde kosten voor aardgas en de gedaalde vaste lasten (netwerkkosten en leveringskosten aardgas).

    2023 Februari Kosten Energierekening 1

    De kosten voor energiebelasting en opslag duurzame energie zijn in de loop der jaren behoorlijk gestegen.Ten opzichte van de jaren voor 2022 valt echter vooral op dat de leveringskosten van elektriciteit fors gestegen zijn. In de eerste twee maanden van 2023 hebben we evenveel elektriciteit van het energiebedrijf afgenomen als in de eerste twee maanden van 2020. De kosten liggen echter veel hoger. Deze stijging komt dus echt door de prijsstijging van de afgelopen twee jaar en niet doordat we meer elektriciteit zijn gaan gebruiken.

    De verwachting is dat de leveringskosten voor elektriciteit nog wel terug lopen na het stookseizoen, omdat onze zonnepanelen en winddelen samen de komende maanden een groter deel van ons elektriciteitsgebruik gaan leveren. Of dat voldoende gaat zijn om een de energierekening te laten dalen tot onder het niveau van 2022 weet ik niet, dat hangt ook af van de ontwikkeling van de elektriciteitsprijs. Mijn verwachting is dat deze de komende maanden gaat dalen.

    2023 Februari Energierekening Procentueel 1

    Bovenstaande grafiek laat zien dat onze energierekening de eerste twee maanden van het jaar voor ruim 50% uit leveringskosten van elektriciteit bestaat. Terwijl de netwerkkosten die we betalen voor enkel elektriciteit in 2023 even hoog zijn als de netwerkkosten voor elektriciteit en gas in 2011 samen. Een groot verschil met 2011 toen de leveringskosten van elektriciteit minder dan 10% bedroeg en de kosten van elektriciteit en gas samen minder dan 40% bedroegen.

    Zonder winddelen of zonnepanelen waren de energiekosten over de eerste 2 maanden ruim 1.400 Euro geweest.

    Bruto energiegebruik

    Ons bruto energiegebruik lag in februari lager dan in 2022 en lager dan gemiddeld met infraroodverwarming. Belangrijkste reden is het vervangen van de cv door een hybride warmtepomp voor warm water.

    2023 Februari Ontwikkeling Bruto Energiegebruik Per Jaar

    Ons bruto energiegebruik ligt 14% lager dan gemiddeld sinds we over zijn gegaan naar infraroodverwarming. Het lukt dus weer aardig om NegaWatts te scoren. Het energiegebruik in de eerste twee maanden ligt nog wel 4% hoger dan in 2020, het meest zuinig jaar sinds 2011.

    Aardgasvrij verwarmen

    Februari was met 371 gewogen graaddagen kouder dan februari 2022, toen er 334 gewogen graaddagen waren. Toch is het ons gelukt om 4% minder elektriciteit voor verwarming te gebruiken.

    2023 Februari Verwarming In Kwh Graaddag

    Bovenstaande grafiek laat zien dat we sinds we overgestapt zijn op infraroodverwarming van ThermIQ niet meer boven de 2 kWh/gewogen graaddag zijn uitgekomen. Traditiegetrouw ligt de piek in het gebruik voor verwarming in januari/februari. In februari lag het verbruik op 1,5 kWh/gewogen graaddag. Dat is 15% zuiniger dan in 2022. Waardoor we de ondanks de stijging door koudere dagen toch minder elektriciteit hebben gebruikt dan in februari 2022.

    2023 Februari Energieverbruik Verwarming Jaarbasis

    Ook op jaarbasis is het energiegebruik voor verwarming gedaald. In werkelijkheid ligt het nu op 2.900 kWh. Wanneer ik dat corrigeer voor het weerseffect zouden we in de periode 1991-2020 3.501 kWh hebben verbruikt. Als ik corrigeer voor klimaatverandering sinds 1901-1930 dan zouden we 3.798 kWh hebben gebruik.

    Gemiddeld ligt ons jaarverbruik sinds we overgestapt zijn op 3.826 kWh tegenover 6.339 kWh toen we aardgas gebruikte voor verwarming. Daarmee besparen we 40% aan energie ten opzichte van onze cv-ketel.

    Aardgasvrij warm water

    In februari heeft onze HeatCycle 61 kWh gebruikt voor het maken van warm water. Dat is een besparing van 72% t.o.v. het energiegebruik in februari 2022.

    Afbeelding

    De HeatCycle heeft ruim 200 kWh terug gewonnen uit ons afvalwater, waarmee een gemiddeld COP van 4,5 is bereikt. Een mooie prestatie als je bedenkt dat het apparaat enkel warm water levert en geen verwarming. Gemiddeld is de temperatuur die geleverd moet worden dus aan de hoge kant. Waarmee ik een lagere COP zou verwachten. Sinds de installatie een jaar geleden ligt de gemiddelde COP op 3,7. Waarmee het apparaat keurig aan de verwachting voldoet.

    Op jaarbasis hebben we in ons eerste jaar zonder aardgas 581 kWh voor warm water gebruikt. Tegen 1.492 kWh toen we naast de zonneboiler de cv-ketel gebruikte voor warm water. Een besparing van bijna 1.000 kWh per jaar.

    Energieproductie

    In februari hebben onze winddelen 50% meer opgeleverd dan in 2022, dat komt vooral doordat we meer winddelen hebben dan vorig jaar. Onze zonnepanelen hebben ongeveer evenveel geproduceerd als in februari 2022. Samen hebben ze 49% van de elektriciteit die we nodig hadden geproduceerd.

    2023 Energiebronnen Februari

    Dat beeld blijft overeind als je de eerste twee maanden van het jaar bekijkt, ook dan hebben we 48% van de elektriciteit die we nodig hadden zelf geproduceerd met winddelen en zonnepanelen. Het aandeel aardgas is teruggevallen naar 0%.

    2023 Februari Energiebron Procentueel

    Op jaarbasis produceren we nu ruim 5.500 kWh. Waarvan bijna 3.200 kWh van onze winddelen. Op jaarbasis is de verwachting dat deze gemiddeld 4.500 kWh opleveren, maar ik vermoed dat dat wat lager uit zal komen.

    Energieproductie 12 Maands Voortschrijdend Totaal

    Onderstaande figuur laat goed zien hoe zowel de hoeveelheid ingekocht aardgas als de hoeveelheid ingekochte elektriciteit sinds begin 2022 fors zijn teruggelopen tot inmiddels minder dan 2.000 kWh. De overige elektriciteit wordt geproduceerd door onze winddelen en zonnepanelen.

    2023 Februari Energieverbruik 12 Maanden Naar Bron

    Het aandeel zelf opgewekte energie lag jarenlang rond de 30 tot 40%. Inmiddels produceren we op jaarbasis 78% van ons energiegebruik zelf (nog los van de warmteproductie van onze zonneboiler en warmtepomp). De overige 22% elektriciteit kopen we in bij Greenchoice.

    2023 Februari Aandeel Per Bron Op Jaarbasis

    Bovenstaande grafiek laat mooi zien hoe we na het installeren van de infraroodverwarming weer stroom zijn gaan inkopen bij Greenchoice. Inmiddels weten we hoeveel extra stroom we nodig hebben en hebben we extra winddelen bijgekocht. Het aandeel inkoop van elektriciteit loopt daarmee weer terug.

  • Professor maakt gehakt van argumentatie tegen verbod varend ontgassen

    Eerder schreef ik over het onderzoeksrapport ‘Floating Degassing in the Netherlands: Rights and Obligations under International Law.‘Dat professor Arcuri en phd-kandidaat Errol, beide van Erasmus School of Law, schreven met ondersteuning van The Erasmus Initiative ‘Dynamics of Inclusive Prosperity’. Ook heb ik aandacht besteed aan de reactie van minister Harbers, waarin hij uitlegde dat een nationaal verbod niet zou kunnen. Dinsdag publiceerde professor Arcuri een open brief aan de minister, waarin ze de argumenten van de minister weerlegt. Reden voor de Tweede Kamer om de stemmingen over de moties over varend ontgassen uit te stellen. Uit de wandelgangen hoort Sargasso dat er mogelijk een technische briefing georganiseerd gaat worden met professor Arcuri, zodat Tweede Kamerleden zich kunnen laten informeren over de (on)mogelijkheden van een nationaal verbod.

    Brief professor Arcuri

    In de open brief gaan Arcuri en Erol in op de drie argumenten die minister Harbers noemt als oorzaak om geen nationaal ontgasverbod in te kunnen of hoeven stellen. Op de eerste plaats hanteerde minister Harbers het argument dat artikel 18 van het Verdrag van Wenen inzake Verdragenrecht. Op de tweede plaats noemde de minister praktische bezwaren en ten derde beargumenteerde de minister dat de Nederlandse staat voldoet aan zijn mensenrechten verplichtingen door zich internationaal in te zetten voor een verbod op varend ontgassen.

    Verdrag van Wenen inzake verdragenrecht

    Op p. 2 van de brief geeft de minister een concrete motivering waarom specifieke bepalingen van internationale verdragen worden gezien als een belemmering voor de Nederlandse regering om  maatregelen te nemen tegen varend ontgassen. De minister stelt in zijn brief dat Nederland geen nationale wetgeving kan aannemen om ontgassen te verbieden  vanwege artikel 18 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht (VCLT). Dit artikel luidt als volgt:

    Artikel 18. Verplichting voorwerp en doel van een verdrag niet ongedaan te maken alvorens zijn inwerkingtreding

    Een Staat moet zich onthouden van handelingen die een verdrag zijn voorwerp en zijn doel zouden ontnemen, indien:

    • a) hij het verdrag heeft ondertekend of de akten die het verdrag vormen heeft uitgewisseld onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, totdat hij zijn bedoeling geen partij te willen worden bij het verdrag kenbaar heeft gemaakt; of
    • b) hij zijn instemming door het verdrag gebonden te worden tot uitdrukking heeft gebracht in de periode die aan de inwerkingtreding van het verdrag voorafgaat op voorwaarde dat deze inwerkingtreding niet onnodig wordt vertraagd.

    De minister betoogt dat de plicht tot het instellen van de infrastructuur voor verantwoord ontgassen, vastgelegd in het Verdrag, impliceert dat een nationaal verbod zonder de oprichting van een dergelijke installatie in strijd zou zijn met de bepalingen uit het verdrag:

    Omdat de oplossing voor het aanleggen van ontgassingsinstallaties is opgenomen in dit verdrag, zou een nationale beperking zonder het aanleggen van ontgassingsinstallaties in strijd zijn met de bepalingen uit het
    verdrag.

    Deze redenering is volgens Arcuri en Erol echter twijfelachtig. Artikel 5.02 van de 2017 Wijzigingen van het CDNI bepaalt:

    De Verdragsluitende Staten verplichten zich ertoe om infrastructurele en andere voorzieningen voor de afgifte en inname van restlading, overslagresten, ladingrestanten, waswater en dampen tot stand te brengen dan wel te laten brengen.

    Dit is een positieve verplichting, wat inhoudt dat de staat verplicht is iets te doen. Niets in het verdrag belet de Nederlandse staat om deze infrastructuur al te realiseren. De redenering van de minister zou deugdelijk zijn als de bepaling zou zijn geformuleerd als een negatieve verplichting, dat wil zeggen een verplichting iets niet te doen. Het artikel had bijvoorbeeld kunnen luiden:

    De Verdragsluitende Staten verbinden zich er niet toe de infrastructuur op te zetten of te laten opzetten vóór het
    verdrag is in werking getreden.

    Nergens in het verdrag kan echter zo’n negatieve verplichting gevonden worden. Dit betekent dat, mocht de Nederlandse staat dat willen, nu al kan worden begonnen met het opbouwen van een dergelijke infrastructuur. Evenzo is er in het verdrag geen
    verplichting om varend ontgassen niet te verbieden of varend ontgassen niet door te voeren in nationale regelgeving voordat het verdrag in werking treedt. Het verdrag stelt een algemene en onvoorwaardelijke verplichting om varend ontgassen te verbieden. Nederland kan varend ontgassen dus verbieden voordat het verdrag in werking treedt.

    Sterker nog, als art. 18 VCLT überhaupt moet worden ingeroepen, kan het zijn om het tegenovergestelde te beweren. In dit verband moeten we opmerken dat een van de belangrijkste doelstellingen van het CDNI verdrag de bescherming van het milieu is. Er is onderhandeld over de CDNI-amendementen van 2017 om dit doel te realiseren. De onderhandelingen waren succesvol en consensus tussen de Overeenkomstsluitende partijen over inhoudelijke wijzigingen zijn bereikt. In 2017 heeft de CDNI Wijzigingen zijn aangenomen door de Conferentie van de Verdragsluitende Partijen. Dit draagt er getuige van dat een internationaal gecoördineerde oplossing voor varend ontgassen bestaat. Het is dan moeilijk te begrijpen hoe het doel en doel van de amendementen van 2017, dat is om het milieu te beschermen door een verbod op varend ontgassen uit te vaardigen, kan worden overtreden door een daarop gerichte binnenlandse regeling.

    In de brief van het ministerie staat verder dat het verboden zou zijn ‘het verdrag voorlopig toepassen’. In het rapport Floating Degassing in the Netherlands: Rights and Obligations under International Law hebben Arcuri en Erol echter al aangetoond dat staten het recht hebben om varend gassen te reguleren om andere redenen dan de veiligheid tijdens de navigatie. Die andere redenen omvatten ook de bescherming van het milieu. Dit is iets anders dan voorlopige toepassing van de CDNI-amendementen. Bijvoorbeeld volgens art. 7.2.3.7.0 van de bijlagen bij het ADN kan een ontgassingsverbod worden geregeld
    via nationale wettelijke maatregelen, zoals ik op Sargasso ook al meerdere keren heb betoogd. Eenzijdige binnenlandse maatregelen verenigbaar met de Wijzigingen van 2017 zouden volgens Arcuri en Erol dan ook niet noodzakelijkerwijs neerkomen op een voorlopige toepassing van het CDNI verdrag.

    Praktische argumenten tegen een nationaal ontgasverbod

    Afgezien van de kwestie van de verenigbaarheid met het internationaal recht, geeft de minister andere argumenten met betrekking tot de effectiviteit van een nationaal verbod op varend ontgassen, zoals het onvoldoende aantal ontgassingsinstallaties. In het eerdere rapport houden Arcuri en Erol zich niet bezig met vragen over effectiviteit, omdat ze zich alleen richten op de vraag of gerechtelijke stappen niet mogelijk zijn vanwege internationaal recht. Hoewel deze argumenten buiten het bestek van hun rapport vallen, merken ze op dat het de verantwoordelijkheid van de Nederlandse staat is om een oplossing voor dit probleem te vinden.

    Het is ook begrijpelijk dat er niet genoeg installaties zijn, aangezien varend ontgassen is toegestaan. De instelling van een nationaal verbod (met een gewenningsperiode) zou de oprichting van dergelijke installaties kunnen bespoedigen. Zoals het er nu uitziet, lijkt de situatie op een kip-ei-probleem: omdat er onvoldoende ontgassingsinstallaties zijn is de minister van mening dat varend ontgassen niet verboden kan worden en omdat er geen regel is die varend ontgassen verbiedt, wordt de betreffende infrastructuur niet aangelegd. Het risico van deze redenering is dat tekortkomingen in het huidige economisch systeem kan worden ingezet als excuus om niet te handelen. Bovendien, overwegende dat de onderhandelingen over de wijziging in 2012 zijn gestart en afgesloten in 2017 en dat de verwachting was dat alle leden dat in 2020 zouden moeten doen
    hebben geratificeerd, kan het redelijk zijn geweest om al jaren geleden begonnen te zijn met de aanleg van de infrastructuur. Evenzo heeft Nederland de wijziging van 2017 in 2020 geratificeerd, en had het volgens Arcuri en Erol aantoonbaar werk moeten maken van praktische oplossingen uitvoering te geven aan het overeengekomen verbod op varend ontgassen. Het ontbreken van bestaande ontgassingsinstallaties is  waarschijnlijk geen rechtvaardiging voor het niet nakomen van deze verplichtingen. Kortom, in het licht van haar mensenrechtenverplichtingen en het feit dat het CDNI binnenkort in werking kan treden, staat de Nederlandse regering onder druk verplichting om de voorwaarden te scheppen voor de uitvoering van het verbod.

    Ook stelt de minister dat een nationaal verbod de kosten bij de schippers zou leggen. De wijzigingen van het CDNI uit 2017 bepalen dat de verlader de kosten van het verantwoord ontgassen van een schip moet dragen. Uit de brief van de minister wordt niet duidelijk waarom de Nederlandse geen verordening kan aannemen die deze regel uit het Verdrag al volgt. Bij de uitvoering van het CDNI-verdrag zal de Nederlandse deze regel sowieso volgens nationaal recht moeten uitvoeren en, vanuit internationaalrechtelijk oogpunt, is er geen reden om geen regel vast te stellen die de kosten al bij de bevrachter legt.
    Kortom, met betrekking tot de argumenten rond effectiviteit, willen we dat graag benadrukken dat het ontbreken van voldoende voorwaarden om een verbod uit te voeren (zoals het ontbreken van van voldoende ontgassingsinstallaties) lijkt Arcuri en Erol geen legitiem argument om verder te gaan uitstellen van de goedkeuring van de noodzakelijke wetgeving ter bescherming van de Nederlandse burgers en de milieu tegen de schade veroorzaakt door drijvende ontgassing.

    Europees Verdrag voor de rechten van mens

    Tot slot stelt de brief van de minister dat Nederland zijn mensrechtenverplichtingen vervult door het initiatief te nemen voor de CDNI 2017 Wijzigingen. Arcuri en Erol stellen dat prijzenswaardig is dat Nederland een actieve rol heeft gespeeld bij de totstandkoming en goedkeuring van de amendementen. Maar dat de enkele handeling van het onderhandelen over en ratificeren van een conventie waarschijnlijk niet zal volstaan om aan de zorgplicht te voldoen. Evenzo is het volgens hen moeilijk in te zien hoe het feit dat een uitvoeringsregeling gereed is, maar niet uitgevoerd kan worden, gelijkgesteld kan worden aan de naleving van mensenrechtenverplichtingen. Als dit het geval zou zijn, zouden veel regeringen internationale wetgeving en/of wetsontwerpen kunnen gebruiken om mensenrechtenverplichtingen te omzeilen. De belangrijkste vraag is of de rechten op leven en op gezinsleven voldoende zijn beschermd door de enkele bekrachtiging of het bestaan van een uitvoeringsverordening.

    Gezien de stagnerende situatie rond drijvende ontgassing en het feit dat internationaal verdragen zijn ingezet als argument om niet op te treden, is het volgens Arcuri en Erol de vraag of in in dit geval de bekrachtiging en het bestaan van een uitvoeringsverordening beschouwd kan worden als een voldoende voorwaarde om aan de mensenrechtenverplichtingen te voldoen.

    Moties Tweede Kamer

    In de Tweede Kamer zijn vorige week vier moties ingediend over varend ontgassen. Lammert van Raan, PvdD, heeft een motie ingediend waarin hij oproept om binnen 3 maanden tot een nationaal verbod op varend ontgassen te komen.

    De motie van Kröger, GroenLinks, Alkaya, SP, en De Hoop, PvdA, verzoekt de regering om een nationaal verbod op varend ontgassen aan te kondigen en om alles in het werk te stellen om de besluiten te nemen zoals geformuleerd in de roadmap om een nationaal verbod ook daadwerkelijk zo snel mogelijk in te laten gaan.

    Tjeerd de Groot, D66, heeft een motie ingediend waarin hij het Kabinet oproept om provincies aan te sporen haast te maken met vergunningverlening aan ontgassingsinstallaties en provincies daar waar nodig en mogelijk in bij te staan. Ook roept hij het Kabinet op om parallel een landelijk verbod op varend ontgassen voor te bereiden dat in moet gaan als er een netwerk van ontgassingsinstallaties gerealiseerd is of als Zwitserland het CDNI-verdrag ratificeert.

    Pouw Verweij, JA21, en Van der Plas, BBB, hebben een motie ingediend waarin ze het ministerie oproepen om in overleg te gaan met de industrie om uit te zoeken welke ruimte nodig is voor alternatieven voor varend ontgassen En om in overleg met de Inspectie Leefomgeving en Transport, de betrokken overheden en het bedrijfsleven in overleg te gaan om het bedrijfsleven voldoende aanwezige alternatieve ontgassingscapaciteit te laten inzetten alvorens een algeheel verbod op varend ontgassen ingaat.

    Conclusie

    In hun brief komen professor Arcuri en phd-kandidaat Erol tot dezelfde conclusies als ik voor Sargasso al eerder deed: een nationaal ontgasverbod is mogelijk en er is geen internationale belemmering voor de invoering ervan. Dat het ministerie van I&W hulp heeft ingeroepen van het ministerie van Buitenlandse Zaken bevreemd, omdat verschillende provincies in het verleden aan hebben gegeven dat het ministerie een landelijk en provinciaal ontgasverbod tegen hield op basis van een geheim verklaard advies van de landsadvocaat. Dat nu het Verdrag van Wenen inzake het Verdragsrecht wordt aangehaald leest dan ook als een gelegenheidsargument en de brief van Arcuri en Erol bevestigd die indruk. Het maakt ook nieuwsgierig naar het advies van de landsadvocaat.

    De in de Kamer voorliggende moties zijn van wisselende kwaliteit. De motie van JA21 en BBB klinkt als een voortzetting van de taskforce varend ontgassen, of hoe dat praatcircus tegenwoordig ook heet. Het is het huiswerk dat de minister sinds de aankondiging in 2018 van een landelijk verbod in 2020 al lang en breed had moeten uitvoeren. Zoals Arcuri en Erol ook stellen is er niets in het CDNI of de wijzigingen uit 2017 dat dat verhinderd. Het is eerder politiek, bestuurlijk onwil en meestribbelen van verladers als Vitol, Trafiqura en Glencore. De motie van PvdD roept simpelweg op tot een snel verbod. Daarmee is er nog geen oplossing voor schippers, omwonenden of natuur. Tenzij er gehandhaafd gaat worden op basis van de wet economische delicten, maar dan zijn schippers de dupe in plaats van verladers. De motie van D66 en die van GroenLinks, SP en PvdA geven allebei blijk van besef dat er naast een verbod ook gewerkt moet worden aan een netwerk van ontgassingsinstallaties. Waarbij de motie van GroenLinks, SP en PvdA de minister vastklinkt aan zijn eigen roadmap. Al kom ik daar alleen een uitstelbrief over tegen.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Energiekosten, gebruik & productie januari 2023

    De eerste maand van het jaar zit er op. Tijd om onze energiekosten, energiegebruik en energieproductie te bekijken. Januari 2023 was met 417 gewogen graaddagen ongeveer even koud als januari 2022 met 423 gewogen graaddagen. Toch wisten we met 1,7 kWh/gewogen graaddag 7% zuiniger te stoken dan de 1,0 kWh/ gewogen graaddag in 2022. Toch zijn onze met energiekosten met 15% gestegen t.o.v. 2022. Dat was meer geweest zonder onze extra winddelen en zonder het prijsplafond.

    Energiekosten

    Onderstaande grafiek laat het verloop van onze energiekosten in de maand januari door de jaren heen zien.

    2023 Januari Energiekosten

    De grafiek laat goed zien hoe de kosten vanaf 2021 beginnen op te lopen. Was in 2021 de stijging van de energiebelasting en opslag duurzame energie nog de oorzaak. In 2022 kwam het door de gestegen tarieven voor energie (van 80 Euro naar 310 Euro). In 2023 is de oorzaak vooral de hogere energiebelasting (van 104 naar 180 Euro), de elektriciteitskosten zijn dankzij het prijsplafond en onze winddelen slechts met 25 Euro gestegen. Daar staat een besparing van 40 Euro aan gas tegenover. Onze vaste lasten zijn gedaald, doordat we geen vastrecht voor gas meer betalen.

    2023 Januari Aandeel In Energiekosten

    In bovenstaande grafiek is het effect van de energiecrisis goed zichtbaar. Tot 2021 vormde de leveringskosten van gas en elektriciteit samen hooguit 40% van onze energierekening. In 2022 en 2023 is dat opgelopen tot meer dan de helft. De vaste lasten en energiebelasting vormen een veel kleiner deel van de rekening.

    Energiegebruik

    In januari hebben we 1.236 kilowattuur gebruikt. Daarvan hebben er op maandbasis 643 ingekocht bij het elektriciteitsbedrijf. De resterende 48% hebben we zelf opgewekt met winddelen en met onze zonnepanelen.

    2023 Januari Energiebronnen

    In bovenstaande grafiek is goed zichtbaar dat ons elektriciteitsgebruik lager ligt dan in 2021 en 2022. Het is nog wel hoger dan in 2020, het jaar voor corona. Het blijft dus merkbaar dat we vaker thuis werken.

    2023 Januari Ontwikkeling Bruto Energiegebruik Per Jaar

    Bovenstaande grafiek laat wel zien dat het totale energiegebruik ongeveer op hetzelfde niveau ligt als in 2022 en als ons gemiddelde energiegebruik over de periode 2019-2022. Het streven is natuurlijk om het record van zuinigste jaar ooit te halen, of dat lukt blijft nog 11 maanden de vraag.

    Energievraag

    Onze energievraag bestaat uit verwarming, warm water en elektrische apparaten in huis. Onderstaande grafiek laat zien dat het grootste deel van de energievraag in januari bestond uit verwarming, gevolgd door apparaten. De energievraag voor warm water was het kleinst.

    2023 Januari Energiebron Vs Energievraag

    Op jaarbasis is de hoeveelheid energie die we nodig hebben voor warm water fors aan het dalen. De hoeveelheid energie voor apparaten stijgt, een oorzaak hiervoor heb ik nog niet weten te vinden. Een mogelijke hypothese is dat de warmtepomp meer elektriciteit verbruikt dan de monitoring vanuit de fabrikant aangeeft. Dat kan ik echter nog niet met gegevens onderbouwen, dus het blijft een hypothese. Daarnaast besparen we nog steeds op verwarming door klimaatverandering.

    2023 Januari Energievraag Per 12 Maanden Opgesplitst Naar Toepassing

    Door klimaatverandering besparen we op jaarbasis ongeveer 12% energie ten opzichte van de periode 1901-190. Het aandeel energie voor warm water daalt op jaarbasis door onze warmtepomp. Vooral het aandeel van elektrische apparaten stijgt, omdat de hoeveelheid energie voor apparaten stijgt en omdat de hoeveelheid energie we nodig hebben voor verwarming en warm water daalt.

    2023 Januari Aandeel Per Toepassing In Energievraag Obv 12 Maanden

    Verwarming

    Januari 2023 was met 417 gewogen graaddagen 1% warmer dan januari 2022. Ons elektriciteitsgebruik lag met 1,75 kWh per gewogen graaddag echter 8% lager dan in januari 2022, wat betekent dat we 7% energie hebben weten te besparen ten opzicht van 2022.

    2023 Januari Verwarming In Kwh Graaddag

    Op jaarbasis hebben we 2.931 kWh verbruikt voor verwarming. Dat is 958 kWh minder dan in een standaard klimaatjaar in de periode 1901-1930. Het is 653 kWh minder dan in een standaard klimaatjaar in de periode 1991-2020 en 876 kWh minder dan ons langjarig gemiddelde met infraroodverwarming.

    2023 Januari Energieverbruik Verwarming Jaarbasis

    Warm water

    De HeatCycle van DeWarmte heeft zich in januari goed gehouden. Met een cop van 4,3 voor enkel warm water is ie ook zuiniger dan verwacht. In totaal hebben we in januari 87,1 kWh elektriciteit gebruikt voor warm water. In 2022 was dat nog 275 kWh (28 m3) aan aardgas.

    Afbeelding

    Elektrische apparaten

    Ons elektriciteitsverbruik van apparaten lag in januari 2023 op 420 kWh, bijna 26% hoger dan in januari 2022. Een oorzaak daarvoor kan ik niet aanwijzen. We hebben geen nieuwe apparaten gekocht en ook niet een veel hoger gebruik van apparaten. Het kan dus zijn dat de elektriciteitsmeting van de HeatCycle afwijkt, waardoor een deel van het elektriciteitsgebruik voor warm water meetelt als apparaten. Dat is echter een hypothese die ik nog niet kan onderbouwen met meetdata van de slimme stekker. Het is wel een uitzoekwerkje voor later dit jaar.

    Energieproductie

    We hebben in januari in totaal 593 kWh geproduceerd. Op jaarbasis produceren we nu zo’n 5.400 kWh. Waarvan het grootste deel met winddelen.

    2023 Januari Energieproductie 12 Maands Voortschrijdend Totaal

    De verwachting is dat we uiteindelijk op jaarbasis zo’n 6.500 kWh zullen produceren. Waarvan 4.500 kWh met winddelen en 2.000 kWh met onze zonnepanelen.

    2023 Januari Energieverbruik 12 Maanden Naar Bron

    2023 Januari Energiegebruik 12 Maanden Procentueel Naar Bron

    Het aandeel aardgas en het aandeel inkoop van elektriciteit op jaarbasis loopt fors terug. Het aandeel aardgas bedraagt inmiddels slechts 3%. Het aandeel elektriciteit van het energiebedrijf 22%. In totaal kopen we dus nog maar 25% van ons energiegebruik op jaarbasis in. Mijn verwachting is dat dat verder daalt tot ongeveer 10 tot 20%.

    Conclusie

    Op jaarbasis beginnen gebruik en productie van energie meer in evenwicht te komen. Met nog slechts 25% inkoop van elektriciteit bij het energiebedrijf. Zoals in de inleiding al gezegd hebben we in januari minder dan 50% van ons eigen gebruik met elektriciteit. Dat betekent dat we nog een eind weg zijn van gelijktijdigheid van al ons gebruik en productie op maandbasis, laat staan op uur of kwartierbasis.

    Onze energierekening begint zich wel te stabiliseren, hoewel dat deels komt door het prijsplafond. De vraag is hoe de variabele tarieven zich de komende maanden gaan ontwikkelen. Mijn verwachting is dat deze dalen, waardoor we minder zullen krijgen voor de elektriciteit die we vanaf zo ongeveer april meer verwachten te produceren dan we gebruiken.

  • Varend ontgassen: internationaal vs nationaal recht

    Eerder deze week publiceerde Sargasso over het rapport van ‘Floating Degassing in the Netherlands: Rights and Obligations under International Law‘. De eerdere publicatie was vooral op basis van berichtgeving bij Omroep Flevoland en NRC. Inmiddels hebben we het rapport zelf doorgelezen, een presentatie over het rapport door de onderzoekers bijgewoond en de reactie van de minister gelezen. Tijd dus voor wat meer inhoudelijke duiding. Te beginnen bij het rapport van de Erasmus Universiteit. Kleine spoiler: de onderzoekers van de Erasmus Universiteit hebben nog niet gereageerd op de brief van Minister Harbers.

    Ontstaansgeschiedenis van rapport

    Het rapport is het gevolg van een vraag van Omroep Flevoland aan de Erasmus Universiteit. Een vraag die deels voort is gekomen uit overleg van ondergetekende met Omroep Flevoland over het ontbreken van de onderbouwing van het internationale verbod op een nationaal verbod op varend ontgassen. NRC heeft zich later aangesloten bij Omroep Flevoland. Sargasso is daarbij helaas buiten de boot gevallen, als vrijwilligersclub hebben we nou eenmaal niet het geld en de capaciteit om volop mee te draaien in een dergelijk onderzoekstraject. Niks mis mee, Omroep Flevoland en NRC hebben belangrijke informatie boven tafel gekregen.

    Die informatie verder gaat dan enkel het rapport. Bijvoorbeeld dat binnenvaarttankers nog steeds ontgassen in Natura2000 gebied (De Biesbosch) in provincies met een provinciaal ontgasverbod. Dat schippers en hun bemanning last hebben van gezondheidsklachten tijdens het varend ontgassen en dat de Inspectie Leefomgeving & Transport de rol van de Arbeidsinspectie vervuld bij binnenvaarttankers. Een taak die volgens de Inspectie niet bovenaan hun prioriteitenlijst staat en waar je je van kunt afvragen of het bij hun kerntaken hoort. Vraag aan de politiek: hebben schippers en hun bemanning niet gewoon recht op een veilige, gezonde werkomgeving en een fatsoenlijke inspectie met verstand van arbeidsomstandigheden die daar op toe ziet? Het gaat om zeer zorgwekkende stoffen, stoffen waar in elke sector strikte voorwaarden voor blootstelling tijdens werk gelden. Voor benzeen is de maximale blootstelling 0,2 ppm of 8 mg/m3 gedurende 8 uur. Ik betwijfel of die concentratie gehaald wordt op binnenvaarttankers tijdens het varend ontgassen van benzeen…

    Rapport Floating Degassing in the Netherlands: Rights and Obligations under International Law

    Dan het rapport. Een degelijk werk, waarbij de onderzoekers gekeken hebben naar de volgende internationale verdragen: ADN (vervoer gevaarlijke stoffen over binnenwateren), CDNI (scheepsafvalstoffenverdrag), de CDNI aanpassingen uit 2017 en het verdrag van Mannheim uit 1868 (revisie in 1963). In hun presentatie gaven de onderzoekers een opsomming van relevante artikelen uit de verschillende verdragen.

    ADN

    • Article 6 Sovereign right of States
      Each Contracting Party shall retain the right to regulate or prohibit the entry of dangerous goods into its territory for reasons other than safety during carriage.
    • Article 9 Applicability of other regulations
      The transport operations to which this Agreement applies shall remain subject to local, regional or international regulations applicable in general to the carriage of goods by inland waterways.
    • 7.2.3.7 Gas-freeing of empty cargo tanks
      Gas-freeing of empty or unloaded cargo tanks is permitted under the conditions below but only if it is not prohibited on the basis of international or domestic legal requirments.

    CDNI aanpassing uit 2017:

    • Inwerkingtreding op de eerste dag van de zesde maand na ratificatie door alle deelnemende partijen;
    • Article 3
      Prohibition of dumping, discharging and release
      (1) Dumping, discharging or permitting the outflow of waste generated on board, or any part of the cargo from vessels into the waterways, or releasing vapours into the atmosphere on the waterways referred to in Annex 1 shall be prohibited.

    De onderzoekers trekken op basis van deze twee verdragen de conclusie dat bestaande verdragen geen juridisch obstakel vormen voor het unilateraal instellen van een nationaal ontgasverbod door Nederland. De verdragen erkennen het soevereine recht van lidstaten om ontgassen te reguleren en bevatten in elk geval geen regels om een dergelijke maatregel te voorkomen. Artikel 7.2.3.7 van het ADN geeft dus expliciet aan dat ontgassen (gas-freeing of empty cargo tanks) alleen mag als het niet is onderworpen aan internationale, nationale of lokale regels. De onderzoekers onderschrijven de uitleg die Ton Quist, de rechter en ik daaraan geven: een ontgasverbod mag. Een ontgasverbod doet geen afbreuk aan het vrije scheepvaartverkeer. Het argument dat het Nederland vanuit internationaal recht verboden wordt om een nationaal ontgasverbod in te stellen vinden ze dan ook niet overtuigend. Wat aansluit bij wat het Ministerie eerder schreef in reactie op burgervragen:

    De wijziging van de regeling is (mogelijk) een nationale kop op de Europese Richtlijn. (…) De actie van Duitsland werd dus niet als illegaal gezien, zoals u het stelt.

    Mensenrechten en ontgassen

    Een andere interessante invalshoek van de onderzoekers is het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (ECHR). Dit verdrag geeft verplichtingen voor de staat. De onderzoekers halen met name Artikel 2 (het recht op leven) “Het recht van een ieder op leven wordt beschermd door de wet (…)” en Artikel 8 (Recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven) “Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven” aan. Op basis van jurispredentie betekenen deze twee artikelen dat de overheid een rol heeft om haar inwoners te beschermen tegen milieuschade. Ze zijn ook gebruikt in de Urgenda Klimaatzaak.

    Volgens de onderzoekers is die zaak relevant, omdat de zaak liet zien dat de rechtbank bevoegd is in te grijpen op basis van het ECHR als er schade wordt berokkend aan inwoners van Nederland. Ook als deze schade in toekomst ligt. Verder kan de rechter besluiten om feiten die niet ter discussie staan tussen partijen voor waar aan te nemen. Dat varend ontgassen schadelijk is wordt erkend door opeenvolgende bewindspersonen. In 2021 werd zelfs in een Kamerbrief geschreven dat onderzoek naar de schadelijke effecten niet nodig is, omdat al duidelijk is dat varend ontgassen schadelijk is voor mens en milieu.

    Reactie Minister

    De reactie van Minister Harbers stelt, zoals vaker in dit dossier, teleur. Niet zo zeer omdat hij niet inzet op een nationaal verbod op varend ontgassen, maar omdat er wederom om inhoudelijke beantwoording heen gedraaid wordt. Maar laten we beginnen bij het goede nieuws. De minister erkent dat provinciale ontgasverboden door de rechterlijke uitspraken ook geldig zijn op Rijkswateren. Handhaving daarvan legt hij bij de provincies, die daarbij ondersteunt kunnen worden door de Inspectie Leefomgeving en Transport.

    Wat opvalt is dat het Ministerie voor het eerst in jaren een onderbouwing geeft van het internationale verbod op een nationaal verbod in de vorm van artikel 18 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. Zonder enige verdere inhoudelijke onderbouwing stelt de minister dat het verdrag van Wenen prevaleert boven de verdragstekst uit het ADN. Terwijl het ADN staten het soevereine recht geeft om regels te stellen aan het ontgassen van ladingtanks. Niet op basis van veiligheid, want dat is geregeld in het ADN, maar wel op basis van milieu of volksgezondheid. Sargasso heeft de Erasmus School of Law om een reactie op de brief van minister Harbers gevraagd, maar deze nog niet ontvangen.

    Een manco is dat de minister de stelling betrekt dat de rekening bij een nationaal verbod bij de schipper komt te liggen. Hij doet dat zonder enige onderbouwing van het hoe en waarom deze rekening niet bij de verlader kan komen te liggen als het ontgasverbod landelijk wordt ingevoerd. De Minister geeft ook aan dat varend ontgassen niet vergelijkbaar is met de Urgenda Klimaatzaak, omdat de Staat haar verantwoordelijkheid heeft genomen door in te zetten op een internationaal verbod op varend ontgassen. Alsof het ondertekenen van het internationale klimaatverdrag zou betekenen dat Nederland geen eigenstandige verplichtingen en verantwoordelijkheden heeft. Daar vond de rechter in de klimaatzaak van Urgenda wat van en dat wijkt af van de stellingname van de Minister.

    De Minister bestrijd ook dat er in België een ontgasverbod geldt. Dit geldt volgens hem enkel voor de Antwerpse haven. Wie de Belgische gegevens nazoekt komt uit bij het Politiereglement voor de Beneden-Zeeschelde (pdf). Ruwweg het gebied vanaf de Antwerpse haven tot aan de Belgisch-Nederlandse grens. Artikel 32 verklaard het ontgsverbod voor zeeschepen ook van toepassing op binnenvaarttankers. En de Schelde is uiteraard het enige echt relevante vaarwater in Belgi. Dat verklaart waarom Zeeland (en dus ook de Biesbosch) nog steeds te maken hebben met Belgisch ontgastoerisme, terwijl de minister formeel niet jokt. Dat noemen ze in Den Haag hogere politiek…

    Tot slot beroept de minister zich weer op het bekende refrein dat er onvoldoende capaciteit aan ontgassingsinstallaties is. De minister stelt:

    Het is aan de provincies, als vergunningverlenend bevoegd gezag, om prioriteit te geven aan het aanleggen van ontgassingsinstallaties waarmee kan worden voldaan aan de verdragseis dat een voldoende dekkend netwerk van ontgassingsinstallaties aanwezig moet zijn. (…)

    Deze installaties moeten voldoen aan de geldende wet- en regelgeving wat betreft de aard van de dampen die worden opgevangen en de mogelijke emissie eisen

    Daarover gaat de minister in gesprek met provincies, brancheorganisaties etc. Het is zacht gezegd teleurstellend, maar eigenlijk ronduit beschamend, dat die gesprekken 5 jaar nadat het Ministerie aankondigde dat er vanaf 2020 een landelijk ontgasverbod van kracht zou worden nog steeds niet afgerond zijn. Zoals het ook beschamend is dat de minister blijft volhouden dat ontgassingsinstallaties aan de landelijke normen moeten voldoen en hij er dus willens en wetens voor kiest om 100% van de zeer zorgwekkende stoffen de lucht in te laten gaan in plaats van 80% op te vangen.

    De Minister had de afgelopen jaren prima kunnen gebruiken om via een algemene maatregel van bestuur tijdelijk lagere uitstootnormen vast te leggen. Dan hadden provincies tijdelijke vergunningen kunnen verlenen (bv met een looptijd van 5 jaar) aan ontgassingsinstallaties. Op die manier hadden de afgelopen vijf jaar gebruikt kunnen worden voor het in de praktijk testen van de verschillende technische oplossingen voor varend ontgassen. Waarna de installaties die aan de normen van het Activiteitenbesluit weten te voldoen een permanente vergunning kunnen krijgen en kunnen de anderen van de markt verdwijnen. Met de goed functionerende technische oplossingen kan vervolgens de landelijk dekkende infrastructuur opgebouwd worden.

    Het meten van de emissies uit deze installaties kan op dezelfde wijze als gebeurd bij de reguliere overslag van vluchtige organische stoffen. Of zou de minister dan met schaamrood op de kaken in de Tweede Kamer moeten uitleggen dat de uitstoot bij op- en overslag van vluchtige organische stoffen anno 2023 nog steeds gebeurd op basis van schattingen of berekeningen in plaats van op basis van metingen?

    Slotsom

    Al met al lijkt er nog steeds geen beweging in dit dossier te zitten. De financiële belangen voor verladers zijn dan ook groot. Met een geschatte kostenpost per verantwoorde ontgassing van 10 tot 40.000 Euro en zo’n 15 schepen die varend ontgassen per dag gaat het om een kostenpost van zo’n 55 tot 220 miljoen Euro per jaar. Een kostenpost enkel voor Nederland en die nog los staat van de kosten als ook de kust- en zeetankers een keer aangepakt gaan worden voordat ze buitengaats ontgassen…

    Voor omwonenden lijken er twee oplossingen mogelijk: inzetten op vergunningverlening aan installaties voor verantwoord ontgassen en op handhaving van de provinciale ontgasverboden, ook op rijkswateren. Waarmee een bijna nationaal dekkend ontgasverbod in werking zou treden (Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Flevoland, Gelderland en Utrecht hebben een verbod). Of naar de rechter stappen om een nationaal ontgasverbod af te dwingen met een beroep op het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

    In beide gevallen gaat er nog jarenlang een verschil zitten in de juridische werkelijkheid (verboden) en de praktijk (uitstoten in de buitenlucht) of op andere (mogelijk niet geheel legale) wijze zich ontdoen van de afgevangen vluchtige organische stoffen. De afval, olie, gas en vluchtige organische stoffen blijven namelijk sectoren waar niet alle bedrijven het even nauw nemen met de regels.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.