Afgelopen anderhalf jaar heb ik me tegen wil en dank steeds dieper ingegraven in het dossier ontgassen door de binnenvaart. Een dossier waar je soms lang moet wachten op antwoord van de overheid (record voor gemeente Rotterdam die precies 365 dagen nodig had om vragen van GroenLinks te beantwoorden) en waar je ontzettend goed moet opletten of je dan ook daadwerkelijk antwoord op je vraag krijgt. Vandaag een lezersvraag van 3 maanden geleden en een inkijkje in de wijze waarop ambtenaren van de gemeente Utrecht hun wethouders informeren.

De vraag van de lezer was: mag je ontgassen in de gemeente Nigtevegt? De lezer in kwestie was van plan om een huis te kopen in Nigtevegt (gelegen langs het Amsterdam-Rijnkanaal, een rijksvaarweg). De lezer had van buurtbewoners te horen gekregen dat er in de gemeente Nigtevegt niet ontgast mag worden. Alleen klopt dat ook? Duurzaam Nigtevegt wist van niks.

Ongeveer tegelijkertijd vroeg ik wethouder Van Hooijdonk (GroenLinks) van de gemeente Utrecht via Twitter of de gemeente Utrecht ook last had van emissies door ontgassen. Ze antwoordde vrij snel (en met trots op het ambtelijk apparaat) dat Utrecht geen plaatsen voor stilliggend ontgassen heeft aangewezen en dat Rijkswaterstaat handhaaft op het Amsterdam-Rijnkanaal.

De regelgeving

Tijd dus om terug te gaan naar de bronnen, te weten de regelgeving en een van de handhavers op de rijksvaarwegen: Rijkswaterstaat. Het transport van gevaarlijke stoffen door de binnenvaart is gereguleerd in het ADN verdrag, daarnaast zijn het scheepsafvalstoffenverdrag (CDNI) en de benzinerichtlijn van belang.

In het ADN is ontgassen geregeld in artikel 7.2.3.7. In randnummer 7.2.3.7.0 en 7.2.3.7.1 wordt uitgelegd welke stoffen niet ontgast mogen worden. Hier staat bijvoorbeeld dat ontgassen alleen mag naar de buitenlucht als het op grond van andere internationale of nationale wettelijke voorschriften niet verboden is. Ook staat daar dat de zogenaamde t stoffen (toxische stoffen) niet ontgast mogen worden aan de buitenlucht. Verder is ontgassen aan de buitenlucht door binnenvaartschepen, onder voorwaarden, toegestaan. Behalve in drukbevolkte gebieden, een begrip waarvan de definitie in het verdrag en in de Nederlandse wet ontbreekt. In de benzinerichtlijn is vastgelegd dat het ontgassen van benzine (UN 1203 om precies te zijn) verboden is.

In randnummer 7.2.3.7.3 van het ADN staat een uitzondering voor het ontgassen van verboden stoffen. Bij dit randnummer staat dat wanneer het niet praktisch is om op de aangewezen plaatsen te ontgassen het ook tijdens de vaart mag. Wel zijn er dan strengere eisen aan ontgassen verbonden.

Voor alle randnummers uit het ADN geldt: als er geen plaatsen voor stilliggend ontgassen zijn aangewezen is ontgassen tijdens de vaart toegestaan.

Reactie van Rijkswaterstaat

Van Rijkswaterstaat kreeg ik onderstaande reactie op mijn vraag over lokale ontgasverboden (ik heb de tekst hier en daar wat leesbaarder gemaakt voor niet ingewijden in het dossier):

Het is ons niet bekend dat er lokale ontgassingsverboden van kracht zijn in de door u genoemde gemeenten [Utrecht en Nigtevegt, KB]. Bovendien zijn lokale verboden van kracht op lokaal grondgebied in dit geval gaat het dan om een gemeentelijk of provinciaal vaarwater.

Rijkswaterstaat handhaaft op Rijksvaarwegen en niet op wateren waarover zij geen beheer heeft. De wettelijke basis van het instellen van een lokaal verbod is ons niet bekend en in Nederland is de regelgevende instantie die een verbod afgeeft ook verantwoordelijk voor de handhaving daarop.

Varend ontgassen (ook van benzeen) is momenteel landelijk toegestaan. Stilliggend ontgassen op rijksvaarwegen mag enkel onder voorwaarden en op een door Rijkswaterstaat aangewezen ligplaats. Rijkswaterstaat heeft geen plaatsen aangewezen waar stilliggend ontgassen is toegestaan. Rijkswaterstaat kan in geval van calamiteiten wel tijdelijk een plaats aanwijzen voor stilliggend ontgassen.

In Nederland houdt de Inspectie Leefomgeving en Transport toezicht op het vervoer van gevaarlijke stoffen, de basis hiervoor is het ADN.

Conclusie

De Inspectie Leefomgeving en Transport houden toezicht op het vervoer van gevaarlijke stoffen en Rijkswaterstaat op ontgassen. Beide zijn bij hun toezichthoudende taken gebonden aan landelijke regels voor ontgassen, die weer gebaseerd zijn op het ADN. Er zijn door de landelijke toezichthouders geen plaatsen aangewezen voor stilliggend ontgassen op vaarwegen die onder beheer van het rijk vallen. Dit betekent dat varend ontgassen (ook van toxische stoffen) op rijksvaarwegen is toegestaan, mits schippers zich aan de regels houden. Een overzicht van vaarwegen onder (gedeeltelijk) beheer van Rijkswaterstaat vind je hier.

Ontgassen in dichtbevolkt gebied is niet toegestaan volgens het ADN. Alleen is dit begrip niet vastgelegd in Nederlandse regelgeving, wat betekent dat ontgassen op alle rijksvaarwegen is toegestaan. Dus ook op het Amsterdam-Rijnkanaal langs Nigtevegt, Maarssen en Utrecht. Hoe de gemeente Utrecht van mening kan zijn dat ontgassen binnen de bebouwde kom verboden is, weet ik niet. Het kan zijn dat dat deel van het Amsterdam-Rijnkanaal geen onderdeel vormt van de rijksvaarwegen. Anders is varend ontgassen ook op het deel van het Amsterdam-Rijnkanaal binnen de bebouwde kom van Utrecht toegestaan. Het lijkt er eerder op dat het ambtelijk apparaat van de gemeente Utrecht de strategie ‘liegen mag niet, selectief antwoord geven wel’ heeft gehanteerd.

Wanneer je bovenstaande niet gelooft, raad ik je aan bij om een melding van ontgassen bij RWS of IL&T te doen als je een binnenvaarttanker met open luiken langs ziet varen binnen de bebouwde kom. Mocht er proces verbaal komen voordat de provincie Utrecht zich aansluit bij de provinciale ontgasverboden waar Noord-Brabant en Zuid-Holland aan werken, dan ontvang ik daar graag een kopie van. Beloning een doos wijn. Ik denk namelijk dat je ook binnen de bebouwde kom tevergeefs handhaving belt om het ontgassen te stoppen, tenzij het schip benzine (UN 1203) ontgast (wat goed mogelijk is als het vanuit Amsterdam, de grootste benzinehaven ter wereld, komt pdf )…

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Onderstaande zienswijze heb ik ingediend naar aanleiding van de voorgestelde 9e wijziging van de provinciale milieuverordening van de Provincie Zuid-Holland (pdf). Doel van deze wijziging is om het mogelijk te maken om in de provincie Zuid-Holland een verbod voor het ontgassen van binnenvaarttankschepen aan de buitenlucht in te stellen. Een handelswijze waarbij volgens modelberekeningen van het RIVM jaarlijks 1,8 miljoen kilo vluchtige organische stoffen vrijkomt (zie emissieregistratie.nl). Volgens praktijkonderzoek van Antea zijn de modelberekeningen van het RIVM aan de conservatieve kant en aangezien er geen meldplicht voor ontgassen is weet niemand precies hoe het zit.

Wilt u zelf een zienswijze indienen dan kan dit door deze voor 27 augustus schriftelijk met handtekening te sturen aan (helaas is digitale communicatie nog niet tot de procedures van de provincie doorgedrongen):

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
Postbus 90602
2509 LP DEN HAAG
Ovv:  Zienswijze 9wPmv

De tekst van onderstaande zienswijze is te downloaden in word-versie en open document formaat.

Ook de Provincie Noord-Brabant heeft een concept wijziging van de provinciale milieuverordening (pdf) opgesteld. Op de website van Noord-Brabant kan ik niet terugvinden of het nog mogelijk is hier een zienswijze op in te dienen.

Mijn zienswijze

Als bewoner van Schiedam maak ik mij al enige tijd druk over de omvang van emissies van schadelijke stoffen t.g.v. ontgassen door de binnenvaart. Tot mijn vreugde is de provincie Zuid-Holland in navolging van de provincie Noord-Brabant van plan om een provinciaal verbod op ontgassen van benzeen en benzeenhoudende (>10%) stoffen in te voeren. Na het lezen van de tekst van de provinciale milieuverordening, de beantwoording van gemeenteraadsvragen door het gemeentebestuur van Rotterdam en het stellen van vragen aan Rijkswaterstaat blijf ik achter met vragen over monitoring en handhaafbaarheid van het provinciaal verbod op ontgassen. Vragen die nog eens extra groot worden door uitlatingen van het RIVM dat het internationale verbod op ontgassen van benzine niet effectief is. Als bewoner zit ik niet te wachten op een verbod dat in de praktijk een wassen neus blijkt, maar op daadwerkelijke stappen om de emissies t.g.v. ontgassen door de binnenvaart terug te dringen. Zoals u in onderstaande zienswijze kunt lezen roept de voorliggende provinciale milieuverordening nog veel vragen op.

Algemeen

De provincie Zuid-Holland zet in op een ontgasverbod voor benzeen en benzeenhoudende stoffen. De provincie houdt de mogelijkheid open om het ontgassen meer stoffen te verbieden. De provinciale milieuverordening bevat hiertoe echter geen afwegingskader, zoals in de provinciale milieuverordening van de provincie Noord-Brabant is opgenomen. Het opnemen van een dergelijk afwegingskader heeft als voordeel dat zowel bedrijven als omwonenden weten welke factoren in de toekomst tot een ontgasverbod voor een specifieke stof kunnen leiden.

  1. Waarom heeft de provincie geen afwegingskader voor het toevoegen van stoffen aan het ontgasverbod opgenomen in haar provinciale milieuverordening, zoals de provincie Noord-Brabant doet?
  2. Waarom heeft de provincie Zuid-Holland geen grijze lijst toegevoegd op basis van de minimalisatieplicht uit de Nederlandse emissie Richtlijn (NeR), zoals Noord-Brabant wel heeft gedaan?
  3. Waarom ontbreekt MTBE bij te verbieden UN-nummers? MTBE bevat ook benzeenringen, levert problemen op met drinkwaterbereiding uit oppervlaktewater en wordt in de VS beschouwt verdacht van kankerverwekkende eigenschappen. Daarnaast is Nederland een van de grootste producenten van MTBE in Europa en zijn de emissies t.g.v. ontgassen door de binnenvaart een veelvoud van de totale MTBE emisssie van Nederland (bron Emissieregistratie.nl). Bovendien is los vervoer van MTBE en aardoliedestillaat een van de bekende manieren om het ontgasverbod voor benzine te omzeilen.

Alternatieven voor ontgassen

De provincie is van mening dat ladingdampen bij zogenaamde dedicatievaart en bij compatibel varen gewoon in de tank mag blijven. Reden hiervoor is dat de provincie aanneemt dat de resterende ladingdamp bij belading uit de tank wordt verdrongen naar de tank op de wal. In geval de terminal werkt met drijvende daken dan is terugvoer in de tank niet mogelijk en zal er een naast een dampretourinstallatie ook een dampverwerkingsinstallatie aanwezig moeten zijn. In antwoord op vragen van GroenLinks-raadslid Arno Bonte geeft de gemeente Rotterdam aan dat dampretourinstallaties de retour ontvangen dampen naar de buitenlucht mogen lozen en dat er in verschillende gevallen niet eens een dampverwerkingsinstallatie of tank aanwezig is. De gemeente en DCMR kunnen geen overzicht geven van bedrijven waarbij dit het geval is.

De provincie geeft aan dat er technieken ingezet kunnen worden voor het terugwinnen van restladingdampen teneinde deze weer in te zetten in het productieproces. Het ministerie van I&M gaf vorig jaar in emailcorrespondentie aan dat vanaf afvaart vanaf de terminal sprake is van afval, omdat de ontvanger zich klaarblijkelijk van de resterende ladingdamp wil ontdoen.

  1. Hoe weet de provincie, gelet op bovenstaande informatie, zeker dat resterende ladingdamp bij belading terug gaat naar de tank op de wal en niet via de dampretourinstallatie naar de lucht wordt uitgestoten?
  2. Heeft de provincie een overzicht van installaties binnen de provincie die beschikken over een dampverwerkingsinstallatie, zodat teruggewonnen ladingdampen niet worden uitgestoten naar de lucht?
  3. Hoe verhoud het terugwinnen van restladingdampen teneinde deze weer in te zetten in het productieproces zich tot de afvalwetgeving?

Monitoring

Schepen melden hun lading in IVS90, dit systeem wordt echter niet gehanteerd voor scheepvaartbewegingen binnen het Rotterdams havengebied. IVS90 is ook niet bedoeld voor opsporings- en handhavingsdoeleinden.

  1. Welke monitoringssystemen heeft de provincie Zuid-Holland om te bepalen wat de lading was van een binnenvaarttankschip?
  2. Welke monitoringssystemen heeft de provincie Zuid-Holland om te bepalen wat de voorgaande ladingen van een binnenvaarttankschip waren (dit i.v.m. de uitzonderingen in artikel 4.5.4)?
  3. Welke monitoringssystemen heeft de provincie Zuid-Holland om waar te nemen dat een binnenvaartschip gaat ontgassen? Er is tenslotte geen meldplicht voor ontgassen.
  4. Is het genoemde E-nose monitoringssysteem nauwkeurig genoeg om waar te nemen dat een schip heeft ontgast of bezig is te ontgassen?
  5. Is het E-nosesysteem geschikt voor handhavingsdoeleinden en is het systeem in staat om stof specifiek ingezet te worden voor de UN nummers die onder het ontgasverbod vallen?
  6. Vind monitoring van ontgassingsemissies volcontinue plaats of enkel gedurende bepaalde intervallen?

 Handhaving

In de provinciale milieuverordening wordt gesproken over handhaving door de regionale omgevingsdienst, eventueel in samenwerkign met politie, RWS en HBR. Rijkswaterstaat geeft op schriftelijke vragen van mij echter aan dat zij de bestaande nationale regels voor ontgassen enkel op heterdaad mag handhaven. RWS acht zichzelf niet bevoegd om provinciale of lokale verboden te handhaven op rijksvaarwegen. Dit geldt huns inziens evenzeer voor inspecteurs van de Inspectie Leefomgeving & Transport.

  1. Beschikt de regionale omgevingsdienst over eigen vaartuigen om controles uit te voeren?

  2. Zo nee, hoe krijgt de samenwerking tussen regionale omgevingsdienst, politie, RWS, IL&T en HBR concreet vorm? Op welke wijze borgt de provincie dat landelijk werkende bijzonder opsporingsambtenaren van RWS en IL&T in staat zijn het provinciale ontgasverbod te handhaven?

  3. Hoe snel kunnen controleurs ter plaatse zijn als het monitoringssysteem een ontgassing waar neemt?

  4. Mogen controleurs op basis van de provinciale milieuverordening na afloop van een ontgassing beboeten, of enkel op heterdaad?

  5. renzen tussen provincies lopen vaak midden door de vaarweg. Dit roept de vraag op hoe handhaving plaatsvindt op wateren, die de provinciegrens vormen met provincies waar geen ontgasverbod geldt?

Juni was wederom een slechte maand voor ons energiebedrijf, maar meer nog voor de belastingdienst en de Nederlandse economie. We hebben namelijk nauwelijks gas verbruikt en meer dan volledig voorzien in onze eigen elektriciteitsbehoefte. Dat alles dankzij onze zonneboiler, onze zonnepanelen en onze winddelen. En om de bezorgde lezer gerust te stellen: ons gezin leidt daar niet onder. Sterker we genieten er met volle teugen van om de kinderen heerlijk buiten te laten kliederen in het zand en de modder, om ze daarna met dank aan het mooie weer in een warm bad te doen of onder een warme douche te zetten.

Elektriciteitsverbruik en -opwekking juni

In juni hebben onze zonnepanelen 331 kWh opgewekt, dat is ruim genoeg elektriciteit om in ons eigen maandverbruik van 238 kWh te voorzien. We hebben in juni 6 dagen stroom afgenomen van het net.  In juni hebben we gemiddeld 7,9 kWh verbruikt, dat is minder dan de 10,4 die volgens Qurrent gemiddeld is voor een vergelijkbaar gezin. In de grafiek hieronder is het effect nog forser, omdat dit ons netto elektriciteitsverbruik is (dus inclusief de opbrengst van onze zonnepanelen).

2014_juni_electra_qurrent

Elektriciteitsverbruik per dag, juni 2014

Onze winddelen leverde 59 kWh op, minder dan in mei Als we deze ook meenemen hebben we volgens mijn eigen berekening in juni 152 kWh teruggeleverd aan GreenChoice. Dankzij onze zonnepanelen leveren die stroom vooral overdag terug, waarmee we ons steentje bijdragen aan het uit de markt drukken van duurdere energiecentrales en dus aan het verlagen van het stroomtarief voor de Nederlandse grootverbruikers.

Op jaarbasis wekken we inmiddels 113% van ons elektriciteitsverbruik zelf op. Dat betekent dat we ruim 400 kWh meer opwekken dan we verbruiken en dat we dus bijna een winddeel aan stroom overhebben. Wat kansen biedt om ons gasverbruik verder te gaan vervangen door elektriciteit. De enige optie daarvoor is zoeken naar alternatieven voor ons gasverbruik voor verwarming.

Sinds januari hebben we 309 kWh meer opgewekt dan verbruikt, waarvan 1.221  kWh door de zon. Dat betekent dat we per saldo nog maar 430 kWh van het elektriciteitsnet hebben afgenomen. Dat zal in werkelijkheid wat hoger liggen, omdat productie en verbruik van elektriciteit niet altijd gelijktijdig plaatsvinden. In onderstaande afbeelding moet je dag- en nachtstroom omdraaien, want die meters heb ik verwisseld bij het invoeren.

2014_Energie_productie_jan-jun

Elektriciteitsverbruik en -productie januari t/m juni 2014

Inmiddels liggen onze zonnepanelen er ruim een jaar op. Tijd dus om bij te gaan houden hoeveel Wattuur we hebben opgewekt per Wattpiek aan geïnstalleerd vermogen. De vuistregel volgens de overheid is daarbij 850 Wattuur per Wattpiek per jaar. In juni zaten we op 1.043 Wattuur per Wattpiek. Dat is 23% meer en dus een leuke meevaller. Al heb ik nog steeds geen poging gedaan om te zien of dit in lijn der verwachting is gelet op het aantal zonuren in de afgelopen 12 maanden.

In jni is ons elektriciteitsverbruik op jaarbasis gelijk gebleven. We hebben nog geen werk gemaakt van het laaghangend fruit dat gevormd wordt door de mechanische ventilatie met wisselspanningsmotor. Dat wordt een klusje voor het najaar.

Gasverbruik juni

Ons gasverbruik is in juni uitgekomen op 3 m3, dat ruim de helft lager dan vorig jaar. Ons gasverbruik in juni was volledig voor warm tapwater, maar het leeuwendeel van de benodigde warmte kwam deze maand van de zonneboiler.

Inmiddels is ons gasverbruik op jaarbasis weer bijna gedaald naar het niveau van begin 2012. Op jaarbasis is ons verbruik nu 679 m3, terwijl we begin 2012 op 652 m3 zaten.  Ook ons gasverbruik per graaddag zit met 0,28 nog maar 2 honderdste boven het gasverbruik van begin 2012, als ik al het gasverbruik toereken aan verwarmen en niks aan warm tapwater. Als ik corrigeer voor onze inschatting van gasverbruik voor warm tapwater zit ik volgens Mindergas.nl op 0,21 m3 per graaddag, dat is 12,7% lager dan in dezelfde periode van 2012 en 3% lager dan in 2011. Vergeleken met 2013 is het zelfs 40% minder. Mindergas verwacht dat we in 2014 op 717 m3 gasverbruik gaan uitkomen. Dat zou een mooie prestatie zijn, al zou ik liever helemaal van het gas willen. Helaas zijn er nog geen Nederlandse energiebedrijven die een all-electric strategie nastreven.

Netto energieverbruik

Met behulp van Meterstandenmonitor.nl kun je mooie jaargrafieken krijgen van je totale energieverbruik. Zowel het gas- als het elektriciteitsverbruik worden daarvoor omgerekend naar GigaJoules, zodat ze vergelijkbaar worden. Je kunt ook de tarieven aanpassen, zodat je precies kunt zien waar de grootste kosten zitten. Het is niet verrassend dat ons grootste energieverbruik geleverd wordt door gas. Onze zonnepanelen leveren tenslotte een groot deel van onze elektriciteit. Bovendien staat een m3 aardgas ongeveer gelijk aan 10 kWh elektriciteit. In de grafiek hier rechts moet je dag- en nachtstroom wel omdraaien, want ik heb bij het invullen van de gegevens op meterstandenmonitor de 2 meters omgedraaid :-)

2014-jan-juni-energieverbruik-in-gigajoules

Energieverbruik januari t/m juni 2014

 

 

Sargasso beschikt over stukken waaruit blijkt dat het RIVM, naar aanleiding van het rapport van CE Delft, de emissiecijfers van ontgassen door de binnenvaart met een factor tien omhoog bijstelt [RIVM heeft de aangepaste cijfers inmiddels gepubliceerd op Emissieregistratie.nl, KB]. De cijfers voor 2013 ontbreken nog, deze zouden half mei gepubliceerd worden. De cijfers tot en met 2012 (in bezit Sargasso) laten duidelijk zien dat de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) vorig jaar onterecht het frame hanteerde dat de emissies als gevolg van ontgassen door de binnenvaart gedaald zijn.

Volgens de oude cijfers was de emissie als gevolg van ontgassen in 2012 179.300 kg, na bijstelling gaat het om 1.909.290 kg. Weliswaar gaat het slechts om 1,3% van de totale nationale emissie van vluchtige organische stoffen, maar het gaat vaak wel om stoffen met schadelijke gezondheidseffecten, zoals bijvoorbeeld benzeen, of emissies met effecten op de drinkwaterkwaliteit, zoals MTBE. Het gaat bovendien om emissies die zich concentreren rond gebieden met veel binnenvaart en (petro)chemie, zoals Moerdijk, de Drechtsteden, de regio Rijnmond en Amsterdam.

Ontgassen_VOS_emissie

Wat is ontgassen ook al weer?

Ontgassen is nodig omdat er in de tanks van schepen die chemicaliën en aardolieproducten vervoeren ladingrestanten en ladingdampen achterblijven nadat de tanks geleegd zijn. De schepen worden na het lossen met ladingrestant en ladingdamp weggestuurd van de terminal. Om een volgende lading te kunnen laden moet een schipper vaak laten zien dat het schip gasvrij is. Om dat te bereiken moeten de ladingrestanten en ladingdampen uit het ruim verdwijnen. Dat kan op verschillende manieren, bij een tankschoonmaakbedrijf of door de tanks te luchten in de buitenlucht. Dat laatste heet ontgassen (soms eufemistisch omschreven als schoonmaken in de buitenlucht, ventileren of droogblazen).

Gezondheidseffect ontgassen

Bij ontgassen komen aardolieproducten en chemische stoffen vrij. Veelal gaat het om vluchtige organische stoffen (VOS) met schadelijke bijwerkingen, zoals benzeen, tolueen, ETBE en MTBE (loodvervangers in benzine). Daarbovenop komt dat VOS-emissies effecten kunnen hebben op de gezondheid. De volgende effecten kunnen acuut of na langdurige blootstelling optreden:

  • Aldehyden (formaldehyde, aceetaldehyde): slijmvlies irriterend,
  • carbonzuren (mierenzuur, azijnzuur): irriterend en soms corrosief,
  • koolwaterstoffen (tolueen, nonaan): narcotiserend, niereffecten bij sommige proefdieren,
  • chloorkoolwaterstoffen (tri, tetra, per): narcotiserend, lever, nier,
  • methyleenchloride: ernstige irritatie (vloeistof), branderig gevoel (damp),
  • aromatische amines en nitroverbindingen (nitrobenzeen):methemoglobine-vorming.

Verder zijn er een aantal VOS met specifieke effecten:

  • Benzeen, aniline: effecten op het bloed en bloedvormend systeem,
  • hexaan en MIBK perifere zenuwstelsel/neurotoxisch,
  • benzeen, vinylchloride, butadieen, PAK: kankerverwekkend

Aangepaste emissiecijfers

Het RIVM heeft de emissiecijfers voor verschillende stoffen aangepast en het aantal stoffen uitgebreid. Een stof waarvan de emissie naar boven is bijgesteld, is benzeen. Volgens de oude cijfers werd in 2012 6.645 kg benzeen uitgestoten, volgens de nieuwe cijfers 60.751 kg. Daarmee is ontgassen in een klap goed voor 70% van de jaarlijkse benzeenemissie van de binnenvaart.

Ik snap overigens niet waarom er voor benzeenuitstoot van landbronnen een minimalisatieverplichting geldt, terwijl je het rustig uit je schip mag laten dampen. Met alle schadelijke gevolgen voor opvarenden en omwonenden van dien. Zeker na het uitkomen van het rapport van Antea (pdf), waarin staat dat de meetapparatuur op de schepen niet nauwkeurig genoeg is om te bepalen of gevaarlijke concentraties gas aanwezig zijn, waardoor er risico bestaat dat personeel het dek op gaat terwijl te hoge concentraties giftige dampen hangen, die ook explosief kunnen zijn.

Benzeen_emissie_ontgassen

Een nieuwkomer in de cijfers van het RIVM is MTBE, een stof die aan benzine wordt toegevoegd als loodvervanger. Deze stof vormt een probleem voor de drinkwatervoorziening en wordt door de Amerikaanse overheid bestempeld als mogelijk kankerverwekkend. Vanwege grondwatervervuiling is de stof in zestien staten in de Verenigde Staten verboden. MTBE is zwaarder dan lucht en slaat bij ontgassen dus neer in het oppervlaktewater. Het is daarom bijzonder dat het RIVM ontgassen van MTBE ziet als emissie naar het compartiment lucht. Reden voor mij om begin mei vragen te stellen aan het RIVM over het bestempelen van MTBE als luchtemissie. Op deze vragen is nog geen antwoord gekomen.

Wat ook bijzonder is aan MTBE is dat de bijstelling van de emissiecijfers voor de binnenvaart een enorm effect heeft op de totale Nederlandse emissie. Deze bedroeg in 2011 slechts 918 kg, terwijl ontgassen door de binnenvaart in dat jaar goed was voor 360.000 kg. Aan de hoogte van de officiële cijfers valt sowieso te twijfelen, aangezien ik over stukken beschik over een lozing van twee- tot drieduizend kg op het oppervlaktewater. Het kan natuurlijk zijn dat het geen lozing, maar een ontgassing betrof. Dat blijft echter giswerk, aangezien ontgassingen niet gemeld hoeven te worden.

MTBE_emissie_ontgassen

Benzine komt niet apart voor in de cijfers van het RIVM, tenzij deze onder de algemene term NMVOS (niet-methaan vluchtige organische stoffen) wordt meegerekend. Als het RIVM benzine niet meeneemt is dat opvallend, omdat CE Delft in haar rapport tot 281 ton benzine-emissie per jaar komt – ook al mag benzine volgens de benzinerichtlijn niet aan de buitenlucht ontgast worden. Politiek gezien natuurlijk wel zo handig om dat getal dan weg te stoppen onder een andere naam, bijvoorbeeld als minerale oliën (de categorie die in hoeveelheid het dichtst bij het CE rapport van vorig jaar komt)?

Benzine_emissie_ontgassen

Onderbouwing emissiecijfers

Het RIVM baseert zich voor haar nieuwe berekeningen op het rapport van CE Delft van vorig jaar. Dat rapport is op zijn beurt weer gebaseerd op het protocol met behulp waarvan het RIVM de oudere cijfers opstelde, wat vervolgens weer gebaseerd is op een nog ouder rapport van CE Delft over ontgassen uit 2003. Toch zit er een groot verschil tussen de cijfers op basis van het protocol uit 2003 en op basis van het nieuwe rapport van CE uit 2013. Hoe dat komt? Zelfs als geïnteresseerde burger kan ik het niet volgen.

Zolang er geen meld-, monitor- of meetplicht is voor ontgassen in de binnenvaart zie ik de officiële cijfers als een conservatieve schatting. Ik voel me daarin gesterkt door Staatssecretaris Mansveld, die in de beantwoording van Kamervragen aangaf dat toxische stoffen wel degelijk ontgast mogen worden, en door het onderzoek dat Antea vorig jaar heeft uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Dit artikel is geschreven en gepubliceerd op Sargasso, als onderdeel van de reeks over emissies van ontgassen in de binnenvaart.

Het is al lang en breed juni, dus tijd om de balans op te maken van ons energie- en waterverbruik van mei. Een slechte maand voor ons energiebedrijf, een goede maand voor onze zonneboiler en zonnepanelen. Deze maand hebben we onze CV-ketel uitgezet, omdat we voldoende warm water hebben van de zonneboiler.

Elektriciteitsverbruik en -opwekking mei

Qurrent_mei_2014In mei hebben onze zonnepanelen genoeg elektriciteit opgewekt om in ons eigen verbruik te voorzien. In totaal hebben ze in mei 257 kWh opgeleverd. Dat is net iets meer dan in april. We hebben in juni 15 dagen stroom teruggeleverd aan het net en slechts 1 keer meer verbruikt dan het gemiddelde elektriciteitsverbruik waar Qurrent mee rekent. In mei hebben we gemiddeld 7,9 kWh verbruikt, dat is minder dan de 10,4 die volgens Qurrent gemiddeld is voor een vergelijkbaar gezin. In de grafiek hiernaast is het effect nog forser, omdat dit ons netto elektriciteitsverbruik is (dus inclusief de opbrengst van onze zonnepanelen).

2014 mei elektriciteitsverbruik per maandOnze winddelen leverde 81 kWh op, iets minder dan in april. Als we deze ook meenemen hebben we volgens mijn eigen berekening in mei 92 kWh teruggeleverd aan GreenChoice. Deze berekening wijkt wat af van de plaatjes van Qurrent en de sites die ik gebruik om het energieverbruik te monitoren.

2014 mei elektriciteitsverbruik 12 maandsOp jaarbasis wekken we inmiddels 111% van ons elektriciteitsverbruik zelf op. Dat betekent dat we ruim 300 kWh meer opwekken dan we verbruiken en dat we dus mogelijk een winddeel moeten gaan verkopen. Tenzij we meer stroom gaan verbruiken, wat ik niet echt van plan ben. Inmiddels liggen onze zonnepanelen er bijna een jaar op, wat betekent dat ik ook eens gekeken heb naar hoeveel Wattuur we hebben opgewekt per Wattpiek aan geïnstalleerd vermogen. De vuistregel volgens de overheid is daarbij 850 Wattuur per Wattpiek per jaar. Eind mei zaten we op 953 Wattuur per Wattpiek, dat is 16% meer en dus een leuke meevaller. Al heb ik nog geen poging gedaan om te zien of dit in lijn der verwachting is gelet op het aantal zonuren in de afgelopen 12 maanden.

In mei is ons elektriciteitsverbruik op jaarbasis weer een klein beetje gedaald. Het is er nog niet van gekomen werk te maken van het nieuwe stukje laaghangend fruit in elektriciteitsbesparing waar ik het vorige maand over had: het vervangen van de mechanische ventilatie met wisselspanningsmotor door een mechanische ventilatie met een gelijkspanningsmotor. Dit kan volgens mijn twittervolgers zo’n 200 tot 300 kWh per jaar aan elektriciteit schelen. Al geven andere aan dat het slechts 100 tot 200 kWh scheelt. Later dit jaar ga ik dat gewoon proefondervindelijk vaststellen door de mechanische ventilatie te vervangen.

Gasverbruik mei

2014 mei gasverbruik 12 maandsOns gasverbruik is in mei uitgekomen op 13 m3, dat 58% lager dan vorig jaar. Inmiddels is ons gasverbruik op jaarbasis weer bijna gedaald naar het niveau van begin 2012. Op jaarbasis is ons verbruik nu een kleine 700 m3.  Ook ons gasverbruik per graaddag zit met 0,28 nog maar 2 honderdste boven het gasverbruik van begin 2012, als ik al het gasverbruik toereken aan verwarmen en niks aan warm tapwater. Dus tijd om te gaan kijken hoe we de laatste 700 m3 verbruik kunnen aanpakken, bij voorkeur zodanig dat de gasaansluiting weg kan en als dat niet haalbaar is op zo’n manier dat we structureel onder de 500 m3 uitkomen.

Als ik corrigeer voor onze inschatting van gasverbruik voor warm tapwater zit ik volgens Mindergas.nl op 0,21 m3 per graaddag. 2014 mei gasverbruik per maandOns gasverbruik in mei was dan ook vooral voor warm tapwater, waarbij onze zonneboiler de grootste bijdrage leverde aan de benodigde warmte voor tapwater.

Deze maand even geen cijfers over het netto energieverbruik, aangezien m’n internetverbinding er weinig zin in heeft en ik het geduld ontbeer om daar op te blijven zitten wachten. Volgende maand nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Dit klinkt als een mooie kans om kennis te maken met Marga Hoek, directeur De Groene Zaak, en natuurlijk om kennis op te doen van zakendoen in de nieuwe, duurzame, circulaire economie:

Managementboek van het jaar 2014

Iedereen heeft het over de nieuwe economie… Maar hoe ziet die eruit? En hoe profiteer je er als ondernemer optimaal van? Hoe en met wie innoveer je dan? Hoe tekent zich je klantrelatie? En waarom? Tijdens de 2 ½ uur durende NRC masterclass worden deze vragen beantwoord door zeven aloude businessprinciples op onconventionele wijze nieuw leven in te blazen.

Graag nodig ik je uit voor deze workshop waarin ik nieuwe inzichten en handvatten geef om duurzaam, innovatiever en slagvaardiger te ondernemen. Hiermee openen we zeven vensters op succesvol zakendoen; onderbouwd met concrete modellen en geïllustreerd door tientallen (internationale) cases. Elke deelnemer ontvangt de bestseller / Managementboek van het jaar 2014 “Zakendoen in de nieuwe economie”.

Datum: 26 juni 2014
Tijd: 15.00 – 17.30 uur (na afloop borrel)
Locatie: NRC Restaurant Café, Amsterdam
Kosten: € 65,00 (incl. boek)

Klik hier voor meer informatie en aanmelden:
http://bit.ly/1hZJre7

Gisteren las ik dat RWE/Essent begonnen is met de bouw van het windpark Zuidwester, onderdeel van het grotere windpark Noordoostpolder. In windpark Zuidwester komen 12 windmolens van 7,5 MW per stuk te staan. In totaal gaat Zuidwester 280 miljoen kiloWattuur per jaar produceren. Daarmee is het windpark goed voor het energieverbruik van 80.000 huishoudens (uitgaande van 3.500 kWh per huishouden per jaar).

Dat betekent dat iedere windmolen ruim 6.500 huishoudens van elektriciteit kan voorzien. Dat betekent dat één zo’n nieuwe molen ruim voldoende elektriciteit produceert om heel Strukton een jaar van windenergie te voorzien, zelfs nu het elektriciteitsverbruik de afgelopen jaren door overnames is gestegen tot het equivalent van zo’n 4.000 huishoudens.

Het gehele windpark NOP gaat 1,4 TWh (1,4 miljard kWh) opwekken. Dat is voldoende om de Nederlandse treinen van windenergie te voorzien, of om de rijksoverheid van Noorse waterkracht af te halen (inclusief de Tweede Kamer) en op Nederlandse windenergie over te laten schakelen.