ACHTERGROND – De voorspelde negatieve gevolgen van de Duitse energietransitie op de industrie blijven uit.

Deze gastbijdrage betreft een vertaling van twee artikelen van Craig Morris door mij voor Sargasso.

Naar verwachting worden de nieuwe amendementen op de Duitse duurzame energiewet in augustus van kracht. Een van de doelen van deze wijzigingen is om een belangrijk – maar niet-bestaand – bijeffect van de Duitse energietransitie aan te pakken: industrie die het land uit wordt gejaagd. Nieuwe cijfers van Deutsche Bank tonen hoe erg de Duitse industrie ‘lijdt’.

Zoals iedereen weet is een van de belangrijkste doelstellingen van de Duitse energietransitie om de economie te ruïneren. Dat is althans het beeld dat ik krijg bij het lezen van internationale rapporten. Afgaande op de laatste data van Deutsche Bank (pdf) behaalt de energietransitie deze doelstelling echter niet.

‘Capaciteitsbenutting is momenteel hoog,’ schrijven de analisten van Deutsche Bank in hun rapport en ze voegen er aan toe dat ze verwachten dat de reële industriële productie in Duitsland in 2014 met 4% zal groeien. De export naar West-Europa stijgt, maar de wereldwijde groei blijft achter. Dat zorgt ervoor dat de inflatie laag blijft op 1,1% in de eerste helft van 2014, ondanks de ‘goede arbeidsmarktsituatie’.

Deutsche-Bank-500x221

Bron: Deutsche Bank

Vergeleken met andere landen in de Eurozone heeft Duitsland (op Ierland na) de hoogste verwachte economische groei, een lage inflatie en als enige begrotingsevenwicht (Luxemburg heeft dat ook, maar is niet weergegeven).

Energie wordt enkel genoemd in de context van inflatie: door de sterke euro en stabiele olieprijzen stijgen de energieprijzen niet. En hoewel de analisten het niet noemen, heb ik al eens beschreven hoe groothandelstarieven zijn gedaald en retailtarieven stabiel (het tarief dat de consument betaalt) zijn gebleven. Mogelijkerwijs gaan dit jaar ook deze tarieven dalen.

De analisten van Deutsche Bank richten zich meer op arbeid, omdat de invoer van een minimumloon logischerwijs een belangrijke factor vormt voor het bedrijfsleven. In ieder geval groter dan energie. Momenteel heeft Duitsland namelijk enkel loonafspraken per sector.

Bron: Deutsche Bank

Bron: Deutsche Bank.

De rechter van deze twee grafieken toont hoe de industrie in het voorjaar van 2011 in eerste instantie behoorlijk negatief reageerde op het besluit tot uitfasering van kernenergie door Bondskanselier Merkel. De verwachtingen van de industrie vielen toen scherp terug. Aan het eind van 2012 werd duidelijk dat de Duitse energietransitie vooral lagere energieprijzen betekende voor de industrie en geen uitval van het elektriciteitsnetwerk. In de linker grafiek is te zien dat de werkelijke prestaties van de industrie stabiel bleven, ondanks de schommelende verwachtingen.

Het rapport is nog het somberst over de energietransitie in de volgende passage:

Moreover, in light of various government decisions (such as higher pensions) or high energy prices, some companies will probably show restraint when it comes to investment in Germany. As a result, employment growth in industry also looks hardly likely…. However, one needs to bear in mind that the number of employees in German industry currently is more than 7% higher than at its low point of spring 2010, and in a longer-term comparison is high overall.

Door de tegenvallende start van 2014 voor de machinebouw en chemie is de Duitse industrie afhankelijker geworden van de automotive-sector. De enige reden die wordt gegeven voor de tegenvallende start van de machinebouw is een lager handelsvolume met Rusland.

Aldel ontvluchtte Nederland vanwege de Duitse Energiewende

Speciaal voor de Nederlandse lezer vul ik onze non-serie over bedrijven die Duitsland ontvluchten vanwege de hoge elektriciteitsprijzen aan met het verhaal van Aldel. Een Nederlands bedrijf, net over de grens met Duitsland, dat meer elektriciteit wilde inkopen in Duitsland. Want als je gehoord hebt over de Duitse energietransitie die energie-intensieve industrie, zoals aluminium smelters, wegjaagt, raad ik je aan even goed te gaan zitten voor het originele citaat uit het persbericht:

De Provincie Groningen zelf zal zorgen voor de lening van € 7 miljoen, die nodig is om er voor te zorgen dat Aldel, haar aandeelhouders en de Nederlandse overheid een oplossing vinden op lange termijn, in de vorm van een directe verbinding van Aldel naar het Duitse elektriciteitsnet. Deze verbinding zal dienen als een belangrijke levensader voor Aldel; het zal concurrerende internationale energieprijzen in de toekomst veilig stellen.

Oftewel: de provincie Groningen, met een van Europa’s grootste gasvelden, leent Aldel 7 miljoen Euro zodat het bedrijf aangesloten kan worden op het Duitse elektriciteitsnetwerk. Deze verbinding noemen ze een ‘belangrijke levensader’, omdat het zorgt voor ‘internationaal concurrerende elektriciteitsprijzen’.

De Volkskrant meldde dat Aldel’s Duitse concurrenten 25% minder voor elektriciteit betalen. De roep om aansluiting op het Duitse elektriciteitsnetwerk toont dat het verschil niet komt door uitzonderingen voor de Duitse industrie, maar door verschil in werkelijke stroomprijzen.

De Volkskrant had het echter fout toen ze stelde dat de Duitse reactie op Fukushima aantoont waarom de elektriciteitsmarkt op Europees in plaats van op nationaal niveau moet worden gecoördineerd. Het elektriciteitsaanbod was namelijk nog veel groter – en de elektriciteitsprijs dus veel lager – geweest als Duitsland in 2011 niet acht kerncentrales had gesloten.
De oorzaak van de dalende elektriciteitsprijzen in Duitsland is vooral de enorme groei van zonne-energie. En dat was al jaren voor Fukushima aan de gang. Sommigen onder ons probeerden uit te leggen wat de resultaten daarvan zouden zijn, maar luisterde daar eigenlijk wel iemand naar?

Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is een samenvoeging van twee eerder op Renewables International gepubliceerde artikelen over het effect van de energietransitie op de industrie. Te weten German deindustrialization: how is that going? en Dutch aluminum firm hungry for German electricity. De artikelen zijn met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

ANALYSE – De elektriciteit die Duitsland in 2013 exporteerde was 6,3% duurder per MWh dan de elektriciteit die het land importeerde. De realiteit is dus precies tegenovergesteld aan het veelgehoorde verhaal dat Duitsland haar overschot aan duurzame elektriciteit tegen dumpprijzen verkoopt in omliggende landen.

Deze gastbijdrage is een vertaling van een artikel van Craig Morris door mij voor Sargasso.

Vooral voor Frankrijk is de situatie ongunstig; de Duitse elektriciteit die wordt geïmporteerd is 24,4% duurder dan de elektriciteit die Frankrijk naar Duitsland exporteert.

Trek dus maar 2,8 miljard Euro af van de kosten van de Energiewende in 2013. Dit bedrag verdiende Duitsland dat jaar met de export van energie.

De algemene aanname is dat Duitsland haar overtollig geproduceerde duurzame elektriciteit (een gevolg van ‘onberekenbare’ wind- en zonne-energie) dumpt in omliggende landen. Dit zou dan betekenen dat de elektriciteit die Duitsland exporteert minder waard moet zijn dan de waarde van de elektriciteit die Duitsland – naar wordt aangenomen op zon- of windloze dagen – importeert.

Dat lijkt een logische conclusie, maar als we naar de data kijken, ontstaat een heel ander verhaal.

Zo zijn in Frankrijk de stroomprijzen vaak flink negatiever dan in Duitsland. (Negatieve stroomprijzen worden berekend wanneer, met name in daluren, veel overtollige energie op het elektriciteitsnet wordt gedumpt – bijvoorbeeld door een teveel aan wind of zon, maar ook door de relatief hoge kosten van het naar beneden schakelen van conventionele kern- of kolencentrales.)

Het veelgehoorde bezwaar tegen zonne- of windenergie, dat deze moeilijker dan conventionele elektriciteit, in overeenstemming met de energievraag zijn te brengen, gaat dus niet op.

Vorig jaar schreef ik hoe de gemiddelde Duitse exportprijs per kWh 5,6 Eurocent was, vergeleken met 5,25 Eurocent voor iedere geïmporteerde kWh. Met andere woorden: Duitse elektriciteit was 0,35 Eurocent meer waard dan buitenlandse elektriciteit.

Dit prijsverschil is vorig jaar echter nooit expliciet gemaakt; het persbericht van het Duitse centraal bureau voor statistiek presenteerde enkel de ruwe data. Dit jaar was er niet eens een persbericht. Daarom heb ik de ruwe data zelf opgehaald (klik hier).

Country Power exports MWh Value in 1,000 euros Power imports in MWh Value in 1,000 euros
2013
Belgium - - - -
Luxembourg 4,137,024 209,295 - -
Sweden 1,049,091 44,492 1,078,890 46,899
Denmark 6,128,898 301,543 3,678,792 209,096
France 1,605,290 85,743 11,606,053 498,465
Netherlands 24,491,975 1,337,447 273,985 14,313
Austria 15,424,664 812,725 7,070,229 382,777
Poland 5,672,752 270,502 562,580 25,932
Czech Republic 2,525,571 135,571 9,203,951 471,618
Switzerland 10,792,061 559,501 3,398,437 164,927
TOTAL 71,827,326 4,581,922 35,794,027 1,767,128
Price of kWh (all) 5.2303 4.9197
Price of kWh (France) 5.3413 4.2949

Op de eerste plaats zien we dat er geen elektriciteit wordt verhandeld met België (informatie die ik heb toegevoegd om duidelijk te maken dat ik België niet ben vergeten). Ook Luxemburg exporteert geen stroom terug naar Duitsland. Het verschil tussen de gemiddelde prijs per kWh geëxporteerde stroom en geïmporteerde stroom is 0,31 Eurocent in het voordeel van Duitsland. Opvallend is het grote verschil bij de handel met Frankrijk, dat is bijna 25%.

Let op dat het hier gaat over fysieke elektriciteitsstromen, niet om commerciële aankopen. In de tabel hierboven lijkt het alsof Frankrijk acht keer zoveel stroom verkoopt aan Duitsland dan het koopt van Duitsland, maar Frankrijk gebruikt het Duitse elektriciteitsnet ook om stroom te verkopen aan Zwitserland en Italië. In werkelijkheid is Frankrijk een grote commerciële koper van Duitse stroom.

De oorzaken hiervan zijn wederom empirisch eenvoudig te begrijpen (al lijken ze niet logisch). Op de eerste plaats moeten we voorbij de nonsens dat Duitsland onverkoopbare hernieuwbare elektriciteit dumpt op de elektriciteitsmarkt van buurlanden. (Wat Frankrijk overduidelijk wel doet met onverkooopbare kernenergie). Duitsland heeft recent een nieuw record gevestigd, waarbij 73% van de elektriciteit duurzaam werd opgewekt. Dat is duidelijk geen overproductie aan hernieuwbare elektriciteit, daarvoor moet meer dan 100% worden opgewekt (een grens die Denemarken al haalt met enkel windenergie).

En zoals ik al heb uitgelegd, zorgt de buitenlandse vraag naar Duitse elektriciteit voor een hogere productie van grijze stroom; de productie van hernieuwbare elektriciteit wordt niet beïnvloed door de vraag uit het buitenland.

Duitsland exporteert goedkope energie omdat conventionele centrales in de knel komen door de groeiende productie van hernieuwbare elektriciteit en deze conventionele centrales niet rendabel kunnen draaien bij een passende (lage) energieproductie. Kortom: Duitsland dumpt juist grijze stroom in buurlanden.

Onderstaande grafiek illustreert ook wanneer Duitsland stroom importeert en exporteert.

Energie-export-Dld-458x300

Agora Energiewende

De rode lijn geeft de Duitse elektriciteitsvraag weer. Duitsland exporteert elektriciteit wanneer de rode lijn onder het grijze gebied komt. ‘s nachts en aan het begin van de dag gaan de elektriciteitsproductie en de vraag naar elektriciteit redelijk gelijk op. Op deze momenten, wanneer de elektriciteitsvraag en -prijs laag zijn, exporteert Duitsland, relatief gesproken, maar een klein beetje energie. Echter wanneer de vraag (en dus ook de prijs) hoog zijn, is de Duitse energie-export veel groter.

Kerncentrales in Frankrijk draaien over het algemeen zo veel mogelijk op vol vermogen, dus die kunnen de productie niet verder opschroeven. Frankrijk was mede daarom de tweede importeur van Duitse elektriciteit na Nederland. Alleen zijn Nederlanders gewiekste ondernemers, geen ideologische aanhangers van bepaalde technologieën, zodat de waarde van de elektriciteit die Duitsland aan Nederland verkocht slechts 4,6% meer waard was dan de elektriciteit die Duitsland van Nederland kocht.

Dat is dan het einde van het verhaal dat Duitsland duurzame elektriciteit tegen verlies dumpt in omliggende landen. Het is een logisch verhaal, maar dat was Aristoteles’ metafysica ook. Sinds de Middeleeuwen is wetenschappelijk denken gebaseerd op experimenten en data. En dat is waar de Duitse energietransitie op is gebaseerd.

Helaas lijkt veel van de kritiek op de Duitse energietransitie op het wensdenken van metafysici die hun uitleg van de vier elementen en lichaamsvloeistoffen als een feit neerzetten, terwijl hun verhaal enkel klopt volgens de regels van de logica.

Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

Zo nu en dan word ik benaderd door bedrijven met het verzoek om gastberichten te plaatsen. Tot op heden ben ik daar spaarzaam mee geweest, al heb ik vorig jaar wel aandacht besteed aan de crowdfundingactie van Thermosmart en aan de lancering van Vandebron. Vanaf vandaag ga ik wat minder spaarzaam met gastberichten om. Op de eerste plaats omdat ik zelf te weinig toe kom aan bloggen en op de tweede plaats omdat ik hoop dat de berichten die ik hier deel van nut zijn voor de lezers van dit blog. Waarbij opgemerkt dat, tenzij anders vermeld, ik geen vergoedingen ontvang van bedrijven waar ik berichten van plaats.

Infographic isolatieglas

Om de zomerse hitte te verdrijven vandaag een infographic van JLM Glas over de besparingen en voordelen van isolatielas. De berekeningen in de infographic zijn gebaseerd op een verbruik van 1.200 m3 aardgas voor verwarming en vervanging van enkel glas door de genoemde glassoorten. Bij een woning waar 20 m2 enkel glas vervangen wordt door HR++ levert dat een besparing op van 315 tot 460 m3 gas besparen, dat is dus 26% tot 38% gas.

In ons geval (gasverbruik tussen de 700 en 1.000 m3) zou dat bij vervanging van enkel glas een besparing betekenen tussen de 182 m3 en 380 m3 aardgas. Alleen hebben we al dubbel glas, wat betekent dat het besparend effect nog kleiner is. We verwarmen ongeveer 50 m2 (vloeroppervlak) van onze woning, dus bij vervanging van al ons glas door HR+++ levert dat een besparing op van ongeveer 200 m3 aardgas (er van uitgaande dat ons huidige dubbelglas ongeveer vergelijkbaar is met HR glas). Wat overigens niet wegneemt dat we vervanging van het glas door HR++ of HR+++ op ons verlanglijstje hebben staan, al was het maar vanwege het comfort van een minder warm huis in de zomer en het geluidsdempend effect. Een effect dat we op onze zolder al merken.

 

Infographic isolatieglas

Bron: JLM Glas

Het is ons gelukt, voor de tweede keer sinds de zonneboiler is geïnstalleerd hebben we in juli een volledig gasloze maand achter de rug en als het weer in augustus meewerkt volgt er deze maand nog een. Ook leverde onze zonnepanelen genoeg stroom op om in ons elektriciteitsverbruik  te voorzien. Dat betekent dat juli 2014 dus de eerste maand is dat we helemaal geen variabele kosten hebben voor gas- of elektriciteitsverbruik. Als we enkel voor juli een nota zouden krijgen bestaat deze enkel uit vaste lasten.

Elektriciteitsverbruik en -opwekking juli

In juni hebben onze zonnepanelen 288 kWh opgewekt en onze winddelen 52 kWh, dat is ruim genoeg elektriciteit om in ons eigen maandverbruik van 246 kWh te voorzien. In totaal hebben we in juli dus 94 kWh meer opgewekt dan verbruikt. Volgens de meting van Qurrent hebben we in juli dan ook op veel meer dagen netto-elektriciteit afgenomen van het net dan in juni. In het overzicht van Qurrent is de opbrengst van onze winddelen nog niet meegenomen. Ook hebben we in juli een paar dagen last gehad met onze internetverbinding, waardoor de gegevens niet helemaal compleet zijn.

In juli hebben we gemiddeld 7,9 kWh verbruikt, dat is 18% minder dan de 9,7 die volgens Qurrent gemiddeld is voor een vergelijkbaar gezin. In de grafiek hieronder is het effect nog forser, omdat dit ons netto elektriciteitsverbruik is (dus inclusief de opbrengst van onze zonnepanelen).

Elektriciteitsverbruik per dag in juli 2014.

Elektriciteitsverbruik per dag in juli 2014.

De afgelopen 12 maanden hebben we nu 112% van ons elektriciteitsverbruik zelf opgewekt. Dat betekent dat we 384 kWh meer opwekken dan we verbruiken. Bij GreenChoice is ons voorschotbedrag inmiddels gedaald tot 5 Euro per maand voor elektriciteit.

Jaarverbruik 2014

Sinds januari hebben we 2.300 kWh opgewekt, waarvan 1.509 kWh  opgewekt met onze zonnepanelen (66%). Dat betekent dat we tot nu toe per saldo 388 kWh van het net hebben afgenomen en 403 kWh meer hebben opgewekt dan verbruikt, want we hebben dit jaar tot nu toe 1.897 kWh verbruikt. In werkelijkheid zal de elektriciteitsafname van het net hoger liggen, omdat productie van zonne-energie en het verbruik van elektriciteit niet altijd gelijktijdig plaatsvinden. Verder moet je in onderstaande afbeelding moet je dag- en nachtstroom omdraaien, want die meters heb ik verwisseld bij het invoeren. Meterstandenmonitor kijkt momenteel op mijn verzoek naar een manier om de meters om te kunnen draaien.

Elektriciteitsproductie en opwekking van januari t/m juli 2014

Elektriciteitsproductie en opwekking van januari t/m juli 2014

Gasverbruik juli

Ons gasverbruik is in juli uitgekomen op 0 m3. Dat betekent dat 100% van de benodigde warmte voor ons tapwater in juli afkomstig was van de zonneboiler. Op 12-maands basis is ons verbruik nu 678 m3, een besparing van bijna 300 Euro vergeleken met ons gasverbruik vorig jaar. In 2014 hebben we tot nu toe 356 m3 aardgas verbruikt.

Ons gasverbruik per graaddag zit met 0,28 nog maar 2 honderdste boven het gasverbruik van begin 2012, als ik al het gasverbruik toereken aan verwarmen en niks aan warm tapwater. Als ik corrigeer voor onze inschatting van gasverbruik voor warm tapwater zit ik volgens Mindergas.nl op 0,21 m3 per graaddag. Mindergas verwacht dat we in 2014 op 710 m3 gasverbruik gaan uitkomen (weer iets minder dan vorige maand ;-) . Dat zou een mooie prestatie zijn, al blijft mijn streven volledig van het gas af te gaan.

Netto energieverbruik 2014

Met behulp van Meterstandenmonitor.nl kun je mooie jaargrafieken krijgen van je totale energieverbruik. Zowel het gas- als het elektriciteitsverbruik worden daarvoor omgerekend naar GigaJoules, zodat ze vergelijkbaar worden. Je kunt ook de tarieven aanpassen, zodat je precies kunt zien waar de grootste kosten zitten. Het is niet verrassend dat ons grootste energieverbruik geleverd wordt door gas. Onze zonnepanelen leveren tenslotte een groot deel van onze elektriciteit. Bovendien staat een m3 aardgas ongeveer gelijk aan 10 kWh elektriciteit. In de grafiek hier rechts moet je dag- en nachtstroom wel omdraaien, want zoals al eerder opgemerkt heb ik bij het invullen van de gegevens op meterstandenmonitor de 2 meters omgedraaid.

Energieverbruik in giga Joules (GJ)

Energieverbruik in giga Joules (GJ)

Het netto-energieverbruik per maand is ook vergeleken met voorgaande jaren een stuk lager:

Netto energieverbruik in giga Joules per maand

Netto energieverbruik in giga Joules per maand

 

Afgelopen anderhalf jaar heb ik me tegen wil en dank steeds dieper ingegraven in het dossier ontgassen door de binnenvaart. Een dossier waar je soms lang moet wachten op antwoord van de overheid (record voor gemeente Rotterdam die precies 365 dagen nodig had om vragen van GroenLinks te beantwoorden) en waar je ontzettend goed moet opletten of je dan ook daadwerkelijk antwoord op je vraag krijgt. Vandaag een lezersvraag van 3 maanden geleden en een inkijkje in de wijze waarop ambtenaren van de gemeente Utrecht hun wethouders informeren.

De vraag van de lezer was: mag je ontgassen in de gemeente Nigtevegt? De lezer in kwestie was van plan om een huis te kopen in Nigtevegt (gelegen langs het Amsterdam-Rijnkanaal, een rijksvaarweg). De lezer had van buurtbewoners te horen gekregen dat er in de gemeente Nigtevegt niet ontgast mag worden. Alleen klopt dat ook? Duurzaam Nigtevegt wist van niks.

Ongeveer tegelijkertijd vroeg ik wethouder Van Hooijdonk (GroenLinks) van de gemeente Utrecht via Twitter of de gemeente Utrecht ook last had van emissies door ontgassen. Ze antwoordde vrij snel (en met trots op het ambtelijk apparaat) dat Utrecht geen plaatsen voor stilliggend ontgassen heeft aangewezen en dat Rijkswaterstaat handhaaft op het Amsterdam-Rijnkanaal.

De regelgeving

Tijd dus om terug te gaan naar de bronnen, te weten de regelgeving en een van de handhavers op de rijksvaarwegen: Rijkswaterstaat. Het transport van gevaarlijke stoffen door de binnenvaart is gereguleerd in het ADN verdrag, daarnaast zijn het scheepsafvalstoffenverdrag (CDNI) en de benzinerichtlijn van belang.

In het ADN is ontgassen geregeld in artikel 7.2.3.7. In randnummer 7.2.3.7.0 en 7.2.3.7.1 wordt uitgelegd welke stoffen niet ontgast mogen worden. Hier staat bijvoorbeeld dat ontgassen alleen mag naar de buitenlucht als het op grond van andere internationale of nationale wettelijke voorschriften niet verboden is. Ook staat daar dat de zogenaamde t stoffen (toxische stoffen) niet ontgast mogen worden aan de buitenlucht. Verder is ontgassen aan de buitenlucht door binnenvaartschepen, onder voorwaarden, toegestaan. Behalve in drukbevolkte gebieden, een begrip waarvan de definitie in het verdrag en in de Nederlandse wet ontbreekt. In de benzinerichtlijn is vastgelegd dat het ontgassen van benzine (UN 1203 om precies te zijn) verboden is.

In randnummer 7.2.3.7.3 van het ADN staat een uitzondering voor het ontgassen van verboden stoffen. Bij dit randnummer staat dat wanneer het niet praktisch is om op de aangewezen plaatsen te ontgassen het ook tijdens de vaart mag. Wel zijn er dan strengere eisen aan ontgassen verbonden.

Voor alle randnummers uit het ADN geldt: als er geen plaatsen voor stilliggend ontgassen zijn aangewezen is ontgassen tijdens de vaart toegestaan.

Reactie van Rijkswaterstaat

Van Rijkswaterstaat kreeg ik onderstaande reactie op mijn vraag over lokale ontgasverboden (ik heb de tekst hier en daar wat leesbaarder gemaakt voor niet ingewijden in het dossier):

Het is ons niet bekend dat er lokale ontgassingsverboden van kracht zijn in de door u genoemde gemeenten [Utrecht en Nigtevegt, KB]. Bovendien zijn lokale verboden van kracht op lokaal grondgebied in dit geval gaat het dan om een gemeentelijk of provinciaal vaarwater.

Rijkswaterstaat handhaaft op Rijksvaarwegen en niet op wateren waarover zij geen beheer heeft. De wettelijke basis van het instellen van een lokaal verbod is ons niet bekend en in Nederland is de regelgevende instantie die een verbod afgeeft ook verantwoordelijk voor de handhaving daarop.

Varend ontgassen (ook van benzeen) is momenteel landelijk toegestaan. Stilliggend ontgassen op rijksvaarwegen mag enkel onder voorwaarden en op een door Rijkswaterstaat aangewezen ligplaats. Rijkswaterstaat heeft geen plaatsen aangewezen waar stilliggend ontgassen is toegestaan. Rijkswaterstaat kan in geval van calamiteiten wel tijdelijk een plaats aanwijzen voor stilliggend ontgassen.

In Nederland houdt de Inspectie Leefomgeving en Transport toezicht op het vervoer van gevaarlijke stoffen, de basis hiervoor is het ADN.

Conclusie

De Inspectie Leefomgeving en Transport houden toezicht op het vervoer van gevaarlijke stoffen en Rijkswaterstaat op ontgassen. Beide zijn bij hun toezichthoudende taken gebonden aan landelijke regels voor ontgassen, die weer gebaseerd zijn op het ADN. Er zijn door de landelijke toezichthouders geen plaatsen aangewezen voor stilliggend ontgassen op vaarwegen die onder beheer van het rijk vallen. Dit betekent dat varend ontgassen (ook van toxische stoffen) op rijksvaarwegen is toegestaan, mits schippers zich aan de regels houden. Een overzicht van vaarwegen onder (gedeeltelijk) beheer van Rijkswaterstaat vind je hier.

Ontgassen in dichtbevolkt gebied is niet toegestaan volgens het ADN. Alleen is dit begrip niet vastgelegd in Nederlandse regelgeving, wat betekent dat ontgassen op alle rijksvaarwegen is toegestaan. Dus ook op het Amsterdam-Rijnkanaal langs Nigtevegt, Maarssen en Utrecht. Hoe de gemeente Utrecht van mening kan zijn dat ontgassen binnen de bebouwde kom verboden is, weet ik niet. Het kan zijn dat dat deel van het Amsterdam-Rijnkanaal geen onderdeel vormt van de rijksvaarwegen. Anders is varend ontgassen ook op het deel van het Amsterdam-Rijnkanaal binnen de bebouwde kom van Utrecht toegestaan. Het lijkt er eerder op dat het ambtelijk apparaat van de gemeente Utrecht de strategie ‘liegen mag niet, selectief antwoord geven wel’ heeft gehanteerd.

Wanneer je bovenstaande niet gelooft, raad ik je aan bij om een melding van ontgassen bij RWS of IL&T te doen als je een binnenvaarttanker met open luiken langs ziet varen binnen de bebouwde kom. Mocht er proces verbaal komen voordat de provincie Utrecht zich aansluit bij de provinciale ontgasverboden waar Noord-Brabant en Zuid-Holland aan werken, dan ontvang ik daar graag een kopie van. Beloning een doos wijn. Ik denk namelijk dat je ook binnen de bebouwde kom tevergeefs handhaving belt om het ontgassen te stoppen, tenzij het schip benzine (UN 1203) ontgast (wat goed mogelijk is als het vanuit Amsterdam, de grootste benzinehaven ter wereld, komt pdf )…

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Onderstaande zienswijze heb ik ingediend naar aanleiding van de voorgestelde 9e wijziging van de provinciale milieuverordening van de Provincie Zuid-Holland (pdf). Doel van deze wijziging is om het mogelijk te maken om in de provincie Zuid-Holland een verbod voor het ontgassen van binnenvaarttankschepen aan de buitenlucht in te stellen. Een handelswijze waarbij volgens modelberekeningen van het RIVM jaarlijks 1,8 miljoen kilo vluchtige organische stoffen vrijkomt (zie emissieregistratie.nl). Volgens praktijkonderzoek van Antea zijn de modelberekeningen van het RIVM aan de conservatieve kant en aangezien er geen meldplicht voor ontgassen is weet niemand precies hoe het zit.

Wilt u zelf een zienswijze indienen dan kan dit door deze voor 27 augustus schriftelijk met handtekening te sturen aan (helaas is digitale communicatie nog niet tot de procedures van de provincie doorgedrongen):

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
Postbus 90602
2509 LP DEN HAAG
Ovv:  Zienswijze 9wPmv

De tekst van onderstaande zienswijze is te downloaden in word-versie en open document formaat.

Ook de Provincie Noord-Brabant heeft een concept wijziging van de provinciale milieuverordening (pdf) opgesteld. Op de website van Noord-Brabant kan ik niet terugvinden of het nog mogelijk is hier een zienswijze op in te dienen.

Mijn zienswijze

Als bewoner van Schiedam maak ik mij al enige tijd druk over de omvang van emissies van schadelijke stoffen t.g.v. ontgassen door de binnenvaart. Tot mijn vreugde is de provincie Zuid-Holland in navolging van de provincie Noord-Brabant van plan om een provinciaal verbod op ontgassen van benzeen en benzeenhoudende (>10%) stoffen in te voeren. Na het lezen van de tekst van de provinciale milieuverordening, de beantwoording van gemeenteraadsvragen door het gemeentebestuur van Rotterdam en het stellen van vragen aan Rijkswaterstaat blijf ik achter met vragen over monitoring en handhaafbaarheid van het provinciaal verbod op ontgassen. Vragen die nog eens extra groot worden door uitlatingen van het RIVM dat het internationale verbod op ontgassen van benzine niet effectief is. Als bewoner zit ik niet te wachten op een verbod dat in de praktijk een wassen neus blijkt, maar op daadwerkelijke stappen om de emissies t.g.v. ontgassen door de binnenvaart terug te dringen. Zoals u in onderstaande zienswijze kunt lezen roept de voorliggende provinciale milieuverordening nog veel vragen op.

Algemeen

De provincie Zuid-Holland zet in op een ontgasverbod voor benzeen en benzeenhoudende stoffen. De provincie houdt de mogelijkheid open om het ontgassen meer stoffen te verbieden. De provinciale milieuverordening bevat hiertoe echter geen afwegingskader, zoals in de provinciale milieuverordening van de provincie Noord-Brabant is opgenomen. Het opnemen van een dergelijk afwegingskader heeft als voordeel dat zowel bedrijven als omwonenden weten welke factoren in de toekomst tot een ontgasverbod voor een specifieke stof kunnen leiden.

  1. Waarom heeft de provincie geen afwegingskader voor het toevoegen van stoffen aan het ontgasverbod opgenomen in haar provinciale milieuverordening, zoals de provincie Noord-Brabant doet?
  2. Waarom heeft de provincie Zuid-Holland geen grijze lijst toegevoegd op basis van de minimalisatieplicht uit de Nederlandse emissie Richtlijn (NeR), zoals Noord-Brabant wel heeft gedaan?
  3. Waarom ontbreekt MTBE bij te verbieden UN-nummers? MTBE bevat ook benzeenringen, levert problemen op met drinkwaterbereiding uit oppervlaktewater en wordt in de VS beschouwt verdacht van kankerverwekkende eigenschappen. Daarnaast is Nederland een van de grootste producenten van MTBE in Europa en zijn de emissies t.g.v. ontgassen door de binnenvaart een veelvoud van de totale MTBE emisssie van Nederland (bron Emissieregistratie.nl). Bovendien is los vervoer van MTBE en aardoliedestillaat een van de bekende manieren om het ontgasverbod voor benzine te omzeilen.

Alternatieven voor ontgassen

De provincie is van mening dat ladingdampen bij zogenaamde dedicatievaart en bij compatibel varen gewoon in de tank mag blijven. Reden hiervoor is dat de provincie aanneemt dat de resterende ladingdamp bij belading uit de tank wordt verdrongen naar de tank op de wal. In geval de terminal werkt met drijvende daken dan is terugvoer in de tank niet mogelijk en zal er een naast een dampretourinstallatie ook een dampverwerkingsinstallatie aanwezig moeten zijn. In antwoord op vragen van GroenLinks-raadslid Arno Bonte geeft de gemeente Rotterdam aan dat dampretourinstallaties de retour ontvangen dampen naar de buitenlucht mogen lozen en dat er in verschillende gevallen niet eens een dampverwerkingsinstallatie of tank aanwezig is. De gemeente en DCMR kunnen geen overzicht geven van bedrijven waarbij dit het geval is.

De provincie geeft aan dat er technieken ingezet kunnen worden voor het terugwinnen van restladingdampen teneinde deze weer in te zetten in het productieproces. Het ministerie van I&M gaf vorig jaar in emailcorrespondentie aan dat vanaf afvaart vanaf de terminal sprake is van afval, omdat de ontvanger zich klaarblijkelijk van de resterende ladingdamp wil ontdoen.

  1. Hoe weet de provincie, gelet op bovenstaande informatie, zeker dat resterende ladingdamp bij belading terug gaat naar de tank op de wal en niet via de dampretourinstallatie naar de lucht wordt uitgestoten?
  2. Heeft de provincie een overzicht van installaties binnen de provincie die beschikken over een dampverwerkingsinstallatie, zodat teruggewonnen ladingdampen niet worden uitgestoten naar de lucht?
  3. Hoe verhoud het terugwinnen van restladingdampen teneinde deze weer in te zetten in het productieproces zich tot de afvalwetgeving?

Monitoring

Schepen melden hun lading in IVS90, dit systeem wordt echter niet gehanteerd voor scheepvaartbewegingen binnen het Rotterdams havengebied. IVS90 is ook niet bedoeld voor opsporings- en handhavingsdoeleinden.

  1. Welke monitoringssystemen heeft de provincie Zuid-Holland om te bepalen wat de lading was van een binnenvaarttankschip?
  2. Welke monitoringssystemen heeft de provincie Zuid-Holland om te bepalen wat de voorgaande ladingen van een binnenvaarttankschip waren (dit i.v.m. de uitzonderingen in artikel 4.5.4)?
  3. Welke monitoringssystemen heeft de provincie Zuid-Holland om waar te nemen dat een binnenvaartschip gaat ontgassen? Er is tenslotte geen meldplicht voor ontgassen.
  4. Is het genoemde E-nose monitoringssysteem nauwkeurig genoeg om waar te nemen dat een schip heeft ontgast of bezig is te ontgassen?
  5. Is het E-nosesysteem geschikt voor handhavingsdoeleinden en is het systeem in staat om stof specifiek ingezet te worden voor de UN nummers die onder het ontgasverbod vallen?
  6. Vind monitoring van ontgassingsemissies volcontinue plaats of enkel gedurende bepaalde intervallen?

 Handhaving

In de provinciale milieuverordening wordt gesproken over handhaving door de regionale omgevingsdienst, eventueel in samenwerkign met politie, RWS en HBR. Rijkswaterstaat geeft op schriftelijke vragen van mij echter aan dat zij de bestaande nationale regels voor ontgassen enkel op heterdaad mag handhaven. RWS acht zichzelf niet bevoegd om provinciale of lokale verboden te handhaven op rijksvaarwegen. Dit geldt huns inziens evenzeer voor inspecteurs van de Inspectie Leefomgeving & Transport.

  1. Beschikt de regionale omgevingsdienst over eigen vaartuigen om controles uit te voeren?

  2. Zo nee, hoe krijgt de samenwerking tussen regionale omgevingsdienst, politie, RWS, IL&T en HBR concreet vorm? Op welke wijze borgt de provincie dat landelijk werkende bijzonder opsporingsambtenaren van RWS en IL&T in staat zijn het provinciale ontgasverbod te handhaven?

  3. Hoe snel kunnen controleurs ter plaatse zijn als het monitoringssysteem een ontgassing waar neemt?

  4. Mogen controleurs op basis van de provinciale milieuverordening na afloop van een ontgassing beboeten, of enkel op heterdaad?

  5. renzen tussen provincies lopen vaak midden door de vaarweg. Dit roept de vraag op hoe handhaving plaatsvindt op wateren, die de provinciegrens vormen met provincies waar geen ontgasverbod geldt?

Juni was wederom een slechte maand voor ons energiebedrijf, maar meer nog voor de belastingdienst en de Nederlandse economie. We hebben namelijk nauwelijks gas verbruikt en meer dan volledig voorzien in onze eigen elektriciteitsbehoefte. Dat alles dankzij onze zonneboiler, onze zonnepanelen en onze winddelen. En om de bezorgde lezer gerust te stellen: ons gezin leidt daar niet onder. Sterker we genieten er met volle teugen van om de kinderen heerlijk buiten te laten kliederen in het zand en de modder, om ze daarna met dank aan het mooie weer in een warm bad te doen of onder een warme douche te zetten.

Elektriciteitsverbruik en -opwekking juni

In juni hebben onze zonnepanelen 331 kWh opgewekt, dat is ruim genoeg elektriciteit om in ons eigen maandverbruik van 238 kWh te voorzien. We hebben in juni 6 dagen stroom afgenomen van het net.  In juni hebben we gemiddeld 7,9 kWh verbruikt, dat is minder dan de 10,4 die volgens Qurrent gemiddeld is voor een vergelijkbaar gezin. In de grafiek hieronder is het effect nog forser, omdat dit ons netto elektriciteitsverbruik is (dus inclusief de opbrengst van onze zonnepanelen).

2014_juni_electra_qurrent

Elektriciteitsverbruik per dag, juni 2014

Onze winddelen leverde 59 kWh op, minder dan in mei Als we deze ook meenemen hebben we volgens mijn eigen berekening in juni 152 kWh teruggeleverd aan GreenChoice. Dankzij onze zonnepanelen leveren die stroom vooral overdag terug, waarmee we ons steentje bijdragen aan het uit de markt drukken van duurdere energiecentrales en dus aan het verlagen van het stroomtarief voor de Nederlandse grootverbruikers.

Op jaarbasis wekken we inmiddels 113% van ons elektriciteitsverbruik zelf op. Dat betekent dat we ruim 400 kWh meer opwekken dan we verbruiken en dat we dus bijna een winddeel aan stroom overhebben. Wat kansen biedt om ons gasverbruik verder te gaan vervangen door elektriciteit. De enige optie daarvoor is zoeken naar alternatieven voor ons gasverbruik voor verwarming.

Sinds januari hebben we 309 kWh meer opgewekt dan verbruikt, waarvan 1.221  kWh door de zon. Dat betekent dat we per saldo nog maar 430 kWh van het elektriciteitsnet hebben afgenomen. Dat zal in werkelijkheid wat hoger liggen, omdat productie en verbruik van elektriciteit niet altijd gelijktijdig plaatsvinden. In onderstaande afbeelding moet je dag- en nachtstroom omdraaien, want die meters heb ik verwisseld bij het invoeren.

2014_Energie_productie_jan-jun

Elektriciteitsverbruik en -productie januari t/m juni 2014

Inmiddels liggen onze zonnepanelen er ruim een jaar op. Tijd dus om bij te gaan houden hoeveel Wattuur we hebben opgewekt per Wattpiek aan geïnstalleerd vermogen. De vuistregel volgens de overheid is daarbij 850 Wattuur per Wattpiek per jaar. In juni zaten we op 1.043 Wattuur per Wattpiek. Dat is 23% meer en dus een leuke meevaller. Al heb ik nog steeds geen poging gedaan om te zien of dit in lijn der verwachting is gelet op het aantal zonuren in de afgelopen 12 maanden.

In jni is ons elektriciteitsverbruik op jaarbasis gelijk gebleven. We hebben nog geen werk gemaakt van het laaghangend fruit dat gevormd wordt door de mechanische ventilatie met wisselspanningsmotor. Dat wordt een klusje voor het najaar.

Gasverbruik juni

Ons gasverbruik is in juni uitgekomen op 3 m3, dat ruim de helft lager dan vorig jaar. Ons gasverbruik in juni was volledig voor warm tapwater, maar het leeuwendeel van de benodigde warmte kwam deze maand van de zonneboiler.

Inmiddels is ons gasverbruik op jaarbasis weer bijna gedaald naar het niveau van begin 2012. Op jaarbasis is ons verbruik nu 679 m3, terwijl we begin 2012 op 652 m3 zaten.  Ook ons gasverbruik per graaddag zit met 0,28 nog maar 2 honderdste boven het gasverbruik van begin 2012, als ik al het gasverbruik toereken aan verwarmen en niks aan warm tapwater. Als ik corrigeer voor onze inschatting van gasverbruik voor warm tapwater zit ik volgens Mindergas.nl op 0,21 m3 per graaddag, dat is 12,7% lager dan in dezelfde periode van 2012 en 3% lager dan in 2011. Vergeleken met 2013 is het zelfs 40% minder. Mindergas verwacht dat we in 2014 op 717 m3 gasverbruik gaan uitkomen. Dat zou een mooie prestatie zijn, al zou ik liever helemaal van het gas willen. Helaas zijn er nog geen Nederlandse energiebedrijven die een all-electric strategie nastreven.

Netto energieverbruik

Met behulp van Meterstandenmonitor.nl kun je mooie jaargrafieken krijgen van je totale energieverbruik. Zowel het gas- als het elektriciteitsverbruik worden daarvoor omgerekend naar GigaJoules, zodat ze vergelijkbaar worden. Je kunt ook de tarieven aanpassen, zodat je precies kunt zien waar de grootste kosten zitten. Het is niet verrassend dat ons grootste energieverbruik geleverd wordt door gas. Onze zonnepanelen leveren tenslotte een groot deel van onze elektriciteit. Bovendien staat een m3 aardgas ongeveer gelijk aan 10 kWh elektriciteit. In de grafiek hier rechts moet je dag- en nachtstroom wel omdraaien, want ik heb bij het invullen van de gegevens op meterstandenmonitor de 2 meters omgedraaid :-)

2014-jan-juni-energieverbruik-in-gigajoules

Energieverbruik januari t/m juni 2014