Gastbijdrage: In de herhaling: de Duitse eclips

De zonsverduistering heeft effect op heel Europa, en zal net voor het middaguur plaatsvinden. De zwarte pijl toont waar de volledige zonsverduistering zichtbaar zal zijn. Het effect van de eclips is minder naarmate je verder van de pijl af gaat. Bron: NASA

ACHTERGROND – De Telegraaf, de NOS en Trouw besteedde vorige week aandacht aan de gedeeltelijke zonsverduistering die op 20 maart dit jaar plaats vind. De basis hiervoor is het persbericht van Tennet. De reactie van Craig Morris op de berichtgeving in de Telegraaf: ‘Onzin’. Tijd dus om een drietal artikelen die Craig Morris eerder over dit onderwerp schreef voor Renewables International te vertalen voor Sargasso. Vandaag het tweede artikel, het eerste artikel vind je hier.

De Duitse professor in duurzame energie Volker Quashning heeft zijn studenten onderzoek laten doen naar de wijze waarop de energiesector de eclips van 20 maart behandelt. Er worden geen echte problemen verwacht, maar we hebben nu een mooie video die laat zien hoe de gebeurtenis zal plaatsvinden. Vooral gascentrales zijn daarbij belangrijk.

Eerder schreef ik al over de gedeeltelijke zonsverduistering van 20 maart 2015 in relatie tot het Duitse elektriciteitsnetwerk. De gebeurtenis kreeg in Duitsland algemene bekendheid toen ook Der Spiegel schreef dat netwerkbeheerders zich zorgen maken. Mijn initiële analyse was dat het opvoeren en afbouwen van de hoeveelheid zonelektrisch vermogen aan de top zit van wat al geregeld gedaan wordt, maar dat het niet exceptioneel is. Zeker niet als 20 maart een bewolkte dag wordt.

Inmiddels heeft Professor Volker Quashning, die sommige zich mogelijk herinneren van dit interview of zijn oproep voor 200 GW PV in Duitsland, met zijn studenten een visualisatie van de eclips gemaakt.

De video is gebaseerd op een zonnige dag, in zekere zin dus het slechts mogelijke scenario voor het op- en afregelen van conventionele centrales. Onze collega’s bij Sonne, Wind, & Warme hebben het volgende citaat van Quaschning:

Duitsland heeft genoeg pumped-storage capaciteit om de fluctuatie tijdens de gedeeltelijke zonsverduistering volledig op te vangen.

Hij zegt ook dat gascentrales gebruikt zouden kunnen worden, omdat deze goed regelbaar zijn, er van uitgaande dat gascentrales nog niet in gebruik zijn als basislast.

We hoeven ons echter geen zorgen te maken over het onbeschikbaar zijn van gascentrales die dag. Gas is namelijk de grote verliezer op de huidige Europese elektriciteitsmarkt. Dit is hoe de elektriciteitsproductie van gascentrales in Duitsland er in 2013 en 2014 uitzag.

CFgas
De roze lijn geeft de lage capaciteitsfactor van gascentrales weer, die ook in 2014 weer fors is gedaald (t/m april). Met andere woorden: we kunnen allemaal rustig achterover gaan zitten en hopen op de zonnigst mogelijke dag op 20 maart 2015. Duitsland heeft een van de grootste aandelen zonelektrisch vermogen van alle landen (waarschijnlijk tweede na Italië). De eclips forceert netwerkbeheerders en conventionele centrales om hun vermogen met een ongekende hoeveelheid op te voeren en weer af te bouwen op een enkele ochtend – maar niemand zal het merken, behalve dan de netwerkbeheerders, energiecentrales, elektriciteitshandelaren, enzovoort. De wereld zal niet ten einde komen, en er zullen geen netwerkproblemen zijn.

Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur vertaald door Krispijn Beek voor Sargasso.

Gastbijdrage: Het Duitse elektriciteitsnetwerk maakt zich op voor een gedeeltelijke zonsverduistering in 2015

De zonsverduistering heeft effect op heel Europa, en zal net voor het middaguur plaatsvinden. De zwarte pijl toont waar de volledige zonsverduistering zichtbaar zal zijn. Het effect van de eclips is minder naarmate je verder van de pijl af gaat. Bron: NASA

De Telegraaf, de NOS en Trouw besteedde vorige week aandacht aan de gedeeltelijke zonsverduistering die op 20 maart dit jaar plaats vind. De basis hiervoor is het persbericht van Tennet. De reactie van Craig Morris op de berichtgeving in de Telegraaf: ‘Onzin’. Tijd dus om een drietal artikelen die Craig Morris eerder schreef voor Renewables International over dit onderwerp te vertalen voor Sargasso. Vandaag de eerste.

Dit jaar vindt op 20 maart een interessant experiment plaats in Duitsland, wanneer het land te maken krijgt met een gedeeltelijke zonsverduistering. Afhankelijk van het weer zal het land z’n zonnestroomproductie meer dan ooit opvoeren. Energie- en netwerkbedrijven treffen al voorbereidingen.

ACHTERGROND – Een gedeeltelijke zonsverduistering trok over Duitsland op 29 maart 2006, maar het land had toen pas zo’n 2 GW aan zonelektrisch vermogen geïnstalleerd. Een volgende zonsverduistering trok op 1 augustus 2009 over Duitsland. In het noorden bereikte de gedeeltelijke zonsverduistering 23%, maar de verduistering was minder dan 10% in het zuiden. Het land had die zomer minder dan 5 GW vermogen aan zonnepanelen geïnstalleerd.

De volgende vond plaats op 4 januari 2011, een dag met erg weinig zonlicht, en was om 10 uur ‘s ochtends al volledig voorbij in Duitsland. Duitsland had toen 24,4 GW aan zonelektrisch vermogen.

De zonsverduistering heeft effect op heel Europa, en zal net voor het middaguur plaatsvinden. De zwarte pijl toont waar de volledige zonsverduistering zichtbaar zal zijn. Het effect van de eclips is minder naarmate je verder van de pijl af gaat. Bron: NASA
De zonsverduistering heeft effect op heel Europa, en zal net voor het middaguur plaatsvinden. De zwarte pijl toont waar de volledige zonsverduistering zichtbaar zal zijn. Het effect van de eclips is minder naarmate je verder van de pijl af gaat. Bron: NASA

Op 20 maart 2015 zal een volledige zonsverduistering over Noorwegen trekken, deze eclips raakt heel West-Europa gedeeltelijk. De zonsverduistering zal in Duitsland grofweg van 9 uur tot 11 uur ‘s ochtends effect hebben. En Duitsland zal waarschijnlijk meer dan 37 GW aan zonelektrisch vermogen geïnstalleerd hebben.

Wat zal het effect zijn die dag? Dat hangt af van het weer. Om een idee te geven staat hieronder de hoeveelheid elektriciteit opgewekt met de zon half maart 2014.

Bron: Agora
Bron: Agora

Op 20 maart 2014 piekte de hoeveelheid zonnestroom op een imposante 23 GW, maar op 16 maart wekten de zonnepanelen op het piekmoment slechts 5 GW op. Met andere woorden, tijdens de eclips van 20 maart voert Duitsland de hoeveelheid zonne-energie snel op van een laag niveau naar 5 GW of misschien naar 23 GW.

Het verschil is echter van cruciaal belang voor energiebedrijven en netwerkbeheerders. Als er sprake was geweest van een totale zonsverduistering rond het middaguur zou Duitsland de hoeveelheid zonelektrisch vermogen in een uur van nul GW naar 23 GW opvoeren. Doordat Duitland op 20 maart te maken krijgt met een gedeeltelijke eclips gaat het die dag bijvoorbeeld om het opvoeren van het zonelektrisch vermogen van 12 naar 23 GW in een uur.

Dat is veel, maar het land voert eigenlijk dagelijks het zonelektrisch vermogen op met zulke hoeveelheden. Op 20 maart 2014, bijvoorbeeld, was het opgewekte vermogen zonelektrisch om 9u ‘s ochtens 15 GW en om 11u ‘s ochtends 22,3 GW (zie de grafiek van Agora hierboven). Dat is 7,3 GW in twee uur op een normale dag. Dit jaar voeren we de hoeveelheid zonelektrisch vermogen mogelijk 50% meer op in de helft van de tijd.

De insider die me tipte over dit onderwerp vertelde me dat energiebedrijven al overleg voeren over hoe ze met deze situatie om moeten gaan. Maar het had erger kunnen zijn – Duitsland zou op termijn met gemak twee keer zo veel aan zonelektrisch vermogen kunnen hebben dan vandaag de dag, en een volledige zonsverduistering op een zomer dag zou een veel grotere uitdaging zijn. Maar geen zorgen, de volgende totale zonsverduistering in Duitsland vind pas plaats op 3 september 2081.

Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur vertaald door Krispijn Beek voor Sargasso.

‘DCMR ziet geen daling ontgassen benzeen door binnenvaart’

Half februari berichtte de website Schiedams Nieuws dat DCMR nog steeds schepen in het vizier zou hebben die benzeen varend ontgassen, ondanks het provinciaal verbod. Op de dag van linken naar de publicatie op Sargasso reageerde DCMR dat het onjuist zou zijn. Reden voor mij om er dieper in te duiken, waarover binnenkort meer. Eerst voor degene die Sargasso niet volgen het oorspronkelijk bericht, waaraan op 20 februari om 14.50u de reactie van DCMR is toegevoegd.

Sinds 1 januari is er een verbod op varend ontgassen van kracht in Zuid-Holland en Noord-Brabant. Volgens de website Schiedams Nieuws zou het ontgassingsverbod door schepen met het kankerverwekkende benzeen op de Nieuwe Waterweg massaal worden ontdoken:

Sinds 1 januari geldt een verbod op het varend ontgassen met benzeen, maar bij de meldkamer van de Milieudienst Rijnmond (DCMR) zegt men nog altijd ontgassende schepen in het versier te hebben op de Nieuwe Waterweg.

Het Havenbedrijf Rotterdam is de aangewezen partij om, op aanwijzing van de DCMR, tegen het illegaal ontgassen op te treden. Problemen ontstaan zodra een verdacht schip de Nieuwe Waterweg verlaat en bijvoorbeeld het gebied van de Drechtsteden binnen gaat. Dan moet een andere partij handhavend optreden. Onderlinge afstemming daarover is er nauwelijks. De DCMR verwacht bovendien dat dit op zijn vroegst van de zomer beter is geregeld. Tot die tijd kunnen schepen in de praktijk vrijwel straffeloos grote hoeveelheden kankerverwekkende stoffen, of stoffen die het drinkwater verontreinigen blijven lozen.

Reactie DCMR

In een schriftelijke reactie stelt Edwin Regterschot van DCMR dat de berichtgeving op Schiedams Nieuws niet klopt. Volgens Regterschot heeft DCMR geen enkele aanwijzing dat het ontgasverbod voor benzeen wordt ontdoken:

Wel klopt het er dat er nog steeds schepen ontgassen, maar dat schepen benzeen ontgassen is ons na 1 januari 2015 niet bekend. De afspraken over het optreden na het in beeld krijgen van een schip dat benzeen ontgast, zijn voor alle partijen volstrekt helder. Zoals blijkt uit het bericht op de website van de Provincie Zuid-Holland. Schepen die ontgassen van benzeen komen dus sinds 1 januari zeker niet straffeloos weg.

Waarneming van ontgassen door de binnenvaart gebeurd hoogst waarschijnlijk met het We-nose netwerk. We-nose is een netwerk van elektronische neuzen (e-noses) in de Rotterdamse haven. Een e-nose is een compact meetinstrument dat veranderingen in de luchtsamenstelling waarneemt. De werking staat uitgelegd in onderstaande infographic.

E-nose-infographic-1024x642

Vragen vanuit Sargasso

Inmiddels heb ik ook navraag gedaan bij Schiedams Nieuws over de bron voor hun bericht over ontgassen, waaruit in ieder geval duidelijk is dat hun bron betrouwbaar is. Dus binnenkort meer over dit onderwerp.

Ingewijden gaven vorig jaar off-the-record al aan dat er problemen waren te verwachten met handhaving van de provinciale ontgasverboden, met name op rijksvaarwegen. Reden voor Sargasso om in november opnieuw vragen te stellen aan het Ministerie van Infrastructuur & Milieu, waar het ministerie nog steeds geen antwoord op heeft gegeven. Het Ministerie heeft wel aangegeven dat de binnenvaartbranche in een brief aan Staatssecretaris Mansveld heeft verklaard vanaf 1 januari 2015 vrijwillig te stoppen met het ontgassen van benzeen in heel Nederland, zodat ontgassen van benzeen de facto in heel Nederland beëindigd zou moeten zijn sinds 1 januari van dit jaar.

Open waanlink

Het belang van een goed binnenklimaat op de werkplek

logo_strooming

Mensen zijn 85% van hun tijd binnen, veel mensen brengen een groot deel van deze tijd door op kantoor. Toch gaat maar 10% van de operationele kosten van een organisatie naar huisvestingskosten en energiekosten (samen 10%), het leeuwendeel van de kosten (90%) gaat op aan de salariskosten van de medewerkers. De productiviteit van medewerkers of gebouwaspecten die daarop van invloed zijn, zijn daarmee heel relevant voor werkgevers.

Bron: Health, Wellbeing & Productivity in Offices, World Green Building Council, 2014
Bron: Health, Wellbeing & Productivity in Offices, World Green Building Council, 2014

Medewerkers ontevreden over binnenklimaat

Het Center for People and Buildings houdt jaarlijks een enquete onder werknemers over hun werkomgeving. De focus ligt daarbij op de fysieke werkomgeving, maar er wordt ook gekeken naar aspecten die voor de beleving van de werkomgeving van belang zijn. Net als in eerder onderzoek uit 2014 zijn medewerkers volgens de CfPB indicator 2015 vooral ontevreden over het binnenklimaat. Bij binnenklimaat gaat het om zaken als thermisch comfort, verlichting, geluidsinvloeden en luchtkwaliteit.

Bron: CfPB
Bron: CfPB

Gebouw de sleutel tot gezondheid en productiviteit

In het onderzoeksrapport Health, Wellbeing & Productivity in Offices (pdf) stelt de World Green Building Council dat een goede luchtkwaliteit tot een productiviteitswinst en gezondheidsvoordeel kan leiden van 8 – 11%. Als veel medewerkers nu ontevreden zijn is de kans groot dat het voordeel op kan lopen. Oftewel gebouwen zijn de sleutel tot gezondheid en productiviteit van uw medewerkers.

Door meten is goed vast te stellen of uw gebouw voldoet aan de fysieke eisen die uw medewerkers stellen aan hun werkplek. Dat het gebouw voldoet aan de wettelijke eisen wil daarbij nog niet zeggen dat medewerkers het binnenklimaat ook als comfortabel ervaren. Temperatuur is relatief eenvoudig zelf te meten. Het wordt al lastiger om te bepalen of er geen sprake is van koudeval, tocht of een te grote temperatuur gradiënt in een ruimte. Hetzelfde geldt voor geluidsinvloeden, lichtsterkte, luchtvochtigheid en luchtkwaliteit. In al deze gevallen kan het inschakelen van een gespecialiseerd bedrijf helpen om grip te krijgen op het binnenklimaat.

Luchtkwaliteit

Een goede luchtkwaliteit betekent een lage CO2 concentratie en lage concentraties aan vervuilende stoffen. Dat vergt tijdig goed ingeregelde ventilatie- en klimaatbeheersingsinstallaties, maar ook tijdig schoonmaken van ventilatiekanalen en vervangen van filters. Slecht schoongemaakte luchtbehandelingskasten zijn een bron van stof en ziektekiemen. Ook kan een slechte luchtkwaliteit leiden tot klachten als hoofdpijn, brandende ogen en irritatie van de luchtwegen.

Luchtkwaliteitsonderzoek kantoor

Een luchtkwaliteitsonderzoek kantoor is een goede manier om te achterhalen hoe het met luchtkwaliteit in een kantoor gesteld is. Met dit onderzoek kunnen de meest voorkomende ziekmakende pathogene, zoals bacterien, schimmels en gisten, geanalyseerd worden. Door ook op strategische plekken CO2, luchtvochtigheid en temperatuur te meten kan de oorzaak van klachten achterhaald worden. Als er klachten zijn over geur of fijn stof is het mogelijk om deze aspecten mee te nemen in het onderzoek. Om te bepalen of de oorzaak van een slechte luchtkwaliteit buiten het gebouw ligt is het mogelijk om ook buiten metingen te doen.

Na het uitvoeren van het luchtonderzoek kantoor wordt in een rapport duidelijk aangegeven welke problemen er zijn en welke acties genomen kunnen worden om deze aan te pakken. Zo kan bij een verhoogde waarde van fijnstof het advies gegeven worden dat de luchtbehandelingskast of luchtkanalen een schoonmaakbeurt nodig hebben of dat het kantoor zelf een grondigere schoonmaak nodig heeft. Aanvullend is het mogelijk dat de luchtbehandelingskast met eventueel luchtkanalen gedesinfeerd moeten worden. Bij een te hoge luchtvochtigheid kan worden gedacht aan ontvochtiger of andersom bij een te droge lucht aan een bevochtiger. Als de luchtkwaliteit en luchtvochtigheid goed zijn, maar een beperkt aantal medewerkers toch klachten houdt kan het advies zijn om maatwerk voor de werkplek van deze medewerkers te treffen. Bijvoorbeeld een extra luchtbevochtiger op de werkplek van deze medewerker.

Dit bericht is geschreven in opdracht van Strooming, specialist op gebied van waterveiligheid, luchtkwaliteit, brandpreventie, asbest, energiebesparing en technische keuringen. De originele publicatie is hier te vinden.

Schiedam blijft thuis: voor een regionale glasvezelmonopolist

Binnenkort krijgen we in Schiedam glasvezel, bij veel huizen is de aansluiting fysiek zelfs al gerealiseerd (bij ons ook). Het is wachten op het aanzetten van het netwerk en de aanbiedingen. Sinds kort weet ik dat dat laatste tegen gaat vallen, want CIF (de netwerkeigenaar) heeft gekozen voor een gesloten netwerk waarop enkel plaats is voor Caiway. Reden voor mij om de petitie van Nederland Kiest Zelf te tekenen. Gesloten netwerken waarbij je de keuze hebt uit slechts een aanbieder vind ik namelijk niet van deze tijd. Ouderwets, achterhaald en eigenlijk te belachelijk voor woorden dat opeenvolgende Kabinetten, die telkens hun mond vol hebben van marktwerking en concurrentie dit nog niet hebben aangepakt.

Dus doen we het lekker zelf. Teken je ook?

Achtergrond (bron: Nederland Kiest Zelf)

CIF heeft een gesloten netwerk, waar Caiway als enige aanbieder actief op is. In totaal voorziet CIF 10% van alle glasvezelaansluitingen in Nederland, wat neerkomt op ongeveer 169.000 huishoudens. 101.000 van deze huishoudens bevinden zich in Zuid Holland. Deze groep heeft geen andere keuze dan Caiway op glasvezel.

Nederland Kiest Zelf wil de bewoners uit het CIF gebied bewust maken van deze consumentonvriendelijke situatie. Met Caiway als enige aanbieder, wordt een gezonde marktwerking tegengehouden en kan Caiway haar aanbod beperken en de prijzen kunstmatig hoog houd en door een gebrek aan concurrentie.
Het gevolg is dat de prijzen voor vergelijkbare Alles-­in-­1 pakketten voor glasvezel met dezelfde of hogere internetsnelheid, hoger zijn dan de prijzen die worden aangeboden door aanbieders op het Reggefiber netwerk. Daarnaast biedt Caiway geen glasvezel aan met een snelheid onder de 100 Mb/s, terwijl in de rest van Nederland 64% van alle glasvezelgebruikers de voorkeur geeft aan een lagere snelheid tegen een scherpere prijs.

Zo is er al vanaf 410 euro een Alles-in-­1 pakket op glasvezel op het Reggefiber netwerk te bestellen, terwijl bij Caiway het goedkoopste pakket 530 euro per jaar kost. Op het gebied van service presteert Caiway slechter dan de grote internetaanbieders van Nederland. Uit de providermonitor van de Consumentbond van eind 2014 scoort Caiway het laagste rapportcijfer op het gebied van klanttevredenheid en het algemene testoordeel.

Eind 2014 was er in Twente een soortgelijke situatie waarin 80.000 Ziggo abonnees gedwongen werden Caiway af te nemen als zij kozen voor kabel of glasvezel. Namens het onafhankelijke initiatief Twente Kiest Zelf bundelde heel Twente de krachten en werd de situatie doorbroken met een nieuwe aanbieder op glasvezel. Speciaal voor Twente creëerde Caiway daar wel een pakket met sterk gereduceerde prijzen ten opzichte van hun algemeen geldende prijzen in de CIF gebieden.

Nederland Kiest Zelf wil zich samen met alle bewoners in de CIF gebieden, maar ook daarbuiten,
sterk maken om meer glasvezelaanbieders aan te sluiten op het CIF netwerk. Door de situatie in Twente laat CIF ook andere aanbieders toe op haar netwerk en met voldoende steun zijn nieuwe providers bereid te investeren en de stap te maken naar het CIF netwerk. Laat je steun blijken en teken vrijblijvend de petitie voor 23 maart op www.nederlandkiestzelf.nl.

Vakantiepret met windmolens

Veel windmolenliefhebbers waren dit weekend druk met het weerleggen van de ongefundeerde kritiek van Martin Sommer op het Energieakkoord en windenergie in het bijzonder. Zelf heb ik het stuk hoofdschudden gelezen, me afgevraagd hoeveel zo’n column nou schuift en me vervolgens samen met mijn dochter gezet aan ons eigen windmolen project. Want voor Sinterklaas had ik een huis bouwpakket van een windmolen gekregen. Een windmolen die ook nog ‘ns in staat zou moeten zijn om een oplaadbaar batterij op te laden. Een mooi project voor een druiligere en koude start van de schoolvakantie.

20150221_13541520150221_14013920150221_14062820150222_141534

Het resultaat mag er zijn en hij draait:

Martin Sommer slaat de plank weer mis

Krispijn Beek:

Nog meer bloggers van de straat vanwege een belabberd onderbouwde column van Martin Sommer.

Originally posted on Henri Bontenbal:

Zaterdag was het weer zover: columnist Martin Sommer liet zijn ongenoegen over windenergie en het energieakkoord de vrije loop. Het staat Sommer vrij zijn afkeer van windenergie tot vermoeiens toe te etaleren, maar argumentatie blijkt niet zijn sterkste kant te zijn.

Dat Martin Sommer een hekel heeft aan windmolens is inmiddels genoegzaam bekend. Dat hij het energieakkoord graag naar de prullenbak ziet verdwijnen ook. Wat Sommer echter steeds weer verzuimt, is een heldere argumentatie te geven en zijn visie te onderbouwen met harde gegevens. Daardoor krijgt zijn niet aflatende gevecht tegen windmolens het karakter van een hetze. Voor de helderheid: kritiek op het energieakkoord is prima en niemand wordt gedwongen windturbines mooi te vinden. Maar als columnist van de Volkskrant ben je het aan je stand verplicht meer te doen dan het napraten van een aantal klimaatsceptische websites. Wat je beweert, moet je kunnen onderbouwen. Daarin faalt Sommer.

In zijn column…

View original 1.458 woorden meer