Gastbijdrage: Zorgen over zonsverduistering laaien op

De zonsverduistering heeft effect op heel Europa, en zal net voor het middaguur plaatsvinden. De zwarte pijl toont waar de volledige zonsverduistering zichtbaar zal zijn. Het effect van de eclips is minder naarmate je verder van de pijl af gaat. Bron: NASA

De Telegraaf, de NOS en Trouw besteedde een aantal weken geleden aandacht aan de gedeeltelijke zonsverduistering die op 20 maart dit jaar plaats vind. De basis hiervoor was een persbericht van Tennet. De reactie van Craig Morris op de Nederlandse berichtgeving: ‘Onzin’. Tijd dus om ook het derde artikel dat Craig Morris over de zonsverduistering schreef voor Renewables International te vertalen voor Sargasso.

Entso-e, de organisatie van Europese netwerkbeheerders, heeft een paper gepubliceerd waarin ze de impact van de komende gedeeltelijke zonsverduistering op de productie van zonne-energie in de EU onderzoeken.

Op 20 maart zal Europa getuige zijn van een gedeeltelijke zonsverduistering, de eerste sinds het continent zoveel capaciteit aan zonelektrisch vermogen heeft geïnstalleerd. Ik schreef al eerder over het onderwerp hier en hier. De grote vraag is of het elektriciteitsnetwerk in staat zal zijn om met zo’n snelle verandering in zonelektrisch vermogen om te gaan. Het korte antwoord is ja, maar het lange antwoord is dat het een ruige rit kan gaan worden – of een volstrekt oninteressante dag als het bewolkt is.

Entso-e heeft z’n eigen overzicht voor Europa gepubliceerd (PDF). Hoewel het duidelijk geschreven is voor ingenieurs (de organisatie wil netwerkbeheerders helpen bij de voorbereiding voor de gebeurtenis), is het stuk nog steeds interessant om te lezen voor het algemene publiek, deels omdat het zoveel cijfers bevat. Tsjechië lijkt bijvoorbeeld een klein beetje minder te hebben op 28 maart dan eind 2013 had, en de cijfers voor Nederland zijn wilde gok (zie de tabel op bladzijde 5).

De tabel op pagina 6 toont dat de maximale verduistering in Duitsland 76% zal bedragen (in Kassel), maar daalt naar 59% in Italië (Florence). Het ‘episch centrum’ van de eclips ligt erg noordelijk, zodat de invloed naar het zuiden toe verminderd. Wat interessant is is dat de verduistering in Madrid, Spanje, en Coimbra, Portugal met respectievelijk 67% en 70% groter is dan in Italië. Maar Spanje en Portugal hebben veel minder zonelektrisch vermogen geïnstalleerd.

Door heel continentaal Europa kan de afname aan zonelektrisch vermogen zo’n 30 GW bedragen, op een geïnstalleerd vermogen van grofweg 90 GW. Ik schat in dat de afname in Duitsland met gemak 10 GW van de 39 GW geïnstalleerd vermogen kan bedragen; Entso-e stelt het maximum op 16.916 MW (iets minder dan 17 GW). Ze gaan daarbij uit van een stralende, hemelsblauwe lucht, terwijl ik uitging van een sigarenkist berekening op basis van een scenario met redelijk goed weer. Elke bedekking van de hemel met wolken (en er zullen best wat wolken boven Europa zijn) zal de impact van de zonsverduistering verminderen, en een bewolkte hemel boven Duitsland zal van de zonsverduistering een non-evenement maken. De studie verwacht dat de vermindering van de invoer van zonnestroom tot 50% van Duitsland alleen komt.

De studie zet de maximale vermindering op 400 MW per minuut over Europa, maar de vermeerdering zal groter zijn met maximaal 700 MW per minuut. Het verschil hangt samen met het moment van de dag. De zonsverduistering start om 8:30u ‘s ochtends, wanneer er nog relatief weinig zoninstraling is. De eclipse begint grofweg een half uur later te verdwijnen. Dus het opvoeren van het vermogen aan zonne-energie vind ruwweg plaats tussen 9 en 10u ‘s ochtends, wanneer de zoninstraling groter is. Daarom gaat het opvoeren van het vermogen sneller dan het ‘afregelen’.

De meest saillante verrassing is voor mij dat in Groot Brittanië het effect van mensen dat naar de zonsverduistering gaat kijken op de elektriciteitsvraag blijkbaar groter is dan het effect van zonne-energie op de elektriciteitsproductie. Vreemd genoeg stelt de studie:

The PV effect acts in the opposite direction on the residual demand to the human-demand effect, and so will in fact ameliorate the situation.

Ik weet niet zeker wat hier bedoeld wordt. De productie van zonnestroom zal eerst dalen en dan snel stijgen, dus het beweegt in twee richtingen. Het menselijk effect kan een lagere vraag naar elektriciteit zijn als veel mensen stoppen met werken om de zonsverduistering te bekijken (LET OP: kijk NIET rechtstreeks in de richting van de zon), maar eerlijk gezegd weet ik niet zeker of Entso-e denkt dat iedereen z’n tv aan zal zetten om de eclips te bekijken, waardoor de vraag naar elektriciteit juist stijgt. Hoe het ook zij, de vraag naar elektriciteit zal ongewoon zijn die ochtend, maar zal niet gelijk opgaan met de verandering in opgewekte zonnestroom. I neem aan dat mensen hun elektriciteitsverbruik net voor de eclips veranderen en weer aan het werk zullen gaan net nadat de zonsverduistering voorbij is. En nogmaals, bescherm a.u.b uw ogen. Het elektriciteitsnetwerk overleeft het wel, maar laten we ons niet allemaal blind staren op deze zeldzame gebeurtenis.

Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

Persoonlijke impressie wonen in huis met infraroodverwarming

Afgelopen maandag ben ik samen met Jan Willem van de Groep en Niels van Lingen op bezoek geweest bij een bewoner die zijn hele huis heeft uitgerust met infraroodverwarming van Therm IQ. Een type verwarming dat vele sprookjes en fabels oproept op Twitter, daarom hier een poging om mijn ideeën erbij te geven. Wat niet wil zeggen dat dit DE WAARHEID is, maar wel dat het gebaseerd is op de verhalen van een bewoner en waarneming door mij. Of het bezoek de theorie van Jan Willem van de Groep heeft kunnen valideren of falsificeren weet ik niet, dat oordeel laat ik aan hem.

Situatie woonhuis

Wat meteen opviel aan het huis was het open karakter van de woning, zowel in doorzon opzet als dat de woning een open trappenhuis vanaf de begane grond tot op de 4e verdieping heeft zonder tochportiek bij de voordeur. Een werkelijke ramp om te verwarmen met een traditionele convectieverwarming. Wij houden zelf elke deur tussen woonkamer en trappenhuis potdicht in het stookseizoen en zo ben ik het ook gewend vanuit mijn jeugd. Grappig genoeg was dat ook de eerste reacdtie toen ik thuiskwam: open trap? Vier verdiepingen? Dat kan niet met een cv-ketel.

Schimmels

Grote zorgen bij veel twittervolgers zijn schimmelvorming. Ik merk er zelf niks van in onze badkamer en heb er ook niks van gezien in de betreffende woning. De enige schimmelplek die ik heb gezien zat bij een raamkozijn en leek meer veroorzaakt door slechte plaatsing van het kozijn, dan door de verwarmingsbron. Op zich logisch, want infrarood verwarmt oppervlakten waardoor deze dus opdrogen en minder last hebben van condensatie en vocht.

Meer algemeen wordt de gevoelstemperatuur voor ongeveer de helft bepaald door de luchttemperatuur en voor de andere helft door de temperatuur van nabije oppervlakten. In een huis met luchtverwarming is de lucht in het stookseizoen vaak warmer dan de temperatuur van de oppervlakten (muren, ramen). Condensvorming en daarmee kans op schimmelvorming treed op bij de koudste plekken, in casu de oppervlakten.

Bij stralingswarmte is  de verhouding tussen luchttemperatuur en oppervlaktetemperaturen omgekeerd. De oppervlakten zijn vaak warmer (door de stralingswarmte) dan de luchttemperatuur. Condensvorming is dan lastig, want de oppervlakten zijn niet het koudst. Meer informatie en een betere uitleg vind je in het boekje Stralingsverwarming van Kris de Decker.

Niels van Lingen heeft op een aantal plaatsen, waaronder de badkamer de luchtvochtigheid gemeten: die lag rond de 50%. Dus volgens mij prima op orde.

Comfort

Wat betreft comfort viel me op dat zowel de kinderen als de bewoner blootvoets liepen in huis. Iets waar ik met mijn hr-ketel echt niet aan moet denken in mijn huidige huis. Ik heb zelfs standaard sokken of sloffen naast bed liggen voor het geval ik er ‘s nachts uit moet en als het echt koud is slaap ik met sokken aan. Ook heb ik het niet koud gehad tijdens het bezoek, terwijl ik enkel een pak aanhad en de bewoner pas een half uur voor onze aankomst begon te ‘stoken’. Ter vergelijking: in de auto (met luchtverwarming) heb ik een kwartier zitten rillen, terwijl de luchttemperatuur op 22 graden stond in de auto.

Wat ook een eye opener was op gebied van comfort was de vrijheid die de bewoner ervaart. Hij kan er voor kiezen om de hele kamer homogeen te verwarmen tot dezelfde temperatuur, ook als hij slechts in 1 hoek zit. Op die manier kan hij door de kamer bewegen zonder ergens een koud deel tegen te komen. Hij kan er ook voor kiezen om enkel het deel van de kamer te verwarmen waar hij verblijft. Daarmee kan hij het energieverbruik voor verwarming in de kamer reduceren zonder in te boeten aan comfort op de verblijfplaats. Bovendien biedt dat de mogelijkheid om een warmere of koudere plek op te zoeken al naar gelang de persoonlijke voorkeur. Met luchtverwarming of convectieverwarming, zoals een hr-ketel, lukt dat volgens mij niet.

Warm tapwater

Voor warm tapwater gebruikte de bewoner doorstroomverwarmers. In Duitsland heel normaal, hier heel bijzonder. Grappig bijeffect: een bad met slechts 1 kraan omdat de doorstroomverwarmer het water op de juiste temperatuur laat doorstromen. Legionella? Geen punt, want er wordt geen water langdurig op temperatuur gehouden. Als er geen behoefte is aan warm tapwater is het water net zo koud als het normale leidingwater.

Energieverbruik

Het energieverbruik ligt door veranderend ‘stookgedrag’ van de bewoner inmiddels lager dan de cijfers die ik eerder heb laten zien. Al is ook duidelijk dat het energieverbruik niet voor 250 m2 is, omdat er daarvan effectief 150 m2 in gebruik is. Doorgaans zijn 2 verdiepingen niet in gebruik. Aan de andere kant geldt dat ook voor mijn eigen huis, van de 119 m2 hebben we er denk ik 75 in gebruik.

Een ander punt dat vooral op twitter veelvuldig wordt geroepen is dat infrarood verwarming een COP heeft van 1 i.p.v. de 4,5 die een warmtepomp kan halen. Nu geloof ik dat best, alleen gaat het om andere verwarmingsprincipes. Simpel gesteld: bij stralingswarmte kan volstaan worden met een lagere luchttemperatuur. Per graad minder verwarmen bespaar je energie, net als dat je energie kan besparen door plaatselijker te verwarmen en doordat de warmtebron sneller kan reageren op veranderingen dan lage temperatuur verwarming. Daarnaast is stralingswarmte een andere vorm van warmte dan luchtverwarming. Iedereen die de afgelopen dagen van de lentezon heeft genoten door uit de wind in de zon te gaan zitten in een t-shirtje begrijpt het principe. In schaduw (zonder stralingswarmte van de zon) is de luchttemperatuur nog te koud om comfortabel te zijn, in de zon is het echter al heerlijk.

Conclusie

Ik ben onder de indruk van de wijze waarop de bewoner zijn hele huis zelf all-electric heeft gemaakt. Zeker in Nederland gasland. Wie het niet gelooft, ga gewoon eens kijken en ervaar zelf of het wat voor je is.

All-electric en infraroodverwarming blijven bij ons absoluut op de wensenlijst staan. Wellicht in combinatie met een kleine warmtepomp voor warm tapwater als aanvulling op onze zonneboiler of voor de basistemperatuur in de woonkamer. Want zo zwart wit als de discussie op twitter gevoerd wordt door de aanhangers van warmtepompen is het in mijn ogen niet. Juist in het zoeken van hybride oplossingen en slimme combinaties ligt de sleutel voor optimale oplossingen voor bewoners op gebied van comfort en financieel. Verder zou ik nog steeds graag een keer een vergelijking maken tussen twee woningen, maar dan een met standaard hr verwarming en een met warmtepomp. Helaas heb ik tot op heden geen praktijkcijfers ontvangen. Het mag ook van een huis met warmtepomp zijn dat verder vergelijkbaar is met mijn eigen huis.

Achteruit inparkeren? Net zo makkelijk, veel veiliger

e-Driver_logo

Achteruit inparkeren vergroot de veiligheid, dat zei Folkert Ruiter van Athlon Car Lease, de grootste autoleasemaatschappij in Nederland, gisteren in het RTL Journaal. 

Auto’s die achteruit ingeparkeerd staan, kunnen volgens hem beter wegkomen bij incidenten en calamiteiten. Ook zouden minder schadegevallen worden gemeld wanneer mensen hun auto ‘met de kont naar achter’ insteken. Reden voor Athlon om werkgevers op te roepen achteruit inparkeren verplicht te stellen op hun parkeerterrein.

Bij e-Driver geloven we zelf meer in positieve stimulering van medewerkers of is verplicht achteruit inparkeren wel een goed idee?

Gastbijdrage: In de herhaling: de Duitse eclips

De zonsverduistering heeft effect op heel Europa, en zal net voor het middaguur plaatsvinden. De zwarte pijl toont waar de volledige zonsverduistering zichtbaar zal zijn. Het effect van de eclips is minder naarmate je verder van de pijl af gaat. Bron: NASA

ACHTERGROND – De Telegraaf, de NOS en Trouw besteedde vorige week aandacht aan de gedeeltelijke zonsverduistering die op 20 maart dit jaar plaats vind. De basis hiervoor is het persbericht van Tennet. De reactie van Craig Morris op de berichtgeving in de Telegraaf: ‘Onzin’. Tijd dus om een drietal artikelen die Craig Morris eerder over dit onderwerp schreef voor Renewables International te vertalen voor Sargasso. Vandaag het tweede artikel, het eerste artikel vind je hier.

De Duitse professor in duurzame energie Volker Quashning heeft zijn studenten onderzoek laten doen naar de wijze waarop de energiesector de eclips van 20 maart behandelt. Er worden geen echte problemen verwacht, maar we hebben nu een mooie video die laat zien hoe de gebeurtenis zal plaatsvinden. Vooral gascentrales zijn daarbij belangrijk.

Eerder schreef ik al over de gedeeltelijke zonsverduistering van 20 maart 2015 in relatie tot het Duitse elektriciteitsnetwerk. De gebeurtenis kreeg in Duitsland algemene bekendheid toen ook Der Spiegel schreef dat netwerkbeheerders zich zorgen maken. Mijn initiële analyse was dat het opvoeren en afbouwen van de hoeveelheid zonelektrisch vermogen aan de top zit van wat al geregeld gedaan wordt, maar dat het niet exceptioneel is. Zeker niet als 20 maart een bewolkte dag wordt.

Inmiddels heeft Professor Volker Quashning, die sommige zich mogelijk herinneren van dit interview of zijn oproep voor 200 GW PV in Duitsland, met zijn studenten een visualisatie van de eclips gemaakt.

De video is gebaseerd op een zonnige dag, in zekere zin dus het slechts mogelijke scenario voor het op- en afregelen van conventionele centrales. Onze collega’s bij Sonne, Wind, & Warme hebben het volgende citaat van Quaschning:

Duitsland heeft genoeg pumped-storage capaciteit om de fluctuatie tijdens de gedeeltelijke zonsverduistering volledig op te vangen.

Hij zegt ook dat gascentrales gebruikt zouden kunnen worden, omdat deze goed regelbaar zijn, er van uitgaande dat gascentrales nog niet in gebruik zijn als basislast.

We hoeven ons echter geen zorgen te maken over het onbeschikbaar zijn van gascentrales die dag. Gas is namelijk de grote verliezer op de huidige Europese elektriciteitsmarkt. Dit is hoe de elektriciteitsproductie van gascentrales in Duitsland er in 2013 en 2014 uitzag.

CFgas
De roze lijn geeft de lage capaciteitsfactor van gascentrales weer, die ook in 2014 weer fors is gedaald (t/m april). Met andere woorden: we kunnen allemaal rustig achterover gaan zitten en hopen op de zonnigst mogelijke dag op 20 maart 2015. Duitsland heeft een van de grootste aandelen zonelektrisch vermogen van alle landen (waarschijnlijk tweede na Italië). De eclips forceert netwerkbeheerders en conventionele centrales om hun vermogen met een ongekende hoeveelheid op te voeren en weer af te bouwen op een enkele ochtend – maar niemand zal het merken, behalve dan de netwerkbeheerders, energiecentrales, elektriciteitshandelaren, enzovoort. De wereld zal niet ten einde komen, en er zullen geen netwerkproblemen zijn.

Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur vertaald door Krispijn Beek voor Sargasso.

Gastbijdrage: Het Duitse elektriciteitsnetwerk maakt zich op voor een gedeeltelijke zonsverduistering in 2015

De zonsverduistering heeft effect op heel Europa, en zal net voor het middaguur plaatsvinden. De zwarte pijl toont waar de volledige zonsverduistering zichtbaar zal zijn. Het effect van de eclips is minder naarmate je verder van de pijl af gaat. Bron: NASA

De Telegraaf, de NOS en Trouw besteedde vorige week aandacht aan de gedeeltelijke zonsverduistering die op 20 maart dit jaar plaats vind. De basis hiervoor is het persbericht van Tennet. De reactie van Craig Morris op de berichtgeving in de Telegraaf: ‘Onzin’. Tijd dus om een drietal artikelen die Craig Morris eerder schreef voor Renewables International over dit onderwerp te vertalen voor Sargasso. Vandaag de eerste.

Dit jaar vindt op 20 maart een interessant experiment plaats in Duitsland, wanneer het land te maken krijgt met een gedeeltelijke zonsverduistering. Afhankelijk van het weer zal het land z’n zonnestroomproductie meer dan ooit opvoeren. Energie- en netwerkbedrijven treffen al voorbereidingen.

ACHTERGROND – Een gedeeltelijke zonsverduistering trok over Duitsland op 29 maart 2006, maar het land had toen pas zo’n 2 GW aan zonelektrisch vermogen geïnstalleerd. Een volgende zonsverduistering trok op 1 augustus 2009 over Duitsland. In het noorden bereikte de gedeeltelijke zonsverduistering 23%, maar de verduistering was minder dan 10% in het zuiden. Het land had die zomer minder dan 5 GW vermogen aan zonnepanelen geïnstalleerd.

De volgende vond plaats op 4 januari 2011, een dag met erg weinig zonlicht, en was om 10 uur ‘s ochtends al volledig voorbij in Duitsland. Duitsland had toen 24,4 GW aan zonelektrisch vermogen.

De zonsverduistering heeft effect op heel Europa, en zal net voor het middaguur plaatsvinden. De zwarte pijl toont waar de volledige zonsverduistering zichtbaar zal zijn. Het effect van de eclips is minder naarmate je verder van de pijl af gaat. Bron: NASA
De zonsverduistering heeft effect op heel Europa, en zal net voor het middaguur plaatsvinden. De zwarte pijl toont waar de volledige zonsverduistering zichtbaar zal zijn. Het effect van de eclips is minder naarmate je verder van de pijl af gaat. Bron: NASA

Op 20 maart 2015 zal een volledige zonsverduistering over Noorwegen trekken, deze eclips raakt heel West-Europa gedeeltelijk. De zonsverduistering zal in Duitsland grofweg van 9 uur tot 11 uur ‘s ochtends effect hebben. En Duitsland zal waarschijnlijk meer dan 37 GW aan zonelektrisch vermogen geïnstalleerd hebben.

Wat zal het effect zijn die dag? Dat hangt af van het weer. Om een idee te geven staat hieronder de hoeveelheid elektriciteit opgewekt met de zon half maart 2014.

Bron: Agora
Bron: Agora

Op 20 maart 2014 piekte de hoeveelheid zonnestroom op een imposante 23 GW, maar op 16 maart wekten de zonnepanelen op het piekmoment slechts 5 GW op. Met andere woorden, tijdens de eclips van 20 maart voert Duitsland de hoeveelheid zonne-energie snel op van een laag niveau naar 5 GW of misschien naar 23 GW.

Het verschil is echter van cruciaal belang voor energiebedrijven en netwerkbeheerders. Als er sprake was geweest van een totale zonsverduistering rond het middaguur zou Duitsland de hoeveelheid zonelektrisch vermogen in een uur van nul GW naar 23 GW opvoeren. Doordat Duitland op 20 maart te maken krijgt met een gedeeltelijke eclips gaat het die dag bijvoorbeeld om het opvoeren van het zonelektrisch vermogen van 12 naar 23 GW in een uur.

Dat is veel, maar het land voert eigenlijk dagelijks het zonelektrisch vermogen op met zulke hoeveelheden. Op 20 maart 2014, bijvoorbeeld, was het opgewekte vermogen zonelektrisch om 9u ‘s ochtens 15 GW en om 11u ‘s ochtends 22,3 GW (zie de grafiek van Agora hierboven). Dat is 7,3 GW in twee uur op een normale dag. Dit jaar voeren we de hoeveelheid zonelektrisch vermogen mogelijk 50% meer op in de helft van de tijd.

De insider die me tipte over dit onderwerp vertelde me dat energiebedrijven al overleg voeren over hoe ze met deze situatie om moeten gaan. Maar het had erger kunnen zijn – Duitsland zou op termijn met gemak twee keer zo veel aan zonelektrisch vermogen kunnen hebben dan vandaag de dag, en een volledige zonsverduistering op een zomer dag zou een veel grotere uitdaging zijn. Maar geen zorgen, de volgende totale zonsverduistering in Duitsland vind pas plaats op 3 september 2081.

Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur vertaald door Krispijn Beek voor Sargasso.

‘DCMR ziet geen daling ontgassen benzeen door binnenvaart’

Half februari berichtte de website Schiedams Nieuws dat DCMR nog steeds schepen in het vizier zou hebben die benzeen varend ontgassen, ondanks het provinciaal verbod. Op de dag van linken naar de publicatie op Sargasso reageerde DCMR dat het onjuist zou zijn. Reden voor mij om er dieper in te duiken, waarover binnenkort meer. Eerst voor degene die Sargasso niet volgen het oorspronkelijk bericht, waaraan op 20 februari om 14.50u de reactie van DCMR is toegevoegd.

Sinds 1 januari is er een verbod op varend ontgassen van kracht in Zuid-Holland en Noord-Brabant. Volgens de website Schiedams Nieuws zou het ontgassingsverbod door schepen met het kankerverwekkende benzeen op de Nieuwe Waterweg massaal worden ontdoken:

Sinds 1 januari geldt een verbod op het varend ontgassen met benzeen, maar bij de meldkamer van de Milieudienst Rijnmond (DCMR) zegt men nog altijd ontgassende schepen in het versier te hebben op de Nieuwe Waterweg.

Het Havenbedrijf Rotterdam is de aangewezen partij om, op aanwijzing van de DCMR, tegen het illegaal ontgassen op te treden. Problemen ontstaan zodra een verdacht schip de Nieuwe Waterweg verlaat en bijvoorbeeld het gebied van de Drechtsteden binnen gaat. Dan moet een andere partij handhavend optreden. Onderlinge afstemming daarover is er nauwelijks. De DCMR verwacht bovendien dat dit op zijn vroegst van de zomer beter is geregeld. Tot die tijd kunnen schepen in de praktijk vrijwel straffeloos grote hoeveelheden kankerverwekkende stoffen, of stoffen die het drinkwater verontreinigen blijven lozen.

Reactie DCMR

In een schriftelijke reactie stelt Edwin Regterschot van DCMR dat de berichtgeving op Schiedams Nieuws niet klopt. Volgens Regterschot heeft DCMR geen enkele aanwijzing dat het ontgasverbod voor benzeen wordt ontdoken:

Wel klopt het er dat er nog steeds schepen ontgassen, maar dat schepen benzeen ontgassen is ons na 1 januari 2015 niet bekend. De afspraken over het optreden na het in beeld krijgen van een schip dat benzeen ontgast, zijn voor alle partijen volstrekt helder. Zoals blijkt uit het bericht op de website van de Provincie Zuid-Holland. Schepen die ontgassen van benzeen komen dus sinds 1 januari zeker niet straffeloos weg.

Waarneming van ontgassen door de binnenvaart gebeurd hoogst waarschijnlijk met het We-nose netwerk. We-nose is een netwerk van elektronische neuzen (e-noses) in de Rotterdamse haven. Een e-nose is een compact meetinstrument dat veranderingen in de luchtsamenstelling waarneemt. De werking staat uitgelegd in onderstaande infographic.

E-nose-infographic-1024x642

Vragen vanuit Sargasso

Inmiddels heb ik ook navraag gedaan bij Schiedams Nieuws over de bron voor hun bericht over ontgassen, waaruit in ieder geval duidelijk is dat hun bron betrouwbaar is. Dus binnenkort meer over dit onderwerp.

Ingewijden gaven vorig jaar off-the-record al aan dat er problemen waren te verwachten met handhaving van de provinciale ontgasverboden, met name op rijksvaarwegen. Reden voor Sargasso om in november opnieuw vragen te stellen aan het Ministerie van Infrastructuur & Milieu, waar het ministerie nog steeds geen antwoord op heeft gegeven. Het Ministerie heeft wel aangegeven dat de binnenvaartbranche in een brief aan Staatssecretaris Mansveld heeft verklaard vanaf 1 januari 2015 vrijwillig te stoppen met het ontgassen van benzeen in heel Nederland, zodat ontgassen van benzeen de facto in heel Nederland beëindigd zou moeten zijn sinds 1 januari van dit jaar.

Open waanlink

Het belang van een goed binnenklimaat op de werkplek

logo_strooming

Mensen zijn 85% van hun tijd binnen, veel mensen brengen een groot deel van deze tijd door op kantoor. Toch gaat maar 10% van de operationele kosten van een organisatie naar huisvestingskosten en energiekosten (samen 10%), het leeuwendeel van de kosten (90%) gaat op aan de salariskosten van de medewerkers. De productiviteit van medewerkers of gebouwaspecten die daarop van invloed zijn, zijn daarmee heel relevant voor werkgevers.

Bron: Health, Wellbeing & Productivity in Offices, World Green Building Council, 2014
Bron: Health, Wellbeing & Productivity in Offices, World Green Building Council, 2014

Medewerkers ontevreden over binnenklimaat

Het Center for People and Buildings houdt jaarlijks een enquete onder werknemers over hun werkomgeving. De focus ligt daarbij op de fysieke werkomgeving, maar er wordt ook gekeken naar aspecten die voor de beleving van de werkomgeving van belang zijn. Net als in eerder onderzoek uit 2014 zijn medewerkers volgens de CfPB indicator 2015 vooral ontevreden over het binnenklimaat. Bij binnenklimaat gaat het om zaken als thermisch comfort, verlichting, geluidsinvloeden en luchtkwaliteit.

Bron: CfPB
Bron: CfPB

Gebouw de sleutel tot gezondheid en productiviteit

In het onderzoeksrapport Health, Wellbeing & Productivity in Offices (pdf) stelt de World Green Building Council dat een goede luchtkwaliteit tot een productiviteitswinst en gezondheidsvoordeel kan leiden van 8 – 11%. Als veel medewerkers nu ontevreden zijn is de kans groot dat het voordeel op kan lopen. Oftewel gebouwen zijn de sleutel tot gezondheid en productiviteit van uw medewerkers.

Door meten is goed vast te stellen of uw gebouw voldoet aan de fysieke eisen die uw medewerkers stellen aan hun werkplek. Dat het gebouw voldoet aan de wettelijke eisen wil daarbij nog niet zeggen dat medewerkers het binnenklimaat ook als comfortabel ervaren. Temperatuur is relatief eenvoudig zelf te meten. Het wordt al lastiger om te bepalen of er geen sprake is van koudeval, tocht of een te grote temperatuur gradiënt in een ruimte. Hetzelfde geldt voor geluidsinvloeden, lichtsterkte, luchtvochtigheid en luchtkwaliteit. In al deze gevallen kan het inschakelen van een gespecialiseerd bedrijf helpen om grip te krijgen op het binnenklimaat.

Luchtkwaliteit

Een goede luchtkwaliteit betekent een lage CO2 concentratie en lage concentraties aan vervuilende stoffen. Dat vergt tijdig goed ingeregelde ventilatie- en klimaatbeheersingsinstallaties, maar ook tijdig schoonmaken van ventilatiekanalen en vervangen van filters. Slecht schoongemaakte luchtbehandelingskasten zijn een bron van stof en ziektekiemen. Ook kan een slechte luchtkwaliteit leiden tot klachten als hoofdpijn, brandende ogen en irritatie van de luchtwegen.

Luchtkwaliteitsonderzoek kantoor

Een luchtkwaliteitsonderzoek kantoor is een goede manier om te achterhalen hoe het met luchtkwaliteit in een kantoor gesteld is. Met dit onderzoek kunnen de meest voorkomende ziekmakende pathogene, zoals bacterien, schimmels en gisten, geanalyseerd worden. Door ook op strategische plekken CO2, luchtvochtigheid en temperatuur te meten kan de oorzaak van klachten achterhaald worden. Als er klachten zijn over geur of fijn stof is het mogelijk om deze aspecten mee te nemen in het onderzoek. Om te bepalen of de oorzaak van een slechte luchtkwaliteit buiten het gebouw ligt is het mogelijk om ook buiten metingen te doen.

Na het uitvoeren van het luchtonderzoek kantoor wordt in een rapport duidelijk aangegeven welke problemen er zijn en welke acties genomen kunnen worden om deze aan te pakken. Zo kan bij een verhoogde waarde van fijnstof het advies gegeven worden dat de luchtbehandelingskast of luchtkanalen een schoonmaakbeurt nodig hebben of dat het kantoor zelf een grondigere schoonmaak nodig heeft. Aanvullend is het mogelijk dat de luchtbehandelingskast met eventueel luchtkanalen gedesinfeerd moeten worden. Bij een te hoge luchtvochtigheid kan worden gedacht aan ontvochtiger of andersom bij een te droge lucht aan een bevochtiger. Als de luchtkwaliteit en luchtvochtigheid goed zijn, maar een beperkt aantal medewerkers toch klachten houdt kan het advies zijn om maatwerk voor de werkplek van deze medewerkers te treffen. Bijvoorbeeld een extra luchtbevochtiger op de werkplek van deze medewerker.

Dit bericht is geschreven in opdracht van Strooming, specialist op gebied van waterveiligheid, luchtkwaliteit, brandpreventie, asbest, energiebesparing en technische keuringen. De originele publicatie is hier te vinden.